TenneT Archieven - Utilities

Arina Freitag is vanaf januari 2022 de nieuwe Chief Financial Officer (CFO) van Tennet. Freitag volgt dan Otto Jager op die deze functie bekleedt sinds 2013. Begin dit jaar kondigde Jager zijn vertrek aan.

Freitag (50 jaar) heeft meer dan twintig jaar financiële ervaring in uitvoerende en niet-uitvoerende functies bij banken en grote Duitse infrastructuurbedrijven, waarin regelgevingsaspecten en het politieke klimaat een belangrijke rol speelden.

Freitag is sinds 2017 Managing Director van Flughafen Stuttgart. Ze begon haar carrière in 1998 bij de Bank of Tokyo-Mitsubishi als econoom. In 2001 trad zij in dienst bij Fraport AG als manager financiële communicatie en bekleedde daar vervolgens verschillende managementfuncties met een focus op financiën, operations en regelgeving. Vanaf 2011 was ze als divisiemanager verantwoordelijk voor het economisch beheer van de luchtvaartdivisie van Fraport AG. In 2015 stapte ze over naar Deutsche Bahn, waar ze verantwoordelijk was voor marketing en sales bij DB Netz AG.

De leveringszekerheid van de Nederlandse en Noordwest-Europese elektriciteitsvoorziening komt in de periode tot 2035 meer onder druk te staan. Door het toenemende aandeel van opwekking uit wind en zon, neemt de behoefte aan flexibiliteit toe. Wil de industrie gebruik kunnen blijven maken van betrouwbare betaalbare stroom, dan moet ze flexibeler worden door bijvoorbeeld af te schakelen op momenten van schaarste. Uit onderzoek van DNV GL blijkt dat ze daar nog niet klaar voor is. De kosten zijn nog onduidelijk en de ‘sense of urgency’ mist. Daarbij komt ook nog eens dat het veel vraagt van de industrie om systemen hier goed voor in te richten.

De Nederlandse industrie heeft een theoretisch potentieel van zo’n 3400 megawatt elektriciteitsvraag die flexibel kan worden ingezet. Dat blijkt uit het rapport ‘De mogelijke bijdrage van industriële vraagrespons aan leveringszekerheid’ gepubliceerd door DNV GL en medegefinancierd door Eneco, PZEM, RWE, Tennet, Uniper en Vopak. Als deze flexibiliteit wordt ingezet, is Nederland bij dreigende tekorten minder afhankelijk van conventionele centrales en import uit andere landen.In de toekomst wordt de dreiging van eventuele tekorten reëler, doordat elektriciteitsopwekking steeds afhankelijker wordt van zon en wind. Daarbij komt de uitfasering van verschillende regelbare bronnen van opwekking, zoals kolen (in Nederland en Duitsland) en nucleaire centrales (vooral in Duitsland en België). En ook de vraag verandert, de industrie gaat meer elektriciteit gebruiken doordat ze processen elektrificeert.

tekst gaat verder onder de afbeelding

stroom

‘Wij geven graag het signaal af dat industrie en energieverkopers met elkaar afspraken moeten maken.’

Anton Tijdink, marktanalist Tennet

Extreme schaarste

Voor het zogenaamde Dunkelflaute-scenario waarin langere periodes weinig tot geen energie kan worden opgewekt door middel van wind en zonlicht is het misschien economisch interessanter om de industrie gedeeltelijk uit te zetten in plaats van centrales in de lucht te houden die eens in de tien jaar aan moeten. De vraag is of het niet een hele grote ingreep is voor de industrie om af te kunnen schakelen voor deze weinig voorkomende momenten van extreme schaarste. Anton Tijdink, marktanalist bij netbeheerder Tennet, snapt die vraag. ‘Met het rapport tonen we aan dat het op die schaarse momenten economisch uit kan. We willen ook voor wat meer frequentere noodzaken industriële partijen vragen om na te denken over buffering. Hoe kan je nou flexibeler omspringen met stroomgebruik?’

Goedkoper

Industriële partijen zijn vooralsnog gewend om te denken in baseload elektriciteitscontracten met een vaste prijs. Tijdink: ‘Als je buffers of flexibiliteit laat inbouwen, kan je daar waarde uithalen omdat de elektriciteitsmarkt grilliger wordt vanwege de afhankelijk van duurzame energie. Als je daar beter op in kunt spelen, kan je gebruik maken van de momenten dat de stroomprijs laag is. Op andere momenten kan je misschien uit je buffer tappen, overschakelen op een gasproces of afschakelen om daarmee het systeem te ontlasten. Wij denken dat dat goedkoper gaat zijn dan de huidige baseloadcontracten.’

