Industrielinqs pers en platform Archieven - Utilities

Veel bedrijven zoeken een oplossing voor verwerking van gemengde kunststofstromen. UPP! stuitte op een Australische uitvinding die het plastic door wrijving laat smelten. Binnenkort staat de Australische pilotinstallatie in de Groningse Eemshaven.

Plasticafval vormt wereldwijd nog steeds een groot probleem. Gelukkig proberen steeds meer landen de verschillende kunststofstromen zoals polyetheen, polypropeen, polystyreen en polyvinylchloride te scheiden en hergebruiken. Toch blijft er na inzameling en sortering vaak nog meer dan vijftig procent gemengd en vaak vervuild afval over waar men eigenlijk niks anders meer mee kan dan verbranden of geheel afbreken en weer opbouwen. Dat eerste is zonde, het tweede kost veel energie en kan lang niet voor alle gemengde en vervuilde fracties goed worden toegepast.

Jan Jaap Folmer richtte ruim vier jaar geleden Upp! op, naar eigen zeggen een impact gedreven social enterprise dat zich als doel stelt plastics te redden van verbranding en dumpen. Met Vietnam, Singapore, Indonesië én Nederland als werkgebied lukte het de ondernemer om de lastige kunststofstromen om te zetten in bouwblokken, dakpannen of bijvoorbeeld stoeptegels met een waterreservoir.

Wrijving

In zijn zoektocht naar een efficiënte en eenvoudige plastic verwerkingstechnologie, stuitte Folmer op een interessante Australische innovatie. Folmer: ‘Met deze technologie is het mogelijk ongesorteerd, ongewassen en ongemalen gemengd plastic afval te verwerken tot eindproducten zoals bijvoorbeeld palen en planken. De machine verwerkt tapijttegels, visnetten, multilayer verpakkingen en zelfs gymschoenen of sigarettenpeuken. De basis van de technologie is dat elk stuk plastic door middel van wrijvingsenergie wordt verwarmd tót zijn eigen smeltpunt. Daarna waarna het in gesmolten toestand met de andere gesmolten plastics wordt gemengd tot een homogene massa. Die massa perst men vervolgens in een mal. De kwaliteit van het nieuwe materiaal is hierdoor veel beter dan je op basis van de laagwaardige en gemengde input zou verwachten.’

Het proces slaat dus zowel sortering, shredderen en wassen van het materiaal over en is zo een kosten- en energie-efficiënte  oplossing voor vele lastig te recyclen afvalstromen. Om de installatie in Europa te commercialiseren zette Upp! samen met de Australische en Nederlandse partners het bedrijf Uppact op. Allereerst verscheept Uppact de prototype installatie naar Nederland als test- en demonstratiefaciliteit. Folmer: ‘Uiteindelijk is het de bedoeling om grootschalige verwerkingscapaciteit voor de verschillende moeilijk te recyclen plastic en textiel afvalstromen in Europa en ook wereldwijd op te zetten.’

Visnetten

In de tussentijd waren er nog wel twee uitdagingen. Uppact moest een locatie hebben voor de test en demonstratiefaciliteit en een partij die graag zijn moeilijke kunststofafval wil omzetten in duurzame producten. De locatie vond Folmer bij Groningen Seaports, dat graag experimenteerruimte biedt aan innovatieve duurzame bedrijven. En scheepsafvalverwerker Bek en Verburg had nog wel een afvalstroom dat ze graag wilde upcyclen: visnetten. Folmer: ‘Visnetten zijn doorgaans gemaakt van nylon, maar hebben vaak ook onderdelen van polyetheen. Vissers leveren afgedankte netten in bij Bek en Verburg met de boeien er nog aan. Ook die kunnen eenvoudig in de machine worden gevoed.’

Inmiddels is de installatie onderweg van Australië naar Groningen en kan UPPACT bijna starten met de eerste proeven. ‘Als alles goed verloopt, is het de bedoeling verschillende  commerciële productielijnen in te richten, afhankelijk van de behoefte van een afnemer’, zegt Folmer.  ‘Een fabriek van deze omvang moet jaarlijks minimaal 5000 ton aan verwerkt plastic afval afzetten. Wat betreft aanvoer voorzie ik geen problemen. De vraag naar recyclingcapaciteit is wereldwijd enorm en deze moeilijk te recyclen gemengde stromen plastic en ook textielafval verdwijnen nog grotendeels in de verbrandingsovens, op stortplaatsen en in de rivieren en oceanen. Ook synthetisch textiel zoals bijvoorbeeld polyester of nylon is zeer lastig te recyclen, maar met onze technologie prima te verwerken. Wij denken dan ook met ons Textiel-Plastic-Composiet materiaal mooie producten met unieke eigenschappen te kunnen maken. En ook voor een aantal afvalstromen waar Bek en Verburg nu geen duurzame oplossing voor hebben, is onze technologie een mooie oplossing. Zo hebben we ook een unieke oplossing voor het plastic afval dat bij Bek en Verburg van schepen en uit de oceanen en rivieren komt.’

