UVW Archieven - Utilities

Om stagnatie in slibverwerking te voorkomen, krijgt Aquaminerals de regie over de collectieve incidentencapaciteit van de Nederlandse waterschappen. De drinkwatersector riep Aquaminerals het leven om grondstoffen aan commerciële afnemers aan te bieden en doet dit ook voor een aantal waterschappen. Nu komt daar dus ook een calamiteitenfunctie bij.

Bij het schoonmaken van rioolwater blijft naast gezuiverd water ook slib achter, dat naar afvalverwerkingsbedrijven gaat. Zij verbranden het slib samen met ander afval en maken hier energie van. De Nederlandse waterschappen zorgen voor genoeg capaciteit voor de verwerking van slib van hun rioolwaterzuiveringen. De afgelopen jaren zijn er echter bij verschillende waterschappen incidenten geweest bij fluctuaties van de hoeveelheid slib. Door veranderingen in de afzetmarkt of regelgeving of technische problemen bij een verwerker.

Alternatieve capaciteit

Omdat de aanvoer van slib nooit stopt, moet een waterschap bij zo’n incident direct capaciteit regelen bij een alternatieve verwerker. Als dat niet lukt moet men het slib afvoeren en tijdelijk opslaan. Dit brengt veel kosten met zich mee. Bovendien bestaat het risico dat het slib bij zware regen uit de opslag wegspoelt naar het oppervlaktewater. Wat slecht is voor de waterkwaliteit.

Regie

Meindert Smallenbroek, directeur van de Unie van Waterschappen: ‘De waterschappen zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er in de toekomst genoeg capaciteit is voor verwerking van het slib van de rioolwaterzuiveringen. Ook bij fluctuaties en incidenten. Daarom stelden de waterschappen eind 2020 gezamenlijk een plan op voor een collectieve incidentencapaciteit en een landelijke calamiteitenregeling. Aquaminerals is een onafhankelijke en kleinschalig organisatie met kennis van waterschappen, slib en verwerkers. Zij zijn zeer geschikt om de regie te voeren als de incidentenopslag gebruikt moet worden om capaciteit te vinden waar die nodig is.’

Vangnet

Olaf van der Kolk, directeur van AquaMinerals: ‘De slibverwerkingsketens kunnen in Nederland worden geconfronteerd  met tijdelijke hickups. Een collectief vangnet voorkomt veel onnodige kosten en transportkilometers. En het voorkomt dat elk door deze hickup getroffen waterschap het zelf maar moet regelen. AquaMinerals regelt dit vangnet al lang voor de reststoffen van de drinkwaterbedrijven, ze is verheugd dit nu ook voor de waterschappen te mogen doen.”

Duurzaamheid

Bij het opstellen van het collectieve plan is bijzondere aandacht uitgegaan naar de individuele ruimte voor de waterschappen om de zuivering van het rioolwater verder te verbeteren en te verduurzamen, bijvoorbeeld door energiewinning en de terugwinning van grondstoffen uit het rioolwater.

De Unie van Waterschappen en Vewin maken zich samen sterk voor een watertransitie. De belangenverenigingen maken zich zorgen over een sluipende watercrisis en willen de politiek betrekken bij het verbeteren van waterkwaliteit en kwantiteit.  

Nederland staat bekend als Kampioen Water Afvoeren. Voor een land dat voor zestig procent overstroombaar is, weten we sinds jaar en dag hoe we droge voeten moeten houden. Drie opeenvolgende droge zomers toonden echter aan dat er een mismatch is tussen de beschikbaarheid van water en het watergebruik.

Het huidige watersysteem loopt tegen de grenzen aan. De drinkwaterbedrijven en waterschappen willen daarom de transitie naar een klimaatrobuust watersysteem versnellen om daarmee nadelige effecten van droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Zij roepen Rijk, provincies en gemeenten op gezamenlijk werk te maken van de noodzakelijke ruimtelijke keuzes in de boven- en ondergrond voor een duurzame leefomgeving.

Ook moeten overheden verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater en de kwaliteit van bronnen voor drinkwater prioriteit geven in hun water- en omgevingsplannen om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te kunnen halen.

