Deltavisie Archieven - Utilities

Energiebedrijf Uniper en het Havenbedrijf Rotterdam sloten een overeenkomst voor de productie van groene waterstof op Uniper’s Maasvlakte-locatie. Deze plannen borduren voort op de uitkomsten van een recente haalbaarheidsstudie en sluiten ook aan op de geplande nieuwe waterstofinfrastructuur en de groeiende vraag naar duurzame waterstof vanuit de Rotterdamse petrochemische industrie.

De overeenkomst, vastgelegd in een memorandum of understanding (MOU), is een mijlpaal in de verdere ontwikkeling van de waterstofwaardeketen in de Rijnmond regio. Eerder al werd bekend dat maar liefst de helft van alle Nederlandse IPCEI waterstofprojecten in Rotterdam wordt ontwikkeld. Uniper’s project staat ook op die Nederlandse IPCEI-shortlist.

De gezamenlijke haalbaarheidsstudie die recent werd afgerond, toont aan dat de Uniper-locatie op de Maasvlakte bij uitstek geschikt is voor grootschalige productie van groene waterstof met behulp van stroom van Noordzee-windparken. Het plan is om de waterstoffabriek van Uniper aan te sluiten op de HyTransport.RTM-pijpleiding door de Rotterdamse haven. Daarmee krijgt de Uniper-fabriek ook een verbinding met de nationale waterstofinfrastructuur en de Delta Corridor-buisleidingenbundel. Dit laatste project wil voorzien in de levering van waterstof aan chemieclusters in Moerdijk en Geleen (Chemelot) en aansluitend in Noordrijn-Westfalen.

CO2-reductie

De industrie in Rotterdam gebruikt circa 77PJ aan waterstof per jaar (circa 40% van het totale Nederlandse waterstofgebruik). De overstap van grijze naar groene, duurzame waterstof door de Rotterdamse industrie voor het maken van schonere brandstoffen en als grondstof in de chemie leidt dus tot een forse CO2-reductie. In combinatie met de import van duurzame waterstof, opslagcapaciteit en het (inter)nationale waterstof-transportnetwerk kan het uiteindelijk leiden tot een volledige uitfasering van grijze waterstofproductie in Rotterdam.

Een belangrijke volgende stap in het Uniper-project betreft de front-end engineering & design (FEED) studie die op dit moment wordt aanbesteed. Die studie duurt ongeveer negen maanden en levert een belangrijke verdiepingsslag op het conceptuele ontwerp van de electrolyse-installatie. Die zal een capaciteit van 100 MW krijgen bij de start met een toekomstige uitbreiding naar 500MW capaciteit. De studie zal ook meer informatie geven over de planning en de begroting van het project. Aan de hand van deze uitkomsten kan de eerste fase van deze elektrolyse-fabriek worden aanbesteed aan diverse specialistische leveranciers en contractors.

Tegelijkertijd wordt binnenkort begonnen met de aanvraag van de benodigde vergunningen, het verkrijgen van (financiële) steun van diverse overheden, het sluiten van overeenkomsten met alle relevante partners in de waardeketen en de voorbereiding van een investeringsbesluit in 2022.

Het team van Deltavisie is trots op een voorprogramma met slimme innovaties en disruptieve oplossingen die nu al worden ingezet. Met dynamische asset management visualisatie, virtual reality trainingen en drone inspecties in besloten ruimtes verhogen CEA Systems, Sitech en Terra Inspectioneering de veiligheid, efficiency en prestaties van kostbare assets. In drie interactieve Talkshows geven de partners inzicht in hun innovatieve oplossingen.

Donderdag 17 juni staat Deltavisie 2021 in het teken van Smart. In het voorprogramma, van 11.30 tot 12.40 toont een drietal partners welke slimme technieken zij inzetten voor training, inspecties en asset management. Schrijf u dus snel in, kijk online mee met de live talkshows en stel uw vragen via de live chat.

Programma

11.30 – 11.50 Slimme datavisualisatie – CEA Systems

Tijdens Deltavisie spreekt Thomas Koop van CEA Systems over de dynamische visualisatie van assets in complexe omgevingen.

