TenneT Archieven - Utilities

Zowel Nederland als Duitsland kunnen de piekbelasting van hun elektriciteitsnet met wel 10 tot 17 procent verlagen als ze volledig het potentieel benutten van industriële vraagsturing, industrial Demand Side Response (iDSR). Dat toont het onderzoek ‘Unlocking demand side response’, dat Strategy&, onderdeel van PwC, uitvoerde in opdracht van TenneT.

Het belang van vraagsturing neemt toe, naarmate elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname.

Het spreekt voor zich dat juist industriële grootverbruikers een substantiële bijdrage kunnen leveren aan deze flexibiliteit. Dat geldt met name als de beschikbaarheid van stroom relatief schaars is en zeker als door elektrificatie het stroomverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of regelbare centrales worden beperkt. Flexibiliteit aan de markt bieden kan bovendien een extra verdienmodel voor de industrie zijn.

Voorwaarden

De omvang van flexibel vermogen die benut kan worden voor vraagsturing was al eerder onderzocht. Wat er voor nodig is om dat flexibel vermogen ook daadwerkelijk beschikbaar te krijgen, bleef tot nu toe onderbelicht. Daarom nam TenneT het initiatief om onderzoek te doen naar de capaciteit, maar ook naar praktische invulling, marktmechanismen en nationale regelgeving voor iDSR in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Denemarken en Spanje.

Stappen naar iDSR

In Nederland is het potentieel iDSR rond de 3,4 gigawatt en in Duitsland tien gigawatt. De huidige inzet van iDSR in Nederland ligt tussen de 700 en 1900 megawatt. In Duitsland ligt de huidige inzet rond de drie gigawatt.

De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend, maar toegang voor iDSR kent ook barrières. Om het industriële potentieel in de beide landen waar TenneT actief is te benutten, is een aantal veranderingen nodig. Zo krijgen in Nederland bedrijven die hun stroomverbruik stabiel houden tot wel negentig procent korting op het netwerktarief. Vanuit het standpunt van flexibiliteit vormt een dergelijke korting een financiële belemmering die zou moeten worden weggenomen.

Volgens de onderzoekers moeten de mogelijkheden en voordelen van iDSR meer onder de aandacht worden gebracht bij de industrie. Verschillende vertegenwoordigers van de industrie geven aan dat ze de mogelijkheden van iDSR onvoldoende kennen en nieuwsgierig zijn naar de kansen voor hun iDSR-business case.

Wat volgens de onderzoekers ook kan helpen, is het aanstellen van onafhankelijke tussenpersonen: zogenaamde aggregators. Juist in een markt met nieuwe deelnemers zijn er kansen voor vereenvoudigde diensten en risicobeperking.

De huidige eisen aan meters vormen ook een belemmering voor iDSR omdat ze tot hoge kosten leiden. Wellicht kunnen bedrijven af met goedkopere meters.

Effectieve deelname

Het Europese wetgevingspakket ‘Clean energy for all Europeans’ is nog een goede reden om meer inzicht te vergaren in het potentieel voor iDSR en in kansen om die capaciteit te benutten. Dit wetgevingspakket, dat leidend is voor nationale wetgeving, stelt bijvoorbeeld dat klanten moeten kunnen deelnemen aan de elektriciteitsmarkten voor netbalans, day-ahead en intraday-handel – individueel of via een tussenpersoon. Daarnaast dienen TSO’s en DSO’s voor vraagsturing aanvullende diensten beschikbaar te stellen op een manier die transparant en non-discriminatoir is.

Lees ook een eerder uitgebreid artikel van ons over dit onderwerp. ‘Flexibeler omgaan met stroom’.

Windpark Fryslân, het grootste windpark in een binnenwater ter wereld, levert vanaf komende lente duurzaam opgewekte elektriciteit. De verbinding met hoogspanningsstation Oudehaske bij Heerenveen, een 55 kilometer lange ondergrondse 110 kV-kabel grotendeels langs de A7, is klaar voor gebruik. Hiermee is deze verbinding de langste ondergrondse hoogspanningskabelverbinding van Nederland.

