Utilities Archieven - Utilities

Hoewel waterstof niet de silver bullet is die fossiele energie overbodig maakt, leveren de duurzame moleculen wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waterstofgezant Noé van Hulst ziet dan ook zowel topdown als bottom up veelbelovende initiatieven. ‘ Er zijn momenteel tal van parallelle ontwikkelingen gaande die ervoor zorgen dat de komende vijf tot tien jaar echt grote sprongen kunnen worden gemaakt.’

De coronacrisis drukt veel ander nieuws naar de achtergrond, maar goed nieuws is er zeker te melden. Zoals de aankondiging van Neste Oil dat investeert in ’s werelds eerste multi-megawatt hoge-temperatuur elektrolyser voor waterstofproductie. Shell heeft vergelijkbare plannen en koppelt een investering in een offshore windpark aan plannen voor een tweehonderd megawatt elektrolyzer op de Tweede Maasvlakte.

Waterstofgezant

Het nieuws lijkt koren op de molen van Noé van Hulst. De econoom is geen onbekende in de energiewereld. Zo was hij directeur generaal Energie bij EZ en zat hij een aantal jaren in de raad van bestuur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Sinds 2018 is Van Hulst waterstofgezant namens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het valt Van Hulst op dat de energietransitie tot nog toe vooral een elektriciteitstransitie is. ‘Dat het aandeel wind- en zonne-elektriciteit toeneemt, is goed nieuws. Maar tot nog toe is maar twintig procent van het energieverbruik elektrisch. De overige tachtig procent decarboniseren zal dan ook een veel grotere opgave zijn. Nu zijn sommige processen wel te elektrificeren, maar de realistische scenario’s laten zien dat je dan niet verder komt dan veertig a vijftig procent van het finale energieverbruik. Dan moet je nog steeds een alternatief vinden voor de andere helft.’

Opslag

Er zijn nu eenmaal sectoren die lastig afscheid kunnen nemen van fossiele brandstoffen vanwege de grote energiedichtheid van olie en aardgas. Het zware wegtransport, de scheepvaart en de luchtvaart zijn allemaal zo energie-intensief dat ze lastig te elektrificeren zijn. Hetzelfde geldt voor de industrie, die nauwelijks alternatieven heeft voor bepaalde hogetemperatuurprocessen.

Met name voor die sectoren zou duurzame waterstof een hele belangrijke nieuwe systeemdrager kunnen worden. Bijkomend voordeel van groene waterstof is dat het een oplossing biedt voor de langdurige opslag van wind- en zonne-energie. Moleculen zijn nu eenmaal goedkoper en eenvoudiger op te slaan dan elektronen.

Grote sprongen

Van Hulst: ‘De bijdrage van waterstof aan het energiesysteem is momenteel niet groot. Maar vergeet niet dat we aan het begin staan van een totaal nieuwe ontwikkeling. Om emissieloze waterstof echt te laten vliegen, zijn ingrepen nodig aan zowel de kant van productie, transport en opslag als aan de gebruikerskant. Er zijn momenteel tal van parallelle ontwikkelingen gaande die ervoor zorgen dat de komende vijf tot tien jaar echt grote sprongen kunnen worden gemaakt.

Prijsdaling

Of de coronacrisis nu gunstig of ongunstig is voor het opschalingstempo van de waterstofmarkt durft Van Hulst nog niet te zeggen. ‘Bedrijven als BP en Shell kijken ook serieus naar hun rol in de waterstofmarkt. Ze zouden de huidige coronacrisis en de val van de olieprijzen kunnen aangrijpen om plannen naar voren te halen. Maar als de winst onder druk staat, kan dat juist ook vertragend werken. Ik weet in ieder geval zeker dat de transitie niet wegloopt, die gaat door.’

Dit artikel is een beknopte versie van het interview met Noé van Hulst in Utilities.

 

In de juni-editie van Utilities staat Waterstof en infrastructuur centraal. De industriebrief die minister Eric Wiebes schreef, stuurt namelijk richting een duurzame basisindustrie. Daarin speelt waterstof een belangrijke rol. Waterstofgezant Noé van Hulst waarschuwt wel voor een al te roze bril. Hoewel de komende zes jaar grote projecten van de grond zullen komen, is nog veel meer nodig tot 2050. Dat de gasinfrastructuur moet worden aangepast, is evident. Maar dat geldt ook voor de elektrische infrastrucuur, warmte- en CO2-netten. Hopen dat de coronacris geen roet in het eten gooit.

In Utilities 4

Hoewel waterstof niet de silver bullit is die fossiele energie overbodig maakt, leveren de duurzame moleculen wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waterstofgezant Noé van Hulst ziet dan ook zowel topdown als bottom up veelbelovende initiatieven. ‘ Er zijn momenteel tal van parallelle ontwikkelingen gaande die ervoor zorgen dat de komende vijf tot tien jaar echt grote sprongen kunnen worden gemaakt.’

De Visie verduurzaming basisindustrie die minister Eric Wiebes stuurde naar de Tweede kamer is hoopgevend voor de verduurzamingsplannen die de industrie heeft klaarliggen. Elektrificatie, schoon fossiel, groene waterstof, biologische en circulaire productie zijn de hoofdthema’s waar de Nederlandse industrie zich onderscheidt. De regering zal daarbij een regiefunctie vervullen in de uitrol voor de broodnodige infrastructuur.

Met de opkomst van duurzaam decentraal vermogen, ontstaat ook een mogelijkheid om netuitval te voorkomen. Lokale duurzame bronnen of batterijen van auto’s zouden een onderbreking in een hoger liggend net tijdelijk kunnen opvangen. Daarmee neemt niet alleen de leveringszekerheid toe, maar ontstaat ook ruimte voor extra duurzame energiebronnen.

