Utilities Archieven - Utilities

De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Op het terrein van HVC in Dordrecht is een demofabriek geopend die grondstoffen voor een nieuwe, natuurlijke plastic-vervanger produceert uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig uit afvalwater.

Het materiaal heeft de voordelen van plastic maar niet de nadelen. Het is licht en vormbaar, is verwerkbaar als plastic én volledig biologisch afbreekbaar. Daardoor worden er geen microplastics in de natuur achtergelaten. De samenwerkingspartners achter de fabriek zien legio mogelijkheden voor de toekomst: van schoenzolen tot landbouwplastic en kweekpotjes, tot zelfhelend beton in tunnels en kelders.

Het nieuwe materiaal wordt gemaakt uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig van afvalwater, waarin veel vetzuren zitten. De bacteriën in de demonstratie-installatie zetten deze vetzuren om. Zoals mensen vet in het lichaam opslaan, slaan deze bacteriën dit materiaal als een energiereserve in hun cel op. De stof wordt uit de bacteriën gehaald en kan vervolgens worden gebruikt als natuurlijke plastic-vervanger.

Samenwerkingsverband

De installatie is mogelijk dankzij een bijzondere samenwerking tussen private en publieke partijen. Het samenwerkingsverband bestaat uit vijf waterschappen: Brabantse Delta, De Dommel, Hollandse Delta, Scheldestromen en Wetterskip Fryslân. Met daarnaast STOWA, Paques Biomaterials en HVC.

Met de demonstratiefabriek willen de samenwerkingspartners een brug slaan naar een commerciële productie van de natuurlijke plastic-vervanger. De demo-installatie maakt het voor een groot aantal geïnteresseerde bedrijven mogelijk om het nieuwe materiaal te testen en toe te passen in hun producten als alternatief voor plastic. Het is de bedoeling na de demofase op te schalen en grotere installaties neer te zetten die de natuurlijke plastic-vervanger op de markt zal brengen.

> Lees hier meer over het project

Met alle partijen die de waterstofmarkt betreden, zou je bijna vergeten dat een aantal bedrijven al jarenlang ervaring heeft met de productie en de levering van het multifunctionele gas. Air Liquide is daar één van. Energy Transition Development directeur Guus Bongers ziet het dan ook als zijn taak om de opgebouwde expertise van het bedrijf in te zetten in de energie- en industrietransitie.

‘Air Liquide heeft zich altijd ten dienste gesteld van de industrie’, zegt Bongers. ‘Bedrijven kunnen er immers als alternatief ook voor kiezen zelf waterstof of zuurstof te produceren. Onze kracht is dat we de behoefte aan deze gassen lokaal bundelen, waardoor we ze vaak efficiënter kunnen produceren. Daarbij hebben we in de jaren natuurlijk ook al heel wat kennis en kunde opgebouwd, waarmee we een belangrijke rol in de energie- en industrietransitie kunnen spelen. En dankzij de directe verbinding met onze klanten, bouwde Air Liquide in de afgelopen jaren een behoorlijke industriële infrastructuur op voor de productie- en levering van waterstof, zuurstof, stikstof en andere industriële gassen. De kennis en ervaring die nodig zijn voor het opbouwen van een waterstofeconomie, is bij ons dus al grotendeels aanwezig.’

Dat Bongers niet overdrijft, blijkt wel uit de netwerkkaart van de gassenproducent. De waterstofleiding bestrijkt een gebied dat drie grenzen overschrijdt en dat de industriegebieden van Rotterdam, Terneuzen, Antwerpen, Zeebrugge en Gent aan elkaar knoopt en door loopt tot Noord-Frankrijk. ‘De investeringen die we de afgelopen decennia hebben gedaan en de ervaring die we hebben opgebouwd met de productie en levering van waterstof zorgen ervoor dat wij op een efficiënte en snelle manier invulling kunnen geven aan de transitie naar een waterstofeconomie. We richten ons daarbij vooral op waterstof als grondstof omdat dit de grootste afzet van waterstof is op dit moment. Daar kan dus het snelst de verduurzaming worden doorgevoerd van grijs naar blauw en naar groen. Cruciaal is dan wel dat de waterstof onder de juiste voorwaarden wordt aangeleverd, denk aan volume, beschikbaarheid, druk en vooral puurheid.’

