IEA Archieven - Utilities

Vloeibaar aardgas (LNG) blijft centraal staan om de continuïteit van de wereldwijde aardgasvoorziening te waarborgen. Dat zegt de International Energy Agency (IEA) na het uitbrengen van een nieuw LNG-rapport. Het vloeibare gas speelde een belangrijke rol in de aanpassing van de sector aan de daling van de wereldwijde vraag naar gas in de eerste helft van 2020.

Het internationale energieagentschap verwacht een daling van de wereldwijde vraag naar gas van drie procent. Ofwel 120 miljard kubieke meter (bcm). De grootste jaarlijkse daling die ooit is geregistreerd, sinds de publicatie van het Global Gas Security Review. Het rapport benadrukt dat de LNG-handel sterk afneemt ten opzichte van het hoge niveau van 2018. Covid-19 heeft wel invloed op de historische vraagdaling, Maar de sterke daling is grotendeels het resultaat van overschotten in de markt. Tegelijkertijd zijn investeringen tot stilstand gekomen. Zo zijn er dit jaar nog geen nieuwe liquefactieprojecten aangekondigd, terwijl 2019 een record aan projecten kende.

Flexibiliteit

In de vertraagde gasmarkt blijft LNG een centrale rol spelen bij het in evenwicht brengen van de mondiale markten. Het vloeibare gas creëert voldoende flexibiliteit om mee te veren met fluctuaties in de gasvraag. De gasproducenten en exporteurs werden in de eerste helft van het jaar geconfronteerd met een ongekende daling van de wereldwijde vraag naar gas. Als antwoord daarop daalde de maandelijkse wereldwijde export tussen januari en juli 2020 met zeventien procent.

Het IEA is in de eerste editie van de Global Gas Security Review vijf jaar geleden begonnen met het bijhouden van de flexibiliteit in de LNG-markten. Sindsdien zag het agentschap een opmerkelijke verbetering in een reeks flexibiliteitsmaatstaven voor deze markt. ‘Dankzij de toegenomen leveringszekerheid kon de markt zich aanpassen aan de historische vraagschok die zich in de eerste helft van 2020 voordeed’, aldus IES-directeur Fatih Birol.

Gasverbruik daalt

De wereldwijde vraag naar gas is in de eerste helft van 2020 naar schatting met vier procent gedaald. Die daling kwam door de combinatie van de Covid-19-crisis en een uitzonderlijk milde winter op het noordelijk halfrond. De meeste dalingen in het gasverbruik waren te zien in volwassen markten in Europa, Noord-Amerika en Azië. Samen zijn deze markten goed voor meer dan tachtig procent van de verwachte daling van de wereldwijde vraag naar aardgas in 2020.

In het tweede kwartaal van 2020, toen de lockdowns wereldwijd op hun hoogtepunt waren, daalden de spotprijzen voor aardgas in alle grote gasverbruikende regio’s tot hun laagste niveau in tien jaar. In het derde kwartaal lieten de prijzen daarentegen een sterke stijging zien, ondersteund door aanpassingen aan het aanbod en vraagherstel.

Covid-crisis

De vraag naar aardgas zal naar verwachting in 2021 met drie procent, of ongeveer 130 bcm, toenemen. De recente heropleving van Covid-19 en het vooruitzicht van een langdurige pandemie verhogen echter de onzekerheid over het tempo van het herstel in 2021. Het herstel van de wereldwijde vraag naar gas in 2021 zal waarschijnlijk worden ondersteund door snelgroeiende markten in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. De meer volwassen markten zouden zich geleidelijk moeten herstellen en sommige zullen wellicht pas in 2022 of later terugkeren naar hun niveau van 2019.

De Covid-19-pandemie heeft de wereldeconomie massaal ontwricht. Het mondiale energiesysteem kent de grootste schok sinds de Tweede Wereldoorlog, stelt het International Energy Agency (IEA) in een persbericht. De daling van de mondiale energievraag zal dit jaar zeven keer zo groot zal zijn als die na de financiële crisis van 2008. Dit leidt tot een recorddaling van de koolstofuitstoot met bijna acht procent, het laagste niveau in tien jaar.

