HIER Archieven - Utilities

Het klimaatkwartet Bert Metz, Leo Meyer, Sible Schöne en Wim Turkenburg stuurde namens klimaatbureau HIER een oproep aan minister Wiebes voor het uit de lucht halen van CO2. Het viertal ziet ook voor de industrie een rol weggelegd met CCS bij de verbranding van bioplastics en biobrandstoffen. 

Het uit de lucht halen van CO2 zal een belangrijke rol moeten spelen bij het realiseren van de klimaatdoelstelling van Parijs. Dat gebeurt nu niet, terwijl het realiseren van dergelijke negatieve emissies een substantiële bijdrage kan leveren aan de benodigde reductie in 2030, naast alle noodzakelijke maatregelen om de uitstoot van CO₂ terug te dringen.

Dat schrijven Bert Metz, Leo Meyer, Sible Schöne en Wim Turkenburg in een brief aan minister Wiebes. Er is volgens de experts ook een programma van onderzoek, ontwikkeling en demonstratie nodig om beter inzicht te krijgen in methoden en technieken om tot negatieve emissie van broeikasgassen te komen en op de kansen hierbij voor Nederland.

Vastleggen

Het onttrekken van CO2 aan de lucht kan op diverse manieren, zoals herbebossing en het verhogen van het organisch-stofgehalte van landbouwgronden en van de grond in natuurgebieden. Een andere optie is het afvangen en opslaan van CO2 uit processen (bij zowel industrie als elektriciteitscentrales) waarbij biomassa als grond- of als brandstof wordt gebruikt. Ook kan men installaties bouwen waarmee CO2 direct uit de lucht kan worden gehaald en langdurig kan worden omgezet in duurzame producten zoals koolstofvezels. Verder kan CO2 worden vastgelegd in gesteenten zoals olivijn.

Industrie: CCS en biowkk

Bij de industrie zullen fossiele grondstoffen moeten worden vervangen door biomassa en andere hernieuwbare grondstoffen. Negatieve emissie kan dan worden verkregen door afvangen van CO2 bij chemische processen, warmteproductie met biomassa en bij de productie van biobrandstoffen.

De chemische industrie heeft zich inmiddels ook tot taak gesteld fossiele grondstoffen deels door biomassa te vervangen. Het gaat daarbij vooral om de productie van bulkchemicaliën die voor de productie van kunststoffen worden gebruikt. De meeste kunststoffen komen in Nederland uiteindelijk in afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) terecht. Door deze installaties van CO2 afvang en opslag te voorzien, kan omstreeks 2030 circa 0,6 Mton CO2 per jaar uit de lucht worden gehaald.

Bij gebruik van biomassa voor de productie van koolstof, een grondstof voor diverse industriële producten, kan via AVI’s-met-CCS nog zo’n 0,6 Mton per jaar aan de lucht worden onttrokken. Dit betekent een negatief emissiepotentieel van 1,2 Mton CO2. En in 2050 kan het negatief emissiepotentieel van de industrie wellicht zo’n 3,5 Mt CO2 per jaar zijn.

Warmte-kracht installaties (WKK’s) die hoge temperatuur-warmte voor de industrie produceren, kunnen door omschakeling op biomassa als brandstof en door CO2 afvang en opslag omstreeks 2030 jaarlijks naar schatting zo’n 2,5 Mton CO2 uit de lucht halen. Tel daarbij het gebruik van CCS bij AVI’s op, zoals in het regeerakkoord genoemd, dan komt daar – door het organisch materiaal in het afval – nog circa 1,4 Mton per jaar bij. Een kleine 4 Mton per jaar negatief dus.

Biobrandstoffen

In 2050 zal het potentieel naar verwachting aanzienlijk groter zijn, mede afhankelijk van de inrichting van industriële processen en van het energiesysteem. Negatieve emissie van CO2 kan ook worden bereikt bij de productie van biobrandstoffen. Het gaat dan om brandstoffen die door vergisting worden verkregen of uit synthesegas worden gemaakt dat door vergassing van houtige biomassa kan worden verkregen. Bij deze productieprocessen komt een deel van de koolstof in de vorm van CO2 vrij. Die kan worden afgescheiden en opgeslagen.

