Het Nieuwe Produceren Archieven - Utilities

ArcelorMittal wil steenkool vervangen door hoogwaardige biokool als grondstof voor zijn staalproductieproces. ArcelorMittal start hiervoor in Gent een proefproject.

Het Nederlandse bedrijf Perpetual Next levert de biokolen dat het produceert met haar hoogtemperatuur torrefactietechnologie. De samenwerking start met een eerste levering van 30.000 ton biokool voor de hoogoven in Gent. Uiteindelijk is de levering opschaalbaar naar 350.000 ton biokool op jaarbasis.

Verdubbeling

Voor de productie van staal worden kolen ingezet, om onder meer ijzer uit ijzererts te halen.De wereldwijde staalproductie in 2020 bedroeg 1,86 miljard ton ruwstaal. Daarvan werd zeventig procent geproduceerd in hoogovens die fossiele steenkool gebruiken. Verwacht wordt dat de vraag naar staal tegen 2050 zal zijn verdubbeld ten opzichte van het huidige niveau. Bij een ongewijzigd beleid leidt dat tot een verdubbeling van de CO2-uitstoot.

Torrefactie

De torrefactietechnologie van Perpetual Next zet biomassa om in biokool met dezelfde eigenschappen als fossiele steenkool. De biomassa is afkomstig uit door FSC-gecertificeerde bossen. De technologie zet de grondstoffen via een thermisch raffinageproces om in biokolen. Hierdoor ontstaat een relatief betaalbare hernieuwbare grondstof met een hoge energiedichtheid. De gepatenteerde technologie is eigendom van Perpetual Next.

 

Gidara Energy kondigde onlangs al de bouw van een fabriek aan, die niet-recyclebaar afval omzet in methanol. Nu laat het bedrijf weten daarbij samen te werken met PARO, BP en Linde. Dit maakt de productwaardeketen compleet.

Het Amsterdamse afvalverwerkingsbedrijf PARO gaat lokaal niet recyclebaar afval pelletiseren. De pellets zijn geschikt als grondstof voor de vergassingsfabriek van Gidara. Deze zet ze om in synthesegas en vervolgens methanol. PARO verwerkt het afval naast de methanolfabriek, zodat er nauwelijks transport van pellets nodig is.

Het geproduceerde methanol gaat exclusief naar BP, die het gebruikt als duurzame component in transportbrandstoffen. En Linde is er als partner bij gekomen voor de CO2 die in het vergassingsproces ontstaat. Deze wordt afgevangen en gewassen, waarna het gas via OCAP – een dochteronderneming van Linde Gas – naar de glastuinbouw gaat. Bovendien levert Linde zuurstof voor het vergassingsproces.

In 2023 operationeel

Gidara noemt haar eerste fabriek Advanced Methanol Amsterdam, oftewel AMA. De AMA-installatie gaat jaarlijks zo’n 87,5 kiloton hernieuwbare methanol produceren. De fabriek gebruikt daarvoor zogenoemde HTW-technologie. HTW staat voor High Temperature Winkler Gasification Technology.

In 2019 nam Gidara de bewezen technologie over van ThyssenKrupp om deze door te ontwikkelen voor moderne toepassingen, zoals de verwerking van niet-recyclebaar afval. De eerste fabriek in Amsterdam gaat afval van ongeveer 290.000 huishoudens verwerken, zo’n 175 kiloton per jaar. De verwachting is dat de installatie in 2023 operationeel is.

Testfaciliteit

De biobrandstoffenfabriek komt op het BioPark te staan. Dit is een ontwikkelingslocatie in de Amsterdamse haven voor producenten van hernieuwbare brandstoffen. Naast de fabriek komt ook nog een testfaciliteit en een kenniscentrum om de technologie nog verder door te ontwikkelen en ervaring op te doen met verschillende reststromen.

Tip: Bekijk hier de interactieve artist impression van de fabriek.

Fotocredit: Gidara Energy

In de industrie gaat op dit moment nog veel laagwaardige restwarmte verloren. Het Fieldlab Industrial Electrification onderzoekt daarom samen met Standard Fasel de technische en economische haalbaarheid van een industriële warmtepomp. Deze moet laagwaardige restwarmte opwaarderen naar hogere temperaturen.

Standard Fasel, specialist op het gebied van ketel- en brandertechniek, ontwikkelt een machine die restwarmte van 60 tot 100 graden Celsius kan omzetten naar nuttige warmte van een veel hogere temperatuur in de vorm van stoom. Uitgangspunt is om dit zonder tussenkomst van een ander medium, zoals een koudemiddel, te doen. Net als bij conventionele warmtepompen is er elektrische – liefst duurzame – energie nodig om de machine aan te drijven. Het gaat om een industriële warmtepomp die bestaat uit een vacuüm stoomgenerator (gevoed door laagwaardige restwarmte) en mechanische damprecompressie.

