Petrochem Archieven - Utilities

Gelion’s reinvented Zinc Bromide redox-flow battery wins the Industrial Energy Enlightenmentz Award 2019. The pitch of Gelion’s CEO Rob Fitzpatrick convinced the jury of the election as wel as the audience of the European Industry & Energy Summit that the storage solution has the most impact on the energy transition.

Gelion has transformed the Zinc Bromide redox flow-battery technology into a more conventional stationary architecture. Instead of a pumped battery system with tanks and moving parts, the chemistry can be a self-contained block, like a Lead acid or Alkaline cell. This results in a consumer-friendly package that is much more economical, scalable and maintenance friendly, whilst retaining all the benefits of the Zinc Bromide technology.

Safe storage

During the European Industry & energy Summit Climeworks, SoundEnergy and Gelion managed to convince the jury of the contribution of their innovations to the energy transition. Gelion stood out with a storage medium that is inexpensive, efficient and safe.

Jury chairman Rob Kreiter: ‘Gelion is an economical, safe and efficient form of storage supports the industry in the energy transition. Gelion has succeeded in combining the low cost of a flow battery with the ease of use of a fixed battery. The zinc bromide battery is therefor a real Industrial Energy Enlightenment.’

Runner ups

The other participants in the Industrial Energy enlightenmentz competition Climeworks and SoundEnergy previously convinced the jury of their contribution to the energy transition.

Climeworks invented a new, solid sorbent that uses waste heat t orecover.

Kreiter: ‘Direct Air Capture is one of the solutions to cut down CO2-emissions. The use of a solid sorbent makes the technology economical and environmental more attractive. Especially since residual heat can be used to wash out the CO2. Therefore Antecy/Climeworks is a true Industrial Energy Enlightenment.’

SounEnergy uses waste heat to cool processes or buildings.

Krieter: ‘The use of soundwaves to produce cold out of waste heat is an original approach that can change the industry. The robustness of the design and high performance makes the THEAC-25 a valuable Industrial Energy Enlightenment.’

Producent van siliciumcarbide ESD-SIC en energiebedrijf ENGIE gaan een unieke samenwerking aan. Engie mag vanaf nu bepalen wanneer het bedrijf wel of niet produceert. ENGIE is dan ook een van de kandidaten die meedingen naar de Energy Enlightenmentz of the Year 2017. Tijdens het Industrie&Energie Congres op 12 december in Zoetermeer zal duidelijk worden wie de vakjury en het publiek uiteindelijk als winnaar aanwijst.

Vanaf 1973 produceert Elektroschmelzwerk Delfzijl (ESD) siliciumcarbide op de bestaande locatie in Farmsum bij Delfzijl. Voor het produceren van siliciumcarbide is veel energie nodig is. ESD-SIC verbruikt jaarlijks zo’n 420.000 megawatt-
uur. Daarmee is het bedrijf in grootte de achtste stroomafnemer van Nederland. Alleen al om kosten te besparen heeft het bedrijf verschillende energiebesparende maatregelen getroffen.

Een belangrijke troef van ESD-SIC is dat het de productie van siliciumcarbide kan beginnen en stilleggen wanneer het maar wil. Dat biedt interessante mogelijkheden bij afname van overschotten duurzame energie. Tot voor kort kocht en verkocht ESD-SIC stroom op de onbalansmarkt. Het kocht bij zodra er een overschot aan stroom op het net was. Bijvoorbeeld als gevolg van een ‘teveel’ aan windenergie. Of andersom. De productie werd afgeschakeld zodra er zeer hoge prijzen werden gerekend omdat er onverwacht te weinig stroom werd geproduceerd. Op dat moment werd de stroom die eerder voor de productie was ingekocht weer verkocht.

Binnen twee minuten kan het volledige productieproces worden stilgelegd. De energiebehoefte van ESD-SIC is zo groot dat dit op het Nederlandse stroomnet een neutraliserend effect heeft. De twee inkopers die het bedrijf in dienst had, bespaarden ESD zodoende veel geld.

Energie-inkoop is niet de corebusiness van ESD. Na een lange zoektocht heeft het bedrijf in Engie een energiebedrijf gevonden dat mag ingrijpen in de energiehuishouding van ESD. Plat gezegd kan het energiebedrijf in de off-peak nu bepalen wanneer ESD al dan niet produceert. Op deze manier heeft het energiebedrijf een geweldig instrument in handen om vraag en aanbod van met name duurzaam opgewekte energie in het elektriciteitsnet te reguleren.

