Pixabay Archieven - Utilities

Momentum. Daar draait het bij kansen en veranderingen vaak om. Zo lijkt 2022 zomaar een belangrijk jaar voor waterstof. De eerste belangrijke vergunningen worden afgegeven en er staan verschillende investeringsbeslissingen gepland voor de bouw van groene waterstoffabrieken.

Ook in de media draait het om momentum. Al jarenlang is innovatie een belangrijk vehikel om te overleven. Papier krijgt een andere rol, digitaal verkennen we steeds meer mogelijkheden en evenementen worden steeds meer tv-shows.

De coronatijd heeft alles versneld. Voor 2020 werd me regelmatig gevraagd wat Industrielinqs met webinars ging doen. Het antwoord bleef ik schuldig. Maar nadat we vanaf 17 maart 2020 met ons allen op Teams, Zoom en meer stortten, was er ineens een veel groter bereik. Een momentum voor online talkshows. Inmiddels hebben we er meer dan twintig edities van Industrielinqs LIVE op zitten en er staan verschillende op de rol.

Het is nu het moment om weer naar onze papieren magazines te kijken. Medio 2020 hebben we iMaintain en Utilities samengevoegd tot het magazine Industrielinqs. Vanaf 2022 verschijnen onze twee magazines Industrielinqs en Petrochem om en om. Abonnees van het ene blad krijgen ook het andere. Minimaal tien edities en de Industrielinqs catalogus.

De inhoud van beide bladen groeide al naar elkaar toe. Haast synchroon aan de industrie en de energiesector. Staal, chemie, food, papier, energie worden steeds meer onderdeel van een geïntegreerd systeem. Onderwerpen als transitie, veiligheid, werkgelegenheid, investeringsklimaat zijn steeds meer cross-sectoraal.

Natuurlijk zal de nadruk van Petrochem op de chemische keten liggen en in Industrielinqs zal iets meer nadruk liggen op onderhoud en transitie. Maar samen kleuren ze een geïntegreerd industrieel palet in.

Uiteindelijk draait het bij Industrielinqs om wat zestien jaar geleden al in de naam is ingegeven: linken leggen in de industrie. In welke vorm en met welk medium dan ook, willen we dat blijven doen. We grijpen elk momentum aan om dat nog beter te kunnen doen. Hopelijk doet u ook mee in deze transitie.

 

Wim Raaijen, hoofdredacteur Industrielinqs

Nederland sluit zich alsnog aan bij de coalitie van landen die op korte termijn willen stoppen met directe overheidssteun voor internationale fossiele energieprojecten. In Glasgow heeft Nederland hiertoe een verklaring getekend, zo schrijft staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer. Vorige week gaf het demissonaire kabinet nog aan niet te tekenen en dat deze kwestie aan een volgend kabinet is, wat tot protest in de Kamer en bij verschillende milieuorganisaties leidde.

De ondertekening betekent dat het kabinet in 2022 zal werken aan nieuw beleid voor het beëindigen van internationale overheidssteun aan de fossiele energiesector. Dit geldt in het bijzonder voor de exportkredietverzekering (ekv). Het streven is dit voor eind 2022 te implementeren. Ook hoopt het kabinet dat zoveel mogelijk andere landen de verklaring ook willen ondertekenen, om een gelijk speelveld te behouden voor Nederlandse bedrijven en hun buitenlandse concurrenten.

De gemeente waarin ik woon vroeg burgers mee te denken over hoe een aantal wijken van het aardgas zouden kunnen. Nu hebben de ambtenaren goed nagedacht over welke wijken ze als eerste willen aanpakken: een wijk met veel huurwoningen in de lagere prijsklasse, een middenklasse wijk en eentje waar een gemiddeld huis niet onder de zeven ton van de hand gaat. Opvallend is dat de gemeente naast elektrificatie, stadsverwarming en zonneboilers ook hybride warmtepompen en duurzame gassen overweegt. Helemaal van het gas af wil men dus niet.De keuze voor deze drie wijken legt de grootste pijnpunten van de energietransitie bloot: de lastenverdeling. Want waar de duurdere huizen waarschijnlijk een absoluut hogere energierekening hebben, ervaren de huurders hun relatief lagere kosten als zwaardere last. En dus gaat de discussie niet alleen over efficiency en inpasbaarheid, maar ook over sociale gelijkheid.

