Netbeheer Nederland Archieven - Utilities

De Nederlandse netbeheerders onderzoeken een bepaald type oudere verbindingen in gasleidingen omdat ze asbest kunnen bevatten. Het werken hieraan kan risico opleveren voor de monteur. In verband daarmee stellen de netbeheerders een deel van geplande werkzaamheden uit.

Het onderzoek betreft verbindingen met hennep. Die kunnen zijn afgedicht zijn met een kit die in sommige gevallen asbest bevat. Veel branches gebruikten deze kit tot en met 1978. De verbindingen kunnen voorkomen in bijvoorbeeld oudere cv-installaties en riolering. Vanaf de buitenzijde is niet te zien of de gebruikte kit asbest bevat. De verbinding vormt geen risico. Alleen het losdraaien of loszagen van de verbinding kan leiden tot het vrijkomen van asbestdeeltjes, wat voor monteurs een gezondheidsrisico kan vormen.

Daarom stellen de netbeheerders waar dat kan werkzaamheden aan oudere leidingen uit. Reparatie van gaslekken is dankzij een veilige werkwijze wel mogelijk zonder de verbindingen los te draaien.

Inventarisatie

Medewerkers van de netbeheerders inventariseren de komende periode de asbestverdachte verbindingen. Daarna weten ze waar geplande werkzaamheden wel of niet door kunnen gaan. De netbeheerders laten zich door onafhankelijke experts adviseren over een werkwijze om verbindingen met asbesthoudende kit te kunnen vervangen. Dit kan enkele maanden in beslag nemen, omdat een andere manier van werken uitvoerig wordt getest.

Ervaring met asbest

Netbeheerders hebben ervaring met de aanwezigheid van asbest in hun werk. Zowel in de eigen installaties en gebouwen als in de panden ze werken. Asbest is in het verleden breed toegepast bijvoorbeeld in dak- en gevelbeplating, kitten, isolatiemateriaal en pakkingen. Protocollen en veiligheidsvoorschriften rond het werken met asbest zijn een vast onderdeel van de technische opleidingen bij de netbeheerders. Daarnaast hebben de verschillende regionale netbeheerders een speciale helpdesk voor de eigen monteurs die vragen hebben over het werken met asbest.

Meer dan twintig landelijke partijen gaan samenwerken om te zorgen dat er genoeg vakkrachten zijn voor de verduurzaming van woonwijken. Deze samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, onderwijs en vakbonden moet bovendien leiden tot technologische vernieuwing, een steeds slimmere aanpak en duurzaam werk. Hiervoor tekenden de intentieverklaring ‘Mensen maken de transitie’.

Nu al hebben bedrijven grote moeite om het werk gedaan te krijgen. De samenwerking is nodig om meer mensen voor de sector te werven en zo de energietransitie de wind in de zeilen te geven. ​Dat kan ook door schaars personeel slim in te zetten, waarbij projectpartijen kunnen leren van ervaringen in andere wijken. Tijdens de ondertekening benadrukte Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), dat technologische innovatie niet kan bestaan zonder sociale innovatie.

Tempo omhoog

In 2050 moeten allen woningen in Nederland verduurzaamd zijn. Om dat te halen moet het huidige tempo van verduurzaming omhoog, naar 200 duizend per jaar . Nu al dreigt krapte op de arbeidsmarkt deze ambitie in de weg te zitten.  Partijen willen daarom nieuwe vakkrachten aantrekken, onder meer via baan- en werkgaranties voor mbo-studenten, stageplekken, onderwijs op maat en het betrekken van mensen met een afstand naar werk. Werkgevers, vakbonden en  andere partijen ​gaan samen kijken hoe ze het werk in wijken kunnen organiseren en wat dat betekent voor innovatie, werkprocessen en vaardigheden van mensen. Ook het delen van ervaringen op technologisch, organisatorisch en sociaal vlak wordt daarbij belangrijk. Bovendien ​krijgen onderwijs en onderzoek een actieve rol bij praktische projecten in de wijken. Dit leidt tot de zogenoemde ‘lerende wijkgerichte aanpak’

Pilots van start

Een kernteam van zeven partijen Netbeheer NederlandTechniek Nederland, Bouwend Nederland, Netbeheer Nederland, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, 4TU en FNV gaat om te beginnen aan de slag in de vier pilotgebieden. Streven is dit snel uit te breiden door samen te werken met de lopende 27 gemeentelijke proeftuinen voor verduurzaming van wijken.

