NAM Archieven - Utilities

Ondanks het terugschroeven van de gasproductie, werd Groningen vanmorgen opgeschrikt door een aardbeving. De beving had een magnitude van 3.4 volgens de Schaal van Richter, wat maar 0.2 punten lager is dan de hoogst gemeten aardbeving. Het epicentrum lag bij Westerwijwerd.

NAM-directeur Johan Atema: ‘Vanochtend heeft er rond 06.00 uur een aardbeving van 3.4 plaatsgevonden in de omgeving van Westerwijtwerd. In de eerste plaats ben ik opgelucht dat er voor zover wij weten geen persoonlijk letsel is. Maar natuurlijk ben ik ook geschrokken van deze aardbeving en het effect dat deze weer heeft op de Groningers. Wij werken aan een analyse conform het Meet- en Regelprotocol Groningen. Binnen 48 uur stuurt de NAM een eerste analyse aan SodM en EZK.’

Sinds de jaren negentig hebben meer dan duizend aardbevingen in het noorden plaatsgevonden doordt doordat de zandsteenlaag in elkaar wordt gedrukt als gas uit de bodem wordt gehaald.

Vorig jaar heeft NAM nog productieclusters gesloten na een aardbeving bij Zeerijp. De gasproductie was al teruggeschroefd naar 21,6 miljard kuub per jaar.

Adviesbureau RoyalHaskoningDHV onderzocht welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van waterzuiveringstechnieken. Dit is van belang voor de verwerking van productiewater van het olieveld Schoonebeek. Het onderzoek wees uit dat op dit moment nog geen zuiveringstechniek voorhanden is die meer milieuvriendelijk is dan de huidige manier van waterverwerking: injectie in lege gasvelden.

Twee jaar geleden voerde het adviesbureau RoyalHaskoningDHV (RHDHV) de wettelijke zesjaarljkse herevaluatie uit van de waterinjectie in Twente. Bij de afronding van dit evaluatieproces gaf NAM aan om ook in de tussentijd de ontwikkelingen in de gaten te blijven houden op het gebied van waterzuivering. In de afgelopen maanden onderzocht RHDHV voor NAM deze ontwikkelingen.

Op dit moment wordt het productiewater dat meekomt uit de diepe ondergrond van Schoonebeek, via een zeventig kilometer lange pijpleiding teruggebracht in de ondergrond van Twente. Dat gebeurt in een leeg gasveld in Rossum.

De samenstelling van het injectiewater wordt bepaald door de waterkwaliteit van het productiewater met daarbij de toegevoegde mijnbouwhulpstoffen. De meting vindt plaats nadat het productiewater de oliebehandelingsinstallatie (OBI) in Schoonebeek heeft verlaten en via de transportleiding naar de waterinjectielocaties gaat. In de loop van de jaren is de waterkwaliteit van het productiewater veranderd, doordat steeds meer geïnjecteerd stoom de onttrekkingsputten bereikt. Hierdoor vindt een verdunning plaats en daarmee afname van concentraties. Dit blijkt duidelijk uit het chloridegehalte, dat gedurende 2017 is afgenomen van 26.000 milligram per liter naar 17.000 milligram per liter halverwege 2017.

Drie technieken

De NAM beloofde de alternatieven voor deze waterinjectie om de zes jaar te bekijken, maar ook tussendoor op eigen verantwoordelijkheid de alternatieven in de waterzuivering te bestuderen. RHDHV heeft daarom in opdracht van NAM opnieuw gekeken naar de laatste stand van zaken.

Het bureau onderzocht de inzet van Een proces op basis van de bewezen technologie van Mechanical Vapour Recompression, een proces op basis van de DyVaR-technologie van Salttech en een proces op basis van keramische membranen gevolgd door elektrodialyse (CMF-ED). Hoofdconclusie is dat er vooralsnog nog geen techniek beschikbaar is die tot een andere afweging leidt voor de verwerkingswijze van het productiewater. De ontwikkelingen in de waterzuivering blijven echter interessant voor NAM om ook op korte termijn te blijven volgen. Op lange termijn staat de volgende herevaluatie gepland in 2022.

Testlocatie productiewater

Onderdeel daarvan is dat NAM op dit moment kijkt naar welke NAM-locatie in of rondom Schoonebeek het meest geschikt is om een testfaciliteit aan te leggen. Met deze testfaciliteit kunnen geïnteresseerde ondernemingen hun waterzuiveringstechnieken testen met het echte productiewater. Daarbij wordt ook gekeken welke wettelijke vereisten -die gelden in de mijnbouwsector- van toepassing zijn en wordt er uiteraard vooraf overlegd met toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen en de betreffende gemeente.

