Tweede Kamer Archieven - Utilities

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhof diende tijdens de Algemene Politieke beschouwingen een motie in voor een marktconsultatie naar kernenergie. Met steun van CDA, SGP en PVV is de motie aangenomen en zal een verkennend onderzoek worden gestart.

Volgens Dijkhof is het voor de leveringszekerheid van belang dat er naast weersafhankelijke energiebronnen voldoende schone en regelbare energiebronnen beschikbaar zijn in Nederland. Volgens het kamerlid gebruikt kernenergie vergeleken met andere energiebronnen relatief weinig ruimte. Bovendien ziet Dijkhof interessante ontwikkelingen op het terrein van kleinere centrales en thorium. Dijkhof ziet kernenergie als een schone en regelbare energiebron die, in tegenstelling tot andere schone vormen van energieopwekking, niet financieel wordt ondersteund vanuit het Rijk. Marktpartijen zijn bovendien huiverig zijn te investeren in kerncentrales in Nederland.

In de motie die de VVD-fractievoorzitter indiende oppert Dijkhof dat er diverse vormen denkbaar zijn waarin de overheid investeringen in kerncentrales kan ondersteunen. Hij verzoekt de regering dan ook een marktconsultatie te houden onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland. In dat onderzoek zou ook naar voren moeten komen welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is. Als laatste zouden de onderzoekers ook moeten verkennen in welke regio’s er belangstelling is voor de realisering van een kerncentrale.

Geen animo

Of het onderzoek veel oplevert, waagt de oppositie te betwijfelen. Al langer is een gebied naast de enige nog werkende kerncentrale Borssele vrijgemaakt voor een tweede centrale. Ook op de Maasvlakte en de Eemshaven is ruimte voor een kerncentrale. De animo is echter nog niet heel groot. Met name vanwege de hoge kosten en risico’s.

De meeste nieuwe centrales worden in China verwacht. Begin 2018 waren er, buiten de 38 operationele Chinese kernreactoren, nog 19 reactoren in aanbouw en werden acht bijkomende reactoren gestart. In totaal zijn er al 39 kernreactoren gepland en honderd andere worden voorgesteld.

Thorium

Veel wordt verwacht van zogenaamde thorium-reactoren. De halveringstijd van het aardmetaal is veel korter dan van uranium en het is veiliger in te zetten in een reactor. Toch blijkt de gesmolten zout-reactor nog teveel uitdagingen te hebben om nu al te kunnen inzetten. Experts verwachten dat de fundamentele problemen pas rond 2050 zijn opgelost.

Kleine reactoren

In de Verenigde Staten kijkt men ook naar kerncentrales. Met name de inzet van kleinere centrales zou veel van de nadelen van kernenergie moeten tackelen. Zo wil Microsoft-oprichter Bill Gates miljarden investeren in de Traveling Wave Reactor (TWR) en Molten Chloride Fast Reactor (MCFR) van TerraPower.

NuScale Power kondigde onlangs nog aan dat de Amerikaanse nucleaire regelgevende commissie (NRC) de laatste fase van de ontwerpbeoordelingsaanvraag (DCA) heeft afgerond voor de kleine modulaire reactor (SMR) van het bedrijf. De modulaire lichte waterreactor van NuScale bestaat uit modules die zestig megawatt aan elektriciteit kunnen genereren via een veiligere, kleinere en schaalbare versie van drukwaterreactor-technologie.

De Senaat stemde in met het voorstel van de Tweede kamer voor een verbod op de inzet van kolen voor elektriciteitsproductie. Het verbod gaat zo snel mogelijk in, waarbij de oude centrales in 2025 al moeten stoppen met het gebruik van steenkool. De nieuwe generatie centrales mag nog tot 2030 doorgaan met kolenstook.

Het  voorstel van de Tweede Kamer voorziet in een verbod in twee stappen op het gebruik van kolen voor elektriciteitsopwekking door bestaande kolencentrales. Deze maatregel draagt in belangrijke mate bij aan de CO2-reductie. De afgesproken doelstelling in het regeerakkoord is een beperking van de uitstoot van kooldioxide van 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990. De Eerste Kamer nam het voorstel op 10 december 2019 na stemming aan.

