ENGIE Archieven - Utilities

Engie overweegt de bouw van een elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De installatie zet de stroom om van een nieuw zonnepark vlakbij de gasbehandelinginstallatie van NAM. Het groene waterstofgas is met name bedoeld voor de transportsector.

Engie en Port of Den Helder overwegen de bouw van een één tot anderhalf megawatt elektrolyzer in de Kooyhaven in Den Helder. De elektrolyzer zou de stroom van een nieuw drie megawattpiek zonnepark op industrieterrein Oostoever omzetten in groene waterstof. De elektrolyzer lost ook eventuele congestieproblemen op het lokale net op.

Het groene waterstofproject maakt deelt uit van een verduurzamingstraject dat Port of Den Helder samen met Engie, Total, Damen Shipyards, Alliander en andere partners uitstippelde. De haven bouwt voor een belangrijk deel op de offshore gasindustrie, een sector die langzaam maar zeker zal verdwijnen.

Waterstofvaartuig

In het gebied van de Kooyhaven bouwt Total waterstof vulpunten waar personenvoertuigen en vrachtwagens kunnen tanken en schepen waterstof kunnen bunkeren. Als onderdeel van het project ontwikkelt Damen Shipyards een servicevaartuig dat elektrisch vaart op waterstof. Het schip zal onder andere gebruikt worden door onderzoeksinstellingen en Port of Den Helder.

Lokale productie

Om de elektrolyzer te voeden met groene stroom bouwt Engie in eerste instantie een zonnepark van 2,8 megawattpiek. Voor dit zonnepark is in november 2020 een vergunning verleend. Zodra de uitslag van de SDE++ subsidie aanvraag bekend is, start men de bouw van het park. In een later stadium volgt dan een groter zonnepark. Het streven is begin 2022 de keten van een zonnepark, elektrolyzer en tankstation volledig operationeel te hebben.

Netbalans

Samen met de regionale netbeheerder onderzoeken de betrokken partijen of de waterstofinstallatie een rol kan spelen in de netcongestie. Door bij aanbod van veel zon en wind waterstof te produceren en daarmee te voorkomen dat zonneparken of windparken moeten worden uitgezet. Ook kijkt Engie naar het inzetten van de elektrolyzer als flexibel regelvermogen.

Blauwe waterstof

Vorig jaar kondigde het samenwerkingsverband van bedrijven en overheden in Den Helder H2Gateway aan de mogelijkheden te verkennen voor grootschalige productie van blauwe waterstof. H2Gateway wil een faciliteit ontwikkelen voor de centrale productie van ongeveer 0,2 megaton blauwe waterstof per jaar voor de industrie.

 

Ondanks de coronacrisis is de noodzaak tot verduurzaming onverminderd groot. Sterker nog, naar verwachting zal strenger dan ooit worden gehandhaafd. Er moet dus actie genomen worden, en snel. 31 december 2020 is namelijk een belangrijke deadline voor grote ondernemingen: dan moeten zij een EED-audit hebben voltooid in het kader van de Europese Energie-Efficiency Richtlijn. Gebeurt dit niet, dan dreigen boetes. Maar doe je dit wél, dan heb je een handige lijst met concrete besparingsmaatregelen.

Tekst: Niels Lubbinge, Productexpert ENGIE Energie.

Vanwege een door corona veroorzaakte economische tegenslag zit nu niemand te wachten op audits en rapporten. Het is begrijpelijk dat ondernemingen de milieuwetgeving even opzij hebben gezet. Voor bedrijven die het totaalbeeld wellicht niet helemaal helder hebben, is het belangrijk te weten waar nu op gehandeld kan – en moet – worden.

Wat is een EED-audit?

De EED-audit is onderdeel van de European Energy Directive (EED), Europese wetgeving die sinds 2012 van kracht is. Deze wet is erop gericht de energie-efficiëntie in Europa met 20% te verbeteren. Eén onderdeel van de EED is een audit die om de vier jaar moet worden ingediend. Dit is kortgezegd een verslag met een verklaring van waar alle ingekochte energie van een bedrijf naartoe gaat én een lijst met alle mogelijke energiebesparende maatregelen en de te verwachten effecten daarvan. Een EED is verplicht voor grote ondernemingen: organisaties met meer dan 250 FTE in dienst en/of meer dan 50 miljoen euro jaaromzet. Behoor je tot deze groep, dan is de deadline voor deze audit 31 december 2020.

