Jorrit Lousberg Archieven - Utilities

Er kan gerust worden gesteld dat energiecoöperaties meedoen in de transitie naar een duurzame energievoorziening. Maar wat is het voordeel van energiecoöperaties en wat zijn de risico’s nu eigenlijk?

Sophie Dingenen, Margot Besseling & Sharon van de Kerkhof, Corporate Energy Team, Bird & Bird LLP

Het onderwerp ‘energietransitie’ is inmiddels niet meer weg te denken en investeringen in duurzame projecten door zowel bedrijven als particulieren zijn aan de orde van de dag. Een vorm waarin deze investeringen gedaan kunnen worden is de energiecoöperatie; een samenwerkingsverband dat al jaren aan populariteit wint in Nederland. Uit een analyse van de Lokale Energie Monitor volgt dat het totale aantal energiecoöperaties in Nederland afgelopen jaar van zestig is toegenomen tot 392 energiecoöperaties. Deze energiecoöperaties investeren in diverse duurzame projecten, zoals zon (37 megawattpiek) en wind (118 megawatt), en wekken samen zoveel duurzame elektriciteit op dat zij 85.000 huishoudens van stroom kunnen voorzien. Er kan dus gerust worden gesteld dat energiecoöperaties meedoen in de transitie naar een duurzame energievoorziening. Maar wat is het voordeel van energiecoöperaties en wat zijn de risico’s nu eigenlijk?

Coöperatie

Een energiecoöperatie kan in verschillende vormen gestalte krijgen. Breed bezien is een energiecoöperatie een samenwerkingsverband tussen verschillende partijen, dus burgers, bedrijven of gemeenten, met als doel het bevorderen van de al dan niet duurzame energievoorziening, door collectief te investeren in het opwekken, handelen en/of gebruiken van duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze samenwerkingsverbanden kunnen in verschillende juridische rechtsvormen worden gerealiseerd, maar de Lokale Energie Monitor heeft na onderzoek vastgesteld dat een coöperatie, met uitgesloten aansprakelijkheid, de meest voorkomende vorm is gevolgd door de vereniging of stichting. Een coöperatie is een bijzondere vorm van een vereniging en kan in die hoedanigheid overeenkomsten aangaan voor en met haar leden. Daarnaast kan een coöperatie winst uitkeren en de aansprakelijkheid van haar leden voor schulden van de coöperatie bij ontbinding uitsluiten. Daardoor leent deze vorm zich over het algemeen uitstekend voor een meerpartijen samenwerkingsverband voor investeringen in duurzame energieprojecten.

Wanneer een samenwerkingsverband kiest voor de rechtsvorm coöperatie is het sinds 1 januari 2018 van belang om een onderscheid te maken tussen zogenoemde houdstercoöperaties en reële coöperaties. Waar tot 2017 in beginsel alle coöperaties nog waren uitgezonderd van het betalen van dividendbelasting op de winst die zij uitkeert aan haar leden, zijn de hiervoor genoemde houdstercoöperaties nu wél onderworpen aan dividendbelasting. Voor de kwalificatie van houdster- dan wel reële coöperatie wordt naar de activiteiten van de coöperatie gekeken. Indien de opbrengst van een coöperatie hoofdzakelijk (lees: zeventig procent) bestaat uit het houden van deelnemingen of het direct of indirect financieren van verbonden lichamen of natuurlijke personen, kwalificeert een deelneming als houdstercoöperatie en is zij dividendbelasting verschuldigd over datgene wat zij uitkeert aan haar leden.

De diversiteit van de energiecoöperaties in Nederland volgt niet enkel uit de verscheidenheid aan rechtsvormen, maar ook uit de zeer uiteenlopende doelstellingen. Zo kunnen zij zich primair richten op de ontwikkeling van één bepaalde bron, zoals wind of zon, of bijvoorbeeld op één bepaald project of geografisch gebied. Er zijn ook coöperaties die bestaan uit een samenwerkingsverband tussen meerdere (kleine) coöperaties.