Snelle afbouw kolen

Het verbod op het gebruik van kolen voor elektriciteitsopwekking gaat zo snel mogelijk in. Voor de overgangsperioden voor de productie-installaties wordt gedifferentieerd naar het elektrisch rendement. In de centrales van de oude generatie mogen vanaf 1 januari 2025 geen kolen meer worden gebruikt voor elektriciteitsopwekking. Voor de nieuwe generatie geldt dit vanaf 1 januari 2030.

Ook kunstmestproducent Yara Sluiskil mag de Kamer toespreken over zijn bijdrage aan het Klimaatakkoord. Niet geheel onverwacht is het pleidooi vooral ingestoken tegen een extra CO2-heffing. De fabriek in Sluiskil hoort bij de wereldtop wat betreft prestaties en een ongunstig fiscaal klimaat zou volgens Gijsbrecht Gunter niet bijdragen aan CO2-verlaging voor de kunstmestindustrie. Het bedrijf ziet nu al dat investeringen dankzij het politieke klimaat buiten Sluiskil worden gedaan.

Kunstmest is wereldwijd verantwoordelijk voor één procent van de broeikasgasemissies. Zonder kunstmest zou volgens Yara echter vijftig procent minder voedsel zijn op aarde. De uitvinder ervan ontving ooit de Nobelprijs en kunstmestproductie werd vorig jaar uitgeroepen tot de beste chemische uitvinding van de eeuw. De wereldwijde vraag naar kunstmest stijgt dan ook gemiddeld 1,5 tot twee procent per jaar.

Gunter: ‘Dankzij voortdurende innovatie behoren de fabrieken in Sluiskil behoren tot de veiligste, betrouwbaarste en energiezuinigste ter wereld. De fabrieken presteren beter dan de Europese benchmark, maar lopen wel tegen een keiharde asymptoot aan. Namelijk de minimale hoeveelheid energie die natuurkundig nodig is om een ton ammoniak te maken in een fabriek. Een nationale CO2 heffing kan de asymptoot die de natuurwet bepaalt niet verleggen en werkt juist contraproductief voor bedrijven die vanwege grote inspanning op energiebesparing in de achterliggende tijd tegen deze asymptoot aanschurken.

Platte boete

Er is meer nodig, namelijk nieuwe technologie, en die ontwikkel je niet verder door op nationaal niveau platte boetes op te leggen aan bedrijven die tot de best presterende ter wereld behoren. Sterker, daarmee katalyseert de boete de wereldwijde klimaatproblematiek via verschuiving van de productie naar buitenlandse, meer emitterende concurrenten. Sinds 1990 heeft Yara Sluiskil haar broeikasgasemissie maar liefst met 55 procent gereduceerd, ondanks dat de productie met twee miljoen ton toenam in dezelfde periode.

Meer dan negentig procent van de kunstmestfabrieken wereldwijd heeft een aanzienlijk hogere broeikasgasemissie, tot wel driemaal hoger in landen als China, Rusland, Oekraïne en de VS. Bovendien rekent de NeA alle emissies van Yara Sluiskil mee die optellen tot 3,8 megaton (2017), terwijl momenteel reeds 1,4 megaton middels Carbon Capture & Usage wordt verwerkt in producten die verkocht worden zoals meststoffen, AdBlue en bubbels voor de frisdrankindustrie en derhalve niet gereduceerd kunnen worden. In werkelijkheid komt er dus nog ‘slechts’ 2,4 megaton CO2-equivalenten vrij in Sluiskil.

Groene waterstof

Gunter meldt verder dat Yara al vele experimenten uitvoerde met groene waterstof, maar steeds aanloopt tegen het feit dat daarmee de prijs twee tot vier keer hoger wordt dan grijze waterstof. En de markt kiest nog steeds vooral voor de laagste prijs. Toch geeft Yara niet op en ook in Nederland doet het bedrijf actief mee in initiatieven zoals de Waterstofcoalitie, de één gigawatt-studie van ISPT, het Battolyser project. Toch bleek dat het moederbedrijf de beslissing nam om samen met Engie een 100 megawatt solar based electrolyser in Australië te gaan ontwikkelen en niet in Nederland. Sterker, Yara Sluiskil liep het achterliggende jaar twee grote investeringen mis, voor een belangrijk deel te wijten aan de onduidelijkheid rondom (klimaat)wetgeving in Nederland.

