Ministerie van Economische Zaken Archieven - Utilities

Het kabinet komt met een plan om bestaande gasleidingen aan te passen voor het transport van waterstof. Dat kondigt Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken en Klimaat aan in reactie op het rapport HyWay27. Dit rapport concludeert dat het haalbaar, veilig en kostenefficiënt is om bestaande gasleidingen te hergebruiken voor waterstof.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat CO2-vrije waterstof nodig is om de Nederlandse ambitie van een duurzame, klimaatneutrale economie te realiseren. Het HyWay27 onderzoek stelt dat de ontwikkeling van transportcapaciteit  voor waterstof een cruciale stap is om waterstof die sleutelpositie in onze economie en energievoorziening te geven. Op korte termijn ziet het onderzoek vooral vraag vanuit de industrie. Op langere termijn is de verwachting dat ook vanuit de sectoren mobiliteit, de gebouwde omgeving en de elektriciteitssector (CO2-vrij regelbaar vermogen) concrete vraag om transportcapaciteit voor waterstof ontstaat.

Uitrolplan

Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor CO2-vrije waterstof bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Waterstof kan niet alleen bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen, het biedt ook kansen voor economische groei. Nederland kan dankzij haar gunstige ligging, de internationale havens en de aanwezige gasnetten en opslagcapaciteit in de toekomst een spil zijn in de internationale waterstofmarkt. Om die kans te grijpen, zet het kabinet nu een belangrijke concrete vervolgstap: het ontwikkelen van een uitrolplan voor een transportnet voor waterstof.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius: ‘Waterstof is nodig om onze industrie te verduurzamen en banen hier in Nederland te houden. Als we het goed aanpakken, kan ons land er bovendien ook nog een goede boterham mee verdienen. De overheid moet wat mij betreft de juiste randvoorwaarden bieden, zoals infrastructuur, zodat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Dat we ons uitstekende gasnet met enkele aanpassingen veilig en kosteneffectief kunnen omvormen tot een transportnet voor waterstof biedt een grote verduurzamingskans voor de Nederlandse industrie die we niet mogen laten liggen.”

Hergebruik

Het kabinet concludeert op basis van het HyWay27 onderzoek dat een transportnet voor waterstof noodzakelijk is en dat deze omwille van kosteneffectiviteit voor een zo groot mogelijk deel zal moeten bestaan uit hergebruik van bestaande leidingen. Daarom is het kabinet voornemens Gasunie te vragen de ontwikkeling van het transportnet voor waterstof op zich te nemen en de gasleidingen vrij te spelen om te kunnen hergebruiken.

Ook komt het kabinet met een plan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Cluster Energiestrategieën (CES), dat inzicht geeft in waar en wanneer behoefte aan transportcapaciteit ontstaat. In combinatie met een tijdslijn voor het beschikbaar komen van leidingen, moet dit leiden tot een onderbouwde uitrol en fasering van het landelijk waterstofnet. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten hoe de leidingen moeten komen te liggen en de financiering daarvan.

1,5 miljard euro

Gasunie raamt de investeringen van het gehele project op 1,5 miljard euro. Deze investering is nodig omdat de infrastructuur vanaf het allereerste gebruik direct volledig beschikbaar moet zijn. Ook moet de capaciteit groot genoeg zijn voor de toekomstige vraag. Het landelijk waterstofnetwerk moet in 2027 gereed zijn en zal dan voor 85 procent uit hergebruikte aardgasleidingen bestaan, aangevuld met nieuwe leidingen. Groot voordeel is dat de kosten hiermee een factor vier lager uitpakken dan wanneer volledig nieuwe leidingen zouden worden aangelegd. De capaciteit van het netwerk bedraagt 10 GigaWatt, gelijk aan 25 procent van het totale energieverbruik van de Nederlandse industrie. Op termijn kan dit verder worden uitgebreid.