Het project van Standard Fasel zit nu in de prototype fase (trl 5-6). Na de haalbaarheidsstudie volgt een veldtest bij een of meerdere industriële eindgebruikers (trl 6-7).

Partners voor de verdere ontwikkeling van de technologie zijn welkom.

Drie partners bundelen hun krachten voor het afvangen en hergebruiken van CO2 in Wallonië. Zij gaan CO2 uit een nieuw type kalkoven combineren met groene waterstof om er methaan van te maken. Daarbij maken ze gebruik van micro-organismen.

De drie partners – Carmeuse, Engie en John Cockerill – integreren reeds beschikbare maar ook nieuwe technologieën. Carmeuse is verantwoordelijk voor de bouw, de ingebruikname en de exploitatie van de innovatieve kalkoven. Het nieuwe eraan is dat deze een geconcentreerde CO₂-stroom mogelijk maakt. De stroom omvat zowel de CO2 uit de stookovens als de CO₂ die vrijkomt bij de omzetting van kalksteen in kalk, uit het proces dus.

John Cockerill is verantwoordelijk voor het ontwerp, de engineering en het in bedrijf nemen van de elektrolyse-installatie. Deze krijgt een capaciteit van 75 megawatt en wordt gebouwd op een site van Engie in de regio van Charleroi. Engie op haar beurt is verantwoordelijk voor de bouw en exploitatie van de elektrolyse-eenheid. En via dochter Storengy ook voor de bouw en de exploitatie van het methanatie-proces.

Archaea

De technologie voor dit laatste proces is van Electrochaea. Dit bedrijf gebruikt micro-organismen, archaea, om kooldioxide samen met waterstof om te zetten in methaan. Electrochaea heeft al meerdere pilots gedaan en er draaien al demofabrieken op industriële schaal, in de Verenigde Staten, Zwitserland en Denemarken.

Volgens de initiatiefnemers kan het project resulteren in een reductie van meer dan 900.000 ton CO₂-uitstoot gedurende de eerste tien jaar. De totale investeringskosten voor het project schatten ze in op meer dan 150 miljoen euro. Als de uitvoering van het project in 2022 van start kan gaan, kunnen de installaties in 2025 operationeel zijn.

Het Vlaamse bedrijf Act&Sorb ontwikkelde een nieuwe technologie waarbij het Medium Density Fiberboard (MDF) en andere houtsoorten omzet in actief kool. De bij het omzettingsproces ontstane syngas wordt ingezet voor de productie van stroom voor een vijfde deel van de stad Genk.

Vlaams minister van Innovatie en Landbouw Hilde Crevits startte samen met Vlaams minister van Omgeving en Energie Zuhal Demir officieel de bouw van de eerste commerciële Act&Sorb fabriek in Genk. Act&Sorb ontwikkelde een recyclingoplossing voor het omzetten van Medium Density Fiberboard (MDF) en andere hout residustromen in actief kool. Het bedrijf met bijhorend laboratorium in aanbouw zal deze nieuwe technologie samen met de productie van hernieuwbare energie in de praktijk omzetten. Het bedrijf ontving onlangs twee miljoen euro steun van de Vlaamse regering. De totale investering is 27 miljoen euro.

Actief kool

MDF is het materiaal dat we kennen van meubels of laminaatvloeren. Ontwikkeld in de jaren zeventig gebruikt men MDF voornamelijk als bouwmateriaal. Elk jaar wordt wereldwijd meer dan 70 miljoen ton nieuwe MDF geproduceerd. Tot op heden verbrandt men de reststromen of dumpt de houtresten in een stortplaats.

Dankzij de door Act&Sorb ontwikkelde technologie is het mogelijk om de reststromen van dit duurzame houtproduct een nieuw leven te geven als hoogwaardig actief kool. Dit product wordt onder meer gebruikt voor de zuivering van water, lucht en chemicaliën, maar ook voor voedsel- en drankverwerking. Bovendien is het productieproces volledig zelfonderhoudend en energiepositief.

