AkzoNobel Archieven - Utilities

Nouryon, Tata Steel en Port of Amsterdam willen samen een groene waterstoffabriek bouwen op het terrein van Tata in IJmuiden. De samenwerking moet het grootste duurzame waterstofcluster van Europa opleveren.

Nouryon, voorheen AkzoNobel Speciality Chemicals, wil de fabriek met een capaciteit van 100 megawatt bouwen op het terrein van Tata Steel. Het staalbedrijf heeft de waterstof nodig voor de productie van staal, en kan hiermee de staalproductie verduurzamen. Het bedrijf denkt hiermee 350.000 ton minder CO2 uit te stoten. Gelijk aan de CO2-uitstoot van 40.000 huishoudens.

Windparken

Voorwaarde om de fabriek te bouwen is wel dat er groene stroom geleverd wordt door windmolenparken op de Noordzee. Heel veel windmolens want er is ook heel veel groene stroom nodig om voldoende duurzame waterstof te produceren. Dat is volgens de bedrijven een taak van de overheid maar wel essentieel.

Het havenbedrijf van Amsterdam  gaat vooral kijken hoe de groene waterstof gedistribueerd kan worden en hoopt op de komst van nieuwe industrie. Dat is nodig om de terugloop van fossiele brandstoffen in de haven straks op te vangen. De waterstof kan ook een grote bijdrage leveren aan emissievrij transport in de regio. Bovendien kan waterstof een alternatief zijn voor verwarming van huizen in de stad.

Investering

De komende twee jaar gaan de bedrijven onderzoeken of de plannen technisch en financieel haalbaar zijn. En in 2021 wordt een definitief besluit genomen. Het gaat om een flinke inverstering die de bedrijven niet alleen willen en kunnen dragen. De overheid of EU zullen financieel bij moeten dragen.

Delfzijl

Begin dit jaar maakte Nouryon (toen nog AkzoNobel) bekend dat het samen met Gasunie de mogelijkheden voor waterstofproductie in de Eemsdelta onderzoekt. Op Chemiepark Delfzijl willen de bedrijven een installatie ontwikkelen die, met een 20 megawatt waterelektrolyse-unit, duurzaam geproduceerde elektriciteit omzet in drie kiloton groene waterstof per jaar.

Beide projecten kunnen samen een flinke stap in het verder opschalen van de elektrolysetechnologie. Elektrolyse is vooralsnog duur, maar brede inzet kan de technologie beduidend goedkoper maken, door schaalvoordelen.

 

De keynotes van Deltavisie 2018 op 7 juni zijn bekend. Zo spreekt Gasunie-bestuurder Ulco Vermeulen over de groene moleculen die in aantocht zijn. Hoe anticipeert het gastransportbedrijf daarop? Ook AkzoNobel loopt voorop in innovatie. Volgens directeur Energie Marcel Galjee kan de chemie een sleutelrol spelen in de energietransitie.

AkzoNobel wil gaag het voorbeeld geven. En met name de onlangs afgesplitste chemietak. In Rotterdam onderzoekt dit onderdeel samen met partners de mogelijkheden voor een fabriek dat methanol uit afval produceert. Ook is het chemie-onderdeel betrokken bij de bouw van een bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl. Op dezelfde locatie wil het samen met Gasunie grootschalig waterstof gaan produceren. Via elektrolyse van water.

Power-to-gas

Ook Gasunie ziet dus veel in groen waterstof. Volgens een recent rapport is grootschalige inzet van duurzaam geproduceerde  waterstof al over tien jaar realistisch. Gasunie bereidt zich daar nadrukkelijk op voor. Zo is het gastransportbedrijf een van de initiatiefnemers van een gigantisch energie-eiland op de Doggersbank, in de Noordzee. In de toekomst kunnen van daaruit enorme stromen waterstof richting de Rotterdamse industrie komen. En nu al is Gasunie betrokken bij projecten op het gebied van power-to-gas, bijvoorbeeld in Delfzijl en Zuidwending. Ook met groen gas maakt het concern vorderingen, bijvoorbeeld bij het project met superkritisch water in Alkmaar. Gasunie lijkt een koppositie in de energietransitie op te eisen.