Regionale producten

Het team van Uppact lijkt het technisch dan ook goed voor elkaar te krijgen, maar daarmee stopt het voor Folmer niet. ‘Technologie is maar een deel van de oplossing. We moeten lokale partijen bij dit soort projecten betrekken om cirkels te sluiten. Als we producten maken waar lokaal behoefte aan is, hoef je ze niet de hele wereld over te transporteren. Het mooiste zou zijn als we nieuwe netten van de oude visnetten kunnen maken, maar misschien zijn boeien ook goed. We werken graag met lokale kunstenaars of ontwerpers die oplossingen bedenken voor lokale problemen. Zo hadden de dakpannen die we in Vietnam maakten een uitsparing voor een zonnepaneel. Zo los je onderdak en energievoorziening in een keer op. Groningen heeft zijn eigen dynamiek, maar we zijn ook hier al met regionale productontwikkelaars en designers bezig met mooie en bruikbare producten voor de regio uit afval van de regio.’

Northern Enlightenmentz tijdens Eemsdeltavisie

Tijdens Eemsdeltavisie 2021: Truth or dare gaan we in gesprek met onder meer innovators, wetenschappers en experts uit de industrie over innovaties..Eemsdeltavisie (4 november CIC Delfzijl) is ook dit jaar weer het podium voor de Northern Enlightenmentz-verkiezing. In willekeurige volgorde presenteren Uppact, Senbis, Ocean Grazer en Purified Metal Company hun innovaties aan het publiek in het Chemport Innovation Center.

> Bekijk het volledige programma en schrijf snel in!

Senbis ontwikkelt een bio-afbreekbaar polyester dat kleding duurzamer moet maken. ‘Niet iedereen weet dat kleding een grote bijdrage levert aan microplastics. Veel kleding is geheel of deels van polyester gemaakt. En iedere wasbeurt slijt een stukje van de vezel af, wat via het water in het milieu terechtkomt. We ontwikkelen nu een bio-afbreekbare polyester zodat het plastic op den duur verdwijnt.

 

Toen AkzoNobel zijn research-activiteiten in Emmen verkocht, werd het lab door verschillende partijen overgenomen. Vier jaar geleden besloot een jonge ondernemer de unieke R&D-faciliteit te gebruiken voor onderzoek naar duurzame polymeren. Gerard Nijhoving heeft dan ook al vele innovaties op het gebied van biobased en biodegradable polymeren. Nu stort hij zich op een grote bron van microplastics: polyester kleding. Een doorsnee wasbeurt levert namelijk heel veel slijtage aan kleding op. En die microplastics komen uiteindelijk in het milieu terecht, met alle gevolgen van dien. Een bio-afbreekbare polyester kan dan ook een enorme impact hebben op de milieubelasting van kleding. Daarvoor heeft hij overigens geen biogrondstoffen nodig. Ook fossiele grondstoffen zijn namelijk bio-afbreekbaar te maken.

Polymeren R&D

Senbis is lastig in een zin te beschrijven. Het bedrijf doet zowel onderzoek in opdracht van derden als eigen productontwikkeling. De zogenaamde innovatiepijplijn van het bedrijf is dan ook in drie delen opgesplitst waarin marktonderzoek, R&D en productontwikkeling gescheiden is. Nijhoving: ‘We hebben hier apparatuur die bedrijven nooit zelf kunnen bekostigen of bedienen. Zo hebben we onlangs nog zwaar geïnvesteerd in een dubbelschroef extruder en een spinning machine waarmee we allerlei biopolymeren kunnen ontwikkelen en testen.’