De kabels van het windpark en hoogspanningsnetbeheerder TenneT zijn ter hoogte van Bolsward aan elkaar gelast en succesvol getest. De las tussen de hoogspanningskabels is een tijdelijke toepassing. TenneT is bezig met de voorbereidingen voor een nieuw hoogspanningsstation ten westen van bedrijventerrein De Marne bij Bolsward. Met het aansluiten van bestaande en nieuwe kabelverbindingen ontstaat vanaf 2023 hiermee in het West-Friese hoogspanningsnet een extra ‘ring’, waarmee naast de capaciteit, ook de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet wordt vergroot.

Primeur

Begin 2019 is aannemer Visser & Smit Hanab voor TenneT en het aannemersconsortium Zuiderzeewind begonnen met de aanleg van de kabelverbinding. In opdracht van het Windpark is omstreeks 23 kilometer vanaf Breezanddijk over de Afsluitdijk naar Bolsward aangelegd. Vanaf Bolsward 32 kilometer tot aan het hoogspanningsstation Oudehaske bij Heerenveen. Als geheel is deze 55 kilometer lange verbinding de langste ondergrondse kabelaansluiting die in Nederland is aangelegd. Via de hoogspanningsstations komt de elektriciteit op het net.

De kabelverbinding ligt parallel aan de snelweg A7. Ze is voor zestig procent aangelegd in open ontgraving, de rest is geboord onder waterwegen en autowegen door. Omdat het traject veelal langs een smalle bermstrook loopt, liggen de kabels deels boven elkaar. Om de vrijkomende warmte van de hoogspanningskabels goed af te voeren en uitdroging en oververhitting te voorkomen, zijn alle kabels in een laag leemhoudend zand gelegd. In totaal is voor TenneT 196 kilometer stroomkabels in de grond gegaan en voor Windpark Fryslân nog eens 150 kilometer.

Netversterking Westelijk Friesland

Net als de kabelverbinding is het nieuwe hoogspanningsstation bij Bolsward onderdeel van het project Netversterking Westelijk Friesland. De netversterking Westelijk Friesland omvat verder uitbreidingen op het hoogspanningsstation bij Heerenveen en dat bij Tytsjerk (bij Leeuwarden).

Investeringen in grensoverschrijdende verbindingen en intensievere samenwerking op Europees niveau blijven nodig om de leveringszekerheid van elektriciteit in Europa op peil te houden. Dit blijkt uit het rapport ‘Monitoring Leveringszekerheid 2020’, een analyse die TenneT jaarlijks in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitvoert.

In dit rapport analyseert TenneT of er voldoende productiecapaciteit in Nederland beschikbaar is om aan de nationale elektriciteitsvraag te kunnen voldoen op de korte, middellange en lange termijn. Tot 2025 kan de leveringszekerheid in Nederland met binnenlandse productie worden gegarandeerd. Na 2025 wordt Nederland afhankelijker van import maar blijft de leveringszekerheid binnen de norm. Het elektriciteitssysteem wordt afhankelijker van weersinvloeden door de toename van duurzame energie uit wind en zon. Flexibilisering van de vraag naar energie wordt essentieel voor het versterken van de leveringszekerheid.

In 2020 was de leveringszekerheid van het netwerk van TenneT 99,9999%. De elektriciteitsvoorziening in Nederland behoort hiermee tot de betrouwbaarste ter wereld.  Maarten Abbenhuis, COO van TenneT: “Importafhankelijkheid hoeft geen probleem te vormen voor de leveringszekerheid. Ook in het verleden heeft Nederland perioden gekend van importafhankelijkheid zonder dat de leveringszekerheid in gevaar kwam. We investeren daarom ook in extra verbindingen met onder andere België, maar ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een sterkere verbinding met het Verenigd Koninkrijk via de eerder aangekondigde Windconnector. Het is van Europees belang om beschikbare productie capaciteit met elkaar af te stemmen om gelijktijdige tekorten als gevolg van weersomstandigheden te voorkomen.”