Energiemix

Een andere belangrijke troef van Air Liquide is het feit dat de organisatie jarenlange ervaring heeft met zowel gasproductie als energie-inkoop. Bongers: ‘Het intermitterende karakter van wind- en zonne-energie vraagt om een integrale aanpak. Met onze grote compressoren die we gebruiken voor luchtscheiding kunnen we al goed inspelen op vraag en aanbod, ook wel peak shaving genoemd, en bijvoorbeeld bijschakelen en extra gas produceren bij overschotten aan windenergie.’

Een elektrolyzer produceert naast waterstof ook zuurstof. Via haar netwerk kan Air liquide ook dat product leveren aan afnemers.

De toevoeging van elektrolyzers maakt de keuzemix nog veel interessanter, vindt Bongers. ‘Energie-efficiency is namelijk de sleutelfactor in de energievoorziening van de toekomst. We kunnen kiezen of we elektriciteit inzetten voor luchtscheiding of waterstofproductie en steeds de meest efficiënte keuzes maken. Bijkomend voordeel is dat een elektrolyzer naast waterstof ook zuurstof produceert. Vaak kan men niks met die zuurstof, terwijl wij, eventueel in combinatie met het verminderen van de zuurstofproductie van onze luchtscheiders, ook dat product via ons netwerk rechtstreeks kunnen leveren aan afnemers. Natuurlijk produceren die luchtscheiders meer dan alleen zuurstof, dus de ideale mix is van veel meer factoren afhankelijk.’

In die mix kan Air Liquide ook co-generatie-fabrieken inzetten. ‘We ontwikkelen een e-boiler voor de Rozenburg site om ook daar flexibel te kunnen inspringen op het elektriciteitsaanbod. Bij een gunstige spark spread kunnen we stroom produceren terwijl we anderzijds met de e-boiler overschotten in het elektriciteits­aanbod kunnen benutten.’

Hoe groter de keten of het energie- en grondstoffensysteem wordt, hoe complexer, maar dat is inherent aan de energie- en industrietransitie. ‘De uitdagingen zijn grensoverschrijdend en daarmee ook de oplossingen. Als Air Liquide gaan we dan ook bewust de samenwerking aan met partners in de totale keten.’

Ammoniak

Eenzelfde soort keten-efficiency kan Air Liquide bereiken op het gebied van import van groene waterstof. Bongers: ‘Air Liquide is actief in bijna 180 landen en heeft daarmee ook toegang tot potentiële nieuwe productielocaties van groene waterstof. Om het gas op een efficiënte manier te vervoeren uit landen dichter bij de evenaar, moet het worden gecomprimeerd of gebonden aan stikstof. De vloeibare ammoniak die in het laatste geval ontstaat, kan bij aankomst weer worden gescheiden in waterstof en stikstof. Ook in de ontwikkeling van deze scheidingstechnieken is Air Liquide zeer actief en we kijken zelfs of bestaande fabrieken hiervoor kunnen worden omgebouwd. Daarmee krijg je de keten nog sneller gesloten en de energietransitie weer een stap dichterbij. De waterstof kan dan richting de transportsector of de industrie, terwijl industriële klanten de stikstof kunnen afnemen.’

Guus Bongers: ‘De kennis en ervaring die nodig is voor het opbouwen van een waterstofeconomie, is bij ons al grotendeels aanwezig.’

Air Liquide wil dan ook graag meedenken over en een bijdrage leveren aan de lokale en nationale plannen op het gebied van productie, transport en consumptie van waterstof. ‘In veel gevallen doen we dat al. Zo zijn we onder andere betrokken bij het Rotterdamse Porthosproject. Onze steam methane reformers worden daarvoor aangepast zodat we de koolstofdioxide kunnen afvangen en opslaan via het Porthos-project. Op die manier produceren we blauwe, koolstofarme waterstof. We hebben al veel ervaring met het afvangen van CO₂ op de Rozenburg site, voor levering aan tuinbouw en voedingsindustrie, en via de zelf ontwikkelde CryoCap-technologie. Die draait al een aantal jaren succesvol in het Franse Port-Jérôme.’