Het samenwerkingsverband gaat uit van een gezamenlijk optimum, waarbij niet alleen naar de klant en toeleverancier wordt gekeken. Ze zien het grotere belang. De stabiliteit in het net wordt bevorderd. Op korte termijn kan je hier al overschotten van duurzame energie mee opslaan. Door de enorme groei van duurzaam opgewekte energie zullen de komende jaren steeds meer van dit soort oplossingen nodig zijn om overschotten niet te laten vervliegen. Elektrochemische processen kunnen zodoende een essentiële rol spelen in de energietransitie.

Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN onderzoeken gezamenlijk de mogelijkheden om een basisinfrastructuur te realiseren voor het verzamelen en transporteren van CO₂ in het Rotterdamse havengebied, dat vervolgens opgeslagen kan worden in (lege) olie- en gasvelden onder de Noordzee.

Carbon Capture and Storage (CCS) wordt zowel internationaal als in het regeerakkoord genoemd als een belangrijk instrument om tijdig de CO₂-uitstoot terug te dringen. Internationale energieadviesorganen zoals IPCC, IEA en PBL noemen CCS als essentieel middel om de klimaatafspraken van Parijs te realiseren. Met name olieraffinaderijen en de chemiesector beschikken op korte termijn over onvoldoende hernieuwbare of circulaire alternatieven om tijdig de hoeveelheid CO2-uitstoot te reduceren die nodig is voor het behalen van klimaatdoelstellingen. Met afvang en opslag van CO₂ krijgen deze voor Nederland maatschappelijk en economisch belangrijke sectoren mogelijkheden om de CO₂-uitstoot te verminderen in de periode dat ze de transitie naar biobased, hernieuwbaar of circulair nog niet gemaakt hebben.

Snel toepasbaar

CCS is onderdeel van een breed palet maatregelen voor CO₂-reductie, naast fundamentele innovaties in productieprocessen en –ketens, zoals biobased industrie, hernieuwbare energie, elektrificatie van de industrie, recycling, ontwikkeling van waterstof als energiedrager, geothermie enzovoorts. om de economie te verduurzamen. CCS wordt vooral beschouwd als een kosteneffectieve en snel toepasbare oplossing die er gedurende de transitie voor zorgt dat klimaatdoelstellingen kunnen worden gehaald.

Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN onderzoeken daarom gezamenlijk de mogelijkheden om een basisinfrastructuur te realiseren voor het verzamelen en transporteren van CO₂ in het Rotterdamse havengebied, dat vervolgens opgeslagen kan worden in (lege) olie- en gasvelden onder de Noordzee.

Twee miljoen ton CO2-afvang in 2020

Planning is deze haalbaarheidsstudie rond de jaarwisseling af te ronden. Bij een positieve uitkomst volgt dan verdere uitwerking van het project voor bijvoorbeeld engineering, governance, aansprakelijkheden en een eventuele business case. De partijen streven er naar om in 2018 een investeringsbeslissing te nemen. Het systeem kan dan in 2020 operatoneel zijn. De ambitie is om vanaf 2020 twee miljoen ton CO₂ per jaar op te slaan oplopend naar vijf miljoen ton per jaar in 2030. Alle industrieën in Rotterdam samen stootten in 2015 bijna 30 miljoen ton CO₂ uit.

Backbone

Gasunie, Havenbedrijf en EBN gaan in het kader van de studie uit van een robuuste basisinfrastructuur voor transport en opslag (een ‘backbone’), waar diverse bedrijven hun CO₂ in kwijt kunnen. Door deze ringleiding (‘backbone’) en opslaginfrastructuur als een ‘collectieve voorziening’ op te zetten, zijn er belangrijke kostenvoordelen. De verwachting is dat dit ook gunstig doorwerkt in het Rotterdamse vestigingsklimaat, waar industrie straks met een lagere CO₂-footprint zal kunnen produceren dan elders.

