Eric de Vries Archieven - Utilities

Met alle partijen die de waterstofmarkt betreden, zou je bijna vergeten dat een aantal bedrijven al jarenlang ervaring heeft met de productie en de levering van het multifunctionele gas. Air Liquide is daar één van. Energy Transition Development directeur Guus Bongers ziet het dan ook als zijn taak om de opgebouwde expertise van het bedrijf in te zetten in de energie- en industrietransitie.

‘Air Liquide heeft zich altijd ten dienste gesteld van de industrie’, zegt Bongers. ‘Bedrijven kunnen er immers als alternatief ook voor kiezen zelf waterstof of zuurstof te produceren. Onze kracht is dat we de behoefte aan deze gassen lokaal bundelen, waardoor we ze vaak efficiënter kunnen produceren. Daarbij hebben we in de jaren natuurlijk ook al heel wat kennis en kunde opgebouwd, waarmee we een belangrijke rol in de energie- en industrietransitie kunnen spelen. En dankzij de directe verbinding met onze klanten, bouwde Air Liquide in de afgelopen jaren een behoorlijke industriële infrastructuur op voor de productie- en levering van waterstof, zuurstof, stikstof en andere industriële gassen. De kennis en ervaring die nodig zijn voor het opbouwen van een waterstofeconomie, is bij ons dus al grotendeels aanwezig.’

Dat Bongers niet overdrijft, blijkt wel uit de netwerkkaart van de gassenproducent. De waterstofleiding bestrijkt een gebied dat drie grenzen overschrijdt en dat de industriegebieden van Rotterdam, Terneuzen, Antwerpen, Zeebrugge en Gent aan elkaar knoopt en door loopt tot Noord-Frankrijk. ‘De investeringen die we de afgelopen decennia hebben gedaan en de ervaring die we hebben opgebouwd met de productie en levering van waterstof zorgen ervoor dat wij op een efficiënte en snelle manier invulling kunnen geven aan de transitie naar een waterstofeconomie. We richten ons daarbij vooral op waterstof als grondstof omdat dit de grootste afzet van waterstof is op dit moment. Daar kan dus het snelst de verduurzaming worden doorgevoerd van grijs naar blauw en naar groen. Cruciaal is dan wel dat de waterstof onder de juiste voorwaarden wordt aangeleverd, denk aan volume, beschikbaarheid, druk en vooral puurheid.’

Energiemix

Een andere belangrijke troef van Air Liquide is het feit dat de organisatie jarenlange ervaring heeft met zowel gasproductie als energie-inkoop. Bongers: ‘Het intermitterende karakter van wind- en zonne-energie vraagt om een integrale aanpak. Met onze grote compressoren die we gebruiken voor luchtscheiding kunnen we al goed inspelen op vraag en aanbod, ook wel peak shaving genoemd, en bijvoorbeeld bijschakelen en extra gas produceren bij overschotten aan windenergie.’

Een elektrolyzer produceert naast waterstof ook zuurstof. Via haar netwerk kan Air liquide ook dat product leveren aan afnemers.

De toevoeging van elektrolyzers maakt de keuzemix nog veel interessanter, vindt Bongers. ‘Energie-efficiency is namelijk de sleutelfactor in de energievoorziening van de toekomst. We kunnen kiezen of we elektriciteit inzetten voor luchtscheiding of waterstofproductie en steeds de meest efficiënte keuzes maken. Bijkomend voordeel is dat een elektrolyzer naast waterstof ook zuurstof produceert. Vaak kan men niks met die zuurstof, terwijl wij, eventueel in combinatie met het verminderen van de zuurstofproductie van onze luchtscheiders, ook dat product via ons netwerk rechtstreeks kunnen leveren aan afnemers. Natuurlijk produceren die luchtscheiders meer dan alleen zuurstof, dus de ideale mix is van veel meer factoren afhankelijk.’

In die mix kan Air Liquide ook co-generatie-fabrieken inzetten. ‘We ontwikkelen een e-boiler voor de Rozenburg site om ook daar flexibel te kunnen inspringen op het elektriciteitsaanbod. Bij een gunstige spark spread kunnen we stroom produceren terwijl we anderzijds met de e-boiler overschotten in het elektriciteits­aanbod kunnen benutten.’

Hoe groter de keten of het energie- en grondstoffensysteem wordt, hoe complexer, maar dat is inherent aan de energie- en industrietransitie. ‘De uitdagingen zijn grensoverschrijdend en daarmee ook de oplossingen. Als Air Liquide gaan we dan ook bewust de samenwerking aan met partners in de totale keten.’

Ammoniak

Eenzelfde soort keten-efficiency kan Air Liquide bereiken op het gebied van import van groene waterstof. Bongers: ‘Air Liquide is actief in bijna 180 landen en heeft daarmee ook toegang tot potentiële nieuwe productielocaties van groene waterstof. Om het gas op een efficiënte manier te vervoeren uit landen dichter bij de evenaar, moet het worden gecomprimeerd of gebonden aan stikstof. De vloeibare ammoniak die in het laatste geval ontstaat, kan bij aankomst weer worden gescheiden in waterstof en stikstof. Ook in de ontwikkeling van deze scheidingstechnieken is Air Liquide zeer actief en we kijken zelfs of bestaande fabrieken hiervoor kunnen worden omgebouwd. Daarmee krijg je de keten nog sneller gesloten en de energietransitie weer een stap dichterbij. De waterstof kan dan richting de transportsector of de industrie, terwijl industriële klanten de stikstof kunnen afnemen.’

Guus Bongers: ‘De kennis en ervaring die nodig is voor het opbouwen van een waterstofeconomie, is bij ons al grotendeels aanwezig.’

