Havenbedrijf Rotterdam Archieven - Utilities

Havenbedrijf Rotterdam wil groene waterstof uit IJsland importeren. Om de haalbaarheid daarvan te onderzoeken heeft ze een memorandum van overeenstemming getekend met Landsvirkjun, het nationale energiebedrijf van IJsland.

De haven van Rotterdam is de grootste haven en energiehub van Europa en heeft een ambitieus waterstofmasterplan ontwikkeld. Ze wil onder andere de belangrijkste importhub worden voor waterstof voor Noordwest-Europa. ‘We verwachten dat waterstof de huidige positie van olie zal overnemen, als energiedrager en als grondstof voor de industrie,’ zegt Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam. ‘Daarom verkennen we de mogelijkheden om waterstof te importeren uit landen die de potentie hebben om grote hoeveelheden waterstof te produceren tegen een concurrerende prijs, zoals IJsland.’

Waterkrachtcentrale

Onlangs kondigde Landsvirkjun aan een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de ontwikkeling van een fabriek voor groene waterstof bij de waterkrachtcentrale Ljósifoss, circa zeventig kilometer van Reykjavik. De productie wordt koolstofvrij, door de elektrolyse van water met hernieuwbare energie. Momenteel wordt het grootste deel van de waterstofvoorziening wereldwijd nog geproduceerd met aardgas.

 

 

Veertien partijen die betrokken zijn bij groene waterstofprojecten schreven een brandbrief naar minister Wiebes van EZK. De bedrijven zijn bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Grootschalige waterstofproductie via elektrolyse is volgens de partijen niet mogelijk als de minister vasthoudt aan de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Ook achten de bedrijven een grootschalig elektrolyse-systeem op de korte termijn niet haalbaar.

Veertien bedrijven, waaronder Shell, Nouryon en Yara, schreven een brandbrief naar minister Erik Wiebes van Economische Zaken en Klimaat als reactie op het conceptadvies van het planbureau voor de leefomgeving (PBL) voor de inrichting van de SDE++ regeling. De subsidie is een vervolg van de SDE+ regeling, maar focust zich meer op CO2-besparing binnen de industrie. Het geld voor de regeling komt uit de CO2-heffing die Wiebes eerder bekend maakte.

Emissiefactor 183 gram

De bedrijven vinden het vooral bezwaarlijk dat de minister uitgaat van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur voor een electrolyser. Dit zou betekenen dat een electrolyser meer CO2 uitstoot dan de fossiele installaties die het vervangt. De partijen gaan er van uit dat de electrolyser wordt gevoed met groene stroom waardoor de CO2-uitstoot op nul komt. Als de minister het advies van het PBL opvolgt, zal groene waterstof volgens de briefschrijvers helemaal buiten de boot vallen.

Ook de schaalgrootte schoot de schrijvers van de brandbrief in het verkeerde keelgat. Hoewel er wel onderzoeken zijn gepland naar gigawatt-electrolysers, zijn er veel kleinere tussenstappen nodig om de techniek te ontwikkelen. De bedrijven benadrukken bovendien dat waterstof een integraal onderdeel is van het energiesysteem. Met name voor de opslag van overtollige windenergie biedt waterstof goede economische en ecologische perspectieven.

Vertraagd

Op basis van de aannames over onder andere de te hanteren emissiefactor en de referentie-installatie verwachten partijen dat de eerste (kleinschalige) groene waterstofprojecten niet (of pas ver na 2020) in aanmerking komen voor SDE++. Partijen zijn daarom bezorgd dat onder deze uitwerking van de SDE++ voor waterstof de benodigde opschaling vele jaren wordt vertraagd.

De brandbrief is ondertekend door Nouryon, Engie, BP, Havenbedrijf Rotterdam, Vattenfall, Shell Nederland, BioMCN, Tata Steel Nederland, Port of Amsterdam, Innogy, Yara, SkyNRG, Groningen Seaports en Gasunie.

Een consortium van Air Liquide, AkzoNobel, Enerkem en het Havenbedrijf Rotterdam gaat investeren in een waste-to-chemistry installatie in Rotterdam. De fabriek is een duurzamer alternatief voor afvalverbranding, door van plastic en gemengd afval nieuwe grondstoffen te maken voor de industrie.

Voor detailengineering, het oprichten van een speciale joint-venture en het afronden van de vergunningsprocedure is negen miljoen euro nodig. De finale beslissing voor de bouw van de fabriek moet eind dit jaar vallen. Daarbij gaat het om ongeveer 200 miljoen euro.

