RIVM Archieven - Utilities

RIVM constateert in meer dan de helft van de 216 Nederlandse drinkwaterwinningen problemen met de waterkwaliteit of de beschikbare hoeveelheid water. In 135 van de 216 winningen (62,5 procent) vindt men stoffen die niet in deze hoeveelheden in drinkwater mogen voorkomen.

Hoewel de drinkwaterkwaliteit zeer goed is in Nederland, bestaat er wel zorg over de kwaliteit van de bronnen. De bron van drinkwater is tot nog toe grond- en oppervlaktewater. Omdat het RIVM zich zorgen maakt over de kwaliteit en kwantiteit van het water, onderzocht ze de 216 bronnen.

Toenemende droogte

Door de droogte van de laatste jaren is het minder vanzelfsprekend geworden dat er altijd genoeg drinkwater is. Door klimaatverandering kunnen deze situaties zich vaker voordoen. De droogte zorgt er bovendien voor dat de concentraties vervuilende stoffen hoger zijn. Hierdoor moeten de drinkwaterbedrijven meer doen om er schoon drinkwater van te maken.

Kwaliteit verbeteren

Waterschappen, provincies, gemeenten en de Rijksoverheid deden de afgelopen jaren veel de kwaliteit van de drinkwaterbronnen te verbeteren. Maar de kwaliteit is niet overal zoals gewenst en is de afgelopen jaren niet merkbaar verbeterd.

Het doel in Nederland (en de Europese Unie) is om drinkwater schoner te krijgen en de zuiveringsopgave te verkleinen. In dat laatste ligt nog een flinke opgave. Dat is nodig om de drinkwaterbronnen nu en in de toekomst veilig te stellen. Het RIVM adviseert dat de Rijksoverheid, lokale en regionale overheden samen optrekken bij het uitvoeren van maatregelen en het volgen van de effectiviteit daarvan. En duidelijk in kaart te brengen welke maatregelen nog kunnen worden genomen.

Het is aannemelijk dat sommige afvalwaterzuiveringsinstallaties Legionella verspreiden. En het is mogelijk dat mensen hierdoor ziek worden. Daarom is het belangrijk dat installaties met een verhoogd risico op verspreiding van Legionella metingen laten doen en geschikte maatregelen nemen. Dat adviseert het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  met de informatie uit twee nieuwe onderzoeken over Legionella.

In 2017 en 2018 bleek dat twee afvalwaterzuiveringsinstallaties waarschijnlijk de bron zijn geweest voor een aantal patiënten met veteranenziekte. De legionellabacterie kan veteranenziekte veroorzaken.

Risicovolle afvalwaterzuiveringsinstallaties

In sommige afvalwaterzuiveringsinstallaties kan Legionella goed groeien. Dit geldt vooral als water in de bassins voor zuivering warm is en er lucht in wordt geblazen. Tijdens zulke zuiveringsprocessen kunnen kleine druppeltjes water (aerosolen), met daarin legionellabacteriën, in de lucht komen. Dit zorgt ervoor dat de legionellabacterie zich verspreidt via de lucht naar de omgeving. Uit een eerder onderzoek bleek dat er in Nederland ongeveer tachtig afvalwaterzuiveringsinstallaties zijn met een mogelijk verhoogd risico op groei en verspreiding van Legionella. In totaal zijn er 776 afvalwaterzuiveringsinstallaties in Nederland.

Verspreiding via de lucht

Het RIVM berekende hoe aerosolen met Legionella zich vanuit afvalwaterzuiveringsinstallaties via de lucht verspreiden. Ook stelde het RIVM vast dat patiënten die tussen 2013 en 2018 gemeld werden meer dan gemiddeld blootgesteld waren aan aerosolen uit dit soort installaties. Dit is een aanwijzing dat een deel van deze mensen besmet is geraakt met de legionellabacterie vanuit afvalwaterzuiveringsinstallaties. Met deze studie kunnen de onderzoekers niet exact bepalen welke installaties van de hierboven genoemde tachtig mogelijk legionellabacteriën hebben verspreid.

Mogelijke maatregelen

Daarnaast beschreef het RIVM welke maatregelen verspreiding van Legionella bij afvalwaterzuiveringsinstallaties kunnen tegengaan. En van een aantal maatregelen onderzocht het RIVM of ze werken. Voorbeelden van maatregelen zijn het afdekken van waterbassins of het filteren van lucht rond waterbassins met UV ultraviolet -straling.

Sommige maatregelen helpen goed, maar het effect van een maatregel kan tussen installaties verschillen. Het effect hangt namelijk af van het zuiveringsproces en de grootte van de installatie. Het is daarom belangrijk om per installatie het risico op verspreiding van Legionella te onderzoeken. Zodat installaties daarna geschikte maatregelen kunnen nemen.