Er lopen gesprekken met verschillende bedrijven in de chemie en raffinagesector over het afvangen en leveren van CO₂. Tot aanleg van de infrastructuur wordt pas overgegaan als duidelijk is dat bedrijven ook daadwerkelijk van het systeem gebruik gaan maken.

 

CO2 als grondstof of voedingsstof

Het ligt in de bedoeling om, naast opslag onder de Noordzee, ook meer CO₂ aan tuinders te leveren en in de toekomst mogelijk ook aan andere (industriële) afnemers (CCU). Twee bedrijven, Alco en Shell, leveren nu al CO₂ aan de glastuinbouw in het Westland. Tuinders gebruiken dit om hun gewassen sneller te laten groeien. Onder invloed van zonlicht zetten planten CO₂ en water om in glucose en zuurstof.

Industriele CO2

CCS wordt op verschillende plaatsen in de wereld, met name buiten Europa, al succesvol toegepast. Eerdere initiatieven in Nederland vonden geen doorgang. De reden waarom dit nieuwe project als kansrijk wordt gezien is dat het nu gaat om opslag van CO₂ onder de Noordzee (niet onder land, zoals destijds beoogd bij Barendrecht), waarbij de CO₂ afkomstig is van industrie (niet van kolencentrales, zoals in het recent gestopte ROAD-initiatief) waarvoor op korte termijn geen volledig circulair of biobased alternatief is. Alle betrokken partijen zijn zich ervan bewust dat maatschappelijk draagvlak even wezenlijk is voor realisatie als technische, financiële en economische aspecten dat zijn.

Shared Innovation Program VoltaChem is op zoek naar bedrijven die technologie in huis hebben om de levensduur van componenten in een electrolyzer te verbeteren. Partner ECN biedt zijn electrolyzer teststation aan voor deze bedrijven om de levensduur van deze componenten te testen.

Met een electrolyzer kun je waterstof maken uit water met behulp van elektriciteit. De behoefte aan waterstof stijgt de komende jaren sterk. Niet alleen vanuit de transportsector, maar ook vanuit de chemische industrie. Alle reden dus om samen te werken aan een concurrerende electrolyzer.

VoltaChem’s Power-2-Hydrogen expert Arend de Groot die binnen VoltaChem verantwoordelijk is voor de Power-2-Hydrogen programmalijn licht toe welke concrete kansen er liggen voor de Nederlandse hightech maakindustrie. ‘VoltaChem werkt aan de elektrificatie van de chemische industrie. Bij ECN hebben we sinds kort een uniek electrolyzer teststation staan dat levensduurtesten kan uitvoeren.

De levensduur bepaalt hoe succesvol een electrolyzer is. Op dit moment zorgen dure materialen zoals iridium voor de katalysator of edelmetaalcoatings om corrosie te voorkomen voor een lange levensduur. Met langeduurtesten en testen waarbij de degradatie gericht wordt versneld, willen we nu onderzoeken welke alternatieve componenten geschikt zijn om de kosten van de electrolyzer te verlagen, de efficiëntie te verhogen, en dat alles bij een gelijkblijvende of zelfs langere levensduur. We kunnen dit niet alleen en daarom zoeken we bedrijven die technologie in huis hebben om betere electrolyzer-componenten te produceren. Wij kunnen bedrijven helpen om componenten op basis van hun technologie te ontwikkelen en samen met hen de componenten te testen’.

Onafhankelijk

Waarom zouden hightech componentenleveranciers hun materialen eigenlijk niet direct laten testen bij hun (potentiële) klant: de electrolyzerfabrikant? ‘Dat heeft te maken met twee zaken’, legt De Groot uit. ‘Ten eerste weten de fabrikanten dat levensduur van componenten het belangrijkste is. Ze zijn dus alleen geïnteresseerd in componenten waarvan de levensduur al aangetoond is. En ten tweede is de architectuur van de cel waar de component in moet passen, vaak fabrikant-specifiek. Als je dus een materiaal getest wilt hebben dat toepasbaar moet zijn in verschillende soorten electrolyzers en als je op gelijkwaardige voet inzicht wilt krijgen in de resultaten, dan zal je de test dus uit moeten laten voeren door een onafhankelijk platform dat werkt volgens het principe van open innovatie. Dat is exact wat VoltaChem biedt. Een groot voordeel is dat de componentenleveranciers bij succesvolle, gestandaardiseerde testen een goed verhaal hebben richting hun potentiële klanten, de electrolyzerfabrikanten. Een win-win-situatie dus voor alle partijen.’

