Topsector Energie Archieven - Utilities

Hoe zorg je in een woonwijk voor een goede balans tussen vraag naar en aanbod van duurzaam opgewekte energie? Hoe zorg je dat een woning met zonnepanelen op het dak een energieoverschot kan doorsluizen naar een andere woning? Hbo-studenten van hogeschool Saxion testen een nieuwe batterij die overdag energie opslaat en in de avond weer afgeeft.

De batterijtest is onderdeel van het grensoverschrijdende project Clean Tech Energy Crossing. Hierin werken overheden, bedrijven, organisaties en studenten samen aan nieuwe technologie en diensten om het energieverbruik te verduurzamen of te verminderen. Woningen en gebouwen in ons land verbruiken namelijk 30 tot 40 procent van het totale energieaanbod. Om de energietransitie te laten slagen, is het belangrijk dat deze woningen en gebouwen overgaan op duurzame energie of minder energie verbruiken.

Kennis verder ontwikkelen

‘Het lectoraat Duurzame Energievoorziening levert een belangrijke bijdrage aan dit maatschappelijke onderwerp’, vertelt Richard van Leeuwen. Hij is lector bij Hogeschool Saxion en lid van het Lectorenplatform Energievoorziening in Evenwicht (LEVE). ‘De energievoorziening omvat een heel breed gebied en lectoraten zijn vaak niet zo groot om dat te kunnen behappen. Daarom werken binnen het lectorenplatform lectoren van verschillende hogescholen samen. Onze docent-onderzoekers werken nauw samen met studenten. Die leiden wij op tot ingenieurs die straks in de praktijk het verschil maken in ontwerp en toepassing van nieuwe, duurzame energiesystemen. Het is ontzettend belangrijk dat deze kennis zich aan de bedrijvenkant verder ontwikkelt in Nederland.’

Koppositie in wereld

Van Leeuwen vervolgt: ‘We hebben in ons land behoefte aan slimme en milieuvriendelijke opslagsystemen van energie. Daarmee kunnen we echt een koppositie in de wereld innemen. Dat geldt overigens ook voor de ontwikkeling van slimme ICT-systemen. Daarom is het ontwikkelen van een goede business case ook zo belangrijk. Dat doen we onder meer met deze batterijtest in de woonwijk Aardehuizen in Olst. Deze wijk biedt fantastische mogelijkheden en de bewoners staan helemaal achter wat wij doen. De door het bedrijf Dr Ten ontwikkelde zeezoutbatterij zorgt voor tijdelijke opslag van bijvoorbeeld zonne-energie, windenergie of elektriciteit uit het net. De batterij is uitgebreid in het laboratorium getest. Nu gaan we deze geschikt maken voor een marktintroductie.’

Samenwerking hogescholen

Aan het project werken studententeams van de hogescholen Saxion en Zuyd. De teams zijn multidisciplinair: van softwareprogrammeurs en studenten Werktuigbouwkunde tot studenten Elektrotechniek. De universiteit Twente is via een promotieonderzoek naar een slim sturingssysteem met algoritmen bij het project betrokken.
‘Hogeschool Zuyd in Heerlen heeft de testen op labniveau gedaan en de Saxion-studenten gaan de batterij nu testen bij Aardehuizen. Ze onderzoeken hoe groot de batterij moet zijn en hoe deze moet worden aangestuurd’, aldus Van Leeuwen. In de woonwijk staan 23 woningen. Voor die woningen moet de zonne-energie van de daken overdag in de batterij worden opgeslagen. Zo kunnen bewoners de energie ’s avonds weer gebruiken. Van Leeuwen: ‘De studenten hebben daarbij veel werk op de hogeschool zelf verricht en reisden tijdens de proefperiode voor de installatie naar de wijk toe. Andere studenten hebben in een aantal woningen meetsystemen geïnstalleerd om op afstand de vraag- en aanbodbalans in de gaten te houden.’

Najaar 2019: tweede proef

Dit najaar is het plan om de batterij te plaatsen in een smart grid. Dat is een energienet met een slim meet- en regelsysteem. Studenten en bewoners kijken samen naar een geschikte behuizing van de batterij. De bewoners denken daarbij aan een soort schuur op de parkeerplaats in de wijk. Op het dak komen zonnepanelen. ‘Dan start ook in dezelfde wijk een tweede proef. Daarbij kijken we hoe we andere apparaten als elektrische auto’s en warmtepompen aan het smart grid kunnen koppelen. En welke apparaten we het beste overdag aan en uit kunnen zetten.’

