Wim Raaijen Archieven - Utilities

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Industrielinqs Projecten Special 2021: Een special waarin we aandacht schenken aan nieuwbouwprojecten, uitbreidingen en revitalisaties. Groene projecten en innovaties. Digitalisering en investeringen. Elektrificatie en elektrochemie.  

In 2019 besloot Industrielinqs om een jaarlijkse update te maken over investeringsprojecten en innovatie in de industrie en energiesector. Reden was dat in Nederland en Vlaanderen weer volop investeringsprojecten op de rol stonden en staan. Nadat door de vorige crisis vanaf 2008 het investeringsniveau enorm was ingezakt, wordt er sinds 2014 weer volop gebouwd en gemoderniseerd. De investeringsoverzichten in onze bladen groeiden met de maand. Nu we na een heftige periode met het coronavirus weer meer de blik naar voren kunnen richten, zien we onderwerpen als innovatie en verduurzaming weer naar boven drijven. Ook lijken veel investeringsprojecten in deze sectoren door te gaan.

Vijf jaar geleden startte Mark Denys bij Tata Steel IJmuiden samen met een collega een pilot project op het gebied van data-analyse, oftewel advanced analytics. Inmiddels heeft het programma vele miljoenen euro’s aan met name procesverbeteringen opgeleverd. En er lopen in de staalfabrieken meer dan tweehonderd gespecialiseerde data-analisten rond. ‘We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Praat met Mark Denys, directeur kwaliteit bij Tata Steel Europe, over digitalisering van de industrie en je krijgt een zee aan interessante mogelijkheden. Want er kan zo veel meer sinds computers steeds meer geheugen krijgen en processoren veel goedkoper en sneller worden bovendien. Vergeet ook niet de groeiende mogelijkheden van internet. En wat te denken van de opkomst van cloud-computers. Denys: ‘Alleen al internet is 100.000 keer sneller dan dertig jaar geleden en chips 10.000 keer goedkoper.’

Digitalisering heeft de laatste jaren door de haast onbegrensde mogelijkheden een heel andere dimensie gekregen. Denys: ‘Automatiseren en digitaliseren doen we natuurlijk al veel langer. In 1961 waren we een van de eerste bedrijven in Nederland met een computer. Die gebruikten we toentertijd voor onze productieplanning. Inmiddels is de procesbesturing van onze fabrieken verregaand geautomatiseerd. Wat is dan nieuw, zou je kunnen vragen. Maar we gaan nu met de enorme mogelijkheden echt een heel andere fase in.’

‘We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Mark Denys, directeur kwaliteit Tata Steel Europe

Digital twin

De productie van plaatstaal bij Tata is daarvan een voorbeeld. Om van het staal dat als dikke plakken uit de gieterij komt, dunne platen te maken zijn tal van productiestappen nodig. Meerdere malen gaat het staal door walsen heen en ondergaat het andere bewerkingen, zoals coaten. Denys: ‘De volledige route van plakken naar dunne platen duurt al gauw zes weken. Per seconde kan er iets fout gaan, wat de kwaliteit van het staal kan beïnvloeden.’ Dat maakte het ondoenlijk om het proces continu te bewaken. ‘Voorheen ontdekten we het vaak pas weken later als er een verstoring was geweest die een afwijkend oppervlak veroorzaakte in het eindproduct.’

Tata Steel produceert in IJmuiden een grote variatie aan staalproducten met verschillende eigenschappen. Denk aan combinaties van lasbaarheid en buigzaamheid; wat de klant maar nodig heeft. ‘Om een goede analyse te maken van één eigenschap van een product, hadden we in het verleden zes weken nodig’, vertelt Denys. ‘In totaal kostte het zes maanden om een verbetering van een product door te voeren. Met de komst van advanced analytics kon die analyse in een paar minuten. En niet alleen voor één eigenschap, maar voor alle eigenschappen tegelijk. Inmiddels kunnen we in een minuut alle eigenschappen van al onze producten analyseren. We zijn op het moment hard op weg naar een volledige digital twin van Tata Steel in IJmuiden.’