Legionella in Nederland

Het aantal gemelde patiënten met longontsteking door Legionella in Nederland opgelopen is de laatste jaren toegenomen. In 2013 kreeg het RIVM ongeveer 300 meldingen en in 2018 waren dat ongeveer 600 meldingen. Bekende bronnen van Legionella zijn bijvoorbeeld bubbelbaden en natte koeltorens. Voor de meeste patiënten die in Nederland besmet raken, blijft onduidelijk wat de bron was van de besmetting, al weten we dat een aanzienlijk deel de legionella infectie in het buitenland oploopt. Deze onderzoeken geven aan dat het belangrijk is dat GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst ’en afvalwaterzuiveringsinstallaties meenemen in het onderzoek naar de mogelijke bron van besmetting van patiënten met veteranenziekte.

In Nederland is bij 81 afvalwaterzuiveringsinstallaties mogelijk een verhoogd risico op verspreiding van legionella naar de omgeving. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  adviseert installaties met een verhoogd risico om, in afwachting van verder onderzoek, alvast (tijdelijke) maatregelen te nemen om verspreiding van Legionella te voorkomen. Bijvoorbeeld door het afdekken van risicovolle beluchtingsbassins en beschermingsmaatregelen voor medewerkers.

Sinds 2012 neemt het aantal patiënten met legionella in Nederland toe. Meestal kan niet achterhaald worden waar de ziekteverwekkers vandaan komen. Maar de afgelopen jaren zijn een aantal patiënten ziek geworden door het inademen van legionellabacteriën die waarschijnlijk uit een afvalwaterzuiveringsinstallatie komen. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  en Omgevingsdiensten onderzoeken daarom bij hoeveel afvalwaterzuiveringsinstallaties legionella vrij zou kunnen komen.

Risicovolle installaties

De omgevingsdiensten hebben het aantal industriële afvalwaterzuiveringen geïnventariseerd en Stowa Foundation for Applied Water Research het aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties. Er zijn in totaal 709 installaties in kaart gebracht, waarvan 382 industriële afvalwaterzuiveringen en 327 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het RIVM heeft een literatuurstudie gedaan. Op basis daarvan is bepaald wanneer groei van legionella in de installatie en verspreiding naar de omgeving het meest aannemelijk is.

Het gaat om biologische zuiveringsprocessen met voedselrijk afvalwater, een temperatuur van het afvalwater tussen de 30 en 38 graden Celsius en beluchting van het afvalwater. Afvalwaterzuiveringsinstallaties die deze eigenschappen hebben, vormen daarmee een verhoogd risico op groei en verspreiding van legionella. Bij 81 afvalwaterzuiveringsinstallaties kunnen deze eigenschappen aanwezig zijn.

Tijdelijke maatregelen

Op basis van voorlopige resultaten heeft het RIVM een deskundigenberaad georganiseerd. Het deskundigenberaad adviseert om waar nodig, tijdelijke maatregelen te nemen die verspreiding van legionella tegen gaan. De belangrijkste is zorgen dat open waterbassins met beluchting afgedekt zijn, zodat legionella niet naar de omgeving verspreidt. In het water dat uit de zuivering komt, kunnen nog legionellabacteriën zitten. Daarom is het belangrijk om gezuiverd afvalwater niet te gebruiken voor werkzaamheden of processen waarbij dit water wordt verneveld. Bijvoorbeeld bij schoonmaakwerkzaamheden op het bedrijf.

Verder onderzoek is nodig om te bepalen welke permanente aanpassingen in afvalwaterzuiveringsinstallaties mogelijke verspreiding van legionella kunnen tegen gaan.

RIVM meldt een behoorlijke toename van besmettingen van legionella in de afgelopen vijf jaar. Opvallend daarbij was de concentratie rondom Brabant, waar de beluchtingsvijfvers van twee AWZI’s van twee vleesverwerkers de boosdoener bleek te zijn.

Het RIVM bracht het rapport ‘Staat van Infectieziekten 2017’ uit, wat een overzicht geeft van de ontwikkelingen op het gebied van infectieziekten in Nederland en het buitenland. Afgelopen jaar viel onder meer het aantal besmettingen met legionella op. Het aantal besmettingen steeg de afgelopen vijf jaar van 291 naar 561. De oorzaak is onduidelijk, maar er is volgens onderzoekers van het RIVM wel een relatie met warm en nat weer. De meeste gezonde levensjaren gingen afgelopen jaar in Nederland verloren aan griep, pneumokokkenziekte en legionella, zo blijkt uit het rapport.