Technologie

Over de toegepaste technologie wil uitvinder Kenny Vanreppelen niet veel loslaten. Maar dat het een pyrolyse-achtig proces is, is duidelijk. Zelf noemt hij het carbonisatie activatie. ‘Veel partijen experimenteerden met pyrolyse, maar liepen daarbij op industriële schaal tegen problemen op’, zegt Vanreppelen. ‘Met name het teer in de houtresten zorgt voor het vastlopen van processen. Wij voorkomen dit door te sturen op de productie van actief kool. Het syngas dat als bijproduct ontstaat, is ook nog eens heel zuiver. We verbranden dit gas in een warmtekrachtcentrale en gebruiken een deel van de warmte voor het in gang houden van het proces. De rest van de warmte drijft een turbine aan die stroom maakt voor de Genkenaren.’

Het proces heeft zich al op industriële schaal bewezen. Na de nodige investeringen van onder meer Sibelco startte de bouw van de eerste commerciële fabriek. Deze zal tegen 2021 volledig operationeel zijn. Vanreppelen: ‘Iedere nog niet recycleerbare stroom, is een potentiële toekomstmarkt voor ons, en R&D blijft één van onze speerpunten.’

Vynova investeerde zes miljoen euro in een installatie die restwarmte inzet voor de productie van stoom. Dat brengt het energieverbruik van de site in Tessenderlo flink naar beneden. Het chemiebedrijf rekent op een jaarlijkse energiebesparing van 65.000 megawattuur.

Vynova produceert in Tessenderlo verschillende basischemicaliën, waaronder monovinylchloride (MVC), een tussenproduct voor pvc. Op twee kraakovens van de MVC-fabriek heeft het bedrijf nu een warmterecuperatie-installatie gebouwd. De restwarmte uit de kraakgassen van de ovens is daardoor beschikbaar om stoom te produceren. Die stoom is in het bestaande productieproces nodig om producten verder te zuiveren.

Op jaarbasis kan Vynova zo’n tachtigduizend ton stoom genereren die eerder werd opgewekt via stoomketels op aardgas. Dat betekent een energiebesparing van 65.000 megawattuur per jaar, ongeveer het energieverbruik van 2.850 gezinnen. De CO2-uitstoot van de vestiging daalt daarmee met twaalfduizend ton per jaar.

Membraanelektrolyse

In 2018 zette Vynova in Tessenderlo ook al een flinke stap naar duurzamere productie. Toen nam het bedrijf een nieuwe installatie voor de productie van kaliumhydroxide in gebruik. Deze eenheid – een investering van 65 miljoen euro – werkt op basis van membraanelektrolyse in plaats van kwikceltechnologie. Het elektriciteitsverbruik ten opzichte van de stopgezette eenheid daalde met dertig procent. Ook deze installatie hergebruikt restwarmte in de vorm van stoomrecuperatie.

Lees meer over het project van Vynova in 2018.

De inzet van meer aardgas in plaats van steenkool door energiebedrijven en minder transport door de coronacrisis hebben voor het grootste deel bijgedragen aan de afname van CO2-uitstoot in Nederland. Dat blijkt uit cijfers die het CBS vorige week heeft gepresenteerd.

In het eerste kwartaal was de CO2-uitstoot 8,7 procent lager dan in dezelfde periode in 2019. De winter van 2020 was zachter dan in 2019. Gecorrigeerd voor dit weereffect was de CO2-uitstoot in het eerste kwartaal 7,5 procent lager dan een jaar eerder.

Energiebedrijven

Energiebedrijven, waterbedrijven en afvalbeheer stootten afgelopen kwartaal 20 procent minder CO2-uit dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat kwam grotendeels doordat elektriciteitsbedrijven bij hun productie minder steenkool en meer aardgas hebben ingezet. Bij het verbranden van aardgas wordt minder CO2 uitgestoten dan bij steenkool.

Transportsector en huishoudens

De uitstoot van de luchtvaart en wegvervoer was fors lager, als gevolg van de coronacrisis. Voor de hele sector scheelt het 7 procent. De CO2-uitstoot van de luchtvaart daalde zelfs met 11 procent. Ook de uitstoot van huishoudens was lager door Covid-19. Doordat veel mensen thuis werkten, gingen er veel minder auto’s de weg op. Daarnaast verstookten huishoudens minder aardgas voor verwarming van woningen vanwege het zachte winterweer. De CO2-uistoot daalde hierdoor met 6 procent.

Landbouw en industrie

In het eerste kwartaal was de CO2-uitstoot door de landbouw, delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid 2,5 procent lager dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De emissies daalden onder andere in de landbouw, de chemische industrie en de basismetaalindustrie.

CO2-uitstoot

Klik op de foto om hem te vergroten. Credit: CBS

Twence heeft een warmteleveringscontract gesloten met Grolsch. Daarmee bespaart het bedrijf drie miljoen kubieke meter aardgas. De CO2-emissie door aardgasverbruik gaat met 72 procent per jaar omlaag. De warmte is nodig voor het opwarmen van de pasteurs en spoelmachines en voor het verwarmen van de gebouwen.