Toen de unieke Clauscentrale in het Limburgse Maasbracht buiten bedrijf werd gesteld, functioneerde deze pas twee jaar. Nu, bijna zes jaar later, brengt een inbedrijfsnameteam van RWE hem weer in gereedheid om elektriciteit te produceren. Vanaf deze herfst levert de centrale weer het maximale vermogen, ruim 1.300 megawatt, aan het net.

Natuurlijk willen we niet dat Utilities magazines ongeopend op kantoren blijven liggen. Daarom stelt Industrielinqs de Nederlandse en Vlaamse energiegrootverbruikers het blad de komende maanden gratis thuis te ontvangen.

Ga naar deze pagina, gebruik de code UTITHUIS en vul het formulier in. Laten we contact met elkaar houden!

Strenge hygiënemaatregelen en kleinere teams die anderhalve meter afstand houden; de plantmanagers van de Nederlandse energiecentrales doen er alles aan om corona buiten de deur te houden. Zelfs het onderhoud aan de Eemscentrale gaat door. Maar dan wel wat voorzichtiger dan voorheen.

Hoewel vorige week nog niet geheel duidelijk was of de energiecentrales tot de vitale sector behoren, is Nederland meer dan ooit afhankelijk van elektriciteit. Natuurlijk kunnen ziekenhuizen altijd terugvallen op hun noodstroomvoorzieningen, maar dat is een scenario dat ze liever niet er bij willen krijgen. Bovendien werken veel Nederlanders thuis en zijn afhankelijk geworden van digitale communicatiemiddelen. Stroomuitval zou echt de maatschappij ontwrichten. Dat gaat volgens de plantmanagers dan ook niet gebeuren.

Kleinere ploegen

Ook Harry Talen werkt zoveel mogelijk vanuit huis, om de kans op besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. De plantmanager van Engie heeft meerdere centrales onder zijn hoede en hoeft daarvoor niet altijd ter plekke aanwezig te zijn. ‘We volgen natuurlijk de richtlijnen van het RIVM, maar we hebben weinig moeite gehad de nieuwe werkwijzen tussen de oren van onze medewerkers te krijgen. Iedereen is zeer doordrongen van de ernst van de situatie. En dus werken we met kleinere ploegen zodat we anderhalve meter afstand kunnen houden, maken toetsenborden schoon als een ander er aan gaat werken en zo voorts.’

Revisie

‘We stellen dezelfde hoge eisen aan onze contractors’, vervolgt Talen. ‘We zijn al eerder begonnen met de revisie van twee turbines die een tijdlang in de mottenballen hebben gestaan. Na zorgvuldig overwegen besloten we de onderhoudswerkzaamheden wel door te laten gaan. Dat betekent echter wel dat er maar een kwart van de mensen op de site aanwezig is van wat er normaal gesproken zou rondlopen. Alleen wie fysiek aanwezig moet zijn, mag op de site rondlopen. Op die manier kunnen ze de noodzakelijke afstand bewaren. Wie ook maar de lichtste ziekteverschijnselen vertoont wordt naar huis gestuurd. Maar ook hier geldt dat mensen het zelf zeer serieus nemen en zelf al thuis blijven bij twijfel over hun gezondheid.

Meerdere scenario’s

De plantmanager van de Eemshavencentrale van RWE Marinus Tabak vertelt dat ook RWE maatregelen heeft genomen. Toen een medewerker na een wintersportvakantie in Oostenrijk besmet bleek te zijn met corona, werd direct de hele ploeg naar huis gestuurd. De ploeg heeft inmiddels veertien dagen in quarantaine gezeten en niemand is besmet geraakt. En gelukkig maakt de medewerker en zijn gezin het ook goed.

Volgens Tabak zijn van de 350 medewerkers op de centrale een zestigtal onmisbaar voor het bewaken en bedienen van de centrale. Die werken in vijf ploegendiensten. Mochten er mensen om wat voor reden ook thuis moeten blijven, dan heeft hij de scenario’s al klaarliggen.

Uniper

Een rondje langs de andere energiebedrijven levert hetzelfde beeld op als bij RWE en Engie. Ook Uniper heeft inmiddels maatregelen getroffen om het risico op besmetting met het coronavirus tot een minimum te beperken. Het bedrijf kent tot nog toe geen coronagevallen. Woordvoerder Michel Groeneveld: ‘De mensen die niet per se op de locatie hoeven te werken, werken thuis. Mensen die op kritieke functies zitten, proberen we zoveel mogelijk te isoleren. En uiteraard bekijken we per project die in de planning staat of deze echt nodig is of ook kan worden uitgesteld.’

E.ON

E.ON baas Johannes Teyssen ging bij bekendmaking van de jaarcijfers ook in op de mogelijke gevolgen van de coronacrisis voor de onderneming. ‘Over het geheel genomen zal de energie-industrie ongetwijfeld niet zo hard getroffen worden als andere industrieën’, aldus Teyssen. ‘Maar we verwachten nog steeds dat de crisis zijn stempel zal drukken op ons resultaat. Industriële en commerciële klanten verbruiken beduidend minder energie. Dit zal een tijdelijke impact hebben op ons netwerk en onze verkoopactiviteiten. Er kunnen vertragingen optreden in ons vermogen om energie-infrastructuurprojecten op te leveren.’

Vattenfall meldt dat het al een paar weken maatregelen treft om de energieproductie en de overige essentiële activiteiten veilig te stellen. Dat gebeurt aan de hand van bedrijfscontinuïteitsplannen die Vattenfall voor zijn bedrijfsonderdelen opstelde en die het bedrijf in werking stelt bij buitengewone situaties, zoals de huidige verspreiding van COVID-19.