Air Liquide wil dan ook graag meedenken over en een bijdrage leveren aan de lokale en nationale plannen op het gebied van productie, transport en consumptie van waterstof. ‘In veel gevallen doen we dat al. Zo zijn we onder andere betrokken bij het Rotterdamse Porthosproject. Onze steam methane reformers worden daarvoor aangepast zodat we de koolstofdioxide kunnen afvangen en opslaan via het Porthos-project. Op die manier produceren we blauwe, koolstofarme waterstof. We hebben al veel ervaring met het afvangen van CO₂ op de Rozenburg site, voor levering aan tuinbouw en voedingsindustrie, en via de zelf ontwikkelde CryoCap-technologie. Die draait al een aantal jaren succesvol in het Franse Port-Jérôme.’

Elektrolyzers

Guus Bongers: ‘We kunnen kiezen of we elektriciteit inzetten voor luchtscheiding of waterstofproductie en steeds de meest efficiënte keuzes maken.’

Hoe gunstig de geïntegreerde gassenmarkt ook kan uitpakken, het tempo van de geplande projecten zal mede worden bepaald door de koers van de lokale en Europese overheden. ‘Het Fit-for-55 programma dat de Europese Commissie onlangs presenteerde is uitzonderlijk ambitieus’, zegt Bongers. ‘Ik zou niet willen zeggen dat het niet haalbaar is, maar dan moet wel echt álles uit de kast worden getrokken om meteen uit de startblokken te kunnen komen. Naast voldoende duurzaam opgewekte stroom is vooral het regelgevend kader, zoals de implementatie van de RED II richtlijn en daarna de RED III, van groot belang. Het vormt de basis waarop investeringen kunnen worden gedaan. Dit kader is nu nog niet uitgekristalliseerd, waarmee het risico dreigt van vertraging van bijvoorbeeld elektrolyseprojecten.’

Voorlopig lijken de regels of het gebrek daaraan Air Liquide nog niet tegen te houden met zijn ontwikkelplannen. ‘Naast het Porthos-project in Rotterdam en de plannen voor een e-boiler in Rozenburg, hebben we ook al vergaande plannen in Terneuzen met het ELYgator-project. Deze tweehonderd megawatt elektrolyzer combineert alkaline en PEM-techniek om hem zo flexibel mogelijk te kunnen inzetten. Dankzij deze keuze levert de elektrolyzer niet alleen op een efficiënte wijze waterstof en zuurstof, maar ondersteunt het ook de netstabiliteit. Het goede nieuws is dat de milieuvergunning voor ELYgator inmiddels is verleend. In de tussentijd hebben we ook plannen in Rotterdam met het CurtHyl project. Iets minder vergevorderd dan het ELYgator project, maar wel een onderdeel van het overkoepelende doel van Air Liquide om drie gigawatt aan elektrolyzercapaciteit te hebben in 2030, waarvan twee operationeel en één in ontwikkeling.’

Hoge verwachtingen

Hoewel Air Liquide een goed vertrekpunt heeft om de energietransitie te faciliteren, is het bedrijf ook zo reëel toe te geven dat het dat niet alleen kan. Bongers: ‘De energie- en gassenmarkt waarin wij ons begeven, is zeer kapitaalintensief en de markt is zo snel aan het verschuiven dat je wel moet samenwerken met partners in de keten, zoals technologiepartners en afnemers. We zitten dan ook in diverse consortia en in diverse rollen. Zo werken we samen met ontwikkelaars van duurzame elektriciteit, terwijl we ook samenwerkingsverbanden zijn aangegaan met Siemens Energy. Die zal bijvoorbeeld de tweehonderd megawatt elektrolyzer stacks leveren voor het Air Liquide-NormandHy project in Frankrijk.’

Guus Bongers: ‘Het goede nieuws is dat de milieuvergunning voor ELYgator inmiddels is verleend.’

De industrie in het algemeen en Air Liquide in het bijzonder neemt dus haar verantwoordelijkheid door al deze projecten op te pakken en te ontwikkelen, stelt Bongers. ‘Daarmee komen de individuele schakels van de ketens in lijn. Het is aan de publieke partijen om te zorgen voor een goed regelgevend kader en andere randvoorwaarden zoals voldoende hernieuwbare energie. Om nationale en Europese klimaatdoelen te halen, is namelijk echt veel meer duurzaam vermogen nodig en meer zekerheid over de wettelijke kaders voor de exploitatie van de nieuwe assets in de ketens. Ook de benodigde infrastructuur zoals hoogspanningskabels mag daarbij niet worden vergeten. De maatschappij heeft hoge verwachtingen van de industrie, en dat mag ook, maar dan moeten we gezamenlijk de juiste randvoorwaarden scheppen om die verwachtingen waar te kunnen maken.’

Het goede nieuws dat er eindelijk een kabinet is gevormd, ging gepaard met het nieuws dat er 35 miljard euro wordt vrijgemaakt voor vergroening van de Nederlandse industrie. Daarin maakt het aandeel groene stroom een veel groter deel uit van de Nederlandse energiemix. Dat dit een uitdaging is voor hoogspanningsnetbeheerder TenneT is nog zacht uitgedrukt. Toch heeft de industrie deels zelf in de hand hoe hoog de druk op het net en de daaruit vloeiende maatschappelijke kosten worden. Erik van der Hoofd en Patrick van de Rijt, respectievelijk hoofd marktontwerp en marktanalyse bij TenneT, willen graag in gesprek met de industrie en de overheid om samen tot de juiste keuzes te komen.