Nu reizen, handel en mobiliteit worden beperkt door diverse lock-down-maatregelen, daalt de vraag naar fossiele brandstoffen voor kolen, olie en aardgas. Ook biomassa krijgt een forse tik.

Meer duurzaam

Tegelijkertijd is er een grote verschuiving naar koolstofarme energiebronnen zoals wind, zon, waterkracht en kernenergie. Ze breiden hun voorsprong als grootste bron van wereldwijde elektriciteitsopwekking uit tot veertig procent van de energiemix in 2020. Deels is dit een relatieve  verschuiving. Echter ook absoluut wordt er meer duurzaam opgewekt. Dat komt doordat verschillende grote duurzame energieprojecten in gebruik worden genomen.

Anders dan voorheen

‘Dit is een historische schok voor de hele energiewereld. Te midden van de ongeëvenaarde gezondheids- en economische crisis van vandaag, is de daling van de vraag naar bijna alle belangrijke brandstoffen duizelingwekkend groot, vooral naar kolen, olie en gas. Alleen hernieuwbare energiebronnen houden stand’, stelt Dr. Fatih Birol, directeur van het IEA. ‘Het is nog te vroeg om de gevolgen op langere termijn te bepalen, maar de energie-industrie die uit deze crisis tevoorschijn komt, zal aanzienlijk anders zijn dan voorheen.’

 

Het IEA meldt dat in 2019 de CO2-uitstoot voor het eerst niet is toegenomen. Dit kwam met name door het sluiten van kolencentrales, meer hernieuwbare bronnen en de hogere kernenergieproductie. Tegelijkertijd waarschuwt het energieagentschap voor nieuwe stijgingen, met name in de snel opkomende economieën in Azië.

Na twee jaar groei bleef de wereldwijde CO2-uitstoot in 2019 onveranderd op 33 gigaton. Zelfs toen de wereldeconomie met 2,9 procent groeide. Dit was voornamelijk te wijten aan de afnemende uitstoot van elektriciteitsproductie in geavanceerde economieën.  Oorzaak is  de groeiende rol van hernieuwbare bronnen, de overschakeling van steenkool op aardgas en de hogere kernenergieproductie. Andere factoren waren het mildere weer in verschillende landen en de tragere economische groei in sommige opkomende markten. Dit meldt het IEA in een vandaag gepubliceerd rapport.

‘We moeten nu hard werken om ervoor te zorgen dat 2019 wordt herinnerd als een definitieve piek in de wereldwijde uitstoot. En niet als een zoveelste pauze in de groei’, zei IEA-directeur Fatih Birol. ‘We hebben de energietechnologieën om dit te doen, en we moeten ze allemaal gebruiken.’

Grootste daling VS

Een aanzienlijke daling van de emissies in de geavanceerde economieën compenseerde de aanhoudende groei elders. De Verenigde Staten registreerden de grootste emissiereductie per land. Met een daling van 140 miljoen ton, oftewel 2,9 procent. De Amerikaanse emissies zijn nu met bijna één gigaton gedaald ten opzichte van de piek in 2000. De CO2-uitstoot in de Europese Unie is in 2019 met 160 miljoen ton, oftewel vijf procent, gedaald als gevolg van reducties in de elektriciteitssector.

Aardgas

Aardgas produceerde voor het eerst meer elektriciteit dan steenkool. Terwijl elektriciteit uit windenergie bijna in de buurt kwam van elektriciteit uit steenkool. De uitstoot van Japan daalde met 45 miljoen ton, oftewel ongeveer vier procent, het snelste dalingstempo sinds 2009. Dit kwam omdat de productie van recentelijk heropgestarte kernreactoren toenam.

Toename CO2-uitstoot Azië

De emissies in de rest van de wereld zijn in 2019 met bijna 400 miljoen ton toegenomen, waarbij bijna tachtig procent van de toename afkomstig is uit landen in Azië waar de productie van kolengestookte elektriciteit bleef stijgen.