Legionella

De meldingen kwamen uit verschillende delen van het land, maar een opvallend cluster werd gezien in Boxtel, Noord-Brabant. In 2016 en 2017 werden in totaal veertien patiënten gemeld die behoren tot dit cluster. Na onderzoek werd een biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) bij vleesverwerker VION als zeer waarschijnlijke bron gevonden. In de AWZI met voedselrijk water en een watertemperatuur rond de 35 graden Celsius werd een hoge concentratie Legionella gevonden in de beluchtingsvijvers. Het gevonden Legionella-type in de vijvers (Legionella pneumophila serogroep 1 ST1646) bleek identiek aan het type aangetoond bij de patiënten behorend tot dit cluster. Bij de installatie in Boxtel werd een voorlopige overkapping gebouwd om verspreiding van aërosolen naar de omgeving te voorkomen. Het is de eerste keer dat er in Nederland een AWZI als bron van een legionellosecluster werd aangetoond.

Na deze bevinding werd ook in de omgeving van Eindhoven gezocht naar een afvalwaterzuivering, omdat deze regio sinds 2013 een verhoogde incidentie van legionellose had en bovendien hetzelfde type legionella bij patiënten werd gevonden. Bij kadaververwerker Rendac in Son werd eveneens een AWZI gevonden, met hetzelfde Legionella- type in hoge concentratie in de beluchtingsvijver. De bedrijven bleken met dezelfde soort biologische zuivering te werken.

De bedrijven hebben inmiddels aanpassingen gedaan om verdere besmettingen te voorkomen.

In ons afvalwater zijn bacteriën te vinden die resistent zijn tegen antibiotica. Ook resten van antibiotica worden gevonden in het afvalwater. Door de huidige waterzuivering nemen de concentraties van antibioticaresistente bacteriën in het afvalwater sterk af. Innovatieve technieken kunnen in de toekomst tot een nog verdere afname leiden. Dat blijkt uit een onderzoek van het RIVM in samenwerking met andere instituten naar antibioticaresistentie in het milieu.

In Nederland wordt meer dan negentig procent van het afvalwater gezuiverd. In het onderzoek werd afvalwater onderzocht bij rioolwaterzuiveringsinstallaties vóór en na zuivering. Resistente bacteriën en antibioticaresten komen zowel vóór als na zuivering voor in het afvalwater, maar de concentraties na zuivering zijn ongeveer honderd maal zo laag als vóór zuivering. Het afvalwater is afkomstig van huishoudens, ziekenhuizen, verzorgingshuizen en bedrijven. Het wordt na zuivering geloosd op oppervlaktewater, zoals rivieren en meren.

Resistente bacteriën

In alle afvalwatermonsters werden ESBL-producerende E. coli gevonden. Bij negentig procent van de onderzochte zuiveringinstallaties werd CRE (carbapenem-resistente Enterobacteriaceae) aangetroffen, en de concentraties hiervan lagen ongeveer 250 keer lager dan de concentraties van ESBL-producerende E. coli.  In circa zestig procent van de zuiveringsinstallaties waren VRE (vancomcycine-resistente enterokokken) aanwezig. De gevonden bacteriën behoren tot de zogenoemde  bijzonder resistente micro-organismen (BRMO’s). Dit zijn micro-organismen die resistent zijn tegen de eerstekeuze-antibiotica of tegen meerdere groepen antibiotica. Ook werden resten van meerdere soorten antibiotica aangetoond in de afvalwatermonsters.

Via oppervlaktewater kunnen mensen in aanraking komen met resistente bacteriën. Dit betekent niet dat mensen direct gevaar lopen om een infectie te krijgen met resistente bacteriën. Deze bacteriën komen op meer plekken voor. Bijvoorbeeld ook in zorginstellingen, zoals verpleeghuizen en ziekenhuizen, en bij landbouwhuisdieren.

Mest

Behalve afvalwater werd ook mest onderzocht op resistente bacteriën. Bij een eerste proefonderzoek werden bij meer dan de helft van de mestmonsters van vleeskalveren en varkens ESBL-producerende E.coli aangetroffen. Een groter aantal mestmonsters zal worden onderzocht om hier uitspraken over te kunnen doen.

Maatregelen

Bij het onderzoek is daarnaast in kaart gebracht welke maatregelen de verspreiding van antibioticaresistentie kunnen tegengaan, zoals aanvullende zuiveringstechnieken. Door de huidige waterzuivering van het afvalwater nemen de concentraties van antibioticaresistente bacteriën af met ongeveer een factor honderd. Er bestaan innovatieve technieken voor de nazuivering van afvalwater en voor de behandeling van mest die tot een verdere vermindering van antibioticaresistentie kunnen leiden.