Yara wil  geen dreigement uitspreken richting de politiek en/of overheid, maar constateert wel dat investeringen momenteel elders plaatsvinden en daarmee een directe weerslag hebben op de toekomst van de Zeeuwse productievestiging.

Tata Steel is een van de partijen die wordt gehoord in de Tweede Kamer over het Klimaatakkoord. Het bedrijf vindt dat CO2-reductie met behoud van de internationale positie leidend moet zijn. Een CO2-heffing kan daarbij slechts een middel zijn, mits deze heffing niet leidt tot verlies aan investeringen, marktpositie en werkgelegenheid.

Manager public affairs Ingrid de Caluwé van Tata Steel: ‘Tata Steel behoort tot de wereldwijde top van staalbedrijven met de laagste CO2-uitstoot per ton staal. Voor een verdere, drastische verlaging van de CO2-uitstoot zullen baanbrekende nieuwe technieken nodig zijn, een complete herinrichting van de processen én de inzet van duurzame brandstoffen, zoals groene elektriciteit en waterstof.

Dit is alleen mogelijk met investeringen die onvoldoende rendabel zijn en daarmee de concurrentiepositie op de internationale markt verzwakken. Het is daarom van groot belang dat de overheid maatregelen neemt die zowel de CO2-uitstoot reduceren, als ook de bedrijven die zich hiervoor inzetten steunen. ‘

Innovatie

Tata Steel heeft een CO2-reductieplan ontwikkeld met nieuwe doorbraaktechnologieën zoals de doorbraaktechnologie HIsarna die het mogelijk maakt twintig tot tachtig procent minder CO2 uit te stoten.        De staalreus startte met Dow Chemical cross-sectorale samenwerking waarbij koolmonoxide uit de hoogovengassen wordt afgevangen en in een fabriek omgezet in grondstoffen voor de chemische industrie.

Verder werkt Tata samen met Nouryon aan de ontwikkeling van een waterstoffabriek op het terrein in IJmuiden. Ook verkocht het bedrijf een stuk terrein aan Tennet voor het opzetten van een aanlandpunt voor groene stroom van windmolens op zee.

Tata (straks TyssenKrupp) heeft de ambitie een het terrein in IJmuiden tot 2050 om te vormen tot een circulair knooppunt, waar CO2-neutraal staal wordt geproduceerd en CCS (opslag) overbodig wordt.

CO2-heffing

Over de CO2-heffing is het bedrijf duidelijk: Bovenop de omvangrijke investeringen zou deze een zeer grote financiële aderlating betekenen, die investeringen in duurzame innovaties en CO2-reductie onmogelijk maken.

Argumenten heeft het bedrijf genoeg: De staal gerelateerde uitstoot van Tata Steel is 12,5 miljoen ton CO2. Iedere heffing over de uitstoot maakt het moeilijk om nog in innovatie te investeren. Het staalbedrijf is bang dat het zichzelf uit de markt prijst en klanten minder schoon staal tegen lagere kosten in het buitenland zullen kopen. Tata vraagt de Kamer dan ook in te zetten op een zodanige vormgeving van de CO2-heffing dat het CO2-reductie oplevert, de economie duurzaam versterkt én werkgelegenheid voor de langere termijn oplevert.

Europese aanpak

Het bedrijf vraagt verder financiering voor de onrendabele top, investeringen in de voor de transitie benodigde infrastructuur en aanscherping van de Europese doelstellingen, zodat er binnen Europa een gelijk speelveld ontstaat. Dit is volgens het staalbedrijf echter pas effectief indien aangevuld met border adjustments aan de EU grenzen.

Vanochtend is de Klimaattafel Industrie aan de beurt om de kamer in te lichten over de vorderingen van het Klimaatakkoord. Janssen wijst de regeringsleiders er op dat de door de industrietafel voorgestelde malus op het niet nakomen van afspraken beter zal werken dan een platte CO2-heffing.

