Rijksoverheid Archieven - Utilities

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

Samen met organisaties, bedrijven en mede-overheden hebben ministeries 37 voorstellen ingediend voor een administratieve en procedurele toetsing door de Toegangspoort van het Nationaal Groeifonds. Opvallend zijn dat er twee waterstofprojecten meedingen, maar ook een groeiplan watertechnologie.

Afgelopen voorjaar maakten de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Financiën bekend dat zij 646 miljoen euro investeren en 3,5 miljard euro reserveren voor tien projecten die moeten zorgen voor meer economische groei in Nederland.

Uit 244 ideeën, zijn nu 37 voorstellen geselecteerd. De volgende stap is dat de voorstellen worden voorgelegd aan de commissie. Naar verwachting wordt in januari bekend welke voorstellen hiervoor in aanmerking komen. De commissie licht deze selectie inhoudelijk door met behulp van experts. Per voorstel brengt de commissie advies uit aan het kabinet om wel of geen bijdrage te leveren. Het kabinet maakt naar verwachting in april 2022 bekend welke voorstellen een investering zullen ontvangen. Het parlement moet vervolgens nog goedkeuring verlenen voordat de bijdragen definitief worden toegekend.

Bij de voorstellen zitten ook voor de industrie interessante projecten. Zoals een voorstel voor een honder megawatt elektrolyzer, een offshore waterstofleiding, een groeiplan watertechnologie, duurzame materialen voor duurzame energie en circulaire plastics. En de verduurzaming van de luchtvaart zal gepaard gaan met de bouw van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof.

Groenvermogen II

Waterstof speelt een belangrijke rol in onze economie. Nederland is met 16,5 miljard m3 per jaar, de op één na grootste speler in Europa. Om die positie te behouden in een klimaatneutrale wereld moet groene waterstofproductie worden opgeschaald. Dit programma maakt dat mogelijk door een tender uit te schrijven voor elektrolysefaciliteiten van minimaal 100 MW. Enerzijds bieden deze elektrolysers direct groene waterstofproductie, maar ze zijn ook essentieel om te leren hoe de opschaling van waterstof naar de uiteindelijk benodigde 1000 MW schaal mogelijk is.

H2opZee

Voor de Nederlandse energietransitie is duurzame energie uit de Noordzee essentieel. Aanlanding en integratie van die energie is een belangrijke barrière voor het tijdig, betaalbaar en optimaal benutten van de Noordzee. Het ver weg op zee produceren van groene waterstof met additionele

windenergie en die aanlanden met een (bestaande) pijpleiding zal helpen de energietransitie te versnellen en kostenefficiënter te maken. Eén pijpleiding vervoert immers evenveel energie als 5-10 elektriciteitskabels, die in realisatie kostbaar en complex zijn.

Groeiplan Watertechnologie

Waterschaarste vormt wereldwijd een van de grootste bedreigingen voor de welvaart (World Economic Forum). Dit betekent een grote kans voor de op exportgerichte Nederlandse watertechnologiesector. Het Groeiplan Watertechnologie geeft een belangrijke impuls aan uitbreiding en export van de sector. Het plan zorgt er tevens voor dat in Nederland voldoende schoon water beschikbaar is, zowel voor drinkwater en natuur als voor de veel waterverbruikende (exporterende) land- en tuinbouw en industrie.

Duurzame materialen NL

Opschaling van duurzame materiaalinnovaties biedt oplossingen voor de energietransitie en duurzaamheidsvraagstukken en tegelijkertijd een enorme economische kans. Op weg naar een duurzame toekomst is er dringend behoefte aan innovatieve manieren om CO2-emissie en materiaalverspilling terug te dringen. Functionele, duurzame en circulaire materiaalinnovaties zijn hiervoor essentieel. Met dit Groeifondsvoorstel pakken meer dan 300 samenwerkende partijen drie belangrijke materiaalsectoren met grote economische en duurzaamheidspotentie aan: Energiematerialen, Constructieve materialen en Circulaire plastics. Het voorstel ontwikkelt 12 Demonstrators voor nieuwe technologieën waarmee duurzame materialeninnovaties van het lab naar de praktijk kunnen worden gebracht.