Twence levert de warmte aan Grolsch via een nog aan te leggen ondergrondse leiding. De technische uitdagingen en tracéstudie worden dit jaar uitgewerkt. Het streven is om in 2021 te beginnen met de aanleg. Medio 2022 kan Grolsch dan gebruikmaken van de warmte van Twence. De brandstof voor de biomassa-energiecentrale van Twence bestaat uit niet-herbruikbaar afvalhout, dat onder andere bij bouw en verbouwingen vrijkomt.

De wereld is in de ban van het coronavirus. Helaas maken cybercriminelen hier misbruik van. Veel bedrijven weten nog onvoldoende hoe ze zich moeten wapenen tegen cyberdreigingen. Hierdoor zijn hun bedrijfsprocessen en waardevolle data kwetsbaar voor cybercriminelen. De subsidieregeling Cyberweerbaarheid moet bedrijven stimuleren om op het gebied van cybersecurity te gaan samenwerken.

Het doel van de regeling is om nieuwe netwerken te creëren. Daar kunnen leden kennis en kunde op het terrein van cyberweerbaarheid gaan toepassen. Ondernemers kunnen zo samen met andere organisaties werken aan het vergroten van de cyberweerbaarheid, binnen en tussen niet-vitale branches, sectoren en regio’s.

Ondernemingen die actief zijn in vitale sectoren, mogen ook onderdeel zijn van het netwerk. Deze ondernemingen vormen weliswaar niet de doelgroep van deze subsidieregeling, maar met hun kennis en expertise kunnen zij de slagingskans van het netwerk vergroten.

Bedrijven kunnen via mijn.rvo.nl hun aanvraag indienen tot en met 14 mei 2020.

Offshore windparken hebben om in 2030 11,5 GW energie rendabel te leveren ondersteuning nodig. Dit is een doelstelling in het Klimaatakkoord. Het meest haalbare is om groene industriële energie te ondersteunen. Dit staat in het rapport The business case and supporting interventions for Dutch offshore wind dat AFRY (voorheen Pöyry) heeft geschreven voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het AFRY rapport bestudeert mogelijkheden om de windparken zonder subsidie te laten functioneren. De kosten voor de realisatie van windparken kunnen in principe dalen door schaalvergroting en innovaties. Het rapport schat deze kostenreductie in op 14% tussen nu en 2030. De risico’s om de opgewekte capaciteit goed te benutten blijven echter groot door onzekerheden over de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en de financieringsrisico’s. Ook een langzamer dan ingeschatte elektrificatie van de industrie en vervoer vormen een risico met gevolgen voor de marktprijzen. Zonder tussenkomst van overheidsmaatregelen zou het doel van 11,5 GW te halen zijn als de omstandigheden in de markt niet veranderen. Deze moeten wel scherp worden gemonitord. Voldoende vraag naar groene industriële energie ziet het rapport als belangrijke factor voor de business case van windenergie.

Daarnaast ziet het rapport mogelijkheden voor het inbouwen van flexibiliteit, bijvoorbeeld door de productie van waterstof met windenergie.

Door de onzekerheden in de vraag zijn investeerders moeilijker bereid te investeren in nieuwe (offshore) windprojecten waardoor de totale capaciteit aan windenergie uitblijft.

Zekerheden voor groene industriële energie

De NVDE ondersteunt de visie maar ziet graag zekerheden voor de industrie en laat weten graag mee te denken over werkbare ideeën en oplossingen. Daarmee kan de elektrificatie van de industrie versnellen.

Ook de organisatie voor windenergie in Nederland, de NWEA, wil dat de overheid meer zekerheden voor groene industriële energie. Deze organisatie wil inzetten op snellere elektrificatie. ‘Anders dalen de marktprijzen en daarmee wordt windenergie niet rendabel’, concludeert NWEA in lijn met het rapport van AFRY. Daarnaast pleit de NWEA voor kostenreductie. Dit kan door met een langere vergunningstermijn. Windparken kunnen zo de kosten in 40 in plaats van 30 jaar terugverdienen. Ook wil de NWEA dat de overheid bij kan springen als back-up. ‘De risico’s van het niet halen van de klimaatdoelstellingen kunnen beter worden verdeeld. Nu liggen ze eenzijdig op de markt’, is een opmerking. Zeker omdat investeerders ook kijken naar mogelijkheden in andere landen. Nederland moet ervoor waken aantrekkelijk te blijven in vergelijking met vooral Groot-Brittannië en Denemarken.