Janssen: ‘Het is jammer dat PBL  de aanpak te veel onzekerheden vindt bevatten en bepaalde zaken niet heeft kunnen meewegen, zoals innovatie, hybride wamtepompen en groene waterstof. Een verdere uitwerking daarvan zou een deel van die onzekerheden kunnen wegnemen. Tegelijkertijd mag het niemand verbazen dat er vele onzekerheden zijn in een transitie van deze omvang. Wij verbouwen tenslotte het hele land en haar industrie in een korte periode.’

Na de doorrekening van het CPB en het PBL meldde minister Wiebes van EZK dat hij een CO2-belasting voor de industrie wilden invoeren. Janssen: ‘Dit is begrijpelijk, hoewel ik er oprecht van overtuigd ben dat de door de tafel voorgestelde aanpak via CO2-reductieplannen met een (zware) malus op niet nakomen van de verplichtingen de doelstellingen effectiever bereikt dan een platte heffing. Een verstandige heffing blijft cruciaal.

Carbon leakage

Jansen noemt ook het risico op carbon leakage: ‘Het is van belang dat de industrie investeert in duurzaamheid in Nederland en niet elders, en dat vergt zekerheid over het investeringsklimaat en de wijze waarop investeringsbeslissingen worden genomen. Als dit niet gebeurt, zal innovatie doodbloeden in Nederland. Weglekeffecten helpen het milieu niet en kunnen leiden tot verminderde welvaart en werkgelegenheid.’

Transitie

Innovatie is volgens Janssen fundamenteel: ‘veel van de maatregelen die nodig zijn om richting 2050 klimaatneutraal en circulair te worden vergen technologie die nu nog niet bestaat, nog onbetrouwbaar is en/of nog te duur is. Groene waterstof is heel kansrijk en daar moeten we volop op inzetten, maar behoort tot die categorie van maatregelen die nu nog te duur is.’

De klimaattransitie is een systeemtransitie, waarbij de samenhang tussen sectoren, beschikbaarheid van de juiste infrastructuur en het gedrag van de partijen gericht op een klimaatneutrale en circulaire economie misschien nog belangrijker zijn dan de prijs of de soort technologie. Dit is dus deels ook een zoektocht die een adaptief beleid vergt, terwijl tevens de investeringen die gevraagd worden noodzaken tot een consistent beleid.

Circulair

De focus ligt terecht op CO2-emissiereductie, maar het is goed te beseffen dat een transitie van de industrie naar een klimaatneutrale productie meer vergt: beleid dat alleen op CO2 gericht is, stimuleert niet automatisch circulariteit.

Vandaag begint de Tweede Kamer met de eerste van zeven rondetafelgesprekken over het Klimaatakkoord. Het is de eerste keer dat de Kamer zoveel gesprekken houdt over één thema. Allereerst komen de doorberekeningen aan bod, daarna de sectorbrede aspecten. Woensdag 3 april is de elektriciteitssector aan de beurt. De voorstellen van de klimaattafel industrie worden donderdag 11 april besproken.

Het kabinet wil in 2030 de uitstoot van CO2 met 49 procent terugdringen. De afspraken hierover zijn gemaakt binnen vijf sectoren: industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving, elektriciteit en landbouw & landgebruik. Per rondetafelgesprek staat een van deze sectoren centraal. Maatschappelijke partijen en deskundigen uit bedrijfsleven en overheid delen tijdens de gesprekken hun visie over CO2-reductie binnen hun sector. Welke technieken zijn hiervoor nodig? Wie is er verantwoordelijk? Hoe zetten we plannen om in beleid?

Klimaattafels

Op vrijdag 21 december presenteerde Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, het ontwerp van het Klimaatakkoord aan het kabinet. Het belangrijkste doel, de terugdringing van de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49 procent ten opzichte van 1990, is opgesplitst naar een doelstelling per sector.

De platforms waar afspraken gemaakt worden om de CO2-uitstoot in Nederland te beperken, zijn de klimaattafels. In totaal zijn er vijf tafels:  elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik en mobiliteit.  De tafels bestaan uit deskundigen van organisaties en bedrijven die een concrete bijdrage kunnen leveren om de klimaatdoelstellingen in de desbetreffende sector te behalen.