Elektrolyzers

Guus Bongers: ‘We kunnen kiezen of we elektriciteit inzetten voor luchtscheiding of waterstofproductie en steeds de meest efficiënte keuzes maken.’

Hoe gunstig de geïntegreerde gassenmarkt ook kan uitpakken, het tempo van de geplande projecten zal mede worden bepaald door de koers van de lokale en Europese overheden. ‘Het Fit-for-55 programma dat de Europese Commissie onlangs presenteerde is uitzonderlijk ambitieus’, zegt Bongers. ‘Ik zou niet willen zeggen dat het niet haalbaar is, maar dan moet wel echt álles uit de kast worden getrokken om meteen uit de startblokken te kunnen komen. Naast voldoende duurzaam opgewekte stroom is vooral het regelgevend kader, zoals de implementatie van de RED II richtlijn en daarna de RED III, van groot belang. Het vormt de basis waarop investeringen kunnen worden gedaan. Dit kader is nu nog niet uitgekristalliseerd, waarmee het risico dreigt van vertraging van bijvoorbeeld elektrolyseprojecten.’

Voorlopig lijken de regels of het gebrek daaraan Air Liquide nog niet tegen te houden met zijn ontwikkelplannen. ‘Naast het Porthos-project in Rotterdam en de plannen voor een e-boiler in Rozenburg, hebben we ook al vergaande plannen in Terneuzen met het ELYgator-project. Deze tweehonderd megawatt elektrolyzer combineert alkaline en PEM-techniek om hem zo flexibel mogelijk te kunnen inzetten. Dankzij deze keuze levert de elektrolyzer niet alleen op een efficiënte wijze waterstof en zuurstof, maar ondersteunt het ook de netstabiliteit. Het goede nieuws is dat de milieuvergunning voor ELYgator inmiddels is verleend. In de tussentijd hebben we ook plannen in Rotterdam met het CurtHyl project. Iets minder vergevorderd dan het ELYgator project, maar wel een onderdeel van het overkoepelende doel van Air Liquide om drie gigawatt aan elektrolyzercapaciteit te hebben in 2030, waarvan twee operationeel en één in ontwikkeling.’

Hoge verwachtingen

Hoewel Air Liquide een goed vertrekpunt heeft om de energietransitie te faciliteren, is het bedrijf ook zo reëel toe te geven dat het dat niet alleen kan. Bongers: ‘De energie- en gassenmarkt waarin wij ons begeven, is zeer kapitaalintensief en de markt is zo snel aan het verschuiven dat je wel moet samenwerken met partners in de keten, zoals technologiepartners en afnemers. We zitten dan ook in diverse consortia en in diverse rollen. Zo werken we samen met ontwikkelaars van duurzame elektriciteit, terwijl we ook samenwerkingsverbanden zijn aangegaan met Siemens Energy. Die zal bijvoorbeeld de tweehonderd megawatt elektrolyzer stacks leveren voor het Air Liquide-NormandHy project in Frankrijk.’

Guus Bongers: ‘Het goede nieuws is dat de milieuvergunning voor ELYgator inmiddels is verleend.’

De industrie in het algemeen en Air Liquide in het bijzonder neemt dus haar verantwoordelijkheid door al deze projecten op te pakken en te ontwikkelen, stelt Bongers. ‘Daarmee komen de individuele schakels van de ketens in lijn. Het is aan de publieke partijen om te zorgen voor een goed regelgevend kader en andere randvoorwaarden zoals voldoende hernieuwbare energie. Om nationale en Europese klimaatdoelen te halen, is namelijk echt veel meer duurzaam vermogen nodig en meer zekerheid over de wettelijke kaders voor de exploitatie van de nieuwe assets in de ketens. Ook de benodigde infrastructuur zoals hoogspanningskabels mag daarbij niet worden vergeten. De maatschappij heeft hoge verwachtingen van de industrie, en dat mag ook, maar dan moeten we gezamenlijk de juiste randvoorwaarden scheppen om die verwachtingen waar te kunnen maken.’