Industry 4.o

Naast Vermeulen en Galjee spreekt ook Mark Haarman van Mainnovation tijdens Deltavisie. Zijn bureau onderzoekt momenteel de staat van de fabrieken in de Nederlandse petro- en chemische industrie. In opdracht van de overheid  brengt Mainnovation de toestand van onder meer leidingen, reactievaten, tanks en andere procesinstallaties in kaart. Wat treft het bureau aan? In een ander onderzoek analyseert het bureau de digitalisering in de industrie. Haarman: ‘Er wordt in ons land veel gesproken over de mogelijkheden van Industry 4.0, Internet of Things. De echte daden moeten nog komen.’

Meer over Deltavisie 2018 en inschrijven.

AkzoNobel heeft een koper gevonden voor de chemietak. Het onderdeel  stond sinds vorig jaar in de etalage . Het Amerikaanse private equityfonds Carlyle heeft de biedingenstrijd gewonnen. Onder andere de fabrieken in Rotterdam en Delfzijl zijn onderdeel van de deal. Inclusief verschillende  innovatieve projecten.

Carlyle betaalt 10,1 miljard euro voor de divisie. ​Carlyle moest het opnemen tegen rivalen als Apollo Management, een combinatie van Bain Capital met Advent International en het Nederlandse HAL Investments. AkzoNobel liet vorige maand weten dat de afsplitsing van de chemietak intern is afgerond.

Delfzijl en Rotterdam

In Delfzijl maakt de chemietak van AkzoNobel onder meer chloor en monochloorazijnzuur. In Rotterdam is  het afgesplitste onderdeel een belangrijke spil in het chloorcluster. Op het Bedrijvenpark Botlek maakt het bedrijf chloor, natronloog, bleekloog en waterstof uit zout. Het chloor wordt per pijpleiding geleverd aan pvc-fabrikant Shin-Etsu en aan andere klanten in de regio. Daarnaast heeft de chemietak in Rotterdam drie andere fabrieken. Zo produceert het onderdeel metaalalkylen en het bedrijft een gecombineerde warmtekrachtcentrale. In de Europoort heeft het een Dimethyletherfabriek.

Innovatieve projecten

Zowel in Delfzijl als in Rotterdam is het verkochte onderdeel betrokken bij verschillende innovatieve projecten. Zo onderzoekt het samen met Gasunie de mogelijkheden van groen waterstof op het Chemie Park Delfzijl. De bedrijven ontwikkelen een installatie die met een 20 megawatt waterelektrolyse-unit duurzame stroom omzet in drie kiloton groene waterstof per jaar. Ook is het in de Eemsdelta het betrokken bij de bouw van een bioraffinaderij, onder andere met Avantium en RWE.

In Rotterdam zit het ondermeer in een consortium met Air Liquide, Enerkem en het Havenbedrijf Rotterdam dat gaat investeren in een waste-to-chemistry installatie in Rotterdam. De fabriek is een duurzamer alternatief voor afvalverbranding, door van plastic en gemengd afval nieuwe grondstoffen te maken voor de industrie.

Carlyle

Koper Carlyle heeft geld zitten in 279 bedrijven en meer dan 300 vastgoedinvesteringen. Onder meer autoverhuurder Hertz en communicatiebedrijf Sagemcom zijn grotendeels in handen van de investeerder. Het Amerikaanse private equityfonds steekt geld in bedrijven die het vervolgens na enkele jaren weer met winst van de hand probeert te doen.

Tijdens Deltavisie op 7 juni spreekt Marcel Galjee (Directeur Energie) over de innoverende projecten en samenwerkingsverbanden waarbij het verkochte deel van AkzoNobel is betrokken.

Een consortium van Air Liquide, AkzoNobel, Enerkem en het Havenbedrijf Rotterdam gaat investeren in een waste-to-chemistry installatie in Rotterdam. De fabriek is een duurzamer alternatief voor afvalverbranding, door van plastic en gemengd afval nieuwe grondstoffen te maken voor de industrie.