Het percentage groen gas in het laagcalorische net is in 2018 met elf procent toegenomen, meldt Netbeheer Nederland. Dit is voldoende om zeventigduizend huishoudens van gas te voorzien. Het aandeel is met 0,3 procent nog steeds bescheiden. Het aantal groen gas producenten steeg wel behoorlijk van zeven tot 43.

Het aandeel is nog bescheiden, zo’n 0,3 procent van het totaal. De hoeveelheid neemt echter ieder jaar toe. Producenten zijn agrariërs, die mest omzetten in duurzame energie, maar ook grote producenten zoals Suikerunie, waar resten van suikerbieten vergist worden tot groen gas. In 2018 nam het aantal producenten met 7 toe tot 43.

Slim combineren

De Nederlandse netbeheerders zien in de toekomst een rol voor duurzame gasvormige energiedragers, zoals groen gas en waterstof. Door het slim combineren van elektriciteit, hernieuwbare gassen en warmte is het mogelijk de piekbelasting op het elektriciteitsnet in bijvoorbeeld een koude winter te verminderen.

Gas kan bovendien makkelijk worden opgeslagen en goedkoop worden getransporteerd over lange afstanden. Groen gas kan, net als waterstof, een oplossing voor de verwarming van locaties waar elektrische warmtepompen (all-electric) of een warmtenet onmogelijk of onrendabel zijn.

In 2018 presenteerde Netbeheer Nederland een adviesrapport. Hierin is berekend welke investeringen nodig zijn om in 2030 de verwachtte 3 miljard m3 aan groen gas te transporteren.

 

 

TKI Nieuw Gas, KVGN en Groen Gas NL brachten een rapport uit met de voorspelling dat in 2030 2,6 miljard kuub groen gas kan worden geproduceerd en elf miljard kuub in 2050.De Nederlandse netbeheerders berekenden dat tot 2030 een investering van driehonderd miljoen euro nodig is om het gasnet geschikt te maken voor het transport en opslag van dat gas.

Uit het rapport Green Liaisons van TKI Nieuw Gas, KVGN en Groen Gas NL blijkt dat Nederland 2,6 miljard kubieke meter groen gas kan produceren in 2030 (goed voor vier tot vijf megaton CO2-reductie) en ongeveer 11 miljard kuub in 2050. Dat is fors meer dan de ruim 100 miljoen kuub die de netbeheerders in 2017 transporteerden.

Aanpassingen gasnet

De huidige netstructuur is nog niet klaar voor een flinke toename van groen gas. De gasnetstructuur is ontworpen voor het verspreiden van gas van een centrale, flexibele bron naar eindgebruikers. Er zijn aanpassingen nodig om decentraal gas te ontsluiten. Met name de beperkte invoedmogelijkheden door de lage gasvraag in de zomermaanden zorgt voor een toenemend risico op invoedbeperkingen.

Invoedbeperkingen ontstaan wanneer binnen het netgebied op het regionale net de productie de vraag naar gas overschrijdt. Daarvoor bestaan drie typen oplossingen: De groen gas producent kan worden aangesloten op het regionale transportnetwerk van GTS, de invoeding kan worden afgestemd op de afname of de netbheerders zouden netaanpassingen moeten doorvoeren. Welke (combinatie van) oplossingen het beste passen, hangt af van de netconfiguratie en de mate van invoedbeperkingen.

