RWE Archieven - Utilities

BASF en RWE presenteerden vrijdag een plan voor een twee gigawatt offshore windpark in het Duitse deel van de Noordzee. Hiermee willen ze de chemische site in Ludwigshafen voorzien van groene elektriciteit. Ook moet een driehonderd megawatt elektrolyzer de productie van groene waterstof mogelijk maken. Het gaat om een investering van vier miljard euro.

Het doel van het project van RWE en BASF is om de productieprocessen voor basischemicaliën te elektrificeren. BASF wil in 2050 klimaatneutraal zijn. In 2030 wil het chemiebedrijf wereldwijd 25 procent minder CO2 uitstoten dan in 2018.

Groene waterstof

Om dat voor elkaar te krijgen, is veel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen nodig. BASF wil bijvoorbeeld in de toekomst geen fossiele grondstoffen meer gebruiken voor haar stoomkrakers. Daarvoor ontwikkelt ze met Sabic en Linde elektrisch verwarmde stoomkrakers. Daarnaast wil het chemiebedrijf over naar het gebruik van groene waterstof. Twintig procent van de elektriciteit die wordt opgewekt met het nieuwe windpark willen RWE en BASF gebruiken voor de productie van groene waterstof. Ze willen daarvoor een driehonderd megawatt elektrolyzer bouwen. Ook andere bedrijven kunnen gebruik maken van deze groene waterstof.

Geen subsidie

Het project van de twee bedrijven zou kunnen leiden tot 3,8 miljoen ton CO2-emissies per jaar, waarvan 2,8 miljoen ton rechtstreeks bij BASF in Ludwigshafen. Het gaat om een investering van vier miljard euro. Voor het windpark is geen subsidie nodig. BASF en RWE willen het project tegen 2030 uitvoeren.

Ineos is een stroomafnameovereenkomst aangegaan met RWE voor de aankoop van offshore windenergie in België. Het chemiebedrijf krijgt vanaf volgend jaar groene stroom van het Northwester2 windpark in de Belgische Noordzee.  

Het contract loopt tien jaar en start in 2021. RWE voorziet Ineos van groene stroom met een capaciteit van 56 MW (198 GWh op jaarbasis). De overeenkomst is goed voor circa 25 procent afname van de hernieuwbare stroom van Northwester2. Het vermindert de CO2-voetafdruk van Ineoa in België met 745.000 ton over de volledige looptijd van het contract. Dit is te vergelijken met het van de weg halen van 65.000 personenauto’s elk jaar.

Het is het tweede contract in hernieuwbare energie voor Ineos. In september kondigde ze een overeenkomst met Engie aan. Samen verlagen de deals de koolstofafdruk van Ineos in België met bijna twee miljoen ton.

Better Biomass heeft als eerste certificatieschema gebruik gemaakt van de mogelijkheid een aanvraag in te dienen om te worden beoordeeld tegen de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa zoals overeengekomen in het Energieakkoord. De Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen (ADBE) beoordeelt het schema. Stakeholders kunnen tot en met 11 september 2017 hun externe commentaar inbrengen.

Een van de pijlers van het Energieakkoord is de inzet van bio-energie door middel van bijstook van biomassa in kolencentrales. Maatschappelijke organisaties en energiebedrijven zijn gezamenlijk voorwaarden overeengekomen waaraan deze biomassa moet voldoen ten aanzien van duurzame herkomst en traceerbaarheid. Aan de hand van certificatie en/of verificatie moeten energiebedrijven aantonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Beheerders van certificatie- en verificatieschema’s kunnen hun systemen indienen voor beoordeling door de ADBE. Energiebedrijven kunnen vervolgens (voor deelaspecten) gebruik maken van erkende schema’s.