Voor detailengineering, het oprichten van een speciale joint-venture en het afronden van de vergunningsprocedure is negen miljoen euro nodig. De finale beslissing voor de bouw van de fabriek moet eind dit jaar vallen. Daarbij gaat het om ongeveer 200 miljoen euro.

Groene methanol

De installatie kan 360.000 ton afval per jaar verwerken tot 220.000 ton of 270 miljoen liter ‘groene’ methanol. Dit is meer dan de totale jaarlijkse hoeveelheid afval van 700.000 huishoudens en vermindert de CO2-uitstoot met ongeveer 300.000 ton.

‘Dit is een belangrijke mijlpaal voor het project en een grote stap op weg naar een duurzame en circulaire chemische industrie’, stelt Marco Waas, directeur RD&I van AkzoNobel Specialty Chemicals en voorzitter van het consortium. ‘We kunnen niet-recycleerbaar afval verwerken tot methanol, een essentiële grondstof voor een groot aantal alledaagse producten, zoals duurzame transportbrandstof. Aan de ene kant kan methanol in bestaande toeleveringsketens worden gebruikt als vervanger van fossiele grondstoffen. Aan de andere kant biedt dit het voordeel dat er geen CO2 wordt uitgestoten door afval te verbranden.’

Eerste in Europa

De installatie met de technologie van het Canadese Enerkem komt te staan in het Botlek-gebied van de Rotterdamse haven. Het is de eerste van dit type in Europa. Niet-recycleerbaar gemengd afval, waaronder plastic, wordt eerst verwerkt tot synthesegas en daarna tot schone methanol voor de chemische industrie en de transportsector. Methanol wordt nu nog meestal uit aardgas of kolen geproduceerd. De fabriek zal worden uitgerust met twee productielijnen. Dit is de dubbele capaciteit van de grootschalige installatie van Enerkem in Edmonton, Canada.

De installatie in Rotterdam profiteert van de aanwezige infrastructuur van de Rotterdamse haven en van de samenwerking met Air Liquide en AkzoNobel voor het leveren van de benodigde zuurstof en waterstof. AkzoNobel is ook afnemer van de ‘groene’ methanol.

De productie van methanol lijk overal in de lift. Lees hierover het artikel in de recente Petrochem.

AkzoNobel produceert alle verven en lakken in Nederland vanaf nu met groene stroom. De sites in Sassenheim, Wapenveld, Groot Ammers en Ammerzoden gebruiken net als alle Sikkens-winkels elektriciteit die met windenergie is opgewekt. AkzoNobel heeft hiervoor een meerjarig contract afgesloten met Eneco. Per jaar gaat het om 66 gigawattuur, gelijk aan het energieverbruik van een stad met 33.000 inwoners, zoals Meppel.

Marcel Galjee, directeur Energie van AkzoNobel: ‘Met dit contract gebruikt AkzoNobel ook voor locaties die minder energie-intensief zijn duurzaam geproduceerde elektriciteit. Hiermee zetten we de volgende stap om de uitstoot van CO2 verder terug te dringen. In 2050 moet het hele bedrijf klimaatneutraal zijn.’

Bram Poeth, directeur Eneco Zakelijk: ‘We zijn er trots op dat we, naast de groene stoomlevering aan AkzoNobel in Delfzijl nu ook deze sites en winkels van groene stroom voorzien. Zo bouwen we samen aan een duurzamer Nederland.’

AkzoNobel kondigde vorig jaar aan gezamenlijk met DSM, Google en Philips windenergie te gaan inkopen van twee nieuwe windparken, Krammer en Bouwdokken. Ook maakt het bedrijf gebruik van duurzaam geproduceerde stoom in Hengelo en Delfzijl. Deze duurzame energie wordt door de grote productielocaties afgenomen.

Galjee voegt toe: ‘Hiermee leveren we met onze duurzaamheidsstrategie maatwerk op onze locaties. We zoeken hierbij altijd naar nieuwe samenwerkingen en nieuwe servicemodellen.’

