David van Baarle, auteur op Utilities

Ørsted en TotalEnergies bundelen hun krachten bij de aanbesteding voor de offshore windparken Hollandse Kust West. Beide bedrijven doen voorstellen om een netto-positieve impact voor biodiversiteit en het Nederlandse energiesysteem te realiseren. De offshore windparken komen circa 53 kilometer uit de Nederlandse kust te liggen en krijgen een gezamenlijk vermogen van ongeveer 1,5 GW.

Ørsted en TotalEnergies zullen bijdragen aan de Nederlandse doelstelling om in 2050 meer dan zeventig gigawatt offshore windcapaciteit gerealiseerd te hebben voor elektriciteits- en waterstofproductie. Ørsted zet in op duurzame en milieuvriendelijke bouw en onderhoud  en een netto positieve impact op de biodiversiteit in 2030. De Denen zijn al eigenaar van windpark Borssele 1 en 2. TotalEnergies zet zijn expertise in offshore-activiteiten en zijn positie als geïntegreerd energiebedrijf in Nederland in. Dat doet het met een investeringsprogramma voor groene energie en waterstofproductie.

Ook RWE, Vattenfall en Shell/Eneco hebben inmiddels een bod uitgebracht op het offshore windpark

Ecologie

Het bod voor kavel  VI verandert de manier waarop windparken zich verhouden tot ecologie. In het bod zijn nieuwe maatregelen, een monitoringsprogramma en een samenwerking met kennisinstituten, universiteiten en milieuorganisaties opgenomen. Hierdoor kan de juiste kennis worden opgebouwd en kunnen nieuwe technologieën worden uitgerold die nodig zijn om windparken vanaf nu de natuur te laten versterken.

Waterstof

Zeeland is het grootste waterstofcluster van Nederland. Met 600 megawatt elektrolysecapaciteit wordt in 2027 het grootste groene waterstofcluster ter wereld mogelijk gemaakt. Windpark Hollandse Kust West speelt daar een belangrijke rol in. Aangevuld met onder meer elektrisch vervoer, opslag en directe elektrificatie van de industrie kan maximale systeemintegratie bereikt worden.

De winnaars van de aanbestedingen worden naar verwachting in de herfst bekendgemaakt door de Nederlandse overheid.

RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Op het terrein van HVC in Dordrecht is een demofabriek geopend die grondstoffen voor een nieuwe, natuurlijke plastic-vervanger produceert uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig uit afvalwater.

Het materiaal heeft de voordelen van plastic maar niet de nadelen. Het is licht en vormbaar, is verwerkbaar als plastic én volledig biologisch afbreekbaar. Daardoor worden er geen microplastics in de natuur achtergelaten. De samenwerkingspartners achter de fabriek zien legio mogelijkheden voor de toekomst: van schoenzolen tot landbouwplastic en kweekpotjes, tot zelfhelend beton in tunnels en kelders.

Het nieuwe materiaal wordt gemaakt uit natuurlijke reststoffen. Deze zijn afkomstig van afvalwater, waarin veel vetzuren zitten. De bacteriën in de demonstratie-installatie zetten deze vetzuren om. Zoals mensen vet in het lichaam opslaan, slaan deze bacteriën dit materiaal als een energiereserve in hun cel op. De stof wordt uit de bacteriën gehaald en kan vervolgens worden gebruikt als natuurlijke plastic-vervanger.

Samenwerkingsverband

De installatie is mogelijk dankzij een bijzondere samenwerking tussen private en publieke partijen. Het samenwerkingsverband bestaat uit vijf waterschappen: Brabantse Delta, De Dommel, Hollandse Delta, Scheldestromen en Wetterskip Fryslân. Met daarnaast STOWA, Paques Biomaterials en HVC.

Met de demonstratiefabriek willen de samenwerkingspartners een brug slaan naar een commerciële productie van de natuurlijke plastic-vervanger. De demo-installatie maakt het voor een groot aantal geïnteresseerde bedrijven mogelijk om het nieuwe materiaal te testen en toe te passen in hun producten als alternatief voor plastic. Het is de bedoeling na de demofase op te schalen en grotere installaties neer te zetten die de natuurlijke plastic-vervanger op de markt zal brengen.

> Lees hier meer over het project

Gasunie en Vopak kondigden aan dat zij een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan. De bedrijven willen samen terminalinfrastructuur ontwikkelen voor de invoer van waterstof via Nederlandse en Duitse havens.

