Utilities Archieven - Utilities

Ørsted en TotalEnergies bundelen hun krachten bij de aanbesteding voor de offshore windparken Hollandse Kust West. Beide bedrijven doen voorstellen om een netto-positieve impact voor biodiversiteit en het Nederlandse energiesysteem te realiseren. De offshore windparken komen circa 53 kilometer uit de Nederlandse kust te liggen en krijgen een gezamenlijk vermogen van ongeveer 1,5 GW.

Ørsted en TotalEnergies zullen bijdragen aan de Nederlandse doelstelling om in 2050 meer dan zeventig gigawatt offshore windcapaciteit gerealiseerd te hebben voor elektriciteits- en waterstofproductie. Ørsted zet in op duurzame en milieuvriendelijke bouw en onderhoud  en een netto positieve impact op de biodiversiteit in 2030. De Denen zijn al eigenaar van windpark Borssele 1 en 2. TotalEnergies zet zijn expertise in offshore-activiteiten en zijn positie als geïntegreerd energiebedrijf in Nederland in. Dat doet het met een investeringsprogramma voor groene energie en waterstofproductie.

Ook RWE, Vattenfall en Shell/Eneco hebben inmiddels een bod uitgebracht op het offshore windpark

Ecologie

Het bod voor kavel  VI verandert de manier waarop windparken zich verhouden tot ecologie. In het bod zijn nieuwe maatregelen, een monitoringsprogramma en een samenwerking met kennisinstituten, universiteiten en milieuorganisaties opgenomen. Hierdoor kan de juiste kennis worden opgebouwd en kunnen nieuwe technologieën worden uitgerold die nodig zijn om windparken vanaf nu de natuur te laten versterken.

Waterstof

Zeeland is het grootste waterstofcluster van Nederland. Met 600 megawatt elektrolysecapaciteit wordt in 2027 het grootste groene waterstofcluster ter wereld mogelijk gemaakt. Windpark Hollandse Kust West speelt daar een belangrijke rol in. Aangevuld met onder meer elektrisch vervoer, opslag en directe elektrificatie van de industrie kan maximale systeemintegratie bereikt worden.

De winnaars van de aanbestedingen worden naar verwachting in de herfst bekendgemaakt door de Nederlandse overheid.

RWE neemt deel aan offshore wind tender Hollandse Kust West. Onderdeel van het bod is 600 megawatt elektrolysecapaciteit voor de productie van groene  waterstof,  e-boilers voor verwarming en batterijopslag.

RWE neemt deel aan de Nederlandse offshore wind tender voor Hollandse Kust West (HKW). Het bedrijf heeft biedingen ingediend voor zowel HKW locatie VI als HKW locatie VII. De locaties liggen in de Noordzee, ongeveer 53 kilometer uit de Nederlandse kust. Beide velden zullen elk meer dan 760 megawatt (MW) aan offshore windcapaciteit leveren. Daarnaast streeft het door RWE beoogde ontwerp voor HKW locatie VI naar een netto positief effect voor het ecosysteem van de Noordzee.

Ecologie

RWE’s concept voor het ontwerp van HKW VI beperkt de negatieve effecten van offshore wind op flora en fauna – boven én onder de zeespiegel. Er worden bijvoorbeeld innovatieve oplossingen gerealiseerd om vogels en vleermuizen veilig tussen de turbines en onder het rotor oppervlak door te laten vliegen. Verder wil RWE het gebied opnieuw laten verwilderen door er kunstmatige riffen en drijvende tuinen aan te leggen. Dit zal het leefgebied verbeteren, de voedselketen versterken en ten goede komen aan alle soorten, zoals vogels, vissen en zeezoogdieren. De bescherming van de fauna is ook tijdens de bouw een belangrijk punt: om de verstoring door het plaatsen van monopile funderingen tot een minimum te beperken, zal RWE een speciale vibro heitechniek toepassen.