Interconnectie met VK en Noorwegen

Nederland maakt deel uit van een geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt, waarbij het Nederlandse elektriciteitssysteem sterk gekoppeld is met het buitenland. De leveringszekerheid in Nederland wordt daarom mede bepaald door ontwikkelingen in de omringende landen. De energieproductie  in Nederland, Duitsland, Denemarken en  België gaat door de weersinvloeden steeds meer op elkaar lijken. Verdere versterking van de verbindingen naar die landen heeft daarom een beperkt effect op de leveringszekerheid in Nederland. Een uitbreiding van de verbindingen naar Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk kan een sterkere bijdrage leveren aan de leveringszekerheid in Nederland, omdat deze landen ook veel andere bronnen in hun elektriciteitssysteem hebben, zoals waterkracht en kernenergie.

Flexibilisering draagt bij aan leveringszekerheid

Vraagrespons (demand side response of DSR) is de algemene term voor de reactie van elektriciteitsverbruikers op (hogere) elektriciteitsprijzen. Sommige marktpartijen zullen hun belasting verminderen in geval van hogere prijzen op de markt. In de huidige markt is er nog sprake van beperkte DSR-volumes. Flexibilisering van de vraag naar elektriciteit is doorslaggevend  om de energietransitie te laten slagen. Als de vraag beter is afgestemd op het aanbod, wordt het systeem minder afhankelijk van weersinvloeden. DNV GL heeft in opdracht van o.a. TenneT een studie gedaan naar de mogelijke bijdrage van industriële inzet aan leveringszekerheid. In de Monitoring Leveringszekerheid is nu gerekend met een conservatieve schatting van 700 MW flexibel vermogen vanuit de industrie. Uit de studie blijkt dat er op dit moment al een potentieel is van zo’n 3400 MW, oplopend tot 4000 MW in 2030. Hiervoor zijn nadere afspraken met de industrie nodig en een verdere uitwerking van de verdienmogelijkheden voor afnemers die hun vraag flexibiliseren.

Conclusies uit het rapport

Tot 2025 is in Nederland voldoende binnenlandse productiecapaciteit aanwezig om de nationale elektriciteitsvraag te dekken. Door TenneT’s transportverbindingen met het buitenland is er ook in extreme scenario’s geen overschrijding te verwachten van de norm van 4 uur per jaar tekort aan elektriciteitsaanbod ten opzichte van de vraag.

Vanaf 2025 neemt in Nederland het aantal gascentrales af en vanaf 1 januari 2030 geldt het verbod op de inzet van kolen voor elektriciteitsproductie. Ook zal het elektriciteitsverbruik toenemen. Hierdoor groeit naar verwachting de afhankelijkheid van het buitenland voor de leveringszekerheid. Op basis van huidige gegevens is in het buitenland voldoende elektriciteitsproductievermogen beschikbaar voor export naar Nederland. Het gemiddelde tekort overschrijdt daardoor ook in 2030 niet de norm van 4 uur; echter bij extreme weerssituaties kan de norm worden overschreden.

Door het toenemende belang van import en export voor de leveringszekerheid van Nederland en de ons omringende landen is het cruciaal dat Nederland overleg voert met omringende landen over de beschikbare productiecapaciteit voor elektriciteit en over ontwikkeling van de vraag (demand side response) om gezamenlijk tekorten te voorkomen.

TenneT selecteerde negen partners voor de Europese aanbesteding EU-303 Stations. Deze bedrijven zullen samen met TenneT 360 hoogspanningsstations in Nederland aanpassen, vernieuwen of uitbreiden.

TenneT moet zijn hoogspanningsnet in hoog tempo uitbreiden. De vraag naar transport van elektriciteit neemt in deze energietransitie namelijk steeds verder toe. Bijvoorbeeld door elektrificatie in het vervoer, van verwarming en de industrie. Maar ook door de opwek van stroom met windturbines en zonneparken. Naast uitbreiding van de hoogspanningsstations vervangen de partners ook onderdelen in de stations. De stations van 110kV en 150kV moeten in veel gevallen volledig worden vervangen. Ze zijn soms vijftig jaar of langer in bedrijf en aan het eind van hun technische levensduur.