Het succes van complexe organisaties binnen de procesindustrie is steeds meer afhankelijk van accurate asset data. Wanneer bedrijven de asset data echter niet goed structureren en beheren, verliezen ze veel tijd en geld. CEA Systems vond een manier om een slimme visualisatie van asset data te maken. En ze gebruikt die gegevens om waardevolle asset data informatie effectief en efficiënt op te slaan, te beheren en te delen. De slimme software integreert verschillende gegevensbronnen, met gerelateerde asset data, in één gemeenschappelijke locatie. Daardoor kunnen veranderingen niet onopgemerkt blijven. Zo krijgt de gehele organisatie continu toegang tot one source of thruth,  waar documentatie en certificaten van assets, inclusief slimme 2D- en 3D-modellen, altijd toegankelijk zijn.

11.55 – 12.15     Virtueel trainen – Sitech en Goal043

Sebastiaan de Reede van Sitech en Jeroen Trienes van Goal043 spreken over de mogelijkheden die VR-trainingen bieden voor de industrie.

Wie werkzaamheden op een chemische site moet uitvoeren, krijgt vaak ter plekke veiligheidsinstructies of moet een proef van bekwaamheid doorlopen. Dat is behoorlijk tijdrovend, terwijl tijd bij een turn around juist schaars is. Sitech services ontwikkelde met serious games ontwikkelaar Goal043 het smart learning management platform ENTER voor effectief trainen en onboarden. Met ENTER krijgen medewerkers van tevoren instructies over veiligheid en regels, wat niet alleen de veiligheidscultuur verstevigt, maar ook kostbare tijd bespaart bij bijvoorbeeld een turn around. Voor het opleiden van eigen personeel voegde Sitech Virtual Reality builder toe. Daarmee kunnen gebruikers zelfstandig een virtuele training maken aan de hand van 3D-scans van de eigen fabriek. Hiervoor is geen softwareontwikkelaar nodig. Fabrieken kunnen zo de opleidingstijd verkorten door situaties te oefenen die niet vaak voorkomen.

12.20 – 12.40 Drone inspecties – Terra Inspectioneering

Marien van den Hoek en Pieter Raes spreken over de inzet van drones bij inspecties in besloten ruimtes.

Waar bedrijven vroeger stellingen moesten bouwen voor visuele inspecties op hoogte, kunnen drones dit werk veel sneller uitvoeren. Terra Inspectioneering legt de lat echter nog een stuk hoger door ook in besloten ruimtes ook metingen uit te voeren. Het kostte jaren van ontwikkeling, maar inmiddels is het gelukt om drones in te zetten voor het meten van wanddiktes en volledig visualiseren van degradaties met 3D-technologie. En dat op plekken waar normaal gesproken geen mensen in mogen of alleen met zeer zware veiligheidsmaatregelen. Daarmee maakt Terra Inspectioneering inspecties en metingen veiliger, korter en dus ook goedkoper.

Schrijf u snel in voor zowel het hoofdprogramma als het voorprogramma van Deltavisie 2021.

In het derde en laatste deel van Deltavisie 2020 hadden we een inspirerend gesprek over de industrie en het klimaat. Zijn chemische bouwstenen en energie gewoonweg niet te goedkoop om een goede transitie te maken? En de aandelenbeurzen te grillig? Misschien wel de meeste aandacht ging uit naar de bekendmaking van de Plantmanager of the Year. En de oproep om een dreamteam te vormen om de industrie meer te laten zien.

Tot het laatste moment was het spannend afgelopen donderdag. Wie zou de Plantmanager of the Year 2020 worden. In de pitches lieten Ann Geens, Mirjam Verhoeff, Harry Talen en Lennard Luijt nog één keer het achterste van hun tong zien. Over het belang van feminien leiderschap, digitalisering, openheid van de industrie en het bereiken van jonge generaties. Immers de industrie heeft  nieuwe aanwas nodig voor de toekomstige uitdagingen. Kijk dit programma-onderdeel van Deltavisie 2020 nu terug. 