Elektrolyzer

RWE combineert het HKW VII offshore wind park met een 600 megawatt elektrolyzer voor de productie van groene waterstof op land, waarbij zowel waterstof als elektriciteit geleverd wordt aan bestaande en nieuwe klanten en de industrie. Verder wil de onderneming e-boilers bouwen voor warmtevoorziening voor woonwijken, batterijopslag en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen realiseren. Een groot deel van de investeringen wordt gepland in de provincies Groningen en Brabant. Daarnaast is RWE ook van plan om de commerciële toepassing van nieuwe technologieën te versnellen, door een groot aantal innovatieve bedrijven en startups te ondersteunen bij het demonstreren van hun innovatie in een operationele omgeving. Het uiteindelijke doel van het bedrijf is om de vraag naar energie af te stemmen op het flexibele opwekprofiel van het windpark en zo bij te dragen aan de netstabiliteit.

Gasunie en Vopak kondigden aan dat zij een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan. De bedrijven willen samen terminalinfrastructuur ontwikkelen voor de invoer van waterstof via Nederlandse en Duitse havens.

Volgens de partners is grootschalige import van groene waterstof essentieel voor het behalen van de Europese Green Deal en de Fit for 55-doelstellingen. Men verwacht dan ook in 2025 de eerste groene waterstof te kunnen importeren. Om de invoer van groene waterstof te vergemakkelijken, is de ontwikkeling van een  wereldwijde toeleveringsketens en logistieke infrastructuur essentieel.

De samenwerkingsovereenkomst omvat importprojecten voor waterstof via groene ammoniak, liquid organic hydrogen carriers en vloeibare waterstoftechnologieën. Om producten als waterstof en ammoniak veilig en betrouwbaar te kunnen behandelen, zijn hoogwaardige infrastructuur en operaties nodig. Vopak en Gasunie richten zich op de ontwikkeling van importinfrastructuur voor opslag. Wat verdere distributie van waterstof naar eindgebruikers mogelijk maakt via pijpleidingen, schepen, weg en spoor.

Open access

Gasunie en Vopak richten zich uitsluitend op de ontwikkeling en exploitatie van open access infrastructuur. Volgens de partners is dit het meest effectief, zowel vanuit het oogpunt van de kosten als de ecologische voetafdruk. Een open toegankelijke infrastructuur kan volgens de infrabedrijven de invoer en het gebruik van groene energie versnellen.

ACE Terminal

Op 11 april 2022 maakten Gasunie, Vopak en HES International bekend dat zij hun krachten bundelen om een importterminal voor een waterstofdrager te ontwikkelen in de haven van Rotterdam: de ACE Terminal.

TNO werkt samen met het Belgische bedrijf Bekaert, Johnson Matthey uit Engeland en het Duitse Schaeffler bij het ontwikkelen van een nieuwe generatie elektrolyzers. De partijen willen de totale kosten van groene waterstofproductie omlaag brengen en de energie-efficiëntie sterk verhogen.

Het consortium wil de ontwikkeling van de Proton Exchange Membrane (PEM) elektrolysetechnologie versnellen door te werken aan verbetering en integratie van de verschillende componenten in de elektrolyser-stack. Dit is het technische ‘hart’ van de elektrolyzer. De nieuwe generatie PEM elektrolyzers zal een lager elektriciteitsverbruik hebben, wat leidt tot lagere waterstofkosten, en zal compacter zijn dan zijn voorgangers. De partners besteden extra aandacht aan het minimaliseren van het gebruik van schaarse materialen en verhoging van de energie-efficiëntie.

Voltachem

De partijen werken samen aan een langjarig gezamenlijk onderzoeksprogramma dat een belangrijke basis legt voor efficiënte elektrolyzers met een langere levensduur. De samenwerking is onderdeel van het Voltachem-programma waar de chemische industrie, de energiesector en de maakindustrie samenwerken op weg naar een klimaatneutrale toekomst.

Klimaatverandering en zorgen om de waterkwaliteit zetten zowel waterinname als -lozing onder druk. Industriële grootverbruikers van zoetwater zetten daarom steeds vaker alternatieve bronnen in voor drink- of grondwater. Die keuze kunnen ze maken dankzij membraantechnologie. Afgeleide voordelen als warmte- en grondstoffenterugwinning maakt de businesscase nog interessanter.