Externe inbreng

De procedure van de ADBE voorziet in de mogelijkheid dat stakeholders inbreng kunnen leveren op de adviesaanvraag. De ADBE is hierbij met name op zoek naar onderbouwde feiten en ervaringen over het in de praktijk functioneren van het ingediende schema. Voor Better Biomass kunnen stakeholders hun inbreng tot en met 11 september 2017 aanleveren via de website van ADBE. Om meegenomen te worden door de ADBE moet de externe inbreng voldoen aan een aantal voorwaarden die ook staan vermeld op de website.

Better Biomass

Bij de herziening van NTA 8080 is rekening gehouden met de ontwikkelingen onder het Energieakkoord. De twee delen van NTA 8080 beschrijven de duurzaamheidseisen en de eisen aan ketenbeheer voor biomassa voor energietoepassingen en biobased producten. Bedrijven moeten aan de eisen in NTA 8080 voldoen om in aanmerking te komen voor het Better Biomass certificaat. De beoordelingsmethode door certificatie-instellingen en de certificatiecriteria zijn opgenomen in het Better Biomass certificatieschema. Het geactualiseerde Better Biomass certificatieschema is in april gepubliceerd.

Energiebedrijf Essent pleit voor modernisering van de energiebelasting om zo consumenten betrokken te houden bij de energietransitie. Juist fiscale prikkels kunnen bij uitstek een enorme impuls geven aan de transitie naar een koolstofarme economie. Deze aanbevelingen komen voort uit het onderzoek dat EY belastingadviseurs deed naar de betaalbaarheid van de energietransitie dat zij in opdracht van Essent/innogy uitvoerde.

Nederland zal de energietransitie in de komende jaren enorm moeten versnellen om haar klimaatdoelstellingen te halen. Het komend kabinet zal dan ook vanaf dag één werk moeten maken om de doelstellingen te behalen. Aanpassing van de energiebelasting is een van de opties die daarbij op tafel moet liggen.

Uit het onderzoek blijkt dat de huidige opzet van de energiebelasting de transitie remt in plaats van stimuleert. Doordat de levering van duurzaam opgewekte elektriciteit nu net zo zwaar wordt belast als grijze elektriciteit worden verbruikers niet gestimuleerd om te kiezen voor een minder vervuilende optie. Tegelijkertijd dient de energiebelasting een aantal tegenstrijdige doelen en worden de kosten van de veroorzaakte milieuschade die het gebruik van energie met zich meebrengt nu onvoldoende ingeprijsd.

Daarnaast constateert EY dat huishoudens per kWh elektriciteit en kubieke aardgas veel meer energiebelasting betalen dan het bedrijfsleven, terwijl consumenten slechts verantwoordelijk zijn voor ongeveer vijftien procent van de CO2-uitstoot. Grootverbruikers nemen de overige 85 procent voor hun rekening. EY concludeert in haar onderzoek dan ook dat de vervuiler in principe niet betaalt.

De zaak die een aantal Duitse energieleveranciers hadden aangespannen tegen de Duitse staat lijkt in het voordeel van de atoomstroomleveranciers te vallen. Als de energiebedrijven doorzetten, zouden ze 6,3 miljard euro kunnen terugvorderen.

De Duitse staat dreigt miljarden euro’s terug te moeten betalen aan Eon, RWE en EnBW door een uitspraak van het federale constitutionele hof. De Duitse staat hief 2011 en 2016 een bedrag van 145 euro belasting per gram gebruikte kernbrandstof. De belasting werd opgelegd nadat de vergunningen voor het bedrijven van de centrales werden verlengd. De belastingen zouden ook worden ingezet om de Atomausstieg, het sluiten van de centrales in 2022, te bekostigen. Het hof bepaalde echter dat de bedrijven daarmee benadeeld werden ten opzichte van hun concurrenten en dat de heffing niet strookte met de grondwet.

Eon heeft tot eind 2016 zo’n 2,8 miljard euro betaald aan brandstofbelasting, terwijl EnBW 1,44 miljard en RWE 1,7 miljard euro kwijt was aan de staat.