Bio-afbreekbaar

Een specialisme van het bedrijf is de ontwikkeling van bio-gebaseerde en bio-afbreekbare polymeren. ‘Mensen halen die termen nog wel eens door elkaar’, zegt Nijhoving. Want de kunststoffen die je met natuurlijke grondstoffen produceert, kunnen dezelfde eigenschappen hebben als de fossiele varianten. Net als je ook met fossiele grondstoffen geproduceerde polymeren bio-afbreekbaar kunt maken. De keuze voor het een of het ander is dan ook met namelijk gedreven door CO2-besparing aan de ene kant en het voorkomen van zwerfvuil en microplastics aan de andere kant.’

Wat betreft productontwikkeling heeft Senbis Sustainable Products al heel wat successen op zijn naam gezet. Neem bijvoorbeeld de kunststofkorrels die het voetbalvelden met kunstgras beter bespeelbaar maken. Voorheen gebruikte men hiervoor granulaat van gemalen autobanden, totdat de korrels nadelige gezondheidseffecten zouden hebben. Nijhoving: ‘Men vergeet nog wel eens dat de korrels uiteindelijk ook in de natuur belanden. Dit is nauwelijks te voorkomen, maar je kunt er wel voor zorgen dat ze daar geen schade aanrichten. Dit kan door ze bioafbreekbaar te maken. Hetzelfde geldt voor de draadjes voor elektrische grasmaaiers. Met iedere maaibeurt slijt het draad en komen de resten in het milieu terecht.’ En zo heef Nijhoving nog veel meer voorbeelden, van draadjes voor de tomatenkweek tot de zogenaamde dolly rope van visnetten. ‘Dat laatste kunststof is het meest gevonden zwerfafval aan de  Hollandse kusten’, zegt Nijhoving. ‘Deze polyethene linten beschermen de netten tegen slijtage, maar slijten zelf dus des te harder. Alleen al door dit soort kunststoffen bio-afbreekbaar te maken, voorkom je een hoop vervuiling.’

Microplastics in kleding

Het laatste project waar Nijhoving zich in heeft vastgebeten, is de ontwikkeling van bio-afbreekbaar polyester. ‘Niet iedereen weet dat kleding een grote bijdrage levert aan microplastics. Veel kleding is geheel of deels van polyester gemaakt. En iedere wasbeurt slijt een stukje van de vezel af, wat via het water in het milieu terechtkomt. We ontwikkelen nu een bio-afbreekbare polyester zodat het plastic op den duur verdwijnt. Dat is nog niet zo eenvoudig omdat de kledingindustrie dezelfde eisen stelt als aan de niet afbreekbare variant. Bovendien willen ze het liefste dezelfde apparatuur gebruiken als ze gewend zijn. Overigens kiezen we hierbij ook bewust voor de fossiele variant. Hoewel je hetzelfde kunt bereiken met biologische grondstoffen, gebruikt de kledingmarkt zo’n vijftig miljoen ton polyester per jaar. Dat vul je niet even in met de huidige beschikbare biogrondstoffen. Natuurlijk kan je op den duur de duurzame grondstoffen bijmengen, maar de impact van het voorkomen van microplastics is in onze ogen te groot om daarop te wachten.’

Northern Enlightenmentz tijdens Eemsdeltavisie

Tijdens Eemsdeltavisie 2021: Truth or dare gaan we in gesprek met onder meer innovators, wetenschappers en experts uit de industrie over innovaties..Eemsdeltavisie (4 november CIC Delfzijl) is ook dit jaar weer het podium voor de Northern Enlightenmentz-verkiezing. In willekeurige volgorde presenteren Uppact, Senbis, Ocean Grazer en Purified Metal Company hun innovaties aan het publiek in het Chemport Innovation Center.

> Bekijk het volledige programma en schrijf snel in!

PMC bouwde de afgelopen twee jaar een fabriek in Delfzijl waarin het met asbest vervuild staal zodanig verhit dat de asbestvezels kapot gaan en het staal smelt. Dat innovatie soms een lange adem heeft, weten de initiatiefnemers inmiddels. Hun volharding leidde wel tot een duurzame oplossing voor een groeiend probleem.

Bij de aankondiging van de aandeelhouders van Purified Metal Company (PMC) dat ze een fabriek wilden bouwen om met asbest vervuild staal te recyclen, zullen velen zich achter de oren hebben gekrabd. De investering was immers fors. En dat voor een technologie die zich nog niet had bewezen en voor een nog niet bestaand probleem. Het asbeststaal mocht immers gewoon worden gestort.

