RVO Archieven - Utilities

De afgelopen periode waren de elektriciteitsprijzen hoog. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die over 2021 subsidie ontvangen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (en Klimaattransitie), de SDE+(+). De kans is groot dat zij hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Ondernemers voor wie dit geldt, ontvangen hierover bericht, aldus Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De hoogte van de subsidie is gekoppeld aan de gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. Hiermee bedoelt RVO de opbrengst van de geproduceerde elektriciteit. Hoe hoger de marktwaarde, hoe minder subsidie ondernemers ontvangen. Zij ontvangen dan namelijk meer van de energieafnemer. Bij een lagere marktwaarde krijgen ondernemers meer subsidie. Zij ontvangen dan immers minder van hun energieafnemer.

Jaarlijks subsidievoorschot

Ondernemers ontvangen ieder jaar een voorschot op de subsidie. Dit voorschot is gebaseerd op de jaarlijks vastgestelde, gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. RVO, die de regeling uitvoert, corrigeert het subsidiebedrag ieder jaar. Dit doet zij aan de hand van het vastgestelde, definitieve correctiebedrag. En de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen van de subsidie’.

Trend zet door

De trend van hoge elektriciteitsprijzen van de afgelopen maanden zet waarschijnlijk door. De verwachting is dan ook dat de definitieve correctiebedragen in 2021 hoger zijn dan de voorlopige correctiebedragen, waarop het voorschot was gebaseerd. De kans is groot dat ondernemers hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Dit leidt tot een negatieve bijstelling.

Marktpartijen kunnen een aanvraag indienen voor het windenergiegebied Hollandse Kust (noord) kavel V. Het gaat bij deze subsidieloze tender om een vergunning voor de realisatie van een windpark. Op kavel V is ruimte voor 693 tot 760 megawatt aan vermogen voor duurzame windenergie op zee.

Kavel V is de zesde tender voor windenergie op zee sinds het energieakkoord. in 2018 en 2019 zijn de vergunningen voor kavels I, II, III en IV van het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) toegekend. De windparken in het windenergiegebied Borssele zijn naar verwachting eind van dit jaar gereed.

Routekaart windenergie op zee

Met de Routekaart windenergie op zee 2030 wees het Rijk nog 3 extra windenergiegebieden aan. Met deze Routekaart werkt Nederland toe naar 49 terawattuur jaarlijkse elektriciteitsproductie vanuit windparken op de Noordzee in 2030. Wind op zee draagt hiermee – voor meer dan de helft – bij aan de doelstelling voor duurzame elektriciteit in 2030.

Na de sluiting van de tenderprocedure op 30 april 2020 maakt RVO bekend of er aanvragen zijn ingediend.

Het kabinet trekt in 2020 extra subsidie uit om investeringen in milieu- en klimaatvriendelijke technieken te stimuleren voor ondernemers. Daarnaast trekt het kabinet komend jaar tien miljoen euro extra uit voor initiatieven op het gebied van de circulaire economie.

De nieuwe Milieulijst biedt ten opzichte van 2019 meer mogelijkheden voor ondernemers die investeren in demontage, producten van gerecycled materiaal en kringlooplandbouw. Ook duurzaam vervoer staat hoog op de lijst. Zo wordt bijvoorbeeld de aanschaf van elektrische busjes voor doelgroepenvervoer in 2020 extra aantrekkelijk. Bovendien zet de regeling meer in op het terugdringen van stikstofemissie.

149 miljoen euro

De overheid stimuleert ondernemers om duurzaam te investeren. Via de fiscale regelingen Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (Vamil) is daarvoor in 2020 een bedrag van 149 miljoen euro beschikbaar. De MIA\Vamil biedt fiscaal voordeel voor investeringen in duurzame technieken. Bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor dit belastingvoordeel staan vermeld op de Milieulijst.