Kampioen Water Vasthouden

Drinkwaterbedrijven en waterschappen willen een bijdrage leveren aan de transitie door het verkennen en aandragen van integrale oplossingen in de regio, door zelf hoge prioriteit te geven aan het vasthouden van water en door onttrekkingen en aanvullingen van grond- en oppervlaktewater in evenwicht te brengen. Drinkwaterbedrijven dragen bij aan het opstellen van de gebiedsdossiers om de Kaderrichtlijn Water doelen bij de winningen voor drinkwaterproductie te helpen bereiken.

De waterschappen investeren de komende jaren ieder jaar 1,7 miljard euro in de zorg voor sterke dijken, voldoende en schoon water om de gewenste transitie in gang te zetten en de omslag te maken naar ook kampioen Water Vasthouden. De waterschappen kunnen het echter niet alleen en zien samen met de drinkwaterbedrijven grote kansen wanneer water als verbindende factor van veel grote maatschappelijke vraagstukken wordt gezien.

Een klimaatrobuust watersysteem

Niet alles kan overal. Keuzes moeten worden gemaakt op basis van kansen en bedreigingen voor het watersysteem. De focus ligt op het beter vasthouden van grond- en oppervlaktewater en op het realiseren en behouden van een goede waterkwaliteit.

Waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen aan de overheden ook gezamenlijk een landelijk regiekader op te stellen voor een geordende ondergrond, gericht op behoud en herstel van de grondwatervoorraad en gekoppeld aan het gebruik van de bovengrond. In hun gezamenlijke aanbod vragen zij een nieuw kabinet, medeoverheden en gebiedspartners om samen een klimaatrobuust watersysteem te realiseren. Dat kan door water sturend te laten zijn voor de ruimtelijke inrichting, water beter vast te houden, zuinig om te gaan met water en de waterkwaliteit te verbeteren én vervuiling te voorkomen.

De resultaten van de samenwerking in de waterketen zijn ver boven de verwachtingen. De ‘Staat van Ons Water 2019’ meldt dat de waterketen 680 miljoen euro bespaarde sinds 2011. In het Bestuursakkoord Water is zelfs een jaarlijkse besparing opgenomen van 450 miljoen euro vanaf 2020.

Het Bestuursakkoord Water (BAW) van 2011 bevat afspraken over samenwerking door gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in de waterketen. Het gaat om vermindering van kostenstijging, het verhogen van kwaliteit (professionaliteit) en het verminderen van kwetsbaarheid.

Dankzij samenwerking in de keten is de lastenontwikkeling voor huishoudens en bedrijven zeer gematigd gebleven. Zowel de riool- en zuiveringsheffing van de gemeenten en waterschappen als de tarieven van de drinkwaterbedrijven zijn in de periode 2011 tot 2019 duidelijk onder de prognoses gebleven.

Sander Mager, bestuurslid Unie van Waterschappen: ‘Dit is een resultaat om trots op te zijn en bovendien een geweldige illustratie van het effect van goede samenwerking.’

Kostenbesparing

Uit de jaarlijkse voortgangsmonitor bij de 49 regio’s blijkt dat de samenwerking in de waterketen voor gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschappen een bedrag van 560 miljoen euro oplevert.  Deze kostenbesparing komt hoofdzakelijk door de maatregelen die bij de samenwerking gezamenlijk zijn genomen in samenwerkingsovereenkomsten in de regio’s. Voor 2020 halen nagenoeg alle regio’s hun ambitie.

De voortgang bij verbeteren kwaliteit en verminderen van kwaliteit is in lijn met de gestelde ambities in de regio’s. De Aanvullende Afspraken op het Bestuursakkoord Water van 31 oktober 2018 bevatten daarvoor enkele gerichte maatregelen. Zo worden in een digitaal te raadplegen overzicht alle wateropleidingen gepresenteerd..

Een duurzame dijkversterking met aandacht voor het landschap, een rioolwaterzuiveringsinstallatie die grondstoffen terugwint, een weg die regenwater buffert en een slimme vispassage: dat zijn de vier projecten die de Waterinnovatieprijs in ontvangst mochten nemen. De rode draad bij de winnaars? Hun bijdrage aan een toekomst- en klimaatbestendig Nederland.