Dialoog

De voorheen tijdrovende data-analyse is daardoor niet meer de zwakste schakel bij productverbetering, stelt hij. ‘De bottleneck is nu de snelheid waarmee we veranderingen in de fabriek kunnen doorvoeren. Dat blijft mensenwerk. En daarbij gaat het niet om de acceptatie van de nieuwe inzichten. Het “not invented here syndrome” leeft hier echt niet. Te meer omdat onze technologen in de fabriek zelf bij de totstandkoming van de data-analyse betrokken zijn.’

Het is niet zo dat computers met panklare oplossingen komen. Het is een interactief proces waarbij mensen de resultaten interpreteren. ‘Het is ook mensenwerk om complexe algoritmes te vereenvoudigen. Zeg maar, van honderden variabelen terug naar tien. Die simpele algoritmes worden dan in de software voor procesbesturing of productie scheduling opgenomen.’ Vaak werken de eenvoudigste modellen het best. ‘Laatst hadden we een verbluffend simpel algoritme gevonden. Haast te mooi om waar te zijn, maar het werkte.’

Inmiddels lopen er meer dan tweehonderd data-analisten rond bij Tata Steel in IJmuiden en een nog grotere groep heeft kennisgemaakt met de basisbegrippen. ‘Zelfs mensen uit het senior management hebben een awareness-cursus gevolgd, waaronder de CEO van Tata Steel Europe. Ook om te onderstrepen dat de mens een doorslaggevende factor blijft.’ Doordat een grote groep medewerkers op verschillende niveaus begrijpt hoe bijvoorbeeld algoritmes werken, blijft daar een dialoog over mogelijk en kunnen veel mensen meedenken over mogelijke verbeteringen.

Minder spannend

Sinds 2016 heeft Tata met dat doel een grote schare mensen opgeleid. Zelf. ‘We hebben inderdaad bijna alle data scientists binnen de Tata Steel Academy opgeleid. Het is namelijk ondoenlijk om data-analisten te vinden die verstand hebben van metallurgie. Het is veel gemakkelijker om metallurgen kennis bij te brengen op het gebied van data-analyse!’ Het geeft ook meteen aan dat technische expertise van doorslaggevend belang is om de juiste analyses te maken en vereenvoudigde modellen op te stellen.

Dat is ook een groepsproces. De analyse van de data en het bedenken van verbeteringen gebeurt in groepen met verschillende rollen. ‘We willen op een agile manier van elkaar leren. Door continue dialoog en discussie ontstaat kennis. Ons inzicht wordt vergroot als we samen op zoek gaan naar verklaringen. Echt, de menselijke factor blijft extreem belangrijk. Helemaal in de complexe omgeving van fabrieken. Misschien dat data-analyse bij een verzekeraar of online winkelbedrijf minder spannend is.’

Piepje

Denys is trots op wat er allemaal al is bereikt. Zo heeft advanced analytics Tata Steel in IJmuiden al vele miljoenen aan besparingen opgeleverd. Uiteraard was dat niet kosteloos. ‘Vanaf het begin was de doelstelling dat de opbrengsten binnen één jaar minstens het dubbele waren van de kosten. Dat is ons ruimschoots gelukt.’

Door de intensieve inzet van data-analyse kon het bedrijf efficiëntieslagen maken op het gebied van energie en grondstoffen. En daardoor kon het ook emissies reduceren. ‘We gebruiken enorme hoeveelheden grondstoffen. Daardoor kan een kleine verbetering veel impact hebben.’ Ook op het vlak van kwaliteit, de huidige verantwoordelijkheid van Denys, werden meerdere stappen gezet.

Hij heeft ook nog wel wat concrete wensen. Bijvoorbeeld op het gebied van slimme sensoren. ‘We kunnen weer een enorme stap maken als we voor minder dan tien euro een sensor eigen intelligentie kunnen geven. Die kunnen dan zelf constateren dat er een verstoring optreedt en bijvoorbeeld een piepje geven. Zodat ook direct kan worden ingegrepen.’

‘Het is ondoenlijk om data-analisten te vinden die verstand hebben van metallurgie.’