‘De voordelen van marktwerking zijn duidelijk’, zegt Erik van der Hoofd. ‘Vanaf het moment dat TenneT samen met de TSO’s van België en Frankrijk de elektriciteitsmarkten aan elkaar koppelde, zag je de prijzen gelijktrekken. Met een volwassen day ahead- en intra day-markt koppelden de partijen vraag en aanbod en sindsdien zijn er steeds meer landen bijgekomen. Daardoor kan een producent in Finland nu elektriciteit verkopen aan een gebruiker in Portugal en vice versa.’

De toevoeging van de flow-based day ahead-markt voegt daar nog een belangrijke component aan toe. ‘Die zorgt er namelijk voor dat capaciteit wordt toegewezen aan transacties die een hoge waarde vertegenwoordigen én een lage belasting op het net veroorzaken. De Europese consument profiteert dankzij deze marktkoppeling van lagere elektriciteitsprijzen, terwijl de netbeheerders een instrument hebben om de beschikbare capaciteit zoveel mogelijk te benutten.’

Aansluitplicht

Toch is de internationale energiehandel maar een deel van de puzzel. Dankzij de ontvlechting van energieproductie en transport zijn de transmission system operators (TSO’s) en distribution system operators (DSO’s) in Nederland in publieke handen en moeten ze voldoen aan Europese en lokale regels. Die zijn met name gestoeld op het principe dat de netcapaciteit altijd beschikbaar moet zijn en dat is met een medium als elektriciteit niet altijd eenvoudig. Zeker met het toenemend aandeel groene stroom ontstaan soms grote productiepieken die de volledige capaciteit van het net consumeren. Het is de vraag of netten op die pieken moeten worden ingericht of dat we accepteren dat bij productiepieken soms niet alle stroom de markt op kan.

De TSO’s en DSO’s hebben bovendien een aansluitingsplicht. Als een investeerder een wind- of zonnepark wil aanleggen, moet de netbeheerder de aansluiting regelen. Dat kan best lastig zijn in gebieden waar nog nauwelijks aansluitingen zijn of waar de netten al op hun uiterste capaciteit zitten.

netbeheerder

Patrick van de Rijt, TenneT

Ongelijke verdeling

Om het net stabiel te houden kopen de netbeheerders onder andere balanceringsreserves, blindstroom en zelfs herstelvoorzieningen in. Op die manier zorgt men ervoor dat stroomvraag en aanbod in evenwicht zijn terwijl ook de stroomkwaliteit geborgd is.

Patrick van de Rijt: ‘Een van de twistpunten heeft met name te maken met het zogenaamde redispatchen van invoeding en afname. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat als het transportnet pieken in het aanbod niet aankan, energiebedrijven in het ene gebied hun elektriciteitsproductie moeten terugdraaien, terwijl in een ander gebied moet worden opgeregeld. Noord-Duitsland kampt bijvoorbeeld bijna structureel met overschotten aan windenergie die men in Zuid-Duitsland op die momenten goed zou kunnen gebruiken. TenneT moet dan centrales in het zuiden op laten regelen en productie van bijvoorbeeld windparken in het noorden afregelen. De kosten hiervoor komen in de nettarieven terecht.’

‘Het is zonde om alle groene elektriciteit om te zetten in waterstof als de stroom ook direct kan worden ingezet.’

Patrick van de Rijt, hoofd marktanalyse Tennet

Ook in Nederland komt dit steeds vaker voor. De Nederlandse netbeheerders ontwikkelden hiervoor het samenwerkingsplatform voor congestiemanagement GOPACS, waar ook industriële afnemers kunnen deelnemen. Van de Rijt: ‘Voor een optimale marktwerking moeten we het marktontwerp zo aanpassen dat ook de schaarste van transportcapaciteit wordt meegenomen bij locatiekeuze van opwek en ook van hele grote industriële gebruikers. Voor alle denkbare andere markten geldt natuurlijk ook dat kosten voor transport en beschikbaarheid van belang zijn bij prijsvorming en keuze van productielocaties door investeerders.’

netbeheerderUiteraard kan een deel van het probleem worden weggenomen door meer netcapaciteit aan te leggen en netwerken verder te verknopen. Dat doet TenneT in Duitsland bijvoorbeeld met een half gigawatt HVDC-verbinding tussen Noord- en Zuid-Duitsland. ‘Maar daar zijn wel grenzen aan’, zegt Van de Rijt. ‘Behalve dat elektriciteitsnetten schreeuwend duur zouden worden, is het ook nog maar de vraag of er voldoende ruimte voor is. De energietransitie vraagt al om extra beslag op de boven- en ondergrondse ruimte en burgers staan niet te trappelen als daar ook nog twee keer zoveel hoogspanningslijnen bijkomen.’

Industriële elektrificatie

De industrie speelt in het krachtenspel een relatief nieuwe rol. Van der Hoofd: ‘Tot nog toe is de verdeling van het industriële energieverbruik tachtig procent gas en twintig procent elektriciteit. Door stimulering via subsidie aan de ene kant en beprijzing van CO2 aan de andere kant, stuurt de overheid op verduurzaming van het energieverbruik, onder andere via elektrificatie. Daardoor verdubbelt die twintig procent elektriciteitsbehoefte mogelijk richting 2030 en gaat deze waarschijnlijk naar zestig procent in 2050. In de praktijk zorgt dat ervoor dat veel bedrijven een zwaardere aansluiting nodig hebben, wat de druk op de netbeheerders alleen maar verhoogt.’

TenneT zou dan ook graag zo vroeg mogelijk bij de besluitvorming betrokken willen worden om bedrijven te helpen bij hun keuzes. ‘De geografische ligging van een bedrijf of cluster kan al heel veel verschil maken. Chemieparken aan zee kunnen eenvoudiger aansluiting vinden op offshore windparken dan grootverbruikers in het binnenland. Maar het maakt ook nogal uit of een nieuwe aansluiting vlak bij een hoogspanningsstation staat of daar ver vandaan. Hoe eerder we de plannen kennen, hoe eerder we kunnen beginnen met uitbreiding of het aanreiken van alternatieven. In sommige gevallen kan het interessanter zijn om een waterstofleiding in te zetten om duurzame energie te transporteren dan een elektriciteitsleiding.’

