RWE Archieven - Utilities

RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

RWE bouwt bij de Amercentrale zijn eerste drijvende zonneproject met een geïnstalleerd vermogen van 6,1 megawatt piek. Op het meer bij de kolencentrale in Geertruidenberg legt RWE 13.400 drijvende zonnepanelen neer.

RWE is ook begonnen met de bouw van een grondgebonden PV-project van 2,3 megawatt piek op het terrein van de Amercentrale. Beide projecten, drijvend en grondgebonden, maken deel uit van Zonnepark Amer.

Zonnepark Amer

In 2018 realiseerde RWE de eerste fase van Zonnepark Amer en legde ruim 2.000 PV-panelen met 0,5 megawatt piek op het dak van de Amercentrale. Het zonnepark wordt nu uitgebreid. De bouw van het drijvende zonneproject zal naar verwachting begin augustus starten. Waarna het eind 2021 in gebruik wordt genomen. De bouw van het project op de grond is al begonnen en zal naar verwachting in augustus 2021 klaar zijn. De groene stroom die Zonnepark Amer opwekt (PV op het dak, op de grond en drijvend) is gelijk aan het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 2.300 Nederlandse huishoudens.

Wind en zon

Nederland is een van de strategische markten van RWE. Het bedrijf blijft bijdragen aan de groei van hernieuwbare energie, evenals aan CO2-vrije flexibele capaciteit. Momenteel breidt RWE zijn Nederlandse portfolio uit met vier nieuwe onshore windparken en een zonnepark in Kerkrade. CEO Roger Miesen: ‘Beide nieuwe PV-projecten laten zien dat we conventionele productielocaties kunnen omvormen tot locaties met innovatieve oplossingen die bijdragen aan het verduurzamen van het elektriciteitssysteem.’

RWE exploiteert momenteel zeven onshore windparken in Nederland met een totaal geïnstalleerd vermogen van 268 MW. Daarnaast bouwt het bedrijf momenteel vier nieuwe onshore windparken met een totaal opgesteld vermogen van meer dan 115 MW. Net als een 14 MW zonnepark in Kerkrade. Al deze projecten zullen in de loop van 2021 in bedrijf worden genomen.

Diverse media besteden vandaag aandacht aan het onderzoek van het Ministerie van EZK naar mogelijkheden om in Nederland versneld meer CO2 te besparen om te voldoen aan de zogenoemde Urgenda uitspraak. Daarin spreekt men ook over het op korte termijn sluiten van de Eemshavencentrale. Daarvan is echter geen sprake.

Het nieuws werd vanochtend gebracht door NRC Next en is overgenomen door DvhN. Daarin wordt de suggestie gewekt dat wordt gesproken over de sluiting van de Eemshavencentrale.

‘Zoals alle grote bedrijven is ook RWE in regelmatig overleg met de overheid over bijdragen aan het behalen van klimaat- en energietransitie doelen’, aldus Taco Douma. ‘Versnelde sluiting van RWE centrales maakt hier geen onderdeel van uit.’

Marinus Tabak, plantmanager van de Eemshaven: ‘We laten met biomassaprojecten op de Amer en de Eemshaven juist zien hoeveel wij kunnen bijdragen aan het Urgenda vonnis. Deze projecten leveren veruit de grootste bijdrage aan CO2 reductie in Nederland. Daar moeten we op vertrouwen. En in deze tijden van crisis is het eens te meer duidelijk wat voor vitale rol wij spelen.’

CO2-afvang en opslag

Marinus Tabak werd vorig jaar nog verkozen tot Plantmanager of the Year. In een interview met het vakblad Petrochem vertelde hij dat de kolencentrale in de Eemshaven, waarover hij de scepter zwaait, voor een ombouw staat naar biomassa als brandstof. ‘Afval dat bijna nergens anders meer voor kan worden gebruikt’, voegt hij er direct aan toe. Vooral om niet meteen in een andere felle discussie over het verbranden van biomassa terecht te komen.

En daarmee is de kous nog niet af. Er zijn inmiddels plannen om straks de CO2 van de centrale af te vangen. Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief. We willen een technologie toepassen waarmee we negentig procent van de kooldioxide kunnen afvangen. Twintig procent gaat dan naar BioMCN een eindje verderop op Chemiepark Delfzijl dat er methanol van kan maken door het aan waterstof te binden. En we zoeken ook een oplossing voor de overige zeventig procent. Mogelijk gaan we die ondergronds opslaan.’