Mark Denys, directeur kwaliteit Tata Steel Europe

Fieldlab

Sinds een jaar is er ook meer focus op smart maintenance gekomen. ‘Niet eerder helaas, hoewel juist op het vlak van slim onderhoud wel veel is gepubliceerd. Bij Tata Steel zagen we echter veel aantrekkelijkere business cases op andere vlakken.’ Dat heeft volgens Denys te maken met schaalbaarheid. Eén pomp, klep of afsluiter voorzien van een eigen intelligentie heeft weinig impact op de schaal van de staalindustrie. ‘Voor Tata Steel moeten we op zoek naar een algemener platform van algoritmes waarmee we in een keer een grote klap kunnen maken. Minder op het niveau van installatie-onderdelen, maar meer gericht op hele fabrieken.’

Meer focus op onderhoud valt ook samen met de start van het Fieldlab Smart Maintenance in IJmuiden, een initiatief van Techport. Het fieldlab, dat nu 1,5 jaar loopt, heeft tot doel “om het onderhoud 100 procent voorspelbaar te maken en het productieproces zo in te richten dat er tegen zo laag mogelijke kosten en zo min mogelijk energieverbruik zo veel als mogelijk wordt geproduceerd.”

Techport, met Denys als voorzitter, is een netwerk van meer dan zestig scholen, bedrijven en overheden in de metropoolregio Amsterdam met de IJmond als kern. De partners werken samen aan een gezonde arbeidsmarkt, een actueel en uitdagend opleidingsaanbod en aan voldoende talent. Uiteindelijk draait het binnen dit netwerk ook weer om de combinatie tussen mens en techniek.

iPad

Juist de brug slaan tussen industrie en onderwijs lijkt belangrijker dan ooit. Denys kent de veelgehoorde kritiek dat het onderwijs met zijn aanbod vaak niet aansluit op wat de industrie in de toekomst nodig heeft. Hij weigert echter mee te huilen met de wolven. ‘Wij weten ook niet precies welke kant het op gaat en wat er over tien jaar nodig is. Ontwikkelingen kunnen heel snel gaan. Neem bijvoorbeeld een iPad, die bestaat ook nog geen tien jaar! De oplossing ligt in een betere samenwerking tussen bedrijven en het onderwijs. Met ons Techport-netwerk zetten we hier sterk op in.’

iMaintain Techport

Mark Denys is een van de gasten tijdens iMaintain Techport op donderdag 7 oktober bij Tata Steel in Velsen. Als alle seinen op groen staan, is het evenement zowel fysiek als online te volgen. Thema is Smart Transition. Op het podium onder anderen ook: Marinus Tabak (RWE), Mark Haarman (Mainnovation), Olof van der Gaag (NVDE) en Daisy Beelen (Nova College). Inschrijven kan via www.imaintain.info.

Europa lijkt vol te gaan voor waterstof. Er zijn in verschillende lidstaten veel plannen voor waterstoffabrieken. Overheden reserveren enorme sommen geld voor steun. En het heeft er alle schijn van dat er een Europese hoofdinfrastructuur – een backbone – voor waterstof komt. Maar hoe zit het met de kosten? Die moeten toch nog fors naar beneden? Een zichzelf vervullende profetie lijkt in de maak.

Het hele artikel lees je in de speciale (digitale) editie van Industrielinqs, Dossier Waterstof

In deze speciale editie van Industrielinqs hebben we het over alle ontwikkelingen die momenteel rondom waterstof gaande zijn. Hoe zit het met de kosten? Welke projecten lopen er al en welke komen er aan? Blauwe waterstof zal een noodzakelijke tussenvorm zijn voor we vol gebruik kunnen maken van groene waterstof. En, hoe zit het met de infrastructuur? We bekijken de plannen voor de Europese waterstofbackbone. Dit en meer lees je in Industrielinqs 7! > Ga naar het digitale magazine

Momenteel werken er vier generaties samen op de werkvloer. Hoe zorg je ervoor dat die het beste samenwerken en de sterktes van de verschillende generaties ook worden benut? Tijdens het congres Deltavisie (17 juni in Rotterdam Ahoy) spraken we erover tijdens een van onze talkshows.