Peakshaving

Toch kan de industriële verschuiving naar elektriciteit -naast verduurzaming – ook een andere positieve invloed hebben op het energiesysteem. Van der Hoofd: ‘Aan de opwekkingskant zien we steeds meer volatiele bronnen zoals wind en zon. Waar het energiesysteem vroeger was afgestemd op de elektriciteitsvraag, moeten we met de nieuwe bronnen rekening houden met een aanbodgestuurde markt. Zolang het voldoende waait en de zon voldoende schijnt, kunnen bedrijven volop produceren. Maar we moeten gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor de zogenaamde dunkelflaute, de windstille nachten. Grote elektriciteitsverbruikers zoals Aldel, ESD-Sic en Nobian zetten hun elektrische assets al in als virtuele batterij. Als de vraag het aanbod overstijgt, draaien ze hun productie een stukje terug. Hoe meer van dit soort flexcapaciteit in het systeem zit, hoe beter.’

Erik van der Hoofd, Tennet

Onderzoek wijst uit dat TenneT de piekbelasting van zijn elektriciteitsnet met wel tien tot zeventien procent kan verlagen als ze het volledige potentieel benutten van industriële vraagsturing. ‘Helaas krijgen juist bedrijven die hun stroomverbruik stabiel houden momenteel korting op het netwerktarief. Dit kan oplopen tot wel negentig procent korting. Bedrijven zullen dan niet graag overstappen naar een flexibeler stroomverbruik.’

Ook echte batterijen krijgen in het toekomstige energiesysteem een grotere rol. Van der Hoofd: ‘Terwijl ook waterstof zijn positie opeist, alhoewel ik zelf eerder een toepassing zie voor het gas als grondstof voor de industrie dan als energiedrager. Er wordt namelijk al veel grijze waterstof ingezet voor de productie van onder andere kunstmest. Deze vervangen voor groene waterstof levert op de korte termijn meer milieuwinst op.’

Waterstof

De beslissingen rondom het emissievrije waterstofgas hebben wel degelijk ook invloed op de keuzes van TenneT. ‘Ook hier geldt dat locatiekeuze zeer belangrijk is’, zegt Van de Rijt. ‘Het meest ideaal is natuurlijk om elektrolyzers te situeren dichtbij de aanlanding van een offshore windpark. Ook moet men goed nadenken over de inzet van de elektrolyzers. Voor een eigenaar van zo’n systeem is het interessanter om deze als basislast te gebruiken dan alleen als peakshaver. Het zijn tenslotte dure assets die je zoveel mogelijk wilt benutten. Het is echter zonde om alle groene elektriciteit om te zetten in waterstof als de stroom ook direct kan worden ingezet. De wetgever moet het dan ook interessanter voor partijen maken om in dit soort dure assets te investeren, ook als ze niet altijd worden ingezet.’

‘Hoe eerder we de plannen kennen, hoe eerder we kunnen beginnen met uitbreiding of het aanreiken van alternatieven.’

Erik van der Hoofd, hoofd marktontwerp Tennet

Draagvlak

Van der Hoofd: ‘Om de veranderingen bij te kunnen benen, hebben we echt andere spelregels nodig. We moeten immers investeren in geheel nieuwe systemen en de bijbehorende data-infrastructuur. We zouden dan ook iets meer ruimte willen van toezichthouder ACM om investeringen te doen die op het eerste gezicht buiten onze taken liggen. Maar die wel noodzakelijk om het energiesysteem van de toekomst vorm te geven. Natuurlijk streven we daarbij nog steeds naar de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. We zouden wel sneller kunnen opschalen als we ook de ruimte krijgen om fouten te maken. De overheid zou zelf iets meer regie kunnen voeren in de keuzes voor productie, conversie, transport en opslag. Als ze daarbij kiest voor prijsprikkels, kan ze wellicht differentiëren in ruimtelijk ordeningsbeleid voor energieprojecten. Grond dichtbij gebruikers, infrastructuur of opslag kan dan aantrekkelijker worden gemaakt dan lastigere locaties. Hoe dan ook moeten we de komende jaren al het geld en mankracht inzetten op de energietransitie. Laten we er dan samen met de industrie en overheid voor zorgen dat die investeringen in de pas lopen met het maatschappelijke draagvlak.’

De industrie moet wat CDA-politicus Henri Bontenbal betreft weer op het politieke netvlies komen. En dan het liefst via een groene industrieagenda. Maar dat betekent ook dat er complexe knopen moeten worden doorgehakt. ‘De discussie gaat nog teveel over wat men allemaal niet wil’, zegt Bontenbal. ‘Terwijl de politieke discussies vooral moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