Feminien leiderschap, digitalisering, energietransitie en het enthousiasmeren van mensen die de toekomst vorm moeten geven. Dat en meer kwamen voorbij in een boeiende online talkshow met de kandidaten voor de verkiezing van de Plant Manager of the Year 2020. Ook de zittende, Marinus Tabak, zat aan de virtuele tafel. Ook hij moest aan de bak met een actuele vraag over de inzet van biomassa als energiedrager. Kijk de uitzending nu terug.

Diverse media besteden vandaag aandacht aan het onderzoek van het Ministerie van EZK naar mogelijkheden om in Nederland versneld meer CO2 te besparen om te voldoen aan de zogenoemde Urgenda uitspraak. Daarin spreekt men ook over het op korte termijn sluiten van de Eemshavencentrale. Daarvan is echter geen sprake.

Het nieuws werd vanochtend gebracht door NRC Next en is overgenomen door DvhN. Daarin wordt de suggestie gewekt dat wordt gesproken over de sluiting van de Eemshavencentrale.

‘Zoals alle grote bedrijven is ook RWE in regelmatig overleg met de overheid over bijdragen aan het behalen van klimaat- en energietransitie doelen’, aldus Taco Douma. ‘Versnelde sluiting van RWE centrales maakt hier geen onderdeel van uit.’

Marinus Tabak, plantmanager van de Eemshaven: ‘We laten met biomassaprojecten op de Amer en de Eemshaven juist zien hoeveel wij kunnen bijdragen aan het Urgenda vonnis. Deze projecten leveren veruit de grootste bijdrage aan CO2 reductie in Nederland. Daar moeten we op vertrouwen. En in deze tijden van crisis is het eens te meer duidelijk wat voor vitale rol wij spelen.’

CO2-afvang en opslag

Marinus Tabak werd vorig jaar nog verkozen tot Plantmanager of the Year. In een interview met het vakblad Petrochem vertelde hij dat de kolencentrale in de Eemshaven, waarover hij de scepter zwaait, voor een ombouw staat naar biomassa als brandstof. ‘Afval dat bijna nergens anders meer voor kan worden gebruikt’, voegt hij er direct aan toe. Vooral om niet meteen in een andere felle discussie over het verbranden van biomassa terecht te komen.

En daarmee is de kous nog niet af. Er zijn inmiddels plannen om straks de CO2 van de centrale af te vangen. Tabak: ‘We zijn straks niet CO2-neutraal, maar zelfs CO2-negatief. We willen een technologie toepassen waarmee we negentig procent van de kooldioxide kunnen afvangen. Twintig procent gaat dan naar BioMCN een eindje verderop op Chemiepark Delfzijl dat er methanol van kan maken door het aan waterstof te binden. En we zoeken ook een oplossing voor de overige zeventig procent. Mogelijk gaan we die ondergronds opslaan.’

De uitdaging is duidelijk: industrie en infrastructuur hebben technici nodig om de boel draaiende te houden en de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. Denk aan de energietransitie en het creëren van economische stabiliteit. Dat kan alleen als de jongere generatie geïnspireerd raakt om in de techniek te werken. Daarom zijn er voorbeelden nodig. Techniekhelden dus. Heb jij een collega die verschil maakt en jongeren kan inspireren? Meld hem of haar dan aan!

Op de vraag wat de belangrijkste assets van een bedrijf zijn, volgt regelmatig het antwoord: de medewerkers. Terecht, want zonder goede vakmensen zijn we nergens. En de mensen die net een beetje meer doen dan van ze wordt gevraagd, zijn de ware helden. Al zullen ze zichzelf nooit zo noemen. Ze doen ‘gewoon hun werk’.

Verhalen inspireren jongeren

Toch willen we deze medewerkers in het zonnetje zetten. Deze mannen en vrouwen verdienen een podium. Met een artikel in het magazine iMaintain willen we deze vakmensen hun verhaal laten doen. Waar zagen zij een uitdaging en hoe zijn zij hier mee omgegaan? En niet onbelangrijk: wat heeft dit opgeleverd? Door deze serie verhalen onderstrepen we met elkaar dat het werk van deze medewerkers van grote betekenis is voor het bedrijf en laten we zie hoe interessant het beroep van technicus is.