Luchtvaart in Transitie

De Nederlandse luchtvaartsector heeft de kans om als pionier in Europa te acteren in de transitie naar duurzame luchtvaart. Hiervoor ontwikkelt Luchtvaart in Transitie technologie, producten en kennis waarvoor sterk toenemende vraag uit de wereldmarkt bestaat. Dit programma lost deze knelpunten op door de luchtvaartsector te verenigen en bouwt hiervoor een open innovatie-infrastructuur door het realiseren van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof. Ook wil men duurzame ultra-efficiënte demonstratievliegtuigen ontwikkelen met doorbraaktechnologie voor waterstofaandrijving, materialen en systemen.

Bekijk hier alle projectvoorstellen

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

Staatssecretaris Dilan Yesilgoz van Economische Zaken en Klimaat bekijkt hoe kernenergie een rol kan spelen naast andere duurzame energiesoorten zoals zon- en windenergie. Hiervoor laat ze een scenariostudie opstellen voor de periode 2030 tot 2050 en daarna.

De staatssecretaris schrijft dit aan de Tweede Kamer naar aanleiding van een rapport van KPMG. Hieruit blijkt dat marktpartijen zoals aannemers, leveranciers van kerntechnologie, exploitanten en ontmantelingsspecialisten willen investeren in kernenergie als de overheid een stabiel beleid voert. Ook moet de overheid garanties bieden voor acceptabele financieringsrisico’s. Voldoende maatschappelijk draagvlak vinden zij ook belangrijk.

Yeşilgöz-Zegerius: ‘We hebben niet de luxe om een duurzame energiebron uit te sluiten. Nederland wil minder CO2 uitstoten en meer duurzame energie opwekken. Om onze klimaatdoelen te halen zullen we alle zeilen moeten bijzetten. Dus ook kernenergie als dat rendabel is en veilig. Daarom kijk ik ook hoe we de nucleaire kennis die we in Nederland hebben kunnen behouden en versterken. We moeten alle opties open houden.’

Motie Dijkhoff

KPMG stelde een rapport op naar aanleiding van een motie van Klaas Dijkhoff. Die vroeg het kabinet te onderzoeken onder welke voorwaarden marktpartijen willen investeren in kernenergie. Ook wilde Dijkhof weten welke voorwaarden daarvoor nodig zijn en welke regio’s een kerncentrale verwelkomen.

Generatie III+ reactor

Uit de marktconsultatie blijkt dat het overgrote deel van de bedrijven zou kiezen voor bewezen technologie die voldoet aan de  geldende veiligheidseisen. Daarbij is brede voorkeur voor een generatie III+ reactor. Deze kunnen worden gerealiseerd in elf tot vijftien jaar vanaf de start van het vergunningstraject. Ook Small Modular Reactors worden als een interessante optie gezien. Alleen zijn die nog niet commercieel beschikbaar.

Zeeland

De provincie Zeeland staat positief tegenover de bouw van een nieuwe kerncentrale. En voor de provincie Noord-Brabant is het onder voorwaarden bespreekbaar.

De bestaande kerncentrale in Borssele moet langer open blijven, vinden betrokken bedrijven. De centrale is volgens hen economisch rendabel en zo blijft nucleaire kennis behouden. Wel moet men nog onderzoeken welke investeringen nodig zijn. Staatssecretaris Yesilgoz verkent momenteel hoe de Kernenergiewet kan worden aangepast om Borssele langer in bedrijf te houden. Dit op verzoek van de Tweede Kamer naar aanleiding van een motie van Agnes Mulder en Mark Harbers.

De Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur bood haar rapport aan minister Erik Wiebes aan. De taskforce raadt aan om een centrale energie-infrastructur te ontwikkelen en een gezamenlijk CCUS-netwerk aan te leggen. Daarnaast zou Nederland moeten investeren in een grensoverschrijdend waterstofnet. De kosten hiervoor zullen tot 2030 neerkomen op zo’n veertig tot vijftig miljard euro.

Overheid, industrie en infrastructuurbedrijven dragen bij aan de realisatie van de transitie. Om deze te laten slagen is een integrale aanpak nodig. De industrie investeert in de verduurzaming van haar processen en producten en infrastructuurbedrijven investeren in de noodzakelijke kabels en leidingen. De taak van de overheid hierbij is verantwoordelijkheid te dragen voor de juiste randvoorwaarden. Met dat uitgangspunt stelde de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) een advies op in opdracht van minister Wiebes van EZK.