Lees het hele artikel in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

Digitaal magazine Industrielinqs: CO2-emissies moeten snel drastisch omlaag. Het aandeel duurzame energie is echter nog zo laag, dat deze het fossiele energieverbruik nog maar nauwelijks kan vervangen. CO2-opslag (CCS) biedt hiervoor op de korte en middellange termijn een sneller en goedkoper alternatief.

Verder in dit nummer

Schaarste aan grondstoffen kan energietransitie hinderen, leggen energietransitie-consultants Anastasia Gavrilova en Sara Wieclawska van TNO uit. Hygro onderzoekt het inbouwen van een elektrolyzer in de voet van een windturbine. Plasmatechnologie in een Californische fabriek zet afval om in waterstof.

Dit en meer leest u in Industrielinqs 6, 2021!

Dow wil in Terneuzen een ‘schone waterstoffabriek’ bouwen die bijproducten omgezet in waterstof en CO2. Die CO2 wordt vervolgens afgevangen en opgeslagen. Het is de eerste fase van het stappenplan van het chemiebedrijf naar CO2-neutraliteit tegen 2050. Dat maakte Dow deze week bekend.

Dow wil in drie stappen naar de emissieloze productie toewerken in Terneuzen. De eerste fase is de nieuwe waterstoffabriek plus de bouw van infrastructuur voor de opslag en afvoer van CO2, zuurstofproductie en waterstofdistributie. De waterstoffabriek start naar verwachting in 2026 op en stelt Dow in staat om de CO2-uitstoot met ongeveer 1,4 miljoen ton per jaar te verminderen. Dit staat gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van meer dan 300.000 auto’s.

Vierduizend banen

De waterstoffabriek zet bijproducten om in waterstof en CO2. De waterstof gebruikt Dow als schone brandstof in het productieproces. De CO2 wordt afgevangen en opgeslagen totdat alternatieve technologieën zijn ontwikkeld. Dow zoekt ook naar manieren om CO2 in haar processen te kunnen gebruiken in plaats van het op te slaan.

Voor de bouw van de nieuwe waterstoffabriek en de bijbehorende infrastructuur zijn naar verwachting 3500 tot 4000 banen in engineering en bouw nodig over een periode van drie jaar. Ook levert het 400 tot 500 vaste banen op bij Dow, in de regio en bij toeleveranciers.

Elektrificeren fornuizen stoomkrakers

In de tweede fase, tegen 2030, wil Dow CO2 van zijn ethyleenoxidefabriek afvangen en een aantal gasturbines vervangen door elektromotoren. Hierdoor vermijdt het bedrijf nog eens 300.000 ton CO2-uitstoot per jaar.

In de derde en laatste fase van het plan wil het bedrijf aanvullende baanbrekende technologieën ontwikkelen en implementeren om het gebruik van brandstof in de productieprocessen te vervangen. Een voorbeeld hiervan is de eerder aangekondigde samenwerking van Dow met Shell om de fornuizen in de ethyleen stoomkrakers te elektrificeren. Deze fornuizen zijn momenteel afhankelijk van het gebruik van brandstof, waardoor ze veel CO2 uitstoten als ze niet op schone waterstof worden gestookt. Overschakeling op elektrisch kraken met schone elektriciteit brengt het CO2-profiel van het productieproces terug tot bijna nul emissies.

In 2022 verwacht Dow Terneuzen een voorlopig investeringsbesluit over de uitvoering van de routekaart.

 

We moeten niet raar opkijken als Covestro uiteindelijk naast chemieproducent ook een belangrijke recycler wordt. Afvalplastic, biomassa en CO zullen de nieuwe grondstoffen worden voor de chemische industrie. En ook “dead dog” CO2 wordt gereanimeerd.

Een paar jaar geleden baarde Covestro opzien met het gebruik van CO2 als grondstof. In het Duitse Dormagen slaagde het chemiebedrijf erin twintig procent van de grondstof op basis van aardolie te vervangen door kooldioxide voor de productie van grondstoffen voor polyurethaanschuim. Een ultieme vorm van recycling, zo lijkt het.