Vanaf zomer 2022 is er in een gemiddeld jaar geen gaswinning meer nodig uit het Groningenveld. Dit heeft het kabinet al eerder besloten om de oorzaak van de aardbevingen aan te pakken. Nu blijkt dat er dit jaar een verdere verlaging van de winning mogelijk is: van de verwachte 11,8 miljard kubieke meter dit jaar naar 10 miljard kubieke meter per jaar.

Deze vermindering komt doordat een nog hogere stikstofinzet wordt gehaald. Daarnaast kon de gasopslag Norg verder worden verruimd. Ook de zachte winter speelt een rol. De jaarlijkse raming van de netbeheerder over de nog benodigde gaswinning uit het Groningenveld heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer gezonden.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert een winning onder de 12 miljard kubieke meter in een gemiddeld jaar. Het kabinet blijft zoeken naar verdere mogelijkheden om de gaswinning te verlagen. Dit jaar kan de winning in het huidige gasjaar inderdaad nog verder beperkt worden. Dit kan bijvoorbeeld door hogere inzet van stikstof. Het bijmengen van stikstof maakt van hoogcalorisch gas het voor consumenten en industrie geschikte laagcalorische gas.

Verlaging gaswinning tot 3 miljard Nm3

Uitgaande van een gemiddeld temperatuurverloop is de benodigde gaswinning in het komend gasjaar 2020/2021 9,3 miljard Nm3. In het gasjaar 2021/2022 daalt de winning vervolgens tot circa 3 miljard Nm3. De winning kan vanaf het voorjaar 2022 naar nul. Het veld blijft daarna alleen nog enkele jaren nodig als reservemiddel om leveringszekerheid te borgen voor extreem koude situaties.

Gasunie Transport Services (GTS) geeft aan dat als de afbouw van de vraag volgens planning verloopt het veld in 2025/2026 definitief kan worden gesloten. Vanaf halverwege 2022 blijft er een aantal productielocaties standby. Alleen in een koud jaar is volgens GTS nog een klein restant, maximaal 0,5 miljard kubieke meter, nodig uit het veld. De sluiting en ontmanteling van productielocaties is al ingezet (zoals in Ten Post). Dit wordt de komende jaren voortgezet. Samen met de regio, TNO, toezichthouder SodM en de Mijnraad wordt uitgewerkt hoe op een verantwoorde wijze de overige clusters kunnen worden gesloten.

Dit alles laat zien dat het kabinet samen met alle partners alles op alles blijft zetten om de gaswinning zo snel mogelijk naar nul te krijgen.

 

 

Nederland en het Duitse Noordrijn-Westfalen werken nauw samen aan een duurzame energie- en industriesector. Beide partijen stimuleren grensoverschrijdende samenwerking tussen bedrijven en kennisorganisaties om klimaatdoelstellingen kracht bij te zetten. Tijdens de derde Combined Energy Conference die op 29 januari 2020 in Arnhem werd gehouden, werd onder meer onder de noemer HY3 een gezamenlijke studie naar de haalbaarheid van een grensoverschrijdende waardeketen voor groene waterstof, strekkend van de Noordzee tot aan industriële clusters in het grensgebied gelanceerd.

Het HY3-project is een samenwerking tussen Nederland, Duitsland en de deelstaat Noordrijn-Westfalen. De drie partijen in de samenwerking wijzen ieder een onderzoeksinstelling aan die gezamenlijk onderzoek zullen doen naar de haalbaarheid van een transnationale groene waterstofeconomie.

Het HY3 onderzoek wordt uitgevoerd als trilateraal project van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van Nederland; het Ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen en het Bondsministerie van Economische Zaken en Energie van Duitsland. Elk van de drie partijen heeft een instelling aangewezen om het project te leiden of zal dit in de komende tijd doen. Nederland heeft TNO aangewezen en Noordrijn-Westfalen heeft onderzoekscentrum IEK-3 Forschungszentrum Jülich aangewezen.

