European Industry and Energy Summit Archieven - Utilities

Ørsted en TotalEnergies bundelen hun krachten bij de aanbesteding voor de offshore windparken Hollandse Kust West. Beide bedrijven doen voorstellen om een netto-positieve impact voor biodiversiteit en het Nederlandse energiesysteem te realiseren. De offshore windparken komen circa 53 kilometer uit de Nederlandse kust te liggen en krijgen een gezamenlijk vermogen van ongeveer 1,5 GW.

Ørsted en TotalEnergies zullen bijdragen aan de Nederlandse doelstelling om in 2050 meer dan zeventig gigawatt offshore windcapaciteit gerealiseerd te hebben voor elektriciteits- en waterstofproductie. Ørsted zet in op duurzame en milieuvriendelijke bouw en onderhoud  en een netto positieve impact op de biodiversiteit in 2030. De Denen zijn al eigenaar van windpark Borssele 1 en 2. TotalEnergies zet zijn expertise in offshore-activiteiten en zijn positie als geïntegreerd energiebedrijf in Nederland in. Dat doet het met een investeringsprogramma voor groene energie en waterstofproductie.

Ook RWE, Vattenfall en Shell/Eneco hebben inmiddels een bod uitgebracht op het offshore windpark

Ecologie

Het bod voor kavel  VI verandert de manier waarop windparken zich verhouden tot ecologie. In het bod zijn nieuwe maatregelen, een monitoringsprogramma en een samenwerking met kennisinstituten, universiteiten en milieuorganisaties opgenomen. Hierdoor kan de juiste kennis worden opgebouwd en kunnen nieuwe technologieën worden uitgerold die nodig zijn om windparken vanaf nu de natuur te laten versterken.

Waterstof

Zeeland is het grootste waterstofcluster van Nederland. Met 600 megawatt elektrolysecapaciteit wordt in 2027 het grootste groene waterstofcluster ter wereld mogelijk gemaakt. Windpark Hollandse Kust West speelt daar een belangrijke rol in. Aangevuld met onder meer elektrisch vervoer, opslag en directe elektrificatie van de industrie kan maximale systeemintegratie bereikt worden.

De winnaars van de aanbestedingen worden naar verwachting in de herfst bekendgemaakt door de Nederlandse overheid.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) maakt 6,8 miljard euro vrij voor extra CO2-reductie om de klimaatdoelen in het vizier te houden. Tegelijkertijd wil ze ETS-plichtige bedrijven verplichten energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

De afgelopen jaren nam het kabinet forse maatregelen en kondigde nieuwe maatregelen aan om de CO2-uitstoot te verminderen. Desondanks is een extra inspanning nodig om de doelstelling van 49 procent broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990) in het vizier te houden. Daarom investeert het kabinet 6,8 miljard euro extra in klimaatmaatregelen zonder lastenverzwaringen.

Extra CO2-reductie in de industrie

De industrie mag vanaf 2050 bijna geen schadelijke stoffen meer uitstoten. Het kabinet werkt aan maatregelen om de emissies, zoals de uitstoot van lachgas, naar beneden te brengen. Ook breidt het kabinet de plicht om energiebesparende maatregelen te nemen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, uit naar grote industriële (ETS-)bedrijven. Er worden middelen vrijgemaakt zodat gemeenten en omgevingsdiensten de handhaving van deze plicht kunnen verbeteren.

1,3 miljard voor toekomstige energie-infrastructuur

De overheid wil dat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Infrastructuur voor schone energie is hiervoor essentieel. Daarom reserveert het kabinet 1,3 miljard euro voor energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de klimaat- en energietransitie. Dit bestaat uit subsidie voor een warmtetransportnet in Zuid-Holland. En 750 miljoen euro voor het ombouwen van delen van het bestaande gasnet tot een landelijke ‘Waterstof backbone’ die de Nederlandse industrieclusters verbindt.

Hulp bij verduurzamen

De overheid komt Nederlanders die duurzame keuzes maken tegemoet in de kosten. Daarom worden bestaande subsidieregelingen uitgebreid zodat consumenten een tegemoetkoming van 1000 tot 2100 euro kunnen krijgen voor de aanschaf van een hybride warmtepomp. Ook werkt het kabinet maatregelen uit gericht op extra stimulering van (betaalbare) elektrische auto’s en helpt het kabinet (MKB-)bedrijven bij verduurzaming door de aanschaf van elektrische bestelbussen te subsidiëren. Ook verhoogt het kabinet het budget van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) met drie miljard euro.