Gebouwde omgeving

Wanneer je daarnaast gevestigd bent op het terrein van de gebouwde omgeving, is sinds 20 maart 2020 ook de EPBD III-richtlijn van toepassing op je organisatie. Deze richtlijn bevat niet alleen bepalingen over het vastleggen van de energieprestaties van bouwsystemen, maar ook keuringsverplichtingen voor verwarmings- en aircosystemen, en verplichtingen omtrent de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

Uitstel

Het kán tenslotte ook zo zijn dat je onderneming tevens voldoet aan de Nederlandse criteria voor de energiesparings– en informatieplichten in de Wet milieubeheer. Gebruik je op een locatie per jaar meer dan 50.000 kWh aan stroom of 25.000 m3 aan aardgas(equivalent)? Dan ben je verplicht energiebesparende maatregelen te nemen die je binnen vijf jaar kunt terugverdienen (de zogenoemde Erkende Maatregelen) én een verslag in te dienen van reeds genoemde maatregelen. De meest recente deadline voor dit rapport was 1 juli 2019. Maar omdat de informatieplicht zo nauw verbonden is aan de benodigde informatie voor een EED-audit, kregen auditplichtigen uitstel tot 5 december 2019.

Deadlines gemist

In theorie hebben ondernemingen dus veel verplichtingen: een auditplicht vanuit Europa, maar ook een bespaar- en informatieplicht vanuit de Nederlandse wetgeving. In de praktijk hebben veel bedrijven de deadlines voor deze verplichtingen gemist: in juli 2019 maakte het RVO bekend dat minder dan de helft van de ondernemingen de deadline voor de informatieplicht had gehaald. Tot nu toe heeft dat niet tot problemen geleid. Maar dit gaat veranderen.

Politieke klimaatverandering

Recent gaf een verkennend onderzoek van de Rekenkamercommissie WVOLV aan dat er niet altijd even streng is gehandhaafd op de besparingsplicht. Ook met de EED-audit is tot nu toe zeer coulant omgesprongen. In het verleden hebben veel organisaties daarom een afwachtende houding aangenomen als het aankomt op verduurzaming. Het zal zo’n vaart niet lopen, leek het algemeen sentiment. Maar deze houding is niet meer vol te houden.

De overheid voelt de urgentie om te verduurzamen namelijk groeien. We hebben een klimaatakkoord met ambitieuze doelstellingen, de maatschappelijke druk om te verduurzamen neemt toe (denk aan het Urgenda-vonnis) en ook vanuit de politiek groeit de druk om strikter te handhaven. Minister Wiebes trekt in Nederland de teugels aan in de milieuwetgeving, terwijl in Europa Frans Timmermans stappen blijft zetten met de Green Deal. Zo is er bijvoorbeeld vijf miljoen euro uitgetrokken voor de versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht (VUE). Daarnaast is de verantwoordelijkheid voor de beoordeling van energierapporten overgeheveld van de omgevingsdiensten naar de RVO. Al met al kan hierdoor de volgende controleur die bij je op de stoep staat net wat strenger in de leer zijn dan zijn voorganger.

Wat moet ik nu doen?

Ben je auditplichtig en ben je nog niet begonnen met het auditproces? Ga zo snel mogelijk aan de slag. Je moet beseffen dat een EED-audit een arbeidsintensief project is, zowel voor de auditeur als voor de onderneming.