De volhoudende aandeelhouders, waarvan Nathalie van de Poel er één van is, kregen echter het gelijk aan hun kant. Het langverwachte stortverbod is in juli in werking getreden en inmiddels verwerkte de fabriek de eerste 450 ton aan asbesthoudend staal. Van de Poel: ‘Dat wil overigens nog niet zeggen dat schrooteigenaren ons massaal weten te vinden. Dat iets niet mag worden gestort, wil niet automatisch zeggen dat het niet gebeurt. Ik rijd nu dan ook stad en land af om partijen te informeren over onze milieuvriendelijke oplossing die ook nog eens circulair staal oplevert. We hebben net een samenwerkingsverband met Renewi getekend dat zijn containers met asbesthoudend staal naar onze fabriek zal sturen. Maar we kunnen nog veel meer staal verwerken.’

Kinderziektes

Tot nog toe wordt alleen al in Nederland jaarlijks zestig tot tachtigduizend ton met asbest vervuild staal gestort. PMC bouwde de afgelopen twee jaar een fabriek in Delfzijl waarin het vervuilde staal zodanig wordt verhit dat de asbestvezels kapot gaan en het staal smelt. Daarmee is het asbest onschadelijk geworden, terwijl het ruwijzer dat overblijft weer kan worden ingezet in producten. Grootste uitdaging daarbij was om een gesloten systeem te ontwerpen zonder emissies naar de omgeving.

De dagelijkse praktijk bleek weerbarstiger dan de ingenieurs van tevoren hadden bedacht. ‘Het eerste jaar moesten we nog veel kinderziektes oplossen’, zegt Van de Poel. ‘Het werken met hoge temperaturen onder onderdruk leverde toch behoorlijk wat uitdagingen op. Dit was echter wel een voorwaarde voor het veilig werken met asbest en zware metalen. We wilden dat er absoluut niets schadelijks in het milieu terecht zou kunnen komen. Daarmee zijn we ook een stuk milieuvriendelijker dan de traditionele staalindustrie. De traditionele staalfabrieken gebruiken ook schroot, maar ze voorkomen niet dat de gassen die daarbij vrijkomen in het milieu terecht komen.’

Putdeksels

Het gerecyclede staal, met een koolstofgehalte van 3,5 procent, is een hoogwaardige grondstof die ingezet kan worden door staalfabrikanten om nieuwe staalproducten te produceren. Zo maakt een klant van PMC er putdeksels van. ‘Dankzij de hoge staalprijs kunnen we kosteneffectief produceren’, zegt Van de Poel. ‘Ik zou komend jaar dan ook partijen willen aanbieden om hun met asbest vervuilde schroot om niet te verwerken. Het storten van het vervuilde staal kost gemiddeld honderd euro per ton. Bovendien draagt het circulair verwerken van een afvalproduct bij aan de duurzaamheidsagenda van bedrijven. Maar we moeten echt de markt op gang brengen om het jaarlijkse volume van 150.000 ton te halen.’

Zodra de fabriek in Delfzijl op volle toeren draait, wil PMC nog vijf vergelijkbare fabrieken bouwen in Europa. Van de Poel: ‘We krijgen al aanvragen voor het verwerken van met asbest vervuild staal uit Duitsland, Griekenland en zelfs New York. Die laatste zoekt een duurzame oplossing voor het recyclen van zijn metrostellen. We denken dan ook genoeg animo te hebben voor onze duurzame oplossing. Het mooie is dat als we een nieuwe fabriek bouwen, we de geleerde lessen van afgelopen jaar kunnen meenemen in het ontwerp.

Northern Enlightenmentz tijdens Eemsdeltavisie

Tijdens Eemsdeltavisie 2021: Truth or dare gaan we in gesprek met onder meer innovators, wetenschappers en experts uit de industrie over innovaties..Eemsdeltavisie (4 november CIC Delfzijl) is ook dit jaar weer het podium voor de Northern Enlightenmentz-verkiezing. In willekeurige volgorde presenteren Uppact, Senbis, Ocean Grazer en Purified Metal Company hun innovaties aan het publiek in het Chemport Innovation Center.

> Bekijk het volledige programma en schrijf snel in!

De enige optie die windparkoperators hebben, is windturbines stil te zetten als ze te veel produceren. En dat is natuurlijk zonde. De energiebranche zoekt dan ook naarstig naar een goedkope en efficiënte manier van opslag van overtollige windenergie. Ocean Grazer zegt dé oplossing te hebben gevonden met de Ocean Battery.