De Tweede Kamer is niet heel dik bezaaid met bèta’s en dat kan de discussie rondom de energie- en grondstoffentransitie best nog wel eens in de weg zitten. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen. Henri Bontenbal zit weliswaar tijdelijk in de Kamer als vervanger van Harry van der Molen, maar vormt al langer het energie- en klimaatgeweten van het CDA. De natuurkundige is al snel geneigd even een spreadsheet er bij te pakken wanneer de discussie over energie gaat. ‘Veel van de energiedebatten gaan eerder over beeldvorming dan over de daadwerkelijke beleidskeuzes’, zegtpol Bontenbal. ‘Men heeft het al snel over groene waterstof als oplossing voor alles of men serveert CO2-opslag, biomassa en kernenergie af als opties, terwijl we weten dat we eigenlijk alle opties nodig hebben. Als je de getallen erbij pakt, zie je dat groene waterstof voorlopig schaars is en duur, en dat we dus ook andere opties zoals blauwe waterstof en CO2-opslag nodig hebben. Maar ook de discussies rondom bijvoorbeeld biomassa gaan vaak meer over emoties dan over de harde cijfers. Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen. En dat is dat er geen free lunch is. Op de postzegel die Nederland is, heeft iedere keuze zijn keerzijde: windturbines nemen nu eenmaal schaarse ruimte in, net als zonneparken en biomassa. Bovendien zijn de duurzame energiebronnen vaak nog duurder dan de fossiele brandstoffen. Houden we het echter bij aardgas, dan worden we steeds afhankelijker van import uit landen die soms politiek gevoelig liggen. Geopolitiek lijkt niet echt een overweging te zijn in het energiebeleid en we vertrouwen nu wel erg op de energiemarkten.’

Keuzes

Bontenbal wil dan ook wat meer sturing vanuit Den Haag. ‘Het is de taak van de Kamer de pro’s en contra’s tegen elkaar af te wegen en knopen door te hakken. Nu lijkt het er op dat Kamerleden, maar ook NGO’s, vooral weten waar ze allemaal tegen zijn. Terwijl de discussie zou moeten gaan over de energiemix waar we wél mee kunnen leven.’

bontenbal

‘Om de achterban tevreden te houden, praat men al snel de kritische burger naar de mond zonder het eerlijke verhaal te vertellen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De actuele energiecrisis maakt weer pijnlijk duidelijk hoe ingrijpend energietekorten kunnen zijn voor de maatschappij. Bontenbal: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om alles maar aan de markt over te laten en hebben wel enige vorm van regie nodig. De TTF gasfutures stonden een jaar geleden nog op vijf euro per megawattuur, nu zo’n 88 euro. Dat is echt absurd hoog. Je moet burgers beschermen tegen de gevolgen van dergelijk hoge prijzen, maar ook een beetje gasverbruikend MKB-bedrijf houdt het op deze manier niet lang vol. Als je iets positiefs uit deze energiecrisis wil halen, dan is dat het feit dat energie en leveringszekerheid weer bovenaan de politieke agenda staan. Maar het geeft ook aan hoe wankel het evenwicht is tussen leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Ik zou daarom ook zeker kernenergie meenemen in de afwegingen. Het energiesysteem dreigt spaak te lopen als er te veel volatiel vermogen op het net komt. Kernenergie kan net dat beetje basislast leveren dat nodig is om de balans in evenwicht te houden. Natuurlijk moet je daarbij wel de maatschappelijke baten en lasten doorrekenen, maar op voorhand uitsluiten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.’

Industrieagenda

Bontenbal bespeurt daarbij met name bij de linkse partijen een cynische houding richting industrie. ‘Als de industrie al in de debatten wordt genoemd, is het vooral vanwege de dingen die de industrie niet goed doet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de discussie rondom Tata Steel. Een aantal partijen zien het bedrijf dan ook liever gaan dan blijven. Maar ze vergeten vaak voor het gemak even dat je daarmee ook een hele keten vernietigt van toeleverende bedrijven en kennisnetwerken rondom de staalreus. De door de publieke opinie afgedwongen koerswijziging van het bedrijf naar groene staalproductie is wat mij betreft dan ook de lakmoesproef voor de groene industriepolitiek die het kabinet wil voeren. Want zonder politieke steun heeft zo’n forse ingreep geen kans.’

De rechtszaak tegen Shell is volgens Bontenbal een ander typerend voorbeeld van hoe de industrie in een negatief daglicht staat. ‘Maar het is vooral de taak van de overheid om grenzen te stellen aan de impact die bedrijven hebben op de directe leefomgeving of het klimaat in het algemeen. Je kunt daar bedrijven individueel niet alleen op aanspreken. Je kunt een klimaatdoel van een land of werelddeel niet zo maar één op één vertalen naar een bedrijfsdoel. Het gelijk dat de aanklager kreeg van de rechter is in mijn ogen dan ook een pyrrusoverwinning. De perverse effecten van zo’n rechterlijke ingreep is dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen met minder stringente regelgeving. Of bedrijfsonderdelen verkopen aan partijen die het minder nauw nemen met het milieu, waardoor de werkelijke uitstoot alleen maar toeneemt.’

bontenbalLeiden

Bontenbal gaf zelf al een voorzetje door een groene politieke industrieagenda te schrijven. ‘Het Klimaatakkoord is een goede aanzet geweest om de industrie te betrekken bij de klimaatambities van het kabinet. Toch blijft het publiek in het algemeen wantrouwig kijken naar de industrie. Ook in de discussies rondom de energietransitie wordt de industrie vooral als probleem gezien. Terwijl een groot deel van het verdienvermogen bij diezelfde energie-intensieve industrie ligt. We hebben nu eenmaal een geografisch gunstige ligging aan de Noordzee waar de oude economie van profiteerde, maar die ook ideaal is voor duurzame innovatie. We kunnen offshore windparken aanleggen, duurzame brand- en grondstoffen importeren. Maar ook CO2 afvangen en opslaan omdat we uitgeproduceerde velden hebben die relatief eenvoudig te bereiken zijn. Als de circulaire economie ergens kan slagen, dan is het hier. Bovendien zijn de Nederlandse universiteiten en hogescholen van wereldklasse, waardoor we ook de kennis in huis hebben om vooruit te lopen in de energietransitie.’

Bontenbal is van mening dat als we als maatschappij kiezen voor een duurzame koers voor onze industrie, we een kraamkamer scheppen voor innovatieve technologie. ‘Als we duurzame alternatieven vinden voor kunstmest en chemische producten, profiteert niet alleen Nederland daarvan, maar leiden we de rest van de wereld naar een schonere toekomst.’

