SODM Archieven - Utilities

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) legde 28 april de gaswinningslocatie van de NAM op Ameland stil. Zo blijkt uit een persbericht dat SoDM nu pas publiceerde. Inspecteurs constateerden flinke corrosie bij de koelinstallatie waardoor er ernstig gevaar voor de werknemers was ontstaan. Inmiddels zijn een aantal veiligheidsmaatregelen genomen, waardoor er weer voldoende veilig kan worden gewerkt op de locatie. De stillegging is daarom weer opgeheven.

Op de gaswinningslocatie van de NAM staat een koelinstallatie om de temperatuur van het geproduceerde aardgas te verlagen. Op en direct onder de koelinstallatie kunnen medewerkers van de NAM aan het werk zijn. SodM constateerde dat de koelinstallatie in dermate slechte staat van onderhoud verkeert dat er flinke corrosie was ontstaan. Werknemers die direct onder de koelinstallatie liepen, zouden daardoor het risico lopen te worden getroffen door vallende (installatie)onderdelen.

Door de corrosie kwamen de koelleidingen in de verdrukking en waren deels zichtbaar vervormd. Deze vervorming kan op een gegeven moment leiden tot lekkage, en daarmee gevaar voor bedwelming van personen, of ontbranding/ontploffing van aardgas en condensaat. Op het moment van inspectie was er nog geen sprake van lekkage.

Omdat dit ernstig gevaar kan opleveren voor personen beval de inspecteur ter plekke dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt, dan wel niet mochten aanvangen.

Veiligheidsmaatregelen

Op 12 mei bezochten inspecteurs van SodM de locatie opnieuw. De NAM voerde een aantal veiligheidsmaatregelen door. Zo plaatste men een hekwerk rond de koelinstallatie om te voorkomen dat medewerkers eronder kunnen komen. Daarnaast plaatste de NAM een extra sensor bij de koelinstallatie om bij lekkage de gasproductie direct veilig uit te schakelen. Door deze veiligheidsmaatregelen kunnen de werkzaamheden voldoende veilig worden hervat.

SodM hief de stillegging daarom op. SodM verplichtte de NAM wel om de koelinstallatie vóór 1 september 2021 in goede staat van onderhoud te brengen.

De koelinstallatie bij NAM Ameland

Het gecorrodeerde frame dat tegen leidingen drukt

Een gebrek aan alertheid bij de NAM is een belangrijke oorzaak voor de lekkage van dertig kuub aardgascondensaat uit het tankenpark in Delfzijl. Dat stelt het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). SodM heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de gezondheidsrisico’s als gevolg van de lekkage laten controleren. Omwonenden hebben geen gezondheidsrisico’s gelopen, daarvoor is de blootstelling te laag geweest.

De lekkage van oktober 2018 is veroorzaakt door een opeenvolging van menselijk handelen en technisch falen. De NAM heeft inmiddels voldoende technische maatregelen genomen om herhaling te voorkomen. Echter, het gedrag van de mijnbouwonderneming vóórafgaand aan het incident typeert de toezichthouder als ‘onvoldoende alert’.

Geen langdurend gezondheidsrisico

Aardgascondensaat is een giftige, licht ontvlambare vloeistof, die vrijkomt bij de winning van aardgas. Het aardgascondensaat bevat met name koolwaterstoffen zoals benzeen en een zeer kleine hoeveelheid kwik. Ook omwonenden en hulpverleners zijn in aanraking gekomen met aardgascondensaat. Zij hadden onder andere last van prikkende ogen, hoofdpijn en misselijkheid. Het gezondheidsrisico als gevolg van blootstelling aan een stof hangt af van de hoogte en duur van de blootstelling en de schadelijkheid van de stof. Benzeen kan kankerverwekkend zijn bij langdurige blootstelling. SodM heeft het RIVM laten controleren in hoeverre de blootstelling aan aardgascondensaat gevolgen kan hebben gehad voor de volksgezondheid. Het RIVM onderschrijft de conclusie dat er geen sprake is van langdurend gezondheidsrisico.