Maar het gaat verder dan dat! Verhalen inspireren jongeren om voor deze boeiende, uitdagende wereld te kiezen. Dat kan belangrijk zijn voor uw bedrijf, en zeker voor de hele industriële sector.

Positief daglicht

Dat willen we ook doen met de verkiezing van de Techniekheld. Op 18 september, tijdens het iMaintain-congres in Velsen-Noord, wordt de Techniekheld 2020 verkozen. Een jury kiest uit alle bijzondere verhalen een shortlist van kandidaten. Van de finalisten wordt vervolgens een inspirerende film gemaakt, die de Techniekheld, het bedrijf waar hij/zij werkt en zelfs de hele industrie positief in het daglicht zet.

En natuurlijk rijst de vraag: Wie van hen krijgt tijdens het iMaintain-congres de award?

Aanmelden

Zit je na het lezen van dit artikel aan een medewerker te denken? Bijvoorbeeld een (onderhouds)monteurs, een operator, een machinist of een engineer? Is hij/zij mbo of maximaal hbo-geschoold en vind je dat hij/zij aandacht verdient, en misschien wel een nominatie voor de verkiezing? Meld je collega dan nu aan door een mail te sturen naar redactie@industrielinqs.nl. Vermeld waarom je deze man of vrouw een ware techniekheld vindt, en geef zijn of haar telefoonnummer of en/of email-adres door. Wij zijn benieuwd naar alle verhalen en hopen dat we op deze manier, samen met de industrie, het vakgebied van technicus de aandacht kunnen geven die het verdient.

Wie volgt Pip van Dijk op?

Vorig jaar werd Pip van Dijk van chemiebedrijf Cabot uitgeroepen tot Techniekheld 2019. De eerste keer dat de award werd uitgereikt. Pip is altijd bezig met techniek. Als hij klaar is bij Cabot, sleutelt hij aan zijn motor of aan de oude mijnenveger van de marine die hij met zijn vereniging heeft gekocht en waar ze rondvaarten mee doen. Zijn enthousiasme en kennis over techniek brengt hij graag over op zijn – vaak jongere – collega’s. Volgens hen is hij een inspirerende en motiverende voorman.

Pip vindt techniek het mooiste dat er is en probeert dat over te brengen op anderen. ‘De jongens die nu worden opgeleid tot operator krijgen vooral veel les in rekenen en het werken met een computer, maar echt onderhoud aan machines doen ze niet meer. Dat wordt uitbesteed aan andere afdelingen. Ik vind het mooi om aan degenen die een Vapro A of B diploma hebben behaald uit te leggen hoe installaties werken. Het is jammer, want ze weten zelf niet meer hoe ze de meest simpele handelingen moeten doen. Dat mis ik in de huidige technische opleidingen. Bij ons starten operators daarom ook in het veld, pas daarna komen ze achter het paneel terecht.’

De vrees dat minister Wiebes de waterstofambities van de industrie de grond  in drukt zijn onterecht. Groene waterstof krijgt kansen. De minister reserveerde in de Klimaatenvelop van de DEI een bedrag van zestig miljoen euro voor opslag en conversie. Daar valt ook waterstof onder. Ook SDE++ financiering voor waterstof sluit Wiebes niet uit, maar de minister wil wel een garantie hebben dat waterstofprojecten daadwerkelijk tot CO2-reductie leiden.

Onlangs stuurde een aantal initiators van waterstofprojecten een brandbrief naar minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. De bedrijven zijn namelijk bang dat de eisen om in aanmerking te komen voor een SDE++ subsidie te hoog gegrepen zijn. Ze vinden met name de emissiefactor van 183 gram per kilowattuur die het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert voor de productie van groene waterstof een doorn in het oog.

D66-raadslid Matthijs Sienot vroeg de minister om opheldering en kreeg vooral te horen dat het PBL-rapport nog niet definitief is. Daarbij liet de minister ook doorschemeren dat SDE++ subsidie voor groene waterstof nog niet definitief van de baan is.