Het doel is om de bezetting veilig te stellen en de leveringszekerheid van elektriciteit, gas en warmte in stand te houden. Daarmee ligt de focus op het operationeel houden van de centrales van Vattenfall in Nederland en de overige markten.

Genoeg elektriciteit

Over tekorten hoeft Nederland zich in ieder geval voorlopig nog geen zorgen te maken. Talen: ‘De afgelopen weken hebben we veel wind en zon gehad, wat natuurlijk gunstig is voor het elektriciteitsaanbod. We verwachten bovendien dat de industriële elektriciteitsvraag dankzij de crisis zal afnemen. Dat zelfde beeld was ook in Italië te zien.’

FrieslandCampina is druk bezig met het formuleren van zijn eigen watervisie. De coöperatie vertegenwoordigt 18.261 melkveehouders in Nederland, Duitsland en België en heeft duurzaamheid hoog in het vaandel. Sustainability manager Klaas Vos kijkt naar de wereldwijde toeleveringsketen om de CO2-emissies aan banden te leggen, de watervoetafdruk te verkleinen en de afvalstromen binnen de perken te houden. Dat water daarin steeds zwaarder meeweegt heeft niet alleen met verantwoord ondernemen te maken, maar ook met risicomanagement.

Beperking van de watervoetafdruk stond wel al langer als doel in de MVO rapporten van de zuivelcoöperatie, maar krijgt de laatste jaren een prominentere positie. ‘Waar de toegang tot schoon, zoet water tot voor kort vanzelfsprekend was, zien we nu tekenen van verdroging en verzilting’, zegt Vos. ‘In onze buitenlandse vestigingen kan de lokale waterkwaliteit ook problemen opleveren. In Nederland is met name de kwantiteit een uitdaging. Een aantal vestigingen zit al op het maximale van de grondwatervergunning en kunnen daardoor niet uitbreiden. Het is ons er dus alles aan gelegen om het waterverbruik zoveel mogelijk terug te dringen.

Waarde

Als investeringen in water vanuit strategisch oogpunt niet doorslaggevend zijn: we merken ook dat elke bespaarde liter water leidt tot verlaging van het energieverbruik. Wat dat aangaat wordt de waarde van water veel te laag ingeschat. We pompen water op tegen een kostprijs van twee cent per kuub. Drinkwater kost al snel vijftig cent per kuub. Maar als je de kosten meeneemt van het zuiveren en verwarmen van het water voor het proces en verwerken en afvoeren na het proces, kom je op veel hogere prijzen. We rekenen intern dan ook met prijzen van vier tot tien euro per kuub. Als je met een reële kostprijs rekent, is het ook eenvoudiger investeringen in waterbesparing af te wegen tegen de kosten en opbrengsten. Maar dan moet je dus wel goed inzicht hebben in de water- en energiestromen door de hele keten.’

De doelstelling is om in 2025 het watergebruik per ton product met twintig procent te verlagen. Vos: ‘Dat is een behoorlijke ambitie, aangezien we jaarlijks 25 tot dertig miljoen kuub water gebruiken. Dichterbij zou al in 2021 een besparing van acht procent moeten zijn gerealiseerd. We liggen op lijn en benoemden al de projecten die de doelstellingen zullen verwezenlijken.

Schaarste

Vos werkt momenteel aan de Watervisie van FrieslandCampina. Hierin komen duidelijke richtlijnen te staan over de inzet van verschillende soorten kwaliteiten water, waterbesparende maatregelen en best available technieken. ‘FrieslandCampina startte zijn processen in tijden waar water ruim voorradig was en energie redelijk betaalbaar. Het besef van schaarste laat je andere keuzes maken. Neem bijvoorbeeld de koeling van de seals van pompen. In een gemiddelde vestiging staan zo’n 48 van dit soort pompen en daarmee gaat al éénderde van het waterverbruik naar koeling. Dat water pompen we op met een temperatuur van zo’n twaalf graden Celsius, koelt een pomp en gaat dan direct het riool in. Dat kan natuurlijk ook anders. Je kunt het seal-water ook voor een bepaalde periode recirculeren en pas verversen als bepaalde grenswaarden worden bereikt. Dit vraagt wel om een investering, maar levert direct 25 tot dertig procent waterbesparing op.

Rentmeesterschap

Eenvoudiger wordt het er volgens Vos niet op. ‘Het beheren en beheersen van koeltorens vergt andere kennis dan de inzet van grondwater. Je moet kennis hebben van fouling, scaling en rekening houden met eventuele legionellabesmetting. Dat is allemaal te voorkomen door voldoende kennis en procedures. Verstandig watergebruik heeft vooral te maken met het beheersen van je stromen. Je moet dus per site weten welke opties je hebt, welke stromen er in gaan en welke er uit. En hoe de waterkwaliteit en kwantiteit de prijs en kwaliteit van je producten beïnvloedt.

Goed rentmeesterschap klinkt misschien wat saaier dan spectaculaire water- en energiebesparende projecten. Maar goed doordacht onderhoud, het voorkomen van verliezen en kleine modificaties kunnen net zo veel besparingen opleveren. Zo kwamen we er achter dat de koeling van een homogenisator veel te ruim was gedimensioneerd. De procestechnologen zetten voor de zekerheid de kraan maar volop open zodat er zeker genoeg koelcapaciteit was. Door te bekijken wat echt nodig was, konden we het waterverbruik significant terugbrengen. Dat is heel snel verdiend met alleen een aanpassing van een procedure.’

