Liander Archieven - Utilities

Een breuk in een waterleiding van waterbedrijf Vitens leidde in 2014 tot een grote gasstoring in Apeldoorn. Om dit scenario voor andere steden te voorkomen, besloten de twee betbeheerders samen te werken. Vandaag beginnen de netbeheerders met een deelproject in Nijmegen.

Een breuk in de waterleiding van Vitens leidde tot een breuk in de naastgelegen gasleiding die uiteindelijk brak. Daardoor stroomde water en modder zo de gasleiding in. Het leidde in 2014 tot een gasstoring waarbij honderden mensen dagenlang zonder gas zaten. Dat nooit meer, dachten Liander en Vitens, en daarom zijn ze al een tijd bezig om ruim 300 kilometer gas- en waterleidingen in Nederland te vervangen.

Minder overlast

Eerst was Apeldoorn aan de beurt. Daar hebben Vitens en Liander inmiddels gezamenlijk 92 kilometer aan gas- en waterleiding vervangen. De netbeheerders hebben de ingrijpende werkzaamheden onder meer in nauwe samenspraak met de gemeente Apeldoorn uitgevoerd. Dankzij de goede samenwerking kon de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt blijven.

In de tussentijd kreeg ook het Gelderse Doorwerth in 2019 te maken met een gasstoring. Ook hier zorgde de combinatie van een gesprongen gas- en waterleiding voor problemen. De volgelopen leidingen moesten eerst worden schoongemaakt en daarna gerepareerd. meer dan zestig huizen zaten drie dagen zonder gastoevoer.

Elf gemeenten

Nu is de rest van Nederland aan de beurt en dat begint in Nijmegen. In dit deelproject gaat het in totaal om dertig kilometer aan gecombineerde gas- en waterleidingen, verdeeld over elf gemeenten. Zo’n 1400 huizen in de gemeenten Aalten, Arnhem, Berg en Dal, Brummen, Doesburg, Doetinchem, Ede, Nijmegen, Oude IJsselstreek, Renkum en Rheden worden ook overgezet naar de nieuwe leidingen.

Netbeheerder Liander waarschuwt voor potentiële problemen als gevolg van een hittegolf. Net als de twee voorgaande jaren kan de extreme hitte en droogte tot meer stroomstoringen in Amsterdam en Friesland leiden dan gebruikelijk. Een in die gebieden veelgebruikte mof is de boosdoener.

Als de temperatuur flink stijgt en de grond erg droog is, kunnen zwakkere onderdelen in het Nederlandse elektriciteitsnet oververhit raken en uitvallen. Het gaat hierbij vaak om een bepaald type mof (verbindingsstukken tussen kabels), dat in Friesland en Amsterdam vroeger veelvuldig is toegepast. Soms zijn deze moffen ook al eens beschadigd geraakt bij graafwerkzaamheden en daardoor extra kwetsbaar.

Met de twee hete en droge zomers die achter ons liggen heeft Liander inmiddels de nodige kennis en ervaring opgedaan. Zo weet de netbeheerder dat vooral tijdens de eerste droge en hete periode van een zomer de zwakke onderdelen uitvallen. Met name op plaatsen waar de afgelopen maanden graafwerkzaamheden plaatsvonden. In de hete en droge periodes die daarop volgen is dat veel minder.

Vervangen

Het hele jaar door werkt Liander aan het vernieuwen en versterken van zijn netten. Het bedrijf checkt al bij werkzaamheden of ze dit soort zwakke onderdelen tegenkomt en vervangt deze dan. Enkele jaren geleden begon Liander aan een groot programma om zogenaamde nekaldietmoffen in Amsterdam en Friesland te vervangen. Veel van die moffen zijn inmiddels vervangen door moffen van een andere kwaliteit.

Smart Cable Guard

Verder gebruikt Liander sinds 2018 de Smart Cable Guard. Dit systeem scant kabels op zwakke plekken. Daardoor kan de DSO ze vervangen voordat ze tot storingen leiden. Treedt er toch een storing op? Dan helpt de Smart Cable Guard om de storing sneller op te sporen en de tijdsduur van de stroomonderbreking te beperken.

De gigantische wind- en zonneparken die investeringsmaatschappijen uit de grond stampen, bezorgen de netbeheerders een groot probleem. De netcapaciteit is namelijk niet berekend op dergelijke spanningspieken. Liander kwam in het Gelderse Ulft met een tijdelijke oplossing: de installatie van twee reuzentransformatoren.

Door de snelle toename van wind- en zonneparken is een deel van het elektriciteitsnet rond de Gelderse plaats Ulft volgeraakt. Hierdoor moeten nieuwe wind- of zonneparken die stroom willen leveren wachten op uitbreiding van het net.

‘Het Nederlandse elektriciteitsnet is een van de betrouwbaarste ter wereld, maar niet ingericht op grootschalige lokale teruglevering van wind- en zonnestroom’, vertelt gebiedsregisseur Joël van Tiem van Liander. ‘In verschillende stappen breiden we het elektriciteitsverdeelstation in Ulft uit, zodat het net in 2021 meer capaciteit heeft. Nu hebben we twee transformatoren geplaatst met ieder een vermogen van 40 megavoltAmpère en kunnen we de kabels gaan aanleggen. Als alle werkzaamheden afgerond zijn kunnen we nieuwe windparken direct op het station aansluiten.’