Energie-Nederland is blij met het nieuws dat het demissionair kabinet volgend jaar ruim 6,8 miljard euro extra uittrekt voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor investeringen in noodzakelijke energie-infrastructuur zoals waterstof en de verduurzaming van huizen. De belangenvereniging vraagt wel om ook na 2030 oog te houden voor ondersteuning van duurzame energieprojecten.

De urgentie om méér te investeren in de klimaatmaatregelen wordt met de gepresenteerde begroting onderstreept. Om ook na 2022 te kunnen blijven toewerken naar de doelen van 2030, roept Vereniging Energie-Nederland het kabinet op om snel besluiten te nemen over het vergroten van het aanbod CO2-vrije elektriciteit. Daarnaast is het cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen in de energie-infrastructuur.

Meer aanbod CO2-vrije elektriciteit

Voor de elektrificatie van de industrie, vervoer en gebouwde omgeving is, bovenop de reeds bestaande plannen, extra aanbod van CO2-vrije elektriciteit nodig. Het extra budget van 3 miljard euro voor de SDE++ kan onder andere worden ingezet voor de ontwikkeling van extra zon- en windprojecten, maar helpt ook duurzame warmte en projecten in de industrie.

Om de komende jaren te kunnen blijven investeren in de verdere verduurzaming van de elektriciteitsproductie blijft een stabiel investeringskader ook na 2025 nodig. Dit kan door ontwikkelaars van zon- en windprojecten zekerheid te geven dat hun elektriciteit zal worden gebruikt door het gebruik van groene elektriciteit in de industrie te stimuleren. De verhoging van het SDE++ budget is hiertoe een eerste stap, maar er is ook een specifiek steunmechanisme nodig dat afkoerst op de concrete doelstellingen in 2030 en daarna. Door een koppeling aan te brengen tussen elektrificatie en extra productie van CO2-vrije elektriciteit, wordt de transitie verder versneld.

Naast deze koppeling tussen vraag en aanbod, blijft ook het financiële aspect aandacht vragen. Volgens de huidige plannen is de SDE++ al vóór 2025 niet meer beschikbaar voor nieuwe aanvragen voor zonne- en windenergie. Bij onzekerheid over de groei van de vraag naar duurzame elektriciteit, zullen investeerders niet geprikkeld zijn om nog grootschalig te investeren in duurzame productie. Dit terwijl de doelstellingen voor 2030 nog zullen worden verhoogd als gevolg van de Europese plannen, en daarnaast moet in 2050 onze gehele energievoorziening CO2-vrij zijn. Energie-Nederland pleit daarom voor bodemprijsregeling die de grootste risico’s bij tegenvallende elektrificatie wegneemt.

Noodzakelijke investeringen infrastructuur

In de begroting wordt ook aandacht besteed aan de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet. Het is cruciaal dat het kabinet stuurt op voldoende en tijdige investeringen door (regionale) netbeheerders in elektriciteitsnetten. Er moet voldoende ruimte zijn om anticiperend te investeren en dit moet gemakkelijker worden, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van publieke middelen zoals het Recovery & Resilience fund. Tegelijkertijd blijven netbeheerders verplicht om tijdig te investeren. Er moet gekeken worden hoe netbeheerders gestimuleerd kunnen worden om anticiperend te investeren en of er andere structurele belemmeringen zijn die aangepakt moeten worden.

Energie-Nederland verwelkomt het vrijmaken van 750 miljoen euro voor een landelijke transportinfrastructuur voor groene waterstof (‘Waterstof Backbone’). En het extra budget voor het warmtetransportnet Zuid-Holland. Dit zijn belangrijke eerste stappen in de ontwikkeling van een waterstof-economie. Infrastructuur voor het transport van CO2-vrije waterstof is onontbeerlijk en de Europese Green Deal heeft dit belang verder vergroot.

De afgelopen periode waren de elektriciteitsprijzen hoog. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die over 2021 subsidie ontvangen voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (en Klimaattransitie), de SDE+(+). De kans is groot dat zij hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Ondernemers voor wie dit geldt, ontvangen hierover bericht, aldus Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De hoogte van de subsidie is gekoppeld aan de gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. Hiermee bedoelt RVO de opbrengst van de geproduceerde elektriciteit. Hoe hoger de marktwaarde, hoe minder subsidie ondernemers ontvangen. Zij ontvangen dan namelijk meer van de energieafnemer. Bij een lagere marktwaarde krijgen ondernemers meer subsidie. Zij ontvangen dan immers minder van hun energieafnemer.