Volgens de partners is grootschalige import van groene waterstof essentieel voor het behalen van de Europese Green Deal en de Fit for 55-doelstellingen. Men verwacht dan ook in 2025 de eerste groene waterstof te kunnen importeren. Om de invoer van groene waterstof te vergemakkelijken, is de ontwikkeling van een  wereldwijde toeleveringsketens en logistieke infrastructuur essentieel.

De samenwerkingsovereenkomst omvat importprojecten voor waterstof via groene ammoniak, liquid organic hydrogen carriers en vloeibare waterstoftechnologieën. Om producten als waterstof en ammoniak veilig en betrouwbaar te kunnen behandelen, zijn hoogwaardige infrastructuur en operaties nodig. Vopak en Gasunie richten zich op de ontwikkeling van importinfrastructuur voor opslag. Wat verdere distributie van waterstof naar eindgebruikers mogelijk maakt via pijpleidingen, schepen, weg en spoor.

Open access

Gasunie en Vopak richten zich uitsluitend op de ontwikkeling en exploitatie van open access infrastructuur. Volgens de partners is dit het meest effectief, zowel vanuit het oogpunt van de kosten als de ecologische voetafdruk. Een open toegankelijke infrastructuur kan volgens de infrabedrijven de invoer en het gebruik van groene energie versnellen.

ACE Terminal

Op 11 april 2022 maakten Gasunie, Vopak en HES International bekend dat zij hun krachten bundelen om een importterminal voor een waterstofdrager te ontwikkelen in de haven van Rotterdam: de ACE Terminal.

TNO werkt samen met het Belgische bedrijf Bekaert, Johnson Matthey uit Engeland en het Duitse Schaeffler bij het ontwikkelen van een nieuwe generatie elektrolyzers. De partijen willen de totale kosten van groene waterstofproductie omlaag brengen en de energie-efficiëntie sterk verhogen.

Het consortium wil de ontwikkeling van de Proton Exchange Membrane (PEM) elektrolysetechnologie versnellen door te werken aan verbetering en integratie van de verschillende componenten in de elektrolyser-stack. Dit is het technische ‘hart’ van de elektrolyzer. De nieuwe generatie PEM elektrolyzers zal een lager elektriciteitsverbruik hebben, wat leidt tot lagere waterstofkosten, en zal compacter zijn dan zijn voorgangers. De partners besteden extra aandacht aan het minimaliseren van het gebruik van schaarse materialen en verhoging van de energie-efficiëntie.

Voltachem

De partijen werken samen aan een langjarig gezamenlijk onderzoeksprogramma dat een belangrijke basis legt voor efficiënte elektrolyzers met een langere levensduur. De samenwerking is onderdeel van het Voltachem-programma waar de chemische industrie, de energiesector en de maakindustrie samenwerken op weg naar een klimaatneutrale toekomst.

De meesten van u zullen al hebben opgemerkt dat er een stille revolutie aan de gang is. Om klimaatverandering een halt toe te roepen, moeten we anders met onze grondstoffen en energiebronnen omgaan. Het goede nieuws is dat de energie- en grondstoffentransitie elkaar kunnen versterken als de industrie en energiewereld samenwerken. Daarvoor zal de industrie wel meer moeten overstappen op elektrische processen. Integratie van de twee werelden is alleen mogelijk door intensieve dataverzameling en uitwisseling.

De vertaling van energiegerelateerde en economisch gedreven beslissingen heeft zijn weerslag op de industriële werkvloer. Die zal niet alleen continue moeten worden geïnformeerd, maar ook zijn procesaanpassingen moeten communiceren.

De redactie van Industrielinqs analyseerde hoe deze energie- en grondstoffen-intensieve omgevingen het beste uit beide werelden kunnen halen en identificeerde 6 trends. In opdracht van Panasonic is hierover een whitepaper over geschreven.

Deze whitepaper kan hier worden gedownload. Of gebruik de QR-code

We wensen u veel leesplezier.

De 2020 editie van de beurs Industrial Heat & Power is een bijzondere. Tijdens de beursdagen strijden namelijk de beste leerlingen uit heel Europa in het leerling isolatie kampioenschap van de Federation of Associations of Insulation Contractors (Fesi). De deelnemers zullen op de beursvloer zowel een boiler als een leidingsysteem isoleren.