Blauwe boorden

Op het moment van schrijven is de kabinetsformatie nog in volle gang, maar de speerpunten voor de komende vier jaar zijn inmiddels wel duidelijk. ‘De klimaatcrisis, stikstofcrisis, veiligheid en woningen vragen de komende jaren veel aandacht’, zegt Bontenbal. ‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen. Het heeft geen zin om schuldigen aan te wijzen. Kijk vooral naar welk aandeel de partijen kunnen leveren in de transitie.’

‘De industrie heeft zeker een aandeel aan de klimaatverandering, maar ook het vermogen om deze op te lossen.’

Henri Bontenbal – vervangend Tweede Kamerlid CDA

De industrie is ook een grote werkgever en voor de energie en grondstoffen­transitie is nog veel meer bèta-kennis en -kunde nodig. ‘Dan helpt het imago dat de industrie krijgt opgelegd niet mee om leerlingen te motiveren te kiezen voor een bètacarrière. Nu kun je niet alles sturen, maar het is wel de vraag hoeveel jongeren we moeten opleiden voor bijvoorbeeld recreatiewetenschap, terwijl elders grote tekorten ontstaan voor technische beroepen. We hebben als maatschappij en bedrijfsleven de bijna onmogelijke opdracht om grootschalig woningen te renoveren en verduurzamen, netten aan te passen aan elektrificatie en waterstof en nieuwe energiebronnen aan elkaar te knopen. Managers en consultants zijn er genoeg, waar we echt behoefte aan hebben zijn de blauwe boorden. Straal dan ook uit dat we ze belangrijk vinden, anders wordt het nog een lastige transitie.’

European Industry & Energy Summit (EIES) 2021 heeft dit jaar plaats in Rotterdam Ahoy. Op 7 en 8 december staat de energie- en grondstoffentransitie van de Europese industrie centraal in plenaire talkshows en verscheidene side events.

Het ziet er naar uit dat de komende maanden meer mogelijk wordt voor fysieke evenementen. De organisatie van EIES verwacht daarom dat de 2021-editie weer met publiek kan worden georganiseerd. Wel heeft de 100% online versie van 2020 aangetoond dat streaming nieuwe mogelijkheden biedt ook niet meer is weg te denken. Met een combinatie van fysiek en online zal het bereik van het evenement verder kunnen groeien. In 2019 had het evenement 650 fysieke inschrijvingen. In 2020 melden 1250 mensen zich aan voor het online evenement, uitgezonden vanuit vier studio’s in Nederland.

Verscheidenheid

Als alle versoepelingen rond Covid het toelaten, zal Rotterdam Ahoy het fysieke middelpunt zijn van plenaire sessies en verschillende side events en break-outs. Via een netwerk-app kan iedereen ook de verschillende livestreams volgen. In Ahoy is ook ruimte voor een expositie met standwalls van partners. Het evenement gaat uit van de community-of-communities gedachte. Naast de plenaire sessies van de organisatie zelf, organiseren verschillende partners hun eigen side events en break outs.

Thuishaven

EIES wil ideeën, technologie, plannen en projecten stimuleren om de uitdaging van de klimaatverandering aan te gaan door alle relevante partijen en expertise uit heel Europa samen te brengen. De Summit richt zich op een verscheidenheid aan onderwerpen zoals emissievrije waterstof, chemische recycling, energie-efficiëntie, elektrificatie, afvang, gebruik en opslag van koolstof, biogebaseerde ketens en meer.

De keuze voor Rotterdam Ahoy versterkt de ambitie van de organisatie om door te groeien met het evenement. Bovendien is Rotterdam een thuishaven en enorme Europese hub voor industriële activiteiten en infrastructuur.

Neem voor meer informatie over het evenement contact op met Janet Robben, janet@industrielinqs.nl.

BASF Antwerpen is al jaren bezig met duurzaamheid op het gebied van water. Ze wisselde ooit al van het gebruik van drinkwater naar oppervlaktewater, maar de toekomst vraagt om meer verandering. Vlaanderen ligt bijvoorbeeld in een waterstressgebied. Tijdens het congres Watervisie 2021 vertelde operations manager utilities Jürgen Moors op welke manieren er nog meer duurzaam met water wordt omgegaan.

Water wordt bij BASF op verschillende manieren gebruikt. In processen zelf kan het dienen als scheidingsstof of als een soort oplosmiddel. Wat veel mensen volgens Moors niet weten is dat het in de chemie de grootste waarde heeft als energiedrager. ‘Het kan een energiedrager zijn op het gebied van warmte, in de vorm van stoom en calorieën. Of het kan dienen als koelwater.’De Verbundsite van BASF in Antwerpen, waar 56 fabrieken staan, leent zich goed om zo weinig mogelijk verliezen van water te realiseren. Dat doet het chemiebedrijf met behulp van cascadering. Moors heeft er drie voorbeelden van.

Koelwater

Het eerste gaat over koelwater. Dat pompt BASF op uit een dok. Dat water heeft, in een normale lente of zomer, een temperatuur van 20 tot 25 graden. ‘Dat water brengen we naar bedrijven die hun warmte kwijt moeten’, legt Moors uit. ‘Zij verhogen de koelwatertemperatuur naar 25 tot 30 graden. Daarna transporteren we het water naar bedrijven die een hoger warmteniveau hebben. Zij verwarmen het water uiteindelijk tot 35 of 40 graden. Vervolgens koelen we het in een koeltoren af om het opnieuw in te kunnen zetten. Op deze manier kunnen we het koelwater een aantal keer achter elkaar gebruiken.’