Jaarlijks subsidievoorschot

Ondernemers ontvangen ieder jaar een voorschot op de subsidie. Dit voorschot is gebaseerd op de jaarlijks vastgestelde, gemiddelde marktwaarde voor elektriciteit. RVO, die de regeling uitvoert, corrigeert het subsidiebedrag ieder jaar. Dit doet zij aan de hand van het vastgestelde, definitieve correctiebedrag. En de productiegegevens van het afgelopen kalenderjaar. Dit heet ‘bijstellen van de subsidie’.

Trend zet door

De trend van hoge elektriciteitsprijzen van de afgelopen maanden zet waarschijnlijk door. De verwachting is dan ook dat de definitieve correctiebedragen in 2021 hoger zijn dan de voorlopige correctiebedragen, waarop het voorschot was gebaseerd. De kans is groot dat ondernemers hierdoor te veel subsidie hebben ontvangen. Dit leidt tot een negatieve bijstelling.

Gasunie injecteerde succesvol waterstof in een boorgat op de locatie Zuidwending. Na verdere succesvolle afronding kan Gasunie verder met de ontwikkeling van opslag in vier zoutcavernes, waarvan de eerste in 2026 volledig in bedrijf kan zijn.

Gasunie inecteerde tijdens het demonstratieproject op de locatie Zuidwending waterstof in een boorgat om onderzoek te kunnen doen. De druk werd daarbij stapsgewijs opgevoerd tot meer dan 200 bar. Ook zijn materialen en onderdelen die nodig zijn voor gasopslag beoordeeld op geschiktheid voor de opslag van waterstof. De lopende fase van werkzaamheden neemt circa vier tot zes weken in beslag. Vanaf november tot voorjaar 2022 volgen nog verdere demonstraties en tests. Zoals gebruikelijk worden omwonenden van tevoren geïnformeerd over de activiteiten.

Vier cavernes

Wanneer het vervolgtraject eveneens succesvol verloopt, volgt volgend jaar naar verwachting een definitief besluit voor grootschalige waterstofopslag in zoutcavernes op de locatie Zuidwending. De eerste zoutcaverne zou in 2026 volledig operationeel kunnen zijn. Met groeimogelijkheden naar vier opslagcavernes in 2030. Daarmee ontstaat een opslagvolume dat past bij de huidige Nederlandse ambitie om in 2030 drie tot vier GigaWatt groene waterstof uit duurzame elektriciteit te realiseren. Aandachtspunt hierbij is wel dat Gasunie zal moeten voorinvesteren. Zo moet onder meer de benodigde infrastructuur direct gereed zijn voor een eindsituatie met vier zoutcavernes. Ook is voor ingebruikname van een zoutcaverne voor opslag een grote hoeveelheid waterstof nodig als ‘kussengas’ om de techniek haar werk te kunnen laten doen. Dat zijn kosten die in beide gevallen niet direct kunnen worden terugverdiend.

EnergyStock

Waterstof is een essentieel onderdeel van de duurzame energiemix van de toekomst. Om vraag en aanbod met elkaar te verbinden, ontwikkelt Gasunie een landelijke infrastructuur voor het transport van waterstof. Daarbij is grootschalige opslag van waterstof van onmisbaar belang.

Ondergrondse waterstofopslag in zoutcavernes is een veilige, efficiënte en betrouwbare manier om grote hoeveelheden energie op te slaan, ook voor langere tijd. De locatie Zuidwending biedt unieke omstandigheden om grootschalige waterstofopslag gereed te hebben voor de beoogde ontwikkeling van de waterstofmarkt. Bovendien beschikt Gasunie via dochteronderneming EnergyStock over de benodigde kennis en expertise, omdat al meer dan tien jaar op een veilige manier aardgas wordt opgeslagen in de zoutcavernes in Zuidwending.

Shell Ventures en BlueAlp kondigden een strategische samenwerking aan. De bedrijven ontwikkelen BlueAlps pyrolyse-technologie voor het omzetten van plastic afval naar een chemische grondstof om deze vervolgens op te schalen en te implementeren. De technologie zet moeilijk te recyclen plastic via pyrolyse om in een grondstof. Als onderdeel van de overeenkomst verwierf Shell een aandelenbelang van 21,25 procent.