Een deel van de kwaliteit van isolatiemiddelen is afhankelijk van de manier waarop ze zijn verwerkt. Vandaar dat de Europese isolatiefederaties veel tijd en geld steken in de opleiding van isolatieprofessionals. Zo ook de Nederlandse federatie: de Vereniging Isolatiebedrijven (VIB). Om de kwaliteitsnorm hoog te houden en leerlingen uit te dagen op het top van hun kunnen te presteren, organiseert de Fesi iedere twee jaar een internationale wedstrijd. Teams van leerlingen uit heel Europa met ten hoogste twee jaar werkervaring nemen het dan tegen elkaar op. In 2018 ging Duitsland, die ook gastheer was, er met de hoofdprijs vandoor.

Boiler

Dit jaar besloot Fesi in samenwerking met de VIB om de wedstrijden te houden op de beursvloer van Industrial Heat & Power (6-8) oktober. De teams zullen in twee dagen tijd twee complexe werkstukken moeten isoleren en beschermen. De eerste opdracht is het maken van een plaatstalen behuizing voor een boiler. De teams krijgen deels voorgefabriceerde delen die ze moeten aanbrengen. Maar een deel van de isolatie zullen ze zelf op maat moeten maken. Bijkomende uitdaging is dat de teams moeten uitkomen met het materiaal dat ze krijgen. Willen ze meer bijbestellen, dan kost dat punten.

Pijpenstelsel

De tweede opdracht focust zich op de vele variaties aan isolatiemateriaal. Een complex pijpenstelsel moet worden voorzien van vier soorten isolatiemateriaal. Zo zullen de deelnemers moeten weten hoe ze steenwol, elastomeerschuim, glaswol en polyurethaanschuim moeten verwerken en aanbrengen.

Ook interessant is dat ze vervolgens de zogenaamde cladding moeten aanbrengen: de plaatstalen delen die de isolatie beschermen. Daarvoor krijgen ze de beschikking over een speciale, computergestuurde machine. De teams zullen ter plekke hun maatvoeringen invoeren in een centrale computer die de data naar de snijmachine stuurt.

Meedoen

De wedstrijd belooft veel spektakel en wie niet alleen van kijken houdt, kan ook zelf meedoen aan een isolatiewedstrijd voor het publiek. We zien u dan ook graag op de beurs Industrial Heat & Power om u te laten inspireren en de teams aan te moedigen. We zullen ze tenslotte hard nodig hebben.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de beurs Industrial Heat & Power die 6 tot en met 8 oktober wordt gehouden in de Brabanthallen in Den Bosch. De beurs laat de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van industriële energie- en warmtevoorziening en gaat in een kennisprogramma in op ontwikkelingen als power-to-x, energie-efficiency en de industriële energietransitie.

De Regionale Energie Strategie (RES) leidt tot fysieke energieprojecten, maar ook tot keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Om dat goed te kunnen inventariseren, werken provincies, gemeentes en waterschappen intensief samen. De Provincie Noord-Brabant liet het industriële energieverbruik inventariseren voor uitvoering van de RES. 

De provincie Noord-Brabant vroeg energieadviseur BlueTerra Energy Experts om het energieverbruik van de industrie in de regio te inventariseren. De regionale energiestrategie (RES) is een document waarin energieregio’s beschrijven hoe en waar ze duurzame elektriciteit opwekken en hoe ze de warmtetransitie mogelijk maken. De regio’s inventariseren tevens de behoefte aan transport en opslag van energie en warmte. Consultant Jeroen Larrivee: ‘Er is al het een en ander bekend over industrieel energieverbruik, maar vaak ontbreekt de geografische component. Die is nodig voor de link de warmtebehoefte van de gebouwde omgeving. De RES moet inzichtelijk maken hoe de gebouwde omgeving zo snel mogelijk duurzame bronnen kan inzetten voor verwarming. De inzet van industriële restwarmte kan daarbij een optie zijn.’

Cascaderen of transporteren

Larrivee is bewust voorzichtig in zijn formulering omdat het uitkoppelen van restwarmte niet altijd de meest efficiënte keuze is. ‘Bedrijven met reststromen van honderdtwintig graden Celsius kunnen die warmte beter zelf benutten in hun processen. En anders is er vaak wel een buurman die de warmte kan gebruiken. Er zijn voldoende technieken om deze relatief hoge temperaturen op efficiënte wijze naar procescondities te krijgen. Pas bij temperaturen van onder de vijftig graden, kan het zinvoller zijn om die warmte richting gebouwde omgeving te transporteren.’