Van kolen naar hernieuwbaar

In de geavanceerde economieën zijn de emissies van de elektriciteitssector gedaald tot een niveau dat voor het laatst werd waargenomen aan het einde van de jaren tachtig, toen de vraag naar elektriciteit een derde lager was dan nu. De kolengestookte elektriciteitsproductie in geavanceerde economieën daalde met bijna vijftien procent als gevolg van de groei van hernieuwbare energiebronnen, de overstap van kolen naar gas, een stijging van kernenergieproductie en een zwakkere vraag naar elektriciteit.

‘Deze welkome stopzetting van de groei van de uitstoot is reden tot optimisme dat we de klimaatuitdaging dit decennium kunnen aanpakken’, aldus Birol. ‘Het is een bewijs dat er schone energietransities aan de gang zijn – en het is ook een signaal dat we de kans hebben om de naald van de emissies op een zinvolle manier te verplaatsen door middel van ambitieuzere beleidsmaatregelen en investeringen.’

Het Internationale Energie Agentschap (IEA) waarschuwt voor een al te grootschalige uitstap uit kernenergie. In een recent verschenen rapport concludeert het energieagentschap dat als de plannen voor het sluiten van kerncentrales worden doorgezet, de CO2-uitstoot met vier miljard ton toeneemt.

Kernenergie is momenteel de op één na grootste koolstofarme energiebron in de wereld, goed voor tien procent van de wereldwijde elektriciteitsproductie. Alleen waterkracht levert met zestien procent een grotere bijdrage. Voor de Verenigde Staten, Canada, de Europese Unie en Japan is kernenergie de grootste koolstofarme elektriciteitsopwekker.

De toekomst van kernenergie is echter onzeker, aangezien veel lande van plan zijn hun verouderde centrales te sluiten. Zoals het er nu naar uitziet zou tegen 2025 maar liefst een kwart van de huidige kerncentrales zijn gesloten. Tegen 2040 loopt dit zelfs op tot tweederde, zo berekende het IEA in het rapport, Nuclear Power in a Clean Energy System. Als er geen duurzame alternatieven voor deze centrales komen, kan deze neergaande trend resulteren in een extra vier miljard ton CO2-uitstoot.

Afgeschreven

Een aantal landen heeft kernenergie al afgeschreven vanwege veiligheids- en duurzaamheidsoverwegingen. Maar ook de landen die nog wel in kernenergie geloven, doen volgens het IEA te weinig om de productiecapaciteit op niveau te houden.

Het IEA hoopt dan ook dat kernenergie weer op de politieke agenda’s komt. ‘Zonder een belangrijke bijdrage van kernenergie, zal de wereldwijde energietransitie zo veel moeilijker zijn’, zei Dr. Fatih Birol, uitvoerend directeur van het IEA.

Levensduurverlenging

Het rapport concludeert dat de verlenging van de operationele levensduur van bestaande kerncentrales aanzienlijke kapitaalinvesteringen vereist. Maar de kosten zijn concurrerend met andere technologieën voor de opwekking van elektriciteit, inclusief nieuwe zonne- en windenergieprojecten. Bovendien helpt de levensduurverlenging de energietransitie soepeler te laten verlopen.

Marktomstandigheden blijven echter ongunstig voor verlenging van de levensduur van kerncentrales. Een lange periode van lage groothandelsprijzen voor elektriciteit in de meeste geavanceerde economieën heeft de winstmarges voor veel technologieën sterk verminderd of geëlimineerd, waardoor kerncentrales vroegtijdig dreigen te worden uitgeschakeld.

Nieuwe projecten onder druk

Investeringen in nieuwe nucleaire projecten in geavanceerde economieën zijn nog moeilijker. Nieuwe geplande projecten in Finland, Frankrijk en de Verenigde Staten lijden onder vertragingen en grote kostenoverschrijdingen. Korea was een belangrijke uitzondering, met een record aan voltooide projecten: op tijd en binnen begroting.

Goedkoper dan wind en zon

Als andere koolstofarme bronnen, wind- en zon-PV, het tekort aan kernenergie moeten opvullen, moeten de investeringen drastisch worden opgeschroefd: tot 1,6 biljoen dollar, berekende het IEA. In de afgelopen twintig jaar is de capaciteit van wind- en zon-PV toegenomen met ongeveer 580 gigawatt. De komende twintig jaar zou dat bedrag bijna moeten worden vervijfvoudigd. Een dergelijke toename van hernieuwbare energieopwekking zou ernstige uitdagingen creëren bij de integratie van de nieuwe bronnen in het energiesysteem.