Afstemming

Om het centrale doel van het nationaal klimaatakkoord te kunnen realiseren, is alleen al tot 2030 een investering in de infrastructuur nodig van veertig tot vijftig miljard euro. Die infrastructuur is nodig om aan de toenemende vraag naar klimaatneutrale waterstof, elektrificatie en de afvang en opslag en hergebruik van CO2 te kunnen voldoen.

Daarvoor zijn samenwerking tussen de industrie, netwerkbedrijven en overheden essentieel. Maar ook een afstemming tussen netwerkcapaciteitsplanning en de zes industriële clusterstrategieën. Met een afsprakenstelsel over onder meer data-uitwisseling en financieringsarrangementen.

Taskforce

Minister Wiebes startte de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) in 2019. De energie, industrie en infra-experts kregen de opdracht de knelpunten in de infrastructuur te benoemen. Ook vroeg de minister met oplossingen te komen. In december 2019 rapporteerde de taskforce, bestaande uit Carolien Gehrels (Arcadis), Marc van der Linden (Stedin) en Hans Grünfeld (VEMW) haar tussentijdse analyse. Ondertussen is de wereld veranderd door de Corona-crisis. Volgens de taskforce kan uitvoering van de adviezen na de crisis een handvat zijn om te starten met investeren in de energie- en industrietransitie.

Oplossingsrichtingen

De adviezen van de taskforce zijn samen te vatten in vier oplossingsrichtingen. Op de eerste plaats is de ontwikkeling van een integrale energiehoofdinfrastructuur nodig. Deze infrastructuur moet een oplossing bieden voor de toenemende vraag naar klimaatneutrale waterstof, elektrificatie en de afvang, opslag of hergebruik van CO2.

CO2-netwerk

Volgens de taskforce moet er ook infrastructuur komen voor carbon capture and storage (CCS) en carbon capture and usage (CCU). Een snelle realisatie kan door voort te bouwen op de vlagschip-projecten Porthos en Athos. Dat is van belang omdat CCS op relatief korte termijn een doelmatige manier is om een substantiële bijdrage te leveren aan de industriële reductieopgave van 14,3 megaton CO2.

Waterstof

Daarnaast dient onderzoek plaats te vinden naar een grensoverschrijdend waterstof /CO2-netwerk. Hierin zit een verdienpotentieel door aansluiting op Duitse en Vlaamse onderdelen van het zogenaamde ARRRA-cluster, dat het grootste chemisch industriële complex op het continent omvat.

Vandaag start minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat de bouw van een mengstation voor aardgas in Zuidbroek. Deze installatie wint stikstof uit de lucht en mengt dit met hoogcalorisch gas. Zo ontstaat laagcalorisch gas wat wél bruikbaar is voor Nederlandse consumenten en bedrijven. Dit is één van de maatregelen die ervoor zorgt dat het Groningenveld al in 2022 kan sluiten. Zuidbroek levert vanaf 2022 jaarlijks zeven miljard kubieke meter bruikbaar aardgas op.

Het hoogcalorische gas voor het mengstation in Zuidbroek komt uit het buitenland en uit kleine gasvelden in Nederland. De installatie haalt lucht naar binnen en scheidt stikstof en zuurstof. De zuurstof verlaat de installatie en de stikstof wordt bij het hoogcalorisch gas gevoegd. Het resultaat is laagcalorisch gas. Dit pseudo-Groningengas kunnen consumenten en bedrijven gebruiken in hun bestaande apparatuur.

Stikstof Wieringermeer

Gasunie nam eind 2019 nog de uitbreiding van de bestaande installatie in Wieringermeer in gebruik. Daarmee verhoogde de stikstofcapaciteit al met 80.000 kuub per uur. De installatie In zuidbroek voegt daar straks nog eens 180.000 kuub per uur extra stikstof aan toe. Naast deze stikstoffabrieken staat er ook nog een in Ommen. Ook het hoogcalorische gas van de Gate Terminal kan met stikstof uit een locale installatie naar Groningenkwaliteit worden omgezet.