Waterballet

Wat spectaculairdere projecten betreft, valt het recent opgeleverde Waterballet extra op. In de vestiging van FrieslandCampina in Borculo investeerde het bedrijf onlangs in een zuivering die condensaat opwaardeert. Vos: ‘We zijn dan wel een grote watergebruiker, maar we onttrekken ook heel veel water aan onze producten. Het water dat we na de concentratie en droogprocessen overhielden, werd na een kleine zuiveringsstap geloosd op het oppervlaktewater. De kwaliteit ervan was echter zo goed, dat zich een businesscase aandiende voor hergebruik. Het bleek redelijk eenvoudig om het water met een paar extra stappen te zuiveren naar drinkwaterkwaliteit. Een combinatie van biologische zuivering, microfiltratie en reverse osmosis bleek voldoende om het water op de juiste kwaliteit te brengen.’

Best practice

Het succes in Borculo smaakt naar meer en de aanpak wordt dan ook als best practice meegenomen in de Watervisie. ‘De vestigingen van FrieslandCampina in Beilen, Veghel en Leeuwarden voeren een vergelijkbaar proces en zouden eveneens significante waterbesparingen kunnen doorvoeren. Dit zijn ook precies de locaties die tegen de onttrekkingslimiet lopen.’

De Duitse federale en deelstaatregeringen bereikten overeenstemming over een tijdschema voor de sluiting van kolengestookte centrales. Uiterlijk in 2038, maar liever eerder, zouden de laatste kolencentrales moeten sluiten.   

De Duitse bestuurders mogen er dan uit zijn: nu moeten ze het overeengekomen tijdschema voor de uitfasering van de kolen nog bespreken met de exploitanten van de centrales. Daarna laceert de regering het wetsontwerp waarna de partijen hem volgens afspraak aan zullen nemen.

Compensatie

De minister-presidenten van de vier deelstaten met steenkoolregio’s, Nordrhein-Westfalen, Saksen-Anhalt, Saksen en Brandenburg, namen deel aan de besprekingen. Bondskanselier Angela Merkel en de federale ministers van Economie, Milieu en Financiën vertegenwoordigden de federale regering. De minister van Financiën legde uit dat de exploitanten van West-Duitse elektriciteitscentrales in totaal 2,6 miljard euro ontvingen als compensatie voor de voortijdige stillegging van hun centrales. Exploitanten in het oosten kregen 1,75 miljard euro als compensatie.

Kolencentrales

In totaal besteedt de Duitse overheid tot 2030 veertig miljard euro aan subsidie voor structurele veranderingen in de energiemarkt. Hoewel de daadwerkelijke deadline op 2038 is gesteld, wil de overheid al in 2026 en 2029 onderzoeken of de laatste centrales al in 2035 van het net kunnen worden gehaald.

Ongeacht de afspraken neemt Uniper dit jaar de gloednieuwe steenkoolcentrale Datteln 4 aan het Dortmund-Eemskanaal in bedrijf. Uniper, toen nog E.ON, startte in 2007 met de bouw van de 1100 megawatt centrale. De bouw werd tussentijds stilgelegd, maar in 2017 mocht Uniper toch verder bouwen. Inmiddels heeft de kolencentrale al proefgedraaid. Datteln 4 heeft een efficiency van zestig procent. Die efficiency haalt de centrale met name omdat ze niet alleen stroom levert, maar ook warmte aan honderdduizend huishoudens.

De Nederlandse watervoorziening staat onder druk. Dat stelt Marike Bonhof, directielid bij drinkwaterbedrijf Vitens. Ze roept daarom op om samen met de industrie en andere ketenpartners om tafel te gaan en waterzekerheid serieus te nemen. Donderdag 13 februari is Bonhof één van de drie potentiële schaduwministers van water tijdens het industriële watercongres Watervisie 2020.

Marike Bonhof ziet de zekerheid van de toegang tot schoon zoet water onder druk staan: ‘We zijn tenslotte een deltagebied en gebruiken het water van rivieren die eerst door andere landen lopen. Maar ook verdroging, verzilting microvervuilingen, hormoonverstorende stoffen en detergenten zijn allemaal reële bedreigingen waar we nu al mee te maken hebben. Bovendien wordt de ondergrond steeds drukker met gaswinning- en opslag, geothermie en andere vormen van energiewinning, -transport en -opslag. Dat kan met name de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloeden. De verwachting is dat deze bedreigingen zich in de toekomst alleen meer zullen manifesteren. Daar moeten we nu al op anticiperen.’

Waarde

Bonhof pleit ook voor een nieuwe prijsbalans voor het drinkwater in Nederland. ‘De prijs die de industrie betaalt voor het gebruik van zoet water staat in schril contract met de waarde ervan.’ Bonhof wil deze paradox doorbreken, al beseft ze zich dat ze daarmee geen vrienden maakt bij de industrie. ‘Hoewel de afgelopen twee zomers de strategische waarde van water weer eens pijnlijk duidelijk werd, vertaalt dit zich nog niet naar de economische waarde’, zegt Bonhof. ‘Dat is verontrustend omdat water in de nabije toekomst wel eens een stuk schaarser kan worden dan nu.’

Bonhof doelt daarbij niet alleen op waterkwantiteit, maar ook op de waterkwaliteit. De waterbedrijven krijgen al steeds meer te maken met microplastics, medicijnresten en andere vervuilende stoffen en dat zou in de toekomst nog wel eens erger kunnen worden. ‘Als je water goedkoop maakt, ga je er als samenleving anders mee om. Het feit dat we drinkwater gebruiken om ons toilet door te spoelen, is hier een uitvloeisel van. Als we drinkwater nu al de waarde geven die het representeert als eerste levensbehoefte, zal je eerder naar alternatieven zoeken. Je kunt tenslotte ook regenwater gebruiken in de spoelbak of ander water van een lagere kwaliteit.