 

‘Electrolyzer fabrikanten zoals Siemens, Hydrogenics en ITM richten hun inspanningen vooral op het integreren van de electrolyzer stack in een compleet systeem. Cel- en stackontwikkeling vindt voor een belangrijk deel plaats met toeleveranciers van sleutelcomponenten als membranen, katalysatoren en separatorplaten. Uiteindelijk zit de toevoegde waarde van de electrolyzer met name in de toegeleverde functionele elementen. Daarom is het voor Nederland met zijn sterke hightech maakindustrie interessant zich als toekomstige toeleverancier te positioneren’, aldus De Groot.

VoltaChem heeft een helder beeld van welke innovaties er nodig zijn. Zo zouden de titanium platen tussen de elektrolysecellen moeten worden vervangen door andere corrosiebestendige materialen of slimme composietoplossingen. Ook zoekt de branche nog naar oplossingen die het oversteken van gassen (zuurstof/waterstof) door de polymeermembranen verminderen, bijvoorbeeld door toepassing van andere protongeleidende polymeren of gebruik van dunne lagen.

Ook de huidige titanium ‘current collector’ laag, zou moeten worden herontworpen. Deze zou een goede elektrische geleiding moeten hebben, maar moet tegelijkertijd het transport van gas en vloeistof zo min mogelijk hinderen. Als laatste zijn er alternatieven nodig voor de dure ruthenium/iridium-katalysatoren die worden gebruikt om water in protonen en zuurstof te splitsen.

 

Havenbedrijf Amsterdam gaat in samenwerking met EXE en Senfal energie inkopen voor schepen die aanmeren, zónder tussenkomst van een energieleverancier. Voor het eerst maakt een organisatie gebruik van Entrnce, een transactieplatform van Energy eXchange Enablers, onderdeel van Alliander.

‘Uiteindelijk willen we met onze eigen groene opwek voorzien in de energiebehoefte binnen de haven. Dit walstroom-project is daar een voorloper op’, aldus programma manager duurzame energie Robin Schipper van Havenbedrijf Amsterdam.

Op de kades zijn walstroomaansluitingen ingericht voor riviercruise- en binnenvaartschepen om zo het gebruik van dieselgeneratoren te beperken. Dat was altijd geregeld via de energieleverancier. ‘We hebben Senfal gevraagd om slimme software voor ons te schrijven. Ligplaatsen en tijden zijn bij ons al bekend via een app. Senfal heeft software geleverd waarmee we volledig geautomatiseerd het energieverbruik van de komende dag kunnen voorspellen.’

Senfal levert hiervoor zelflerende inkoopsoftware. ‘Aan de hand van data van het havenbedrijf kunnen wij het walstroom-verbruik nauwkeurig voorspellen. Hiermee bepalen wij de hoeveelheid stroom die er op uurbasis moet worden ingekocht. ‘Dit inkoopprofiel wordt vervolgens automatisch via Entrnce ingekocht’, aldus Sander ten Kate, directeur van Senfal. ‘Hiermee optimaliseren wij de stroominkoop voor het havenbedrijf, zoals we dit normaal ook in de industrie toepassen.’

Harry van Breen, general manager bij de start-up van Alliander: ‘Berekeningen wijzen uit dat het havenbedrijf een besparing van dertig procent kan realiseren. Zelf doen loont dus.’ De besparing wordt gerealiseerd doordat het havenbedrijf een paar stappen in de energieketen op een andere manier organiseert dan gebruikelijk is. Daarnaast wordt door de slimme software zelden te veel stroom ingekocht. ‘Omdat Havenbedrijf Amsterdam haar processen goed kent, is de voorspelbaarheid van het energieverbruik aan wal erg hoog.

Entrnce maakt iedere vorm van bilaterale energiecontracten mogelijk. Het havenbedrijf heeft zo de keuze energie in te kopen waar ze maar willen. ‘In eerste instantie hebben we gekozen voor eenvoud door energie in te kopen op de APX-beurs’, aldus Schipper.

