David van Baarle Archieven - Utilities

Onderhoud in een omgeving waar voedingsmiddelen voor kwetsbare mensen worden gemaakt, vraagt om een zeer sterk hygiëne bewustzijn. Voor maintenance manager Joost van Boven ligt de prioriteit vooral bij het in stand houden van de steriele condities van de installaties. Toch lukt het hem ook om de betrouwbaarheid van de assets naar een hoger niveau te tillen. Onder andere door meer tijd te nemen voor analyses en ploegwisselingen.

Nutricia en Danone zullen voor velen geen onbekende zijn in de supermarkt. Toch krijgt niet iedereen te maken met de andere markt die het Franse merk bedient: die van speciale voeding voor kwetsbare mensen. Voor maintenance manager Joost van Boven bepaalt de unieke omgeving waarin hij opereert grotendeels zijn keuzes. Nutricia, binnen Danone onderdeel van de zogenaamde Specialized Nutrition divisie, kan het best worden gezien als een kruising tussen de farmaceutische en voedingsmiddelenomgeving. En dat is ook terug te zien in de keuzes op de werkvloer.

Van Boven: ‘Net als andere voedingsmiddelenproducenten produceren we consumentenproducten die vanuit marketing meebewegen met de consumentenbehoefte. Tegelijkertijd produceren we producten voor kwetsbare mensen. Deze combinatie vraagt veel van een maintenance-organisatie. Want hoewel je ook in de consumentenmarkt rekening moet houden met hygiënische codes zoals HACCP, komen daar in de farma-omgeving nog een paar gradaties bij. We maken producten voor mensen met bepaalde allergieën of die ziek zijn en sondevoeding krijgen. Normaal gesproken krijg je al waarschuwingen van je zintuigen als een voedingsmiddel niet goed is. Je ruikt een andere geur of ziet een vreemde kleur. Als je middelen direct in de maag of darmen voedt, valt die barrière weg. Alles in de fabriek is er dan ook op ingericht om steriel te werken.’

Steriel

Van Boven schetst zijn nachtmerriescenario: ‘Een bacterie kan zich bij kamertemperatuur razendsnel vermenigvuldigen. Die ene bacterie is in tien uur uitgegroeid tot één miljoen stuks. Nu zal je die miljoen bacteriën wel opsporen omdat je dan met een gistende tank te maken krijgt. Maar hoe spoor je honderd bacteriën op? Uiteraard hebben we allerhande barrières opgeworpen om besmetting te voorkomen en bewerken we de producten zodanig dat schimmels, gisten en bacteriën het niet overleven. Het afdoden van deze micro-organismes doen we via het kortstondig verhitten van onze producten via warmtewisselaars of zelfs via direct steam injection waarbij het product kortstondig via een stoominjectie wordt verhit.’

‘Dat iets goed gaat, wil niet zeggen dat het niet beter kan.’

Joost van Boven, maintenance manager Nutricia

Daarnaast krijgt iedereen een stevige training voordat ze aan de slag mogen in de fabriek. ‘Zeker in het steriele gedeelte, van het moment van afdoden tot en met het vullen en sealen van de verpakking, stellen we hoge eisen aan mensen en machines. Gelukkig hebben we ervaren en scherpe mensen die bij iedere ingreep blijven nadenken onder het motto: stop, denk, doe. Zo kan bijvoorbeeld de inhoud van een verpakt reserveonderdeel anders zijn dan wat er op de doos staat. Dat soort dingen worden door onze mensen gecontroleerd voordat iemand het reserveonderdeel gebruikt. Juist om dit te voorkomen hebben we werkinstructies en vier-ogen principes waarin staat wat je moet controleren voordat je een filter vervangt. Als gevolg daarvan sturen we geregeld ook spare parts terug naar de leverancier. Als een verpakking beschadigd is, kan je immers niet meer garanderen dat de inhoud nog integer is. We selecteren en beoordelen onze technici dan ook op heel andere competenties dan de meeste bedrijven. Iemand kan nog zo snel een storing verhelpen; als je niet de juiste procedures volgt, kan je een groter probleem veroorzaken. We willen geen rouwdouwers, maar mensen die zich continu bewust zijn van de gevolgen van hun handelen.’