Strengere eisen veiligheid

Naar aanleiding van het oordeel heeft SodM de minister gevraagd om de veiligheidseisen in de vergunning van de NAM voor het tankenpark Delfzijl aan te scherpen. In oktober had de NAM op aandringen van SodM al een aantal extra maatregelen genomen om opnieuw een lekkage te voorkomen. Het verscherpt toezicht op het tankenpark dat SodM sinds het incident heeft ingesteld, blijft van kracht. SodM zal minstens drie keer per jaar het tankenpark inspecteren, waarvan twee keer samen met de Veiligheidsregio. Sinds het incident heeft SodM al 2 inspecties uitgevoerd samen met de Veiligheidsregio.

Betere samenwerking omgeving

SodM constateert tot slot dat de NAM onvoldoende pro-activiteit en openheid heeft getoond in de communicatie tijdens het incident. Niet alleen met SodM, maar ook met de gemeente, het Waterschap, de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. SodM dringt er bij de NAM op aan de samenwerking met deze partijen te evalueren en de uitkomst daarvan vóór 1 september 2019 te delen met SodM.

Strafrechtelijk onderzoek

Het bestuursrechtelijk onderzoek van het SodM is erop gericht om een dergelijk incident in de toekomst te voorkomen. Daarnaast loopt een strafrechtelijk onderzoek van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Het verdenkt de NAM ervan in strijd met de milieuvoorschriften te hebben gehandeld.

Er zijn nog te veel gebreken en defecten aan mijnbouwputten, dat blijkt uit het rapport ‘De integriteit van onshore putten in Nederland’ van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Daarom gaat SodM het toezicht op mijnbouwputten intensiveren. Met name in de  sector geothermie moet de kwaliteit van de putten omhoog om lekkages te voorkomen. Maar ook bij putten voor zout, gaswinning en gasopslag heeft SodM gebreken geconstateerd. Alleen in de sector olie zijn geen gebreken aangetroffen.

Mijnondernemingen gebruiken putten voor olie- en gaswinning, geothermie, zoutwinning of ondergrondse opslag van stoffen. Een put is de verbinding van de bovengrond met de ondergrond. Een put bestaat uit een of meerdere eromheen liggende buizen. Putten met één buis, zoals gangbaar bij geothermie, zijn kwetsbaarder dan putten met een dubbele of zelfs driedubbele verbuizing. Als een eerste buis lekt, kan een tweede buis deze lekkage opvangen zodat de stof niet in de ondergrond terecht komt. Een ander voordeel van meerdere buizen is dat je de tweede buis kunt inzetten als meetpunt van eventuele lekkage. Naast het aantal buizen, is de kwaliteit van de gebruikte materialen van belang.

Geothermie

Het onderzoek,  waarvoor SodM een kleine 1.600 putten op land onderzocht, laat zien dat het technisch ontwerp van de putten voor geothermie niet voldoende is. In vrijwel alle gevallen gaat het om een put met een enkele buis. Alle geothermieputten hebben last van corrosie, wat onder controle wordt gehouden door anti-corrosiemiddelen te gebruiken. Nog niet alle geothermisten hebben een goedwerkend veiligheidsbeheerssysteem voor hun putten.

Zout

De zoutputten hebben een enkele buis. In een aantal gevallen was sprake van gebreken aan de put. In Twente hebben daardoor lekkages van pekelwater plaatsgevonden. Deze putten zijn inmiddels allemaal vervangen door putten van betere kwaliteit. Aandacht voor het veiligheidsbeheerssysteem van de put moet in de sector zout nog wel verder omhoog.

Gaswinning en -opslag

Gasputten zijn voorzien van een dubbele verbuizing. Ook hier zijn er gebreken aan de put geconstateerd. Deze gebreken zaten in de meeste gevallen óf in de eerste óf in de tweede buis, zodat lekkage naar de omgeving niet plaatsvond. Bij 1 procent van de gasputten is een zeer kleine lekkage naar de omgeving geconstateerd. Het ging hier om maximaal 115 liter per dag, dit is grofweg een kwart van wat één koe dagelijks aan methaan uitstoot. Een deel van deze gasputten is ondertussen geabandonneerd. Alle  ondernemingen in de gassector hebben hun veiligheidsbeheerssysteem op orde waardoor ze snel en gericht kunnen reageren op incidenten.

Olie

In de sector olie trof SodM in geen gevallen gebreken aan. De olieputten zijn in goede conditie en de ondernemingen werken systematisch met een veiligheidsbeheerssysteem.