Zuidbroek

Air Products bouwt de stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De installatie beslaat een terrein van ongeveer twaalf hectare en krijgt een capaciteit van 180.000 kuub stikstof per uur. Deze capaciteit is ruim tien keer groter dan de bestaande stikstofinstallatie in Zuidbroek. Het stikstofmengstation is gegund aan een joint venture van Visser & Smit Hanab en A.Hak Leidingbouw.

Reductie Groningengas

In 2022 gaat het mengstation in Zuidbroek van start en komt het eerste gas uit de installatie beschikbaar. Het maakt een reductie mogelijk van het Groningengas van ongeveer zeven miljard kuub per jaar, tot tien miljard in een koud jaar. Dit is bijna dertig procent van het binnenlands verbruik. Het nieuwe mengstation komt te staan naast een bestaande installatie en gaat circa vijfhonderd miljoen euro kosten.

Grootverbruikers

In januari 2018 heeft de minister 200 industriële grootverbruikers van G-gas per brief aangegeven dat de voorziening van G-gas wordt afgebouwd en zij tot 2022 (4 jaar) de tijd hebben om daarop maatregelen te treffen. Inmiddels is dat aantal teruggebracht tot de negen grootste verbruikers.

Minister Eric Wiebes van EZK verplaatst een deel van het budget voor de nieuwe SDE++ naar het voorjaar. Op die manier hoopt de minister de terugdringing van de uitstoot van CO2 te versnellen. Wiebes heeft haast omdat Urgenda afdwong eind dit jaar 25 procent van de uitstoot te reduceren. Het oorspronkelijke bedrag van twee miljard euro is nu verdubbeld naar vier miljard euro.

Om invulling te geven aan het Urgenda-vonnis stuurt het kabinet op 25 procent reductie van broeikasgassen per eind 2020. Om snel slagen te kunnen maken, besloot minister Wiebes een deel van het beschikbare budget voor de SDE+(+) naar voren te halen. Hierdoor is het mogelijk om het budget voor te voorjaarsronde op te hogen met twee miljard euro naar vier miljard euro. De voorjaarsronde gaat op 17 maart al open.

Veel aanvragen

Wiebes: ‘De afgelopen periode bleek dat  een groot aantal projecten op relatief korte termijn een bijdrage kunnen leveren aan de verdere verduurzaming van de energietransitie. Daarmee dragen de gesubsidieerde projecten bij aan de invulling van het Urgenda-vonnis . Dit blijkt onder andere uit het aantal SDE+ aanvragen dat in de najaarsronde van 2019 is ingediend.

Door het budget voor de voorjaarsronde te verhogen, kunnen marktpartijen een groter deel van de beschikbare projecten realiseren. Met name zonprojecten hebben een korte realisatietijd. Op deze manier maken projecten die in de najaarsronde van 2019 niet konden worden gehonoreerd alsnog op kans op subsidie.’

Naar SDE++

De voorjaarsronde 2020 is de laatste ronde onder de huidige SDE+-regeling. In het najaar zal de eerste openstelling van de verbrede SDE+ plaatsvinden, waarin naast hernieuwbare energietechnieken ook andere CO2-reducerende technieken worden gestimuleerd.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat stelt  eerste ronde van de verbrede Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) tussen 29 september en 22 oktober 2020 open. Dat schrijft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer. Naast hernieuwbare energieproductie komen in de nieuwe regeling ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking voor subsidie. De SDE++ kent dit jaar een verplichtingenbudget van vijf miljard euro.

CO₂-reductie is de centrale pijler in het Nederlands klimaatbeleid. Met de verbreding van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) komen ook CO₂-reducerende technologieën in aanmerking voor subsidie. De doelstelling van de SDE++-regeling is dan ook: op kosteneffectieve wijze zoveel mogelijk emissiereductie bereiken. Op die manier levert de regeling een  bijdrage aan de afspraak om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990.

De SDE++ werkt net als zijn voorganger als een gefaseerd opengestelde veiling. De maximale subsidiebehoefte waarvoor bedrijven projecten kunnen indienen, neemt per fase toe. Deze methode stimuleert aanvragers om projecten voor een zo laag mogelijke subsidie in te dienen. De SDE++ is bovendien techniekneutraal. Dit betekent dat alle technologieën een eerlijke kans krijgen en direct met elkaar concurreren.