De komende jaren groeit de offshore windproductie naar zo’n twaalf gigawatt. En ook zonnestroom krijgt de komende jaren een behoorlijke boost. Het grote verschil met de kolen- en gascentrales is dat duurzame energie moeilijk te sturen is. Wat tot nog toe tot problemen kan leiden als vraag en aanbod niet synchroon lopen. Bovendien is het de vraag hoe zwaar het offshore stroomnet moet worden ingericht om piekproductie bij harde wind te kunnen transporteren.

In de basis is het concept kinderlijk eenvoudig. Bij productieoverschotten pompt het systeem water uit starre reservoirs in flexibele zakken op de zeebodem. Hierdoor slaat het systeem energie op in de vorm van water onder hoge druk. Bij hoge stroomprijzen, stroomt het water terug van de flexibele balgen naar de starre reservoirs met lage druk. Daar zetten meerdere hydro-turbines de druk weer om in elektriciteit.

CEO Frits Bliek van Ocean Grazer ziet dan ook weinig belemmeringen voor grootschalige aanleg van het opslagsysteem. ‘Misschien nog wel de grootste uitdaging is om de balgen goed en goedkoop aan de zeebodem te bevestigen. Maar we hebben een innovatieve offshore branche die ook de installatie van windturbines betaalbaar maakte. Onderwaterrobots zouden het werk bijvoorbeeld ook kunnen uitvoeren.’

Modulair systeem

Wat rendement betreft, scoort de installatie zeer hoog. Bliek: ‘Natuurlijk kost het verpompen van water energie, maar dat is uiteindelijk maar twintig procent van de totale capaciteit. Vergelijk dat maar eens met een elektrolyzer: de helft van de energie gaat al verloren in de conversie en als je het gas weer wil omzetten in elektriciteit blijft er nog maar dertig procent over van de oorspronkelijke stroomcapaciteit. Natuurlijk zijn er wel rendementswinsten te halen door hergebruik van warmte en zuurstof, maar dat kan eigenlijk alleen maar als de installatie dicht bij de industrie staat.

Ook lithium-ion batterijen kennen hun beperkingen, met als voornaamste dat ze duur zijn. Daar komt bij dat de batterijen nog steeds zeldzame metalen nodig hebben, wat om meerdere redenen niet wenselijk is. Ook redox-flow batterijen wil je liever niet op zee bouwen, vanwege de kans op lekkages.’

Hoewel de technologie geen raketwetenschap is, heeft Ocean Grazer wel degelijk patenten liggen voor zijn oplossing. ‘De turbines die we gebruiken, kunnen we min of meer van de plank kopen’, zegt Bliek. ‘Stuwdammen werken al decennia met dit soort turbines die al die jaren probleemloos hebben gedraaid. De innovatie zit vooral in het systeem. Dat is robuust en modulair. De balgen zijn via een buis aangesloten op de turbines. Hoe meer opslag je nodig hebt, hoe langer de buis wordt en hoe meer balgen je daaraan koppelt. Tot nog toe testen we systemen met een capaciteit van twee tot tien megawattuur per eenheid, maar op den duur moet dat naar utility schaalgrootte.’

Zandafgraving

Om er zeker van te zijn dat het systeem blijft werken onder de barre omstandigheden in de Noordzee, testte Ocean Grazer het systeem in de haven van Groningen Seaports. Binnenkort test Ocean Grazer het systeem zelfs op ware grootte in een zandafgraving. Bliek: ‘Simpel gezegd geldt voor het rendement van het systeem dat hoe dieper de balg ligt -en hoe hoger de druk- hoe beter hij presteert. In Nederland zijn veel zandwinlocaties met een behoorlijke diepte. We zijn nu bezig om in een van die afgravingen een gat te graven van zo’n honderd meter diep. Dit soort plassen zijn te gevaarlijk om in te zwemmen, maar er zijn wel partijen die er drijvende zonnepanelen op willen plaatsen. De combinatie met zo’n zonnepark is ideaal voor ons opslagsysteem. Grootschalige zonneparken lopen namelijk tegen dezelfde problemen op als windparken.’