Het IEA onderzocht de wereldwijde energievraag in 2018 en moet concluderen dat de vraag nog nooit zo snel is gestegen. De wereldwijde vraag naar energie steeg in 2018 met maar liefst 2,3 procent. Ondanks de groei in hernieuwbare energiebronnen, is de CO2-uitstoot toegenomen met 1,7 procent. In het energiepalet lijkt vooral aardgas aan een opmars bezig.

De wereldwijde vraag naar energie groeide vorig jaar met 2,3 procent, het snelste tempo dit decennium. Oorzaken zijn de robuuste mondiale economie en sterkere behoeften op het gebied van verwarming en koeling in sommige regio’s. Aardgas kwam naar voren als de brandstof van keuze, boekte de grootste winst en vertegenwoordigde 45 procemt van de stijging van het energieverbruik. De vraag naar gas nam met name toe in de Verenigde Staten en China.

De vraag naar alle brandstoffen nam toe, waarbij fossiele brandstoffen voor het tweede opeenvolgende jaar bijna zeventig procent van de groei vertegenwoordigden. De productie van zonne- en windenergie groeide met dubbele cijfers, waarbij alleen al zonne-energie steeg met 31 procent. Toch was dat niet snel genoeg om te voldoen aan de wereldwijd hogere vraag naar elektriciteit, die ook het gebruik van kolen opdreef.

Als gevolg hiervan steeg de wereldwijde energiegerelateerde CO2-uitstoot in 2018 met 1,7 procent tot 33 gigaton. Het gebruik van kolen voor elektriciteitsproductie alleen overtrof tien gigaton, goed voor een derde van de totale toename. De meeste groei kwam van een jonge vloot kolencentrales in Azië.

Elektriciteit

Elektriciteit blijft zichzelf positioneren als de ‘brandstof’ van de toekomst, met een wereldwijde elektriciteitsbehoefte die in 2018 met vier procent toeneemt tot meer dan 23 duizend terawattuur. Deze snelle groei drijft elektriciteit naar een aandeel van twintig procent in het totale eindverbruik van energie. Toenemende elektriciteitsproductie was verantwoordelijk voor de helft van de groei van de primaire energievraag.

Hernieuwbare energiebronnen droegen in belangrijke mate bij aan deze uitbreiding van de elektriciteitsopwekking, goed voor bijna de helft van de groei van de vraag naar elektriciteit. China blijft de leider in hernieuwbare energiebronnen, zowel voor wind als zonne-energie, gevolgd door Europa en de Verenigde Staten.

Energie-intensiteit

De energie-intensiteit verbeterde vorig jaar met 1,3 procent, slechts de helft van de periode tussen 2014-2016. Dit derde opeenvolgende jaar van vertraging was het resultaat van een zwakkere implementatie van het energie-efficiëntiebeleid en een sterke vraaggroei in meer energie-intensieve economieën.

Koeling en verwarming

Bijna een vijfde van de toename van de wereldwijde vraag naar energie kwam van een grotere vraag naar verwarming en koeling, aangezien de gemiddelde winter- en zomertemperaturen in sommige regio’s historische records benaderden of overschreden. Koudepiekjes zorgden voor een grotere vraag naar verwarming en, belangrijker nog, de warmere zomertemperaturen zorgden voor meer vraag naar koeling.

VS en China

Samen waren China, de Verenigde Staten en India goed voor bijna zeventig procent van de wereldwijde stijging van de energievraag. De Verenigde Staten zagen wereldwijd de grootste toename van de vraag naar olie en gas. Het gasverbruik steeg met tien procent ten opzichte van het voorgaande jaar, de snelste stijging sinds het begin van de IEA-cijfers in 1971. De jaarlijkse toename van de Amerikaanse vraag vorig jaar was gelijk aan het huidige gasverbruik in het Verenigd Koninkrijk.