De meesten van u zullen al hebben opgemerkt dat er een stille revolutie aan de gang is. Om klimaatverandering een halt toe te roepen, moeten we anders met onze grondstoffen en energiebronnen omgaan. Het goede nieuws is dat de energie- en grondstoffentransitie elkaar kunnen versterken als de industrie en energiewereld samenwerken. Daarvoor zal de industrie wel meer moeten overstappen op elektrische processen. Integratie van de twee werelden is alleen mogelijk door intensieve dataverzameling en uitwisseling.

De vertaling van energiegerelateerde en economisch gedreven beslissingen heeft zijn weerslag op de industriële werkvloer. Die zal niet alleen continue moeten worden geïnformeerd, maar ook zijn procesaanpassingen moeten communiceren.

De redactie van Industrielinqs analyseerde hoe deze energie- en grondstoffen-intensieve omgevingen het beste uit beide werelden kunnen halen en identificeerde 6 trends. In opdracht van Panasonic is hierover een whitepaper over geschreven.

Deze whitepaper kan hier worden gedownload. Of gebruik de QR-code

We wensen u veel leesplezier.

De 2020 editie van de beurs Industrial Heat & Power is een bijzondere. Tijdens de beursdagen strijden namelijk de beste leerlingen uit heel Europa in het leerling isolatie kampioenschap van de Federation of Associations of Insulation Contractors (Fesi). De deelnemers zullen op de beursvloer zowel een boiler als een leidingsysteem isoleren.

Een deel van de kwaliteit van isolatiemiddelen is afhankelijk van de manier waarop ze zijn verwerkt. Vandaar dat de Europese isolatiefederaties veel tijd en geld steken in de opleiding van isolatieprofessionals. Zo ook de Nederlandse federatie: de Vereniging Isolatiebedrijven (VIB). Om de kwaliteitsnorm hoog te houden en leerlingen uit te dagen op het top van hun kunnen te presteren, organiseert de Fesi iedere twee jaar een internationale wedstrijd. Teams van leerlingen uit heel Europa met ten hoogste twee jaar werkervaring nemen het dan tegen elkaar op. In 2018 ging Duitsland, die ook gastheer was, er met de hoofdprijs vandoor.

Boiler

Dit jaar besloot Fesi in samenwerking met de VIB om de wedstrijden te houden op de beursvloer van Industrial Heat & Power (6-8) oktober. De teams zullen in twee dagen tijd twee complexe werkstukken moeten isoleren en beschermen. De eerste opdracht is het maken van een plaatstalen behuizing voor een boiler. De teams krijgen deels voorgefabriceerde delen die ze moeten aanbrengen. Maar een deel van de isolatie zullen ze zelf op maat moeten maken. Bijkomende uitdaging is dat de teams moeten uitkomen met het materiaal dat ze krijgen. Willen ze meer bijbestellen, dan kost dat punten.

Pijpenstelsel

De tweede opdracht focust zich op de vele variaties aan isolatiemateriaal. Een complex pijpenstelsel moet worden voorzien van vier soorten isolatiemateriaal. Zo zullen de deelnemers moeten weten hoe ze steenwol, elastomeerschuim, glaswol en polyurethaanschuim moeten verwerken en aanbrengen.

Ook interessant is dat ze vervolgens de zogenaamde cladding moeten aanbrengen: de plaatstalen delen die de isolatie beschermen. Daarvoor krijgen ze de beschikking over een speciale, computergestuurde machine. De teams zullen ter plekke hun maatvoeringen invoeren in een centrale computer die de data naar de snijmachine stuurt.

Meedoen

De wedstrijd belooft veel spektakel en wie niet alleen van kijken houdt, kan ook zelf meedoen aan een isolatiewedstrijd voor het publiek. We zien u dan ook graag op de beurs Industrial Heat & Power om u te laten inspireren en de teams aan te moedigen. We zullen ze tenslotte hard nodig hebben.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de beurs Industrial Heat & Power die 6 tot en met 8 oktober wordt gehouden in de Brabanthallen in Den Bosch. De beurs laat de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van industriële energie- en warmtevoorziening en gaat in een kennisprogramma in op ontwikkelingen als power-to-x, energie-efficiency en de industriële energietransitie.