De kolencentrale van RWE in de Eemshaven kreeg vorige week zijn eerste biomassa binnen. En de eerste lading is inmiddels verstookt. De Amercentrale van RWE stookt al langer biomassa. Het bedrijf streeft in die centrale naar tachtig procent biomassabijstook. De Eemscentrale begint bij vijftien procent bijmenging, maar zou het liefste honderd procent biomassa bijstoken.

Vorige week kwam het eerste schip met biomassa aan in de Eemshaven. De eerste lading is inmiddels al verstookt. Een historisch moment, want vanaf nu kan de centrale starten met de omschakeling naar deze  duurzame brandstof, gemaakt van restmateriaal van bosbouw en houtproductie. Op jaarbasis scheelt de bijstook 1,248 megaton CO2. Omdat de koolstof uit netto groeiende, duurzaam beheerde bossen komt, is die snel weer opgenomen.

Biomassa Eemshaven

De steenkool gestookte energiecentrales van RWE in Nederland worden geschikt gemaakt om van brandstof te wisselen: minder steenkool, meer biomassa. Hiervoor zijn met name investeringen in de logistiek van biomassa noodzakelijk. De Eemscentrale heeft nu nog een vergunning en subsidie voor vijftien procent bijstook, maar streeft naar honderd procent. De Amercentrale in Geertruidenberg stookt al vijftig procent biomassa bij en streeft naar tachtig procent bijstook in 2020.

Aanpassingen

Op de Eemshavencentrale is voor de eerste maal een biomassalogistiek gebouwd, bestaande uit een schipsontlader, transportband op de kade, één grote opslagsilo en een transportsysteem richting de verbrandingsketel. Ook zijn poederkoolmolens geschikt gemaakt en kanalen en leidingen rond de ketel aangepast.

De Europese Unie keurt de veertig miljard euro deal tussen RWE en E.ON goed. RWE zal daarbij de activiteiten van duurzame dochter Innogy samenvoegen met de hernieuwbare assets van E.ON. Het nieuwe RWE beheert nu meer dan negen gigawatt aan groene stroomcapaciteit, maar heeft ook nog steeds steen- en bruinkool in het portfolio.

De Europese Commissie gaf RWE goedkeuring voor een deal van 44 miljard dollar met concurrerend energiebedrijf E.ON. RWE bundelt de activa voor het genereren van hernieuwbare energie van haar Innogy-eenheid met die van E.ON, terwijl E.ON de klantenservice en het netwerkdeel van RWE krijgt.

Met de activawissel krijgt RWE twee gezichten. Het is een grote speler op het gebied van duurzame energie, maar in het portfolio zit ook nog steeds 17,5 gigawatt aan steen- en bruinkoolcentrales. RWE kondigde wel aan jaarlijks zo’n 1,5 miljard euro te investeren in de uitbreiding van zijn hernieuwbare energieportefeuille.

Twee stappen

Na het groene licht van de mededingingsautoriteiten in Brussel, zal de transactie nu in twee stappen worden uitgevoerd. Ten eerste zal RWE haar belang van 76,8 procent in haar Innogy-dochter overdragen aan E.ON. In ruil ontvangt RWE een aandelenbelang van 16,7 procent in E.ON, samen met een zetel in de raad van commissarissen van de onderneming, die wordt ingevuld door RWE CEO Schmitz.

Kerncentrales

E.ON zal tegen het einde van deze maand ook zijn belangrijkste hernieuwbare activiteiten overdragen aan RWE, evenals minderheidsbelangen in de binnenkort geopende kerncentrales Emsland en Gundremmingen.

Vervolgens zullen de activiteiten van Innogy voor hernieuwbare energie en gasopslag volgend jaar zo snel mogelijk opnieuw worden geïntegreerd in RWE. E.ON ontvangt ook een financiële vergoeding van 1,5 miljard van RWE.

Lees hier het bericht van RWE

De Europese Commissie heeft groen licht gegeven voor uitwisseling van hernieuwbare en nucleaire assets van de Duitse energiebedrijven RWE en E.ON. De ingrijpende transactie met E.ON brengt met zich mee dat RWE de activiteiten voor duurzame energie van E.ON en innogy overneemt.

Vandaag keurde de Europese Commissie de overname goed van de hernieuwbare energie-activiteiten van E.ON en innogy door RWE. Het bedrijf had medio januari de transactie bij de Commissie ter beoordeling ingediend. Ook keurde het Duitse federale kartelbureau de overname door RWE goed van een belang van 16,7 procent in E.ON. Dit werd voorafgegaan door uitgebreide beoordelingen door de Commissie en het Duitse federale kartelbureau om een ​​precies beeld te krijgen van de effecten van de transactie met E.ON op de mededinging.