CO2-reductie

Wiebes baseert zijn beslissing rondom groene waterstof op het definitieve rapport van het PBL over SDE++ voor CO2-reducerende opties dat in november verschijnt. Het concept-rapport gaat nog uit van een emissiefactor van 183 gram per kilowattuur. Deze emissiefactor is belangrijk omdat het doel van de SDE++ CO2- reductie is en het de vraag is hoeveel CO2-uitstoot de productie en inzet van waterstofer in totaal reduceert.

Vertrekpunt voor het PBL is dat in 2030 de voor elektrolyse benodigde elektriciteit nog niet volledig duurzaam is. Over tien jaar komt nog steeds een deel van de stroomvoorziening van gascentrales. Of waterstof daadwerkelijk groen is, is dan voornamelijk afhankelijk van het tijdstip dat de stroom wordt ingezet voor waterstofproductie.

Miljoenen euro’s

Wiebes: ‘In het Klimaatakkoord is een ambitieus waterstofprogramma aangekondigd met een gefaseerde aanpak. De focus ligt eerst op pilots en demonstratiefaciliteiten om opschaling en kostenreductie te ondersteunen. Uit de Klimaatenvelop is er voor opslag en conversie, inclusief waterstof, een bedrag oplopend tot zestig miljoen euro per jaar beschikbaar uit de DEI+-regeling. Er is hiermee ruime ondersteuning voor innovatieve waterstofprojecten.’

Aanlanding wind op zee

Wiebes zet bovendien in op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor waterstofprojecten. Onderdeel hiervan is onder andere het grootschalig stimuleren van hernieuwbare energie om straks ook voldoende groene waterstof te kunnen produceren.

De minister onderzoekt bovendien de rol die tenders voor wind op zee kunnen spelen in systeemintegratie. In het Klimaatakkoord wordt aangegeven dat in de toekomst opties zoals uitbreiding van interconnectie en conversie naar waterstof tot de mogelijkheden behoren voor een kosteneffectieve inpassing van meer wind op zee. Deze optie wordt volgens Wiebes nog onderzocht.

Deltavisie

Minister Eric Wiebes spreekt tijdens Eemsdeltavisie op woensdag 16 oktober in Delfzijl. De minister van Economische Zaken en Klimaat geeft zijn visie op de industrie in Noord-Nederland en gaat in gesprek met de zaal. Het congres wordt dit jaar georganiseerd in combinatie met Behind the Scenes van de VNCI.

Ik ben een bericht kader. Klik op de knop Bewerken om deze tekst te veranderen.

Gasunie heeft aan de minister Wiebes advies uitgebracht hoe de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk omlaag kan worden gebracht. In eerste instantie tot twaalf miljard kuub per jaar. Verder geeft het gastransportbedrijf een indicatie hoe de productie verder naar beneden kan. Zonder dat de leveringszekerheid  in gevaar komt. Een belangrijke maatregel is de bouw van een stikstofinstallatie bij Zuidbroek.

Een stikstofinstallatie voegt stikstof toe aan hoogcalorisch gas uit Nederlandse en buitenlandse bronnen, waardoor dit gas geschikt wordt gemaakt voor huishoudelijk gebruik. De nieuw te bouwen stikstofinstallatie maakt een reductie van circa 7 miljard m3 Groningen-gas per jaar (bij een koud jaar) mogelijk. Hierdoor kan direct na ingebruikname van de installatie begin 2022 het beoogde productieplafond van twaalf miljard kubieke meter gerealiseerd worden. Dit productieplafond van twaalf miljard kubieke meter is mede haalbaar doordat ook de vraag naar laagcalorisch gas vanuit Duitsland, Frankrijk en België vanwege de afbouw van de exportmarkt de komende jaren met twee miljard kuub per jaar afneemt. Gasunie zet de voorbereiding van de stikstofinstallatie nu in volle gang en start vandaag met de marktconsultatie hiervoor. Ook vindt verder overleg met de minister van EZK plaats over mogelijke aanpassing van wet- en regelgeving die benodigd is om de bouw van de stikstofinstallatie te kunnen realiseren.