Voorzitters

De rondetafelgesprekken die de Kamer organiseert rond de klimaattafels, starten met een kick-off van een onafhankelijke voorzitter. De voorzitters zijn Kees Vendrik voor Elektriciteit, Diederik Samsom voor Gebouwde omgeving, Manon Janssen voor Industrie, Pieter van Geel voor Landbouw en landgebruik en Annemieke Nijhof voor Mobiliteit.

Het debat in de Tweede Kamer over de doorberekening van het ontwerp-Klimaatakkoord ging met name over de lastenverlichting van de burger. Dat het bedrijfsleven een groter deel van de CO2-lasten voor zijn rekening neemt, lijken de meeste partijen een goede zaak te vinden. Wiebes stelt wel dat hij het opgehaalde geld wil terugsluizen naar de industrie om vergroening te stimuleren.

Worden de doelstellingen gehaald en hoeveel gaat het kosten? Dat waren de belangrijkste vragen in het debat met premier Rutte en minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over het ontwerp klimaatakkoord. In reactie op de doorrekening en om het politieke draagvlak te verbreden kondigde de regering onder andere de volgende aanvullende maatregelen aangekondigd: een lastenverschuiving van burgers naar bedrijven, een verstandige CO2-heffing voor bedrijven en ondersteuning van de landbouwsector voor een extra CO2-reductie.

CO2-heffing

Hoe de CO2-heffing voor de industrie er precies gaat uitzien, is nog niet geheel duidelijk. Het is belangrijk om die op een slimme manier in te vullen, zegt Dijkhoff (VVD), zodat we geen bedrijven de grens over jagen. Er mogen geen banen uit Nederland verdwijnen, zegt Buma (CDA), en een CO2-heffing mag niet leiden tot extra CO2-uitstoot elders. De bedoeling van het kabinet is om het opgehaalde geld terug te sluizen naar de industrie, zegt minister Wiebes, en zo vergroening te stimuleren.

Belastingverlaging burger

Blij verrast, zo reageert Klaver (GroenLinks) op de maatregelen van het kabinet. Ook volgens Asscher (PvdA) is er reden tot optimisme. Marijnissen (SP) heeft echter grote twijfels: is het een verkiezingsstunt of bereiken we echt iets? Trap er niet in, zegt Wilders (PVV): het kabinet is bang om een pak slaag te krijgen van de kiezers. Het verlagen van de energierekening is belangrijk voor het draagvlak, zegt Dijkhoff (VVD). Segers (ChristenUnie) wil dat ook mensen met een kleine beurs het kunnen meemaken. Daarom zou de rekening volgens Klaver (GroenLinks) niet pas in 2020 maar al in 2019 omlaag moeten.  Minister Wiebes vindt het een sympathiek idee om de energiebelasting al in 2019 te verlagen, maar betwijfelt of de Belastingdienst dit kan uitvoeren. Hij belooft wel om staatssecretaris Snel (Financiën) ernaar te laten kijken.

De motie van Jesse Klaver van Groen Links en Rob Jetten van D66 om het sluiten van alle Nederlandse kolencentrales mee te nemen in de inventarisatie van maatregelen die voortvloeien uit de Urgenda Klimaatzaak is aangenomen. Ook de door Klaver voorgestelde resultaatverplichting van de 25 procent emissieverlaging in 2020 ten opzichte van 1990 kreeg voldoende bijval.

De Klimaatzaak van Urgenda ligt nog bij het gerechtshof, maar Groen Links en D66 sorteren al voor op de uitvoering van de eis voor terugdringing van broeikasgassen met 25 procent. Een van de opties om een groot deel van de twaalf procent broeikasgasdaling voor elkaar te krijgen, is alle kolencentrales te sluiten. Groen Links en D66 kregen het met een motie voor elkaar dat de optie in ieder geval wordt meegenomen in de berekeningen die de kamer zal doen zodra de klimaatzaak definitief is.

