Do NOT delete this user or content Do NOT delete this user or content, auteur op Utilities

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhof diende tijdens de Algemene Politieke beschouwingen een motie in voor een marktconsultatie naar kernenergie. Met steun van CDA, SGP en PVV is de motie aangenomen en zal een verkennend onderzoek worden gestart.

Volgens Dijkhof is het voor de leveringszekerheid van belang dat er naast weersafhankelijke energiebronnen voldoende schone en regelbare energiebronnen beschikbaar zijn in Nederland. Volgens het kamerlid gebruikt kernenergie vergeleken met andere energiebronnen relatief weinig ruimte. Bovendien ziet Dijkhof interessante ontwikkelingen op het terrein van kleinere centrales en thorium. Dijkhof ziet kernenergie als een schone en regelbare energiebron die, in tegenstelling tot andere schone vormen van energieopwekking, niet financieel wordt ondersteund vanuit het Rijk. Marktpartijen zijn bovendien huiverig zijn te investeren in kerncentrales in Nederland.

In de motie die de VVD-fractievoorzitter indiende oppert Dijkhof dat er diverse vormen denkbaar zijn waarin de overheid investeringen in kerncentrales kan ondersteunen. Hij verzoekt de regering dan ook een marktconsultatie te houden onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland. In dat onderzoek zou ook naar voren moeten komen welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is. Als laatste zouden de onderzoekers ook moeten verkennen in welke regio’s er belangstelling is voor de realisering van een kerncentrale.

Geen animo

Of het onderzoek veel oplevert, waagt de oppositie te betwijfelen. Al langer is een gebied naast de enige nog werkende kerncentrale Borssele vrijgemaakt voor een tweede centrale. Ook op de Maasvlakte en de Eemshaven is ruimte voor een kerncentrale. De animo is echter nog niet heel groot. Met name vanwege de hoge kosten en risico’s.

De meeste nieuwe centrales worden in China verwacht. Begin 2018 waren er, buiten de 38 operationele Chinese kernreactoren, nog 19 reactoren in aanbouw en werden acht bijkomende reactoren gestart. In totaal zijn er al 39 kernreactoren gepland en honderd andere worden voorgesteld.

Thorium

Veel wordt verwacht van zogenaamde thorium-reactoren. De halveringstijd van het aardmetaal is veel korter dan van uranium en het is veiliger in te zetten in een reactor. Toch blijkt de gesmolten zout-reactor nog teveel uitdagingen te hebben om nu al te kunnen inzetten. Experts verwachten dat de fundamentele problemen pas rond 2050 zijn opgelost.

Kleine reactoren

In de Verenigde Staten kijkt men ook naar kerncentrales. Met name de inzet van kleinere centrales zou veel van de nadelen van kernenergie moeten tackelen. Zo wil Microsoft-oprichter Bill Gates miljarden investeren in de Traveling Wave Reactor (TWR) en Molten Chloride Fast Reactor (MCFR) van TerraPower.

NuScale Power kondigde onlangs nog aan dat de Amerikaanse nucleaire regelgevende commissie (NRC) de laatste fase van de ontwerpbeoordelingsaanvraag (DCA) heeft afgerond voor de kleine modulaire reactor (SMR) van het bedrijf. De modulaire lichte waterreactor van NuScale bestaat uit modules die zestig megawatt aan elektriciteit kunnen genereren via een veiligere, kleinere en schaalbare versie van drukwaterreactor-technologie.

Woensdagochtend heeft Industrielinqs haar eerste digitale talkshow georganiseerd. Industrielinqs LIVE ging over onderhoud in coronatijd. Ook onder de huidige extreme omstandigheden draait de industrie door. Maar hoe kan onderhoud nu worden uitgevoerd?

En is het verstandig om geplande onderhoudsstops uit te stellen? Of is het mogelijk om onderhoud juist naar voren te halen? Aan de virtuele tafel ontvingen Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger verschillende gasten: Marinus Tabak (RWE), Ann Geens (Ducor), Gerlof Stijnstra (Veritas) en Wouter van Gerwen (Bilfinger Tebodin). Het werd een interessant gesprek. Kijk de talkshow gerust nog eens!

De uitdaging is duidelijk: industrie en infrastructuur hebben technici nodig om de boel draaiende te houden en de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Denk aan de energietransitie en het creëren van economische stabiliteit. Dat kan alleen als de jongere generatie geïnspireerd raakt om in de techniek te werken. Daarom zijn er voorbeelden nodig. Techniekhelden dus. Heb jij een collega die verschil maakt en jongeren kan inspireren? Meld hem of haar dan aan!