Verwachtingen

Toch temperde chief technology officer Klaus Schäfer het enthousiasme enigszins in een eerder interview. Zoals het een technicus betaamt. De situatie in Dormagen is uitzonderlijk. Er is veel zuivere CO2 beschikbaar en vooral een overvloed aan energie uit een exotherm proces in een naastgelegen fabriek. “CO2 is een dead dog“, zei Schäfer destijds. Er is een enorme hoeveelheid energie nodig om het weer tot leven te wekken, om er een chemische bouwsteen of brandstof van te maken. En dan moet dat ook nog met de juiste katalysator gebeuren. Volgens de CTO van Covestro moeten we geen overdreven verwachtingen hebben dat de recycling van CO2 op industriële schaal heel snel van de grond zal komen.

Eenvoudiger bouwsteen

Toch zijn er nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van rookgassen uit de staalindustrie. Samen met ArcelorMittal en diverse andere partners, waaronder kennisinstellingen, onderzoekt Covestro de mogelijkheden om koolmonoxide (CO) en kooldioxide om te zetten in chemische bouwstenen. Uit een tussentijds rapport bleek onlangs dat de mogelijkheden veelbelovend zijn. Vooral voor regio’s waar chemische industrie en staalindustrie dicht bij elkaar liggen.

Een andere opvallende conclusie is dat een mengsel van CO, CO2 en waterstof de beste resultaten oplevert. Schäfer, die CO in het eerdere interview had omschreven als een “levendige puppy”, ziet het als een mooi mengsel. ‘Koolmonoxide heeft een veel hoger energieniveau dan kooldioxide en is daarom een veel makkelijker te verwerken chemische bouwsteen. Ik weet dat chemici het anders zouden omschrijven, maar je zou kunnen zeggen dat CO2 energie leent van CO.’

CCS

Het lijkt erop dat Duitse chemiebedrijven zich meer richten op het hergebruik van CO2 dan op ondergrondse opslag, zoals in gasvelden voor de Nederlandse kust. Schäfer is zich ervan bewust dat de situatie grotendeels de oplossingen dicteert. Hij is dan ook minder kritisch over de CCS-plannen van bijvoorbeeld de havens van Rotterdam en Antwerpen. ‘In Duitsland zijn er gewoon minder mogelijkheden, dus moeten we op zoek naar andere oplossingen’, aldus Schäfer.

Levenscyclus

Hergebruik van CO2 is een van de paden die Covestro wil bewandelen om volledig circulair te worden. Die ambitie sprak topman Markus Steilemann vorig jaar al uit. Het chemieconcern wil zijn productiefaciliteiten wereldwijd ombouwen naar alternatieve grondstoffen, zoals biomassa, maar vooral ook kunststofafval en hernieuwbare energie. Uiteindelijk zal Covestro naast producent van chemicaliën ook een innovatieve recycler worden. De producten moeten ook steeds beter worden voorbereid op latere recycling.

Chemische recycling is daarbij een belangrijk speerpunt. Hierbij worden afvalplastics weer afgebroken tot kleinere chemische moleculen. Deze dienen als grondstof voor bestaande chemische processen. In tegenstelling tot mechanische recycling, waarbij de chemische structuur van de polymeren behouden blijft, staat chemische recycling nog in de kinderschoenen.

Maar het is een belangrijke stap in de richting van massale recycling van kunststoffen, stelt Schäfer. Bij mechanische recycling breekt de polymeerstructuur van kunststoffen na een aantal keren af. Bovendien zijn verschillende kunststoffen gewoon niet recycleerbaar. Het voordeel van chemische recycling is dat je kunststoffen terugbrengt tot het oorspronkelijke molecuul of tussenproduct, dat je vervolgens kunt gebruiken als drop-in oplossing in het productieproces. Op die manier kan de levenscyclus van deze producten steeds opnieuw beginnen.