Burgerenergiecoöperaties

Energiecoöperaties bestaande uit burgers, burgerenergiecoöperaties, kunnen een belangrijke rol spelen bij het creëren van een draagvlak voor nieuwe energieprojecten en de bewustwording van de noodzaak van de energietransitie. Zo organiseren burgerenergiecoöperaties buurtbijeenkomsten om energiebesparingsmaatregelen te bespreken en leveren zij een bijdrage aan het ontwikkelen van innovatieve nieuwe projecten of investeringsmodellen. Een interessant voorbeeld is Windpark Krammer. Twee burgerenergiecoöperaties, te weten Deltawind en Zeeuwind, hebben samen de aanleg van een windpark bestaande uit 34 turbines met een totaal vermogen van 102 megawatt gerealiseerd. De meer dan vierduizend leden van deze burgerenergiecoöperaties vormen samen de eigenaren en investeerders van Windpark Krammer. Windpark Krammer heeft vervolgens met Akzo Nobel, DSM, Philips en Google een power purchase agreement (PPA) afgesloten voor de afname van de opgewekte stroom. Het bijzondere aan dit project is hierdoor dat burgers duurzaam opgewekte stroom via het net leveren aan vier grote bedrijven zonder inmenging van een energieleverancier, ook wel een consumer-to-business model genoemd.

Postcoderoosregeling

In Nederland bestaan er een aantal financiële stimuleringsregelingen waardoor het voor partijen interessant kan zijn om als energiecoöperatie te investeren in duurzame energie. Een welbekende en veelbesproken maatregel is de stimuleringsregeling voor de opwekking van duurzame energie, ofwel de SDE+ subsidie. De overheid heeft de afgelopen jaren elk half jaar een significant budget beschikbaar gesteld voor het verstrekken van subsidies voor duurzame energieprojecten. De Lokale Energie Monitor signaleert dat er een SDE+ subsidie is aangevraagd voor 71 toekomstige zonneprojecten door energiecoöperaties. Voor de kleinschaligere projecten is de SDE+ subsidie echter een minder interessant vehikel doordat het aanvragen van de SDE+ een relatief dure en uitgebreide procedure is en er bepaalde minimum productie quota gelden.

Voor deze projecten kan de Regeling Verlaagd Tarief een interessant alternatief zijn. De leden van energiecoöperaties of verenigingen van eigenaren die gebruik maken van deze regeling ontvangen namelijk korting op de energiebelasting voor lokaal en duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze regeling wordt in de volksmond ook wel de postcoderoosregeling genoemd. Dit omdat de regeling enkel kan worden gebruikt door leden binnen een afgebakend geografisch gebied in de nabijheid van een wind- of zonnepark. Dit is direct ook één van de grootste nadelen van de postoderoosregeling, naast het feit dat de postcoderoos-coöperaties op grond van de huidige Regeling Verlaagd Tarief geen gebruik kunnen maken van subsidies of andere door de overheid gefinancierde tegemoetkomingen. Desalniettemin heeft de Lokale Energie Monitor geconcludeerd dat de postcoderoosregeling voorzichtig tot bloei komt, nu van de honderd nieuwe collectieve zonneprojecten in 2017, 63 projecten zijn gerealiseerd met deze regeling. Eind 2017 is de postcoderoosregeling geëvalueerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De resultaten van dit onderzoek worden begin 2018 verwacht.

Salderingsregeling

Tot slot kunnen partijen zoals verenigingen voor eigenaren, sportclubs of bedrijven gebruik maken van de salderingsregeling. Saldering vindt plaats op het moment dat een gedeelte van de opgewekte energie niet direct zelf wordt gebruikt maar terug wordt geleverd aan het elektriciteitsnet. De hoeveelheid elektriciteit die aan het net terug wordt geleverd, wordt in mindering gebracht op de hoeveelheid elektriciteit die van het net wordt afgenomen. Door dit systeem hoeft de kleinverbruiker geen leveringskosten en heffingen te betalen over het verrekende gedeelte van de afgenomen elektriciteit. Deze regeling is minder interessant voor de energiecoöperaties nu het salderen gericht is op de kleinverbruiker en betrekking heeft op het verrekenen van zelf opgewekte en afgenomen stroom. Zoals we in een eerdere editie van dit magazine al schreven is de overheid daarnaast van plan de salderingsregeling te herzien om over-stimulering te voorkomen.