Technieken krijgen in de SDE++ een rangschikking op basis van de subsidiebehoefte per vermeden ton CO₂. Projectontwikkelaars dienen een subsidieaanvraag in voor de onrendabele top. Dit is het verschil tussen de kostprijs van de techniek die de CO₂ reduceert en de marktwaarde van de geproduceerde eenheid. Bedrijven kunnen in 2020 aanspraak maken op driehonderd euro per ton CO₂. Technieken met een hogere subsidiebehoefte kunnen wel aanspraak maken op de SDE++. Deze projecten krijgen echter niet de gehele onrendabele top vergoed.

Nieuwe technieken

EZK voegt in 2020 worden een aantal nieuwe technieken toe aan de SDE++. Dit geldt voor CO₂-afvang en -opslag (CCS), industriële restwarmte, warmtepompen, elektrische boilers en waterstofproductie door elektrolyse. Enkele hernieuwbare energietechnieken krijgen een nieuwe categorie. Een aantal technieken krijgen daarbij beperkingen, bijvoorbeeld ten aanzien van het aantal vollasturen dat ze voor subsidie in aanmerking komen.

Daarnaast gelden de plafonds zoals die zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Met een plafond wordt een grens gesteld aan de productie van of de uitgaven aan een bepaalde sector of techniek, om te voorkomen dat al het geld naar één sector gaat of de energietransitie afhankelijk wordt van één specifieke techniek. Dit geldt voor CCS zonne- en windenergie op land en de uitgaven aan CO₂-reducerende technieken in de industrie.

Met de openstelling in het najaar van 2020 wordt een eerste belangrijke stap gezet voor de verbreding van de SDE+ naar de SDE++, maar de verbreding is hiermee nog niet afgerond. Technieken die in 2020 nog niet in aanmerking komen voor subsidie kunnen op een later moment nog in de SDE++ worden opgenomen. Zo wordt voor de openstelling in 2021 een aantal nieuwe technieken doorgerekend door PBL, waaronder de productie van geavanceerde biobrandstoffen, circulaire en biobased technieken en CO2-levering aan de glastuinbouw. Om de benodigde inbreng van bedrijven mee te kunnen nemen wordt een marktconsultatie gehouden.

Bekijk hier de nieuwe categoriën. Categorieen+verbrede+SDE+met+belangrijkste+subsidieparameters+op+basis+van+eindadvies+PBL

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de effecten van het klimaat- en energiebeleid van dit kabinet doorgerekend. Daaruit blijkt dat de klimaattafels hun opdracht hebben voltooid. Met de maatregelen uit het Klimaatakkoord kan Nederland de opgave om de CO2-uitstoot met 48,7 Megaton te verminderen, waarmaken. Dat schrijft minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat  in een brief waarmee hij de eerste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 aanbiedt aan de Tweede Kamer. Hij constateert tegelijkertijd dat er nog werk te verzetten is om alle klimaatdoelen te halen.

Sinds de start van de gesprekken over het Klimaatakkoord is de prognose van de CO2-uitstoot in 2030 namelijk toegenomen, zo blijkt uit de KEV. Dat komt door verschillende factoren, waaronder een bijstelling in CBS-cijfers en de economische groei. Bij de huidige prognoses zal Nederland extra CO2-uitstoot moeten verminderen om het doel van 49 procent reductie in 2030 te realiseren.

Klimaatdoelen 2020

Uit de KEV 2019  blijkt verder dat de opdracht van 25 procent minder CO2-uitstoot in 2020 aanzienlijk dichterbij is gekomen. Afgelopen januari lag er nog een opgave negen Megaton CO2-reductie. Het kabinet concludeert aan de hand van de KEV 2019 dat het gat is teruggebracht tot twee Megaton.

Het kabinet ziet daarnaast een flinke versnelling in de productie van hernieuwbare energie. De verwachting is dat het aandeel hernieuwbare energie tussen 2017 en 2020 met 70 procent toeneemt. Met deze versnelling zal Nederland zijn klimaatdoel voor 2023 halen, maar het doel voor 2020 niet.