Blockchain

De circulaire ambities van Covestro vergen nog veel innovaties, en niet alleen op het gebied van chemische procestechnologie en bijvoorbeeld katalysatoren. Ook nieuwe ICT-oplossingen kunnen een bijdrage leveren. Zo is Covestro nauw betrokken bij het Nederlandse bedrijf Circularise. Dit bedrijf heeft op basis van blockchain een methode ontwikkeld om de herkomst van materialen te traceren. Tegelijkertijd worden de privacy en vertrouwelijkheid van gegevens gewaarborgd. Op die manier kan elke producent en consument de herkomst van de materialen nagaan.

Site Antwerpen

Naast alternatieve grondstoffen zoals afgedankte materialen, CO2 en biomassa is ook hernieuwbare energie noodzakelijk om tot een echt circulaire economie te komen. Covestro zal zijn productie daar dan ook geleidelijk op overschakelen. In een eerste stap betrekt het bedrijf 45 procent van zijn elektriciteitsbehoefte voor de Antwerpse site uit windenergie, geleverd door het Belgische onderdeel van energiebedrijf Engie. Vanaf 2025 zal het bedrijf ook een aanzienlijk deel van zijn elektriciteit voor zijn fabrieken in Duitsland betrekken van een windmolenpark in de Noordzee dat wordt gebouwd door de Deense energieleverancier Ørsted.

‘De energietransitie lijdt onder een technologieobsessie’, stelt Olof van der Gaag van de NVDE. Het gaat te veel alleen over de technieken. Wel of niet kerncentrales of biomassa? En willen we wel of geen windmolens en zonneparken? Het zou juist meer om CO2-reductie moeten gaan en maatregelen om dat te bevorderen. ‘Dan landt het vanzelf bij de oplossingen met de grootste toegevoegde waarde.’

Op zich is Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), optimistisch. Er zijn steeds minder mensen die twijfelen over of het wel kan; het volledig verduurzamen van het energiesysteem de komende decennia. ‘Vijf jaar geleden hadden veel mensen nog hun bedenkingen. Die zorg lijkt nu wel grotendeels verdwenen.’

De volgende zorg was, of het allemaal wel betaalbaar kan. Maar ook deze bottleneck lijkt stapje voor stapje te verdwijnen. Van der Gaag: ‘Zonne- en windenergie hebben al een goede kostendaling ingezet. Alleen ligt het bij de warmtevraag nog wat moeilijker. Het blijkt toch complexer en duurder om die te verduurzamen.’

‘Om klimaatverandering tegen te gaan, kunnen we niet wachten op langlopende trends. Er moet snel wat veranderen.’

Olof van der Gaag, directeur NVDE

Wel dienen zich nu nieuwe uitdagingen aan. ‘Wat doet de energietransitie bijvoorbeeld met onze omgeving? Willen mensen wel naast biomassacentrales of windturbines wonen? En willen we akkerland opofferen voor zonneparken?’ De uitdagingen worden inmiddels ook concreter. ‘Hebben we wel genoeg mensen om die transitie daadwerkelijk uit te voeren? Dat de uitdagingen concreter worden, is overigens wel een goed teken. Het betekent dat de transitie vordert en volwassen wordt.’

Race tegen de klok

Dat een tekort dreigt aan met name technische mensen om de transitie vorm te geven, is echter niet zomaar opgelost. Nu al is het gebrek aan goede arbeidskrachten in de duurzame energiesector groot. En dan moet het belangrijkste deel van de transitie nog komen. Om 49 procent CO2-uitstoot te reduceren in 2030 is een enorme versnelling nodig. Dan groeit de mismatch op de arbeidsmarkt alleen maar. Adviesbureau Ecosys berekende dat voor het realiseren van die extra inspanning 23.000 tot 28.000 extra werknemers nodig zijn. Van der Gaag: ‘We hebben het dan over voltijdbanen. Die mensen zijn er niet. Dat betekent dat er actie moet worden genomen, en wel direct.’