Ook Jorim de Boks, strategisch analist bij energieproducent- en leverancier PZEM, verwacht dat flexibiliteit in de toekomst meer waarde krijgt. ‘Er zit ook waarde in het afnemen van extra elektriciteit als er een overschot is aan zon en wind. De vraagrespons die in de studie wordt geschetst is heel erg specifiek gericht op het minder afnemen van elektriciteit als er heel veel vraag naar is. De afgelopen jaren kwamen die situaties niet of nauwelijks voor door de overcapaciteit van conventionele centrales. Deze overcapaciteit neemt af door de uitfasering van kolen- en kerncentrales. Door de groei van wind- en zonne-energie zijn weinig partijen bereid te investeren in nieuwe productiecapaciteit aangezien deze slechts voor een beperkt aantal draaiuren nodig is.’

Systemen inrichten

Om voorbereid te zijn op de toekomst, zouden bedrijven nu bij investeringen al moeten nadenken waar ze buffers in kunnen bouwen en waar flexibiliteit in processen zit. Tijdink: ‘Als de industrie elektrificeert wordt ze afhankelijker van elektriciteit. Als bedrijven dat perspectief meenemen bij komende investeringen, kunnen ze beter optimaliseren. Wij willen nu graag het signaal afgeven dat industrie en verkopers van energie hier afspraken over moeten maken met elkaar. Wijzelf moeten zorgen dat de elektriciteit te transporteren is.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

stroom

‘Het is niet altijd zo dat je direct op- en af moet schakelen. Je kunt ook actief zijn op de dagvooruitmarkt.’

Jorim de Boks, strategisch analist PZEM

Tennet ziet ook wel dat het misschien makkelijker is gezegd dan gedaan. ‘Het is een hele grote uitdaging’, stelt Tijdink. Je kunt wel stellen dat het goedkoper is om vraagrespons te doen bij de industrie en die kan bereid zijn om dat te doen, maar het vergt veel van bedrijven om hun systemen en bedrijfsvoering erop in te richten (zie kader over Nouryon, red.). Je moet veilig kunnen reageren op een signaal of een afspraak met een marktpartij.’

Kennisuitwisseling

Op basis van interviews en schriftelijke interactie die DNV GL voor haar studie heeft gehad met industriële partijen lijken veel partijen niet klaar, danwel bereid te zijn om grootschalig vraagrespons aan te bieden. Er is namelijk slechts beperkt data beschikbaar over de kosten en dynamiek van het aanbieden van flexibiliteit. De Boks herkent het en begrijpt ook dat bedrijven terughoudend zijn. ‘De sense of urgency mist, omdat er op het moment voldoende capaciteit is. Daarnaast speelt hier denk ik onbekend maakt onbemind mee. De kennis over de verschillende vormen van flexibiliteit en de waarde daarvan zit bij de elektriciteitsbedrijven. Het is bijvoorbeeld niet altijd zo dat je direct op- en af moet schakelen. Je kunt ook actief zijn op de dagvooruitmarkt. Dan weet je een dag van tevoren welke uren je de dag erna moet minderen en dan kan je dat zelf regelen. Aan de andere kant hebben wij niet de kennis van de vrijheden die de industrie heeft in processen. Daarvoor is kennisuitwisseling nodig.’

De Boks laat weten dat PZEM naar aanleiding van het rapport graag in gesprek gaat met industriële partijen. ‘Voor ons is duidelijk geworden dat er technisch potentieel is, maar het economische potentieel is nog onduidelijk. Samen met de industrie willen we dit verder concretiseren zodat we cases kunnen creëren waar we vraagrespons toepassen. Maar duidelijk is dat er voor beide partijen een win moet zijn.’

