EBN Archieven - Utilities

Na Porthos en Athos, komt er misschien een derde CCS-musketier in Nederland: Aramis. TotalEnergies, Shell Nederland, EBN en Gasunie onderzoeken de mogelijkheid voor een derde CO2-afvang en opslaghubin de haven van Rotterdam . De partijen denken in 2023 een definitief investeringsbesluit te kunnen nemen.

TotalEnergies, Shell Nederland, Energie Beheer Nederland (EBN) en Gasunie zijn een samenwerkingsverband aangegaan om grootschalige CO₂-reductie van industriële clusters te realiseren. Onder de naam Aramis werken de partijen samen aan de ontwikkeling van nieuwe transportinfrastructuur om CO2-opslag mogelijk te maken. Aramis streeft ernaar om in 2023 een definitief investeringsbesluit te nemen met een operationele start in 2026.

Aramis wil bijdragen aan de reductie van de CO₂-uitstoot van moeilijk te verduurzamen industrieën zoals afvalverwerking, de staal-, chemische-, en de cementindustrie, en raffinaderijen. Dit wil Aramis doen door een grootschalig CO₂-transportinfrastructuur die opslag mogelijk maakt aan te bieden. Dit zou de industriële sector de mogelijkheid geven CO₂ te transporteren en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. De Aramis-infrastructuur is vrij toegankelijk voor derden, zodat andere industriële klanten en opslagvelden stapsgewijs aan het systeem kunnen worden toegevoegd.

CO2-inzamelingshub

De initiatiefnemers van het Aramis project willen, in samenwerking met verschillende lokale partijen en initiatieven, onderzoek doen naar de te ontwikkelen CO₂-transportfacititeiten die de opslag mogelijk maakt. Deze betreffen onder meer een nieuwe CO₂-inzamelingshub op de Maasvlakte in de Rotterdamse haven. Potentiële klanten kunnen CO₂ naar de hub vervoeren per schip (kustvaarders en binnenvaartschepen) en via landleidingen. De CO₂-inzamelingshub omvat een compressor station, een terminal om schepen aan te leggen en opslagtanks die de vloeibare CO₂ van de schepen tijdelijk kunnen opslaan. Een offshore pijpleiding transporteert de CO₂ van de inzamelingshub naar de op zee gelegen platforms. Daar wordt de CO₂ via bestaande putten in lege gasvelden geïnjecteerd. Deze gasvelden liggen zo’n drie tot vier kilometer onder de Noordzeebodem.

Synergie

Samenwerking tussen projecten is cruciaal om de energietransitie te realiseren. Het project is ook van plan synergieën te creëren met Porthos en Athos, bestaande CCS-projecten in Nederland gericht op lokale industriële clusters. Zo kan in de toekomst aan de behoeften van meer industrieclusters worden voldaan om hun transitie naar duurzamere productieprocessen te ondersteunen.

Energie Beheer Nederland (EBN) mag risicodragend deelnemen in aardwarmteprojecten in Nederland. Dat schrijft minister Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer. De deelname van de overheidsinstantie kan de ontginning van aardwarmtebronnen versnellen. EBN zal vooralsnog voor twintig tot veertig procent deelnemen in projecten.

Met de deelname van EBN hoopt de minister op een professionele versterking en versnelling van het aantal projecten in de aardwarmtesector. Wiebes: ‘Bij aardwarmteprojecten is de inbreng van kennis en ervaring juist ook in de opsporingsfase, onder meer bij het boren, van belang. Vooral in deze fase kan verplichte deelname door EBN vanaf de eerste vergunning leiden tot betere keuzes en verlaging van risico’s die zich voor zouden kunnen doen gedurende de gehele looptijd van een aardwarmteproject.’

Coördinatie

Ook kan EBN een actieve rol vervullen bij coördinatie-vraagstukken in de ondergrond en het optimaal benutten van de maatschappelijke en economische meerwaarde ervan, het zogeheten planmatige beheer en doelmatige winning van de publieke ondergrond.

Toestemming

Om EBN risicodragend te laten deelnemen, moet de overheidsinstantie een wettelijke taak krijgen op het gebied van aardwarmte. Dit wordt geregeld via een wijziging van de Mijnbouwwet. Vooruitlopend op deze wijziging geeft de minister EBN toestemming om zich bezig te houden met activiteiten die gericht zijn op aardwarmte. Totdat de Mijnbouwwet is gewijzigd kan deelname op vrijwillige basis, wat betekent dat het aan de initiatiefnemer is om EBN te verzoeken deel te nemen. De minister moet tot inwerkingtreding van de wijziging van de Mijnbouwwet per project toestemming geven voor deelname.

Geothermische systemen kunnen een stuk goedkoper worden aangelegd als projecten kunnen worden gebundeld. Reeds aangeboorde putten geven namelijk veel inzicht in de potentie van een volgende bron. Dit effect van de zogenaamde play-based portfoliobasis wordt groter naarmate er meerdere putten worden geboord en kan zo volgens onderzoek van EBN en TNO oplopen tot twee miljard euro bij ontsluiting van 200 doubletten.

Geothermie heeft zich, mede dankzij ondernemende partijen in de glastuinbouw en de beleidsinstrumenten van de SDE+ en de RNES, weten te ontwikkelen tot een serieus ontluikende sector. In januari 2017 waren er in Nederland 16 doubletten gerealiseerd. Ook de relatief gunstige kostprijs maakt geothermie een aantrekkelijk alternatief voor verwarming met aardgas.

Naar verwachting kan het toepassen van de play-based portfoliobenadering substantieel bijdragen aan dit versterken en versnellen. Een geothermische play is een aardwarmtepotentieel gebaseerd op de aanwezigheid van water in een formatie met vergelijkbare geologische eigenschappen en omstandigheden. De homogeniteit van de geologie binnen een play maakt dat de ondergrondkennis van het eerste project een sterk voorspelbare waarde heeft voor een vervolgproject in dezelfde play.

Het project neemt veel risico’s weg voor het vervolgproject. De voorspelbaarheidswaarde geldt nog sterker voor projecten binnen de nog homogenere subplays. Bij een optimale play-ontwikkeling worden alle potentiële projecten in een (sub)play in samenhang ontwikkeld door de ondergrondgegevens, kennis en expertise van het eerste project naar alle vervolgprojecten mee te nemen.

Het de-riskeffect brengt een substantiële geologische risicoreductie van de investeringskosten met zich mee en vertegenwoordigt een grote waarde. Hoe groter het herhaalpotentieel van vervolgprojecten in een (sub)play is, des te hoger de net present value ervan is.

Op basis van de informatie uit ThermoGIS (2012) en de WarmteAtlas analyseerde TNO drie geothermische hoofdplays: de Jura/ Krijt-play, de Trias-play en de Rotliegend-play. Om de meerwaarde van de optimale play-ontwikkeling te kwantificeren is deze vergeleken met een stand-alone ontwikkeling waarin de kennis en informatie niet van project naar project wordt overgedragen. De meerwaarde is substantieel en bedraagt ongeveer twee miljard euro op in totaal ongeveer tweehonderd te ontwikkelen doubletten die samen zo’n veertig petajoule genereren.

Download hier de volledige publicatie