Verdere verlaging gaswinning

Gasunie ziet nog meer mogelijkheden om de gaswinning uit het Groningenveld te verlagen. Door de inkoop van extra stikstof in combinatie met aanpassing van bestaande installaties is vanaf medio 2020 een extra besparing aan Groningengas mogelijk van 1 tot 1,5 miljard kuub per jaar, omdat daarmee de inzet van de bestaande stikstofinstallaties verhoogd kan worden. Bovendien levert de ombouw van de Nederlandse industrie naar hoogcalorisch gas een verlaging van de Groningenproductie op tussen 2,3 miljard en 3,4 miljard kuub per jaar. Het gasbedrijf onderzoekt eveneens of na de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie de gasberging in Norg geschikt gemaakt kan worden voor de opslag van laagcalorisch gas dat via menging met stikstof uit hoogcalorisch gas wordt gemaakt.

Gasunie heeft, samen met het ministerie van EZK en een klankbordgroep bestaande uit het Planbureau voor de Leefomgeving en TNO, bij de verschillende voorgestelde maatregelen een inschatting gemaakt van de hoeveelheid Groningengas die nodig is in een koud jaar.

Inzet hernieuwbare gassen

Door het vergroten van het aanbod van duurzame (hernieuwbare) gassen (groen gas, waterstof) kan een substantiële bijdrage worden geleverd aan het verminderen van de behoefte aan Groningengas. Gasunie stimuleert de inzet van hernieuwbare gassen, omdat zij minder CO2 uitstoten en daardoor de energietransitie helpen versnellen. Door de inzet van hernieuwbare gassen kan per 2025 ongeveer 1 miljard kubieke meter Groningengas per jaar vervangen worden. Het betreft de inzet van groen gas (via vergisting en vergassing) en een versnelde uitrol van superkritische watervergassing en vergistingsoplossingen. Gasunie heeft in 2017 samen met SCW Systems een demo-vergassingsinstallatie gebouwd in Alkmaar met als doel om deze nieuwe technologie ook op industriële schaal toepasbaar te maken.

Waterstof

Waterstof kan eveneens fungeren als een vervanger van aardgas. Er zijn volop ontwikkelingen op dit gebied. Vanaf ca 2025 zou duurzame waterstof (onder andere afkomstig van wind op zee) jaarlijks een hoeveelheid gas oplopend tot ongeveer zes miljard kubieke meter kunnen vervangen. Gasunie verkent samen met partners in het North Sea Wind Power Hub-consortium de mogelijkheden om grootschalige windprojecten op de Noordzee te combineren met productie, opslag en transport van duurzame energie in de vorm van waterstof.

Energiebesparing

Natuurlijk blijft energiebesparing door betere isolatie noodzakelijk om het energiegebruik snel terug te dringen. Daarnaast kan de inzet van warmtenetten en hybride warmtepompen de vraag naar aardgas helpen terugdringen. Gasunie is partner in de Warmtealliantie Zuid-Holland die een groot warmtenet in Zuid-Holland wil realiseren. Hiermee kunnen één miljoen huishoudens en een vergelijkbaar deel aan tuinbouw en industrie met (rest)warmte worden beleverd. Berekend is dat daardoor op jaarbasis circa 1 miljard kubieke meter aan Groningengas bespaard kan worden.

Operationele resultaten 2017

De rol van aardgas in de energiemix zal veranderen, maar op de korte en middellange termijn speelt aardgas in Nederland en Europa nog een belangrijke rol, onder andere als vervanger van kolen. Uit het jaarverslag 2017 dat Gasunie presenteert, blijkt dat de hoeveelheid getransporteerd aardgas met 1.213 terawattuur (124 miljard kuub) vorig jaar vrijwel op hetzelfde niveau bleef als in 2016 (1.236 terawattuur, 126 miljard kuub). Daarbij werd bijna honderd procent transportzekerheid gerealiseerd. In 2017 heeft één kortstondige onderbreking bij een afnemer plaatsgevonden. Daarnaast zijn de veiligheidsprestaties in 2017 verder verbeterd.

Om in 2017 de dalende productie van Groningen-gas op te vangen, heeft Gasunie 11 procent meer hoogcalorisch gas geschikt gemaakt voor gebruik door huishoudens en bedrijven dan in 2016. De inzet van kwaliteitsconversie door toevoeging van stikstof is sinds de daling van de Groningen-gasproductie flink gestegen: van 5,7 miljard kubieke meter in 2013 naar maar liefst 25,8 miljard kuub in 2017. Dat is net zoveel als het totale binnenlandse verbruik van laagcalorisch gas.