Vergaande digitalisering nodig voor flexibiliteit

Chloorproducent Nouryon kan al reageren op grote tekorten of overschotten in het Nederlandse net, door een deel van de elektrolyse-processen of stoomturbines tijdelijk naar een lager werkingspunt te schakelen. Onderzoeksdirecteur Marco Waas van Nouryon wil daarbij wel direct vermelden dat het bedrijf nog aan het begin van een ontwikkeling staat. ‘We moesten een chloorfabriek van tweehonderd megawatt zodanig ombouwen dat je hem in een tijdsframe van vijftien minuten kunt op- en afschakelen. We kunnen nu tien procent op- en afregelen. Dat moet op den duur naar de twintig of misschien zelfs vijftig procent gaan. Voordat we dat konden doen, moesten we wel wat aanpassingen aan de productie-units doen. Bovendien moet je heel goed weten welke cellen je wilt afschakelen. Het is natuurlijk zonde om de best presterende elektrolyzers terug te regelen. En dus moet je per cel de prestaties monitoren. Nu krijgen onze operators nog een seintje dat ze moeten terugregelen. Maar straks moet dat allemaal automatisch gebeuren. Als dat goed gaat, kunnen we de regie overgeven aan Vattenfall.’

Voor wie een vergelijkbare stap als Nouryon wil maken heeft Waas nog wel wat tips: ‘In de discussies die we voerden over dit onderwerp ging een derde deel over cybersecurity. Je wil niet dat malafide partijen je productieprocessen kunnen verstoren. We kiezen dan ook bewust voor een directe, bekabelde verbinding.’

Elektronen opslaan bij tankopslagbedrijf

Als een beetje vreemde eend in de bijt staat Vopak tussen de medefinanciers van het onderzoek van DNV GL. Het tankopslagbedrijf is geen grootverbruiker van elektriciteit en kan niet meedoen aan vraagrespons door tijdelijk minder stroom te verbruiken. Vopak wil de elektriciteitsmarkt beter begrijpen en kijken of ze met haar assets een bijdrage kan leveren aan de opslag van (groene) elektriciteit in chemicaliën (in opslagtanks). Het bedrijf kijkt daarbij naar (redox) flow-batterijen.

Een woordvoerder van Vopak laat via de mail weten dat de uitdaging hierbij is om elektriciteit op een veilige manier op te slaan in chemicaliën op terminals waar ook andere opslagactiviteiten plaatsvinden. ‘De elektriciteitsmarkt is nieuw voor Vopak. In plaats van het opslaan en overslaan van moleculen zouden we ons begeven op het terrein van het opslaan en weer terugleveren van elektronen.’ Overigens is Vopak niet van plan zelf eigenaar te worden van elektronen. ‘We zouden de opslagcapaciteit (binnen de batterij) willen verhuren aan derde partijen zoals handelaren en eigenaren van wind- en zonneparken.’

Tennet bouwt ten noorden van de Maasvlakte het Net op zee Hollandse Kust (zuid) voor het aansluiten van nieuwe windparken. Voor de eerste tien kilometer van het kabeltracé op zee moeten vier kabels 5,5 meter de bodem in om de drukbevaren Rotterdamse Maasmond over te steken. Een onderwatterrobot helpt bij deze klus.

De installatie van de kabels is begonnen op 22 september met het aan land trekken van de kabel. De onderwater robot ‘Deep Dig-It’ is succesvol de Rotterdamse Maasmond overgestoken en is nu onderweg naar het recent geïnstalleerde Alpha jacket in het Hollandse Kust (zuid) windgebied.

Het Van Oord – Hellenic kabel consortium installeert de eerste twee kabels naar het Alpha platform dit jaar. De andere twee kabels, voor het Beta platform, volgen in 2021. De afgelopen dagen zijn de voorbereidende werkzaamheden afgerond. De kabel is met een gestuurde boring aan land getrokken naar het nieuw gebouwde transformatorstation op de Maasvlakte. Vanaf daar wordt de kabel met een totale lengte van 42 kilometer naar het windgebied Hollandse Kust (zuid) gelegd. Hiervoor heeft Van Oord speciaal de Deep Dig-It ontwikkeld, een gigantische, op afstand aangestuurde onderwater graafmachine.

Vloeibaar

De Deep Dig-It is een zogenaamd ‘Tracked Remotely Operated Vehicle’ (TROV) die onbemand over de zeebodem rijdt en een diepe sleuf maakt voor de kabels door de zeebodem vloeibaar te maken. Tegelijkertijd legt deze onderwater graafmachine de kabels in de sleuf en maakt deze weer dicht. Deze nieuwe robot is een van de allergrootste en meest krachtige in zijn soort. Hij weegt 125.000 kilo, is ruim 17 meter lang, meer dan 8 meter hoog, en 11 meter breed. De Deep Dig-It heeft een enorm vermogen, vergelijkbaar met maar liefst twee Leopard tanks (2.500 pk) en kan daarmee de kabels tot meer dan 5,5 meter diepte begraven in zeer harde grond. De Deep Dig-It wordt aangestuurd vanaf een offshore installatieschip.