De Waterinnovatieprijs is een initiatief van de Unie van Waterschappen en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank). Na een voorselectie van twaalf projecten in vier categorieën, koos de jury uiteindelijk vier winnaars: Kaumera, Ooijen en Wansum, Plasticroad en Smart Vislift. De rest van Nederland kon online meestemmen. Uiteindelijk won het project Zandige Oevers Houtribdijk de publieksprijs.

Over de winnaars

Schoon water – Kaumera

Iets als afval bestempelen is bij veel waterschappen een gepasseerd station: circulair denken is het nieuwe denken. En dat zie je terug bij de winnaar in de categorie Schoon water. Samen met partners heeft waterschap Rijn en IJssel de rioolwaterzuivering in Zutphen omgebouwd tot een ‘grondstoffenfabriek’ waar niet alleen schoon water maar ook de nieuwe biobased grondstof wordt gewonnen: Kaumera Nereda Gum. Waterschap Vallei en Veluwe bouwt in Epe ook een installatie. Met de opgedane kennis kunnen meer rioolwaterzuiveringen op de wereld omgevormd worden tot grondstoffenfabrieken die veel minder afval produceren, afvalwater hergebruiken, een biologisch afbreekbare stof leveren en zo energie, CO2 en kosten besparen.

Waterveiligheid – Ooijen en Wansum

Het mooie glooiende Limburgse landschap bleek in de jaren 90 bij Ooijen en Wanssum niet bestand tegen hoogwater van de Maas. Sindsdien zijn er allerlei noodmaatregelen getroffen, maar nu wordt er gewerkt aan een bestendige oplossing. Uitdagingen hierbij zijn het landschap zoveel mogelijk intact houden en het project zo duurzaam mogelijk uitvoeren. In opdracht van waterschap Limburg heeft Fugro samen met een uitgebreid consortium aan ingenieursbureaus dijken gemaakt met steile randen en flauwe taluds. Door deze bouw krijgt de natuur de kans om zich door te ontwikkelen en wordt het landschap in ere gehouden.

Door innovatief materiaalgebruik is het mogelijk om lokale grond uit de aanleg van de hoogwatergeul aan de Maas toe te passen, waardoor er sprake is van een duurzame dijkversterking met minder transportbewegingen.

Voldoende water – PlasticRoad

Van een nood een deugd maken. Dat typeert deze winnaar. Door klimaatverandering heeft Nederland steeds vaker te maken met hoosbuien. En omdat in steden zoveel verhard is, kan zo’n plotselinge grote hoeveelheid water slecht worden afgevoerd. PlasticRoad biedt een oplossing: wegen aanleggen die regenwater bufferen. Zelfs met een zeer hoge grondwaterstand is de PlasticRoad in staat 0,3 m3 per m2 aan water te bergen en te infiltreren. Daarnaast weegt de PlasticRoad maar 48 kg/m2: de lichtste verharding ter wereld.

Digitale transformatie – Smart Vislift

Visrijk water is gezond water. Waterschappen doen met vispassages veel moeite om vismigratie te bevorderen en zo de biodiversiteit in hun wateren een boost te geven, wat de waterkwaliteit ten goede komt. Het monitoren van de effectiviteit van deze vispassages was echter nooit goed op orde. Tot nu: Vislift B.V. en waterschap Rivierenland ontwikkelden de Smart Vislift die volledig online alle prestaties van en activiteit bij een vispassage monitort.

Publieksprijs-  Zandige oevers

De Houtribdijk is gebouwd in de jaren 60 en 70 om het Markermeer in te polderen. Omdat de dam niet meer voldoet aan de waterveiligheidsnorm, wordt deze door Rijkswaterstaat versterkt. Dit gebeurt aan één kant van de dijk met grote zandpakketten tegen de dijk. Het zand breekt de kracht van de golven, zodat de dijk het hele IJsselmeergebied kan blijven beschermen tegen opstuwing en golven. Daarnaast komt er door deze zandige oevers meer biodiversiteit: de zachte overgang trekt ander waterleven aan dan de harde versterking die al volop in het IJsselmeergebied te vinden is. Dit komt ook de waterkwaliteit van het IJsselmeer ten goede.

Waterschappen zuiveren afvalwater steeds efficiënter en houden daarbij steeds minder slib als restafval over. Ook wordt het gezuiverde water steeds schoner en zijn de kosten voor de zuivering van het afvalwater gedaald. Dat blijkt uit de Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer (BVZ) 2018.