De gaswinning uit het Groningenveld daalt komend jaar naar maximaal 19,4 miljard Nm3. Dat staat in het definitieve instemmingsbesluit voor het gasjaar 2018/2019 dat minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In maart heeft het kabinet besloten de gaswinning zo snel mogelijk helemaal te beëindigen. Het nieuwe  instemmingsbesluit voor het gasjaar 2018/2019 volgt dan ook het afbouwplan van het kabinet. Het instemmingsbesluit is vastgesteld na advies van onder andere de betrokken provincies, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio Groningen, het Staatstoezicht op de Mijnen, de Technische Commissie bodembeweging en de Mijnraad. Ook TNO, GTS en het COT (Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement) adviseerden over verschillende deelonderwerpen.

12 miljard kuub

Het kabinet neemt maatregelen om de gaswinning zo snel mogelijk geheel af te bouwen. Uiterlijk per oktober 2022, maar mogelijk al een jaar eerder, daalt de gaswinning naar verwachting tot onder het niveau van 12 miljard kuub. Afhankelijk van het effect van de maatregelen wordt vanaf oktober 2022 een daling voorzien naar 7,5 miljard kubieke meter en mogelijk fors minder. In de jaren daarna wordt de gaswinning helemaal afgebouwd tot nul.

Gaswet

De inzet van Groningengas wordt het sluitstuk in de vraag naar laagcalorisch gas. Daarvoor is een aanpassing van de Gaswet en Mijnbouwwet noodzakelijk. Totdat de wetten in werking  treden, geldt de bestaande Mijnbouwwet als grondslag voor dit instemmingsbesluit. Nieuw is dat al bij dit instemmingsbesluit  geldt dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wordt opgedragen niet meer te winnen dan wat nodig is voor leveringszekerheid. Bij de afbouw van de gaswinning staat de veiligheid van Groningen voorop. In het instemmingsbesluit wordt ook de leveringszekerheid meegewogen.

Storelectric heeft de  NAM70 Challenge gewonnen. De innovatie van het Britse bedrijf is gebaseerd op Compressed Air Energy Storage. Bij stroomoverschotten wordt lucht samengeperst. Zodra er weer elektriciteit nodig is, wordt de druk er weer afgehaald. Zodoende kan weer stroom worden opgewekt. 

Storelectric werd unaniem door de jury tot winnaar uitgeroepen en ontvangt 50.000 euro. Bovendien gaat het bedrijf de innovatie samen met NAM implementeren. Naast Storelectric streden Proton Ventures uit Nederland en Eco-Tech Ceram uit Frankrijk om de winst.

Scale-ups

Deze drie innovatieve bedrijven hadden zich ingeschreven voor de NAM70 Challenge. Dat is een initiatief van NAM om groeibedrijven, zogenaamde scale-ups, uit te dagen. Ze moesten met innovatieve ideeën komen voor het grootschalig opslaan van duurzame energie. Opslag van duurzaam geproduceerde energie wordt cruciaal om het toekomstige energiesysteem door de seizoenen heen stabiel te houden en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.

Gamechanger

Met Compressed Air Energy Storage kan een overschot aan wind- of zonne-energie onder de grond worden opgeslagen. Daar wordt de overtollige energie gebruikt om lucht onder hoge druk in een ondergronds reservoir te bewaren. De lucht wordt dan samengedrukt om energie op te slaan. Wanneer je de energie nodig hebt, laat je de lucht weer vrij. Door het drukverschil ontstaat opnieuw bruikbare energie.

De jury was lovend over het idee: ‘Wij hebben na intensief beraad gekozen voor Storelectric, vanwege de mogelijkheid hun oplossing voor grootschalige opslag van duurzame energie snel op te kunnen schalen. Daarnaast is de oplossing op bestaande locaties van NAM te implementeren. Wij zien hun oplossing als een potentiële game changer, waarmee we de energietransitie samen kunnen versnellen.’

De jury bestond uit Manon Janssen (CEO Ecorys/boegbeeld Topsector Energie), Tim van der Hagen (Voorzitter van het College van Bestuur TU Delft), Gertjan Lankhorst (Voorzitter van Vereniging voor Energie, Milieu en Water/directeur New Energy Coalition), Nynke Dalstra (CFO Royal HaskoningDHV) en Gerald Schotman (directeur NAM en President KIVI).