Benodigde hoeveelheid waterstof

De studie, die tegen de zomer van 2020 klaar moet zijn, geeft een antwoord op de vraag hoeveel waterstof de grote industriële clusters straks nodig hebben; hoeveel groene waterstof er op zee, en ook op land, is te produceren; welke volumes waar zijn op te slaan en hoeveel capaciteit het transportnetwerk moet bieden.

Industriële partijen met interesse in waterstof productie, transport of gebruik worden uitgenodigd om deel te nemen aan het project om informatie te leveren over potentiële vraag en aanbod van groene waterstof.

Concrete samenwerkingsprojecten

Het thema van de Combined Energy Conference is CO2-reductie in de energie- en industriesector. De conferentie is bedoeld om de relaties tussen de deelnemende partijen te versterken en concrete samenwerkingsprojecten tot stand te brengen door workshops op het gebied van waterstof, CO2-reductie in de industrie en hernieuwbare energie te faciliteren.

Onder de 350 deelnemers bevonden zich vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, brancheorganisaties en de overheid uit Nederland en Noordrijn-Westfalen. Onder de sprekers bevonden zich minister Wiebes (EZK), minister Pinkwart (NRW) en Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem.

Minister Wiebes: “Noordrijn-Westfalen is als industriële ruggengraat van Duitsland een belangrijke partner voor Nederland voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen en het creëren van economische kansen in de transitie naar klimaatneutraliteit. Onze regio is bovendien uniek gepositioneerd voor groene waterstof: we beschikken al over grensoverschrijdende infrastructuur, logistieke routes en onderzoeksinstituten. Met de verwachte groei van windenergie op zee en de groeiende vraag naar groene waterstof in de industrie, zijn alle voorwaarden aanwezig om een voorloper te worden in de transitie naar een duurzame economie.”

Waterstof aantrekkelijk

Om de CO2-uitstoot door zware industrie in bijvoorbeeld het Roergebied te minimaliseren is het gebruik van groene waterstof een aantrekkelijke optie. Die kan bijvoorbeeld worden geproduceerd vanuit wind op zee op de Noordzee, ten noorden van Duitsland en Nederland. Maar hoe komt deze waterstof van de Noordzee naar het Roergebied? Door het vrijkomen van de gastransport infrastructuur van Gasunie als gevolg van het sluiten van het Groningen gasveld is deze inzetbaar voor waterstof transport, met exportmogelijkheid naar Duitsland.

TNO en partners onderzoeken de haalbaarheid van dit plan, dat de decarbonisatie van de Duitse en Nederlandse industrie dichterbij moet brengen. Begin oktober tekenden minister Wiebes van EZK en zijn Duitse ambtgenoot Altmaier een intentieverklaring voor samenwerking tussen beide landen rond de energietransitie. Waterstof is hierin een belangrijk onderdeel als schone brandstof voor industriële productie. TNO voert de haalbaarheidsstudie uit dat zich richt op de marktvraag en onderzoeksinstituut Jülich dat onderzoek doet naar grootschalige productie van groene waterstof. Gasunie gaat na hoe hun netwerk geschikt is te maken voor transport en TNO neemt zowel waterstof transport als opslag in zoutcavernes onder de loep.

 

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven stuurde de Structuurvisie ondergrond naar de Tweede Kamer. De visie maakt duidelijk dat er onshore niet meer wordt gezocht naar aardgas. Wel wordt ruimte vrijgemaakt voor geothermie en offshore opslag van kooldioxide.

De ondergrond is belangrijk voor winning van drinkwater en energie. Het gebruik van de ondergrond moet dan ook op een veilige, duurzame en efficiënte manier wordt ingevuld. Het kabinet vindt het belangrijk dat gebruikers van de ondergrond mee denken over hoe die ondergrond eruit moet zien. Daarom kon iedereen reageren met een zienswijze op de Ontwerp Structuurvisie Ondergrond. De uiteindelijke visie is vandaag door staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) mede namens minister Wiebes (EZK) naar de Tweede Kamer gestuurd. Nederland heeft met deze structuurvisie een primeur: de eerste ruimtelijke visie voor de ondergrond op nationale schaal.