Waterschappen slagen erin om de zuivering van afvalwater goed, efficiënt en duurzaam uit te voeren. De prestaties zijn van hoog niveau, de kosten stijgen eigenlijk niet en uit het afvalwater worden energie en grondstoffen zoals struviet, cellulose en bioplastics teruggewonnen. Ook kijken waterschappen naar mogelijkheden voor hergebruik van zoet water. Door steeds betere en efficiëntere processen blijft er steeds minder restafval over.

Uitdagingen

‘Hoewel de zuiveringstaak op dit moment landelijk goed op orde is, moeten waterschappen er hard aan blijven werken om dit niveau van dienstverlening in de toekomst voort te kunnen zetten’,  aldus Rogier van der Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen. De infrastructuur vraagt aandacht om in de toekomst goed te kunnen blijven functioneren.’

Van der Sande: ‘Steeds hevigere buien stellen ons voor grotere uitdagingen bij de afvoer. En ook andere ontwikkelingen zorgen de komende jaren voor uitdagingen in het zuiveringsbeheer. Denk aan de aanvoer van bijvoorbeeld medicijnresten en microplastics, of aan de beperkingen rond de slibverwerkingscapaciteit. Hoewel de slibproductie is afgenomen, is er momenteel nog steeds krapte op de slibverbrandingsmarkt. De waterschappen blijven volop inzetten op verduurzaming via de energie- en grondstoffenfabrieken. Zij gebruiken de BVZ om de opgaven waar ze voor staan beter en efficiënter op te pakken.’

Hoge prestaties

In 2018 waren de zuiveringsinstallaties 99,99 procent beschikbaar. Dat betekent dat de gevolgen van storingen nauwelijks merkbaar waren voor de omgeving. Waterschappen slaagden er voor 96,9 procent in om zich te houden aan de met gemeenten afgesproken hoeveelheden af te nemen afvalwater. Ook voldeden ze voor 97,8 procent aan de kwaliteitseisen voor de lozing van gezuiverd afvalwater. De verwijdering van stikstof en fosfaat uit het afvalwater voldoet ruimschoots aan de wettelijke normen.

In 2018 kwam er negen procent minder afvalwater de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) binnen. Hoewel er dus minder afvalwater was, troffen de waterschappen hier drie procent meer vervuiling in aan dan in 2015. Toch lukte het de waterschappen om vier procent minder slib over te houden als restafval.

Kosten gedaald

De kosten van de zuivering van afvalwater zijn met 2,1 procent gestegen ten opzichte van 2015, het jaar van de vorige bedrijfsvergelijking. Deze stijging is kleiner dan de inflatie van 3,4 procent, wat betekent dat de kosten eigenlijk zijn gedaald. Lagere energiekosten als gevolg van de eigen energieopwekking hebben hierbij een rol gespeeld. Er is wel sprake van hogere kosten voor de eindverwerking van het restafval van de afvalwaterzuivering.

Cijfers

Het afvalwater van alle huishoudens en een groot deel van de bedrijven wordt op de rwzi’s van de 21 Nederlandse waterschappen gezuiverd en teruggebracht in de natuur. De waterschappen beheren in totaal 323 rwzi’s. De totale hoeveelheid afvalwater bedroeg in 2018 bijna 1,8 miljard kubieke meter. Het wordt getransporteerd met behulp van ruim 2.300 rioolgemalen door bijna 7.800 kilometer transportleiding van de waterschappen.

Hier vindt u meer informatie over de BZW

De waterschappen zijn blij met de aandacht voor water in de Miljoenennota. De uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengen zetten het werk van de waterschappen op scherp. De Unie van Waterschappen roept op om in het aangekondigde Investeringsfonds voldoende middelen beschikbaar te stellen voor waterbeheer en klimaatadaptatie.

Rogier van der Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen: ‘De scenario’s gaan uit van zeespiegelstijging en frequenter extreem weer. De praktijk laat zien dat droogte en wateroverlast al aan de orde van de dag zijn en tot grote schade leiden. Om te kunnen blijven zorgen voor stevige dijken en voldoende, schoon water moeten we als waterschappen dan ook alle zeilen bijzetten. Daarbij zijn investeringen nodig voor de lange termijn.’