Vier miljard euro

De aanbesteding EU-303 Stations is een inkoopprogramma van circa vier miljard euro, over een looptijd van elf jaar (tot 1 januari 2032). Het programma is gericht op multidisciplinaire werkzaamheden voor de TenneT hoogspanningsstations van 110kV, 150kV, 220kV en 380kV in Nederland. Het gaat daarbij om civieltechnisch en bouwkundig werk voor nieuwbouw, uitbreiding, reconstructie, renovatie, amovering (slopen), vervanging, beheer en onderhoud van hoogspanningsinstallaties. Projectmanagement en projectcoördinatie behoren daar nadrukkelijk ook bij.

Uitdagende opdracht

Het stroomnet wordt zeer intensief gebruikt. Daardoor is het niet mogelijk om een verbinding voor een dag of een week uit te zetten. Ook niet voor werkzaamheden. Bijkomende uitdaging is  ruimtegebrek in dichtbebouwde gebieden. Een goede plek vinden voor de benodigde uitbreidingen is vaak dan ook lastig en tijdrovend. Slotsom: EU-303 Stations is echt een uitdaging, een omvangrijke en complexe opdracht die onder uitzonderlijke omstandigheden moet worden uitgevoerd.

Efficiënter, sneller en slim samenwerken

De hoge ambitie en de lastige omstandigheden leidden tot een bijzondere aanpak in de aanbesteding. TenneT stuurt gericht aan op efficiënter, sneller en slim samenwerken door te kiezen voor vernieuwing, digitalisering van processen en planningen en een gelijkwaardige samenwerking met zijn partners.

Nieuwe partners

Voor de vernieuwing en uitbreiding van de hoogspanningsstations moet veel werk verzet worden en wordt constant gezocht naar betere methodes en processen. TenneT koos bewust voor nieuwe partners. Kandidaten die voor specifiek werk geen ervaring konden aantonen, kregen in de tender de kans om te bewijzen dat ze over voldoende expertise en vaardigheden beschikken. Dat resulteert in vier partners waarmee TenneT niet eerder samenwerkte in een tender. Één van hen deed al wel opdrachten in een andere discipline.

De geselecteerde partners zijn:

  • SPIE Nederland B.V.
  • Heijmans Infra B.V.
  • Croonwolter&dros B.V. en Mobilis B.V. (SC&M)
  • Volker Energy Solutions B.V.
  • Strukton Systems B.V.
  • Cegelec (Omexom)
  • Acciona Industrial S.A.
  • Efacec Engenharia e Sistemas S.A.
  • H&MV Engineering B.V.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gaat samen met Gasunie en TenneT onderzoeken onder welke voorwaarden een deel van het bestaande gasnet kan worden ingezet voor het transport van waterstof. Dit onderzoek, genaamd HyWay 27, moet de benodigde informatie opleveren, zodat tijdig kan worden besloten over de realisatie van infrastructuur voor transport en opslag van waterstof. Het eindrapport is naar verwachting eind 2020 gereed.

Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor CO2-vrije waterstof bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem. De opschaling van waterstof draagt namelijk niet alleen bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, maar biedt ook kansen om het Nederlands verdienvermogen structureel te versterken, zoals is toegelicht in de Groeistrategie voor Nederland op de lange termijn. Nederland kan dankzij haar gunstige ligging, de internationale havens en de aanwezige gasnetten en opslagcapaciteit ook in de toekomst een hubfunctie vervullen voor energie.