Het Hollandse Kust (zuid) offshore windpark ligt 22 kilometer uit de kust van de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De zeekabels verbinden de twee platforms op zee met het hoogspanningsstation De Maasvlakte en de Randstad 380 kV- Zuidring. Via het landelijk hoogspanningsnet gaat de windenergie vervolgens naar de stroomgebruiker in het land.

Vanaf 7 september stelt TenneT de COBRA-kabel tussen Nederland en Denemarken beschikbaar voor de elektriciteitsmarkt. De onderzeese gelijkstroom hoogspanningskabel van circa 325 kilometer heeft een capaciteit van 700 megawatt.

De COBRA-kabel is een initiatief van de Nederlandse hoogspanningsnetbeheerder TenneT en de Deense elektriciteits- en gasnetbeheerder Energinet. De bouw startte in 2016 en werd eerder dit jaar afgerond. De kabel loopt vanaf Eemshaven (Nederland) via Duitsland naar Endrup (Denemarken). Twee converterstations op land, een in Nederland en een in Denemarken, zetten wisselstroom om in gelijkstroom.

Siemens is de hoofdaannemer voor de technische apparatuur en het ontwerp van de converter stations in Denemarken en in Nederland en voor de bouw van het converter station in Eemshaven. De kabels zijn gemaakt en geïnstalleerd door Prysmian.

Ook offshore windaansluiting

Nederland importeert via de kabel meer duurzame elektriciteit, vooral wind, uit Denemarken. Denemarken profiteert op zijn beurt vooral van de toegenomen leveringszekerheid. De kabel stelt namelijk structureel Nederlandse capaciteit beschikbaar voor het Deense elektriciteitsnet en omgekeerd. Verder ontwierp Siemens de kabelverbinding zo dat een offshore windpark kan worden aangesloten. Hierdoor draagt de kabel bij aan de verwezenlijking van een duurzaam internationaal energielandschap, een streven van de Europese Unie.

Handel via COBRAcable

De capaciteit van de COBRA-kabel zal beschikbaar worden gesteld aan de lange termijn, day-ahead en intraday elektriciteitsmarkten.

Lange termijn

Op de eerste veiling na een maand van stabiel functioneren, bieden TenneT en Energinet periodiek lange termijn transportrechten (LTR’s) voor de handel tussen Nederland en Denemarken. Er worden twee varianten van LTR’s aangeboden; een jaarlijks product voor een volledig kalenderjaar en een maandelijks product voor een kalendermaand. Beide zullen worden geveild via het veilingplatform van JAO S.A.

Korte termijn

Voor day-ahead en intraday wordt de capaciteit van COBRAcable beschikbaar gesteld aan de markt via de day-ahead marktkoppeling en intraday marktkoppeling. Deze processen worden beheerd door de elektriciteitsbeurzen die als ‘Nominated Electricity Market Operator (NEMO) zijn aangeduid. In Nederland zijn twee NEMO’s actief: EPEX SPOT en Nord Pool.

Het Havenbedrijf sluit zich als vijfde partner aan bij TenneT TSO B.V. (Nederland), Energinet (Denemarken), TenneT TSO GmbH (Duitsland) en Gasunie. De vier elektriciteits- en gasnetwerkbedrijven en het Havenbedrijf bundelen hun krachten voor de verdere studie en onderzoek naar de ontwikkeling van een grootschalig, duurzaam Europees energiesysteem op de Noordzee.

Het samenwerkingsverband is belangrijk voor de totstandkoming van een ‘North Sea Wind Power Hub’ in de periode na 2030, die een belangrijke bijdrage moet leveren aan het realiseren van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Om de EU-klimaatdoelstellingen te behalen, zal het offshore-windenergievermogen op de Noordzee aanzienlijk moeten worden uitgebreid. Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam: ‘De industrie heeft groene stroom en waterstof nodig wil ze aan de klimaatdoelstellingen van Parijs kunnen voldoen. Het concept van een North Sea Wind Power Hub is een aansprekend vergezicht in de ontwikkeling van een grootschalig, duurzaam energiesysteem op de Noordzee. We moeten nu vaart maken met grootschalige windenergie op zee en zorgen dat dit goed verankerd wordt in de plannen van de verschillende landen rond de Noordzee.’