Hoewel de waterwereld inmiddels veelvuldig gebruik maakt van membraantechnologie, is de discipline nog relatief jong. Vijftig jaar geleden begonnen de eerste pioniers water te zuiveren of vloeistofstromen in te dikken met membranen. Sindsdien heeft de scheidingstechnologie een grote vlucht genomen. En dat is niet voor niets want membranen zijn energiezuinig, schaalbaar en kennen een redelijk eenvoudige procesvoering. Bovendien is er nog steeds veel innovatie op het gebied van materialen, configuraties en toepassingen waardoor steeds weer nieuwe te scheiden stromen in het bereik van de technologie komen. En dat is hard nodig, want de industriële transitie naar emissievrij, klimaatneutraal en circulair zet de waterketen op zijn kop. De industriële emissies moeten omlaag terwijl de beschikbaarheid van schoon zoetwater onder druk staat. Een oplossing voor beide uitdagingen is te vinden in membraantechnologie.

Stroperige olie

Emiel Nijhuis van RWB heeft al heel wat projecten opgeleverd en ziet de vraag naar membraantechnologie nog steeds toenemen. ‘Tot voor kort hadden we het nog niet veel over waterschaarste. Omdat drinkwater overvloedig aanwezig was en relatief goedkoop was de businesscase voor membraanfiltratie vaak moeilijk rond te krijgen. Alleen in de gebieden die kampten met verdroging of verzilting moest men wel overschakelen op alternatieve bronnen. Dat zag je bijvoorbeeld bij de Nederlandse olievelden rondom Schoonebeek. Om de stroperige olie nog te kunnen winnen, moest men de viscositeit verlagen met stoom. Daarvoor was heel veel demiwater nodig en dat in een gebied dat vanwege de zandgrond veel last heeft van verdroging. Men vond de oplossing door een alternatieve waterstroom in te zetten: effluent uit de lokale rioolwaterzuivering.’

Emiel Nijhuis: ‘De bedrijven zullen terug naar de tekentafel moeten om hun waterhuishouding opnieuw onder de loep te nemen.’

Watermaatschappij Drenthe en Waterschap Vechtstromen besloten in 2011 samen een waterfabriek te bouwen en noemden deze Nieuwater. De fabriek werkt effluent van de rioolwaterzuivering in Nieuw-Amsterdam op tot demiwater. Men vond de oplossing in een combinatie van ultrafiltratie, een biologisch actief koolfilter, reverse osmose en elektrodeïonisatie. De fabriek produceert al ruim tien jaar dagelijks achtduizend kuub water met een geleidbaarheid van 0,065 micro Siemens per centimeter.

Restwaterstromen

Het voorbeeld van Nieuwater zal voor steeds meer bedrijven gelden, stelt Nijhuis: ‘Water wordt schaarser en dus heroverwegen Provinciale bestuurders en waterschappen vergunningen voor grondwateronttrekking aan banden te leggen. De bedrijven in die gebieden zullen terug naar de tekentafel moeten om hun waterhuishouding opnieuw onder de loep te nemen. Welke kwaliteit water hebben ze echt nodig? En welke bronnen kunnen ze daarvoor inzetten? Zo zie je steeds meer bedrijven overstappen op oppervlaktewater. Membraanfiltratie is een mooie manier om dit water op te werken.’

Veel bedrijven lozen ook nog hun restwaterstromen in het riool, terwijl die met een kleine reinigingsstap eenvoudig weer terug zijn te leiden in het proces, stelt Nijhuis. ‘De vestiging van FrieslandCampina in Borculo gebruikte bijvoorbeeld condensaatwater als koelwater en loosde het daarna op het schoonwaterriool en de rivier de Berkel. Ook zij lopen steeds meer tegen lokale droogteproblemen aan en wilden voorkomen dat ze in een droge zomer moeten worden afgeschakeld. Met een combinatie van een keramische membraaninstallatie en reverse osmose kon de melkfabriek het water opwerken tot demiwaterkwaliteit en inzetten in zijn processen.’

Energiebesparing

De installatie van aardappelproducent Lamb Weston Meijer laat zich gemakkelijk vergelijken met de andere voorbeelden. Het bedrijf heeft zich ten doel gesteld een deel van haar afvalwaterstromen opnieuw in te zetten in de processen. De vestiging in Kruiningen had een eigen biologische zuivering en dankzij een combinatie van ultrafiltratie en reverse osmose produceert men nu zeventig kuub proceswater per uur.

Met een combinatie van een keramische membraaninstallatie en reverse osmose kan de melkfabriek van FrieslandCampina water opwerken tot demiwaterkwaliteit en inzetten in zijn processen.