Op de vraag wat de belangrijkste assets van een bedrijf zijn, volgt regelmatig het antwoord: de medewerkers. Terecht, want zonder goede vakmensen zijn we nergens. En de mensen die net een beetje meer doen dan van ze wordt gevraagd, zijn de ware helden. Al zullen ze zichzelf nooit zo noemen. Ze doen ‘gewoon hun werk’.

Verhalen inspireren jongeren

Toch willen we deze medewerkers in het zonnetje zetten. Deze mannen en vrouwen verdienen een podium. Met een artikel in het magazine iMaintain willen we deze vakmensen hun verhaal laten doen. Waar zagen zij een uitdaging en hoe zijn zij hier mee omgegaan? En niet onbelangrijk: wat heeft dit opgeleverd? Door deze serie verhalen onderstrepen we met elkaar dat het werk van deze medewerkers van grote betekenis is voor het bedrijf en laten we zie hoe interessant het beroep van technicus is.

Maar het gaat verder dan dat! Verhalen inspireren jongeren om voor deze boeiende, uitdagende wereld te kiezen. Dat kan belangrijk zijn voor uw bedrijf, en zeker voor de hele industriële sector.

Positief daglicht

Dat willen we ook doen met de verkiezing van de Techniekheld. Op 18 september, tijdens het iMaintain-congres in Velsen-Noord, wordt de Techniekheld 2020 verkozen. Een jury kiest uit alle bijzondere verhalen een shortlist van kandidaten. Van de finalisten wordt vervolgens een inspirerende film gemaakt, die de Techniekheld, het bedrijf waar hij/zij werkt en zelfs de hele industrie positief in het daglicht zet.

En natuurlijk rijst de vraag: Wie van hen krijgt tijdens het iMaintain-congres de award?

Aanmelden

Zit je na het lezen van dit artikel aan een medewerker te denken? Bijvoorbeeld een (onderhouds)monteurs, een operator, een machinist of een engineer? Is hij/zij mbo of maximaal hbo-geschoold en vind je dat hij/zij aandacht verdient, en misschien wel een nominatie voor de verkiezing? Meld je collega dan nu aan door een mail te sturen naar redactie@industrielinqs.nl. Vermeld waarom je deze man of vrouw een ware techniekheld vindt, en geef zijn of haar telefoonnummer of en/of email-adres door. Wij zijn benieuwd naar alle verhalen en hopen dat we op deze manier, samen met de industrie, het vakgebied van technicus de aandacht kunnen geven die het verdient.

Wie volgt Pip van Dijk op?

Vorig jaar werd Pip van Dijk van chemiebedrijf Cabot uitgeroepen tot Techniekheld 2019. De eerste keer dat de award werd uitgereikt. Pip is altijd bezig met techniek. Als hij klaar is bij Cabot, sleutelt hij aan zijn motor of aan de oude mijnenveger van de marine die hij met zijn vereniging heeft gekocht en waar ze rondvaarten mee doen. Zijn enthousiasme en kennis over techniek brengt hij graag over op zijn – vaak jongere – collega’s. Volgens hen is hij een inspirerende en motiverende voorman.

Pip vindt techniek het mooiste dat er is en probeert dat over te brengen op anderen. ‘De jongens die nu worden opgeleid tot operator krijgen vooral veel les in rekenen en het werken met een computer, maar echt onderhoud aan machines doen ze niet meer. Dat wordt uitbesteed aan andere afdelingen. Ik vind het mooi om aan degenen die een Vapro A of B diploma hebben behaald uit te leggen hoe installaties werken. Het is jammer, want ze weten zelf niet meer hoe ze de meest simpele handelingen moeten doen. Dat mis ik in de huidige technische opleidingen. Bij ons starten operators daarom ook in het veld, pas daarna komen ze achter het paneel terecht.’

De vestiging van FrieslandCampina in Borculo is de afgelopen jaren flink gegroeid. Het bedrijf wil de omgeving echter ontzien en zijn watervoetafdruk beperken. De experts van het bedrijf bedachten dat ze redelijk eenvoudig het condensaat uit de stoominstallaties dat nu nog werd geloosd konden opwerken tot proceswater. IV-water werd aangewezen als choreograaf van het waterballet, zoals het project werd genoemd, en begeleidde het proces vanaf aanbesteding tot oplevering.