Lees meer informatie over het verloop van deze wedstrijd op NAM70 Challenge website.

NAM heeft haar jaarrekening over 2017 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. In 2017 boekte NAM een omzet van 3,4 miljard euro en een winst van 497 mln euro. De winst werd gerealiseerd door de ‘kleine‘ gas- en olievelden op land en zee en door eenmalige baten. Volgens NMA staat het resultaat op het Groningen veld onder druk. Het toekomstig beleid is dan ook gericht op de exploitatie van kleine velden en nieuwe energieprojecten die in het verlengde liggen van de huidige activiteiten.

De eenmalige baten die in 2017 ten gunste van het resultaat kwamen, betroffen de verkoop van een pijpleiding, een positieve uitkomst van een prijsarbitrage door GasTerra met betrekking tot leveringen uit voorgaande jaren en een eenmalige fiscale bate. De resultaten van het Groningen-gasveld in 2017 staan onder druk, veroorzaakt door productiebeperkingen en de hogere kosten van de maatregelen van het aardbevingenprogramma. Door de recente aankondiging van de minister van Economische Zaken en Klimaat ten aanzien van de verdere afbouw van de Groningen productie komen de resultaten verder onder druk te staan.

In 2017 droeg NAM, mede namens partners, een totaalbedrag van iets meer dan 2,8 miljard euro af aan Nederlandse overheden. Van deze afdrachten vloeide een substantieel deel naar de rijksoverheid en een deel naar regionale en lokale overheden.

Het personeelsbestand van NAM daalde verder in 2017 en telde eind 2017 1.482 medewerkers ten opzichte van 1.598 een jaar eerder.

NAM is financieel robuust

In het licht van de onzekerheden en verplichtingen met betrekking tot NAM’s business in Groningen, heeft NAM een sterke focus op kasgeneratie en kaspositie teneinde financieel draagkrachtig te blijven om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen. NAM’s operationele kasstroom in 2017 bedroeg meer dan 1,1 miljard en NAM verstevigde haar liquide middelen positie met ruim vierhonderd miljoen euro tot bijna 1,3 miljard euro eind 2017. In het eerste kwartaal 2018 is de liquide positie van NAM verder gegroeid. Naast de direct beschikbare liquide middelen beschikt NAM over een kredietfaciliteit bij haar aandeelhouders van in totaal 1,36 miljard euro. NAM heeft tot op heden nog nooit gebruik gemaakt van deze faciliteit. NAM heeft afgelopen jaar haar dividendbeleid herzien met als resultaat dat NAM dividendbetalingen heeft opgeschort.

De aankondiging van de minister van Economische Zaken eind maart 2018 om de Groningenproductie versneld af te gaan bouwen tot nul zal een verdere impact hebben op de winstgevendheid en kasstroom van de onderneming en noopt NAM ertoe om verdere aanpassingen te blijven maken in haar bedrijfsvoering. NAM verwacht een significante impact van het besluit op de winstgevendheid van 2018.

Naast Groningen bezit NAM een solide portefeuille van onshore en offshore ‘kleine’ velden. De ‘kleine velden’ genereren naar verwachting de eerstkomende jaren wel nog een significante positieve kasstroom en zijn winstgevend. NAM zet op dit moment ook actief stappen in de energietransitie en verkent verschillende mogelijkheden om toekomstige inkomsten te genereren uit nieuwe energieprojecten. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van deze nieuwe energie projecten is dat ze voortbouwen op de bestaande kernactiviteiten van NAM.

NAM-directeur Gerald Schotman reageert positief op het vernieuwde schadeprotocol voor Groningen.

Eerder stelde NAM de bewoners al gerust na de mededeling van Shell zijn 403-verklaring in te trekken. Het bedrijf zegt genoeg financiële draagkracht te hebben om de door aardbevingen veroorzaakte schade te vergoeden. Nu is er ook bijval voor het nieuwe schadeprotocol. Schotman: ‘NAM is verheugd dat minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat samen met de regio een nieuw schadeprotocol voor Groningen heeft gepresenteerd. Vanaf nu kan het Rijk de afhandeling van de schade door aardbevingen weer voortvarend oppakken. NAM staat met dit protocol nu definitief voor de toekomst op afstand van die schade-afhandeling. Dat was nadrukkelijk de wens van de Groningers en ook van ons als bedrijf. Tegelijkertijd blijf ik benadrukken: NAM vergoedt ook in de toekomst de schade die door aardbevingen is veroorzaakt.’

