Industrie betaalt tweederde energietransitie - Utilities
nieuws

Industrie betaalt tweederde energietransitie

Publicatie

1 jul 2019

Categorie

Utilities

Soort

nieuws

Tags

CO2-emissiereductie, CO2-heffing, Klimaatakkoord

Het Kabinet Rutte III verlegt het zwaartepunt van de energietransitie naar de industrie. Met een CO2-heffing in 2021 van dertig euro per ton zou de industrie tweederde van de nationale CO2-lasten voor zijn rekening nemen. Een deel van dat geld vloeit terug naar de industrie via subsidies voor innovatieve energietechnologie. Zo zet minister Wiebes van EZK in op groene waterstof, groen gas, elektrificatie, uitkoppeling van reststromen én CCS/CCU.

Het klimaatakkoord dat minister Wiebes voorlegde aan de kamer laat een duidelijke verschuiving van de CO2-lasten zien naar de industrie. De minister hoopt hiermee een vlucht voorwaarts te creëren voor de industrie zodat deze meer investeert in schone energie, energiebesparing en schoon fossiel. Er komt wel een heffingsvrije voet voor bedrijven van wie de internationale positie verzwakt door een te hoge belasting.

14,3 megaton reductie

Met een opgave van 14,3 megaton CO2-reductie bovenop bestaand beleid komt de reductie voor de industrie neer op circa 59 procent ten opzichte van 1990. Richting 2030 moet de industrie nog 19,4 megaton reduceren. De kosten daarvoor lopen  tot en met 2030 op tot in totaal ruim vijf miljard euro via de opslag duurzame energie (ODE). Daarmee is de belastingdruk op het energetisch gebruik, van vooral gas, in de industrie hoger dan in andere landen. In diezelfde periode ontvangt de industrie naar verwachting ruim drie miljard euro uit de verbrede SDE+.

Emissievrije technologie

Het accent van het klimaatakkoord ligt op het realiseren van kostenreductie en versneld naar de markt brengen van technologieën. Daarbij kiest het kabinet voor groene waterstof, elektrificatie, CCU(S), circulaire processen, betere inzet van reststromen en groen gas en warmte-uitkoppeling.

Waterstof

Wiebes wil een voorsprong nemen in de waterstofeconomie. De plannen voor groene waterstof tellen al op tot een totale ambitie voor 2025 van meer dan achthonderd megawatt elektrolysevermogen en vijftien kiloton uit biogene brandstoffen. Om de ontwikkeling van groene waterstof in Nederland te versnellen, onderzoekt het Rijk de mogelijkheden voor een tender voor offshore wind. Hier zal extra groenestroomcapaciteit rechtstreeks worden ingezet voor versnelde opbouw van groene waterstofproductie en kostenreductie.

CCS

Het kabinet vindt dat de energietransitie niet zonder CCS kan. Maar kiest daarbij wel voor drie voorwaarden: Er wordt niet meer dan 7,2 megaton CCS gesubsidieerd en alleen waar geen kosteneffectieve alternatieven voorhanden zijn. Na 2035 worden geen SDE+-beschikkingen meer afgegeven voor CCS-aanvragen

Warmte

Het Rijk zal bij de ontwikkeling van Warmtewet 2.0 meer duidelijkheid geven over de marktordening bij warmtenetten. Mogelijk zullen ook de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet daarbij gewijzigd moeten worden. Het Rijk kijkt in 2019 op welke wijze financiële ondersteuning voor (industriële) warmtenetten kan worden vormgegeven.

Elektrificatie

Het Rijk spant zich in om elektrificatie van warmte een plek te geven binnen de verbrede SDE+. Daarbij wordt ook gekeken naar hybride elektrificatie. Het Rijk onderzoekt of in de Energiewet 1.0 meer ruimte kan worden geboden voor dynamische tariefstructuren in de nettarieven voor transport en distributie.

Instrumentarium

Wiebes kondigde een achttal beliedsinstrumenten aan om de industrie te helpen zijn CO2-uistoot terug te dringen:

  1. Een innovatieprogramma gericht op kostenreductie van kansrijke technieken, met ook een stevige publieke bijdrage;
  2. Normering, waarbij reductieopties met een terugverdientijd van vijf jaar of korter verplicht gesteld worden;
  3. Een programma Waterstof;
  4. Een stevige regionale clusteraanpak;
  5. Versterking van de arbeidsmarkt;
  6. Een prijsprikkel in de vorm van een verstandige CO2-heffing, waarbij de eventueel opgehaalde middelen worden benut voor vergroening van de industrie;
  7. Een verbreding van de SDE+ waarbij jaarlijks oplopend tot maximaal 550 miljoen euro in 2030 beschikbaar komt voor stimulering van CO2-reductie in de industrie;
  8. Subsidiëring van CCS, maar wel beperkt in tijd en omvang.
Bron: Rijksoverheid