Extra maatregelen

Minister Wiebes kondigt daarom extra maatregelen aan om de klimaatdoelen te realiseren. Het kabinet zet daarbij in op maatregelen die particulieren en bedrijven verleiden om klimaatmaatregelen te nemen. Zo stelt het kabinet een subsidieronde beschikbaar voor projecten in hernieuwbare energie via de zogeheten SDE+. Ook komt er nog dit jaar zestig miljoen euro extra subsidie voor de aanschaf van bijvoorbeeld warmtepompen en zonneboilers.

Verder wil het kabinet de plaatsing van zonnepanelen op gebouwen van de overheid, scholen en bij particulieren versnellen. Aanvullend hierop blijft het kabinet actief zoeken naar maatregelen om de doelen voor 2020 te realiseren.

Lees hier de volledige brief van Wiebes

De vrees dat minister Wiebes de waterstofambities van de industrie de grond  in drukt zijn onterecht. Groene waterstof krijgt kansen. De minister reserveerde in de Klimaatenvelop van de DEI een bedrag van zestig miljoen euro voor opslag en conversie. Daar valt ook waterstof onder. Ook SDE++ financiering voor waterstof sluit Wiebes niet uit, maar de minister wil wel een garantie hebben dat waterstofprojecten daadwerkelijk tot CO2-reductie leiden.

Onlangs stuurde een aantal initiators van waterstofprojecten een brandbrief naar minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. De bedrijven zijn namelijk bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Ze vinden met name de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur die het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert voor de productie van groene waterstof een doorn in het oog.

D66-raadslid Matthijs Sienot vroeg de minister om opheldering en kreeg vooral te horen dat het PBL-rapport nog niet definitief is. Daarbij liet de minister ook doorschemeren dat SDE++ subsidie voor groene waterstof nog niet definitief van de baan is.

CO2-reductie

Wiebes baseert zijn beslissing rondom groene waterstof op het definitieve rapport van het PBL over SDE++ voor CO2-reducerende opties dat in november verschijnt. Het concept-rapport gaat nog uit van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Deze emissiefactor is belangrijk omdat het doel van de SDE++ CO2- reductie is en het de vraag is hoeveel CO2-uitstoot de productie en inzet van waterstofer in totaal reduceert.

Vertrekpunt voor het PBL is dat in 2030 de voor elektrolyse benodigde elektriciteit nog niet volledig duurzaam is. Over tien jaar komt nog steeds een deel van de stroomvoorziening van gascentrales. Of waterstof daadwerkelijk groen is, is dan voornamelijk afhankelijk van het tijdstip dat de stroom wordt ingezet voor waterstofproductie.

Miljoenen euro’s

Wiebes: ‘In het Klimaatakkoord is een ambitieus waterstofprogramma aangekondigd met een gefaseerde aanpak. De focus ligt eerst op pilots en demonstratiefaciliteiten om opschaling en kostenreductie te ondersteunen. Uit de Klimaatenvelop is er voor opslag en conversie, inclusief waterstof, een bedrag oplopend tot zestig miljoen euro per jaar beschikbaar uit de DEI+-regeling. Er is hiermee ruime ondersteuning voor innovatieve waterstofprojecten.’

Aanlanding wind op zee

Wiebes zet bovendien in op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor waterstofprojecten. Onderdeel hiervan is onder andere het grootschalig stimuleren van hernieuwbare energie om straks ook voldoende groene waterstof te kunnen produceren.

De minister onderzoekt bovendien de rol die tenders voor wind op zee kunnen spelen in systeemintegratie. In het Klimaatakkoord wordt aangegeven dat in de toekomst opties zoals uitbreiding van interconnectie en conversie naar waterstof tot de mogelijkheden behoren voor een kosteneffectieve inpassing van meer wind op zee. Deze optie wordt volgens Wiebes nog onderzocht.

Deltavisie

Minister Eric Wiebes spreekt tijdens Eemsdeltavisie op woensdag 16 oktober in Delfzijl. De minister van Economische Zaken en Klimaat geeft zijn visie op de industrie in Noord-Nederland en gaat in gesprek met de zaal. Het congres wordt dit jaar georganiseerd in combinatie met Behind the Scenes van de VNCI.

Ik ben een bericht kader. Klik op de knop Bewerken om deze tekst te veranderen.