Met de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) geeft het kabinet zijn visie op duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van de ondergrond. Hierbij is een balans gezocht tussen het beschermen van het grondwater met oog op het nationaal belang van de drinkwatervoorziening en het benutten van de ondergrond voor mijnbouwactiviteiten, met name in het licht van de transitie naar een duurzame energievoorziening. Naast de zienswijzen op de Ontwerp Structuurvisie Ondergrond is ook het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage verwerkt. In de nieuwe structuurvisie is er aandacht voor veiligheid en het tijdig betrekken van de omgeving bij nieuwe activiteiten in de ondergrond. Provincies hebben het voortouw bij het aanwijzen van gebieden voor drinkwaterwinning. Met de energietransitie is gaswinning in de afbouwfase beland. Nieuwe opsporingsvergunningen voor het zoeken naar nieuwe gasvelden op land worden niet meer afgegeven. Verder legt de structuurvisie nu vast, dat schaliegaswinning in Nederland definitief van de baan is.

Diepe ondergrond in de praktijk

De Structuurvisie Ondergrond is het kompas voor afwegingen in de praktijk. De structuurvisie moet er voor zorgen dat er meer duidelijkheid komt voor initiatiefnemers en  overheden bij toekomstige projecten in de diepe ondergrond. Zo staat er in waar bedrijven vergunningen kunnen aanvragen voor activiteiten in de ondergrond en waar niet. Wanneer een activiteit niet is uitgesloten in de structuurvisie betekent dit niet dat de vergunning zonder meer wordt verleend. De Structuurvisie geeft overwegingen mee voor locatiespecifieke afwegingen. In dit proces spelen veiligheid en belangen van burgers een grote rol. Daarmee maakt het Rijk op voorhand duidelijk wat belangrijk is bij de uiteindelijke afweging.

Lees hier de Structuurvisie Ondergrond

Er is een forse omslag nodig in de manier waarop we met grondstoffen en afval omgaan. Daarom hebben 180 partijen in Den Haag het Nationaal Grondstoffenakkoord getekend. Hierin staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen.

Door bijvoorbeeld nog meer bestaand plastic te recyclen en te gebruiken voor nieuwe producten en verpakkingen, is minder olie nodig als grondstof voor nieuw plastic. De Nederlandse levensmiddelengigant Unilever neemt als een van de ondertekenaars het voortouw door in 2025 honderd procent recyclebaar plastic te gebruiken voor hun verpakkingen. Omdat voor hergebruik veel minder energie nodig is dan bij het verwerken van nieuwe grondstoffen, worden ook minder broeikasgassen uitgestoten en is het daarmee beter voor het klimaat. Met de omschakeling naar een circulaire economie wordt Nederland veel minder afhankelijk van grondstoffen uit het buitenland.

Recycle economie

Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) benadrukt het belang van het akkoord: ‘We moeten af van de wegwerpcultuur en anders denken over grondstoffen en afval. Al bij het ontwerp van producten moet bedacht worden hoe de grondstoffen weer opnieuw gebruikt kunnen worden. Dit akkoord legt de basis voor deze recycle economie en is de beginstap om de verspilling van grondstoffen en de uitputting van onze aarde aan te pakken.’

Minister Kamp (Economische Zaken) ziet daarbij kansen voor de Nederlandse economie door kostenbesparingen en het ontstaan van een nieuwe maakindustrie: ‘Een circulaire economie is niet alleen goed voor ons klimaat, maar levert ook inkomsten en banen op. Onderzoek laat zien dat tot 2023 de circulaire economie in Nederland goed is voor een marktwaarde van 7,3 miljard euro per jaar en 54.000 banen. Kansen dus te over voor ons bedrijfsleven, bijvoorbeeld door de mogelijkheden van 3D-printen of door het vergroenen van de chemie.’