‘Dit is erg goed nieuws. Dankzij deze beslissing hebben we een nieuwe mijlpaal bereikt om RWE om te vormen tot een leidende speler op het gebied van hernieuwbare energie’, verklaarde Markus Krebber, CFO van RWE AG.

Overname assets

De ingrijpende transactie met E.ON brengt met zich mee dat RWE de activiteiten voor duurzame energie van E.ON en innogy overneemt. Hieraan toegevoegd zijn E.ON’s minderheidsbelangen in de kerncentrales Emsland en Gundremmingen van RWE, de gasopslagactiviteiten van innogy en haar belang in het Oostenrijkse elektriciteitsbedrijf Kelag. RWE verwerft daarnaast een aandelenbelang van 16,7 procent in E.ON. RWE diende eergisteren dit deel van de transactie in bij de UK Competition & Markets Authority. Bovendien zal de overname van Amerikaanse activa in de nabije toekomst bij de Amerikaanse mededingingsautoriteiten worden ingediend.

Top drie

Bij de uitvoering van de transactie, die RWE voornemens is in de tweede helft van 2019 af te ronden, wordt RWE in één klap Europees de op twee na grootste producent van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en ’s werelds nummer twee in offshore wind. Zestig procent van de productieportfolio van de RWE Group produceert elektriciteit met een lage of geen koolstofemissie. Het doel is om het bedrijf wereldwijd uit te breiden met duurzame producten en hiervoor elk jaar maximaal 1,5 miljard euro uit te geven.

RWE heeft op 10 oktober 2018 het besluit genomen om haar gascentrale Claus C in Maasbracht uit de mottenballen te halen. Dat betekent dat de centrale eind 2020 weer beschikbaar komt voor het elektriciteitsnet. Door de toenemende vraag naar regelbaar vermogen en positieve ontwikkelingen op de groothandelsmarkt, heeft RWE besloten Claus C opnieuw in gebruik te nemen. Ook de optie om de centrale aan te sluiten op het Belgische elektriciteitsnetwerk heeft bijgedragen aan dit besluit.

Het duurt naar verwachting twee jaar voordat de gascentrale weer commercieel beschikbaar is voor het Nederlandse netwerk. ‘Om te beginnen heeft de centrale een onderhoudsbeurt nodig’, legt Roger Miesen, CEO van RWE Generation uit. ‘Ze heeft nu vier jaar stilgestaan. Er is wel onderhoud gedaan, maar alles moet weer in topconditie worden gebracht. Daarmee zorgen we ervoor dat Claus C weer stabiel en veilig kan produceren voor een langere periode.’ Ondertussen is het van belang geschikt personeel te vinden. ‘Toen Claus C uit bedrijf ging, zijn alle medewerkers elders ondergebracht, deels op andere locaties van RWE. Maar een aantal mensen heeft ook elders een baan gevonden. Daar moeten we nu dus vervanging voor zoeken.’

Nationale CO2 vloerprijs

Afgelopen week kondigde het kabinet de invoering aan van een nationale CO2-bodemprijs, bovenop het Europese ETS. RWE vindt dit een onverstandige ontwikkeling, zoals Frontier Economics eerder dit jaar ook constateerde. Een aanvullende nationale maatregel zal niet alleen negatieve gevolgen hebben voor de beperking van CO2-uitstoot op Europees niveau. Ook ontstaat hiermee een gevaar voor de leveringszekerheid in Nederland. ‘De moderne Nederlandse gascentrales spelen een grote rol in de betrouwbaarheid van het energiesysteem’, legt Miesen uit. ‘Een CO2-bodemprijs drijft de kosten op en drukt deze centrales uit de markt. Dat is een risico voor de leveringszekerheid.’ RWE houdt ontwikkelingen aangaande de CO2-vloerprijs dan ook nauwlettend in de gaten.

België

Eerder dit jaar maakte RWE bekend dat Claus C kan worden aangesloten op het Belgische elektriciteitsnetwerk, mits daarvoor het juiste investeringsklimaat wordt gecreëerd. België heeft namelijk besloten om in 2025 afscheid te nemen van kernenergie en moet dus alternatieve energiebronnen zoeken. Om deze transitie te faciliteren voert de Belgische overheid een capaciteitsvergoedingsmechanisme en mogelijk een vervroegde veiling in om de noodzakelijke investeringen in extra vermogen aan te trekken. Claus C kan met de aanleg van een rechtstreekse verbinding een significante bijdrage leveren aan de Belgische leveringszekerheid. De beslissing om Claus C opnieuw in gebruik te nemen in Nederland draagt positief bij aan de mogelijkheid om deze moderne, efficiënte centrale eventueel later aan te sluiten op het Belgische hoogspanningsnetwerk.