(Dit artikel is onderdeel van een verhalenreeks rond de energietransitie/arbeidsmarkt geschreven door EMMA – Experts in Media en Maatschappij – in opdracht van de Topsector Energie/The Human Capital Agenda.)

Net als vele andere bedrijven staan ook de energiebedrijven te springen om elektrotechnici en werktuigbouwkundigen met kennis van duurzame energietechniek. Openstaande vacatures kunnen niet of nauwelijks worden ingevuld. Daarom sloegen het bedrijfsleven en de hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) de handen ineen en lanceerden het onderwijstraject Werken en Leren met Energie. ‘Ons programma is volledig afgestemd op de praktijk.’

Dit werkleertraject is een variant van de hbo-deeltijdopleidingen Elektrotechniek en Werktuigbouwkunde. ‘Niet-technische zij-instromers en technici op mbo-niveau worden opgeleid tot werktuigbouwkundige of elektrotechnisch ingenieur’, vertelt programmamanager Tinus Hammink van SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise). SEECE is een netwerkorganisatie die samenwerking tussen bedrijven in de energie- en milieutechnologiebranche en de HAN bevordert. ‘De opleiding trekt vooral wat wij ‘maatschappelijke bèta’s’ noemen.’

Overstappen naar techniek

Hammink vertelt wie aan het leerwerktraject deelnemen. ‘Mensen met affiniteit met techniek en die daar soms werkervaring in hebben. Ze waren op school goed in natuur- en scheikunde, maar zijn bijvoorbeeld communicatie gaan studeren. Om na een paar jaar te ontdekken dat ze techniek toch interessanter vinden.’ Het gaat over het algemeen om mensen die maatschappelijk relevant werk willen doen, maar niet helemaal terug naar de schoolbank willen. Hammink, opgewekt: ‘En wie nu de wereld wil verbeteren, gaat elektrotechniek studeren.’

Snel inzetbare werkkracht

Deelnemers kunnen kiezen voor een twee- of vierjarig programma. Ze starten met een voorbereidingsjaar, waarbij studenten bijgespijkerd worden in wis- en natuurkunde. Hierna volgen ze twee dagen per week een deeltijdopleiding bij de HAN en werken drie dagen per week bij één van de aangesloten bedrijven. Hammink: ‘SEECE werft studenten en helpt ze bij het vinden van een werkplek. Deelnemende bedrijven investeren door het studiegeld en salaris van de deelnemers te betalen en voor begeleiding op de werkvloer te zorgen. Alhoewel in het eerste jaar intensieve begeleiding nodig is, zijn studenten dankzij hun werkervaring meestal snel inzetbaar. Denk bijvoorbeeld aan iemand met commerciële ervaring; die kan mooi starten bij de afdeling technische inkoop.’

De juiste bedrijven én kandidaten

‘Een belangrijk voordeel van deze hechte samenwerking tussen bedrijven en hogescholen is dat het studieprogramma volledig op de praktijk afgestemd is’, vertelt Hammink. ‘En omdat de opleiding opgebouwd is uit modules van een half jaar die ook afzonderlijk te volgen zijn, kunnen studenten hun studie gemakkelijk onderbreken en later weer oppakken.’ De aanpak van dit leerwerktraject wordt op termijn ook op andere hogescholen ingevoerd.
Hammink: ‘Het is essentieel dat hogescholen met de juiste bedrijven samenwerken én kandidaten weten te vinden. Die kandidaten vind je niet in de kaartenbakken van het UWV, want vaak hebben ze al een baan. Studenten werven en ze vervolgens bij een geschikt bedrijf krijgen is maatwerk. Dat wil ik andere samenwerkingsverbanden meegeven.’

(Dit artikel is onderdeel van een verhalenreeks rond de energietransitie/arbeidsmarkt geschreven door EMMA – Experts in Media en Maatschappij – in opdracht van de Topsector Energie/The Human Capital Agenda.)