‘Power Link Islands

Centraal in de visie van het consortium staat de aanleg van één of meerdere zogeheten ‘Power Link Islands’ of hubs met verbindingen naar en tussen de Noordzee-landen. Deze kunstmatige eilanden of hubs moeten op de Noordzee worden gerealiseerd op een locatie met optimale windomstandigheden. Voor offshore-windlocaties ver op zee leidt een gecoördineerde internationale aanpak met een eiland-oplossing tot dertig procent kostenbesparing ten opzichte van het ‘business as usual’ aansluitmodel met HVDC converterplatforms op individuele onderstellen.
Er kan een groot aantal windturbines of offshore-windparken worden aangesloten op een Power Link Island. Vanaf het eiland kan de windenergie verder worden gedistribueerd en getransporteerd via gelijkstroomverbindingen naar de Noordzee-landen (Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Duitsland en Denemarken).

Power-to-gas

Bovendien kan de  windstroom op een Power Link Island worden omgezet naar duurzame waterstof voor grootschalig transport naar land, opslag of buffering. Op dit moment wordt waterstof nog gemaakt van aardgas met CO2 als bijproduct. Het combineren van de sterke punten van stroom- en gassystemen kan ook een impuls geven aan de opkomst van waterstof als duurzame oplossing in tal van toepassingen in de industrie, de gebouwde omgeving en de transportsector.
Power-to-gas zal naar verwachting een belangrijke rol spelen in de verdere analyses van het North Sea Wind Power Hub-systeem. De windstroom zou dicht bij de bron kunnen worden omgezet in gasvorm en mogelijk via bestaande offshore-gasinfrastructuur aan land worden gebracht.

Op 8 november 2017 gaat officieel het nieuwe duurzame hoogspanningsstation Emmeloord Zuidervaart in gebruik. Financieel directeur van TenneT Otto Jager en wethouder Andries Poppe van gemeente Noordoostpolder sluiten dan de zonnestroominstallatie aan.

Het hoogspanningsstation in Emmeloord is het eerste TenneT hoogspanningsstation wat duurzaam is ontworpen en gebouwd. Zo liggen er 80 zonnepanelen op het dak zodat het nieuwe oogspanningsstation grotendeels zelfvoorzienend is.

Proeftuin met een dieren stay-okay

Buiten het station heeft TenneT oog voor de directe omgeving en ecologie. Zo is er een paddenpoel aangelegd als onderdeel van het waterbeheer. Ook zijn er diervriendelijke afscheidingen voor reptielen, insecten en kleine zoogdieren aangelegd (een ‘dieren stay-okay’).

TenneT ziet dit nieuwe hoogspanningsstation in Emmeloord als pilot om meer ervaring te krijgen met duurzame landschappelijke en ecologische inpassingen. Financieel directeur van TenneT Otto Jager: ‘TenneT wil haar kernactiviteiten graag op een zo duurzaam mogelijke manier uitvoeren. Dit nieuwe hoogspanningsstation is daar een goed voorbeeld van.’

Het is de bedoeling om de experimentele duurzame aanpak bij Emmeloord Zuidervaart een vervolg te geven, onder andere bij de komende uitbreiding van hoogspanningsstation Vierverlaten. Op een hoogspanningsstation in Voorburg legt TenneT, met de opgedane ervaring in Emmeloord, zonnepanelen op een vrij stuk grond. De opgedane kennis deelt TenneT met andere netbeheerders.

Afronding 6 jaar netversterking Noordoostpolder

TenneT heeft in de Noordoostpolder het net versterkt en klaar gemaakt voor de toekomst. Naast een 25 kilometer lange 110 kV-kabelverbinding zijn er twee nieuwe hoogspanningsstations gebouwd en is een bestaand 380kV station aangepast. Het laatste onderdeel van de netversterking is de ingebruikname van het nieuwe hoogspanningsstation Emmeloord Zuidervaart.