Spare-beheer

Van Boven kan rekenen op een zeer volwassen technische dienst van zestig werknemers die in vijf ploegen nauw samenwerken met productie. Bij optredende storingen overleggen de breakdown monteurs intensief met operations over de aanpak. Wel is er meer aandacht in zijn team gekomen voor storingsanalyse en documentatie. ‘In het verleden kwam het nog wel voor dat een monteur een storing oploste en snel naar de volgende klus moest. Nu krijgt diegene meer tijd om te documenteren wat werd aangetroffen en wat is gedaan om het op te lossen. In de meeste gevallen voeren we een breakdown-analyse uit om de oorzaak van een storing te achterhalen. Afhankelijk van de impact van de storing starten we in sommige gevallen ook nog een breakdown-eliminatietraject. Kunnen we breakdowns voorspellen en wellicht voorkomen? Dat is overigens niet altijd mogelijk, maar je kunt natuurlijk wel het gevolg van een storing beperken door bijvoorbeeld extra reserveonderdelen op de plank te bewaren.’

Dat spare-beheer is in deze industrietak sowieso een uitdaging. ‘Hoewel we wellicht in negentig procent van de gevallen te maken hebben met standaard onderdelen, vraagt die laatste tien procent wel extra aandacht. Een aantal onderdelen is uniek voor onze machines en kunnen we dus niet zomaar bestellen. Ook dat soort beperkingen moet je meenemen in de keuzes die je maakt.’

Saaie fabriek

Dat ook een volwassen organisatie nog stappen kan zetten, ziet Van Boven als een natuurlijke ontwikkeling. ‘Dat iets goed gaat, wil niet zeggen dat het niet beter kan. Uiteindelijk is een saaie fabriek waar niets onverwachts gebeurt het hoogste doel dat maintenance kan halen. Om dat te halen, moet je net wat extra stappen maken. Dus niet alleen werkorders uitvoeren, maar machines weer op hun basisconditie opleveren. Wie zich eigenaar van een machine voelt, zal altijd meer doen dan alleen maar de vinkjes zetten. Oké is dan niet goed genoeg.’

Uiteindelijk is de conditie van een machine een samenspel tussen maintenance en productie, maar ook bijvoorbeeld samenwerking met toeleveranciers. Sommige machines zijn zo complex dat alleen de leverancier het onderhoud kan uitvoeren.

 

van boven

‘Data krijgt pas waarde als je die kunt koppelen aan de kennis enervaring van technici.’

Joost van Boven, maintenance manager Nutricia

Van Boven: ‘Gezien de eventuele impact van de handelingen, moeten we wel hun werk uitvoerig testen en valideren. Wij blijven tenslotte verantwoordelijk voor de veilige procesvoering. Ook dat is eigenaarschap. Daarbij moet je wel blijven beseffen dat waar mensen werken, fouten kunnen worden gemaakt. Het is vooral de kunst om de kans op foute beslissingen zoveel mogelijk te elimineren. Een pengatverbinding is bijvoorbeeld een redelijk standaard onderdeel, maar als je twee maatvoeringen gebruikt, is de kans aanwezig dat je de verkeerde gebruikt. De zogenaamde centerlining-methode helpt ons om continu te verbeteren. Je kunt ervoor kiezen voor automatische verstelling, controle via een benaderingsschakelaar of zelf het elimineren van de verstelmogelijkheid.’