HyWay 27

Met de recent gepubliceerde kabinetsvisie waterstof heeft het kabinet een ambitieuze beleidsagenda gepresenteerd om de ontwikkeling van een duurzame waterstofketen tot stand te brengen. Vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit is een belangrijk uitgangspunt dat de bestaande aardgasinfrastructuur waar mogelijk (gefaseerd) wordt hergebruikt voor het transport van waterstof. Met het onderzoek HyWay 27 brengen netbeheerders Gasunie en TenneT samen met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in kaart hoe en onder welke voorwaarden het bestaande gasnet in de toekomst kan worden benut voor het transport van waterstof.

Europese waterstofmarkt

De waterstofmarkt is bij uitstek internationaal. Het is daarom belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van de vraag en het aanbod op de Noordwest-Europese waterstofmarkt. Havenbedrijf Rotterdam zal het potentiële importaanbod (uit overzeese gebieden) in kaart brengen, waarbij ook een de mogelijkheid van aansluiting van de waterstof hoofdinfrastructuur op grensoverschrijdende pijpleidingen in buurlanden als Duitsland en België wordt onderzocht. Gedurende het onderzoek worden verschillende belanghebbenden betrokken om de bevindingen te toetsen. Het eindrapport is naar verwachting eind 2020 gereed.

De bovenbouw (topside) van TenneT’s offshore transformatorplatform voor windgebied Borssele III en IV is klaar voor de zeereis. Het stopcontact op zee, Borssele Beta, ontsluit vanaf 2020 de windenergie van de in aanbouw zijnde offshore windparken Borssele III en IV.

Het 700 megawatt offshorestation is volgens planning op 1 september operationeel. Vanaf dat moment kan het windpark, ongeveer 22 kilometer uit de Zeeuwse kust, worden aangesloten. Twee 67 kilometer lange kabels brengen de opgewekte elektriciteit van het offshore windpark Borssele III en IV aan land naar het hoogspanningsstation in Borssele. Blauwwind bouwt momenteel de windparken Borssele III en IV. HSM Offshore in Schiedam bouwde het offshore platform.

Ieder jaar één offshore netverbinding

Marco Kuijpers, Director Offshore Projects: ‘Het net op zee dat TenneT op de Nederlandse Noordzee realiseert, krijgt hiermee écht vorm. Borssele Beta is al de tweede offshore netverbinding die TenneT realiseert. De komende acht jaren zullen wij elk jaar een nieuwe offshore netverbinding realiseren.’ Met het tweede ‘stopcontact op zee’ zal zo’n 2,5 procent van de in Nederland gebruikte elektriciteit van het windpark naar het vaste land worden getransporteerd.

Sail out

Op 22 maart vaart het ponton met de topside via de Nieuwe Waterweg richting het windgebied Borssele III en IV. Daarna plaatst een kraanschip op deze locatie de topside op de onderbouw ( jacket). De bovenbouw (topside) bestaat uit drie binnenverdiepingen (main deck, utility deck, control deck) en een buitendek (roof deck).De topside is 25 meter hoog, 58 meter lang en 32 meter breed. Het gewicht van de topside is 3650 ton.

Offshore wind in energietransitie

In 2030 zal veertig procent van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening van windparken op zee komen. Tot nog toe loopt de implementatie volgens planning. Borssele Alpha is al op tijd opgeleverd (september 2019) en nu dus ook Borssele Beta. De capaciteit van de Borssele III en IV windparken is 700 megawatt. Deze capaciteit komt overeen met een elektriciteitsproductie voor ongeveer één miljoen huishoudens.

9.600 megawatt wind

In aanvulling op de in de ‘Routekaart Windenergie op zee’ vastgelegde 3,5 gigawatt sluit TenneT volgens de ‘Routekaart Windenergie op zee 2030’ nog eens 6,1 gigawatt op zee opgewekte windenergie aan op het hoogspanningsnet. Tot en met 2026 realiseert TenneT acht standaard wisselstroomverbindingen met een capaciteit van elk 700 megawatt. Vanaf 2027 bout een aantal consortia verder uit de kust, in het windenergiegebied IJmuiden Ver, grotere windparken. Vanwege de grote capaciteit (twee gigawatt per verbinding) en om het verlies van stroom tijdens het transport te beperken, voert TenneT deze verbindingen uit als gelijkstroomverbindingen.

