Jean Pierre Heinis: Yara zet in op industriële ecologie - Utilities
interview

Jean Pierre Heinis: Yara zet in op industriële ecologie

Publicatie

28 dec 2016

Auteur

Tseard Zoethout

Categorie

Utilities

Soort

interview

Tags

Heinis, Utilities Manager, Yara

Yara zet tegenwoordig wereldwijd de standaard in energieefficiëntie en emissiereductie voor kunstmestproductie. “Op die manier willen we voorsprong op de concurrentie houden”, zegt Jean Pierre Heinis, productiemanager nitrid acids en utilities vanuit Sluiskil. Industriële ecologie – of het sluiten van kringlopen – is het sleutelwoord. Tekst: Tseard Zoethout Dankzij de aanwezigheid van diep vaarwater, het kanaal Terneuzen –Gent, en voldoende aardgas , zowel uit het Groningenveld als uit de Zeebruggeleiding, is Sluiskil tot belangrijkste productielocatie van kunstmest in ons land uitgegroeid. Het Noorse Yara, dat eind jaren zeventig de vroegere Nederlandse Stikstof Maatschappij (NSM) overnam, biedt werk aan ruim zeshonderd werknemers. Naast Dow Chemicals aan de Westerschelde is het daarmee een van de grootste werkgevers in Zeeuws-Vlaanderen. Het belang van de site aan de zuidoostelijke rand van het dorp met ruim 2300 inwoners kan ook worden afgemeten aan haar aardgasverbruik: Yara neemt jaarlijks om en nabij de twee miljard kuub aardgas af, hoofdzakelijk uit de Noorse en Britse concessies op de Noordzee. Energie-intensieve producten Over welk deel aardgas tegen welke prijs waarvandaan komt wil Jean Pierre Heinis, sinds drie jaar manager nitrid acids en utilities Sluiskil maar al bijna deze hele eeuw bij Yara werkzaam, wegens concurrentieoverwegingen geen mededelingen doen. Wel geeft hij aan dat zo’n tachtig procent van alle aardgas in de eindproducten ammoniak, salpeterzuur, ureum en nitraat terecht komt en dus hoogwaardig wordt gevaloriseerd. De rest van het gas gaat in de bedrijfsprocessen van Yara zitten: stoom, stroom en warmte. ‘We voeren een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering op basis van strikte emissie- en energie-efficiency monitoring’, legt Heinis rustig formulerend uit. ‘Die data vertalen we in dagelijkse en maandelijkse rapporten. De gasturbine heeft bijvoorbeeld enige tijd geleden een absoluutfilter gekregen. Daardoor komt er geen stof meer binnen via de luchtinlaat en raken compressorschoepen niet langer vervuild, iets wat we nauwlettend controleren. Onze twee stoomturbines en een gasturbine kunnen maximaal 72 megawatt vermogen aan de drie ammoniak-, twee salpeterzuur en drie ureumfabrieken leveren, mits daarvoor stoom aanwezig is. Doorgaans wordt 34 megawatt opgewekt, voldoende om de ammoniakfabrieken bij mogelijke stroomuitval te ondersteunen. De overige stoom – geproduceerd met exotherme processen...

Voor leden

Lees gratis verder.

Wachtwoord vergeten

Alles lezen?

Abonneer nu en krijg toegang tot:

  • Alle verschenen artikelen van Utilities
  • Bladerbare versies van het blad Utilities
  • Projectendatabase
Aanmelden
Bron: Utilities