‘Maar we willen naar een situatie, waarbij Entrnce de inkoop ook via een duurzame opwekfaciliteit in de haven kan regelen. Op termijn voorzien we een marktplaats voor duurzame energie in de haven. Voor en door de bedrijven in het havengebied. Door de grote volumes kan dit een voordelig effect hebben op de energieprijzen voor bewoners in de directe omgeving.’

Op maandag 22 mei houdt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de rechtszitting over de gaswinning in Groningen. Dan worden de beroepen tegen het gaswinningsbesluit van de minister van Economische Zaken van september 2016 inhoudelijk behandeld. Mocht het nodig zijn, dan zal deze rechtszitting worden voortgezet op dinsdag 23 mei. De zitting vindt plaats in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Tegen het gaswinningsbesluit zijn bij de Afdeling bestuursrechtspraak 22 ontvankelijke beroepschriften binnengekomen. Onder de bezwaarmakers zijn individuele burgers, maar ook de Groninger Bodembeweging en enkele milieuorganisaties. De provincie Groningen, negentien Groningse gemeenten en de Veiligheidsregio Groningen hebben één gezamenlijk beroepschrift ingediend.

Gaswinning

Het is niet de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak zich buigt over een geschil over de gaswinning in Groningen. Op 18 november 2015 heeft ze uitspraak gedaan over een eerder gaswinningsbesluit van de minister van Economische Zaken.

De Afdeling bestuursrechtspraak zal na de behandeling van de rechtszaak in mei niet direct uitspraak doen. Die volgt naar verwachting enkele maanden later.

Voorlopige uitspraak

Begin januari oordeelde de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gaswinning, vooruitlopend op de einduitspraak, voorlopig niet verder hoeft te worden beperkt dan de 24 miljard kubieke meter per jaar waartoe de minister van Economische Zaken in september 2016 besloot.

Bijna alle olieproducerende landen voorspelden een te hoge olieprijs voor 2016. De drie grootste landen gingen voor 2016 uit van een gemiddelde olieprijs van 49 dollar per vat, terwijl de daadwerkelijke prijs 43 dollar was. De voorspelling is voor de olielanden van belang omdat ze er hun overheidsbudgetten op baseren. Opvallend is dat de voorspellingen van de drie belangrijkste instituties (Internationaal Energie Agentschap, NYMEX en EIA) steeds accurater worden. Sinds 2010 hebben zij de kleinste foutmarge en sinds 2012 zijn zij onverslaanbaar.

Dat blijkt uit de studie 2017 Oil price forecast: who predicts best? van adviesbureau Roland Berger. Het bureau  analyseert sinds 2007 de voorspellingen van de grootste olieproducerende landen en instituties. De editie van dit jaar bevat daarnaast een analyse van de marktdynamiek.

“Iedereen, instituties én olieproducerende landen, verwacht dat de olieprijs in 2017 beperkt stijgt, en in elk geval hoger is dan in 2016. Feit is dat een aanhoudend overaanbod de olieprijs sinds 2014 blijvend laag houdt. De kostenontwikkeling bij Amerikaans schaliegas geeft een indicatie voor een olieprijs van rond de 50 dollar per vat,” zegt Arnoud van der Slot, partner bij Roland Berger in Amsterdam.

De instituties IEA, NYMEX en EIA voorspellen voor 2017 een kleinere stijging van de olieprijs (ten opzichte van de huidige prijs) dan de olieproducerende landen. Sinds 2009 hebben instituties duidelijk betere voorspellingen gedaan dan olieproducerende landen, daarvóór was het precies andersom. De top 3-olieproducerende landen zaten met hun voorspelling voor 2016 alle drie binnen de 20%-marge, Iran en Koeweit zaten er slechts 1% naast.

David Frans, partner van Roland Berger Amsterdam: “Het lijkt erop dat de olieproducerende landen door de opkomst van schaliegas in de VS minder invloed hebben op de olieprijs en dat daardoor hun voorspellingen, ten opzichte van die van de instituties, minder accuraat zijn.”

Voor 2017 gaan de producerende landen in hun budgetten uit van een prijs van 42 tot 72 dollar per vat (gemiddeld: 55 dollar per vat), de instituties van een prijs van 41-55 dollar er vat (gemiddeld 50 dollar per vat).