1,5 meter

Veiligheid is altijd al een groot goed bij het werk in de energiesector, tijdens de coronacrisis is extra alertheid geboden. ‘Iedere ochtend bespreken de technici de richtlijnen van het RIVM’, vertelt Van Tiem. ‘Die zijn leidend. We richten ons werk zo in dat we niet dicht bij elkaar in de buurt hoeven te komen. Dat gaat hartstikke goed.’

Werkzaamheden ten tijde van corona

Liander is verantwoordelijk voor de energievoorziening van 3,2 miljoen huishoudens en bedrijven. De activiteiten van de netbeheerders zijn onderdeel van de vitale infrastructuur in Nederland. Niet noodzakelijke bezoeken aan klanten thuis, bijvoorbeeld om een slimme meter te installeren, zijn vooralsnog stilgelegd.

De monteurs blijven uiteraard wel 24/7 klaarstaan voor het verhelpen van storingen, ook in huis. Ook gaat Liander door met de werkzaamheden aan het energienet om de betrouwbaarheid en toekomstbestendigheid van de Nederlandse energievoorziening te waarborgen.

Liander past als eerste regionale netbeheerder congestiemanagement toe rond een knelpunt in het elektriciteitsnet. Met congestiemanagement verdeelt de netbeheerder efficiënter de schaarse capaciteit van het net in het Gelderse Neerijnen .

Congestiemanagement is een systeem om de beschikbare transportcapaciteit van het elektriciteitsnet te verdelen. Als het stroomaanbod of de stroomvraag groter is dan het net aankan, kan de netbeheerder met marktpartijen vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Liander maakt hierbij gebruik van het online platform Gopacs, een samenwerking tussen de regionale netbeheerders en Tennet.

Neerijnen

Uit onderzoek blijkt dat er in Neerijnen voldoende grootverbruikers, zoals tuinders, zijn die bij topdrukte op het elektriciteitsnet tegen een vergoeding minder elektriciteit willen verbruiken. Of die juist extra elektrisch vermogen willen leveren. Liander richt het systeem momenteel in en werft nog deelnemers. De netbeheerder verwacht het daadwerkelijk congestiemanagement voor het eerst in het najaar in te zetten. Dan kan de piekvraag het aanbod aan netcapaciteit overstijgen. Door de toepassing van congestiemanagement kan een aantal bestaande transportbeperkingen van klanten in Neerijnen worden opgeheven worden. Het mechanisme creëert echter nog geen ruimte voor extra uitbreiding of nieuwe aanvragen.

Flexmarkt

De toepassing van congestiemanagement past in de oplossingen om het bestaande net slimmer te benutten. Eerder ontwikkelde Liander al flexibiliteitsmarkten in Nijmegen en Zuidplaspolder. Verder vinden er in Amsterdam en Gelderland proeven plaats met smart charging, waarbij het laden van elektrische auto’s wordt afgestemd op de beschikbare capaciteit van het net.

De hausse aan subsidies voor zonneparken in de afgelopen twee jaar zorgt ervoor dat het elektriciteitsnet in hoog tempo vol raakt. Daarom wil Liander dat zonneparken alleen nog daar komen waar het elektriciteitsnet het aan kan. Waar geen ruimte op het net is, zou de overheid bijvoorbeeld subsidie moeten geven voor pilots die duurzaam opgewekte stroom lokaal omzetten in waterstof. Ook moet de opslag van duurzaam opgewekte energie verder worden gestimuleerd.

De economie van Nederland groeit door en de energietransitie versnelt verder. Dit heeft veel impact op het elektriciteitsnet. De vraag naar aansluitingen en vermogen stijgt sterk, net als de opwek van duurzame energie.

De vraag naar de zwaarste aansluitingen, die bijvoorbeeld nodig zijn voor een zonnepark, nam in twee jaar tijd 7,5 keer toe. Zulke aansluitingen vragen ook een grote capaciteit van het elektriciteitsnet. Het net moet veel grotere hoeveelheden stroom verwerken op hetzelfde moment. Dan moeten de netbeheerder elektriciteitsstations uitbreiden met extra of grotere transformatoren of hele nieuwe stations bouwen. Ondertussen kampt Nederland met een enorm gebrek aan technici en jarenlange vergunningsprocedures.

Zonneparken

De zonneparken zorgen voor de grootste problemen. De capaciteitsproblemen concentreren zich in tachtig procent van de gevallen tot zonneparken. De capaciteit van een gemiddeld zonnepark komt in de buurt van het elektriciteitsverbruik van een stad zo groot als Hengelo. Liander heeft honderden aanvragen van zonneparken liggen. Deze willen zich met name vestigen in de landelijke gebieden waar de kabels het dunst zijn. Oorzaak is de hausse aan subsidies voor zonneparken in de afgelopen twee jaar.