De Regionale Energie Strategie (RES) leidt tot fysieke energieprojecten, maar ook tot keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Om dat goed te kunnen inventariseren, werken provincies, gemeentes en waterschappen intensief samen. De Provincie Noord-Brabant liet het industriële energieverbruik inventariseren voor uitvoering van de RES. 

De provincie Noord-Brabant vroeg energieadviseur BlueTerra Energy Experts om het energieverbruik van de industrie in de regio te inventariseren. De regionale energiestrategie (RES) is een document waarin energieregio’s beschrijven hoe en waar ze duurzame elektriciteit opwekken en hoe ze de warmtetransitie mogelijk maken. De regio’s inventariseren tevens de behoefte aan transport en opslag van energie en warmte. Consultant Jeroen Larrivee: ‘Er is al het een en ander bekend over industrieel energieverbruik, maar vaak ontbreekt de geografische component. Die is nodig voor de link de warmtebehoefte van de gebouwde omgeving. De RES moet inzichtelijk maken hoe de gebouwde omgeving zo snel mogelijk duurzame bronnen kan inzetten voor verwarming. De inzet van industriële restwarmte kan daarbij een optie zijn.’

Cascaderen of transporteren

Larrivee is bewust voorzichtig in zijn formulering omdat het uitkoppelen van restwarmte niet altijd de meest efficiënte keuze is. ‘Bedrijven met reststromen van honderdtwintig graden Celsius kunnen die warmte beter zelf benutten in hun processen. En anders is er vaak wel een buurman die de warmte kan gebruiken. Er zijn voldoende technieken om deze relatief hoge temperaturen op efficiënte wijze naar procescondities te krijgen. Pas bij temperaturen van onder de vijftig graden, kan het zinvoller zijn om die warmte richting gebouwde omgeving te transporteren.’

Ook hier behoudt Larrivee de nodige reservering, omdat er veel variabelen zijn die het succes bepalen. ‘Hoe dichter bedrijven bij de gebouwde omgeving staan, hoe goedkoper het wordt de warmte te transporteren. Uit onze ervaring blijkt dat afstanden tot de vijf a tien kilometer nog acceptabel zijn. Alhoewel sommige projecten ook laten zien dat zelfs met grotere afstanden kan worden gerekend. Je zult echter ook moeten nadenken over hoe toekomstbestendig een warmtenet is. Kan de industriële warmteleverancier ook in de toekomst nog warmte leveren? Of kies je voor meerdere leveranciers op één centrale infrastructuur? Ook om die laatste reden is het slimmer om in te zetten op warmtenetten op lagere temperaturen. Als je temperaturen van rond de vijftig graden Celsius aanbiedt, kan ook zonnewarmte, aquathermie of bijvoorbeeld restwarmte van datacenters als bron worden gebruikt. Daarmee nemen de risico’s op warmtetekorten af.’

Veel potentieel

Hoewel het rapport nog niet officieel aan de provincie is overhandigd is, kan Larrivee wel melden dat er veel warmtepotentieel is. ‘Er is voldoende restwarmte voor de helft van de Brabantse woningen, maar vanwege grote afstanden tussen industrie en woonwijken kan hier maar een deel van worden gebruikt’.

Regionale Energiestrategie

Bij het maken van het Klimaatakkoord waren verschillende zogenoemde sectortafels betrokken. Parallel aan de landelijke onderhandelingen aan de sectortafels, is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Iedere regio werkt momenteel aan zijn eigen regionale energiestrategie. De regio-accounthouders leveren voor 1 juni hun concept RES in waarna het planbureau voor de leefomgeving.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de beurs Industrial Heat & Power die 6 tot en met 8 oktober wordt gehouden in de Brabanthallen in Den Bosch. De beurs laat de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van industriële energie- en warmtevoorziening en gaat in een kennisprogramma in op ontwikkelingen als power-to-x, energie-efficiency en de industriële energietransitie.