Ook Grolsch zette een behoorlijke besparingsstap met membraantechnologie. De brouwerij in Enschede mag nog wel grondwater onttrekken als grondstof voor het bier. Om dit water geschikt te maken voor de brouwerij, wordt het bewerkt. Een van de bewerkingsstappen is een zandfilter, die regelmatig moet worden gespoeld om er ijzer en mangaan uit te halen. Dit spoelwater ging normaal gesproken naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Door er een membraanfiltratie tussen te zetten kon Grolsch het opnieuw inzetten als spoelwater. Bijkomend voordeel van deze stap is dat het te koude spoelwater niet gunstig was voor de biologie in de afvalwaterzuivering. Door deze stroom te hergebruiken, bespaarde Grolsch indirect dus ook energie. ‘Die afgeleide voordelen kunnen in sommige gevallen de businesscase voor waterprojecten net de goede kant op laten vallen’, zegt Nijhuis. ‘Helemaal als er nog waardevolle grondstoffen in de reststromen zitten.’

Watermining

Met name de voedingsmiddelenindustrie richt zich steeds meer op watermining. Zo concentreert aardappelproducent Avebe zijn aardappelsap met membraantechnologie. Dat levert het bedrijf niet alleen direct zuiver water op, maar het ingedikte sap bevat ook nog waardevolle eiwitten die een mooie vervanger zijn voor dierlijke eiwitten.

Colubris Cleantech kent gelijksoortige voorbeelden van resource recovery bij aardappelproducenten en de groenteverwerkende industrie. ‘Eenvoudig gezegd bevat afvalwater stoffen die je ergens in het proces bent kwijtgeraakt’, zegt technologie- en R&D-manager Lex van Dijk. ‘Nu zijn die stoffen in sommige gevallen een goede bron voor vergisting, maar als je de waardevolle producten eruit haalt, hebben die een veel hogere waarde. Zo snijdt een groenteverwerker een breed scala aan groenten en houdt een suikerrijke stroom over. De suikers zijn een prima zoetstof die op tarwe gebaseerde zoetstoffen kunnen vervangen. Als je de juiste membranen toepast, kan je heel selectief de waardevolle stoffen eruit halen.’

Ook het aardappeleiwit heeft toegevoegde waarde omdat steeds meer mensen duurzame alternatieven zoeken voor vlees, weet Van Dijk. ‘Het vervangen van vlees is al duurzaam, maar als die ook nog eens van eiwitten uit reststromen zijn gemaakt, levert dat dubbele winst op voor het milieu.’

Colubris heeft veel projecten buiten Nederland in zijn portfolio, met name in gebieden met meer waterstress. Van Dijk: ‘De waterschaarste in India en andere delen van Azië zorgen ervoor dat de overheden zero liquid discharge afdwingen. Met name de textielindustrie is ruim vertegenwoordigd in die landen. De textielbedrijven mogen geen druppel water lozen en kozen daarom in het verleden voor het indampen van hun reststromen. Membranen bieden hiervoor een energiezuinig alternatief.’

Lex van Dijk: ‘Eenvoudig gezegd bevat afvalwater stoffen die je ergens in het proces bent kwijtgeraakt.’

William van Steenbruggen Area Sales Manager van Colubris heeft ook dichter bij huis vergelijkbare voorbeelden. ‘Een Duitse pluimveeslachterij loosde tot voor kort zijn afvalwater op de lokale beek. Toen de droogte in het gebied toesloeg, kon het bedrijf veel minder grondwater onttrekken. Een waterleiding doortrekken zou te duur worden en dus besloot het bedrijf het afvalwater weer op te werken tot productiewater. Vanwege hygiënische voorschriften mag dit water niet met het vlees in aanraking komen, maar er zijn genoeg processen waar het wel kan worden ingezet. Bijkomend voordeel is dat het water ongeveer twintig graden warmer is dan het grondwater. Daarmee gaat de gasrekening ook nog eens omlaag.’

Afvalwaterbehandeling

Hoewel zero liquid discharge in Nederland nog geen verplichting is, worden de eisen aan het lozen van afvalwater wel steeds strenger. Ook hier kunnen membranen een oplossing bieden. Van Dijk: ‘Neem zeer zorgwekkende stoffen zoals PFAS. De stof is onder meer terug te vinden in het percolaat van vuilstortplaatsen. Met membranen zijn die stoffen te concentreren zodat je ze kunt immobiliseren.’