Offshore aansluitingen

TenneT zal per jaar een nieuwe offshore netverbinding in bedrijf nemen. In 2029 is in totaal 9,600 MW windenergie aangesloten.

  • 2019: 700 MW (AC) – Borssele Alpha
  • 2020: 700 MW (AC) – Borssele Beta
  • 2021: 700 MW (AC) – Hollandse Kust (zuid) Alpha
  • 2022: 700 MW (AC) – Hollandse Kust (zuid) Beta
  • 2023: 700 MW (AC) – Hollandse Kust (noord)
  • 2024: 700 MW (AC) – Hollandse Kust (west) Alpha
  • 2025: 700 MW (AC) – Hollandse Kust (west) Beta
  • 2026: 700 MW (AC) – Ten Noorden van de Waddeneilanden
  • 2027: 2.000 MW (DC) – IJmuiden Ver Alpha
  • 2029: 2.000 MW (DC) – IJmuiden Ver Beta

Transportservice operator TenneT vroeg de vijf grootste leveranciers van HVDC-technologie om mee te denken over een twee gigawatt offshore netverbinding. Het innovatiepartnerschap moet tot een gestandaardiseerd platformontwerp leiden voor alle HVDC-oplossingen.

In 2030 zal veertig procent van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte afkomstig zijn van windmolenparken op zee. TenneT realiseert de netaansluitingen voor deze windparken. In het windenergiegebied IJmuiden Ver zullen twee netaansluitingen van twee gigawatt op zee worden aangelegd. Een dergelijke netaansluiting bestaat momenteel niet. Dit vereist een nieuw platformontwerp en een hoogspanningsgelijkstroom (HVDC) transportsysteem dat een grotere vermogensoverdracht mogelijk maakt.

IJmuiden Ver ligt ver uit de kust en heeft een grote omvang. Daarvoor lijkt een twee gigawatt HVDC-verbinding gebaseerd op 525 kilovolt, de meeste economische voordelen te bieden. Er is dan slechts één kabelsysteem per twee gigawatt nodig, waardoor de impact op het milieu en de omgeving beperkt is.

Innovatiepartnerschap

Om een dergelijk innovatief gelijkstroomsysteem te realiseren, is TenneT samen met vijf HVDC-leveranciers op basis van een innovatiepartnerschap de ontwerpfase gestart. De partners zijn:  ABB Power Grids, GE Renewable Energy’s Grid Solutions, Consortium Global Energy Interconnection Research Institute (GEIRI) & C-EPRI Electric Power Engineering (C-EPRI) , Siemens en Xian Electric Engineering.

De leveranciers zullen deze HVDC-oplossing ontwikkelen op basis van door TenneT vastgestelde criteria. De partijen verstrekken hierover specifieke informatie aan Iv-Offshore&Energy, die in opdracht van TenneT de studie Front-End Engineering Design (FEED) uitvoert. Op basis hiervan wordt een gestandaardiseerd platformontwerp ontwikkeld voor alle HVDC-oplossingen.

Gestandaardiseerd platform

De informatie uit de gezamenlijke O&O-innovatiefase zal worden gebruikt voor het definitieve ontwerp van het platform. TenneT gebruikt dit gestandaardiseerde ontwerp voor de aanbesteding van enkele twee gigawatt-netaansluitingen (waaronder IJmuiden Ver Alpha en Beta). Dit draagt bij aan het verlagen van de kosten voor het offshore-net.

Ook in Duitsland

TenneT zal vanaf 2029 ten minste vier projecten voor een twee gigawatt offshore-netverbinding in Duitsland realiseren. De resultaten van de FEED-studie en de R&D-fase van het innovatiepartnerschap zullen hiervoor ook nadrukkelijk input geven.