Recycling, stikstof en reformers

Nieuw op de Milieulijst is productieapparatuur voor het maken van producten die na gebruik makkelijker uit elkaar te halen zijn voor hergebruik of recycling. Ook demontage-apparatuur komt in 2020 in aanmerking.

Investeringen die leiden tot een lagere emissie van stikstof (NOx) of (fijn)stof en die verder gaan dan wat wettelijk of via vergunningen verplicht is, kunnen ook gebruik maken van de MIA/Vamil -regeling. Hetzelfde geldt voor reformers voor waterstofproductie uit hernieuwbare bronnen. En wie wil investeren in NOx-emissiereductie kan ook rekenen op financiële ondersteuning.

De subsidie Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) is vernieuwd. De looptijd van alle projecten is verlengd tot vier jaar. Ook komt er één budget voor pilot- en zo mogelijk demonstatieprojecten voor diverse thema’s. Vanaf 2020 is er één totaalbudget van 86,1 miljoen beschikbaar voor projecten rond energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, flexibilisering, waterstof, ruimte voor hernieuwbare energie en CO2-reductie in de industrie.

De DEI+ sluit aan op de doelstellingen van het Klimaatakkoord. Daarin staat CO2-reductie centraal. Nederland wil minimaal 49 procent minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. De DEI+ ondersteunt pilot- en demonstratieprojecten die helpen om de CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast zijn innovaties welkom rond flexibilisering van het elektriciteitssysteem, waterstof en de optimale inpassing van grootschalig opgewekte elektriciteit met zon en wind in het landschap.

Langere looptijd

Nu het Klimaatakkoord is vastgesteld, zijn de doelstellingen voor de lange termijn duidelijker dan ooit. Daarmee is er een helder meerjarig beeld van de innovaties die Nederland nodig heeft. Vandaar dat de DEI+ nu voor alle thema’s projecten ondersteunt met een looptijd tot vier jaar.

Budget DEI+

De DEI+ was tot nu toe ingedeeld in verschillende thema’s met een eigen budget. Dit budgetonderscheid is verdwenen. Vanaf 2020 is er één totaalbudget van 86,1 miljoen beschikbaar voor projecten rond energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, flexibilisering, waterstof, ruimte voor hernieuwbare energie en CO2-reductie in de industrie. De maximale subsidie per project is vijftien miljoen euro.

Aardgasloos en industrie

Een uitzondering is het thema Aardgasloze woningen, wijken en gebouwen. Hiervoor zijn specifieke projecten nodig. Het budget voor dit thema is negen miljoen euro. Tot slot verandert het thema CO2-reducerende innovaties in de industrie. Daarvoor geldt niet meer dat ze een vooraf vastgestelde kostenefficiëntie moeten behalen.

Circulaire economie

Tot en met 20 september 2020 kunt u ook subsidie aanvragen voor kortlopende projecten binnen het thema Circulaire economie. Deze projecten moeten bijdragen aan het bereiken van de klimaatdoelstelling in 2020. Daarvoor is nog voldoende budget. Alleen projecten die meer dan drie miljoen euro aan subsidie nodig hebben, kunnen vanaf 15 januari 2020 een aanvraag doen voor een project met een looptijd van maximaal vier jaar.

RVO lanceert een nieuwe duurzame innovatieregeling met de naam Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). De regeling richt zich op projecten voor ‘Wind op zee’, ‘Hernieuwbare energie op land’, ‘Gebouwde omgeving’ en de ‘Industrie’.

De Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de MMIP’s die aan de basis liggen van de MOOI-regeling. Zij kunnen in 2020 mogelijke indieners adviseren bij het vinden van goede partners en samenwerkingsverbanden. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ondersteunt mogelijke aanvragers met advies, toegang tot netwerken en informatie over energie-innovatie en de voorwaarden van de MOOI-regeling.