Overdracht

Een ander verbeterpunt zag Van Boven in de overdracht tussen twee ploegen. ‘Juist in de tijd tussen shifts groeit de kans dat informatie verloren gaat. Als iemand acht uur heeft gewerkt, wil diegene het liefste naar huis, terwijl de nieuwe ploeg graag aan het werk gaat. Door zogenaamde short interval meetings in te plannen, voorkom je dat er gaten vallen in de informatievoorziening. Het is heel verleidelijk om kleinere, kortere storingen niet te rapporteren. Maar als die storingen vaker voorkomen, ontstaat wel een patroon dat je moet doorbreken. We vragen mensen dan ook om gedetailleerd verslag te doen van het aantal storingen, lopende werkorders, materiaalverbruik enzovoorts. Het mooie is dat uit zo’n meeting vaak ook dialogen ontstaan over de beste aanpak van storingen. Daarbij is het cruciaal dat mensen zich vrij voelen om ook fouten te kunnen bespreken. We komen tenslotte bij elkaar om van elkaar te leren en nog eens extra te controleren of alle stappen goed zijn doorlopen, niet om elkaar te veroordelen. Iedereen maakt fouten en we kunnen er alleen maar van leren als we ze delen.’

Documentalist

In de complexe omgeving waarin Nutricia opereert maakt de factor mens het grootste verschil. Maar dat is tevens een van de grootste uitdagingen die Van Boven de komende jaren het hoofd moet bieden. ‘Net als in veel andere takken van sport verwachten wij de komende jaren personeel te zien vertrekken. Zo’n derde van onze populatie gaat met pensioen, bijvoorbeeld. Daarmee dreigen we veel kennis te verliezen. Om dat tegen te gaan, moeten we echt meer kennis gaan vastleggen. Je kunt nog zoveel data verzamelen: het krijgt pas waarde als je die kunt koppelen aan de kennis en ervaring van onze technici.’

Hetzelfde geldt voor de documentatie. De fabriek heeft in dertig jaar heel wat veranderingen ondergaan, maar niet alle veranderingen zijn vastgelegd in de tekeningen. Van Boven: ‘Als we slimmer met onze data willen omgaan, moeten we ook die documentatie op orde krijgen. Sinds een jaar hebben we dan ook een technisch documentalist in het team die ons document- en tekeningbeheer een boost geeft. Maar de verantwoordelijkheid van het documentbeheer houden we wel in de lijn en stellen duidelijk naar elke projectleider dat het project pas klaar is als de tekening af is.’

Hoewel Vattenfall al sinds 2009 eigenaar is van Nuon, besloot het energiebedrijf pas recent om nog alleen de Zweedse naam te voeren. Bij deze keuze speelt mee dat de missie van het moederbedrijf: een fossielvrij leven binnen één generatie, in alle landen vorm krijgt. CEO Magnus Hall ziet daarvoor elektrificatie als één van de belangrijkste mogelijkheden. Tijdens de European Industry & Energy Summit zal hij de weg daarnaartoe toelichten. De industrie speelt in ieder geval een belangrijke rol hierin.

Steeds meer verschoof de koers van Vattenfall richting duurzame, hernieuwbare bronnen, waar windenergie een groeiend deel van uitmaakt. Bruin- en steenkoolcentrales pasten niet meer in deze lijn en langzaamaan neemt de energiereus afscheid van zijn fossiele centrales. Met als laatste wapenfeit de sluiting van de Amsterdamse Hemwegcentrale.

Hall ziet het als de laatste hobbels naar een volledig fossielvrije energievoorziening. ‘In Zweden was de energiebranche al fossielvrij en richt decarbonisatie zich op het transport en de industrie. In andere landen waar we actief zijn, draaien echter nog fossiele centrales. De centrales die we nog bedrijven, zijn wel de meest efficiënte in hun soort. Centrales als de Duitse 1,7 gigawatt Moorburg warmtekrachtcentrale, zullen nog hard nodig zijn om de energietransitie te ondersteunen. Maar zelfs die zal op den duur plaats moeten maken voor echt duurzame assets. Dat is naast waterkracht in onze ogen met name on- en offshore wind.