Ook hier behoudt Larrivee de nodige reservering, omdat er veel variabelen zijn die het succes bepalen. ‘Hoe dichter bedrijven bij de gebouwde omgeving staan, hoe goedkoper het wordt de warmte te transporteren. Uit onze ervaring blijkt dat afstanden tot de vijf a tien kilometer nog acceptabel zijn. Alhoewel sommige projecten ook laten zien dat zelfs met grotere afstanden kan worden gerekend. Je zult echter ook moeten nadenken over hoe toekomstbestendig een warmtenet is. Kan de industriële warmteleverancier ook in de toekomst nog warmte leveren? Of kies je voor meerdere leveranciers op één centrale infrastructuur? Ook om die laatste reden is het slimmer om in te zetten op warmtenetten op lagere temperaturen. Als je temperaturen van rond de vijftig graden Celsius aanbiedt, kan ook zonnewarmte, aquathermie of bijvoorbeeld restwarmte van datacenters als bron worden gebruikt. Daarmee nemen de risico’s op warmtetekorten af.’

Veel potentieel

Hoewel het rapport nog niet officieel aan de provincie is overhandigd is, kan Larrivee wel melden dat er veel warmtepotentieel is. ‘Er is voldoende restwarmte voor de helft van de Brabantse woningen, maar vanwege grote afstanden tussen industrie en woonwijken kan hier maar een deel van worden gebruikt’.

Regionale Energiestrategie

Bij het maken van het Klimaatakkoord waren verschillende zogenoemde sectortafels betrokken. Parallel aan de landelijke onderhandelingen aan de sectortafels, is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Iedere regio werkt momenteel aan zijn eigen regionale energiestrategie. De regio-accounthouders leveren voor 1 juni hun concept RES in waarna het planbureau voor de leefomgeving.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de beurs Industrial Heat & Power die 6 tot en met 8 oktober wordt gehouden in de Brabanthallen in Den Bosch. De beurs laat de laatste ontwikkelingen zien op het gebied van industriële energie- en warmtevoorziening en gaat in een kennisprogramma in op ontwikkelingen als power-to-x, energie-efficiency en de industriële energietransitie.

Het Watervisie Congres (13 februari, Tata Steel Velsen Noord) staat dit jaar in het teken van het schaduwministerie van water. Met inspirerende keynotes van FrieslandCampina en Northwater en de verkiezing van de Schaduwminister van Water.

Klimaatverandering en bevolkingsgroei legt druk op zowel de kwaliteit als kwantiteit van water. Waar schaarste optreedt, moeten bestuurders soms drastische keuzes maken. De industrie komt bij die keuzes vaak niet op de eerste plaats, terwijl ze ook onderdeel van de oplossing kan zijn. Hoe zorgen de grootverbruikers van zoetwater ervoor dat ook hun belangen worden gehoord? Het schaduwministerie van water verbindt de waterketen en spreekt namens álle watergebruikers.

Programma

11:00 uur

Optioneel: rondleiding

  • Ontvangst met koffie/thee
  • Bustour

Er zijn een beperkt aantal plekken beschikbaar, vol=vol. Indien u zich registreert voor de rondleiding, maar u komt niet zonder ons dit vooraf te melden, dan brengen wij kosten in rekening.  

12:00 uur

Ontvangst met lunch

13:00 uur

Aanvang congres – Wat kan er nu?

  • Keynote Klaas Vos, Sustainability manager global supply chain bij FrieslandCampina
  • Keynote Perry van der Marel, Managing director Northwater
14:15 uur

Korte pauze

14:45 uur

Middagprogramma – Wat kan er straks?

Blok 2 – Wat kan er straks?

Drie waterinnovators laten zien welke innovaties op het gebied van proces- en afvalwater de industrie de komende vijf jaar kunnen helpen.

15:30 uur

Korte pauze

16:00 uur

Vervolg programma – Wat is er nodig?

  • De verkiezing van de Schaduwminister van Water
    Drie potentiële Schaduwministers van Water bieden hun beleidsnota voor de komende tien jaar aan in de vorm van een column. Daarna mag het kamerdebat losbarsten.
    Kandidaten:

    • Bert Jan Bruning, CEO van Nedmag
    • Neldes Hovestad, VP Operations Dow Benelux
  • Uitsmijter

 

17:30 uur

Netwerkborrel

18:30 uur

Einde congres