Shell en BlueAlp richtten een joint-venture op voor de bouw van twee nieuwe conversie-installaties in Nederland. Men verwacht dat deze meer dan dertig kiloton plastic afval per jaar kunnen verwerken. De installaties moeten in 2023 operationeel zijn en leveren alle pyrolyse-olie als grondstof aan de krakers van Shell in Moerdijk en Duitsland. Shell onderzoekt ook of licenties kunnen worden verleend voor nog eens twee installaties in Azië die kunnen worden ingezet voor de bevoorrading van het Shell Energy and Chemicals Park Singapore.

Zuiverheid

BlueAlp ontwikkelde zijn technologie al op commerciële schaal. Het Shell-technologieteam in Amsterdam werkt nu met BlueAlp samen om de technologie verder te verbeteren en op te schalen. Momenteel belemmert de ongelijkmatige zuiverheid van de grondstoffen de productie van grotere hoeveelheden pyrolyse-olie. Shell wil eigen technologie inzetten om de zuiverheid van pyrolyse-olie in Shells installaties te verbeteren.

Succesvolle proef

Shell kan nu meer klanten ondersteunen bij het bereiken van hun duurzaamheidsdoelstellingen. De samenwerking volgt op een succesvolle proef met het gebruik van pyrolyse-olie in de petrochemische fabriek van Moerdijk die in augustus 2021 werd afgerond. En sinds november 2019 gebruikt het petrochemische complex Norco van Shell in de VS in toenemende mate gerecyclede grondstoffen.

Andere aandeelhouders van BlueAlp zijn Mourik, Rumali en Den Hartog en het Belgische Renasci.

 

Voor een Dragon’s Den of Transition, zoekt de organisatie van EIES2021 zowel dragons als innovators. Tijdens de afsluiting van European Industry and Energy Summit op 8 december in Rotterdam Ahoy kunnen zij deals sluiten over de ondersteuning van interessante energie-innovaties. Meld je nu aan als dragon óf innovator!

Dragon’s Den of Transition is een nieuw onderdeel van de Summit. De organisatie wil een podium bieden voor hoopvolle innovaties op het gebied van Europese industriële transformatie en ze ook verder omweg helpen. Het gaat om dus innovaties van bijvoorbeeld van starters, die een zetje in de rug kunnen gebruiken om tot wasdom te komen. De behoefte kan van financiële aard zijn, maar ook ondersteuning op het gebied van marketing, netwerk, ondernemerschap, business development en meer.

Aanbiedingen

Tijdens het laatste dagdeel van de tweedaagse Summit, op woensdagmiddag 8 december kunnen vijf geselecteerde bedrijven hun innovaties pitchen aan vijf Dragons, vertegenwoordigers van ontwikkelmaatschappijen, funds, overheden, banken en/of investeringsmaatschappijen. Zij kunnen zelf reageren op de pitches, contacten leggen en zelfs aanbiedingen doen.

Journalistieke nominatiefilm

Innovators kunnen zich aanmelden bij de redactie van Industrielinqs, organisator van het evenement. Die stelt een longlist samen. Uiteindelijk worden daar minimaal acht uitgekozen door een panel (redactie en een aantal experts). Van die finalisten worden journalistiek ingestoken nominatiefilms gemaakt van 112 seconden. Deze films worden vanaf eind oktober met korte artikelen gepubliceerd op de nieuwssite www.industryandenergy.eu. Samen met het publiek bepalen de dragons wie uiteindelijk op 8 december mogen pitchen in de Dragon’s Den of Transition.

Naast innovators is de organisatie ook nog op zoek naar dragons. Inmiddels hebben een paar organisaties al toegezegd een dragon te leveren, maar er zijn nog een paar stoeltjes vrij.

Innovators kunnen zich melden met een korte omschrijving van hun innovatie via redactie@industrielinqs.nl. 

Voor meer informatie over een Dragon-stoel kunnen belangstellende contact opnemen met hoofdredacteur Wim Raaijen: wim@industrielinqs.nl. 

Vattenfall voegt  Nobian’s chloorfabriek in Rotterdam toe aan zijn flexibele capaciteit om het stroomnet beter in balans te houden. Door de samenwerking met Vattenfall kan Nobian inspelen op de toenemende fluctuaties in het stroomaanbod. Dit is nodig door het stijgende aandeel van zonne- en windenergie. Door de samenwerking wordt 40MW aan flexibele capaciteit aan het net toegevoegd. Dit staat gelijk aan een vijfde van de chloorproductie van Nobian in Rotterdam.