Prijsdifferentiatie

Water is geen uitzondering wat betreft de commerciële principes. Maak je het duurder, dan maakt men andere keuzes. En dan doelt Bonhof niet op de belasting op leidingwater (BOL). ‘De BOL is niets anders dan een manier om de inkomsten in Den Haag te vergroten. Bovendien zouden de opbrengsten van een dergelijke kunstmatige marktingreep niet bij de algemene middelen terecht moeten komen, maar terug in de sector moeten vloeien.

Bonhof is voorstander van prijsdifferentiatie. Voor de eerste levensbehoefte een laag tarief en voor andere gebruik een hoger tarief. ‘Daarmee ontstaat een financiële prikkel om zuinig met het gebruik van drinkwater om te gaan. Zeker als je naast prijsdifferentiatie voor water dat een bedrijf gebruikt, ook een heffing oplegt zoals het waterschap doet voor afvalwater dat een bedrijf verlaat. Dat stimuleert bedrijven om zo duurzaam mogelijk met water om te gaan. Zowel met het ingaande als met het uitgaande water. We zien daarvan in ons gebied ook al mooie voorbeelden, bijvoorbeeld bij FrieslandCampina.

Watervisie Congres 2020 in teken van Schaduwministerie van Water

Marike Bonhof is een van de keynote speakers tijdens het Watervisie Congres 2020 (13 februari, Tata Steel Velsen Noord). Samen met keynote speakers Klaas Vos (FrieslandCampina), Perry van der Marel van Northwater en kandidaat Waterministers Bert Jan Bruning (Nedmag) en Neldes Hovestad (Dow) zoeken we naar de verbinding tussen de publieke en private waterwereld. Schrijf u dus snel in op de website van het Watervisie Platform.

Ondanks dat Perry van der Marel nog maar net is aangetreden als managing director van North Water, is hij al langer betrokken bij wateruitdagingen in Noord Nederland. De afgelopen zes jaar werkte hij vooral aan een van de prestigeprojecten van het industriewaterbedrijf: de Zout Afvalwater Zuivering Installatie in Farmsum, vlakbij Delfzijl. Nu Northwater ook een industriewaterzuivering bouwt, verstevigt het waterbedrijf zijn rol als industriewaterpartner.

‘Hoewel de ZAWZI per 2008 een praktisch probleem oploste voor het afvalwater in Delfzijl, is de regionale relevantie van de zuivering behoorlijk toegenomen’, zegt Van der Marel. ‘De ZAWZI is een collectieve eindzuivering van het chemiepark in Delfzijl en het gezamenlijke afvalwater is zout van samenstelling. Deze situatie blijkt ook zeer geschikt om zout afvalwater uit de regio te verwerken, omdat het verontreinigingen verwijderd waarna het kan worden geloosd op zout oppervlaktewater’.

Meerwaarde

Van der Marel benadrukt dat North Water van meerwaarde wil zijn, en niet zomaar afvalwater wil verwerken. ‘Het moet gaan om zout water waarvoor andere goede verwerkingsopties ontbreken. Als de trend van verdroging en verzilting aanhoudt, ontstaan in de toekomst meer problemen met lozing van zoute waterstromen op oppervlaktewater in het binnenland. We behandelen nu bijvoorbeeld al zoutwater dat als testwater vrijkomt bij geothermiebronnen. Dit betreft een enkele duizend kuub zeer zout water per test. Circa tien keer zouter dan zeewater. Heel verontreinigd is dat water niet, maar toch is het afvalwater. Een ontdoeningsroute via de ZAWZI biedt uitkomst. We verwachten in de toekomst een toename in geothermieprojecten, waardoor de zuivering alleen maar relevanter wordt.

Dat geldt ook voor de behandeling van pekelwater van regionale kaasmakerijen, dat de ZAWZI ook sinds een jaar of vijf behandelt. Ook een onbetwistbare afvalwaterstroom, maar wel te zout voor lokale behandeling, omdat de kaasmakerijen nu eenmaal niet aan zee zijn geplaatst.

De bacteriën in de biologische zuivering zijn zeer speciaal. Niet alleen omdat ze industrieel afvalwater schoonmaken van verontreinigingen onder zoute omstandigheden, maar ook omdat ze korrelslib vormen. Daardoor bezinken ze veel sneller dan gebruikelijk. Van der Marel: ‘Dit heeft als voordeel dat we grote volumes aan zout water hydraulisch goed kunnen verwerken. Een positieve verrassing, omdat bij aanvang van de zuivering in 2008 er juist twijfels waren over slibbezinking onder zoute omstandigheden.’

Niet alleen

Van der Marel benadrukt dat een dergelijke oplossing voor individuele bedrijven niet snel uit kan. ‘De uitdagingen op het gebied van water worden dermate groot, dat bedrijven steeds meer zullen moeten samenwerken om de license to operate te behouden. Zo ook in Delfzijl. Daar bood de ZAWZI uitkomst voor de vele bedrijven op en rondom het chemiepark. Ze kregen steeds meer te maken met verscherpte regelgeving en moesten extra maatregelen nemen. Dit is voor de individuele bedrijven onbetaalbaar. Een gezamenlijke investering pakt niet alleen lager uit, maar bedrijven kunnen zich bovendienop hun corebusiness richten omdat North Water ze ontzorgt. Die investering namen wij ook voor onze rekening, waardoor bedrijven alleen een vaste prijs per vervuilingseenheid betalen.