Over Claus C

Claus C is een moderne gasgestookte gecombineerde stoom en gasturbine (STEG), een van RWE’s grotere productiefaciliteiten. De centrale heeft een vermogen van 1304 megawatt, met een efficiëntie van ongeveer 58%. Ze kan elektriciteit leveren aan drie miljoen huishoudens. Claus C werd in 2012 in gebruik genomen. In 2014 werd de centrale alweer geconserveerd vanwege slechte marktomstandigheden.

RWE verlengde zijn warmteleveringscontract met Ennatuurlijk tot 2040. Dit is opmerkelijk omdat de Amercentrale die de warmte zal leveren officieel in 2030 uit bedrijf zou moeten worden gehaald. RWE hoopt echter dat de centrale tegen die tijd voor honderd procent op biomassa kan blijven draaien.

RWE en Ennatuurlijk hebben per 1 januari 2018 het contract voor warmtelevering verlengd tot 2040. De ondertekening is de start van de verduurzaming van het Amerwarmtenet. 40.000 particuliere en 550 zakelijke klanten van Ennatuurlijk blijven de komende jaren gebruik maken van restwarmte van de Amercentrale om hun woningen en bedrijven te verwarmen. Deze restwarmte wordt steeds duurzamer, doordat RWE vanaf begin 2018 steeds meer biomassa gebruikt.

Biomassa

Het Amerwarmtenet werd al gevoed met warmte die vrijkomt bij de elektriciteitsproductie op de Amercentrale. De omgeving gebruikte deze restwarmte dus al nuttig. Vanaf nu wordt de restwarmte steeds duurzamer. RWE vervangt namelijk vanaf begin 2018 vijftig procent van de kolen door duurzame biomassa en in 2019 moet de Amer op tachtig procent biomassa draaien. Hierdoor wordt ruim vijftig procent CO2 bespaard ten opzicht van individuele cv-ketels op aardgas. ‘RWE en Ennatuurlijk geven hiermee een effectieve invulling aan de energietransitie’, zegt Taco Douma, directeur RWE Generation Hardcoal, Gas & Biomass Continental Europe. ‘We borgen tegelijkertijd voor lange tijd een betrouwbare levering van duurzame warmte aan steden als Breda en Tilburg.’

Duurzaam zonder er zelf iets voor te hoeven doen

Dankzij de contractverlenging zijn de 40.000 particuliere en 550 zakelijke klanten van Ennatuurlijk de komende jaren verzekerd van duurzame warmte. Zij kunnen hun steentje bijdragen aan de verduurzaming van de regio zonder er zelf iets voor te hoeven doen. ‘Een typisch voordeel van een warmtenet’, zegt Erik Stronk, algemeen directeur Ennatuurlijk. ‘Wij verduurzamen de bron en onze klanten profiteren daarvan. Hun warmte wordt steeds duurzamer. En dat zonder een verstoring van de levering of ander gedoe. Bovendien hoeven onze klanten er zelf helemaal niets voor de doen. Mooier kan niet, toch?’

Ennatuurlijk is een samenwerkingsverband van PGGM (tachtig procent) en Veolia (twintig procent), die verantwoordelijk is voor de warmteassets van de samenwerking.

RWE deelt zijn conventionele elektriciteitsproductiebusinesses op in RWE Generation en RWE Power. In de eerste businessunit komen de gas-, steenkool-, waterkracht- en biomassa-activiteiten van het Duitse bedrijf. De bruinkool en nucleaire centrales van RWE gaan verder onder de vlag van RWE Power.  

Nadat de wind- en zonne-energieactiviteiten van RWE al waren afgesplitst via Innogy, gaat RWE verder met de reorganisatie van zijn opwekportfolio. Ook de in Duitsland onder vuur liggende bruinkool en nucleaire activiteiten worden afgesplitst van de kolen-, gas-, hydro- en biomassacentrales. Beide nieuwe bedrijven krijgen een eigen bestuur en directie.

RWE Power lijkt geen lang leven beschoren te zijn, met name omdat de nucelaire activiteiten in 2019 worden overgedragen aan de Duitse regering. Die besloot de kerncentrales te ontmantelen, de zogenaamde Atomausstieg. De laatste Duitse kerncentrales draaien nog tot 2022, maar zullen daarna ook op termijn worden afgebroken. Ook het gebruik van bruinkool ligt onder vuur omdat de CO2-uitstoot van deze fossiele brandstof nog een stuk hoger ligt dan die van steenkool.