Twaalf megaton

Tweede Kamerleden Jesse Klaver (Groen Links) en Rob Jetten (D66) constateerden dat het sluiten van vier van de vijf kolencentrales zorgt voor een klimaatwinst van twaalf megaton CO2. Net als Marjan Minnesma van Urgenda zien de Kamerleden dat er helaas weinig andere opties zijn waarmee het Urgendadoel kan worden gehaald. De eigenaren van kolencentrales hebben aangegeven in gesprek te willen gaan over het vervroegd sluiten van hun centrales of bouwen ze om naar biomassacentrales. De Kamerleden verzochten de regering dan ook het sluiten van kolencentrales mee te nemen bij de inventarisatie van de maatregelen. De motie werd aangenomen.

Dertien procent daling

De eis van Urgenda en 886 mede-eisers is de uitstoot van kooldioxide in 2020 met ten minste 25 procent terug te dringen ten opzichte van 1990. Die eis lijkt nauwelijks haalbaar omdat cijfers van het RIVM laten zien dat in 2017 de uitstoot van alle broeikasgassen samen met dertien procent is gedaald ten opzichte van 1990. Marjan Minnesma zegt in de laatste editie van Utilities: ‘Er is een waslijst aan maatregelen die nu al kunnen worden genomen. Alle kolencentrales sluiten, dus niet alleen reeds afgeschreven centrales, zou al een grote hap nemen uit de huidige uitstoot.’

De opslag duurzame energie (ODE) stijgt door afspraken in het regeerakkoord. Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) wil zo extra geld ophalen voor verduurzaming van de energievoorziening. Voor CCS wil de minister een nieuwe regeling, buiten de SDE+ om, in het leven roepen.

De ODE is een heffing op het verbruik van aardgas en elektriciteit. Met de opbrengsten wordt de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) gefinancierd. Deze subsidieregeling moet ervoor zorgen dat de energievoorziening duurzamer wordt. Afgesproken is dat huishoudens en bedrijven ieder voor vijftig procent bijdragen aan de regeling.

Nederland bungelde jarenlang onderaan bij de verduurzaming van de energievoorziening, stelt Jetten (D66) vast. De ODE kan volgens hem helpen om koploper te worden in Europa. Ook Yesilgöz (VVD) steunt een ambitieus klimaatbeleid, maar ze wil tegelijkertijd zuinig omgaan met belastinggeld.

De helft van de energierekening bestaat ondertussen uit belastingen, stelt Kops (PVV) vast. De burgers zijn volgens hem de klos. Ze worden uitgeknepen en mogen via de ODE en de energiebelasting betalen voor peperdure hobby’s van de linkse elite. Het gevolg is volgens de PVV’er dat steeds meer mensen in de schulden terechtkomen. De kosten van verduurzaming van de energievoorziening zijn hoog, erkent Van der Lee (GroenLinks). Maar de kosten van niets doen tegen klimaatverandering zijn volgens hem nog vele malen hoger.

Grootverbruikers

Grootverbruikers betalen per kuub gas of per kWh (veel) minder ODE dan huishoudens. Dit is niet alleen onrechtvaardig, betoogt Beckerman (SP), maar ook ineffectief. Heffingen op productie werken namelijk veel beter dan het belasten van de eindgebruiker. Is het verstandig om de ODE te verschuiven van huishoudens naar bedrijven? De grote vervuilers betalen te weinig, vindt Moorlag (PvdA). Van der Lee wil dat grootverbruikers zestig procent gaan betalen, Beckerman pleit voor tachtig procent.

Het zwaarder belasten van bedrijven tast de Nederlandse concurrentiepositie aan, vrezen de minister, Yesilgöz en Mulder (CDA), en jaagt bedrijven het land uit. Bovendien betalen de huishoudens uiteindelijk toch wel, denkt Kops, want bedrijven belasten hun kosten gewoon door.

CCS

Het kabinet wil in de toekomst de energiesubsidies niet alleen gebruiken voor wind- en zonne-energie, maar ook voor de afvang en opslag van CO2, ook wel CCS genoemd. Onterecht, vinden Beckerman, Van der Lee en Moorlag, want CCS draagt niet bij aan hernieuwbare energie. CCS past niet in de SDE+, erkent Wiebes. Daarom zal er een nieuwe regeling komen, naast of ter vervanging van de bestaande regeling.