Koolstofvezels

Op langere termijn kan wellicht ook de productie en het gebruik van koolstofvezels dat uit atmosferisch CO2 is gemaakt een rol gaan spelen. Deze vezels kunnen als constructiemateriaal in een veelheid van sectoren worden ingezet, zoals de energiesector (productie windturbines), de transportsector (productie fietsen, auto’s, treinen en vliegtuigen) en de gebouwde omgeving. Alles bij elkaar gaat het voor 2030 om een realiseerbaar negatief potentieel van zo’n 7,5 Mt CO2 per jaar.

De groei van het aantal burgers, dat samen energie opwekt, is niet te stoppen. Het aantal energiecoöperaties steeg in 2017 verder naar 392 (60 meer dan vorig jaar). Hiermee is in bijna elke Nederlandse gemeente een coöperatie actief. Ook het aantal collectieve zon- en windprojecten is toegenomen. Deze projecten leveren genoeg stroom op voor 85.000 huishoudens. De groei zet naar verwachting ook komend jaar door. Er staat nu al een verdubbeling van het aantal zonne-energieprojecten en van het windvermogen op de planning. Dat blijkt uit de Lokale Energie Monitor 2017.

Het gaat de burgercollectieven voor de wind. Dankzij een professionelere aanpak, lokaal draagvlak en  krachtenbundeling slagen zij er steeds vaker in eigen windturbines of zonnedaken en -weides te realiseren (totaal 274 in 2017). Zestig procent van de coöperaties houdt zich bezig met de wederverkoop van groene energie, zeventig procent met energiebesparing en zestig procent organiseert collectieve inkoop van energie. Siward Zomer namens ODE Decentraal: ‘De energiecoöperaties groeien en worden steeds sterker. Dat is ongekend voor een sector die vijf jaar geleden nog in de kinderschoenen stond.

Zon

De energiecoöperaties hebben in 2017 honderd nieuwe collectieve zonprojecten gerealiseerd. Standaardisatie, specialisatie en krachtenbundeling is de trend. In totaal is er nu voor 37 megawattpiek aan zonvermogen collectief opgewekt, dat is 53 procent meer dan in 2016. De meeste zonne-energie wordt  opgewekt in Friesland (tien megawattpiek), gevolgd door Noord-Holland (5,7 megawattpiek). De verwachting is, dat het aantal zonprojecten in 2018/19 verdubbelt, onder meer door een flink aantal grote zonneweides dat gepland staat.

Wind

Dit jaar is het coöperatieve windvermogen vrijwel gelijk gebleven: 118 megawatt. Zuid-Holland is koploper met windenergie. Hier werd in 2017 ruim 35 megawatt opgewekt, gevolgd door Zeeland met ruim 32,5 megawatt. In het hele land staan grote windparken met coöperatieve windturbines in de startblokken voor 2018/2019, zoals windparken bij Geldermalsen, Tilburg en de Krammersluizen.

Grootste burgerinitiatief

Op de Krammersluizen tussen Goeree Overflakkee en Zeeland neemt Windpark Krammer, het ‘grootste burgerinitiatief van Nederland’ eind 2017 de eerste twee van de in totaal 34 turbines in gebruik. Bijzonder is, dat 95 procent van de energie rechtstreeks wordt geleverd aan bedrijven, te weten Akzo, DSM, Philips en Google. Het is de eerste keer dat consumenten op zo’n grote schaal aan het bedrijfsleven energie leveren.

Postcoderoos komt tot bloei

Realisatie van projecten via de Regeling Verlaagd Tarief, ook wel postcoderoosregeling genoemd, komt voorzichtig tot bloei. In 2017 zijn er 63 nieuwe projecten bijgekomen. Daarmee is het aantal postcoderoosprojecten verdubbeld tot een totaal van 114 projecten sinds het begin van de regeling (2014). Daarnaast zitten nog minstens 158 geplande postcoderoosprojecten in de pijplijn.