Financiële resultaten 2017

Over 2017 heeft Gasunie solide resultaten geboekt. De omzet daalde met 307 miljoen euro naar 1.241 miljoen euro. Deze daling werd met name veroorzaakt door een afname van de toegestane omzet van het gastransportbedrijf, regulatoire verrekeningen vanuit voorgaande jaren en afgenomen capaciteitsverkopen. Tegenover deze omzetdaling stond een daling van de lasten, voornamelijk als gevolg van lagere bijzondere waardeverminderingen. De gerapporteerde nettowinst is daardoor ten opzichte van vorig jaar met 76 miljoen toegenomen tot 259 miljoen euro.

Exclusief de bijzondere waardeverminderingen in 2016 en 2017 is sprake van een afname van de genormaliseerde nettowinst met 151 miljoen tot 370 miljoen euro, hetgeen voornamelijk is toe te schrijven aan bovengenoemde afname van de omzet. Het effect van de omzetafname werd gedeeltelijk beperkt door kostenbesparingen, lagere financieringslasten en een hoger resultaat op deelnemingen. Op basis van deze resultaten keert Gasunie aan haar aandeelhouder, de Nederlandse Staat, een dividend uit van 259 miljoen euro.

Tijdens Deltavisie 2018 op 7 juni in Spijkenisse spreekt Gasunie-bestuurder Ulco Vermeulen over de groene moleculen die in aantocht zijn. Hoe anticipeert het gastransportbedrijf daarop? Meer over Deltavisie 2018 en inschrijven.

De keynotes van Deltavisie 2018 op 7 juni zijn bekend. Zo spreekt Gasunie-bestuurder Ulco Vermeulen over de groene moleculen die in aantocht zijn. Hoe anticipeert het gastransportbedrijf daarop? Ook AkzoNobel loopt voorop in innovatie. Volgens directeur Energie Marcel Galjee kan de chemie een sleutelrol spelen in de energietransitie.

AkzoNobel wil gaag het voorbeeld geven. En met name de onlangs afgesplitste chemietak. In Rotterdam onderzoekt dit onderdeel samen met partners de mogelijkheden voor een fabriek dat methanol uit afval produceert. Ook is het chemie-onderdeel betrokken bij de bouw van een bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl. Op dezelfde locatie wil het samen met Gasunie grootschalig waterstof gaan produceren. Via elektrolyse van water.

Power-to-gas

Ook Gasunie ziet dus veel in groen waterstof. Volgens een recent rapport is grootschalige inzet van duurzaam geproduceerde  waterstof al over tien jaar realistisch. Gasunie bereidt zich daar nadrukkelijk op voor. Zo is het gastransportbedrijf een van de initiatiefnemers van een gigantisch energie-eiland op de Doggersbank, in de Noordzee. In de toekomst kunnen van daaruit enorme stromen waterstof richting de Rotterdamse industrie komen. En nu al is Gasunie betrokken bij projecten op het gebied van power-to-gas, bijvoorbeeld in Delfzijl en Zuidwending. Ook met groen gas maakt het concern vorderingen, bijvoorbeeld bij het project met superkritisch water in Alkmaar. Gasunie lijkt een koppositie in de energietransitie op te eisen.

Industry 4.o

Naast Vermeulen en Galjee spreekt ook Mark Haarman van Mainnovation tijdens Deltavisie. Zijn bureau onderzoekt momenteel de staat van de fabrieken in de Nederlandse petro- en chemische industrie. In opdracht van de overheid  brengt Mainnovation de toestand van onder meer leidingen, reactievaten, tanks en andere procesinstallaties in kaart. Wat treft het bureau aan? In een ander onderzoek analyseert het bureau de digitalisering in de industrie. Haarman: ‘Er wordt in ons land veel gesproken over de mogelijkheden van Industry 4.0, Internet of Things. De echte daden moeten nog komen.’

Meer over Deltavisie 2018 en inschrijven.