Investeringsprikkel via regulering

De netbeheerders schatten dat een investering van driehonderd miljoen euro in netaanpassingen nodig is om in 2030 drie miljard kubieke meter groen gas aan te kunnen. Zij zijn bereid die investering te doen en vinden deze maatschappelijk verantwoord.

Een voorwaarde is wel dat de regulering wordt aangepast, zodat individuele netbeheerders hun investeringen kunnen terugverdienen. Op dit moment krijgen individuele RNB’s slechts gedeeltelijke dekking voor de gemaakte kosten. Daardoor bestaat er geen prikkel om aanvullende investeringen te doen om invoeding mogelijk te maken. De kosten moeten daarom in de toegestane inkomsten van netbeheerders worden opgenomen.

Uitgangspunten voor invoeding groen gas

Netbeheerders hanteren de volgende uitgangspunten om te zorgen voor voldoende invoedruimte voor groen gas. Ten eerste biedt de netbeheerder de invoeder een aansluitpunt aan op het dichtstbijzijnde punt van het gasnet met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende transportcapaciteit. In geval van een (verwachte) structurele invoedbeperking nemen netbeheerders netmaatregelen om de invoedruimte te vergroten, rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen en de doelmatigheid van de investering.

In afwijking van het eerste punt kan de netbeheerder een aansluiting op het dichtstbijzijnde punt van een hoger netvlak, bijvoorbeeld het regionale netwerk, opleggen indien de totale kosten voor een aansluiting, plus de te nemen maatregelen om de invoedruimte te vergroten, hoger zijn dan de kosten van een aansluiting op het hoger netvlak.

Wanneer door veranderend gasverbruik in een lokaal net invoeding wordt gehinderd door het ontstaan van een structurele invoedbeperking, nemen de netbeheerders de invoedbeperking weg.

Om ook na de energietransitie een hoogstaande en betaalbare energievoorziening te garanderen, zijn nu acties en handelingsperspectief nodig, voor de korte én de lange termijn. De netbeheerders hebben daarom een netwerkagenda opgesteld met tien actiepunten, onder meer gebaseerd op de uitkomsten van de studie Net voor de Toekomst.

Volgens de netbeheerders moet Nederland tussen nu en 2020 een aantal no regret-maatregelen nemen die de uitstoot van broeikasgassen snel kunnen verminderen.

 

  1. Schrap de gasaansluitplicht nieuwbouw liever vandaag dan morgen

 

  1. Stimuleer hybride warmtepompen als alternatief voor cv-ketels

 

  1. Hanteer een programmatische (wijk)aanpak, zodat de transitie ook qua menskracht haalbaar is

 

Meer mogelijk maken

Tussen nu en 2030 zijn maatregelen nodig die ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen, experimenten en onderzoek naar wat werkt en wat niet:

 

  1. Maak anticiperend en slim netbeheer mogelijk

 

  1. Geef ruimte voor onderzoek, innovatie en experimenten op het gebied van waterstof

 

  1. Behoud het gasnet op plekken waar het nuttig is voor toekomstige (hybride) warmtevoorziening met duurzame gassen

Duidelijke doelen definiëren

De overheid moet zo snel mogelijk duidelijke kaders en beleid formuleren voor de lange termijn tot 2050, zodat alle partijen weten binnen welke kaders zij kunnen opereren, investeren en innoveren:

 

  1. Maak een integraal kader voor het energiesysteem en zorg voor onafhankelijk netbeheer van alle energie-infrastructuren

 

  1. Kies koers in de energietransitie

 

  1. Creëer een wettelijk kader voor flexibele nettarieven

 

  1. Maak een evenwichtige verdeling van de kosten van de energie-infrastructuur mogelijk

We gaan over deze actiepunten graag verder in gesprek met overheden, marktpartijen, burgers en andere stakeholders, zodat we samen tempo kunnen blijven maken. Immers, alleen door samen te werken in deze (nieuwe) netwerken kunnen we succesvol zijn in de energietransitie.