Het nieuwe contract vermindert de CO2-uitstoot met negentien kiloton per jaar. Momenteel is veertig procent van AkzoNobels wereldwijde energieverbruik hernieuwbaar en in 2016 verbeterde bijna de helft van de bedrijfslocaties het energieverbruik. Voor 2050 is het doel om honderd procent hernieuwbare energie te gebruiken.

AkzoNobel gaat haar chemiefabriek in Rotterdam verduurzamen. Ze heeft hiervoor in het kader van het Energieakkoord een afspraak met het ministerie van Economische Zaken getekend. Eerder al tekende het bedrijf twee soortgelijke afspraken met betrekking tot energiebesparingen in Hengelo en Chemie Park Delfzijl.

AkzoNobel gaat investeren in zogeheten ‘zero gap technology’ voor haar chloorbedrijf in de Botlek. Bij deze techniek zitten de platen met membranen die worden gebruikt voor de elektrolyse om zout om te zetten in bijvoorbeeld chloor zo dicht tegen elkaar dat er geen ruimte meer tussen zit. Hierdoor kunnen chemische processen efficiënter verlopen waardoor het energieverbruik voor de chemische processen in de elektrolysefabriek tot tien procent lager is. De innovatie in de Botlek levert jaarlijks een besparing op die vergelijkbaar is met het elektriciteitsverbruik van 26.000 huishoudens.

‘De eerste stappen zijn gezet’, zegt Knut Schwalenberg, directievoorzitter AkzoNobel Nederland en Managing Director Industrial Chemicals. ‘Nieuwe initiatieven en samenwerkingsverbanden zijn nodig om een volgende, grote stap te maken in de verduurzaming van de chemische industrie en economie in Nederland. We moeten deze kansen grijpen en voortdurend zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking. De ambities van AkzoNobel gaan verder dan het Energieakkoord. Nu al is 40 procent van ons wereldwijde energiegebruik duurzaam en in 2020 zal dit 45 procent zijn.’

Avantium, AkzoNobel, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer onderzoeken samen de mogelijkheden om  een nieuwe bioraffinaderij te bouwen op het Chemie Park Delfzijl. De raffinaderij moet gebruik maken van het Zambezi-proces van Avantium. Dat zet op een kosteneffectieve manier houtsnippers om in zuivere glucose en lignine. Na de aanleg van een infrastructuur voor biostoom, dat vandaag officieel in gebruik wordt genomen, is dit de volgende stap in de vergroening van de Eemsdelta.

Na de keuze van Avantium voor Antwerpen en BASF als partner voor de bouw van haar PEF-fabriek, lijkt ze nu dus te kiezen voor een Nederlandse industriecluster en AkzoNobel als grote chemische partner. Al eerder waren  Rotterdam en bijvoorbeeld Chemelot teleurgesteld over de keuze van Avantium voor Antwerpen. Nu vissen beide grote industrieclusters wederom achter het net. Ook de haven van Amsterdam was zeer geïnteresseerd.

De bioraffinaderij krijgt verschillende productstromen. Zuivere glucose, verschillende andere suikers en lignine. Grondstoffen voor de chemie, voedingsmiddelenindustrie en brandstof voor de omzetting naar elektriciteit. De belangrijkste grondstof van de nieuwe fabriek zijn houtsnippers die lokaal worden verkregen. De toevoer daarvan wordt gecoördineerd door Staatsbosbeheer.

Testperiode

De geplande fabriek zal gebruikmaken van de infrastructuur en nutsvoorzieningen van het Chemie Park in Delfzijl. RWE zal de grondstoffen voor het Zambezi-proces leveren en lignine afnemen voor de opwekking van duurzame energie. Door de geografische, technische en logistieke voordelen van het Delfzijl-gebied, verwacht het partnerschap een kostenconcurrerende productie te realiseren, die kan helpen bij het versneld uitrollen van de biogebaseerde industrie in Noord-Nederland. De referentiefabriek wordt gebouwd met het oog op snelle uitbreidingsmogelijkheden na de testperiode.