De groei van FrieslandCampina lijkt niet te stuiten. Het bedrijf was al een van de grootste zuivelcoöperaties ter wereld, maar nadat het melkquotum in 2015 werd afgeschaft, gingen sommige leden-melkveehouders, via de gelijknamige coöperatie de eigenaren van FrieslandCampina,  veel meer melk produceren. Tegelijkertijd nam de vraag naar Nederlandse kindervoeding toe. De productielocatie van de coöperatie in Borculo breidde de afgelopen jaren dan ook behoorlijk uit. Zo is de nieuwe babypoederproductielocatie in 2015 in gebruik genomen en heeft het bedrijf nog eens plannen voor een nieuwe productielocatie voor het mengen en verpakken van melkpoeder.

Een keerzijde van het succes van het bedrijf is dat de lokale waterfootprint behoorlijk is toegenomen. De vestiging in Borculo gebruikt onder andere water voor het drogen van de grondstof wei tot melkpoeder en ook veel water voor het reinigen van de apparatuur. Inmiddels is de waterinname zo groot geworden, dat het strategisch en maatschappelijk gewenst is om de waterinname te beperken. Nu loost het bedrijf tot nog toe een deel van zijn retourcondensaatwater op het oppervlaktewater. Gaandeweg ontstond het idee om dit water weer op te werken tot proceswater.

Senior Projectmanager Sjoerd Hofstee: ‘FrieslandCampina investeert veel in het verduurzamen van zijn processen. Op energiegebied maken we hier in Borculo onder andere gebruik van pyrolyseolie en biogas voor stoomopwekking. Voor het watergebruik hebben we bedrijfsbreed de ambitie uitgesproken per ton product dezelfde hoeveelheid of minder water te gebruiken ten opzichte van 2010. Meer concreet willen we bij de productielocatie in Borculo jaarlijks zo’n driehonderd duizend kuub water besparen.

Black box

Hofstee: ‘We onttrekken hier in Borculo zoetwater uit de ondergrond en krijgen ook drinkwater van Vitens. Daar zitten echter grenzen aan. Als we in Borculo verder doorgroeien, wordt de maximaal vergunde jaarhoeveelheid bereikt en dus zochten we naar een alternatieve waterstroom. Nu gebruiken we hier redelijk veel water voor de productie van stoom, dat na zijn warmte te hebben afgestaan condenseert en terugkomt. Het grootste deel van het condensaat kunnen we na enige bewerking opnieuw in het proces gebruiken. Ondanks de biologische vervuiling is de kwaliteit van dit water zodanig goed dat we met een beperkt aantal zuiveringsstappen weer water van drinkwaterkwaliteit kunnen krijgen. We besloten dan ook te onderzoeken of we hier een businesscase van konden maken. Uiteraard kijken we altijd waar economie en ecologie samengaan, maar uit strategisch oogpunt rekenen we bij duurzaamheidsprojecten met lagere marges en langere terugverdientijden.’

Voor de engineering stapte Hofstee naar Iv-Groep. Het ingenieursbureau heeft een in water gespecialiseerde divisie, Iv- Water, dat projecten voor onder meer waterschappen, drinkwaterbedrijven en industriële partijen uitvoert. Hofstee: ‘Uitgangspunt voor onze speurtocht naar de beste technologie voor het opwerken van ons proceswater was de geleidbaarheid van het retourwater. We wisten dus welke kwaliteit water we hadden en welke kwaliteit we nodig hadden in onze processen. Wat er voor nodig was om van kwaliteit a naar b te komen, was wat ons betreft een black box. De meeste complexiteit zat in het inpassen van een nieuwe installatie in een site die in ontwikkeling is. We zochten dan ook vooral een ingenieursbureau die het proces van begin tot eind kon leiden. Veel van de bekende ingenieursbureaus in de waterwereld ontwikkelen hun eigen waterzuiveringstechnologieën en -concepten. Daarmee loop je het risico dat men ongefundeerd voor de eigen technologie kiest. We wilden juist met een partij in zee gaan die technologie-onafhankelijk de beste oplossing voor onze specifieke vraag kon vinden, dit technisch inpassen in het bestaande proces en die het aanbestedings- en bouwproces kon begeleiden. Iv-Water voldeed aan deze eisen.’