Schaalgrootte IJmuiden Ver

IJmuiden Ver krijgt windparken met een totaal vermogen van vier gigawatt. Met het nieuwe twee gigawatt-verbindingsconcept wil TenneT optimaal gebruik maken van de schaalgrootte van het gebied. De voorbereidingen en procedures voor deze projecten zijn in 2019 gestart en Net op Zee IJmuiden Ver Alpha en Net op Zee IJmuiden Ver Beta zullen voor 2030 in gebruik worden genomen.

Na een bouwperiode van vijf jaar neemt TenneT de zestig kilometer lange Randstad 380 kV Noordring in gebruik. Deze nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding levert een extra betrouwbare elektriciteitsvoorziening voor miljoenen huishoudens en bedrijven in de Randstad. Bovendien zorgt de stroomslagader voor de benodigde transportcapaciteit voor groene stroom van windparken op de Noordzee.

De nieuwe elektriciteitsverbinding is met een lengte van zestig kilometer tussen Beverwijk en Bleiswijk het grootste project van TenneT in Nederland op land. Het net is bovendien gebouwd in het drukst bevolkte gebied van Europa. Tegelijk paste TenneT de bestaande 150 kV verbindingen in het gebied aan. Bovendien realiseerde de netbeheerder  twee nieuwe hoogspanningsstations in Beverwijk en Vijfhuizen.

Innovatie

Tussen Beverwijk en Bleiswijk gebruikte TenneT op 151 locaties nieuwe wintrackmasten. Deze masten passen door hun ranke ontwerp en kleurstelling (lichtgrijs) goed in de drukbevolkte Randstad. Van de zestig kilometer lange 380 kV hoogspanningsverbinding is tien kilometer ondergronds gelegd, wat deel uitmakend van het vermaasde net, wereldwijd uniek is. De nieuwe toegepaste aluminium kabels zijn goedkoper, vervoeren elektriciteit efficiënter waardoor de CO2-footprint kleiner is.

Feiten

24 van de 151 wintrackmastposities zijn ‘slechts’ 43 meter hoog en staan nabij Schiphol. Een tachtig meter hoge wintrackmast garandeert een veilige doorvaart voor de schepen door de Ringvaart in Rijpwetering. Iedere wintrackmast staat gemiddeld op 25 heipalen die elk 20-30 meter de grond ingaan en de zwaarste mast weegt zeventig ton. De ondergrondse kabels liggen op een diepte van 34 meter in het Noordzeekanaal tot 1.80 meter bij een ‘open ontgraving’. De Randstad Noordring kruist zes snelwegen, zeven waterwegen en drie spoorwegen.

Teamwork

Meer dan 1000 mensen in de omgeving, 300 landeigenaren, meer dan 25 bevoegde gezagen, dertien aannemers en 200 TenneT medewerkers zijn betrokken geweest bij de bouw

Samen in de omgeving

In de ochtend van 10 oktober zijn in Kaag en Braassem de laatste werkzaamheden afgerond. Hier ontwikkelde TenneT samen met omwonenden van het Ghoybos een duurzaam initiatief: De verfraaiing van het hekwerk rondom een opstijgpunt midden in het Ghoybos.  Het doel hiervan was de visuele impact van de hoogspanningsverbinding op het gebied, te verbeteren. Architectenbureau Botersloot ontwikkelde in opdracht van TenneT twee scenario’s . Bewoners en bedrijven kozen vrijwel unaniem voor het ‘bloem’-scenario.

Vanaf 7 september stelt TenneT de COBRA-kabel tussen Nederland en Denemarken beschikbaar voor de elektriciteitsmarkt. De onderzeese gelijkstroom hoogspanningskabel van circa 325 kilometer heeft een capaciteit van 700 megawatt.

De COBRA-kabel is een initiatief van de Nederlandse hoogspanningsnetbeheerder TenneT en de Deense elektriciteits- en gasnetbeheerder Energinet. De bouw startte in 2016 en werd eerder dit jaar afgerond. De kabel loopt vanaf Eemshaven (Nederland) via Duitsland naar Endrup (Denemarken). Twee converterstations op land, een in Nederland en een in Denemarken, zetten wisselstroom om in gelijkstroom.