Opslag

Liander pleit er voor om alleen nog subsidie te geven aan zonneparken op plaatsen waar het elektriciteitsnet daar geschikt voor is. Op andere plaatsen wenst de netbeheerder een  subsidie voor pilots die duurzaam opgewekte stroom lokaal omzetten in waterstof. Ook moet het Rijk opslag van duurzame energie verder stimuleren. Op die manier kan Nederland zijn doelstellingen op het gebied van zonne-energie realiseren en tegelijkertijd meters maken in twee technologieën die essentieel zijn voor de energietransitie.

Voor het eerst in Nederland wordt een buurtbatterij in een wijk ingezet waar ook bewoners gebruik van kunnen maken. In deze pilot maken lokale energieleverancier Tegenstroom en Lyv smart Living het voor bewoners in Rijsenhout mogelijk hun zelf opgewekte zonne-energie daarin op te slaan. In het dorp in de Haarlemmermeer testen 35 huishoudens het komende jaar deze unieke batterij samen met Tegenstroom, Lyv smart Living en netbeheerder Liander.

Liander onderzoekt in deze pilot of de batterij het lokale elektriciteitsnet kan ontlasten. Met een toename van duurzame energieopwek wordt het netwerk extra belast. Een batterij kan een goed, meer betaalbaar alternatief zijn voor het leggen van een dikkere kabel.  Door eerst de beschikbare, duurzame energie uit de buurt te gebruiken, kunnen wijken in de toekomst steeds meer in hun eigen energie voorzien. Ook kan het een oplossing zijn voor de forse toename van zonnepanelen op woningen en de bijbehorende energie die verwerkt moet worden.

Buren in de wijk in Rijsenhout delen een jaar lang de buurtbatterij. In huis zorgt het energiemanagementsysteem van Lyv met behulp van de slimme meter dat het overschot aan opgewekte energie in de batterij wordt opgeslagen en geregistreerd. Daardoor kunnen huishoudens de in de batterij opgeslagen energie op een later moment gebruiken. Data uit de slimme meter helpt te bepalen hoe de zonne-energie zo optimaal mogelijk gebruikt kan worden.

Aan de hand van het actuele energiegebruik van de bewoners en de hoeveelheid opgewekte energie wordt bepaald of de energie het beste gebruikt, opgeslagen of moet worden teruggeleverd aan het net. Als een bewoner in de wijk energie nodig heeft dan levert het systeem zijn resterende deel uit de batterij terug. Het energiemanagementsysteem met een bijbehorende app helpt bewoners energie te besparen en registreert het als er meer zonne-energie wordt opgewekt dan gebruikt. Zo kunnen bewoners maximaal hun eigen opgewekte energie gebruiken en wordt het energienet ontlast.

Testen batterij

Liander gebruikt de batterij uitsluitend om te testen wat de gevolgen ervan zijn voor het lokale energienet en of het één van de oplossingen kan zijn  om het lokale net te ontlasten. Om te begrijpen wat de dynamiek en impact is van het gebruik van batterijen op het elektriciteitsnetwerk doet de netbeheerder onderzoek naar oplossingen als de Buurtbatterij. De eerste voorlopige resultaten laten zien dat er een toename is van zo’n honderd procent in het gebruik van de eigen opgewekte energie met behulp van de batterij. Dit verlaagt de impact op het netwerk en daarbij kan de batterij de spanningskwaliteit regelen.

Later in het jaar worden marktpartijen gevraagd om de restenergie uit de batterij te verhandelen. Geïnteresseerde marktpartijen kunnen zich via een aanbesteding inschrijven. Samen met de gekozen marktpartij wordt zowel de haalbaarheid van de batterij onderzocht als het verhandelen van energie uit de batterij. Daardoor is de kans op realisatie het grootst. De uitkomsten van de pilot worden gedeeld met marktpartijen en andere geïnteresseerden.

Voor aansluitingen met een laag verbruik zoals garageboxen, portiekverlichting, abri’s bij bushaltes, slagbomen of vuilcontainers introduceert Liander een nieuw type aansluiting: de tien ampère aansluiting. Met de nieuwe aansluiting kunnen klanten zo’n 150 euro per jaar besparen op hun elektriciteitsaansluiting.

Tot op heden is de 3*25 ampère aansluiting de kleinste aansluiting voor klanten. Dit voldoet voor bijvoorbeeld huishoudens. Voor aansluitingen met een laag verbruik is deze aansluiting relatief duur, omdat zij slechts een beperkt deel van de capaciteit gebruiken. Om deze klanten tegemoet te komen, biedt Liander nu de tien ampère aansluiting aan.

Laag piekverbruik

Met de tien ampère aansluiting is relatief veel mogelijk. Voor openbare infrastructuur als abri’s, vuilcontainers en flitspalen is een aansluiting van tien ampère dan ook voldoende. Ook voor bijvoorbeeld garageboxen zou, afhankelijk van het gebruik, de aansluiting een goedkope oplossing kunnen zijn. Voor huishoudens is een tien ampère aansluiting geen optie: een huishouden zou bij deze aansluiting slechts één apparaat tegelijkertijd kunnen gebruiken.

Liander verwacht dat potentieel 30.000 klanten gebruik kunnen maken van de nieuwe aansluiting.