Je kunt gemakkelijk parallellen trekken tussen de energietransitie op woonwijkniveau en de industriële transitie. Ook de industrie kent partijen met zulke kapitaalsintensieve assets dat hogere energiekosten niet direct het sein voor sluiten of verhuizen zijn. Terwijl er ook genoeg partijen zijn die nu al in de marges werken en waar de hoge gasprijs net de druppel kan zijn. In dat licht lijkt van het gas af de meest voor de hand liggende keuze, ware het niet dat alternatieven nog een stukje duurder zijn. Elektrificatie vraagt om miljardeninvesteringen in duurzame opwekcapaciteit en infrastructuur en ook biobased is niet altijd goedkoper en onomstreden.

De harde realiteit is dat het leeuwendeel van de elektriciteit nog steeds van gascentrales komt, en die rekenen hoge gasprijzen gewoon door in de stroomprijs. De drie kolencentrales zijn momenteel de enige energiebronnen die echt een goed rendement draaien, maar dat is wat betreft emissies ook niet wenselijk.

De roep om politiek leiderschap wordt dan ook steeds groter. Het eindpunt van de energietransitie is bekend, de route er naartoe is echter nog onzeker. Van het gas afgaan kan een verstandige keuze zijn, maar breng dan ook in beeld wie buiten de boot valt. Want welke keuze de nieuwe leiders ook maken: ze moeten draagvlak houden. Anders kan het nog een hele vervelende reis worden richting een CO2-neutrale samenleving.

Ik ben zeer voor diversiteit. Het doet me dan ook een deugd dat we bij onze evenementen en in onze bladen bijvoorbeeld steeds meer deskundige vrouwen aan het woord krijgen. Bij ons Watervisiecongres hadden we in het hoofdprogramma evenveel vrouwen als mannen aan tafel, mijzelf als witte man meegerekend. Hopelijk krijgen we daarnaast ook steeds meer kleur in de industrie en we hebben ons voorgenomen om nog meer op zoek te gaan naar jonge wijze mensen, om te interviewen.

Inclusiviteit en diversiteit heeft echter niet alleen met gender, kleur, leeftijd en afkomst te maken. Maar ook met variatie in kennis en inzichten. Standpunten worden immers ook bepaald door de positie die mensen innemen. Sta je buiten een gebouw, dan zie je wat anders dan wanneer je binnen loopt. Dat is zeer van invloed.

De industrie bestaat vooral uit – meestal witte, mannelijke – technici, die elkaar wel vinden in hoe de wereld is opgebouwd. Daar mag best wel wat meer verscheidenheid in komen. En misschien is dat ook al een tijdje gaande. Gezien ook de toenemende variatie in onze kolommen en bij onze evenementen.

Echter de wereld van alpha’s mag daarentegen wel een extra snufje logica van de bèta’s gebruiken. Neem bijvoorbeeld de politiek. Op de kieslijsten van de parlementsverkiezingen staan misschien twaalf mensen met een technische achtergrond die straks op het pluche terecht kunnen komen. Maximaal, want meer dan de helft staat op een net-wel-net-niet-positie op een lijst. Dus maximaal acht procent van de volksvertegenwoordigers straks is bèta. Zes procent is waarschijnlijker.