Groene methanol

De installatie kan 360.000 ton afval per jaar verwerken tot 220.000 ton of 270 miljoen liter ‘groene’ methanol. Dit is meer dan de totale jaarlijkse hoeveelheid afval van 700.000 huishoudens en vermindert de CO2-uitstoot met ongeveer 300.000 ton.

‘Dit is een belangrijke mijlpaal voor het project en een grote stap op weg naar een duurzame en circulaire chemische industrie’, stelt Marco Waas, directeur RD&I van AkzoNobel Specialty Chemicals en voorzitter van het consortium. ‘We kunnen niet-recycleerbaar afval verwerken tot methanol, een essentiële grondstof voor een groot aantal alledaagse producten, zoals duurzame transportbrandstof. Aan de ene kant kan methanol in bestaande toeleveringsketens worden gebruikt als vervanger van fossiele grondstoffen. Aan de andere kant biedt dit het voordeel dat er geen CO2 wordt uitgestoten door afval te verbranden.’

Eerste in Europa

De installatie met de technologie van het Canadese Enerkem komt te staan in het Botlek-gebied van de Rotterdamse haven. Het is de eerste van dit type in Europa. Niet-recycleerbaar gemengd afval, waaronder plastic, wordt eerst verwerkt tot synthesegas en daarna tot schone methanol voor de chemische industrie en de transportsector. Methanol wordt nu nog meestal uit aardgas of kolen geproduceerd. De fabriek zal worden uitgerust met twee productielijnen. Dit is de dubbele capaciteit van de grootschalige installatie van Enerkem in Edmonton, Canada.

De installatie in Rotterdam profiteert van de aanwezige infrastructuur van de Rotterdamse haven en van de samenwerking met Air Liquide en AkzoNobel voor het leveren van de benodigde zuurstof en waterstof. AkzoNobel is ook afnemer van de ‘groene’ methanol.

De productie van methanol lijk overal in de lift. Lees hierover het artikel in de recente Petrochem.

Het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is toegetreden tot het groene waterstofconvenant ‘Energy Island’ Goeree-Overflakkee. Bij de proeftuin draait het om het opwekken van waterstof via elektrolyse met groene stroom. Interessant is hierbij ook de productie van groen ammoniak. 

In december hebben verschillende overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven een waterstofconvenant ondertekend. Ze willen zich daarmee inzetten voor de ontwikkeling van economisch haalbare waterstofprojecten.

Nu blijkt dat ook het Havenbedrijf Rotterdam bij het initiatief heeft aangesloten. Bij de eventuele opschaling en synergie met industriële ontwikkelingen kan de Rotterdamse haven een belangrijke rol spelen. ‘Groene waterstof is als grondstof en brandstof essentieel om onze economie te verduurzamen’, stelt Allard Castelein, president-directeur van HbR.

Groen ammoniak

Al in 2020 verwacht Goeree-Overflakkee een overschot van twintig procent aan duurzame opgewekte stroom op het eiland. De ongebruikte energie kan dan worden ingezet om waterstof te genereren.  Projecten waarover zou worden nagedacht zijn ondermeer het bouwen van installaties die waterstof maken uit groene stroom, het toevoegen van waterstof aan het lokale aardgasnet, elektrische voertuigen die op waterstof rijden en een of twee waterstoftankstations.

Daarnaast wordt gekeken naar een kunstmestfabriek waar waterstof wordt omgezet in groen ammoniak. Momenteel zijn kunstmestfabrieken een van de grootste energieslurpers van de Nederlandse economie. Bij elkaar nemen kunstmestfabrikanten Yara en OCI Nitrogen bijna tien procent van het totale aardgasgebruik voor hun rekening. De waterstof om ammoniak te produceren wordt nu nog uit aardgas gehaald. Bovendien kost dit proces ook veel energie, eveneens in de vorm van aardgas. Door via elektrolyse waterstof uit water te halen, kan dus een enorme stap worden gemaakt.

Niet voor niets is kunstmestfabrikant Yara in Sluiskil een van de ondertekenaars van het convenant. Luc Haustermans, vice-president innovation management bij Yara: ‘Ammoniak is een essentiële molecuul in de uitbouw van een groene waterstof economie voor energie, chemie, transport en landbouw. Dit convenant biedt een uitstekende kans om dit te demonstreren.’