Hoe waardevol membraanscheiding ook is, er zijn ook wel degelijk uitdagingen. ‘Uiteindelijk concentreer je de stoffen die in het water zitten’, zegt Nijhuis. ‘Het is natuurlijk mooi dat je oppervlaktewater kunt inzetten als proceswater, maar je houdt een concentraat over. Nu kan je zeggen dat alles wat je hebt geconcentreerd in het water zat en dus ook weer terug mag worden geloosd op het oppervlaktewater. Maar de vergunningsverlener is het daar niet altijd mee eens.’ Ook de opwerking van afvalwater tot demiwater levert lastige reststromen op. Met name brijn levert nog wel eens hoofdbrekens op.

Waar alle membraanexperts het over eens zijn, is dat eigenlijk elk project dat ze hebben uitgevoerd maatwerk vereist. Nijhuis: ‘Hoewel er veel parallellen te trekken zijn tussen de verschillende projecten, zijn de parameters per project zo verschillend dat je ze niet zomaar kunt kopiëren. De samenstelling van het water dat je bewerkt en de kwaliteit die je nodig hebt, is steeds anders en vraagt net een andere voorbehandeling, configuratie of procesvoering. Je moet dan ook altijd beginnen met een pilotinstallatie om te kunnen finetunen.’

De industrie in Noord-Nederland heeft inzichtelijk gemaakt hoeveel elektriciteit het de komende jaren nodig heeft om te kunnen verduurzamen. Conclusie is dat er tijdig moet worden geïnvesteerd in uitbreiding van de energie-infrastructuur.

Het noordelijke industriecluster voorziet een aanzienlijke groei in elektriciteitsgebruik. Elektrificatie bij bestaande, maar ook bij nieuw te vestigen bedrijven, is een belangrijke route bij het omlaag brengen van de CO2-emissie. Doel is om deze per ton geproduceerd product in 2030 te hebben gereduceerd met meer dan zeventig procent ten opzichte van 1990.

De verwachting is dat er al in 2025 meer dan vier keer meer elektriciteit zal worden gebruikt dan in 2020. In 2030 is er meer dan acht keer zo veel elektriciteit nodig als in 2020, groeiend naar een factor van zestien in 2050. Als ook de plannen voor grootschalige groene waterstofproductie worden meegenomen, is de geraamde groeifactor nog substantieel hoger.

Knelpunten

Grootschalige elektrificatie gaat al op korte termijn grote knelpunten opleveren voor de industrie in Noord-Nederland. In het cluster Delfzijl kan het bestaande elektriciteitsnet al voor 2025 niet voldoen aan de toenemende elektriciteitsvraag. Richting 2030 wordt dit probleem nog groter en ontstaat ook krapte bij fabrieken buiten de verschillende clusters en in het cluster Emmen.

Naast een enorme uitbouw van elektriciteitsinfrastructuur is er ook voldoende duurzame elektriciteitsopwekking uit voornamelijk wind op zee nodig. Netbeheerders geven aan dat voor grote infra-investeringen doorlooptijden van 7 tot 15 jaar nodig zijn. Dit maakt duidelijk dat per direct moet worden begonnen met de versterking van het elektriciteitsnet en de extra opwekking van groene stroom om de elektrificatie van de industrie te kunnen faciliteren. Maar ook de eerste stappen richting een waterstofeconomie moeten nu gezet worden, zodat waterstof op tijd als alternatief beschikbaar is.

Gasunie legt een warmteleiding aan van de Rotterdamse haven naar Den Haag. Deze maakt restwarmte van bedrijven uit de haven beschikbaar voor maximaal 120.000 woningen en andere gebouwen in de provincie Zuid-Holland. De aanleg van het wamtenet, het WarmtelinQ-project, is naar verwachting in 2025 klaar.

WarmtelinQ wordt een open transportleiding waarop meerdere afnemers en warmtebronnen kunnen aansluiten. Eneco tekende als eerste een transportovereenkomst met Gasunie en wil via het bestaande warmtenet in Den Haag warmte leveren aan huizen en andere gebouwen.