Het Nationaal Grondstoffenakkoord bouwt voort op het in september gepresenteerde plan van het kabinet voor de omslag naar een circulaire economie. De ondertekenaars gaan nu concrete plannen maken om de omslag naar een circulaire economie te bespoedigen. Binnen een half jaar worden op de onderwerpen biomassa, voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen concrete plannen vastgesteld. Daarin komt te staan welke stappen worden gezet voor een volledig circulaire economie in 2050.

In 2050 wordt nauwelijks nog CO2 uitgestoten in Nederland. Dat is het beeld dat het kabinet vandaag schetst in zijn Energieagenda.

In 2013 is met 47 partijen het Energieakkoord gesloten. Die afspraken lopen tot 2023, in de Energieagenda wordt het einddoel dat in 2050 bereikt moet worden en de route daarnaartoe beschreven. In de energietransitie stuurt het kabinet op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen (CO2). Daarbij is het belangrijk dat de investeringen die de komende jaren in Nederland worden gedaan, passen bij een CO2-arme energievoorziening. Op deze manier benutten we de economische kansen die de energietransitie met zich meebrengt.

Het kabinet zet in op het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparing en het terugdringen van het gebruik van aardgas door het stimuleren van duurzaam opgewekte elektriciteit en duurzame warmte. Een breed pakket aan maatregelen wordt ingezet om dit te bereiken. Zo wordt gekeken hoe verwarming van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen kunnen worden verduurzaamd. Nu nog wordt 30 procent van de gebruikte energie in Nederland hiervoor gebruikt. Een belangrijke besparing is bijvoorbeeld te behalen door het laten vervallen van de wettelijke verplichting voor aansluiting van huizen en gebouwen op het gasnetwerk. Ook worden er niet meer automatisch nieuwe gasnetten aangelegd voor nieuwbouwwijken.

Verandering productieprocessen

Het aantal volledig elektrische auto’s en auto’s op waterstof zal verder toenemen en het is de ambitie vanaf 2035 alleen duurzame auto’s in Nederland te verkopen. De spoorsector zal volledig overschakelen op groene stroom. Vanaf 2025 maken nieuwe OV-bussen gebruik van hernieuwbare energie of biobrandstof. Om het fietsen aantrekkelijker te maken komen er meer veilige fietsverbindingen en een extra impuls voor fietsenstallingen in steden. Het wegtransport zal moeten overschakelen van fossiele naar biobrandstoffen en zuinigere motoren. Ook de luchtvaart zal moeten overgaan op CO2-arme brandstoffen en zal efficiënter moeten vliegen. Daarnaast blijft de overheid de energiebesparing door de industrie krachtig stimuleren. Productieprocessen moeten veranderen zodat er minder CO2 wordt uitgestoten. De CO2 die toch nog wordt geproduceerd kan worden opgeslagen in lege aardgasvelden in de Noordzee.

Minister Henk Kamp van Economische Zaken: ‘Er is een goede start gemaakt, maar er liggen nog grote uitdagingen voor ons. De energietransitie is alleen te realiseren als burgers, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en alle overheden hieraan bijdragen en samenwerken. Het kabinet vindt het belangrijk om met de partijen in gesprek te blijven en, net zoals bij het Energieakkoord, afspraken te maken over de invulling van de transitie naar een CO2-arme economie en samenleving.’

Betaalbaar

Voor consumenten die zelf energie opwekken wordt het aantrekkelijker de energie op te slaan en te verkopen op momenten dat de vraag naar energie groot is. Opslag maakt het ook mogelijk de energie te gebruiken op het moment dat de consument zelf nodig heeft, bijvoorbeeld in de avonduren.

Er bestaan verschillende berekeningen over de kosten die gemoeid zijn met de energietransitie. Vanwege de grote verschillen hiertussen is uitgebreider onderzoek noodzakelijk. Daarbij zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden voor financiering van de benodigde investeringen. De eerste uitkomsten daarvan worden medio 2017 verwacht. Uitgangspunt is dat de energietransitie betaalbaar blijft voor burgers en bedrijven.