Stoom

Hetzelfde principe past het chemiebedrijf toe bij stoom. Moors: ‘Stoom produceren we bij bedrijven die warmte op een hoog niveau produceren. Dan hebben we het over meer dan honderd bar. Vervolgens gaan we in verschillende cascades naar beneden zodat bedrijven de warmte in kunnen zetten op het niveau dat ze nodig hebben. Zo link je eigenlijk alles aan elkaar.’

Afvalwater

Ook bij afvalwater gebruikt BASF weer cascadering. ‘Afvalwater van het ene bedrijf bevat soms wel verontreinigingen, maar die storen absoluut niet in het proces van een ander bedrijf. Dat water transfereren wij ook weer via een cascade voordat we het naar onze waterzuivering brengen.’

‘We hebben gekozen voor een technologie op basis van membranen om zeker te zijn dat we die stap altijd kunnen zetten.’

Jürgen Moors, manager utilities BASF Antwerpen

Het zijn drie voorbeelden van hoe BASF op het moment werkt aan waterduurzaamheid. In de toekomst wil ze nog meer doen. Daarom bouwt ze bijvoorbeeld met Evides Industriewater aan een nieuwe demiwaterfabriek. In het ontwerp van de demiwaterinstallatie is ingezet op het optimaliseren van het proces door hergebruik van verschillende waterstromen uit de productie en gebruik van restwarmte uit condensaat. Dit resulteert in efficiënter watergebruik en een lagere energie- en chemicaliënverbruik. Moors: ‘We hebben gekozen voor een technologie op basis van membranen om zeker te zijn dat afhankelijk van de richting die we uitgaan, we die stap altijd kunnen zetten.’

Met de membraantechnologie zet BASF nu al een stap naar zuiverder water. In de toekomst moet de techniek ook de kern zijn om andere bronnen aan te boren door bijvoorbeeld nog een extra stap voor of na te schakelen. De bouw van de fabriek is momenteel bezig. De verwachting is dat Evides in het voorjaar van 2022 het eerste water zuivert.

Grens

Daarnaast kijkt BASF naar andere mogelijkheden zoals het samenwerken met andere partijen in de omgeving op het gebied van water. Moors: ‘Er is al een pijpleidingennetwerk voor andere producten zoals stikstof en waterstof. Ik denk dat we meer en meer naar een maatschappij evolueren waar ook deze aspecten worden onderzocht. Denk maar aan CO2 dat ook een van de parameters is. Ik denk dat dat ook de toekomst voor water is. In de Antwerpse haven wordt er al naar gekeken om op de middellange termijn die richting op te bewegen en waarom zouden we de grens niet oversteken op termijn?

Centrale Afvalwaterzuivering Botlek

Evides Industriewater is Centrale Afvalwaterzuivering Botlek (CAB) aan het opstarten. Dat vertelde directeur Jan Robert Huisman. De CAB staat op het terrein van Huntsman in de Botlek, waar verschillende ondernemingen uit de petrochemische chemie zijn gevestigd. ‘Het is complex afvalwater’, zegt Huisman. ‘Maak maar eens van die complexe soep schoon afvalwater dat je netjes kunt lozen.’

water

Jan Robert Huisman, Evides Industriewater

Duurzaamheid speelt bij elk project een grote rol voor Evides. ‘Circulariteit is altijd ons uitgangspunt’, zegt Huisman. ‘Maar dat is niet iets dat je vaak in de volle breedte in één keer kunt ontwikkelen. Soms moet dat stap voor stap. Bij de CAB is het al een hele uitdaging dat de installatie goed draait. Dus we beginnen om hem goed in te regelen en te zorgen dat we aan de vergunning voldoen. Vervolgens zijn er natuurlijk nog mogelijkheden om hergebruik toe te passen.’

Niet al het afvalwater hoeft bijvoorbeeld direct naar de zuivering. Dat zie je bij BASF. Huisman neemt stoomcondensaat als voorbeeld. ‘Vaak is het de gewoonte om dat via het riool naar de zuivering te laten lopen. Maar het is relatief schoon water dat je met een vrij eenvoudige techniek op specificatie kunt brengen. Dat ontlast de zuivering, maakt de investering lager en je bent sneller circulair. Je moet meer naar het totale system kijken.’

De waarde van water neemt toe nu de beschikbaarheid onder druk komt. Vanuit de Oranjerie van Paleis Soestdijk spraken vertegenwoordigers van de industrie, overheid en waterexperts over de huidige en toekomstige waarde van water. Bekijk nu de live talkshow en de pitches van de drie kandidaten voor de Water Innovator of the Year-verkiezing.

De waarde van water staat op een kantelpunt. Nederland heeft nooit last van watertekorten gehad, maar waterkwantiteit en -kwaliteit staat zo nu en dan wel onder druk. Dat merkte bijvoorbeeld Sitech bij de aanvraag van de nieuwe lozingsvergunning. Maar ook gedeputeerde Peter Smit van de Provincie Noord-Brabant ziet de druk op grondwaterbronnen toenemen. Smit wil daarbij de industrie niet dwingen zijn vergunning in te leveren, maar wil wel gezamenlijk nadenken over alternatieve bronnen.

Ook BASF wil graag alternatieve bronnen inzetten in zijn processen. In de gedachte van het Verbund-principe kan het afvalwater van het ene proces weer worden ingezet in andere processen. Dat de industrie beter kan samenwerken om de uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, bewijst Evides Industriewater met de Centrale afvalwaterzuivering Botlek.

 

 

 

De samenwerking van membraanexpert Wafilin en aardappelzetmeelproducent Avebe leverde een innovatie op die een doorbraak betekent in concentratieprocessen. Beide bedrijven zijn dan ook verkozen tot Water Innovator of the Year 2021. Inmiddels kijkt Wafilin ook naar toepassingen in andere branches die nu nog thermisch indampen.