RWE CFO Markus Krebber is zeer tevreden met de prestaties van het Duitse energiebedrijf tot nu toe. De winsten in de handelsactiviteiten zijn weer op een goed niveau en European Power presteert operationeel veel beter. Ook is de schuld van RWE aanzienlijk verminderd en de rating gestabiliseerd. RWE verwacht dan ook eind dit jaar een hogere EBITDA en aangepaste nettowinst: respectievelijk 354 en 649 miljoen euro.

RWE ligt naar eigen zeggen  op schema na de eerste negen maanden van boekjaar 2017. Van januari tot september boekte de groep een aangepaste EBITDA van 4,2 miljard euro, vergeleken met 3,8 miljard euro in dezelfde periode in 2016.

Het nettoresultaat kwam uit op 2,2 miljard euro na 11 miljoen euro in dezelfde periode van vorig jaar. Dit was toe te rekenen aan de goede operationele prestaties, een substantieel verbeterd financieel resultaat en de terugbetaling van de belasting op nucleaire brandstof. Het aangepaste nettoresultaat, exclusief alle uitzonderlijke posten en de belastingteruggave voor nucleaire brandstof, bedroeg 876 miljoen euro. Dit betekent een stijging van 649 miljoen euro.

De RWE Groep bevestigt dan ook zijn vooruitzichten: het management blijft anticiperen op een aangepaste EBITDA van 5,4 tot 5,7 miljard euro en een aangepast nettoresultaat van 1,0 tot 1,3 miljard euro. Het bedrijf verwacht de bovengrens van de eerder genoemde bedragen te bereiken.

Bruinkool en nucleair

In de eerste drie kwartalen van 2017 daalde de gecorrigeerde EBITDA in het bruinkool en nucleaire segment tot 551 miljoen euro (vorig jaar: 634 miljoen euro). Dit was voornamelijk het gevolg van de daling van de gerealiseerde groothandelsprijzen voor elektriciteit op jaarbasis. De afschaffing van de belasting op kernbrandstof en het huidige programma voor efficiëntieverbetering en lagere kosten van herstructureringsmaatregelen compenseerden dit gedeeltelijk.

Europese opwekking

De gecorrigeerde EBITDA bedroeg 324 miljoen euro (vorig jaar: 413 miljoen euro). De daling was voornamelijk toe te schrijven aan uitzonderlijke posten die werden geboekt in 2016 en die dit jaar niet werden herhaald. In operationele termen deed het segment het beter dan in dezelfde periode vorig jaar. Kolengestookte elektriciteitscentrales blijven onder druk staan. Daarentegen overtroffen de marges en bedrijfstijden van gasgestookte elektriciteitscentrales de verwachtingen. Het voortdurende efficiëntiebevorderende programma van RWE had ook een positieve impact op dit segment. Daarnaast boekte RWE een aardige voor de verkoop van een site van een elektriciteitscentrale in het Verenigd Koninkrijk.

Supply & Trading

De aangepaste EBITDA in het segment Supply & Trading bedroeg 201 miljoen euro (vorig jaar: -97 miljoen euro verlies). De bedrijfstrend was dus weer in lijn met de verwachtingen. RWE verwacht dat zijn tradingactiviteiten voor energie op middellange termijn gemiddeld ongeveer 200 miljoen euro aan jaaromzet zullen genereren.

innogy

innogy, de financiële investering in een duurzaam energiebedrijf, verbeterde zijn aangepaste EBITDA met vijf procent. Innogy verwacht dat het het jaar als geheel gematigd zal afsluiten in 2016. Details van de winstsituatie werden gepubliceerd als onderdeel van de rapportage over het derde kwartaal op 13 november.

Nettoschuld verminderd

Op 30 september 2017 had de RWE-groep een nettoschuld van 19,5 miljard euro, 3,3 miljard euro minder dan aan het einde van 2016. Dit was voornamelijk te danken aan de positieve ontwikkeling van de winst, de teruggave van belasting op nucleaire brandstof en de lagere pensioenverplichtingen. Net als voorheen verwacht RWE dat de nettoschuld aan het einde van 2017 onder de 22,7 miljard euro uit 2016 zal liggen.

Voorzieningszekerheid

In het licht van het huidige politieke debat roept RWE-CFO Markus Krebber op tot een rechtvaardige nastreven van de doelstellingen klimaatbescherming, concurrentievermogen en voorzieningszekerheid. ‘Duitsland behoort tot de landen met het hoogste niveau van industriële toegevoegde waarde in de wereld, de basis hiervoor is een veilige en betaalbare energievoorziening die onontbeerlijk is voor de acceptatie van de energietransitie.’