Het Watervisie Congres (13 februari, Tata Steel Velsen Noord) staat dit jaar in het teken van het schaduwministerie van water. Met inspirerende keynotes van FrieslandCampina en Northwater en de verkiezing van de Schaduwminister van Water.

Klimaatverandering en bevolkingsgroei legt druk op zowel de kwaliteit als kwantiteit van water. Waar schaarste optreedt, moeten bestuurders soms drastische keuzes maken. De industrie komt bij die keuzes vaak niet op de eerste plaats, terwijl ze ook onderdeel van de oplossing kan zijn. Hoe zorgen de grootverbruikers van zoetwater ervoor dat ook hun belangen worden gehoord? Het schaduwministerie van water verbindt de waterketen en spreekt namens álle watergebruikers.

Programma

11:00 uur

Optioneel: rondleiding

  • Ontvangst met koffie/thee
  • Bustour

Er zijn een beperkt aantal plekken beschikbaar, vol=vol. Indien u zich registreert voor de rondleiding, maar u komt niet zonder ons dit vooraf te melden, dan brengen wij kosten in rekening.  

12:00 uur

Ontvangst met lunch

13:00 uur

Aanvang congres – Wat kan er nu?

  • Keynote Klaas Vos, Sustainability manager global supply chain bij FrieslandCampina
  • Keynote Perry van der Marel, Managing director Northwater
14:15 uur

Korte pauze

14:45 uur

Middagprogramma – Wat kan er straks?

Blok 2 – Wat kan er straks?

Drie waterinnovators laten zien welke innovaties op het gebied van proces- en afvalwater de industrie de komende vijf jaar kunnen helpen.

15:30 uur

Korte pauze

16:00 uur

Vervolg programma – Wat is er nodig?

  • De verkiezing van de Schaduwminister van Water
    Drie potentiële Schaduwministers van Water bieden hun beleidsnota voor de komende tien jaar aan in de vorm van een column. Daarna mag het kamerdebat losbarsten.
    Kandidaten:

    • Bert Jan Bruning, CEO van Nedmag
    • Neldes Hovestad, VP Operations Dow Benelux
  • Uitsmijter

 

17:30 uur

Netwerkborrel

18:30 uur

Einde congres

Gelion’s reinvented Zinc Bromide redox-flow battery wins the Industrial Energy Enlightenmentz Award 2019. The pitch of Gelion’s CEO Rob Fitzpatrick convinced the jury of the election as wel as the audience of the European Industry & Energy Summit that the storage solution has the most impact on the energy transition.

Gelion has transformed the Zinc Bromide redox flow-battery technology into a more conventional stationary architecture. Instead of a pumped battery system with tanks and moving parts, the chemistry can be a self-contained block, like a Lead acid or Alkaline cell. This results in a consumer-friendly package that is much more economical, scalable and maintenance friendly, whilst retaining all the benefits of the Zinc Bromide technology.

Safe storage

During the European Industry & energy Summit Climeworks, SoundEnergy and Gelion managed to convince the jury of the contribution of their innovations to the energy transition. Gelion stood out with a storage medium that is inexpensive, efficient and safe.

Jury chairman Rob Kreiter: ‘Gelion is an economical, safe and efficient form of storage supports the industry in the energy transition. Gelion has succeeded in combining the low cost of a flow battery with the ease of use of a fixed battery. The zinc bromide battery is therefor a real Industrial Energy Enlightenment.’

Runner ups

The other participants in the Industrial Energy enlightenmentz competition Climeworks and SoundEnergy previously convinced the jury of their contribution to the energy transition.

Climeworks invented a new, solid sorbent that uses waste heat t orecover.

Kreiter: ‘Direct Air Capture is one of the solutions to cut down CO2-emissions. The use of a solid sorbent makes the technology economical and environmental more attractive. Especially since residual heat can be used to wash out the CO2. Therefore Antecy/Climeworks is a true Industrial Energy Enlightenment.’

SounEnergy uses waste heat to cool processes or buildings.