Het DuCam-project, dat aardappelsap duurzaam concentreert, was volgens jury en publiek van het Watervisie platform de innovatie met de meeste impact. ‘De combinatie van het doorzettingsvermogen van Avebe en de intensieve proceskennis van Wafilin leidde tot een samenwerking die grote stappen zet in energiebesparing en waterterugwinning’, aldus de jury. ‘Deze innovatie is niet alleen relevant voor Avebe, maar ook voor heel veel vergelijkbare scheidingsprocessen. Wafilin en Avebe zijn daarom een terechte Water Innovator of the Year.’

Avebe en Wafilin namen het tijdens de verkiezing op tegen VSGM, dat rioolslib omzet in een grondstof voor de cementindustrie en MEZT, dat bipolaire elektrodialyse inzet voor het afscheiden van ammoniak en grondstoffen uit mest.

Juryleden Niels Groot (Dow Terneuzen), Roy Tummers (VEMW), Jan Willem Mulder (Evides Industriewater) en Duska Disselhoff (AquaVentures) hadden de zwaarste stem in de verkiezing. Maar ook het online publiek kon zijn stem uitbrengen.

DuCam

Wafilin en Avebe bedachten samen een duurzame alternatieve route voor indampen. Het Ducam-proces, wat staat voor Duurzaam Concentreren van Aardappelsap met Membranen, gebruikt membraantechnologie om aardappelsap te concentreren. Daardoor is veel minder energie nodig voor eiwitwinning en indamping.

Watervisie

De Water Innovator of the Year-verkiezing is onderdeel van het Watervisie Congres dat donderdag 11 februari werd uitgezonden vanuit de Oranjerie van Paleis Soestdijk. Samen met de partners Evides Industriewater en VEWM bracht Industrielinqs Pers en Platform diverse stakeholders uit de industriële waterwereld bijeen om via een live talkshow te discussiëren over de huidige en toekomstige waarde van water.

 

 

De nominatiefilm van de MEZT-technologie is klaar. MEZT gebruikt elektrodialyse uit de watersector om ammoniak en andere grondstoffen uit mest af te scheiden. Daarmee kan de technologie een groot deel van het stikstofprobleem oplossen. Agrariërs kunnen bovendien hun eigen meststoffen samenstellen en daarmee circulaire landbouw bedrijven.

Op 11 februari dingt MEZT mee naar de Water Innovator 2021, tijdens Watervisie 2021 Online, vanuit Paleis Soestdijk. Andere finalisten zijn Mid Mix en Wafilin/Avebe. Inschrijven voor de livestream is kosteloos.

Stemmen

Vanaf donderdag 4 februari kan er via internet worden gestemd op de drie finalisten. Daarmee worden twintig van de honderd punten verdeeld. De andere punten kunnen ze bemachtigen via de juryleden (60) en het stemmen tijdens de livestream (20).

 

In het derde en laatste deel van Deltavisie 2020 hadden we een inspirerend gesprek over de industrie en het klimaat. Zijn chemische bouwstenen en energie gewoonweg niet te goedkoop om een goede transitie te maken? En de aandelenbeurzen te grillig? Misschien wel de meeste aandacht ging uit naar de bekendmaking van de Plantmanager of the Year. En de oproep om een dreamteam te vormen om de industrie meer te laten zien.

Het algoritme dat investeringsbeslissingen in de waterketen ondersteunt AquaVest is Water Innovator of the Year 2020. De vakjury was onder de indruk van de holistische benadering van Frontier Ventures, dat AquaVest ontwikkelde. Behalve kostenbesparingen tot twintig procent, toont de software ook wie, wanneer en hoeveel moet investeren. Dat is een goede basis voor meer samenwerking in de waterketen.

Om weloverwogen keuzes te kunnen maken, ontwikkelde Frontier Ventures een algoritme dat de variabelen en afhankelijkheden binnen de waterketen doorrekent en vertaalt naar investeringsbeslissingen. De ervaring van Duska Disselhoff van Frontier Ventures met complexe systemen zoals de waterketen stond aan de basis van het algoritme dat ze AquaVest noemde.

‘Om de waterzekerheid ook in de toekomst te borgen, zullen de publieke en private partijen nu al moeten nadenken over noodzakelijke investeringen in het watersysteem’, zegt Disselhoff. ‘Grote uitdaging daarbij is dat het systeem op microniveau al complex kan zijn. Laat staan dat ze het overzicht op gebiedsniveau hebben. Het algoritme dat wij ontwikkelden, kan dat overzicht wel bieden. Het houdt daarbij rekening met zowel economische als ecologische belangen.’

Water Innovator of the Year

Tijdens het congres Watervisie 2020 pitchten drie kandidaten voor de Water Innovator of the Year-verkiezing. Naast AquaVest lieten ook Vivimag en Zero Brine zien hoe zij de waterketen kunnen verduurzamen. Vivimag door het mijnen van vivianiet en Zero Brine door het scheiden van zouten in brijn.

Jury

De jury van de Water Innovator of the Year-verkiezing bestond uit Niels Groot, waterspecialist bij Dow Terneuzen, Antoine van Hoorn van SKIW en Frank Oesterholt van KWR. De jury was positief verrast door de holistische benadering van AquaVest. Het algoritme biedt een uitstekende tool om de complexe waterketen inzichtelijk te maken en investeringsbeslissingen te timen.

Bekijk hier de film van AquaVest

De Water Innovator of the Year en het Watervisie congres zijn onderdeel van het Watervisie platform (www.watervisie.com). Dit een samenwerkingsverband van de vakbladen Petrochem en Utilities, belangenvereniging voor energie en watergebruikers VEMW en industriewaterexpert Evides Industriewater.