De restwarmte is afkomstig van bedrijven in de Rotterdamse haven. In de toekomst kunnen naast de inzet van restwarmte ook andere (hernieuwbare) warmtebronnen zoals geothermie worden aangesloten.

Tracé van Rijkswijk naar Leiden

Gasunie onderzoekt nog samen met de provincie Zuid-Holland en het ministerie van EZK of een aftakking van het tracé van Rijkswijk naar Leiden mogelijk is. Daarmee zouden onder meer de warmtenetten in de regio Leiden, en daarmee 50.000 woningen, van warmte kunnen worden voorzien.

Waterbedrijf Groningen en Evides Industriewater werken samen aan het plan om de regio Delfzijl te voorzien van industriewater. Ze willen hiervoor onder andere een industriewaterleiding aanleggen tussen Garmerwolde en Delfzijl.

Sinds enkele maanden heeft de Eemshaven de beschikking over industriewater op basis van oppervlaktewater. Een nieuwe industriewaterzuivering in Garmerwolde produceert het water, waarna dit via een aparte leiding wordt geleverd aan de industrie. Op die manier wordt er geen kostbaar drinkwater gebruikt voor industriële doeleinden.

De industrie in de regio Delfzijl is volop in ontwikkeling en kent, net als de Eemshaven, een stijgende watervraag voor de industrie. Dat er nu een soortgelijk plan ligt om ook het Oosterhorngebied in Delfzijl te voorzien van industriewater, is haast een logisch vervolg.

Demiwatervoorziening

Daarvoor is een industriewaterleiding nodig tussen Garmerwolde en Delfzijl. Door deze aan te sluiten op de industriewaterleiding Garmerwolde-Eemshaven wordt het mogelijk om industriewater vanuit de nieuwe industriewaterzuivering Garmerwolde te leveren aan de regio Delfzijl.

De partners, verenigd in dochter North Water, willen in het Oosterhorngebied ook een lokaal distributieleidingnet aanleggen. Daarnaast komt er een industriewaterpompstation en een demiwatervoorziening. Bovendien wordt de bestaande afvalwaterzuivering uitgebreid.

Het duurt nog wel even voordat de leiding daadwerkelijk in de grond ligt en de overige projectonderdelen op het haventerrein zijn gerealiseerd. De oplevering en ingebruikname is gepland voor eind 2023.

De pas geopende fabriek van Nordsol in Amsterdam heeft inmiddels ook de eerste commerciële lossing van bio-LNG achter de rug. Uit de analyse voorafgaand aan de verlading bleek dat de kwaliteit van het bio-LNG uitstekend is. Naar verwachting gaat de nieuwe installatie zo’n 3.400 ton bio-LNG per jaar produceren.

De bio-LNG-installatie van Nordsol is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Renewi, Shell en Nordsol. De drie initiatiefnemers hebben elk hun eigen aandeel in de productie van biobrandstof. Renewi zamelt in heel Nederland organisch afval in, zoals verlopen producten uit supermarkten. De recycler verwerkt het afval en zet het om in biogas. De nieuwe bio-LNG-installatie van Nordsol werkt het biogas vervolgens op tot bio-LNG. Dit scheidingsproces vereist geen warmte of chemicaliën, is energie-efficiënt en maakt compacte installaties mogelijk. Tot slot stelt Shell de bio-LNG beschikbaar aan haar klanten bij LNG-tankstations in Nederland.

Zelfbedieningsproces

De installatie is ontworpen voor 24/7 onbemand bedrijf en bewaking op afstand. Het lossen is dan ook een zelfbedieningsproces dat wordt uitgevoerd door de chauffeur van de brandstoftruck, niet door gespecialiseerde operators. Dit is een van de zeer innovatieve aspecten van de bio-LNG-installatie.

Samen met organisaties, bedrijven en mede-overheden hebben ministeries 37 voorstellen ingediend voor een administratieve en procedurele toetsing door de Toegangspoort van het Nationaal Groeifonds. Opvallend zijn dat er twee waterstofprojecten meedingen, maar ook een groeiplan watertechnologie.

Afgelopen voorjaar maakten de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Financiën bekend dat zij 646 miljoen euro investeren en 3,5 miljard euro reserveren voor tien projecten die moeten zorgen voor meer economische groei in Nederland.