Nobian zal de chloorproductie aanpassen als er plotseling meer of minder stroom beschikbaar is. Als er minder stroom beschikbaar is, wordt de chloorproductie automatisch afgeschaald. Het tempo wordt weer opgevoerd als het aanbod dat toelaat. Deze aanpassing gebeurt volautomatisch door real-time ondersteuning van Vattenfall.

Regelvermogen

Door het groeiende aandeel zonne- en windenergie kent het stroomaanbod steeds meer en grotere pieken en dalen. Om dit te balanceren gebruikt netbeheerder TenneT regelvermogen. Dit regelvermogen wordt ingekocht bij verschillende leveranciers, waaronder Vattenfall. Het regelvermogen bestaat uit een verzameling van productielocaties, met name gascentrales, die snel meer, of juist minder, stroom kunnen leveren. De chloorproductie van Nobian wordt hier nu aan toegevoegd.

Verminderen van gebruik fossiele elektriciteitsopwekking

Het huidige aanbod van regelvermogen komt tot nu toe vooral vanuit fossiele elektriciteitscentrales. Door de inzet van de flexibiliteit uit de chloorfabriek is minder fossiele energie nodig om het net te stabiliseren.

Industriële vraagsturing

Erik Suichies, wholesale directeur Vattenfall : ‘Stuurbare productie, zoals in gascentrales, gaat zijn basisrol steeds verder verliezen. De huidige energiecentrales zijn straks niet altijd meer nodig en zullen niet altijd meer draaien. Tegelijkertijd moet het elektriciteitsnet wel 24 uur per dag in balans blijven. We hebben nieuwe flexibiliteit nodig die daarop kan inspringen. Door een grote afnameklant toe te voegen aan onze flexibele asset pool maken we een transitie: we sturen niet langer alleen op productie, maar kunnen vanaf nu ook de vraag nauwkeurig aanpassen.’

Marcel Galjee, directeur Energy & New Business Nobian: ‘Met onze flexibele chloorproductie leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waarbij de vraag naar elektriciteit het aanbod van (groene) elektriciteit gaat volgen. De samenwerking met Vattenfall is een volgende stap om de flexibiliteit binnen onze processen te gebruiken om te verduurzamen. Een wens voor de toekomst zou zijn dat we regel- en noodvermogen kunnen aanbieden vanaf dezelfde asset.’

Maarten Abbenhuis, COO TenneT: ‘Het belang van vraagsturing neemt toe doordat elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname. Juist industriële grootverbruikers kunnen een substantiële bijdrage leveren aan deze flexibiliteit. Zeker als door elektrificatie het elektriciteitsverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of – toch – regelbare centrales worden beperkt. In Nederland is het potentieel van industriële vraagsturing rond de 3.4 GW. De huidige inzet ligt tussen de 700 en 1900 MW. De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend.’

Het groene waterstof proefproject PosHYdon krijgt 3,6 miljoen euro uit het Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidiefonds. PosHYdon is de eerste offshore groene waterstofpilot op een operationeel platform ter wereld. Met deze subsidie kan het consortium met de pilot van start gaan.

PosHYdon integreert drie energiesystemen op de Noordzee: offshore wind, offshore gas en offshore waterstof en zal plaatsvinden op het Q13a-A platform van Neptune Energy. Dit producerende productieplatform is het eerste volledige geëlektrificeerde platform op de Nederlandse Noordzee en ligt circa dertien kilometer voor de kust van Scheveningen.

Om groene waterstof te kunnen maken, zal zeewater op het platform worden omgezet in gedemineraliseerd water. Dit water wordt vervolgens door middel van elektrolyse omgezet in waterstof. Daarbij wordt stroom van wind gebruikt om deze groene waterstof te produceren. De pilot heeft als doel om ervaring op te doen met het integreren van werkende energiesystemen op zee en het vervaardigen van waterstof in een offshore omgeving. Daarnaast testen de onderzoekers de efficiency van een elektrolyzer met een variabele voeding vanuit offshore wind en bouwt men kennis op in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.

De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden. De 1 MW electrolyser zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren.

Systeemintegratie Noordzee

René Peters, Business Director Gas Technologies TNO: ‘PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ voor de energietransitie genoemd en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden. PosHYdon zal ons veel leren over de te zetten vervolgstappen richting grootschalige groene waterstofproductie op zee.’