Waterballet

Ronny Faasen is projectleider bij Iv-Water en verantwoordelijk voor het project dat gaandeweg de naam Waterballet meekreeg. ‘We zetten de vraag van FrieslandCampina uit in de markt en beoordeelden de inzendingen uiteraard op een aantal kwaliteitscriteria, maar prijs was minstens zo belangrijk’, aldus Faasen. ‘Zoals gezegd hanteert FrieslandCampina bij duurzaamheidsinitiatieven soepele financiële kengetallen, maar moesten we goed balanceren tussen prijs en kwaliteit. Dat betekende niet zozeer dat we bespaarden op de technologie, maar we konden wel geld besparen door mee te liften op een aantal andere projecten die tegelijkertijd werden uitgevoerd.’

Uiteindelijk koos Iv-Water in samenspraak met FrieslandCampina voor de inschrijving van RWB Water. Die stelde voor het water eerst door een biologisch slib op drager-systeem te leiden, dat de eerste organische vervuiling verwijdert. De organische vervuiling die dan nog overblijft, wordt afgevangen door een microfiltratiesysteem met keramische membranen. Deze zijn eenvoudiger chemisch te reinigen dan de polymere varianten zonder dat de werking ervan achteruit gaan en hebben een langere levensduur dan polymere membranen. Als laatste volgt een reverse osmosis-stap die met name de zouten verwijdert en dus de geleidbaarheid verlaagt. Daarna is het water op de gewenste kwaliteit en wordt het aangeboden aan het leidingsysteem van FrieslandCampina.

Slim combineren

Faasen: ‘Iv-Water is al direct begonnen met de inpassing van een zuiveringsinstallatie op de FrieslandCampina-site. Zo moest de retourwaterleiding worden afgetakt en ook andere leidingen aangelegd, dan wel omgelegd. Vanuit onze EPC-rol begeleiden we bovendien ook al het civiele werk voor de installatie zoals funderingen en bouwwerken. Ook een mooi voorbeeld van waar duurzaamheid en kostenbesparing hand in had gaan is het feit dat we een uit een ander project vrijgekomen gebouw konden hergebruiken als nieuw onderkomen voor het microfilstratiesysteem.’

De reverse osmosis-installatie staat in een ander gebouw, dat FrieslandCampina eerder bouwde voor vergelijkbare installaties. ‘Dit multifunctioneel ruimtegebruik drukt opnieuw de projectkosten’, zegt Faasen.

Ook de projectplanning paste Iv-Water creatief in. Faasen: ‘We konden meeliften met een ander, groter project dat ongeveer tegelijkertijd liep. Daardoor konden we onze werkzaamheden zo inpassen dat ze de minste overlast bezorgden voor de dagelijkse werkzaamheden van FrieslandCampina. De planning van het andere project was leidend voor onze planning, zodat we gezamenlijk tijdsloten hadden om installaties te plaatsen, aan te sluiten of te integreren in de bestaande productieomgeving.’

Succes

Inmiddels draait de zuivering. Faasen: ‘In maart konden we de installatie overdragen aan de operators van FrieslandCampina, waarmee we een project van op de kop af twee jaar succesvol afsloten. Die twee jaar was vanaf idee tot handover, de daadwerkelijke bouwtijd was veel korter. Het grootste deel van de installaties werd als complete modules geleverd, zodat onsite alleen de aansluitingen moesten worden gemaakt. En uiteraard vergde aanpassing van het leidingwerk wat tijd en engineeringskennis.’

Het water wordt nu nog ingezet bij toepassingen waar het water niet direct in contact komt met het product, zoals de productie van stoom, als koelwater bij koeltorens en de ijswaterinstallatie. Maar Hofstee sluit niet uit dat op den duur ook andere processen van het water gebruik kunnen maken. ‘De kwaliteit van het water is dezelfde als dat van drinkwater’, zegt Hofstee. ‘Dus ik kan me voorstellen dat we dit water op den duur breder kunnen inzetten. De zuiveringsinstallatie is nu gebouwd op een capaciteit van vijftig kubieke meter water per uur, maar we lozen nog steeds een deel van het retourwater. We zouden op den duur dan ook verder kunnen uitbreiden met een tweede installatie. De ruimte is er en omdat een deel van de nieuwe leidingen al overgedimensioneerd is, is een tweede installatie eenvoudig in te passen. We hebben nu al een behoorlijke stap gezet in het terugdringen van de waterfootprint, maar er zit nog meer in het vat.’