Shell

De intrekking van de hoofdelijke aansprakelijkheid, de zogenaamde 403-verklaring, door Shell kreeg de afgelopen dagen veel aandacht. Dat leidde tot bezorgdheid over de vraag of NAM in staat is haar financiële verplichtingen na te komen. NAM benadrukt dat het intrekken van de 403-verklaring geen directe invloed heeft op zijn financiële situatie. Het bedrijf voert een robuust financieel beleid en is in staat is aan haar huidige en toekomstige financiële verplichtingen te voldoen.

Kritisch

De voortdurende druk op de productievolumes uit het Groningen gasveld is zeker van invloed op de activiteiten en kasstromen van NAM. De opbrengsten uit verkoop lopen terug. Het bedrijf voert daarom kostenreducties door, kijkt kritisch naar haar investeringen en is voortdurend bezig te innoveren in al haar activiteiten in Nederland (zowel bij de kleine velden op land en op zee als in Groningen).

In het voorjaar van 2017 heeft NAM voor het eerst een jaarverslag (over 2016) openbaar gemaakt en NAM is op dit moment bezig met het opstellen van haar jaarverslag voor 2017. Dit jaarverslag zal in het tweede kwartaal van dit jaar gereed zijn.

De NAM mengt zich in een van de grootste uitdagingen in de energietransitie: de grootschalige opslag van duurzaam opgewekte energie. In het jaar dat het olie- en gasbedrijf zeventig jaar bestaat, schrijft ze een wedstrijd uit onder de naam: NAM 70 Years Challenge. De drie genomineerden van de wedstrijd krijgen twee maanden hulp van NAM aangeboden, de winnaar kan vijftigduizend euro tegemoet zien.

De opslag van energie is een grote uitdaging in de energietransitie. De verschillen in vraag en aanbod, zowel op de korte termijn als gedurende de seizoenen, maken de inpassing van duurzame energie in het huidige energiesysteem nog knap lastig. Waar we tot nog toe kunnen terugvallen op de gasopslagen, zou het in de toekomst wenselijk zijn ook andere reservecapaciteit te kunnen aanspreken.

NAM daagt de markt dan ook uit met oplossingen te komen voor grootschalige energieopslag voor met name het opvangen van de seizoen onbalans. Het bedrijf viert dit jaar zijn zeventigste verjaardag en het cadeau dat men wil aanbieden, is een kickstart voor innovatieve bedrijven of scale ups die helpen bij het vormgeven van een stabiele energievoorziening zonder inzet van fossiele brandstoffen.

Uit de inzendingen kiest NAM drie genomineerden die twee maanden lang gebruik kunnen maken van de kennis, kunde en infrastructuur van de NAM. Uiteindelijk wordt uit deze drie een winnaar gekozen die vervolgens vijftigduizend euro krijgt plus een contract om zijn idee verder uit te werken.

Uiteraard stelt het bedrijf wel criteria aan de inzendingen. Zo moet het idee compatibel zijn met het huidige energiesysteem, dat nog steeds wordt gedomineerd door aardgas. Ook de volwassenheid van de technologie weegt zwaar in de beoordeling van de jury. Een derde criterium die onderscheidend is voor de winnaar is hoe competitief deze is in verhouding tot de andere kandidaten. En uiteraard wil NAM ook niet teveel geld kwijt zijn aan de integratie van de opslagtechniek in het huidige systeem. Als laatste neemt men ook de communicatie en mediaplanning mee in de overwegingen.

Wie wil deelnemen aan de wedstrijd kan zich vanaf vandaag inschrijven op de site www.nam70challenge.com, de inschrijving sluit op 16 maart. De jury zal vervolgens op 30 maart de drie genomineerden bekendmaken die vervolgens in april en mei hun idee verder kunnen uitwerken. Uiteindelijk zullen de drie partijen zich in juni presenteren en zal de winnaar bekend worden gemaakt.

Naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp van 8 januari 2018 heeft NAM conform het Meet- en Regelprotocol Groningen een rapport opgeleverd aan de toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Hieruit wordt duidelijk dat de NAM zes productieclusters zal sluiten en de gasproductie zal terugschroeven.