Circulaire economie

Het kabinet maakt in 2020 eenmalig tachtig miljoen euro vrij om circulaire projecten te stimuleren die ook CO2-reductie opleveren.  En acht miljoen euro voor programma’s die de overgang naar een circulaire economie in verschillende sectoren moeten bevorderen. Waterschappen werken volop mee aan de ambitie om te komen tot een klimaatneutraal en circulair Nederland in 2050. Ze zijn koplopers op het gebied van het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater zoals fosfor, cellulose, alginaat, bioplastics en biomassa en ook zoet water. Daarnaast reduceren waterschappen de CO2-uitstoot fors door steeds meer circulair en klimaatneutraal in te kopen, te ontwerpen en te bouwen.

Inzet op duurzaamheid

De waterschappen waarderen de aandacht voor een gezonde bodem en het tegengaan van bodemdaling in de Miljoenennota. Er komt extra geld beschikbaar om maatregelen uit het Klimaatakkoord uit te voeren. Deze middelen komen boven op de Klimaatenvelop die bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld. Waterschappen hebben een actief klimaat- en energiebeleid om zoveel mogelijk bij te dragen aan het verantwoord omgaan met energie en grondstoffen.

Van der Sande: ‘In 2025 willen de waterschappen energieneutraal zijn. We zijn al één van de grootste leveranciers van biogas in Nederland, plaatsen windmolens en zonneweiden en bieden met aquathermie een kansrijk alternatief voor aardgas.’

Waterkwaliteit

Het gaat steeds beter met de waterkwaliteit in Nederland, maar we zijn er nog niet. In het water zitten nog geregeld te veel gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen, evenals andere chemische stoffen, medicijnresten en microplastics. De waterschappen zijn blij met de extra middelen van 38,8 miljoen euro van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het stimuleren van de toepassing van maatregelen bij agrariërs binnen de Delta-aanpak Waterkwaliteit.

De Stichting Schilthuisfonds benoemde Herman Havekes van de Unie van Waterschappen tot bijzonder hoogleraar voor de nieuwe leerstoel Publieke organisatie van het (decentrale) waterbeheer aan de Universiteit Utrecht.

Peter Glas, voorzitter van de Stichting Schilthuisfonds: ‘Wereldwijd neemt de aandacht voor de bestuurlijk-organisatorische aspecten van duurzaam waterbeheer sterk toe. Nederland speelt een belangrijke rol bij de uitwisseling van kennis en ervaring. Vanwege zijn verregaande kennis over de organisatie van het decentrale waterbeheer in Nederland ziet het Schilthuisfonds in de heer Havekes een uitstekende kandidaat om deze nieuwe leerstoel vorm te geven. Zowel voor het onderwijs als het onderzoek, en in de verbinding met de praktijk, liggen er duidelijke kansen.’

Nieuwe leerstoel

De benoeming van Havekes is voor de periode van 1 september 2019 tot 1 september 2024 aan de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie. De nieuwe leerstoel is gericht op de institutionele aspecten van het waterbeheer en in het bijzonder de publieke organisatie ervan. Het is de bedoeling dat de leerstoel nadrukkelijk de relatie met de praktijk van het waterbeheer legt.

Havekes is staats- en bestuursrechtkundige en werkzaam als strategisch adviseur van bestuur en directie bij de Unie van Waterschappen. In 2009 promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op het thema functioneel decentraal waterbestuur en is hij door de minister van Infrastructuur en Milieu onderscheiden met de Schilthuispenning.

Bij de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen is het voor het tweede jaar op rij net zo droog als in 1976. 1976 is landelijk gezien het droogste jaar ooit gemeten.

Door het wisselvallige weer verschillen de gevolgen van het neerslagtekort sterk per regio. In Twente en de Achterhoek zijn inmiddels de waarden uit 1976 na vorig jaar opnieuw bereikt. Dat heeft grote gevolgen voor de landbouw en natuur. Daarom zijn er in deze regio’s onttrekkingsverboden ingesteld voor oppervlaktewater. In de omgeving van kwetsbare natuurgebieden zijn er ook onttrekkingsverboden voor grondwater om de natuur te beschermen.

Droog

In het oosten en zuiden van het land is de afgelopen weken aanhoudend minder neerslag gevallen dan in de rest van Nederland, terwijl zij afhankelijk zijn van neerslag voor hun watervoorziening. Er is namelijk geen aanvoer vanuit de rivieren en kanalen mogelijk op deze hoge zandgronden. Het aantal beken dat droogvalt neemt toe. Neerslag is nodig om tot verbetering van de situatie te komen.