Zetmeel

De glucose is zowel geschikt als katalysator als voor fermentatieprocessen voor de productie van nieuwe, duurzame materialen, zoals de bioplastics PLA en PEF. Gert-Jan Gruter, Chief Technology Officer van Avantium, een paar maanden geleden in Petrochem over de zuivere glucose: ‘Het product is dusdanig zuiver dat het zelfs geschikt zou kunnen zijn voor de voedingsmiddelenindustrie. Zoetstoffen en bindmiddelen uit hout dus! Twee studenten van de diëtetiekopleiding van de Hanzehogeschool in Groningen hebben marktonderzoek gedaan en kwamen tot de conclusie dat veel bedrijven uit de foodsector zeker geïnteresseerd zijn in deze nieuwe ingrediënten. Er wordt hier en daar nog wel kritisch gereageerd. Er zouden furanen zoals furfural en HMF zitten in glucose uit houtachtige biomassa. Maar dat gebeurt alleen bij hydrolyseprocessen die onder hogere temperaturen plaatshebben. Wij hebben juist een proces op kamertemperatuur ontwikkeld. Geweldig toch dat we zowel energie, grondstoffen voor de chemie als ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie kunnen produceren uit agro- en houtafval. Dan heb je ook geen discussie meer over het gebruik van zetmeel voor chemie.’

Organisch afval

Inmiddels wordt een proefinstallatie gebouwd op het Limburgse chemieterrein Chemelot. De volgende fase na de proefopstelling is de bouw van een volwaardige fabriek. Hiervoor was interesse. Uiteindelijk heeft Avantium met de verschillende partners dus voor de Eemsdelta gekozen. Voordeel is dat de technologie die door Avantium wordt ontwikkeld, is gebaseerd op een proces dat al een eeuw oud is. Gruter: ‘Omdat we voortborduren op een bestaand proces, het aantal stappen minder is en de belangrijkste producten bestaande bulkprodukten zijn, verwacht ik dat er veel eerder een business case is.’

De Bergius-technologie werd vanaf 1916 ontwikkeld en vanaf 1935 commercieel toegepast voor de productie van zuivere glucose. De technologie werd gaandeweg minder populair doordat het zeer energie-intensief is. Gruter: ‘Dat hebben we met een aantal aanpassingen aangepakt, waardoor de technologie momenteel weer zeer interessant is. Het leuke is dat een dergelijke raffinaderij gewoon in Nederland gebouwd kan worden, gevoed met lokale grondstoffen. We hebben al eens met Staatsbosbeheer berekend hoeveel wij nodig hebben en hoeveel organisch afval er jaarlijks uit de bossen komt. Dat komt aardig met elkaar overeen.’

Stoomleiding

Met de komst van de bioraffinaderij wil de Eemsdelta een volgende stap zetten in de vergroening van het industriele cluster. De afgelopen tijd werd al een infrastructuur voor biostoom aangelegd, dat vandaag officieel wordt geopend. AkzoNobel neemt voor Chemie Park Delfzijl duurzaam geproduceerde stoom afvan een biomassacentrale van Eneco, die speciaal daarvoor is omgebouwd. Om de stoom bij het Chemie Park te krijgen, legt Groningen Seaports een twee kilometer lange stoomleiding aan. In totaal investeren de drie partijen tientallen miljoenen in de ombouw en aanleg. AkzoNobel gaat met Eneco een leveringscontract aan voor de duur van twaalf jaar met een totale waarde van ongeveer tweehonderd miljoen euro.

Samen met partners werkt Avantium wereldwijd aan efficiënte processen en duurzame producten op basis van biobased grondstoffen. Een succesvol voorbeeld is de YXY-technologie waarmee Avantium PEF heeft ontwikkeld: een nieuw, hoogwaardig soort plastic met suiker als grondstof. Vanaf oktober 2016 zijn alle YXY-werkzaamheden ondergebracht in Synvina, de joint venture van Avantium en BASF.