FrieslandCampina op Watervisie Congres

Manager Sustainability Supply Chain Klaas Vos spreekt tijdens Watervisie 2020 over de waterstrategie van FrieslandCampina. Het congres vindt 13 februari plaats bij Tata Steel. Met een keynote van Perry van der Marel (Northwater) en drie potentiële schaduwminister van Water:  Bert Jan Bruning (Nedmag), Neldes Hovestad (Dow Benelux) en Marike Bonhof (Vitens)

Schrijf u dus snel in op de site van het Watervisie Platform

We selected three candidates who can all make a difference in the transition to an emission-free industry. Now it’s up to you to select your favorite. Read the background of the innovations below, watch the film and vote for your favourite Industrial Energy Enlightenmentz. At the European Industry & Energy Summit, you can attend the pitch of the candidates. Not yet registered? Then do it quickly.

Antecy / Climeworks – Direct Air Capture CO2

The technology of direct air capture (DAC) is fairly simple: a fan directs an air flow past an adsorbent, after which it is enriched with carbon dioxide. When the adsorbent is saturated, it is heated so that it releases the CO2. Commonly used adsorbents are alkanolamines such as monoethanolamine (MEA), diethanolamine (DEA) and methyl diethanolamine (MDEA).

Antecy developed a solid adsorbent based on potassium bicarbonate, a well-known food additive. The potassium salt, also known as potassium hydrogen carbonate, is very hygroscopic, that is: it attracts and retains water. That quality makes it ideal for adsorbing CO2 out of the air. Even better is the fact that the salt releases it’s load of CO2 at relatively low temperatures.

Robert Rosa, business developer at Antecy, indicates that the main benefits of the solid, non-amine absorbent are lower costs and less degradation. Rosa: “Regeneration of the saturated potassium bicarbonate occurs at temperatures from eighty degrees Celsius. If a Direct Air Capture installation is built near the industry, it can use residual heat for the regeneration process. Or else solar heat would also be an option. Moreover, at that low temperature it is not necessary to actively cool, but the ambient temperature is sufficient. So you save energy on two sides.”

SoundEnergy – thermo-acoustic cooling

The thermo-acoustic heat pump was a great promise for years. Soundenergy is now launching a commercial product that uses the principle to convert residual heat into cooling. The potential in the industry is enormous and the first customers use all ready their residual heat to cool buildings.

CEO of Soundenergy Herbert Berkhout: “The crux of our thermoacoustic heat pump is that there are hardly any rotating parts in it. Simply put, you use a pressure vessel with Argon to which you add heat. Just as a balloon expands when it becomes warm, a pressure difference also occurs in the pressure vessel. The potential of the thermal energy has thus been converted into mechanical energy. Like with a speaker, that energy sets a sound wave in motion.

By constantly allowing the gas to cool through the environment and heating it with residual heat, you strengthen the pulse. We use two cylinders that continue to reinforce each other, creating a feedback loop. Then we use two other cylinders in the Teac-25 that use the acoustic energy to produce cold. In this way the system offers a cooling capacity of 25 kilowatts while only residual heat enters.

Gelion – Reinventing Zinc Bromide Batteries

Gelion has transformed the Zinc Bromide redox flow-battery technology into a more conventional stationary architecture. Instead of a pumped battery system with tanks and moving parts, the chemistry can be a self-contained block, like a Lead acid or Alkaline cell. This results in a consumer-friendly package that is much more economical, scalable and maintenance friendly, whilst retaining all the benefits of the Zinc Bromide technology.

Key to the technology is its ability to fully discharge to 0V: great for deep discharge cycling and energy shifting applications. This attribute greatly improves electrical safety as transport, installation and maintenance can all be performed at no electrical potential. Additionally, this enables the battery to chemically “reset” during a full discharge, resulting in remote maintenance, abuse tolerance and expected long life-time in demanding applications. Gelion’s first product iteration is aimed at the stationary energy storage market, ideally used to store large amounts of surplus renewable energy to firm supply by discharging when required. By varying the battery design, Gelion can alter the Zinc Bromide characteristics for higher power and greater capacitance to service other markets.

Other benefits of Gelion’s Zinc Bromide technology include: high fire safety; abundance of large reserves of active materials; and, ease of recyclability. Fire safety is due to the presence of Bromine, which is commonly used in fire retardant materials. When used in a battery, the cells become virtually fire-proof. Abundance of the active materials, Zinc and Bromine is critical: Zinc is one of the most abundant metals on earth and large amounts of Bromine are contained with brine deposits, such as the Dead Sea. The main materials used in Gelion’s Endure battery are: salts, plastics and carbons. Once discharged, these are all inert, non-toxic and safe, enabling cells to be disassembled via a conventional grinding process and the materials reclaimed as battery feedstock or recycled. Overall, Gelion expects that it’s batteries will be one the safest and easiest to recover at end of life.