Per 1 januari 2018 wijzigt de inkoop van Regelvermogen en Noodvermogen op verschillende vlakken. Tot en met 2017 heeft TenneT een deel van haar behoefte aan noodvermogen gecontracteerd bij buurlanden. Uit analyse is gebleken dat de beschikbaarheid van cross-border transportcapaciteit niet voldoende garantie meer biedt dat dit noodvermogen ook daadwerkelijk in Nederland kan worden ingezet. Daarom wil TenneT met ingang van 2018 deze capaciteit additioneel in Nederland contracteren.

Tot en met 2017 contracteerde TenneT een deel van haar Noodvermogen-behoefte bij buurlanden. Uit analyse is gebleken dat de beschikbaarheid van cross-border transportcapaciteit niet voldoende garantie meer biedt dat dit Noodvermogen ook daadwerkelijk in Nederland kan worden ingezet. Dit is aanleiding om met ingang van 2018, deze capaciteit additioneel in Nederland te contracteren.

Bij het contracteren van capaciteit, gaat het om het totaal aan Frequency Restoration Reserve (FRR), de combinatie van Regelvermogen (aFRR) en Noodvermogen (mFRRda). De contracten vanaf 1 januari 2018 zullen op een andere manier worden gesloten. Voor zowel Regelvermogen als Noodvermogen wordt een prekwalificatie-procedure ingericht, op basis waarvan een raamovereenkomst voor een of beide producten gesloten kan worden met TenneT.

Contracttermijn

Per 1 januari 2018 worden weekcontracten geïntroduceerd. De volledige behoefte per kwartaal zal worden gecontracteerd in een nog vast te stellen verdeling van week-, maand- en kwartaalovereenkomsten. Aansluitingen met een aansluitvermogen groter dan 60 MW Per 1 januari 2018 kan onder voorwaarden Noodvermogen worden aangeboden met een aansluitvermogen groter dan 60 MW. Beschikbaarheid Noodvermogen dient per 1 januari 2018 gedurende minimaal 99 procent van de contractperiode beschikbaar te zijn. Langere periodes van niet-beschikbaarheid, waardoor de totale niet-beschikbaarheid hoger wordt dan één procent van de contractperiode, bijvoorbeeld ten behoeve van onderhoud, zijn in overleg mogelijk.

Als eerste sector in Nederland gaan de nationale infrabeheerders gezamenlijk aan de slag met het inzichtelijk maken van hun maatschappelijke impact. De infrabedrijven, verenigd in de coalitie Groene Netten van MVO Nederland, hebben afgesproken om de maatschappelijke impact van hun bedrijfsactiviteiten transparant te maken, waarbij elementen als CO2-uitstoot, gebruik van grondstoffen en biodiversiteit in beeld worden gebracht.

De coalitie bestaat uit Alliander, Enexis Groep, Gasunie Transport Services, KPN, Rijkswaterstaat, ProRail, Stedin en TenneT. De infrabedrijven spelen een unieke rol in de transitie naar een meer duurzame wereld. Enerzijds faciliteren ze de transitie met aanpassingen aan onze infrastructuur. Anderzijds hebben de activiteiten ook negatieve impact door emissies en inkoop van niet-hernieuwbare grondstoffen.

Spoor-, water- en verkeerswegen en energienetwerken hebben effect op de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid van Nederland. Een maatschappelijke impactmeting geeft inzicht in de effecten voor de welvaart en het welzijn hiervan. Door impactmeting gezamenlijk op te pakken willen de deelnemende bedrijven hun maatschappelijke bijdrage verder vergroten, bijvoorbeeld door het creëren van slimme oplossingen voor het opwekken van hernieuwbare energie en circulair inkopen.

Eerste resultaten

De gezamenlijke aanpak bouwt voort op de ervaring die infrabeheerders al hebben met het meten van de maatschappelijke impact van hun eigen projecten. Een aantal voorbeelden:

Circulaire renovaties van de Alliander-gebouwen Duiven en Bellevue leveren over hun levensduur 119 miljoen euro op voor de maatschappij, vooral door een lager energieverbruik en de toepassing van gebruikte en recyclebare materialen.

Stedin concludeerde uit onderzoek dat de grootste impact van hun elektriciteitsnetwerk ligt bij grondstoffengebruik en klimaatverandering. Dit is de basis geworden van hun One Planet Thinking-ambities voor 2020 en 2030.

KPN zet fors in op het steeds energiezuiniger maken van ICT, waardoor het energieverbruik daalt ondanks de groei van het dataverkeer, met een resultaat van drie miljoen euro energiebesparing in haar netwerken, datacentra en kantoren.