Bijkomend voordeel is dat de gezamenlijke deelstromen voor een veel stabieler zoutgehalte zorgen, wat weer gunstig is voor de biologische zuivering. De volumegrootte maakt het ook interessanter om reststromen te verwaarden. Nu is dat alleen nog het zoute secundaire slib, wat we samen met waterschap Noorderzijlvest eerst van het zout ontdoen waarna ze het slib vergisten. We willen echter ook naar anaërobe waterbehandeling om uit het afvalwater en bij voldoende schaalgrootte methaan te produceren. Tot slot bevat het pekelwater relatief hoge concentraties aan fosfaat. In 2019 hebben we speciaal hiervoor een buffer gebouwd die het ook mogelijk moet maken calciumfosfaat als meststof terug te winnen. Vooralsnog nog onderzoek, maar een mooie kringloop als perspectief.’

Koelwater

Uitdagingen zijn er niet alleen op het gebied van industrieel afvalwater. North Water bouwt momenteel een industriewaterzuivering naast de RWZI van waterschap Noorderzijlvest in Garmerwolde om de regio Noordoost Groningen (Eemshaven en Delfzijl) van voldoende industriewater te voorzien. ‘Het aantal datacenters in de Eemhaven groeide de laatste jaren enorm en daarmee de vraag naar koelcapaciteit. Je kunt ze met drinkwater koelen, maar dat is niet duurzaam. Als bron voor de zuivering gebruiken we voorlopig nog oppervlaktewater van het Eemskanaal. We sluiten echter niet uit op den duur over te stappen op effluent van de RWZI. Als de vraag naar industriewater blijft toenemen, is het de vraag of er op den duur voldoende Eemskanaalwater beschikbaar is. Ook met het oog op droge zomers.

Anderzijds kan de inzet van effluent ook tot ketensynergie leiden. Het waterschap moet in de toekomst waarschijnlijk het effluent extra behandelen om organische microverontreinigingen te verwijderen. Dat water is daarna van zo’n goede kwaliteit dat we het eenvoudig in kunnen zetten in de industrie. We kozen dus niet voor niets voor deze locatie. Voor koelwater of uiteindelijk de productie van waterstof is hergebruik van effluent natuurlijk prima.’

Dat laatste vraagt om uitleg. ‘North Water kan voor de productie van waterstof in de Eemshaven van meerwaarde zijn’, zegt Van der Marel. ‘Partijen hebben zuiver water nodig om te kunnen splitsen in zuurstof en waterstof. Wij hebben in de Eemshaven al een distributienet voor industriewater. En in 2021 ook voldoende toelevering van water vanuit Garmerwolde. Het is dan, net als bij de demiwaterplant van Evides Industriewater in Rotterdam, een kleine stap naar een collectieve zuivering voor demiwater of zelfs ultra puur water in de Eemshaven. We verwachten daarbij dezelfde synergiën als bij de ZAWZI’.

Synergie

Wat vooral opvalt, is dat Northwater nauw samenwerkt met zowel zijn klanten als met de andere partijen in de waterketen. Van der Marel: ‘Om dit soort projecten betaalbaar te houden, moet je wel samenwerken. Met name de benodigde infrastructuur legt een zware last op de investeringssom. Om het water uit Garmerwolde naar de Eemshaven te krijgen, moesten we een leiding leggen. Waterbedrijf Groningen maakte van de gelegenheid gebruik om tegelijkertijd een drinkwaterleiding te leggen, terwijl Waterschap Noorderzijlvest een afvalwaterleiding toevoegde. Het is in zo’n multi-utility systeem ook eenvoudiger om een zijtak te realiseren naar Delfzijl om daar in voldoende industriewater te voorzien.

De wateruitdagingen die voor ons liggen zijn te complex om alleen aan te pakken. Er zijn veel synergie-effecten te halen door de verbinding aan te gaan met private en publieke partijen. We zullen toch investeringen moeten doen om economische groei niet ten koste te laten gaan van de ecologie. Laten we er dan voor zorgen dat we die zo laag mogelijk houden.’

Watervisie Congres 2020 in teken van Schaduwministerie van Water

Perry van der Marel is een van de keynote speakers tijdens het Watervisie Congres 2020 (13 februari, Tata Steel Velsen Noord). Samen met keynote speaker Klaas Vos (FrieslandCampina) en kandidaat Waterministers Bert Jan Bruning (Nedmag), Neldes Hovestad (Dow) en Marike Bonhof (Vitens) zoeken we naar de verbinding tussen de publieke en private waterwereld. Schrijf u dus snel in op de website van het Watervisie Platform.

De vestiging van FrieslandCampina in Borculo is de afgelopen jaren flink gegroeid. Het bedrijf wil de omgeving echter ontzien en zijn watervoetafdruk beperken. De experts van het bedrijf bedachten dat ze redelijk eenvoudig het condensaat uit de stoominstallaties dat nu nog werd geloosd konden opwerken tot proceswater. IV-water werd aangewezen als choreograaf van het waterballet, zoals het project werd genoemd, en begeleidde het proces vanaf aanbesteding tot oplevering.

De groei van FrieslandCampina lijkt niet te stuiten. Het bedrijf was al een van de grootste zuivelcoöperaties ter wereld, maar nadat het melkquotum in 2015 werd afgeschaft, gingen sommige leden-melkveehouders, via de gelijknamige coöperatie de eigenaren van FrieslandCampina,  veel meer melk produceren. Tegelijkertijd nam de vraag naar Nederlandse kindervoeding toe. De productielocatie van de coöperatie in Borculo breidde de afgelopen jaren dan ook behoorlijk uit. Zo is de nieuwe babypoederproductielocatie in 2015 in gebruik genomen en heeft het bedrijf nog eens plannen voor een nieuwe productielocatie voor het mengen en verpakken van melkpoeder.