De wereldwijde gasvraag groeide het snelst sinds 2010, met een jaar-op-jaargroei van 4,6 procent, het tweede opeenvolgende jaar van sterke groei, aangedreven door een hogere vraag en vervanging door steenkool. De groei van de vraag werd geleid door de Verenigde Staten. De gasvraag in China steeg met bijna 18 procent.

De vraag naar olie groeide 1,3 procent wereldwijd, waarbij de Verenigde Staten opnieuw voor het eerst in 20 jaar wereldwijd de leiding namen dankzij een sterke groei in petrochemische producten, stijgende industriële productie en truckdiensten.

Steenkool en kernenergie

De wereldwijde steenkoolconsumptie steeg met 0,7 procent, waarbij de stijging alleen in Azië zichtbaar was, met name in China, India en enkele landen in Zuid- en Zuidoost-Azië.

Nuclear groeide ook met 3,3 procent in 2018, waarbij de wereldwijde generatie pre-Fukushima-niveaus bereikte, voornamelijk als gevolg van nieuwe toevoegingen in China en de herstart van vier reactoren in Japan.

Waar Nederland afscheid denkt te nemen van aardgas, groeit het gasverbruik in de rest van de wereld. De gasanalisten van de IEA zien een sterke groei van de gasvraag in China en een grotere vraag vanuit de industrie. Stijgende leveringen van schaliegas vanuit de Verenigde Staten zullen bovendien de gasmarkt de komende jaren domineren.

De wereldwijde vraag naar gas zal volgens de International Energy Agency (IEA) groeien met een gemiddelde snelheid van 1,6 procent per jaar, en bereikt iets meer dan 4.100 miljard kubieke meter (bcm) in 2023, tegen 3.740 bcm in 2017, volgens het laatste jaarlijkse gasmarktrapport van het IEA, Gas 2018.

‘In de komende vijf jaar worden de mondiale gasmarkten hervormd door drie grote structurele verschuivingen’, zegt Fatih Birol, uitvoerend directeur van het IEA. ‘China zal binnen twee tot drie jaar ’s werelds grootste gasimporteur worden, de Amerikaanse productie en export zullen drastisch stijgen en de industrie vervangt energieopwekking als de leidende groeisector. Terwijl gas een mooie toekomst heeft, staat de industrie voor zware uitdagingen. De industrie is er met name bij gebaat dat gasprijzen betaalbaar blijven in vergelijking met andere brandstoffen in opkomende markten.

Gasverbruik China

De Chinese vraag naar gas zal naar verwachting met zestig procent groeien tussen 2017-2023, ondersteund door beleid gericht op het verminderen van lokale luchtverontreiniging door over te schakelen van steenkool naar gas. Alleen al China is goed voor 37 procent van de groei van de wereldwijde vraag in de komende vijf jaar en wordt de grootste importeur van aardgas in 2019, waarmee het Japan inhaalt. Het IEA voorspelt ook een sterke groei van het gasverbruik in andere delen van Azië, waaronder in Zuid- en Zuidoost-Azië, aangedreven door een sterke economische groei en inspanningen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Industrieel gebruik

Voor eindgebruikerssectoren zal de industrie de grootste bijdrage leveren aan de toename van de wereldwijde vraag naar gas naar 2023, waarbij ze het stokje overneemt van de energiesector. De verandering is vooral voorspeld in Azië en andere opkomende markten dankzij een hoger gasverbruik in industriële processen en als grondstof voor chemicaliën en meststoffen. Al met al is de industrie goed voor meer dan veertig procent van de groei van de wereldwijde gasvraag tot 2023, volgens het IEA, gevolgd door 26 procent voor elektriciteitsopwekking.

Schaliegas

Grote veranderingen zijn ook zichtbaar aan de aanbodzijde, met de groei van de gasproductie wereldwijd tot 2023, dankzij de aanhoudende Amerikaanse schalierevolutie. De meeste nieuwe leveringen in de VS zijn gericht op exportmarkten als LNG of via pijpleidingen.

LNG

LNG neemt geleidelijk een groter aandeel in de wereldwijde gashandel, vooral in Azië. De LNG-handel als aandeel van de totale gashandel zal naar verwachting stijgen van een derde in 2017 naar bijna veertig procent in 2023. Opkomende Aziatische markten zullen goed zijn voor ongeveer de helft van de wereldwijde LNG-import in 2023. Deze aanhoudende stijging van de LNG-markt zal aanzienlijke effecten hebben op handelsstromen, prijsstructuren en wereldwijde gasveiligheid.