Op zich heeft transitie en verduurzaming zeker aantrekkingskracht op de jongere generaties. Met name hoogopgeleiden. ‘Op de universiteiten zijn relevante studierichtingen populair. Ook onder vrouwelijke studenten. Daar lijken decennialange inspanningen, zoals ‘Thea kiest voor techniek’ en latere campagnes, daadwerkelijk effect te hebben. De populariteit van techbedrijven als Apple en Tesla zorgt er ook voor dat veel studenten op de universiteit bezig zijn met het klimaat. Maar daar zijn we er niet mee. Voor hbo-studenten geldt die aantrekkingskracht al minder. En nog minder voor mbo-ers en vmbo-ers. Terwijl we juist een bulk aan technici op middelbaar niveau nodig hebben.’

energietransitie

Misschien zijn er lichte, positieve verschuivingen, maar dat is gewoon niet genoeg, impliceert Van der Gaag. ‘We kunnen het niet langzaam met de tijd mee laten groeien. We hebben echt niet zo veel tijd. Het is een race tegen de klok. Om klimaatverandering tegen te gaan, kunnen we niet wachten op langlopende trends. Er moet snel wat veranderen.’

Weinig businesscases

De discussies over verschillende technieken werken ook niet erg mee. ‘De energietransitie lijdt onder een technologieobsessie’, stelt Van der Gaag. ‘Maar de transitie is geen Idols voor energietechnieken. Die debatten tussen voor- en tegenstanders van verschillende oplossingen leveren niets op. Neem kernenergie. Eind vorig jaar tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over kernenergie stelt de ene helft dat de energietransitie niet zonder kan. De andere helft voert tal van argumenten aan waarom we absoluut niet met kernenergie aan de slag moeten. Dat is in vijftig jaar na de bouw van de eerste Nederlandse kerncentrale in Borssele niet veranderd. We zijn dus geen spat verder gekomen in de discussie, mede doordat de discussie ging over techniek en niet over beleid.’

Ook kijkt hij met lede ogen naar de uit de hand gelopen discussie over biomassa. ‘De crux is dat een plant die groeit, CO2 opneemt. Die kooldioxide komt links- of rechtsom toch weer in de atmosfeer terecht. Als je snoeimateriaal laat liggen, stoot het vroeg of laat CO2 uit en bijvoorbeeld nog erger: methaan. Dan kun je het beter nuttig gebruiken, door er energie van te maken.’ Natuurlijk is het mooier als je van biomassa chemische bouwstenen kunt maken, of zelfs voedingsmiddelen, vindt Van der Gaag. Dat is ook een belangrijk argument van de tegenstanders van energie uit biomassa. Maar dat is niet het volledige verhaal. ‘Ze vergeten dat er nog maar weinig goede businesscases zijn op dat gebied. Die fabrieken staan er nog nauwelijks.’

Competitie

Het belangrijkste is volgens hem dat er niets op voorhand wordt uitgesloten. ‘We hebben ongeveer alles nodig om de klimaatuitdaging aan te gaan.’ Het zou in de discussies en beleidslijnen juist veel meer om de CO2-reductie zelf moeten gaan. Beleidsmaatregelen moeten vooral goede businesscases bevorderen op het gebied van CO2-vrije energiesystemen. ‘Dan landt het vanzelf bij de oplossingen met de grootste toegevoegde waarde.’ De overheid heeft drie belangrijke beleidsinstrumenten in handen om CO2 te reduceren. ‘Subsidies, beprijzing en normering. Als je daar de focus op legt, dan is het gemakkelijker om te accepteren dat alle technieken de competitie met elkaar aangaan. Niets uitgezonderd.’

Twee benen

Hoewel Van der Gaag niet bevooroordeeld wil zijn, heeft hij wel een verwachting waar het waarschijnlijk heen zal gaan. Zo denkt hij dat batterijenauto’s het gaan winnen van personenwagens op waterstof. Gewoon omdat die efficiënter zijn en er minder energie-omzettingen nodig zijn in de keten. Dus minder verlies.