Een keerzijde van het succes van het bedrijf is dat de lokale waterfootprint behoorlijk is toegenomen. De vestiging in Borculo gebruikt onder andere water voor het drogen van de grondstof wei tot melkpoeder en ook veel water voor het reinigen van de apparatuur. Inmiddels is de waterinname zo groot geworden, dat het strategisch en maatschappelijk gewenst is om de waterinname te beperken. Nu loost het bedrijf tot nog toe een deel van zijn retourcondensaatwater op het oppervlaktewater. Gaandeweg ontstond het idee om dit water weer op te werken tot proceswater.

Senior Projectmanager Sjoerd Hofstee: ‘FrieslandCampina investeert veel in het verduurzamen van zijn processen. Op energiegebied maken we hier in Borculo onder andere gebruik van pyrolyseolie en biogas voor stoomopwekking. Voor het watergebruik hebben we bedrijfsbreed de ambitie uitgesproken per ton product dezelfde hoeveelheid of minder water te gebruiken ten opzichte van 2010. Meer concreet willen we bij de productielocatie in Borculo jaarlijks zo’n driehonderd duizend kuub water besparen.

Black box

Hofstee: ‘We onttrekken hier in Borculo zoetwater uit de ondergrond en krijgen ook drinkwater van Vitens. Daar zitten echter grenzen aan. Als we in Borculo verder doorgroeien, wordt de maximaal vergunde jaarhoeveelheid bereikt en dus zochten we naar een alternatieve waterstroom. Nu gebruiken we hier redelijk veel water voor de productie van stoom, dat na zijn warmte te hebben afgestaan condenseert en terugkomt. Het grootste deel van het condensaat kunnen we na enige bewerking opnieuw in het proces gebruiken. Ondanks de biologische vervuiling is de kwaliteit van dit water zodanig goed dat we met een beperkt aantal zuiveringsstappen weer water van drinkwaterkwaliteit kunnen krijgen. We besloten dan ook te onderzoeken of we hier een businesscase van konden maken. Uiteraard kijken we altijd waar economie en ecologie samengaan, maar uit strategisch oogpunt rekenen we bij duurzaamheidsprojecten met lagere marges en langere terugverdientijden.’

Voor de engineering stapte Hofstee naar Iv-Groep. Het ingenieursbureau heeft een in water gespecialiseerde divisie, Iv- Water, dat projecten voor onder meer waterschappen, drinkwaterbedrijven en industriële partijen uitvoert. Hofstee: ‘Uitgangspunt voor onze speurtocht naar de beste technologie voor het opwerken van ons proceswater was de geleidbaarheid van het retourwater. We wisten dus welke kwaliteit water we hadden en welke kwaliteit we nodig hadden in onze processen. Wat er voor nodig was om van kwaliteit a naar b te komen, was wat ons betreft een black box. De meeste complexiteit zat in het inpassen van een nieuwe installatie in een site die in ontwikkeling is. We zochten dan ook vooral een ingenieursbureau die het proces van begin tot eind kon leiden. Veel van de bekende ingenieursbureaus in de waterwereld ontwikkelen hun eigen waterzuiveringstechnologieën en -concepten. Daarmee loop je het risico dat men ongefundeerd voor de eigen technologie kiest. We wilden juist met een partij in zee gaan die technologie-onafhankelijk de beste oplossing voor onze specifieke vraag kon vinden, dit technisch inpassen in het bestaande proces en die het aanbestedings- en bouwproces kon begeleiden. Iv-Water voldeed aan deze eisen.’

Waterballet

Ronny Faasen is projectleider bij Iv-Water en verantwoordelijk voor het project dat gaandeweg de naam Waterballet meekreeg. ‘We zetten de vraag van FrieslandCampina uit in de markt en beoordeelden de inzendingen uiteraard op een aantal kwaliteitscriteria, maar prijs was minstens zo belangrijk’, aldus Faasen. ‘Zoals gezegd hanteert FrieslandCampina bij duurzaamheidsinitiatieven soepele financiële kengetallen, maar moesten we goed balanceren tussen prijs en kwaliteit. Dat betekende niet zozeer dat we bespaarden op de technologie, maar we konden wel geld besparen door mee te liften op een aantal andere projecten die tegelijkertijd werden uitgevoerd.’

Uiteindelijk koos Iv-Water in samenspraak met FrieslandCampina voor de inschrijving van RWB Water. Die stelde voor het water eerst door een biologisch slib op drager-systeem te leiden, dat de eerste organische vervuiling verwijdert. De organische vervuiling die dan nog overblijft, wordt afgevangen door een microfiltratiesysteem met keramische membranen. Deze zijn eenvoudiger chemisch te reinigen dan de polymere varianten zonder dat de werking ervan achteruit gaan en hebben een langere levensduur dan polymere membranen. Als laatste volgt een reverse osmosis-stap die met name de zouten verwijdert en dus de geleidbaarheid verlaagt. Daarna is het water op de gewenste kwaliteit en wordt het aangeboden aan het leidingsysteem van FrieslandCampina.

Slim combineren

Faasen: ‘Iv-Water is al direct begonnen met de inpassing van een zuiveringsinstallatie op de FrieslandCampina-site. Zo moest de retourwaterleiding worden afgetakt en ook andere leidingen aangelegd, dan wel omgelegd. Vanuit onze EPC-rol begeleiden we bovendien ook al het civiele werk voor de installatie zoals funderingen en bouwwerken. Ook een mooi voorbeeld van waar duurzaamheid en kostenbesparing hand in had gaan is het feit dat we een uit een ander project vrijgekomen gebouw konden hergebruiken als nieuw onderkomen voor het microfilstratiesysteem.’