Geschil

Met de toenemende interesse in het opzetten van energiecoöperaties, groeit ook het belang om coöperaties goed in te lichten over de juridische en financiële consequenties van bepaalde investeringen. Een belangrijke les kan worden geleerd uit de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland van 20 december 2017 over de afwikkeling van het faillissement van Zonnegrond B.V. Zonnegrond B.V. had op een stuk braakliggende grond van de gemeente een grondgebonden zonnepark gebouwd met in totaal 1600 panelen. Coöperatie Zonnegrond UA had 666 van deze zonnepanelen met bijbehorende installatie gekocht. Na faillissement van Zonnegrond B.V. had de curator, op verzoek van de gemeente, deze 666 panelen verkocht. De ontstemde coöperatie had zich daarop tot de rechter gewend om een schadevergoeding van de curator te vorderen. Essentieel in deze zaak is de vraag wie de eigenaar van de zonnepanelen was ten tijde van het faillissement. De coöperatie, Zonnegrond B.V., of toch de gemeente als eigenaar van de grond? Kort gezegd wordt op grond van de Nederlandse wet de eigenaar van onroerend goed ook eigenaar van hetgeen op dat onroerend goed wordt gebouwd indien dat gebouwde ‘duurzaam met de grond is verenigd’. Dit wordt ook wel verticale natrekking genoemd. Of er sprake is van een ‘duurzaam met de grond verenigd’ bouwwerk, wordt beoordeeld aan de hand van een bepaalde stelregel die is gebaseerd op eerdere uitspraken van gerechtelijke instanties. Deze uitspraken bepalen dat van ‘duurzame vereniging met de grond’ sprake is, indien het betreffende bouwwerk naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Hierbij dient onder andere rekening te worden gehouden met de bedoeling van de bouwer en niet met de technische mogelijkheid om een bouwwerk te verplaatsen. De rechter heeft in deze zaak geoordeeld dat het zonnepark bedoeld was om duurzaam ter plaatse te blijven aan de hand van de vormgeving van het zonnepark en de aanwezigheid van een frame, betonnen palen en installaties als een transformatiekast. Het zonnepark dient dus te worden beschouwd als één geheel met het onroerend goed waarop het is gebouwd. Als eigenaar van de grond, werd de gemeente via verticale natrekking dus ook eigenaar van de zonnepanelen. Dit geschil had kunnen worden voorkomen indien de partijen een recht van opstal hadden gevestigd. Een recht van opstal voorkomt dat zonnepanelen ten gevolge van verticale natrekking eigendom worden van de eigenaar van de grond. Het recht van opstal brengt een juridische scheiding aan tussen het onroerende goed en hetgeen daarop gebouwd is. Het is voor energiecoöperaties dus belangrijk om bij het aangaan van investeringen in duurzame energieprojecten goed na te gaan of de juiste rechten zijn gevestigd om het eigendom van de aankoop vast te stellen.

Ondersteuning

De toename in het aantal energiecoöperaties geeft blijk van de maatschappelijke interesse om gemeenschappelijk te participeren in duurzame energieprojecten en de aanwezige potentie voor toekomstige groei. De huidige financiële stimuleringsregelingen zoals de SDE+ en de postcoderoosregeling bieden perspectief, maar kennen ook hun beperkingen. Het is dus wenselijk dat er vanuit de overheid meer middelen beschikbaar worden gesteld om deze initiatieven te ondersteunen. Het nieuwe kabinet heeft dit belang erkend in het regeerakkoord, waarin zij aangeeft dat er een aparte regeling dient te komen voor energiecoöperaties, die het mogelijk maakt dat omwonenden makkelijker kunnen participeren in duurzame energieprojecten in hun directe omgeving. Daarnaast is er op 14 december 2017 een motie ingediend door een aantal leden van de Tweede Kamer waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken hoe coöperaties met een maatschappelijk doel beter toegang kunnen krijgen tot financiering en hiertoe concrete voorstellen voor aan te leveren. Daarnaast wordt er ook vanuit internationaal verband een oproep gedaan aan de Nederlandse overheid om de energietransitie te ondersteunen middels financiële stimuleringsmaatregelen. Een voorbeeld hiervan is de oproep van de OECD in het recent gepubliceerde Taxation Energy Use 2018 rapport, waarin zij overheden verzoeken meer te ondernemen met de nationale energiebelasting om zo het terugdringen van CO2 uitstoot te verminderen. Wiebes heeft afgelopen januari schriftelijk aangegeven op korte termijn op de motie te zullen reageren en te onderzoeken op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan het bereiken van de duurzame doelstellingen uit het regeerakkoord. Of en op welke wijze energiecoöperaties aanspraak kunnen gaan maken op een aparte, eenvoudigere regeling binnen de SDE+ subsidie of een andere regeling blijft op dit moment nog speculeren.