Ook de grondwaterstanden in het zuiden en oosten, die voor deze tijd van het jaar al zeer lagen waren, nemen verder af. Dit komt mede door de warmte van de afgelopen week.

Grote verschillen

Landelijk gezien ligt het neerslagtekort op 176 millimeter. Dat is meer dan het langjarig gemiddelde voor eind juli (circa 100 millimeter), maar aanzienlijk minder dan in 2018 en 1976 (circa 250 millimeter). Verdeeld over het land zitten er echter grote verschillen in het neerslagtekort. In het oosten van Nederland, met name in Twente en de Achterhoek, is het neerslagtekort het grootst: 269 millimeter in Twente en 242 millimeter in de Achterhoek. Dit is, net als eind juli vorig jaar, gelijk aan de situatie zoals die in 1976 was.

Hein Pieper, dijkgraaf waterschap Rijn en IJssel en vicevoorzitter Unie van Waterschappen: “We hebben hier in de Achterhoek en Liemers ook dit jaar weer te maken met extreme droogte. De waterstanden staan erg laag, deze standen zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar rond deze tijd en met het tekort in 1976. Deze regio heeft het dus 2 jaar achter elkaar zwaar te verduren. Sinds 18 juli is het al verboden om water te halen uit beken, rivieren en vijvers om bijvoorbeeld te sproeien. Ook mag er geen grondwater opgepompt worden in twee kwetsbare natuurgebieden: Stelkampsveld en de Zumpe. Rijn en IJssel blijft er alles aan doen om het water zo lang mogelijk vast te houden en de regen die er valt op te vangen, zodat deze in de grond kan trekken.’

De waterschappen gaan de komende jaren zo’n honderd miljoen euro per jaar meer investeren. Ze doen dit vooral om de gevolgen van klimaatverandering voor het waterbeheer op te vangen. Met de investeringen spelen de waterschappen in op de gevolgen van de klimaatverandering. Ook proberen ze die gevolgen te beperken.

Waterschappen heffen eigen belastingen om te zorgen voor veilige dijken, niet teveel en niet te weinig water en het zuiveren van afvalwater. De waterbeheerders moeten investeren om in te spelen op ontwikkelingen zoals extremer weer, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking, verzilting en aangescherpte milieunormen. Uit gegevens van de Unie van Waterschappen (UWV) blijkt dat ze samen gemiddeld 1,5 miljard euro per jaar investeren in de periode 2019-2022. Dat is zo’n honderd miljoen euro per jaar meer dan in de plannen die een jaar geleden voor de komende vier jaar werden gemaakt.

Klimaat- en energiebeleid

‘We merken de negatieve gevolgen van de klimaatverandering als eerste in ons dagelijks werk”, zegt Toine Poppelaars, bestuurslid van de UWV. ‘We zorgen voor afvoer van water bij extreme buien en het vasthouden van water in tijden van droogte. Maar zonder bestrijding van de oorzaak is het dweilen met de kraan open. Daarom hebben we een ambitieus klimaat- en energiebeleid, waarbij we duurzame energie opwekken en inzetten op een meer circulaire economie. Door als sector klimaatneutraal te zijn in 2025, willen de waterschappen een belangrijke bijdrage leveren aan het Nationaal Klimaatakkoord dat nog wordt afgesloten.’

2,9 miljard euro

In 2019 brengen de waterschappen in heel Nederland 2,9 miljard euro aan belastinggeld in rekening. Een gezin van vier personen met een eigen woning van twee ton betaalt dit jaar gemiddeld 327 euro aan waterschapsbelasting, zeven euro meer dan in 2018. Dit is een gemiddelde stijging van 2,1 procent, iets onder het inflatieniveau van 2,4 procent. De tarieven voor de waterschapsbelastingen worden vastgesteld door het waterschapsbestuur. Door op 20 maart te stemmen voor de waterschapsverkiezingen hebben kiezers invloed op de keuzes die hierbij gemaakt worden.