Het lijkt me sterk dat dat een goede afspiegeling is van de samenleving. Sowieso heeft meer dan een zesde van de werkende Nederlanders een technisch beroep, ongeveer 17 procent. Dus daar zit al een factor twee tot drie. Maar wat nog belangrijker is; klimaat en energietransitie staan hoog op de agenda. Een beetje meer bèta-inzicht kan dan geen kwaad. Dus mijn pleidooi: meer vrouwen in de industrie en meer bèta’s in de politiek. Lijkt me een prima deal!

Nederland en het Duitse Noordrijn-Westfalen werken nauw samen aan een duurzame energie- en industriesector. Beide partijen stimuleren grensoverschrijdende samenwerking tussen bedrijven en kennisorganisaties om klimaatdoelstellingen kracht bij te zetten. Tijdens de derde Combined Energy Conference die op 29 januari 2020 in Arnhem werd gehouden, werd onder meer onder de noemer HY3 een gezamenlijke studie naar de haalbaarheid van een grensoverschrijdende waardeketen voor groene waterstof, strekkend van de Noordzee tot aan industriële clusters in het grensgebied gelanceerd.

Het HY3-project is een samenwerking tussen Nederland, Duitsland en de deelstaat Noordrijn-Westfalen. De drie partijen in de samenwerking wijzen ieder een onderzoeksinstelling aan die gezamenlijk onderzoek zullen doen naar de haalbaarheid van een transnationale groene waterstofeconomie.

Het HY3 onderzoek wordt uitgevoerd als trilateraal project van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van Nederland; het Ministerie van Economische Zaken, Innovatie, Digitalisering en Energie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen en het Bondsministerie van Economische Zaken en Energie van Duitsland. Elk van de drie partijen heeft een instelling aangewezen om het project te leiden of zal dit in de komende tijd doen. Nederland heeft TNO aangewezen en Noordrijn-Westfalen heeft onderzoekscentrum IEK-3 Forschungszentrum Jülich aangewezen.

Benodigde hoeveelheid waterstof

De studie, die tegen de zomer van 2020 klaar moet zijn, geeft een antwoord op de vraag hoeveel waterstof de grote industriële clusters straks nodig hebben; hoeveel groene waterstof er op zee, en ook op land, is te produceren; welke volumes waar zijn op te slaan en hoeveel capaciteit het transportnetwerk moet bieden.

Industriële partijen met interesse in waterstof productie, transport of gebruik worden uitgenodigd om deel te nemen aan het project om informatie te leveren over potentiële vraag en aanbod van groene waterstof.

Concrete samenwerkingsprojecten

Het thema van de Combined Energy Conference is CO2-reductie in de energie- en industriesector. De conferentie is bedoeld om de relaties tussen de deelnemende partijen te versterken en concrete samenwerkingsprojecten tot stand te brengen door workshops op het gebied van waterstof, CO2-reductie in de industrie en hernieuwbare energie te faciliteren.

Onder de 350 deelnemers bevonden zich vertegenwoordigers vanuit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, brancheorganisaties en de overheid uit Nederland en Noordrijn-Westfalen. Onder de sprekers bevonden zich minister Wiebes (EZK), minister Pinkwart (NRW) en Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem.

Minister Wiebes: “Noordrijn-Westfalen is als industriële ruggengraat van Duitsland een belangrijke partner voor Nederland voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen en het creëren van economische kansen in de transitie naar klimaatneutraliteit. Onze regio is bovendien uniek gepositioneerd voor groene waterstof: we beschikken al over grensoverschrijdende infrastructuur, logistieke routes en onderzoeksinstituten. Met de verwachte groei van windenergie op zee en de groeiende vraag naar groene waterstof in de industrie, zijn alle voorwaarden aanwezig om een voorloper te worden in de transitie naar een duurzame economie.”