Ten aanzien van de energieopwekking tekent zich ook wel een beeld af. Dat straks ongeveer driekwart van de elektriciteit uit zon en wind komt, staat voor hem wel vast. Omdat die een variabel aanbod hebben, zijn er echter wel aanvullende technieken nodig die netto geen CO2 uitstoten. ‘Die technieken moeten met name flexibel en betaalbaar zijn. Kijk je vooral naar de flexibiliteit, dan wint opslag in batterijen. Binnen een paar seconden kunnen die reageren op elektriciteitsvraag.’

Tijdens de besprekingen rond het klimaatakkoord is Van der Gaag ook bij zichzelf te rade gegaan. ‘Ik denk dat we met meer empathie moeten samenwerken.’

energietransitie

Daarna komen volgens de NVDE-directeur gasgestookte centrales op waterstof, of methaan – biogas of aardgas – in combinatie met CO2-opslag. Biomassacentrales zijn de nummer drie en kerncentrales zijn in dit rijtje volgens hem het minst flexibel. ‘Kerncentrales hebben nog een ander probleem’, vindt van der Gaag.  ‘Ze hebben vooral hoge vaste lasten, dus ze moeten heel veel uren draaien om de kosten eruit te halen. Ik denk dat er juist technieken nodig zijn die ook uitkunnen met relatief weinig draaiuren. Zon en wind in combinatie met relatief kortstondige opslag in batterijen – zeg maximaal twee dagen – kunnen het beste worden aangevuld met waterstofcentrales of gascentrales in combinatie met CO2-opslag. Ik denk dat het met de juiste beleidsmaatregelen die kant op zal gaan. Maar nogmaals, je hoeft bij die beleidsmaatregelen geen technieken uit te sluiten. Ook kerncentrales niet. Het zal vanzelf blijken.’

Elektriciteit krijgt een steeds prominentere rol in ons energiesysteem. Van der Gaag: ‘Momenteel regelt elektra twintig procent van ons energiesysteem. Vijftig procent is warmte en 25 procent brandstoffen voor mobiliteit.’ Door elektrificatie van onder andere de mobiliteit en een deel van de warmtevraag is in 2050 de helft op elektronen gebaseerd. ‘En dan reken ik nog niet de stroom mee die nodig is om groen waterstof te produceren. Voor het energiesysteem heb je twee benen nodig: elektronen en moleculen. In veel scenario’s is hun aandeel straks even groot.’

Prijs per kilowattuur

De directeur van de NVDE is betrokken geweest bij verschillende tafels bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord. ‘We zijn blij met het akkoord en hebben het zonder disclaimer getekend. Er staan veel goede dingen in. Minder goed gelukt is echter de verbinding tussen de verschillende sectoren. Daarin moeten echt nog stappen worden gezet. Neem bijvoorbeeld de combinatie offshore wind en de elektrificatie van de industrie. Natuurlijk is het mooi dat offshore-windparken zonder subsidie worden aangelegd. Maar die kunnen alleen uit als de prijs per kilowattuur hoog genoeg is. Om te investeren in elektrificatie van fabrieken heeft de industrie juist een lage elektriciteitsprijs nodig. Er is dus een duidelijk verschil tussen de businesscases van ontwikkelaars van windparken en de industrie. Daarvoor moet meer aandacht komen.’

Empathie

Tijdens de besprekingen rond het klimaatakkoord is Van der Gaag ook bij zichzelf te rade gegaan. ‘Ik denk dat we met meer empathie moeten samenwerken. Dat geldt ook voor mezelf. Ik heb vaak het zinnetje ‘de vervuiler betaalt’ gebruikt. Dat heb ik afgeleerd. Want elke keer als ik de industrie vervuiler noem, beperk ik haar tot één dimensie van haar bestaan. Dat werkt niet. De industrie is veel meer dan alleen vervuiler. We staan er samen voor. En dan helpt het niet als je partner zich constant aangevallen voelt. Zo werkt het thuis ook, met mijn vrouw en twee dochters. Als er iets misging, kwam er vaak discussie over wie schuldig was. Op een gegeven ogenblik heb ik gezegd dat alles mijn schuld is. Het gevolg is dat we vanaf dat moment niet meer over schuld, maar over oplossingen zijn gaan praten.’