Stappen SodM

Om de veiligheidsstandaard in de sector geothermie te verhogen, neemt SodM verschillende stappen. SodM gaat na overleg met de sector concrete eisen opstellen voor het technische putontwerp. Ook is SodM kritisch in haar toezicht op de huidige putten en het hebben van een goed werkend veiligheidsmanagementsysteem. Tot slot zal SodM streng handhaven bij incidenten. Maar ook in de andere sectoren neemt SodM maatregelen.

SodM zal in de zoutsector dit jaar extra toezien op het veiligheidsbeheerssysteem van de zoutbedrijven. Ook houdt SodM de putten die aardgas lekken, ook al is dit een zeer beperkte hoeveelheid,  nauwlettend in de gaten. Tot slot krijgt iedere mijnbouwonderneming te maken met een jaarlijkse inspectie op het beheer van de integriteit van de putten. SodM ziet er dan op toe dat de ondernemingen voldoende aandacht geven aan het ontdekken van gebreken, het nemen van veiligheidsmaatregelen en het op tijd repareren van gebreken.

Staatstoezicht op de Mijnen kondigde aan strenger toe te zien op de veiligheid van geothermieputten. Alle geothermisten hebben namelijk last van corrosie en sommige putten zijn zelfs stilgelegd omdat water in de omgeving dreigde te lekken.

Geothermie staat aan de vooravond van een grote vlucht in Nederland. In het Klimaatakkoord wordt bijna een vertienvoudiging voorspeld in de komende twaalf jaar. Geothermieputten hebben last van corrosie, wat kan leiden tot lekkages naar de omgeving. SodM gaat daarom scherper toezien op de veiligheid van geothermieputten en zal bovendien strengere eisen formuleren waaraan putten moeten voldoen om ervoor te zorgen dat het veilig blijft.

Corrosie

‘Geothermie zal in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen in onze energievoorziening. Dan is het van belang dat het veilig gebeurt. Alle geothermisten in Nederland hebben te maken met corrosie van de put door het oppompen van het zoute water uit de ondergrond. In sommige gevallen is de put zelfs stilgelegd om lekkage naar de omgeving te voorkomen. Dit probleem moet duurzaam opgelost worden door een kwalitatief betere put. Daar gaan wij komend jaar na overleg met de sector eisen voor opstellen.” Aldus Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal van SodM.

Locatie

Ook de locatie is van belang. Allereerst heeft SodM geadviseerd om terughoudend te zijn met geothermie in de buurt van seismisch actieve breuken in de diepe ondergrond vanwege het risico op het veroorzaken van aardbevingen. Ten tweede is het goed als gemeentes rekening houden met de plek waarop zij geothermie toestaan. Geothermie moet weliswaar bij uitstek in de buurt van afnemers plaatsvinden in verband met de transport van de warmte, maar dat betekent niet dat installaties pal naast woonwijken hoeven te worden gesitueerd. Bij mogelijk onderhoud en weghalen van de put aan het einde van de levensduur moet er namelijk weer een boortoren op kunnen, zonder overlast voor de directe omgeving. Dat is ook belangrijk voor het maatschappelijk draagvlak voor geothermie.

Vermilion mag gas winnen in Langezwaag uit de putten LZG-02 en LZG-03, dat blijkt uit het besluit dat Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft genomen op de bezwaren die door Vermilion en door de gemeente Heerenveen waren ingediend. Die bezwaren zijn ongegrond verklaard.

In april vorig jaar werd de gaswinning uit put LZG-03 stilgelegd door SodM, omdat die winning niet was beschreven in het winningsplan van Vermilion. In november 2017 trok SodM dat besluit weer in, omdat de minister van Economische Zaken en Klimaat had aangegeven dat hij akkoord wilde gaan met een nieuw winningsplan waarin de gaswinning uit put LZG-03 was beschreven. Tegen de stillegging maakte Vermilion bezwaar. Tegen de intrekking ageerde de gemeente Heerenveen.

De gemeente Heerenveen vond bovendien dat de gaswinning uit een andere put, LZG-02, ook stilgelegd moest worden. SodM besliste in december dat dat niet nodig was. En ook tegen dat besluit maakte de gemeente bezwaar.