De reverse osmosis-installatie staat in een ander gebouw, dat FrieslandCampina eerder bouwde voor vergelijkbare installaties. ‘Dit multifunctioneel ruimtegebruik drukt opnieuw de projectkosten’, zegt Faasen.

Ook de projectplanning paste Iv-Water creatief in. Faasen: ‘We konden meeliften met een ander, groter project dat ongeveer tegelijkertijd liep. Daardoor konden we onze werkzaamheden zo inpassen dat ze de minste overlast bezorgden voor de dagelijkse werkzaamheden van FrieslandCampina. De planning van het andere project was leidend voor onze planning, zodat we gezamenlijk tijdsloten hadden om installaties te plaatsen, aan te sluiten of te integreren in de bestaande productieomgeving.’

Succes

Inmiddels draait de zuivering. Faasen: ‘In maart konden we de installatie overdragen aan de operators van FrieslandCampina, waarmee we een project van op de kop af twee jaar succesvol afsloten. Die twee jaar was vanaf idee tot handover, de daadwerkelijke bouwtijd was veel korter. Het grootste deel van de installaties werd als complete modules geleverd, zodat onsite alleen de aansluitingen moesten worden gemaakt. En uiteraard vergde aanpassing van het leidingwerk wat tijd en engineeringskennis.’

Het water wordt nu nog ingezet bij toepassingen waar het water niet direct in contact komt met het product, zoals de productie van stoom, als koelwater bij koeltorens en de ijswaterinstallatie. Maar Hofstee sluit niet uit dat op den duur ook andere processen van het water gebruik kunnen maken. ‘De kwaliteit van het water is dezelfde als dat van drinkwater’, zegt Hofstee. ‘Dus ik kan me voorstellen dat we dit water op den duur breder kunnen inzetten. De zuiveringsinstallatie is nu gebouwd op een capaciteit van vijftig kubieke meter water per uur, maar we lozen nog steeds een deel van het retourwater. We zouden op den duur dan ook verder kunnen uitbreiden met een tweede installatie. De ruimte is er en omdat een deel van de nieuwe leidingen al overgedimensioneerd is, is een tweede installatie eenvoudig in te passen. We hebben nu al een behoorlijke stap gezet in het terugdringen van de waterfootprint, maar er zit nog meer in het vat.’

FrieslandCampina op Watervisie Congres

Manager Sustainability Supply Chain Klaas Vos spreekt tijdens Watervisie 2020 over de waterstrategie van FrieslandCampina. Het congres vindt 13 februari plaats bij Tata Steel. Met een keynote van Perry van der Marel (Northwater) en drie potentiële schaduwminister van Water:  Bert Jan Bruning (Nedmag), Neldes Hovestad (Dow Benelux) en Marike Bonhof (Vitens)

Schrijf u dus snel in op de site van het Watervisie Platform

Eurocommissaris Frans Timmermans presenteerde zijn Green Deal in het Europarlement. Timmermans stuurt daarbij aan op een circulaire economie waar hergebruik van grondstoffen voorrang heeft boven recycling. De inspanningen van de EU richten zich met name op hulpbronnen intensieve sectoren zoals de textielindustrie, bouw, elektronica en grondstoffen.

Green Deal

Samen met Eurovoorzitter Ursula von der Leyden presenteerde Frans Timmermans de plannen voor de Europese Green Deal. Hoewel de echte beslissing pas medio maart zal worden genomen, is de koers van Timmermans wel iets duidelijker geworden. Opvallend is bijvoorbeeld het voorstel om de belastingvrijstelling voor kerosine terug te draaien. Ook het Europese emissiehandels vehikel ETS zal worden uitgebreid naar andere sectoren, zoals de transportsector.

Recycling

De emissiedoelstellingen blijven in de visie van Timmermans ongewijzigd. In 2030 zal de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 moeten zijn gehalveerd. In 2050 zouden dan alle sectoren klimaatneutraal moeten zijn. De industrie kan dit met name bereiken door meer grond- en hulpstoffen te hergebruiken. Volgens onderzoeken in opdracht van de Eurocommissie gebruikt de industrie momenteel maar twaalf procent gebruikte materialen. Nieuwe wetgeving zal de industrie moeten sturen naar een hogere bijdrage van hergebruik en recycling. Zo zouden in 2030 alle verpakkingen herbruikbaar of recyclebaar moeten zijn.

De kosten om de industrie, gebouwde omgeving, energie- en transportsector klimaatneutraal te krijgen zijn volgens Timmermans in de range van 260 miljard Euro per jaar. ‘Maar niks doen is duurder’, meent de Eurocommissaris. Behalve de kosten voor adaptatie aan het veranderende klimaat, doelt de minister ook op de grotere afhankelijkheid van buitenlandse fossiele bronnen en grondstoffen. Timmermans hoopt dat de koers richting een duurzame economie een zelfde bedrag aan inkomsten oplevert door kennisopbouw en handelsposities.

Gekwalificeerde meerderheid

Hoewel het merendeel van de EU lidstaten de commissie meer macht wil geven om de klimaatkoers in Europa te harmoniseren, zal een aantal landen naar verwachting dwars gaan liggen. Met name Polen, Tsjechië en Hongarije zijn grotendeels afhankelijk van kolen voor hun energievoorziening. Er is maar één tegenstem nodig om een voorstel als de Greendeal te torpederen.

Daarom wil Timmermans het merendeel van de maatregelen met een zogenoemde gekwalificeerde meerderheid nemen. Een veto van een lidstaat kan de klimaatvoorstellen dan niet tegenhouden.

Vandaag debatteert de Europese Commissie over het akkoord. Hoewel dat met name over de doelstellingen gaat en nog niet over de concrete uitwerking, kan dit deba