RUG Archieven - Utilities

Drie Groningse organisaties uit de energiewereld bundelen hun krachten in de New Energy Coalition. De samenwerking tussen de stichtingen Energy Valley, Energy Academy Europe en Energy Delta Institute, geeft gehoor aan de oproep van het kabinet om Noord-Nederland koploper te maken in de energietransitie. Voormalig Gasterra-directeur Gertjan Lankhorst zal de nieuwe organisatie leiden.

Door een brede coalitievorming met kennisinstellingen zoals de Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool Groningen, de energiesector, overheden en de industrie heeft New Energy Coalition alle kennis en ervaring in huis. Met de jarenlange ontwikkeling van de Energy Valley regio als ‘energietransitie-regio’ is een stevig fundament gelegd waarop verder kan worden gebouwd. ‘New Energy Coalition is het antwoord op de oproep van het kabinet om Noord-Nederland koploper te maken in de energietransitie,’ aldus directeur Gertjan Lankhorst. ‘Deze organisatie is opgericht om partijen die het verschil kunnen maken, te verenigen en het voortouw te nemen in de energietransitie. Wij gaan aan de slag met concrete thema’s die wij als noodzakelijk zien om de transitie te realiseren.’

De projecten van New Energy Coalition richten zich op fundamenteel en toegepast onderzoek, het bevorderen van onderwijs op alle niveaus, de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en producten en op een nieuwe manier van innoveren.

Lankhorst: ‘De energietransitie is een systeemtransformatie van een hele keten. Veel partijen zullen goed samen moeten werken en dat is precies waarop New Energy Coalition zich richt. Wij brengen partijen samen die echt het verschil kunnen maken en nemen zo het voortouw.’

Het bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vraagt pensioenfonds ABP, die de pensioenen van de RUG-medewerkers beheert, te kiezen voor duurzame beleggingen. Volgens de RUG investeert ABP tien procent van zijn portefeuille in fossiele energieopwekking.

Pensioenfonds ABP beheert de pensioenen van de ruim 5.500 medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Volgens ons strookt het fossiel en ongezond beleggen van deze pensioenen niet met de visie van de universiteit. In een gezamenlijke brief roepen het College van Bestuur en de Universiteitsraad het ABP op om ons pensioengeld duurzamer en gezonder te gaan beleggen’, aldus plaatsvervangend voorzitter van de Universiteitsraad Pieter Polhuis.

Ongeveer tien procent van de ABP beleggingsportefeuille wordt geïnvesteerd in fossiele energieopwekking. Met het klimaatverdrag van Parijs is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal twee graden Celsius. Om onder deze kritieke grens te blijven, moet ieder zich inspannen. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) heeft hierin met haar Roadmap 2015-2020 – het plan waarmee de universiteit in 2020 energieneutraal is – verantwoordelijkheid genomen.

Investeren in duurzaam

Het investeren in fossiele brandstoffen vertraagt de transitie. Tevens is beleggen in fossiele industrie riskant geworden. Immers, om de klimaatdoelstellingen te halen, zal er in de nabije toekomst minder gebruik worden gemaakt van fossiele energie. Uit onderzoek van de RUG blijkt bovendien dat een portefeuille zonder fossiele energiebedrijven niet significant anders presteert dan een portefeuille mét. Het is dus goed om fossielvrij te investeren. Concreet vraagt de RUG het ABP te stoppen met het beleggen in fossiel en te investeren in duurzame alternatieven. En bedrijven binnen de beleggingsportefeuilles die nog niet voldoende maatregelen nemen om klimaatverandering tegen te gaan, aan te sporen dit wel te doen.

Tabak

Het CvB en de Universiteitsraad voegen zich tevens achter de recente oproep van de bestuursvoorzitter van het UMCG om te stoppen met beleggen in de ziekmakende tabaksindustrie. Deze industrie staat haaks op wat de RUG en UMCG willen bereiken met het multidisciplinair wetenschappelijk onderzoeksprogramma Healthy Ageing. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan oplossingen voor de maatschappelijke- en gezondheidsproblemen die vergrijzing en vergroening met zich meebrengen. Pieter Polhuis: ‘Wij roepen het ABP op om te stoppen met het beleggen in de tabaksindustrie of gerelateerde bedrijven. En evenals de RUG een duidelijke visie tentoon te stellen, waarmee het ABP haar verantwoordelijkheid neemt om bij te dragen aan een gezondere samenleving.’

Het realiseren van de energietransitie is een maatschappelijk belangrijke, maar ook kostbare aangelegenheid. Om de kosten van de gewenste transitie zo laag mogelijk te houden, is het nodig de basisprincipes van de ordening van de elektriciteitsmarkt zoveel mogelijk overeind te houden. Dat concludeert Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen, op basis van zijn onderzoek naar de invloed van duurzame energie op de werking van de elektriciteitsmarkt.