Met het nieuwe besluit geeft de toezichthouder antwoord op de bezwaren. SodM concludeert dat de stillegging in april terecht is geweest en constateert verder dat de winning uit de putten LZG-02 en LZG-03 op dit moment gewoon zijn toegestaan, omdat de minister inmiddels definitief akkoord is met het nieuwe winningsplan. Geen reden dus voor de toezichthouder om alsnog in te grijpen.

Gaswinningsbedrijf Vermilion moet onmiddelijk stoppen met het winnen van gas uit put LZG-03 in het gasveld Langezwaag. Daarna gaat een dwangsom lopen van EUR 0,50 per kubieke meter, met een maximum van tien miljoen euro. Dat heeft Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) aan Vermilion laten weten.

Vorige maand heeft SodM al een vooraankondiging van dit besluit naar Vermilion gestuurd. Vermilion heeft eind november een derde put in productie genomen zonder dat daar een goedgekeurd winningsplan voor is. Dat is niet toegestaan. Vermilion heeft daarna zowel schriftelijk als mondeling aangegeven hoe zij hier tegen aankijkt. Na zorgvuldige bestudering van deze zienswijzen heeft SodM besloten toch een last onder dwangsom op te leggen.

Handhaven

SodM is de handhaver van de Mijnbouwwet. Als er sprake is van een overtreding van de Mijnbouwwet, dan moet SodM in de regel van deze bevoegdheid gebruik maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag SodM daarvan afzien. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Dat houdt in dat het nog slechts een kwestie van tijd is voordat de activiteit ook formeel toegestaan is. Maar dat is bij de winning uit put LZG-03 niet het geval.

Risico’s zijn verwaarloosbaar

Vermilion heeft inmiddels wel voor de winning uit put LZG-03 bij de minister een verzoek gedaan om instemming met een wijziging van het winningsplan. SodM heeft die wijziging inmiddels bekeken. De effecten op bodembeweging en seismische risico´s zijn door TNO beoordeeld en verwaarloosbaar bevonden. SodM heeft dan ook gesteld dat er geen nadere voorwaarden hoeven worden gesteld.

Decentrale overheden

Dat de risico’s verwaarloosbaar zijn, wil echter niet zeggen dat zeker is dat de minister met het winningsplan gaat instemmen. Sinds 1 januari geldt de nieuwe Mijnbouwwet. Daarin is geregeld dat onder andere ook decentrale overheden advies mogen geven. Op dit moment moeten Gedeputeerde staten, Burgemeesters en wethouders, het waterschapsbestuur, de Technische commissie bodembeweging en de Mijnraad hun adviezen nog geven. Die adviezen kunnen leiden tot het weigeren van de instemming of tot het stellen van voorwaarden aan de instemming. SodM treedt daarom op tegen het winnen uit put LZG-03 zonder goedgekeurd winningsplan.

Gaswinningsbedrijf Vermilion moet stoppen met de winning van gas uit put LZG-03 in het gasveld Langezwaag onder Opsterland en Heerenveen. Recent is gebleken dat Vermilion eind november een derde put in productie heeft genomen. Omdat daar nog geen goedgekeurd winningsplan voor is, mag dat niet.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft nu aangekondigd dat die overtreding moet worden beëindigd. Vermilion krijgt enkele dagen om hierop te reageren. Wanneer de overtreding vast staat en niet tijdig wordt beëindigd, moet Vermilion een dwangsom betalen van één euro per gewonnen kubieke meter gas met een maximum van tien miljoen euro.

Vermilion heeft op 24 november 2016 een gewijzigd winningsplan ingediend bij het ministerie van Economische zaken. In die wijziging is onder andere het in werking stellen van put LZG-3 opgenomen. De Minister van Economische Zaken heeft nog niet met dit plan ingestemd. Daarmee voldoet Vermilion op dit moment niet aan de vereisten voor het winnen van gas uit put LZG-03.

SodM is als toezichthouder  een algemeen onderzoek gestart naar de vraag of Vermilion aan de wettelijke vereisten voldoet voor de winning van gas uit het veld Langezwaag. Vooruitlopend op de eindconclusies uit  dat onderzoek meent SodM dat nu al duidelijk is dat de productie uit put LZG-03 niet aan de eisen voldoet. Vermilion krijgt tot en met maandag 13 maart de tijd om een reactie te geven op de aankondiging van SodM