NEN Archieven - Utilities

Better Biomass heeft als eerste certificatieschema gebruik gemaakt van de mogelijkheid een aanvraag in te dienen om te worden beoordeeld tegen de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa zoals overeengekomen in het Energieakkoord. De Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen (ADBE) beoordeelt het schema. Stakeholders kunnen tot en met 11 september 2017 hun externe commentaar inbrengen.

Een van de pijlers van het Energieakkoord is de inzet van bio-energie door middel van bijstook van biomassa in kolencentrales. Maatschappelijke organisaties en energiebedrijven zijn gezamenlijk voorwaarden overeengekomen waaraan deze biomassa moet voldoen ten aanzien van duurzame herkomst en traceerbaarheid. Aan de hand van certificatie en/of verificatie moeten energiebedrijven aantonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Beheerders van certificatie- en verificatieschema’s kunnen hun systemen indienen voor beoordeling door de ADBE. Energiebedrijven kunnen vervolgens (voor deelaspecten) gebruik maken van erkende schema’s.

Externe inbreng

De procedure van de ADBE voorziet in de mogelijkheid dat stakeholders inbreng kunnen leveren op de adviesaanvraag. De ADBE is hierbij met name op zoek naar onderbouwde feiten en ervaringen over het in de praktijk functioneren van het ingediende schema. Voor Better Biomass kunnen stakeholders hun inbreng tot en met 11 september 2017 aanleveren via de website van ADBE. Om meegenomen te worden door de ADBE moet de externe inbreng voldoen aan een aantal voorwaarden die ook staan vermeld op de website.

Better Biomass

Bij de herziening van NTA 8080 is rekening gehouden met de ontwikkelingen onder het Energieakkoord. De twee delen van NTA 8080 beschrijven de duurzaamheidseisen en de eisen aan ketenbeheer voor biomassa voor energietoepassingen en biobased producten. Bedrijven moeten aan de eisen in NTA 8080 voldoen om in aanmerking te komen voor het Better Biomass certificaat. De beoordelingsmethode door certificatie-instellingen en de certificatiecriteria zijn opgenomen in het Better Biomass certificatieschema. Het geactualiseerde Better Biomass certificatieschema is in april gepubliceerd.

Met de publicatie van ISO 20519 ’Ships and marine technology – Specification for bunkering of liquefied natural gas fuelled vessels’ is er een belangrijke mijlpaal bereikt in de uitrol van de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Met de publicatie van deze internationale norm hebben partijen de beschikking over breed gedragen eisen voor verlaadsystemen en toebehoren voor het bunkeren van schepen met LNG.

LNG is schoner dan traditionele transportbrandstoffen en motoren op LNG zijn bovendien stiller. LNG wordt dan ook gezien als een belangrijke brandstof voor onder meer schepen in de transitie naar duurzame brandstoffen. Wereldwijd wordt het aantal zogenoemde ‘emission control areas’ uitgebreid, waardoor schepen niet zonder meer op stookolie kunnen varen. De sector wordt voor de keuze gesteld te investeren in filtersystemen om emissies te beperken of over te stappen op (bio-)LNG als alternatieve brandstof. Ook in de binnenvaart wordt het gebruik van schone brandstoffen gestimuleerd om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren, naast de verduurzaming van het brandstofgebruik.

Europese richtlijn

In 2014 heeft de Europese Commissie haar richtlijn betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (2014/94/EU) gepubliceerd. In deze richtlijn wordt verwezen naar technische specificaties voor deze infrastructuur, die, als het gaat om interoperabiliteitsaspecten, in Europese normen moeten worden vastgelegd. Daartoe heeft de Europese Commissie de Europese organisaties voor normalisatie – CEN en CENELEC – verzocht deze normen te ontwikkelen, waaronder normen voor LNG-bunkering. Europese belanghebbenden hebben aangegeven dat ISO 20519 toereikend is om als Europese norm te aanvaarden. Daarmee wordt dit een nationale norm voor de 34 bij CEN aangesloten landen. De norm komt dan ook als NEN-EN-ISO 20519 beschikbaar.

Publicatiereeks gevaarlijke stoffen

Nederland heeft de afgelopen jaren veel kennis en ervaring opgedaan op het gebied van LNG-bunkering. De faciliteiten voor het bunkeren van LNG worden steeds verder uitgebreid. Een voorbeeld is de recentelijk geopende LNG-laadplaats bij Gate Terminal op de Rotterdamse Maasvlakte. Mede om de vergunningverlening van het bunkeren met LNG te harmoniseren en daarmee te vereenvoudigen, is PGS 33-2 ‘Afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor vaartuigen’ opgesteld die deel uit maakt van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Dit document is ook ingebracht in het ISO-proces en heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de uiteindelijk inhoud van de ISO-norm. Momenteel wordt PGS 33 herzien om de nieuwste ontwikkelingen op te nemen.