Krieter: ‘The use of soundwaves to produce cold out of waste heat is an original approach that can change the industry. The robustness of the design and high performance makes the THEAC-25 a valuable Industrial Energy Enlightenment.’

Het klimaatbeleid van het kabinet levert ook een bijdrage aan de gezondheid. Sommige maatregelen leiden zelfs direct tot grote gezondheidswinst. Een aantal maatregelen hebben echter ook neveneffecten die een risico kunnen vormen voor de gezondheid. GGD GHOR roept op om bij besluiten ook de effecten op de gezondheid mee te laten wegen. De overheid zou klimaatmaatregelen moeten zoeken die ook de gezondheid beschermen of verbeteren.

Veel maatregelen die goed zijn voor ons klimaat, dragen ook bij aan de gezondheid. Zo zullen de meeste maatregelen op het gebied van mobiliteit die bijdragen aan minder CO2-uitstoot, ook gunstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Bij woningverbetering kunnen de klimaatmaatregelen worden aangegrepen om ook meteen te werken aan een gezonder binnenmilieu.

Potentiële risico’s

Sommige klimaatmaatregelen kunnen echter negatief uitpakken voor de gezondheid. Denk aan de geluidsoverlast of slagschaduwen van windturbines en uitstoot bij verbranding van biomassa die bijdraagt aan fijnstofconcentraties. Ook bestaat er risico op geluidsoverlast bij verduurzaming van woningen door het geluid van warmtepompen.

Gezondheid als kader

De GGD GHOR  beveelt aan in het klimaatbeleid, in navolging van de Omgevingswet, gezondheid mee te nemen in alle afwegingen. Verbind het klimaatbeleid met de inzet die momenteel wordt gepleegd in (in ieder geval) de Nationale Omgevingsvisie, het Schone Lucht Akkoord, het Preventieakkoord en de aankomende Nota Volksgezondheid.

Aanbod GGD

GGD GHOR Nederland behartigt de belangen van de publieke gezondheid in Nederland. Daarom geeft ze aan als beleid effect kan hebben op de gezondheid van de inwoners van ons land. Een aantal GGD’en heeft dan ook gereageerd op de internetconsultatie over het klimaatbeleid. Ook op lokaal niveau kan de

De cementindustrie produceert een groot deel van de wereldwijd uitgestoten CO2. MIT wetenschapper Yet-Ming Chiang ontwikkelde een proces dat het bekende Portland cement op elektrolytische wijze produceert. Daarmee ontstaat kalksteen én een zuivere CO2-stroom.

Normaal gesproken komt er bij elke kilo geproduceerde cement één kilo koolstofdioxide vrij. De cementindustrie kookt namelijk kalksteen, zand en klei tot het zogenaamde Portland cement . Het proces produceert echter ook nog op een andere manier kooldioxide: via gassen die vrijkomen uit de kalksteen tijdens het verwarmen.

Vlokken

Het proces dat MIT wetenschapper Chiang beschrijft, concentreert zich op het principe van elektrolyse waarbij aan de ene elektrode een zuur ontstaat en aan de andere elektrode een base. Door vermalen kalksteen op te lossen aan de zure kant van de elektrolyser, vormt zich aan de ene kant van de elektrode een kooldioxidestroom. Aan de andere kant ontstaat calciumhydroxide, dat in vlokken neerslaat. Het calciumhydroxide verwerkt men vervolgens verder tot calciumsilicaat. Bij het process komen ook nog waterstofgas en zuurstof vrij. Chiang bedacht dat deze gassen weer konden worden ingezet om cement te maken van de calciumhydroxide.

Opschalen

Hoewel het proces in het laboratorium bewezen is, en redelijk eenvoudig op te schalen, verwachten de auteurs van het onderzoek niet de cementindustrie snel om te vormen. Een industrie die jaarlijks zevenhonderdduizend ton cement produceert, schakelt niet in één keer om naar een ander proces. Maar gefaseerd ziet men wel mogelijkheden. Nu nog voldoende groene stroom  voor de elektrolyse-reactie en ook dit proces is klimaatneutraal.