Dashboard Waterschappen

De UVW maakt de belastingen en de kosten van de waterschappen transparant en inzichtelijk via een interactief belastingendashboard. Hierin is per waterschap te zien wat er aan belasting wordt opgehaald en waar het geld aan wordt besteed.

 

Deze week startte een pilot op de rioolwaterzuivering in Aarle-Rixtel om meer medicijnresten uit het afvalwater te verwijderen. Het Rijk stelde zestig miljoen euro beschikbaar voor pilots rond de verwijdering van medicijnresten uit het afvalwater. Waterschap Aa en Maas hoopt via oxidatie met ozon en de combinatie van UV en waterstofperoxide tachtig procent van de medicijnresten te kunnen verwijderen.

De Nederlandse bevolking gebruikt steeds meer geneesmiddelen, onder meer door de vergrijzing. Een deel van die geneesmiddelen komt via het toilet in het riool terecht. Dit leidt tot medicijnresten in het oppervlaktewater, omdat de rioolwaterzuiveringen van de waterschappen de resten maar voor een deel kunnen verwijderen.

De watersector zoekt daarom samen met de zorgsector naar methodes om de medicijnresten beter uit het afvalwater te kunnen verwijderen. De pilot in de waterzuivering in Aarle-Rixtel, van waterschap Aa en Maas, is daar onderdeel van. In totaal doen twaalf waterschappen mee aan pilots om medicijnresten uit het afvalwater te verwijderen.

Ingrid Ter Woorst, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: ‘In deze pilots gaan we aan de slag om kennis en ervaring op te doen: om te kijken hoe de techniek in de praktijk werkt en hoe het ecosysteem er baat bij heeft.’

Pilots

Vanuit het Rijk is 60 miljoen euro voor pilots rond de verwijdering van medicijnresten uit het afvalwater beschikbaar gesteld. De waterschappen betalen een deel van de kosten van de pilots zelf. Afhankelijk van de resultaten kan dit leiden tot besluitvorming rond de rioolwaterzuivingsinstallaties.

Waterschap Aa en Maas krijgt van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 400.000 euro voor pilotinstallaties in Aarle-Rixtel, in totaal een project van 800.000 euro, waarbij Aa en Maas zelf de helft financiert. Bij de twee installaties wordt oxidatie met ozon vergeleken met UV-H2O2 (UV-licht in combinatie met waterstofperoxide) om zo te bekijken of het lukt om tot tachtig procent medicijnresten uit het water te  verwijderen.

De zuiveringsinstallatie in Aarle-Rixtel – één van de grotere zuiveringen in het gebied van Waterschap Aa en Maas – zuivert rioolwater en loost het daarna op de rivier de Aa, dat vanuit daar richting de Maas stroomt. Omdat het Maaswater wordt gebruikt als drinkwaterbron en medicijnresten slecht zijn voor in het water levende organismen, is het van belang dat er niet teveel medicijnresten in zitten.

Hotspotanalyse

In 2017 is een landelijke hotspotanalyse uitgevoerd. Op basis van kengetallen laat deze analyse zien waar en op welke rioolwaterzuiveringen de kwaliteit van het oppervlaktewater het meest wordt beïnvloed en waar het zinvol kan zijn om maatregelen te nemen. Rwzi Aarle-Rixtel is één van die hotspots.

In het regeerakkoord is geld vrijgemaakt om door ‘lerend te implementeren’ ook daadwerkelijk maatregelen te kunnen nemen. In nauw overleg tussen het ministerie en de waterschappen is de bijdrage voor lerend implementeren in een subsidieregeling uitgewerkt. Het principe ‘doen, leren en continue verbeteren’ staat hierbij centraal. Hierbij leveren de waterschappen ook een structurele financiële inspanning.

Twaalf waterschappen hebben in een ‘Community of Practice’ nu gezamenlijk de kennis en ervaring op het gebied van medicijnrestverwijdering vertaald naar hun eigen rioolwaterzuiveringen. Door technieken toe te passen die nieuw zijn voor de Nederlandse zuiveringspraktijk, kan ervaring worden opgedaan, geleerd, bijgestuurd en tegelijk resultaat worden geboekt voor het waterleven en de drinkwatervoorziening. Maar niet alleen op het gebied van de technieken wordt vooruitgang geboekt. Ook de monitoring van de biologische effecten is onderdeel van het ‘lerend implementeren’ en de bijdrageregeling.