Wil je de audit niet zelf voltooien, zet dan om te beginnen je offerteaanvragen voor een audit uit. Wacht vooral niet tot het laatste moment om contact op te nemen. Wanneer aanvragen zich tegen het einde van het jaar ophopen bij auditeurs, is voor ondernemingen de kans op achterstand groot. Binnen je organisatie is het vervolgens van belang dat je een interne taskforce opzet. Een EED-audit bestrijkt namelijk je hele organisatie, van je afvalverwerking tot je verkeersstromen. Op operationeel niveau betekent dit dat locatiemanagers bijvoorbeeld auditeurs toegang moeten verschaffen tot ketelruimtes, of dat technisch personeel met de auditeur de fabrieksvloer op moeten.

Meerjarenplan

Op strategisch niveau betekent dit dat alle stakeholders een bijdrage moeten leveren aan de verduurzamingsstrategie. Ondernemingen hebben nog lang niet altijd helder wat hun meerjarenplan is op dit gebied, maar de EED-audit vereist wel dat je deze strategie op papier zet. Vergis je niet: voor die strategie is een hoop huiswerk nodig! Zo moet je kijken naar de prestaties van iedere locatie, en of die investeringen in duurzaamheid rechtvaardigt. Lopen ze niet goed, doek je ze dan op? Of misschien ga je verhuizen. Is dat over een jaar? Twee jaar? Of moet je wachten op vastgoedontwikkeling, die wellicht ook vertraging heeft opgelopen door de recessie?

Toch is dit niet voor niets. De EED-audit stelt je in staat om keuzes te maken in energiebesparende maatregelen. Omdat de EED-audit je een overzicht geeft van de verwachten effecten van maatregelen, heb je direct helder welke maatregelen de meest positieve economische impact op je onderneming hebben! Houd daarbij natuurlijk wel in je achterhoofd dat je volgens de Nederlandse besparingsplicht verplicht bent alle maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder door te voeren.

Al dit soort overwegingen die meespelen in een EED-audit kunnen juist voor grote ondernemingen gevoelig liggen. Investeringen die zich niet binnen enkele jaren terug laten verdienen, zijn een stuk ingewikkelder om intern te accorderen, maar het zijn precies deze grotere maatregelen die de overheid steeds meer zal willen zien. Het is niet langer voldoende gloeilampen met ledjes te vervangen. De focus zal verschuiven naar zaken zoals isolatie van kantoren en productielocaties, aanpassingen aan machinelijnen, verduurzaming van aanvoerketens – kortom, beslissingen die je niet zo een-twee-drie neemt. Aangezien deze onderwerpen doorgaans niet tot de core business van een onderneming behoren, worden (externe) sparringpartners hierdoor steeds belangrijker.

Besef moet snel indalen

In de afgelopen tien jaar is de druk nog nooit zo groot geweest om serieus aan de slag te gaan met verduurzaming. Toch lijkt ondernemend Nederland hier nog maar beperkt mee bezig te zijn. Deze afwachtende modus is niet meer vol te houden. Dus ben je EED-auditplichtig, dan is het nu tijd om aan de slag te gaan! Heb je nog niet voldaan aan de informatieplicht? Neem die dan alsnog mee. Zo ben je voor het eind van het jaar helemaal up-to-date en kun je overheidscontroleurs met een gerust hart tegemoet treden.

 

ENGIE heeft een overeenkomst afgesloten voor de verkoop van al haar aandelen in de kolencentrales in Nederland en Duitsland. Riverstone Holdings LLC, een wereldwijde op energie gerichte investeringsmaatschappij, wordt de nieuwe eigenaar van de kolencentrale in Rotterdam.

In Nederland is de kolencentrale van Rotterdam onderdeel van de verkoop. In Duitsland betreft het de centrales van Farge, Zolling en Wilhelmshaven. Het totale vermogen van de centrales is 2.345 megawatt. Door de transactie neemt de geconsolideerde schuld van ENGIE af met ongeveer tweehonderd miljoen euro. De verkoop is gehouden aan gebruikelijke voorwaarden en zal naar verwachting in het tweede semester 2019 worden voltooid.

In Nederland is het vanaf 2030 verboden om nog energie op te wekken met kolencentrales. Duitsland heeft een zelfde soort moratorium voor kolenstroom in het leven geroepen in 2038. Het is de vraag hoe de investeringsmaatschappij hier mee om denkt te gaan. Het ligt in de lijn der verwachting dat de centrales gecompenseert worden voor de vervroegde afschrijving. Wellicht dat daar nu op wordt geanticipeerd.