NAM geeft in zijn rapportage aan dat naast de primaire veiligheid, ook vooral de veiligheidsbeleving van de Groningse burgers centraal staat. In het rapport is geen afweging gemaakt of de belangen van andere partijen worden beïnvloed, zoals bijvoorbeeld leveringszekerheid. De genoemde maatregelen zijn opties waarover de minister van Economische Zaken en Klimaat uiteindelijk moet besluiten in het kader van veiligheid, veiligheidsbeleving en andere afwegingskaders.

Geen verrassing

De recente aardbeving bij Zeerijp valt volgens NAM binnen de dreigings- en risicoanalyse gepresenteerd in de rapportage “Induced Seismicity in Groningen – Hazard, Building Damage and Risk Assessment” van november 2017. De aardbeving vond plaats in het seismisch meest actieve gebied en er zijn op dit moment geen indicaties dat de beving wetenschappelijk verrassend is. De kans op een aardbeving zoals die heeft plaats gevonden bij Zeerijp wordt in de recente rapportage onderkend en past binnen de verwachtingen zoals gedocumenteerd in de rapportage. Zo wordt de kans op een aardbeving in 2018 met een magnitude groter dan 3,6 op de Richter schaal (de magnitude van de Huizinge beving in 2012) ingeschat op zestien procent.

Veiligheidsbeleving

Naast de calculatieve inschatting van persoonlijke veiligheid is er ook een belevingscomponent binnen veiligheid, namelijk de veiligheidsbeleving. Deze beschrijft volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) het gevoel van veiligheid, de gemoedsrust en de dreigende verstoring van het woongenot van de bewoners in Groningen. Ook in het tweede OVV rapport van maart 2017 wordt nadrukkelijk gewezen op de impact op de leefomgeving van de Groningers. NAM is zich bewust van de grote impact van dergelijke zware aardbevingen op de veiligheidsbeleving van mensen.

Beheersmaatregelen

Gezien de huidige seismische ontwikkelingen stelt NAM, dat het vanuit het oogpunt van veiligheidsbeleving technisch verstandig is, om een aantal extra maatregelen te treffen. De volgende maatregelen zouden volgens NAM meegenomen moeten worden in de afweging door de minister. Ten eerste wil men drie clusters (Overschild, De Pauwen en Ten Post) insluiten in de Loppersum regio. Ook het cluster Eemskanaal zou moeten worden gesloten, met name in verband met seismisch effect op de noordoostelijke kant van de stad Groningen. Ten laatste stelt naam voor de productieclusters Leermens en ’t Zandt in te sluiten. Bovendien wil men de jaarlijkse productie van het Groningen-gasveld opnieuw verlagen.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet uiterlijk 31 oktober 2017 een verbeterde studie inleveren bij Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Op basis van die studie moeten de effecten op de lange termijn kunnen worden voorspeld van gaswinning op de bodemdaling in de Waddenzee. De resultaten van die verbeterde studie moeten ten genoegen zijn van de Inspecteur-generaal der Mijnen (IGM). Anders moet de NAM een dwangsom betalen.

De studie die de NAM eerder dit jaar indiende was naar de mening van SodM onvoldoende. Daarmee kon de bodemdaling op de lange termijn niet worden voorspeld. De studie kon dus ook niet gebruikt worden om te bepalen of de bodemdaling binnen de grenzen blijft die in het instemmingsbesluit voor gaswinning in de Waddenzee van de minister zijn gesteld. Daarom was die studie toen ‘niet ten genoegen van de Inspecteur-generaal der Mijnen’.

Van belang is dat de bodemdaling als gevolg van gaswinning wordt gecompenseerd door onder andere afzetting van sedimenten (bijvoorbeeld zand of klei) op de bodem. Dat betekent dat de bodemdaling door gaswinning bij Zoutkamperlaag niet meer mag zijn dan vijf millimeter per jaar en bij Pinkegat niet meer dan zes millimeter per jaar. Op die manier wordt het unieke karakter van de Waddenzee niet aangetast door gaswinning.

De NAM krijgt tot uiterlijk 31 oktober 2017 om een studie op te leveren die wél ten genoegen van de IGM is. Daarna gaat een dwangsom lopen. Deze kan oplopen tot een maximum van drie miljoen euro

De IGM gaat tot deze dwangmaatregel over omdat hij vindt dat de studie die begin dit jaar is ingediend, echt voldoende had kunnen en moeten zijn.

Als de uitkomsten van de studie aangeven dat de effecten van de gaswinning op de lange termijn negatief of onzeker zijn, dan kan de minister na advies van SodM de winning aanpassen of stopzetten.