Marktdynamiek

Volgens David Frans lijkt deze situatie op die van 1986: “Ook toen was de olieprijs extreem laag, en ook toen was dat te wijten aan overaanbod. Nu is er sprake van een groeiend marktaandeel van Rusland en het Midden-Oosten en een neergaande kostenontwikkeling voor Amerikaans schaliegas. Ik zie een trend waarin de olieprijs mogelijk nog veel langer relatief laag blijft. Dat de OPEC-landen in november 2016 afspraken hun productie wat te beperken om de prijs te laten stijgen, wordt mogelijk tenietgedaan door een toename van de productie van schaliegas in de Verenigde Staten.”

Momenteel schommelt de olieprijs rond de 55 euro, in lijn met de verwachting van de best voorspellende olieproducerende landen.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat de gaswinning uit het Groningenveld voorlopig niet verder wordt beperkt dan de 24 miljard kubieke meter per jaar waartoe de minister van Economische Zaken eind september 2016 besloot. De voorzieningenrechter ziet na afweging van alle betrokken belangen nu geen aanleiding om, in afwachting van een definitieve uitspraak, de gaswinning verder terug te brengen.

Enkele inwoners van de provincie Groningen hadden de voorzieningenrechter gevraagd de gaswinning helemaal stop te zetten of de gaswinning terug te brengen naar ten hoogste twaalf miljard kubieke meter per jaar. Volgens hen leidt de gaswinning tot financiële schade en aanzienlijke veiligheidsrisico’s. Bovendien hebben de aardbevingen geleid tot een groot gevoel van onveiligheid onder de inwoners van de provincie Groningen.

Spoedprocedure

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak stelt in zijn uitspraak voorop dat “een voorlopige voorzieningenprocedure zich niet goed leent voor een definitief oordeel over de rechtmatigheid” van het besluit van de minister van Economische Zaken. Voor een grondige beoordeling van alle bezwaren tegen het gaswinningsbesluit is nader onderzoek nodig. Dat kan niet in deze spoedprocedure waarin snel een voorlopige uitspraak moet worden gedaan. De voorzieningenrechter heeft daarom nu een voorlopig oordeel gegeven waarbij hij alle betrokken belangen heeft afgewogen.

Belangenafweging

In afwachting van een definitieve uitspraak ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gaswinning helemaal stop te zetten of verder te beperken dan de 24 miljard kubieke meter per jaar die met het besluit van de minister jaarlijks mag worden gewonnen. Ten opzichte van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 18 november 2015 zijn er geen nieuwe feiten of omstandigheden die maken dat de voorzieningenrechter van deze eerdere uitspraak moet afwijken en de gaswinning verder moet terugbrengen. De grote gevolgen van de gaswinning voor de inwoners van de provincie Groningen zijn in de uitspraak van november 2015 uitdrukkelijk meegenomen. Die hebben ertoe geleid dat de Afdeling bestuursrechtspraak de gaswinning toen heeft teruggebracht naar 27 miljard kubieke meter per jaar. In 2013 was dit nog 53,9 miljard kubieke meter per jaar. Verder zijn er na 18 november 2015 niet meer of sterkere aardbevingen geweest dan in de jaren daarvoor. Bovendien zou het (gedeeltelijk) staken van de gaswinning verstrekkende gevolgen hebben voor huishoudens, instellingen en bedrijven in Nederland en omliggende landen, aldus de voorzieningenrechter.

Rechtszitting

De Afdeling bestuursrechtspraak houdt naar verwachting in mei of juni 2017 een rechtszitting waarop zij alle 25 beroepschriften tegen het besluit van de minister uitgebreid zal behandelen. Daarna zal zij een definitieve uitspraak in deze zaak doen. De definitieve datum van de rechtszitting zal de Afdeling bestuursrechtspraak in februari bekendmaken.

Gaswinning

Het besluit van de minister van Economische Zaken van september 2016 maakt het mogelijk om in het Groningenveld per gasjaar 24 miljard kubieke meter gas te winnen. Bij een koude winter of onder bijzondere omstandigheden mag beperkt extra gas worden gewonnen. Uiterlijk 30 september 2020 moet de NAM bij de minister weer een nieuw winningsplan indienen, waarin de meest recente inzichten op het gebied van seismische dreiging en risico’s zijn verwerkt.

David van Baarle is hoofdredacteur van magazine Industrielinqs