Over de businesscase maakt Bliek zich geen zorgen. ‘We zijn al meerdere keren meegenomen in aanbiedingen voor offshore windparken. Helaas hebben die partijen de concessie niet gekregen, maar er moet een opslagoptie komen bij zoveel capaciteit. We berekenden nu al een terugverdientijd van vijf tot acht jaar, maar dat is gerekend met de huidige marktomstandigheden en energieprijzen. We hebben een eenvoudig en robuust systeem dat geen schaarse metalen gebruikt en geen risico’s of overlast oplevert voor mens en milieu.

Northern Enlightenmentz tijdens Eemsdeltavisie

Tijdens Eemsdeltavisie 2021: Truth or dare gaan we in gesprek met onder meer innovators, wetenschappers en experts uit de industrie over innovaties..Eemsdeltavisie (4 november CIC Delfzijl) is ook dit jaar weer het podium voor de Northern Enlightenmentz-verkiezing. In willekeurige volgorde presenteren Uppact, Senbis, Ocean Grazer en Purified Metal Company hun innovaties aan het publiek in het Chemport Innovation Center.

> Bekijk het volledige programma en schrijf snel in!

In een live talkshow bespreekt Bastiaan Leeuw van Vicoma Consultancy & Engineering samen met Sander Meskers van Tata Steel de engineeringsuitdagingen van de energietransitie en de oplossingen die de assets in conditie brengen en houden.

Dat de energie- en grondstoffentransitie ingenieurs nodig hebben, mag duidelijk zijn. Grote asset owners zoals Tata Steel zien zich voor grote uitdagingen staan om hun bestaande processen om te bouwen naar een schone en duurzame variant. Vicoma Consultancy & Engineering krijgt dan ook steeds vaker de opdracht voor modificaties, levensduurverlenging van assets of her-certificering na een revitalisatieproject. In een bestaande industriële omgeving moet dat wel smart gebeuren. En dus scannen de ingenieurs eerst de assets en de omgeving in 3D. Daarmee komen ook de onorthodoxe oplossingen in beeld.

U kunt zich nog inschrijven voor de live talkshow of de online registratie van iMaintain Techport

Tijdens het voorprogramma van iMaintain Techport bespreken Robrecht Bakker en Frank Schouten de uitdagingen van de energietransitie voor asset management en human capital. Nu al dreigen tekorten op de arbeidsmarkt de noodzakelijke ingrepen in het energiesysteem dwars te zitten. De industrie zal dan ook slimmer moeten omgaan met zijn resources. U kunt zich nog inschrijven voor het live congres of de online registratie.

De industriële energie- en grondstoffentransitie is zeer uitdagend. Want waar bedrijven zullen moeten investeren in duurzame assets, lopen ze nu al aan tegen tekorten aan kennis en kunde. BuildingCareers verbindt hoogopgeleid technisch personeel met opdrachtgevers die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van onze samenleving. Want de menselijke intuïtie en creativiteit is nog altijd superieur aan de kunstmatige intelligentie.

Dat merkte ook Frank Schouten van Compris. Hij begeleidde al veel bedrijven richting de ISO 55001 standaard voor asset management. Nu steeds meer bedrijven een asset manager aanstellen, liep Compris echter tegen dezelfde uitdagingen aan als zijn klanten: tekorten aan kennis en kunde. Samenwerking met BuildingCareers geeft de asset management-experts de nodige ruimte om het menselijke kapitaal waar nodig aan te vullen. Dat biedt Compris de ruimte om te blijven groeien.

13.50 – 14.20 Live talkshow met Robrecht Bakker van BuildingCareers   en Frank Schouten van Compris

 

Engie gebruikt de huidige turnaround van de Maximacentrale om zich voor te bereiden op een grote upgrade in 2023. Door diverse hardware aanpassingen kan de centrale dan op hogere bedrijfstemperaturen draaien, waarmee het combined cycle rendement toeneemt tot boven de zestig procent. De aanpassingen maken ook bijstook van waterstof tot vijftig procent mogelijk.

De ingenieurs van turbineleverancier Ansaldo Energia maken graag gebruik van de huidige turnaround van de Maximacentrale in Lelystad. Ze kunnen nu alvast een voorschot nemen op de aanpassingen die ze in 2023 willen doorvoeren. Nieuwe materialen, koelsystemen en een nieuw softwarepakket zorgen er dan voor dat de combined cycle gasturbine hogere temperaturen kan verdragen. En daarmee neemt het rendement aanzienlijk toe. Bovendien maken de aanpassingen ook bijstook van waterstofgas mogelijk. In ieder geval tot vijftig procent, maar hogere percentages zouden in de toekomst met extra aanpassingen en voortschrijdende technologische ontwikkeling ook geen probleem moeten vormen.