Siemens is de hoofdaannemer voor de technische apparatuur en het ontwerp van de converter stations in Denemarken en in Nederland en voor de bouw van het converter station in Eemshaven. De kabels zijn gemaakt en geïnstalleerd door Prysmian.

Ook offshore windaansluiting

Nederland importeert via de kabel meer duurzame elektriciteit, vooral wind, uit Denemarken. Denemarken profiteert op zijn beurt vooral van de toegenomen leveringszekerheid. De kabel stelt namelijk structureel Nederlandse capaciteit beschikbaar voor het Deense elektriciteitsnet en omgekeerd. Verder ontwierp Siemens de kabelverbinding zo dat een offshore windpark kan worden aangesloten. Hierdoor draagt de kabel bij aan de verwezenlijking van een duurzaam internationaal energielandschap, een streven van de Europese Unie.

Handel via COBRAcable

De capaciteit van de COBRA-kabel zal beschikbaar worden gesteld aan de lange termijn, day-ahead en intraday elektriciteitsmarkten.

Lange termijn

Op de eerste veiling na een maand van stabiel functioneren, bieden TenneT en Energinet periodiek lange termijn transportrechten (LTR’s) voor de handel tussen Nederland en Denemarken. Er worden twee varianten van LTR’s aangeboden; een jaarlijks product voor een volledig kalenderjaar en een maandelijks product voor een kalendermaand. Beide zullen worden geveild via het veilingplatform van JAO S.A.

Korte termijn

Voor day-ahead en intraday wordt de capaciteit van COBRAcable beschikbaar gesteld aan de markt via de day-ahead marktkoppeling en intraday marktkoppeling. Deze processen worden beheerd door de elektriciteitsbeurzen die als ‘Nominated Electricity Market Operator (NEMO) zijn aangeduid. In Nederland zijn twee NEMO’s actief: EPEX SPOT en Nord Pool.

TenneT maakt bekend het op land én op zee van 2024 tot en met 2030 6,1 gigawatt aan extra offshore windparken gaat aansluiten op het Nederlandse hoogspanningsnet. Een deel daarvan krijgt een twee gigawatt gelijkstroomverbinding.

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken & Klimaat zette met zijn brief aan de Tweede Kamer een belangrijke stap in de uitvoering van de routekaart voor de ontwikkeling van windenergie op zee tot 2030. TenneT heeft van EZK de verantwoordelijkheid gekregen voor het aansluiten van in totaal 9,6 gigawatt vermogen. Daarvan zal 5,6 gigawatt worden aangesloten met wisselstroomverbindingen en vier gigawatt met innovatieve gelijkstroomverbindingen. Samen met de al operationele windparken op zee komt de capaciteit aan wind op zee in 2030 uit op 10,6 gigawatt. Dit komt overeen met bijna 22 keer de capaciteit van de kerncentrale in Borssele.

Twee gigawatt

Voor de windenergiegebieden Hollandse Kust (west) en Ten Noorden van de Waddeneilanden wordt geprofiteerd van TenneT’s gestandaardiseerde concept met offshore transformatorstations van 700 megawatt. Deze bundelen de elektriciteit van de windparken. 220 kilovolt kabels transporteren de windstroom vervolgens naar de kust.

Bij het verder op zee gelegen windenergiegebied IJmuiden Ver zullen twee gelijkstroomverbindingen (bestaande uit kabels en converterstations) worden gebruikt; voor het eerst ter wereld met een capaciteit van twee gigawatt. De kabels hebben een spanningsniveau van 525 kilovolt. Op deze manier wordt er optimaal gebruik gemaakt van de schaalgrootte van dit gebied en dit sluit ook aan bij de wens van windindustrie voor grotere windparken. Bij een grotere capaciteit van twee gigawatt zijn maar twee in plaats van zes kabels nodig, wat leidt tot lagere kosten en is een kleiner ruimtebeslag. Ook zijn minder tracés op land nodig, waardoor de omgeving zoveel mogelijk wordt ontzien.