Budget

Voor de vier thema’s van de MOOI-regeling is in totaal 65 miljoen euro beschikbaar. Daarvan krijgt het thema Wind op Zee 10,1 miljoen, hernieuwbaar op land 10,9 miljoen en de gebouwde omgeving 27 miljoen euro. Innovaties die de industrie verduurzamen kunnen aanspraak maken op totaal 17 miljoen euro.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de MOOI-regeling moeten projecten een flinke omvang hebben van een nog nader te bepalen bedrag. Aanvragers moeten een innovatieplan voorleggen met daarin Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden (Smart) opgestelde mijlpalen om de voortgang te kunnen volgen. In het project moet duidelijk sprake zijn van een integrale aanpak. Daarom moeten meerdere bedrijven uit de innovatieketen aangesloten zijn bij het project. Dit zijn bij voorkeur organisaties vanuit verschillende disciplines en consortia.

Aanvragen

Samenwerkende partijen kunnen vanaf begin 2020 tot midden april de eerste schetsen van hun voorstel indienen bij RVO.nl. In deze vereiste voorronde toetst RVO of de aanvraag aansluit op de regeling.

RVO.nl geeft dan met een adviescommissie advies over het plan en de voorgestelde samenwerking. Soortgelijke projecten kunnen met elkaar in contact worden gebracht, waar de Topconsortia van Kennis en Innovatie (TKI) bij kunnen helpen. De partijen kunnen de adviezen verwerken in hun definitieve aanvraag. De voorronde sluit naar verwachting in april en de definitieve indiening in september.

De industrie staat voor een grote uitdaging om te verduurzamen. Het klimaatakkoord en de recente uitspraak in de Urgenda-zaak brengen die verduurzaming in een stroomversnelling. Dat biedt ook kansen voor de industrie in Nederland. Daarom heeft de overheid drie nieuwe stimuleringsmaatregelen in het leven geroepen. Tijdens European Industry & Energy Summit 2019 in Amsterdam staan adviseurs van de overheid op 10 december klaar om u verder wegwijs te maken.

Hoe kunt u met uw bedrijf de verduurzamingsslag maken? En op welke regelingen en ondersteuning in kennis en netwerken kunt u rekenen? Via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) biedt de overheid een aantal unieke mogelijkheden om met financiële ondersteuning versneld te verduurzamen. Met kennis, netwerken, financiering en innovatie ondersteund de overheid ondernemers bij het realiseren van deze verduurzamingsslag. Zo kan Nederland en haar industrie de goede concurrentiepositie behouden en tegelijkertijd verduurzamen.

Drie nieuwe regelingen

Tijdens het event European Industry & Energy Summit nemen adviseurs van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland u mee door alle ins en outs van de drie nieuwe voor industrie interessante regelingen: Versnelde klimaatinvestering Industrie (VEKI), Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie – Circulaire Economie (DEI+ CE) en InnovationFund. U komt alles te weten over de mogelijkheden en voorwaarden van deze regelingen, hoe u deze kansen kunt benutten èn er is gelegenheid om met de adviseurs over uw ideeën te sparren. Is uw bedrijf actief op het gebied van energie-efficiency, recycling en hergebruik van afval, CO2-reducerende technieken op de gebieden van reparatie en het gebruik van biobased grondstoffen?

Praktische informatie:

Adviseurs zijn aanwezig tijdens EIES 2019 op 10 december van 13.45 – 15.15u op Het Balkon, in de Kromhouthal in Amsterdam.

Meer informatie over de regelingen.

 

Drijvende zonnepanelen die in elkaar kunnen schuiven, verplaatsbaar zijn en meedraaien met de zon. Een innovatie die 35 procent meer rendement oplevert. Het consortium INNOZOWA werkte daar twee jaar intensief aan. Op 20 september 2019 opent de pilotinstallatie in Weurt.