De Maxima-centrale is volgens plantmanager Harry Talen al een van de de meest efficiënte combined cycle gascentrale (CCGT) van Nederland. Maar de energietransitie stelt nog hogere eisen aan de efficiency, duurzaamheid en flexibiliteit van dit soort centrales in de nabije toekomst. ‘Het aandeel duurzaam vermogen neemt aardig toe’, zegt Talen. ‘Het aandeel wind- en zonne-energie loopt al op tot zo’n  25 procent van de elektriciteitsproductie. Dat zijn mooie cijfers, maar betekent ook dat nog steeds 75 procent van de elektriciteit van fossiel gestookte centrales komt. Het beste wat je op de korte termijn dan kan doen is om dat fossiele deel in ieder geval zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Sommigen kiezen dan voor extra efficiency door ook warmte te leveren. Met het toenemende aanbod van intermitterende energiebronnen als wind- en zonne-energie wordt het wel steeds lastiger om die warmte altijd te leveren.’

Nieuwe rol

De upgrade van een van de twee 440 megawatt units van de centrale levert tot 35 megawatt meer vermogen op. Alleen al deze stap kan een jaarlijkse bespring moeten kunnen opleveren tot veertigduizend ton CO2. Deze besparing maakt de businesscase voor Engie iets aantrekkelijker, omdat het daarmee ETS-kosten vermijdt. De andere unit zou in een later stadium dezelfde aanpassingen kunnen krijgen. Maar die beslissing zal ook afhangen van de marktontwikkelingen.

Talen voorziet een andere rol voor gascentrales in het algemeen. ‘Gascentrales zullen steeds meer worden ingezet voor leveringszekerheid als zon en windenergie te weinig levert en netbalancering, om dips in de duurzame stroomopwekking op te vangen. Dat zou kunnen betekenen dat een gemiddelde centrale geen zesduizend uur meer draait, maar slechts tweeduizend uur. Bovendien zullen we vaker op en af moeten regelen, naar gelang het aanbod wisselt. De configuratie van onze twee units is wat dat aangaat gunstig voor dit soort marktomstandigheden. Door de upgrade wordt de centrale nog flexibeler en  kunnen we heel snel en efficiënt opstarten en weer afschakelen.

Je kunt je voorstellen dat zo’n wisselende belasting ook zijn uitwerking heeft op de levensduur van de assets. Het nieuwe softwarepakket dat we installeren helpt ons om keuzes te maken tussen de opbrengsten van flexcapaciteit en de kosten van extra onderhoud.’

Waterstof

Bijkomend voordeel van de upgrade is dat ook bijstook van waterstof geen probleem meer vormt. ‘De branders kunnen zonder grote aanpassingen tot vijftig procent waterstof bijstoken. Met aanpassingen in de toekomst zouden hogere percentages ook mogelijk moeten zijn.

De Russische president Vladimir Poetin meldde dat de eerste leiding van de gaspijplijn Nord Stream 2 klaar is. Het project waar in 2015 de handtekeningen voor werden gezet, zou volgens de initiële planning eind 2019 al in gebruik moeten zijn genomen. Amerikaanse bemoeienis vertraagde het project echter. Nu zeggen de Amerikanen geen sancties meer te willen opleggen aan bedrijven die aan de leiding werken.

Bij de ingebruikname van de eerste Nord Stream-leiding werd al duidelijk dat Duitsland meer behoefte had aan Russisch gas. De dubbele Baltische pijpleiding heeft een capaciteit van 110 miljard kuub gas per jaar. In september 2015 tekenden Gazprom, E.ON, BASF/Wintershall, OMV, Engie en Royal Dutch Shell een contract om twee extra leidingen te bouwen naast de twee bestaande pijplijnen van Nord Stream.

Gazprom krijgt een belang van 51 procent in het project, Engie negen procent en de overige vier partners elk tien procent. De investering heeft een waarde van 9,9 miljard euro en betreft de aanleg van een derde en vierde pijplijn met een totale capaciteit van 55 miljard kuub per jaar.

Tweede leiding

Inmiddels is de eerste leiding klaar. De pijpleiding is meer dan 1200 kilometer lang en loopt via de Oostzee. Met Nord Stream 2 moet de capaciteit voor gasleveranties van Rusland aan Duitsland worden verdubbeld. In de tussentijd werken de aannemers hard aan de tweede leiding.

