Wikimedia Commons Archieven - Utilities

Ook de chemie roert zich in de Belgische discussie over de voorgenomen sluiting van alle kerncentrales in 2025. Essenscia roept op om twee Belgische kerncentrales tot 2035 open te houden. Een gefaseerde sluiting moet volgens de sectorfederatie meer leveringszekerheid en stabiliteit bieden. ‘Tegen lagere kosten en met minder uitstoot.’

Al eerder sprak de Vlaamse chemie haar zorgen uit over het onbezonnen energiebeleid in België. Onder andere bij monde van Wouter de Geest, hoogste man van BASF Antwerpen en voorzitter van Essenscia. In het decembernummer (2017) van Petrochem stelt hij: ‘Als we tegen 2025 alle kerncentrales willen sluiten, moeten we alternatieven hebben en voor liefst 3600 megawatt capaciteit. Met de windprojecten op de Noordzee en de zonnepanelenpromotie krijgen we dat gat niet gedicht. Gascentrales kunnen helpen, maar ongeveer één per jaar bouwen – zoals experts becijferden – met alle nodige investeringsplannen en vergunningsprocedures is onhaalbaar.’

Klaarheid

Nu voelt de brancheorganisatie zich ook ondersteund door een recente studie van de Gentse hoogleraar Johan Albrecht. In een persbericht stelt de federatie: ‘De cijfers bevestigen opnieuw dat een gefaseerde kernuitstap meer leveringszekerheid biedt tegen een lagere kost en met minder uitstoot. Het is nu aan de beleidsmakers om klaarheid te scheppen, vooral over de financiering van de maatregelen in het Energiepact.’

Onverantwoorde gok

Ook met de nieuwe studie van professor Albrecht blijven er volgens Essenscia grote vraagtekens bestaan over de betaalbaarheid van het Energiepact van de Belgische overheid. In het persbericht: ‘De hamvraag blijft op welke manier het pact de bevoorradingszekerheid zal garanderen en het concurrentievermogen van de bedrijven verzekert.’ De federatie vreest enorme verhogingen van de energiekosten voor de industrie. ‘Dit terwijl de energiekosten voor de industrie in België vandaag al tien  tot veertig procent hoger liggen dan in de buurlanden. Dit concurrentienadeel nog vergroten terwijl tegelijk de onzekerheid over een gegarandeerde energiebevoorrading toeneemt, is een onverantwoorde gok met tienduizenden jobs.

Realisme

Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van Essenscia:  ‘Het totale kostenplaatje van het Energiepact blijft hoogst onzeker. Het zou onverantwoord zijn om strategische beleidsbeslissingen van deze omvang te nemen met een blanco cheque in de hand, waarbij achteraf nieuwe taksen moeten ingevoerd worden om de schuldenput te vullen. Een energietransitie kost geld. Daarom moet er een duidelijke financiering gekoppeld worden aan de ambities in het Energiepact. We stellen het einddoel van de energietransitie niet in vraag, maar pleiten voor realisme over de weg ernaar toe.’

Het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is toegetreden tot het groene waterstofconvenant ‘Energy Island’ Goeree-Overflakkee. Bij de proeftuin draait het om het opwekken van waterstof via elektrolyse met groene stroom. Interessant is hierbij ook de productie van groen ammoniak. 

In december hebben verschillende overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven een waterstofconvenant ondertekend. Ze willen zich daarmee inzetten voor de ontwikkeling van economisch haalbare waterstofprojecten.

Nu blijkt dat ook het Havenbedrijf Rotterdam bij het initiatief heeft aangesloten. Bij de eventuele opschaling en synergie met industriële ontwikkelingen kan de Rotterdamse haven een belangrijke rol spelen. ‘Groene waterstof is als grondstof en brandstof essentieel om onze economie te verduurzamen’, stelt Allard Castelein, president-directeur van HbR.

Groen ammoniak

Al in 2020 verwacht Goeree-Overflakkee een overschot van twintig procent aan duurzame opgewekte stroom op het eiland. De ongebruikte energie kan dan worden ingezet om waterstof te genereren.  Projecten waarover zou worden nagedacht zijn ondermeer het bouwen van installaties die waterstof maken uit groene stroom, het toevoegen van waterstof aan het lokale aardgasnet, elektrische voertuigen die op waterstof rijden en een of twee waterstoftankstations.

Daarnaast wordt gekeken naar een kunstmestfabriek waar waterstof wordt omgezet in groen ammoniak. Momenteel zijn kunstmestfabrieken een van de grootste energieslurpers van de Nederlandse economie. Bij elkaar nemen kunstmestfabrikanten Yara en OCI Nitrogen bijna tien procent van het totale aardgasgebruik voor hun rekening. De waterstof om ammoniak te produceren wordt nu nog uit aardgas gehaald. Bovendien kost dit proces ook veel energie, eveneens in de vorm van aardgas. Door via elektrolyse waterstof uit water te halen, kan dus een enorme stap worden gemaakt.

Niet voor niets is kunstmestfabrikant Yara in Sluiskil een van de ondertekenaars van het convenant. Luc Haustermans, vice-president innovation management bij Yara: ‘Ammoniak is een essentiële molecuul in de uitbouw van een groene waterstof economie voor energie, chemie, transport en landbouw. Dit convenant biedt een uitstekende kans om dit te demonstreren.’