Netbeheerder Liander krijgt een boete van 50.000 euro omdat zij een snellaadstation van Fastned niet binnen de wettelijke termijn van achttien weken op het net had aangesloten. De netbeheerder geeft aan dat het niet aan de verplichting kan voldoen vanwege de explosieve groei van aansluitingen. Bovendien kampen de netbeheerders met een personeelstekort. ACM vindt dat de netbeheerder er alles aan moet doen de wettelijke termijn te halen.

De ACM eist van netbeheerders dat zij zich aan de wettelijke aansluittermijn houden. Henk Don, bestuurslid van de ACM: ‘Partijen moeten tijdig toegang krijgen tot het net. Dat is een kerntaak van de netbeheerder. Een latere aansluiting kan leiden tot vertraging bij bijvoorbeeld bouwprojecten of bedrijfsuitbreidingen en daarmee tot schade bij de netgebruikers.’

Personeelstekort

Netbeheerders geven aan dat de achttien-wekentermijn niet altijd haalbaar is als gevolg van een onverwachte groei van het aantal aanvragen voor een aansluiting en als gevolg van een tekort aan technisch personeel. De toenemende elektrificatie van de energievoorziening maakt het volgens de ACM echter nog belangrijker dat netbeheerders er alles aan doen om deze wettelijke termijn te halen en zo nodig extra investeringen te doen. Dat draagt bij aan de energietransitie die nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen.

Liander zegt in een reactie het het besluit van toezichthouder ACM te betreuren. CEO Ingrid Thijssen: ‘Het voeren van rechtszaken en geschillen en het opleggen van boetes vormt op geen enkele manier een oplossing voor dit maatschappelijke vraagstuk.’

Thijssen: ‘Net als de rest van Nederland, hebben we te maken met een groot tekort aan technici terwijl ons werkpakket zeer snel groeit door de energietransitie en groeiende economie. Dit tekort zorgt ervoor dat de wachttijden voor nieuwe klanten oplopen en dat is heel vervelend. We betreuren dat de ACM in haar uitspraak voorbijgaat aan dit maatschappelijke vraagstuk. Deze boete moet worden betaald met maatschappelijk geld en levert geen bijdrage aan de oplossing van dit vraagstuk waaraan Liander al hard werkt.’

Gerealiseerd

De ACM heeft de boete gematigd, omdat het hier gaat om één overtreding van de wettelijke aansluittermijn. Daarbij komt dat de gevraagde aansluiting inmiddels is gerealiseerd en dat niet is gebleken dat Fastned schade heeft geleden als gevolg van de vertraagde aansluiting.

Op verzoek van GroenLinks analyseerde het PBL het effect van een CO2-heffing in Nederland. Het voorstel betreft een in de tijd oplopende heffing op de CO2-uitstoot van ETS bedrijven. GroenLink wil de CO2-uitstoot met name terugdringen via technische maatregelen. Het voorstel zal volgens het PBL wel tot carbon leakage leiden.

Conclusie van de analyse is dat de CO2-heffing naar verwachting zal leiden tot reductie van de industriële uitstoot in Nederland met 14 tot 20 megaton voor variant 1. Variant 2 levert een reductie van 18 tot 26 megaton op. Daarmee haalt Groen Links ruim het doel voor de industrie in het klimaatakkoord van 14,3 megaton reductie. Het grootste gedeelte van deze reductie komt door het nemen van technische maatregelen bij de bedrijven. De nationale kosten van deze maatregelen in 2030 zijn geraamd op 230 tot 370 miljoen euro voor de eerste variant. De tweede variant leidt tot 780  tot 920 miljoen euro maatschappelijke kosten.

Carbon leakage

Een beperkter, maar significant, deel van de emissiereductie komt doordat de heffing zal leiden tot verplaatsing van industriële productieactiviteiten naar het buitenland. Verplaatsing leidt ertoe dat dit deel van de in Nederland geboekte milieuwinst in het buitenland teniet wordt gedaan. De weglek kan hoger uitvallen in verband met geconstateerde risico’s op beslissingen van grote energie-intensieve bedrijven over de productieomvang in Nederland, die vanwege hun discrete karakter moeilijk kunnen worden meegewogen.

Extra elektriciteitsvraag

Het nemen van technische reductiemaatregelen in de industrie leidt tot extra elektriciteitsvraag die deels in Nederland en deels elders tot extra uitstoot kan leiden. Hierdoor kan de milieuwinst in Nederland en op mondiale schaal per saldo verder verkleinen. Verplaatsing van industriële activiteiten leidt tot een kleinere elektriciteitsvraag in Nederland, maar elders juist tot meer.