Elektrificatie

Waar die duurzame elektriciteit terecht moet komen, is voor Hall ook helder. ‘Elektrificatie van de transportsector is misschien nog wel de meest eenvoudige stap. Die elektrische weg geldt zeker ook voor de industrie, alhoewel de duurzame elektriciteit hier ook kan worden ingezet voor de splitsing van water. Hall: ‘We investeren momenteel al in electrolyzers. De combinatie met industriële gebruikers versterkt de businesscase voor waterstof. Bijvoorbeeld met de chemie, die ook op zoek is naar alternatieven voor fossiele koolwaterstoffen. De combinatie van afgevangen kooldioxide met waterstof biedt kansen voor tal van waardevolle producten.’

Vattenfall is inmiddels de uitdaging al aangegaan om staalproductie fossielvrij te maken. Hall: ‘Samen met staalproducent SSAB en mijnbouwer LKAB onderzoeken we in het Hybrit-project of we waterstof in kunnen zetten als vervanging voor cokes en kolen in de hoogovens. Normaal gesproken stookt men cokes en steenkool tot hoge temperaturen om het ijzererts te smelten. Dit is ook mogelijk door ijzerertspellets direct te reduceren met waterstof.

Cement

De cementindustrie heeft eenzelfde twijfelachtige reputatie als CO2-emissiekampioen. Vattenfall werkt samen met Cementproducent Cementa om de productie van cementklinker te elektrificeren. Hall: ‘Elektrificatie van de cementproductie via plasmatechnologie is mogelijk. De productiesite van Cementa zou zelfs direct kunnen worden gekoppeld aan de uitbreiding van een windpark in de buurt van de fabriek. We zorgen er dus voor dat er geen fossiele brandstoffen hoeven worden gebruikt voor verwarming van de grondstoffen. Er komt nog steeds CO2 vrij tijdens het proces, maar dit kan redelijk eenvoudig worden afgevangen.’

Alianties

De rol die Vattenfall speelt in deze ontwikkelingen ligt volgen Hall niet vast. ‘De energietransitie is zo complex dat er nieuwe allianties nodig zijn om echt slagen te kunnen maken. De ene keer zijn wij leidend in een project, maar een andere keer zijn we een kleiner onderdeel van de keten. We sluiten steeds meer zogenaamde power purchase agreements (ppa, red.) af met industriële gebruikers. Daarmee koppelen we de productie van een windpark direct aan het elektriciteitsverbruik van partijen als bijvoorbeeld Microsoft.’

Geen belasting

Het is voor Hall ook duidelijk wat Vattenfall en zijn partners nodig hebben van de overheid: voortzetting van het Europese Emissions Trading System (EU ETS, red.). ‘Het mooie van het Europese ETS is dat het geen technologie voorschrijft’, zegt Hall. ‘Door technologieën te stimuleren of uit te sluiten, verstoor je de marktwerking. Het beste is natuurlijk om wereldwijd een eerlijke prijs af te dwingen voor CO2-emissies. Maar als we de Europese ETS al op een niveau krijgen dat duurzame energie concurreert met fossiele varianten, kan de markt zijn werk doen.

De Nederlandse wens om de energietransitie te versnellen is bewonderenswaardig. Maar qua CO2-beprijzing dreigt Nederland uit de pas te lopen met de rest van de EU. Het is beter om dit gezamenlijk aan te pakken, zodat ecologie en economie in balans blijven.’

Dit artikel is een beknopte versie van het artikel dat in Utilities 8 verschijnt.

European Industry & Energy Summit 2019

Magnus Hall verzorgt een van de keynotes tijdens de European Industry & Energy Summit op 10 en 11 december in de Kromhouthal in Amsterdam. De Europese procesindustrie en energiesector kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energitransitie. Partners TNO, FME en Industrielinqs willen dit laten zien tijdens European Industry & Energy Summit (EIES) 2019. Meer informatie.