Twaalf miljard investeringen

De verkoop van de kolencentrales past in de in 2015 ingezette strategie van ENGIE. Onderdeel daarvan is het afstoten of sluiten van de bestaande kolencentrales en inmiddels is de elektriciteitsopwekking met kolen met 75 procent teruggebracht. Het aandeel van kolen in de totale opwekcapaciteit neemt door deze verkoop in drie jaar tijd af van dertien naar vier procent.

Isabelle Kocher, ENGIE CEO: ‘Wij richten ons op investeringen in integrale energieoplossingen voor onze klanten, ondernemingen en overheden, grootschalige ontwikkeling van hernieuwbare energie en de aanpassing van energienetwerken, die voor de energietransitie noodzakelijk is. Voor deze activiteiten maken we twaalf miljard euro beschikbaar in de periode 2019-2021.’

De geleidelijke terugkeer van de Belgische kerncentrales op het elektriciteitsnet zet zich voort. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) gaf zijn toestemming voor de heropstart van Tihange 3. De bouwkundige werken, die vereist zijn voor de heropstart van de eenheid, zijn afgerond. Naar schatting zal de centrale opnieuw aan het net gekoppeld worden op 7 januari, in plaats van 2 maart zoals oorspronkelijk gepland.

Het FANC heeft het voorgestelde actieplan van Electrabel voor de bouwkundige werken in het niet-nucleaire gedeelte van Tihange 3 goedgekeurd. Volgens dit plan worden in een eerste fase de  betonwerken uitgevoerd die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de veiligheidseisen. De niet-kritische betonstructuren worden later gefaseerd vernieuwd.

Electrabel bevestigt dat, dankzij de grote menselijke en technische inzet, de eerste fase van de werken is afgerond en dat de resultaten van de controletesten positief zijn. Bijgevolg start Electrabel met de voorbereidingen voor de veilige heropstart van Tihange 3 op 7 januari.

Dakplaat

Tijdens de volgende geplande onderhoudsperiode zullen haar medewerkers overgaan tot de constructie van een nieuwe dakplaat, ook al zijn de veiligheidsmarges van de huidige constructie voldoende groot. De teams zullen dan ook de niet-kritische herstelling van de muren uitvoeren.

Met de terugkeer van Tihange 3, Doel 3, Tihange 1 en Doel 4 zal dus 4000 megawatt aan lokale nucleaire productiecapaciteit opnieuw op het net komen voor de winter, in overeenstemming met de engagementen van Electrabel.

Extra capaciteit

De medewerkers van Electrabel hebben sinds september bovendien uitzonderlijke inspanningen geleverd om 1273 megawatt aan bijkomende lokale capaciteit te creëren. Die is afkomstig van de heropstart van de gascentrale van Vilvoorde, die sinds 2014 stilligt, na een akkoord met eigenaar EMGB (+ 255 megawatt). De optimalisatie van het rendement van de thermische centrales (+ 100 megawatt)

De installatie van bijkomende mobiele generatoren op verschillende sites (+ 418 megawatt) en vraagbeheer bij industriële klanten (+ 500 megawatt).

Daarnaast worden ook de thermische en hydraulische centrales van de ENGIE Groep in Frankrijk, Nederland en Duitsland ingezet.

Met de overname van Biogas Plus, dat zich bezig houdt met biovergisting en groengas, wil Engie een stap voorwaarts zetten op het gebied van groengas ontwikkeling in Nederland. Volgens Engie is dit een ontwikkeling die de komende jaren een versnelling gaat doormaken.

De overname past bij de ambitie van Engie in het kader van de energietransitie. Het bedrijf is er van overtuigd dat groengas hierin een essentiële rol gaat spelen. De vraag naar groengas in Nederland neemt sterk toe terwijl de beschikbaarheid daarvan nog beperkt is. Engie wil met deze overname de ontwikkeling van groengas versnellen. Groengas draagt direct bij aan het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Het kan aardgas vervangen daar waar duurzame elektriciteit niet overal een oplossing is. Daarnaast draagt het direct bij aan de landelijke doelstellingen voor duurzame energieopwekking.