Peters vervolgt: ‘Groene waterstofproductie offshore maakt het ook mogelijk dat grootschalige windparken ver op zee kunnen worden ontwikkeld. Offshore elektrolyzers zetten dan windenergie direct om naar groene waterstof, dat vervolgens via bestaande gasinfrastructuur de kust bereikt. Daardoor kunnen offshore windprojecten sneller gerealiseerd worden tegen significant lagere kosten voor de maatschappij.’

Jacqueline Vaessen, Managing Director Nexstep, nationaal platform voor hergebruik en ontmanteling: ‘Samen met een aantal operators en TNO is dit idee zo’n jaar of twee geleden voortgekomen uit een brainstormsessie van de ‘Re-purpose’ werkgroep binnen Nexstep. Vervolgens hebben we gekeken wat de beste locatie zou zijn en zijn toen op de Q13a-A van Neptune Energy uitgekomen. Aangezien dat platform al geheel middels groene stroom geëlektrificeerd is.’

 

Zowel Nederland als Duitsland kunnen de piekbelasting van hun elektriciteitsnet met wel 10 tot 17 procent verlagen als ze volledig het potentieel benutten van industriële vraagsturing, industrial Demand Side Response (iDSR). Dat toont het onderzoek ‘Unlocking demand side response’, dat Strategy&, onderdeel van PwC, uitvoerde in opdracht van TenneT.

Het belang van vraagsturing neemt toe, naarmate elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname.

Het spreekt voor zich dat juist industriële grootverbruikers een substantiële bijdrage kunnen leveren aan deze flexibiliteit. Dat geldt met name als de beschikbaarheid van stroom relatief schaars is en zeker als door elektrificatie het stroomverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of regelbare centrales worden beperkt. Flexibiliteit aan de markt bieden kan bovendien een extra verdienmodel voor de industrie zijn.

Voorwaarden

De omvang van flexibel vermogen die benut kan worden voor vraagsturing was al eerder onderzocht. Wat er voor nodig is om dat flexibel vermogen ook daadwerkelijk beschikbaar te krijgen, bleef tot nu toe onderbelicht. Daarom nam TenneT het initiatief om onderzoek te doen naar de capaciteit, maar ook naar praktische invulling, marktmechanismen en nationale regelgeving voor iDSR in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Denemarken en Spanje.

Stappen naar iDSR

In Nederland is het potentieel iDSR rond de 3,4 gigawatt en in Duitsland tien gigawatt. De huidige inzet van iDSR in Nederland ligt tussen de 700 en 1900 megawatt. In Duitsland ligt de huidige inzet rond de drie gigawatt.

De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend, maar toegang voor iDSR kent ook barrières. Om het industriële potentieel in de beide landen waar TenneT actief is te benutten, is een aantal veranderingen nodig. Zo krijgen in Nederland bedrijven die hun stroomverbruik stabiel houden tot wel negentig procent korting op het netwerktarief. Vanuit het standpunt van flexibiliteit vormt een dergelijke korting een financiële belemmering die zou moeten worden weggenomen.

Volgens de onderzoekers moeten de mogelijkheden en voordelen van iDSR meer onder de aandacht worden gebracht bij de industrie. Verschillende vertegenwoordigers van de industrie geven aan dat ze de mogelijkheden van iDSR onvoldoende kennen en nieuwsgierig zijn naar de kansen voor hun iDSR-business case.

Wat volgens de onderzoekers ook kan helpen, is het aanstellen van onafhankelijke tussenpersonen: zogenaamde aggregators. Juist in een markt met nieuwe deelnemers zijn er kansen voor vereenvoudigde diensten en risicobeperking.

De huidige eisen aan meters vormen ook een belemmering voor iDSR omdat ze tot hoge kosten leiden. Wellicht kunnen bedrijven af met goedkopere meters.

Effectieve deelname

Het Europese wetgevingspakket ‘Clean energy for all Europeans’ is nog een goede reden om meer inzicht te vergaren in het potentieel voor iDSR en in kansen om die capaciteit te benutten. Dit wetgevingspakket, dat leidend is voor nationale wetgeving, stelt bijvoorbeeld dat klanten moeten kunnen deelnemen aan de elektriciteitsmarkten voor netbalans, day-ahead en intraday-handel – individueel of via een tussenpersoon. Daarnaast dienen TSO’s en DSO’s voor vraagsturing aanvullende diensten beschikbaar te stellen op een manier die transparant en non-discriminatoir is.

Lees ook een eerder uitgebreid artikel van ons over dit onderwerp. ‘Flexibeler omgaan met stroom’.