De Verenigde Staten onder leiding van senator Ted Cruz waren fel gekant tegen de leiding die Moskou meer macht gaf in Europa. Toen Cruz dreigde met sancties trok het Nederlands-Zwitserse offshorebedrijf Allseas haar pijplegger de Pioneering Spirit terug uit het project.

Politieke druk

Ook Polen en Oekraïne hadden bezwaar tegen de leiding. In het verleden zette Rusland de landen onder druk door hogere prijzen te vragen of zelfs de gastoevoer te stoppen. De verstoorde politieke verhoudingen zorgde er voor dat een groot deel van de leiding via de zee gaat. Gasunie handelt al jaren met Gazprom en zegt nooit problemen te hebben ondervonden met de Russische gastoevoer.

De waarde van water neemt toe nu de beschikbaarheid onder druk komt. Vanuit de Oranjerie van Paleis Soestdijk spraken vertegenwoordigers van de industrie, overheid en waterexperts over de huidige en toekomstige waarde van water. Bekijk nu de live talkshow en de pitches van de drie kandidaten voor de Water Innovator of the Year-verkiezing.

De waarde van water staat op een kantelpunt. Nederland heeft nooit last van watertekorten gehad, maar waterkwantiteit en -kwaliteit staat zo nu en dan wel onder druk. Dat merkte bijvoorbeeld Sitech bij de aanvraag van de nieuwe lozingsvergunning. Maar ook gedeputeerde Peter Smit van de Provincie Noord-Brabant ziet de druk op grondwaterbronnen toenemen. Smit wil daarbij de industrie niet dwingen zijn vergunning in te leveren, maar wil wel gezamenlijk nadenken over alternatieve bronnen.

Ook BASF wil graag alternatieve bronnen inzetten in zijn processen. In de gedachte van het Verbund-principe kan het afvalwater van het ene proces weer worden ingezet in andere processen. Dat de industrie beter kan samenwerken om de uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, bewijst Evides Industriewater met de Centrale afvalwaterzuivering Botlek.

 

 

 

De samenwerking van membraanexpert Wafilin en aardappelzetmeelproducent Avebe leverde een innovatie op die een doorbraak betekent in concentratieprocessen. Beide bedrijven zijn dan ook verkozen tot Water Innovator of the Year 2021. Inmiddels kijkt Wafilin ook naar toepassingen in andere branches die nu nog thermisch indampen.

Het DuCam-project, dat aardappelsap duurzaam concentreert, was volgens jury en publiek van het Watervisie platform de innovatie met de meeste impact. ‘De combinatie van het doorzettingsvermogen van Avebe en de intensieve proceskennis van Wafilin leidde tot een samenwerking die grote stappen zet in energiebesparing en waterterugwinning’, aldus de jury. ‘Deze innovatie is niet alleen relevant voor Avebe, maar ook voor heel veel vergelijkbare scheidingsprocessen. Wafilin en Avebe zijn daarom een terechte Water Innovator of the Year.’

Avebe en Wafilin namen het tijdens de verkiezing op tegen VSGM, dat rioolslib omzet in een grondstof voor de cementindustrie en MEZT, dat bipolaire elektrodialyse inzet voor het afscheiden van ammoniak en grondstoffen uit mest.

Juryleden Niels Groot (Dow Terneuzen), Roy Tummers (VEMW), Jan Willem Mulder (Evides Industriewater) en Duska Disselhoff (AquaVentures) hadden de zwaarste stem in de verkiezing. Maar ook het online publiek kon zijn stem uitbrengen.

DuCam

Wafilin en Avebe bedachten samen een duurzame alternatieve route voor indampen. Het Ducam-proces, wat staat voor Duurzaam Concentreren van Aardappelsap met Membranen, gebruikt membraantechnologie om aardappelsap te concentreren. Daardoor is veel minder energie nodig voor eiwitwinning en indamping.

Watervisie

De Water Innovator of the Year-verkiezing is onderdeel van het Watervisie Congres dat donderdag 11 februari werd uitgezonden vanuit de Oranjerie van Paleis Soestdijk. Samen met de partners Evides Industriewater en VEWM bracht Industrielinqs Pers en Platform diverse stakeholders uit de industriële waterwereld bijeen om via een live talkshow te discussiëren over de huidige en toekomstige waarde van water.