Het PBL raamde de extra uitstoot in Nederland op 0 – 1 Mton (variant 1) respectievelijk 0,5 – 3 Mton (variant 2). De extra uitstoot door elektriciteitsopwekking op wereldschaal kon het PBL niet berekenen, maar kan significant zijn. De nationale kosten die met de productie en transport van deze extra elektriciteitsvraag gemoeid zijn bedragen 50 tot 150 miljoen euro voor variant 1. Variant twee zou zelfs respectievelijk 150 tot 350 miljoen euro kosten in 2030.

Siemens Gamesa Renewable Energy (SGRE) opende zijn elektrisch thermisch energieopslagsysteem (ETES). De innovatieve opslagtechnologie kan grote hoeveelheden energie kosteneffectief opslaan en ontkoppelt daarmee de elektriciteitsopwekking en het gebruik.

De warmteopslagfaciliteit, die SiemensGamesa in Hamburg-Altenwerder ceremonieel opende, bevat ongeveer duizend ton vulkanisch gesteente als opslagmedium voor energie. Elektrische energie voedt de batterij die de energie via een weerstandsverwarmer en een ventilator omzet in hete lucht. Die lucht verwarmt het gesteente tot een temperatuur van 750 graden Celsius. Wanneer de elektriciteitsvraag stijgt, gebruikt ETES een stoomturbine voor de (her)elektrificatie van de opgeslagen energie. De ETES-proefinstallatie kan een week lang tot 130 megawattuur aan thermische energie opslaan. Bovendien blijft de opslagcapaciteit van het systeem constant gedurende de laadcycli.

Testen

Siemens Gamesa test eerst de toegevoegde waarde van de batterij in het energiesysteem. Ook zullen de nodige testen worden uitgevoerd op de fysieke warmteopslag. Mocht dit succesvol blijken, dan wil het bedrijf haar opslagtechnologie in commerciële projecten gebruiken. Daarvoor moet het de opslagcapaciteit wel opschalen. Het doel is om in de nabije toekomst energie op te slaan in de range van enkele gigawatts.

Centrales ombouwen

Door gebruik te maken van standaardcomponenten is het mogelijk om buiten gebruik gestelde conventionele centrales om te zetten in groene opslagfaciliteiten. Hamburg Energie is verantwoordelijk voor het vermarkten van de opgeslagen energie op de elektriciteitsmarkt. De energieleverancier ontwikkelt zeer flexibele platforms voor digitale besturingssystemen voor virtuele energiecentrales.

Het is wetenschappers gelukt om waterstof uit afvalwater te produceren met behulp van zonlicht. In een gatenkaas van zwart silicium splitsen ze water in zuurstof en waterstof. De fotokatalytische techniek combineert waterzuivering met waterstofproductie en is daarbij behoorlijk efficiënt.

Wetenschappers van het Andlinger Center for Energy and the Environment, ontwikkelden een fotokatalitisch systeem dat organische componenten in afvalwater afbreekt en omzet in waterstof.

De techniek gebruikt een speciaal ontworpen kamer met een Zwitserse kaas-structuur van zwart silicium voor de splitsing van water en de isolatie van waterstofgas. Het proces wordt ondersteund door bacteriën die elektrische stroom opwekken wanneer ze organisch materiaal in het afvalwater verbruiken. De stroom helpt op zijn beurt het watersplitsingsproces.

Het team, geleid door Zhiyong Jason Ren, hoogleraar civiele en milieutechniek , koos afvalwater uit bierbrouwerijen voor de test. Ze stuurden het afvalwater door de kamer en gebruikten een lamp om zonlicht te simuleren. Vervolgens zagen ze hoe de organische verbindingen uiteen vielen en de waterstof omhoog borrelde.

Organische vervuiling

De technologie zou goed kunnen worden ingezet in de raffinagesector en petrochemie, waar veel organische afvalstromen zijn. Volgens de onderzoekers is dit de eerste keer dat afvalwater, en geen op het laboratorium gemaakte oplossingen, is gebruikt om waterstof te produceren met behulp van fotokatalyse. Het team produceerde het gas continu gedurende vier dagen tot het afvalwater op was.  Vergelijkbare systemen die chemicaliën uit water produceren werkten tot nog toe niet langer dan een paar uur.

Energiepositief

De onderzoekers maten de waterstofproductie door de hoeveelheid elektronen te meten die de bacteriën produceerden. De resultaten waren zeer positief en de opbrengst was volgens de onderzoekers tweemaal zo hoog als vergelijkbare technologieën.