De huidige golf van LNG-exportprojecten zal de liquefactiecapaciteit met twintig procent verhogen tegen 2023. Dit zal worden geleid door een toename van de productie van de Verenigde Staten, die goed is voor bijna driekwart van de groei van de totale wereldwijde LNG-uitvoer in de periode, gevolgd door Australië en Rusland. Een tekort aan nieuwe LNG-projecten na 2020 zou echter kunnen leiden tot een aanscherping van de LNG-markten. Gezien de lange doorlooptijd van dergelijke projecten, zullen in de komende jaren investeringsbeslissingen moeten worden genomen om te zorgen voor voldoende LNG-voorziening na 2023.

Hervormingen

Prijsconcurrentievermogen zal cruciaal zijn voor gas om een ​​stevige voet aan de grond te krijgen in opkomende markten. Dit vereist marktevoluties en hervormingen, zoals de ontwikkeling van handelsknooppunten, openstelling van downstreamcapaciteit voor concurrentie en eerlijke toegang tot infrastructuur.

Luchtkwaliteit

Verbetering van de luchtvervuiling zal een belangrijke motor zijn voor de vraag naar gas, met name in opkomende markten, en het vermogen van de industrie om zijn ecologische voetafdruk te verbeteren. Dit kan onder meer door de uitstoot van methaan te verminderen en de toepassing van koolstof-, afvang-, gebruik- en opslagtechnologie uit te breiden.

 

Het internationale agentschap voor energie (IEA) lanceerde een energietransitieprogramma dat de meest vervuilende landen moet helpen bij de introductie van schone energie. Een dertiental landen legde hiervoor een bedrag van in totaal dertig miljoen euro opzij.

De energietransitie is in veel landen in volle gang, maar met name in de opkomende economieën neemt de vervuiling alleen maar toe. De IEA wil juist deze landen helpen bij de ontwikkeling van schonere vormen van energie. De grootste bijdrage komt van het Verenigd Koninkrijk, dat acht miljoen bijdraagt aan het fonds. Maar ook Duitsland (zes miljoen euro), en Zweden (5,2 miljoen) dragen bij. Nederland doneerde geen geld, maar sloot zich wel aan bij het programma.

Opkomende economieën

Het IEA concentreert zich in zijn programma’s met name op landen die meer samenwerking zoeken met het internationale energie instituut zoals Brazilië, China, India, Indonesië, Mexico en Zuid-Afrika. Tevens zoekt men naar partnerlanden waar de investeringen de grootste impact zullen hebben op de CO2-uitstoot.

Het onderzoek dat met het programma gepaard gaat, concentreert zich met name op data en statistiek, energie efficiency, hernieuwbare energie en systeemintegratie, beleid en modulering en tot slot technologieontwikkeling en innovatie.

Het IEA meldt opnieuw lage olieprijzen. De prijs voor een vat Brentolie is al sinds begin juni lager dan vijftig dollar. Een overschot op de markt, met name door overproductie van Nigeria en Libië zorgt ervoor dat de prijzen nog wel even onder druk blijven.

De afspraken die de Opec-landen in februari maakten om het productieoverschot in te perken, lijken weinig effect te hebben op de olieprijs. Nadat de productieafspraken waren ondertekend, steeg de olieprijs naar ongekende hoogten. De maanden daarna bleek de balans op de oliemarkt nog niet hersteld en zakten de prijzen maandelijks.

Met name Libië en Nigeria produceren meer olie dan was afgesproken. Daarmee is maar 78 procent van de afgesproken productiedaling ingewilligd, terwijl daarvoor 95 procent zich aan de afspraken hield. Deze gang van zaken moet volgen het IEA frustrerend zijn voor Saoedi-Arabië, dat een veel groter percentage van zijn productie moest terugbrengen en zich daar ook aan houdt. Zelfs de niet Opec-landen, zoals Rusland, die overeenstemden met productiebeperkingen, houden zich beter aan de afspraken dan een aantal Opec-landen.