In Nederland moet het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit in de totale elektriciteitsconsumptie stijgen van circa vijftien procent nu naar ongeveer zestig procent in 2030. Om die zeer ambitieuze doelstelling te halen, is kostenbeheersing cruciaal. Het is daarom van het grootste belang om de principes van de werking van de elektriciteitsmarkt te omarmen, stelt Mulder. ‘De elektriciteitsmarkt is gedurende de afgelopen twintig jaar vormgegeven en blijkt goed te functioneren: meer concurrentie, lagere prijzen, innovatie in de consumentenmarkt, voldoende investeringen en daardoor een betrouwbare stroomvoorziening. De elektriciteitsmarkt is steeds internationaler geworden en dat heeft geleidt tot lagere opwekkingskosten, meer concurrentie en een grotere leveringszekerheid.’

Lokale energiesystemen contraproductief

Mulder bepleit een geïntegreerde internationale elektriciteitsmarkt. ‘Door barrières voor internationale handel in elektriciteit verder te verminderen en te kiezen voor internationale in plaats van nationale of lokale doelstellingen kunnen we de kosten van de energietransitie zo laag mogelijk houden. Lokale energiesystemen mogen aantrekkelijk lijken, ze maken de energietransitie duurder en zijn daardoor juist minder succesvol. Wanneer regio’s proberen op duurzame wijze in hun eigen energiebehoefte te voorzien, dan leidt dat voor de maatschappij als geheel tot hogere kosten. Op een internationale markt kan bijvoorbeeld iedereen profiteren van een tijdelijke hoge productie door windmolens in een buurland, terwijl een regio die alleen zelfgeproduceerde energie wil gebruiken die mogelijkheid niet heeft en daardoor duurder uit is.’

Flexibele Duitse marktsysteem als voorbeeld

Een regio die zelf zijn stroomvoorziening wil regelen, zal veel hogere kosten moeten maken voor het omgaan met fluctuaties in het aanbod van wind- en zonnestroom dan in een internationale markt nodig is. Mulder: ‘Ervaringen in Duitsland, waar de energietransitie al ver is voortgeschreden, laten zien dat de elektriciteitsmarkt goed in staat is om te gaan met de groei in het fluctuerende aanbod van stroom uit duurzame bronnen. Het marktsysteem biedt voldoende flexibiliteit zonder dat in opslag van stroom wordt geïnvesteerd.’

Subsidies effectiever met marktprikkels

Om de kosten van energietransitie in toom te houden is het verder van belang om in subsidieregelingen voor duurzame energie zoveel mogelijk marktprikkels in te bouwen, stelt Mulder. ‘Gegarandeerde vergoedingen voor de productie van duurzame stroom onafhankelijk van de stroomprijs hebben in het verleden een flinke stimulans aan duurzame energie gegeven, maar zijn niet vol te houden. Dergelijke regelingen zijn duur, leiden tot onnodige winsten bij de investeerders in bijvoorbeeld zonnepanelen en ze verstoren de stroommarkt. Een voorbeeld van een systeem dat leidt tot zo laag mogelijke kosten voor duurzame energie is een verplichtingensysteem zoals dat in Engeland is ingevoerd. Leveranciers hebben de plicht om een bepaald percentage duurzame energie aan te bieden en gaan daarom zelf op zoek naar de goedkoopste aanbieder. Dat betekent dat niet alleen de kosten dalen, maar ook dat voor een zelfde subsidiebedrag meer duurzame energie wordt gerealiseerd. Ook het Nederlandse subsidiesysteem SDE+ geeft prikkels om de kosten van duurzame energie te verlagen.’

Verlaging CO2-emissie

De energietransitie is uiteindelijk bedoeld om de CO2-emissie terug te brengen. Nationaal beleid om de energietransitie te stimuleren heeft via het Europese systeem voor emissiehandel (ETS) directe consequenties voor alle deelnemers in dit handelssysteem: zo wordt het voor bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven en de chemische industrie goedkoper om hun emissies omlaag te brengen. Energietransitie biedt dus ook de financiële ruimte om meer aan emissiereductie te doen dan volgens het handelssysteem strikt genomen nodig is.

Mulder: ‘De eenvoudigste manier voor overheden, bedrijven en burgers om deze emissiereductie te realiseren, is het opkopen van emissierechten en deze te annuleren zonder ze te gebruiken. Dat verhoogt de schaarste in de markt voor emissierechten, waardoor de prijs van CO2-rechten stijgt en ergens binnen het ETS meer aan emissiereductie gedaan zal (moeten) worden. Op die manier is niet alleen ons energieverbruik meer op duurzame energie gebaseerd, maar wordt ook de uitstoot van CO2 omlaag gebracht.’

Het onderzoek werd gefinancierd door NWO, EnergieNederland, TenneT, NetbeheerNederland, VEMW en de Consumentenbond, met ondersteuning van Autoriteit Consument & Markt (ACM) en Statkraft.