De technologie is bovendien schaalbaar omdat de kamer die wordt gebruikt om de waterstof te isoleren modulair is. Hoewel de onderzoekers nog geen levenscyclus analyse konden uitvoeren, denken ze dat het proces op zijn minst energieneutraal, zo niet energiepositief, zal zijn.

Als de Hansa Green Tour symbool staat voor de elektrificatie van het personenvervoer, dan is ze op de goede weg. De tour die Roel Swierenga dit jaar voor de tiende keer organiseert, kende een steile curve wat betreft de actieradius van de deelnemende elektrische auto’s. Maar elektrisch transport is slechts een middel voor Swierenga om de energietransitie onder de aandacht te brengen. En die missie gaat nog wel even door. Bovendien moet de echte golf aan elektrische auto’s nog komen. Maar dat die er komt, is volgens de e-pionier wel duidelijk.

‘Al sinds 2009 toeren we met teams van zo’n twintig tot dertig man door Europa’, zegt Swierenga. ‘En waar we destijds nog met omgebouwde benzineauto’s reden of de eerste modellen van elektrische pioniers, bereikten we vorig jaar een onverwachte mijlpaal. De auto van de organisatie is namelijk een hybride auto, zodat we er zeker van kunnen zijn dat we de groep bij de finish kunnen opwachten. Tenminste, dat dachten we. Tot onze verbazing was een team dat in een Tesla Model 3 rijdt namelijk eerder in Oostenrijk dan wij. Deze auto heeft een (WLTP) actieradius van boven de vijfhonderd kilometer. In de praktijk is die actieradius iets lager, maar dankzij de Tesla superchargers is hij weer supersnel vol te laden voor de volgende rit. En ja, ook wij moeten wel eens rusten en tanken.’

Inpiratie voor elektrificatie

Missie geslaagd dus, zou je denken. ‘Elektrisch rijden is maar één onderdeel van de tour’, zegt Swierenga. ‘We startten echter met deze tour omdat we beleidsmakers, engineeringsbureaus, energiebedrijven en andere actoren in de energietransitie willen inspireren na te denken over elektrificatie. Het percentage duurzame energie in de totale energiemix in deze landen ligt al veel hoger dan in Nederland) op uitdagingen waar Nederland nu voor staat. De stroom die de auto’s voedt, moet ook groen zijn, anders draag je nog niets bij aan verduurzaming van het transport.’

Meer modellen

Hoewel het rijden van een elektrische auto dankzij het supersneller laden net zo eenvoudig is geworden als het rijden van een benzineauto, is volgens Swierenga nog wel wat werk te verzetten. ‘Tesla is nog steeds erg dominant, maar gelukkig reden er vorig jaar ook andere merken mee. Het is voor de concurrentiepositie beter als de consument keuzevrijheid heeft. Met de Kia e-Niro, Hyundai Kona electric en Jaguar E-pace is er geduchte concurrentie bijgekomen voor Tesla. Tijdens de eerste elektrische Hansa Canonball Run die we eind februari organiseerden, reden er dan ook diverse auto’s van deze merken mee. Bovendien verwacht ik ook veel van Volkswagen, dat zijn hele organisatie wil omgooien naar de productie van elektrische auto’s.’

Volkswagen gooit roer om

Swierenga mocht onlangs nog de directie van Volkswagen Emden en toeleveranciers van het grootste Duitse automerk toespreken. ‘Volkswagen streeft ernaar binnen twee jaar een elektrische auto te bouwen die de helft kost van een Tesla model 3. De directie maakte onlangs bekend dat ze twee miljard euro zal investeren om de fabriek in Emden om te bouwen naar honderd procent elektrische auto’s. Wereldwijd investeert Volkswagen zelfs zeventig miljard in elektrificatie van al haar modellen.

Groene keten

Het bedrijf vierde onlangs nog dat zijn dertig miljoenste Passat van de band rolde. Dus als Volkswagen zijn koers wijzigt naar elektrisch transport, betekent dat een grote stap voor de gehele branche. Bovendien heeft het management uitgesproken dat ze alleen groene stroom wil gebruiken en duurzame, lokaal geproduceerde accu’s wil inzetten. Het hele plaatje moet volgens de nieuwe visie kloppen, dus zowel in duurzame productie als verder in de keten. Eind dit jaar rolt de eerste auto van de ID serie, zoals Volkswagen zijn elektrische vloot noemt, van de band.