Waterstof aantrekkelijk

Om de CO2-uitstoot door zware industrie in bijvoorbeeld het Roergebied te minimaliseren is het gebruik van groene waterstof een aantrekkelijke optie. Die kan bijvoorbeeld worden geproduceerd vanuit wind op zee op de Noordzee, ten noorden van Duitsland en Nederland. Maar hoe komt deze waterstof van de Noordzee naar het Roergebied? Door het vrijkomen van de gastransport infrastructuur van Gasunie als gevolg van het sluiten van het Groningen gasveld is deze inzetbaar voor waterstof transport, met exportmogelijkheid naar Duitsland.

TNO en partners onderzoeken de haalbaarheid van dit plan, dat de decarbonisatie van de Duitse en Nederlandse industrie dichterbij moet brengen. Begin oktober tekenden minister Wiebes van EZK en zijn Duitse ambtgenoot Altmaier een intentieverklaring voor samenwerking tussen beide landen rond de energietransitie. Waterstof is hierin een belangrijk onderdeel als schone brandstof voor industriële productie. TNO voert de haalbaarheidsstudie uit dat zich richt op de marktvraag en onderzoeksinstituut Jülich dat onderzoek doet naar grootschalige productie van groene waterstof. Gasunie gaat na hoe hun netwerk geschikt is te maken voor transport en TNO neemt zowel waterstof transport als opslag in zoutcavernes onder de loep.

 

Om de klimaatdoelen te halen, moet Nederland veel meer inzetten op waterstof en biogas. Die oproep doet de Groen Gas Coalitie, een coalitie van zestien toeleveranciers van de gasinfrastructuur. Ze lanceren daarvoor ook een nieuwe online kennisbank: gasisgroener.nl

Eerder dit jaar bleek uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving dat de klimaatdoelstellingen voor 2020 niet worden gehaald. De Groen Gas Coalitie roept het kabinet op om voor de verduurzaming van Nederland nu serieus in te zetten op waterstof en biogas.

Alternatieven

Waterstof is een van de meest veelbelovende oplossingen voor een duurzame vervanging van aardgas. Het is schoon te produceren, je kunt er enorme hoeveelheden energie in opslaan en het is makkelijk te transporteren in de bestaande aardgasnetwerken. Naast waterstof is biogas een goed alternatief voor aardgas. Biogas ontstaat door vergisting van onder meer groente- en fruitresten, rioolslib en mest. Het is een klimaatneutraal proces.

Volgens Marcel Scucces, een van de initiatiefnemers van de Groen Gas Coalitie, laat Nederland kansen liggen. ‘In de Nederlandse bodem ligt voor meer dan 20 miljard euro aan gasleidingen die, met een paar aanpassingen, snel klaargemaakt kunnen worden voor dit duurzame gas. Daarom zeggen we ook: vervang niet de weg, vervang de auto’s. Daarnaast kan waterstof ook als brandstof worden ingezet.’

Om groen gas in te zetten zijn er geringe aanpassingen aan woningen en gebouwen nodig. Dit scheelt aanzienlijk in de kosten voor isolatie, vloerverwarming, ventilatiesystemen en warmtepompen. Dit maakt de energietransitie voor woningbezitters betaalbaar.

Kennisbank

Om het kennisniveau over waterstof en biogas in Nederland een boost te geven, lanceert de Groen Gas Coalitie een nieuwe website: gasisgroener.nl. Hier vinden bezoekers een kennisbank waarop informatie over deze vormen van energie wordt gedeeld.

 

Het bedrijf Stercore is er in geslaagd om met een innovatieve technologie groen gas te produceren waarbij alle reststoffen worden hergebruikt. Grondstoffen: dierlijke mest en digestaat. Directeur Hans Jansen: ‘Grote bedrijven die veel energie verbruiken, kunnen wij helpen verduurzamen.’ 

Stercore is in 2016 opgericht en ontwikkelde sindsdien een nieuwe installatie voor de productie van groen gas waarbij dus geen afvalstoffen, maar herbruikbare grondstoffen resteren. Andere producenten van groen gas hebben nog steeds te maken met afvalstoffen, die nog verwerkt moeten worden. De kosten daarvan kunnen zo maar hoger liggen dan de opbrengsten.