In waterrijk Nederland zijn zonnepanelen op water een slimme benutting van de openbare ruimte. Waterschap Rivierenland zag hierin een kans om bij te dragen aan de energietransitie. ‘Daarbij stelden we als voorwaarde dat er geen negatieve impact zou zijn op de doelen van het waterschap’, zegt Bjorn Prudon, adviseur innovatie en energie bij Waterschap Rivierenland. ‘Toen bleek dat dat wel goed zat, zetten we twee jaar geleden met het consortium het innovatieproject Innovatieve Zon-pv op water (Innozowa) op.’

Panelen als winkelkarretjes

‘Innovatief zijn drijvende zonnepanelen het zeker’, stelt Prudon. ‘Na twee jaar onderzoek is het ons gelukt om fotovoltaïsche zonnecellen op water te realiseren die aan alle voorwaarden voldoen. Op grond van de waterbeheerdoelen mochten de panelen geen belemmering zijn voor het onderhoud aan de wateren. Daarom bedachten wij een constructie waarbij de PV-panelen als winkelkarretjes in elkaar schuiven. Als geheel zijn ze flexibel en gemakkelijk verplaatsbaar. Dat is ook in ecologisch opzicht een meerwaarde, want vaste zonnepanelen nemen te veel zonlicht weg.’

Zonvolgende drijvende zonnepanelen

Onder de drijfconstructies is nieuw leefgebied gecreëerd bestaande uit BESE-elementen. Prudon: ‘Deze biologisch afbreekbare structuur van aardappelzetmeel heeft veel gaatjes die jonge vissen een schuilplek bieden. Ook kan hier sediment ophopen waar planten wortel kunnen schieten. De BESE-elementen lossen uiteindelijk op in het water.’ Prudon vindt het systeem, dat zonvolgend is, revolutionair. Bij zonsopgang zijn de cellen naar het oosten gericht en door de dag heen kantelen ze mee met de stand van de zon. ‘Dat levert maar liefst 35 procent meer rendement op. Significant veel als je dat vergelijkt met de extra opbrengst van vijf procent door reflectie en twee procent door koeling, zoals uit onderzoek blijkt.’

Samenwerking met partners

‘Waterschap Rivierenland had dit alles niet kunnen doen zonder de intensieve samenwerking met de partners in het consortium’, meent Prudon. De partners zijn de sociale onderneming Blue21 die is gespecialiseerd in drijvend bouwen, de waterbouwkundig aannemer Hakkers en onderzoeksgroep Photovoltaic Materials and Devices (PVMD), DC-to-AC side energy yield modelling van de TU Delft.

In 2018 investeerde de rijksoverheid 225 miljoen euro in energieonderzoek en -innovatie. Dit is het hoogste bedrag sinds 2011. De extra investeringen komen voort uit de klimaatenvelop om de CO2-uitstoot terug te dringen. Opvallend is dat industrieel onderzoek een steeds grotere bijdrage krijgt.

43 procent van de investeringen ging naar betere en goedkopere methoden om hernieuwbare energie te produceren. Denk bijvoorbeeld aan efficiëntere windturbines of nieuwe coatings voor zonnepanelen. Het Rijk investeerde 29 procent in onderzoek naar energiebesparing in onder meer woningen en industriële productieprocessen.

Industrieel onderzoek

Opvallend is de groeiende bijdrage aan industrieel onderzoek. Dit onderzoek is er om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen in laboratoriumomgevingen. Daarnaast steeg vooral de steun voor experimentele ontwikkeling, zoals pilots onder reële omstandigheden.

EZK grootste financier

Met 78 procent is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de grootste financier van energieonderzoek in Nederland. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgt met 12 procent. Relatief nieuw zijn de bijdragen van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Waterstaat.

Jaarlijkse monitor

De cijfers zijn afkomstig uit de Monitor publiek gefinancierd energieonderzoek. De monitor laat jaarlijks zien hoeveel de overheid investeert in verschillende soorten energieonderzoek. De cijfers zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het overheidsbeleid voor de energietransitie. Daarnaast gaan de uitkomsten naar het Internationaal Energieagentschap (IEA). De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) stelt de monitor op in opdracht van het ministerie van EZK.