Uit 244 ideeën, zijn nu 37 voorstellen geselecteerd. De volgende stap is dat de voorstellen worden voorgelegd aan de commissie. Naar verwachting wordt in januari bekend welke voorstellen hiervoor in aanmerking komen. De commissie licht deze selectie inhoudelijk door met behulp van experts. Per voorstel brengt de commissie advies uit aan het kabinet om wel of geen bijdrage te leveren. Het kabinet maakt naar verwachting in april 2022 bekend welke voorstellen een investering zullen ontvangen. Het parlement moet vervolgens nog goedkeuring verlenen voordat de bijdragen definitief worden toegekend.

Bij de voorstellen zitten ook voor de industrie interessante projecten. Zoals een voorstel voor een honder megawatt elektrolyzer, een offshore waterstofleiding, een groeiplan watertechnologie, duurzame materialen voor duurzame energie en circulaire plastics. En de verduurzaming van de luchtvaart zal gepaard gaan met de bouw van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof.

Groenvermogen II

Waterstof speelt een belangrijke rol in onze economie. Nederland is met 16,5 miljard m3 per jaar, de op één na grootste speler in Europa. Om die positie te behouden in een klimaatneutrale wereld moet groene waterstofproductie worden opgeschaald. Dit programma maakt dat mogelijk door een tender uit te schrijven voor elektrolysefaciliteiten van minimaal 100 MW. Enerzijds bieden deze elektrolysers direct groene waterstofproductie, maar ze zijn ook essentieel om te leren hoe de opschaling van waterstof naar de uiteindelijk benodigde 1000 MW schaal mogelijk is.

H2opZee

Voor de Nederlandse energietransitie is duurzame energie uit de Noordzee essentieel. Aanlanding en integratie van die energie is een belangrijke barrière voor het tijdig, betaalbaar en optimaal benutten van de Noordzee. Het ver weg op zee produceren van groene waterstof met additionele

windenergie en die aanlanden met een (bestaande) pijpleiding zal helpen de energietransitie te versnellen en kostenefficiënter te maken. Eén pijpleiding vervoert immers evenveel energie als 5-10 elektriciteitskabels, die in realisatie kostbaar en complex zijn.

Groeiplan Watertechnologie

Waterschaarste vormt wereldwijd een van de grootste bedreigingen voor de welvaart (World Economic Forum). Dit betekent een grote kans voor de op exportgerichte Nederlandse watertechnologiesector. Het Groeiplan Watertechnologie geeft een belangrijke impuls aan uitbreiding en export van de sector. Het plan zorgt er tevens voor dat in Nederland voldoende schoon water beschikbaar is, zowel voor drinkwater en natuur als voor de veel waterverbruikende (exporterende) land- en tuinbouw en industrie.

Duurzame materialen NL

Opschaling van duurzame materiaalinnovaties biedt oplossingen voor de energietransitie en duurzaamheidsvraagstukken en tegelijkertijd een enorme economische kans. Op weg naar een duurzame toekomst is er dringend behoefte aan innovatieve manieren om CO2-emissie en materiaalverspilling terug te dringen. Functionele, duurzame en circulaire materiaalinnovaties zijn hiervoor essentieel. Met dit Groeifondsvoorstel pakken meer dan 300 samenwerkende partijen drie belangrijke materiaalsectoren met grote economische en duurzaamheidspotentie aan: Energiematerialen, Constructieve materialen en Circulaire plastics. Het voorstel ontwikkelt 12 Demonstrators voor nieuwe technologieën waarmee duurzame materialeninnovaties van het lab naar de praktijk kunnen worden gebracht.

Luchtvaart in Transitie

De Nederlandse luchtvaartsector heeft de kans om als pionier in Europa te acteren in de transitie naar duurzame luchtvaart. Hiervoor ontwikkelt Luchtvaart in Transitie technologie, producten en kennis waarvoor sterk toenemende vraag uit de wereldmarkt bestaat. Dit programma lost deze knelpunten op door de luchtvaartsector te verenigen en bouwt hiervoor een open innovatie-infrastructuur door het realiseren van fabrieken voor synthetische vliegtuigbrandstof. Ook wil men duurzame ultra-efficiënte demonstratievliegtuigen ontwikkelen met doorbraaktechnologie voor waterstofaandrijving, materialen en systemen.

Bekijk hier alle projectvoorstellen