Meststoffen

Bij de ontwikkeling van de innovatieve installatie kreeg de starter  ondersteuning van onder andere GasTerra. Bovendien ontving het een subsidie van de provincie Drenthe. En Stercore lijkt de belofte waar te maken. ‘De technologie blijkt te functioneren’, stelt directeur Hans Jansen op de website van Gasterra. ‘De outputstromen, groen gas en koolstof, vertegenwoordigen een bepaalde waarde die het commercieel ook haalbaar maakt. Na een jaar of vijf willen we er, ook zonder SDE-subsidie, een winstgevend bedrijf van maken.’

‘Wij kunnen alles verwerken’, stelt Richard Kusters, die als technisch specialist direct betrokken is bij het technische deel van de innovatie. ‘Met het systeem dat we hebben ontwikkeld, houden we alleen producten over. Naast groen gas zijn dat koolstof, CO₂ en warmte.’ De koolstof is hernieuwbaar met waardevolle mineralen, waarmee Stercore organische meststoffen en andere bodemverbeteraars kan maken. De CO₂ en de restwarmte uit het productieproces kunnen door de tuinbouw worden benut.

Vers

Het bedrijf zit nu in de fase waarin het de bouw van de eerste fabriek, in Emmen, voorbereidt. Die staat gepland voor 2019. De aanvraag voor de vergunning is net ingediend. Jansen: ‘Als de fabriek die wij gaan plaatsen volledig operationeel is, kan die ongeveer 20 miljoen kubieke meter aan groen gas produceren’. Daarmee krijgt de productie van groen gas in Nederland een significante impuls. In 2017 werd door alle vergistingsinstallaties in Nederland samen zo’n 95 miljoen kubieke meter groen gas geproduceerd. Komend voorjaar dient het bedrijf bovendien een tweede vergunningsaanvraag in voor een fabriek in Havelte, vlakbij Meppel. En het verwacht daarna meerder installaties te bouwen. Jansen: ‘De stad Groningen verbruikt nu bijvoorbeeld  zo’n 280 miljoen kubieke meter gas per jaar. Met één fabriek zoals die wij gaan bouwen, zouden we in een aanzienlijk deel van die behoefte kunnen voorzien.”

In Nederland hebben we jaarlijks zo’n 18,5 miljoen ton aan stapelbare droge mest, weet Jansen. ‘Wij kunnen in onze eerste installatie straks per jaar ongeveer 180.000 ton ‘droge’ mest verwerken. Je kunt dus tientallen fabrieken neerzetten waar veel rendement uit te halen is. Theoretisch gesproken zou je via onze methode jaarlijks bijna twee miljard kubieke meter groen gas kunnen produceren. De grondstof die je daarvoor nodig hebt, wordt elke dag vers gemaakt.’

Bovendien is het groene gas direct te gebruiken, zegt Kusters. ‘Doordat onze installatie is gekoppeld aan een methanisatie-installatie, die het geproduceerde ruwe gas omzet in gas van Groningse aardgaskwaliteit. De 20 miljoen kubieke meter gas die we in Emmen kunnen produceren is bovendien een netto hoeveelheid. Het benodigde gas voor eigen gebruik is hierin al verrekend.’

Helpen verduurzamen

Jaarlijks verbruikt ons hele land ongeveer 35 miljard kubieke meter aardgas. Een kwart daarvan wordt door huishoudens gebruikt. ‘Onze productie is vooral bedoeld voor de industrie’, zegt Jansen. ‘We bouwen onze eerste fabriek naast een industrieterrein in Emmen dat een gasverbruik heeft van 12.000 kubieke meter per uur. Onze installatie kan zo’n 3000 kubieke meter gas per uur produceren, wat betekent dat het gasverbruik daar met 25 procent vergroent. Grote bedrijven die veel energie verbruiken, kunnen wij dus helpen verduurzamen.’