Sinds vandaag zijn weer een reeks subsidieregelingen open van de Topsector Energie. Ze sluiten aan bij het (voorlopige) Klimaatakkoord. Daarom ligt de focus op energie-innovaties voor kosteneffectieve CO2-reductie in 2030. Voor deze regelingen is bij elkaar ruim 85 miljoen euro beschikbaar.

Hoewel het Klimaatakkoord nog niet is gesloten, sluiten de nieuwe subsidieregelingen aan op de doelen ervan. Ze moeten innovaties stimuleren die uiteindelijk helpen om de CO2-uitstoot sneller en goedkoper te verminderen.

Daarnaast zijn innovaties welkom rond flexibilisering van het elektriciteitssysteem en optimale benutting van het energielandschap. Belangrijk bij de beoordeling is de slagingskans van de innovatie in de markt en maatschappij.

De nieuwe regelingen richten zich vooral op R&D, onderzoek en ontwikkeling. Bedrijven en kennisinstellingen werken hierbij samen.

Aanvraagprocedure

Een andere belangrijke verandering is de aanvraagprocedure. De DEI heeft geen tenders meer. Bedrijven kunnen het hele jaar door aanvragen volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Complete projectvoorstellen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld. Voordeel is dat bedrijven kunnen indienen wanneer het hen uitkomt, tot het budget is uitgeput.

Wie wil inschrijven voor projecten onder ‘CO2-reductie in de industrie’ heeft nog tot en met 4 juni de tijd.

Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen

Vandaag opent ook de programmalijn Innovaties Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen van de DEI+. Dit thema ondersteunt projecten waarin binnen één jaar prototypes van enkele of meer innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld voor aardgasvrije wijken.

Ondernemers die investeren in het tegengaan van verspilling van grondstoffen kunnen belastingvoordeel krijgen met de MIA\Vamil. Dat blijkt uit de Milieulijst 2019. Het belastingvoordeel geldt voor investeringen in bijvoorbeeld het verwerken van voedseloverschotten en het verlengen van de levensduur van producten.

Ook het weren van microplastics en giftige stoffen uit herbruikbare grondstoffen komen in aanmerking voor fiscaal voordeel. In 2019 is er een budget van 139 miljoen euro beschikbaar. Bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor dit belastingvoordeel staan vermeld op de Milieulijst. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat past deze lijst jaarlijks aan.

Circulaire economie

De Milieulijst 2019 biedt veel nieuwe mogelijkheden voor ondernemers die investeren in circulair ondernemen. Zo geldt het MIA\Vamil-voordeel in 2019 ook voor grondstoffenbesparing door bijvoorbeeld de inzet van 3D-printers.

Ook het verbeteren van de kwaliteit van het gerecyclede product heeft een prominente plaats op de nieuwe lijst. Verder komen investeringen in het opwerken en benutten van voedseloverschotten of plantaardige reststromen in aanmerking voor MIA\Vamil.

Circulaire gebouwen

Nieuw op de Milieulijst, die op 27 december is gepubliceerd in de Staatscourant, zijn circulaire gebouwen met veel gerecyclede grondstoffen, een materialenpaspoort en een minimale CO2-voetafdruk. Gebouwen met een Groenverklaring of met het Slim-Bouwen-keurmerk verdwenen van de lijst.

Onverwarmde opslagloodsen komen alleen nog in aanmerking als ze aan de strengere eisen voor circulaire gebouwen voldoen. Ook nieuw is een voordeel voor ondernemers die hun bedrijfsterrein aanpassen aan het veranderende klimaat.

Volledig elektrisch

Voortaan biedt MIA\Vamil alleen nog maar belastingvoordeel voor volledig elektrische auto’s. Wel is het voordeel voor deze voertuigen aangepast. Hybride auto’s en geluidarme mobiele werktuigen met verbrandingsmotor zijn van de lijst verdwenen.