De specialistische kennis die noodzakelijk is voor het ontwikkelen van dergelijke installaties is nog schaars in Nederland. Biogas Plus beschikt over uitgebreide kennis en ervaring op het gebied van het biologische proces en de bijbehorende technologie voor zowel co-vergisting, afvalvergisting als mestvergisting. Het bedrijf is actief door de hele keten van advies en ontwerp tot bouw en onderhoud van installaties. Biogas Plus is betrokken bij vele tientallen projecten van ombouw tot volledige nieuwbouw en van klein tot grootschalig. Door de overname kan Biogas Plus gebruik maken van het internationale netwerk van Engie en vormgeven aan de groeiambities in Europa. Zo wordt naast diverse projecten in Nederland al gewerkt aan projecten in Frankrijk.

Amsterdam ArenA, ENGIE, gemeente Amsterdam, ING en Nuon hebben op de vastgoedbeurs Provada een ‘Letter Of Intent’ getekend voor de ontwikkeling van een ‘Energy Hub’. Deze heeft als doel Amsterdam Zuidoost versneld te verduurzamen. De verduurzaming richt zich in eerste instantie op de gebouwen van de ING en de mogelijkheid tot energie-uitwisseling met de Amsterdam ArenA.

De betrokken partijen zien efficiëntievoordelen in het delen, uitwisselen en hergebruiken van energievoorzieningen als de inzet van innovatieve oplossingen binnen deze ‘Energy Hub’. Deze bijzondere samenwerking maakt een versnelling in de energietransitie mogelijk.

Proeftuin

Gemeente Amsterdam heeft binnen het Zero Emission Cities programma (ZEC) van World Business Council Sustainable Development (WBCSD) het deelgebied Amsterdam Zuidoost als ‘proeftuin’ aangemerkt om te komen tot CO₂ vrije energieprojecten en uiteindelijk tot een CO₂-vrij gebied. Amsterdam ArenA is accelerator én inspirator voor Zuidoost door haar concept ‘Energy Hub’ met andere bedrijven en instellingen in Amsterdam Zuidoost te realiseren. Doelstelling is om na de zomer concrete voorstellen voor te kunnen leggen aan ontwikkelende partijen in Zuidoost. Waar mogelijk wordt samengewerkt met ZOEnergy. Allemaal stappen die bijdragen aan het streven van de gemeente Amsterdam: een aardgasloze stad met een duurzame energievoorziening.

Het Franse energieconcern Engie verkoopt zijn olie- en gasdivisie aan Neptune Energy voor 4,7 miljard dollar (3,6 miljard euro). Daarmee zet het bedrijf een volgende stap in zijn low carbon-strategie.

Neptune Energy is in handen van de investeringsmaatschappijen Carlyle Group en CVC Capital Partners. Engie bezit zeventig procent van het olie- en gasonderdeel. De resterende dertig procent van de tak is in bezit van China Investment Corp. Met de verkoop verkleint Engie zijn blootstelling aan de schommelingen op de oliemarkt en kan het bedrijf schuld aflossen. Het bedrijf is bezig voor vijftien miljard euro aan bezittingen af te stoten.

De olietak van Engie is met name actief in de Noordzee en heeft ook activiteiten in Noord-Afrika en Azië. Het bedrijf is de grootste exploitant van offshore-velden in het Nederlandse deel van de Noordzee. De olie- en gasproductie van het onderdeel ligt op het equivalent van 150.000 vaten per dag. De reserves bedragen 672 miljoen vaten.

CEO Isabelle Kocher noemde de deal een volgende stap in de leidende rol die Engie wil nemen in de energietransitie. De bedrijfsactiviteiten zijn met deze deal voor 85 procent gereguleerd en gecontracteerd. Daarmee verbetert het risicoprofiel van het bedrijf.