Route naar groene chemie is geen rechte lijn - Utilities
nieuws

Route naar groene chemie is geen rechte lijn

Publicatie

16 dec 2020

Auteur

David van Baarle

Categorie

Soort

nieuws

Tags

circulaire economie, energietransitie, groene chemie

De Green Chemistry Campus zet de eerste schreden op het groene chemie pad. Dat wil echter niet zeggen dat de hele route al is uitgestippeld. De nieuwe directeur Connie Paasse ziet in ieder geval een markt ontstaan met een hoge toegevoegde waarde. ‘We moeten vele parallelle paden bewandelen om fossiele brandstoffen te vervangen. Dus gaat groene chemie hand in hand met de energietransitie en de circulaire economie.’

Het feit dat Connie Paasse directeur is geworden van de Green Chemistry Campus is een duidelijk signaal dat biochemie volwassen aan het worden is. De carrière van Paasse voltrok zich met name langs chemische en petrochemische bedrijven als Arkema, Purac, ICI en Shell. Met als laatste wapenfeit de rol van sitemanager bij de PTA-fabriek van BP in het Belgische Geel. Bedrijven met duidelijke fossiele roots. Alhoewel ze inmiddels ook een wending aan het maken zijn naar groene en duurzame alternatieven.

Sinds kort geeft ze leiding aan de business-accelerator voor opschaling van bio-circulaire innovaties. Ofwel de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom, dat grenst aan het terrein van Sabic. De campus biedt faciliteiten, ruimte en advies aan start-ups om op te schalen richting de markt voor groene chemische grondstoffen en toepassingen. Een markt die pakweg tien jaar geleden nog nauwelijks bestond. Samen met partners in Zuidwest-Nederland maakt de campus onderdeel uit van de Circular Biobased Delta om de transitie richting een bio-circulaire economie te versnellen. De recente MKB-stimuleringsregeling van 1,2 miljoen euro van de provincie Noord-Brabant in samenwerking met de gemeente Bergen op Zoom en de campus is daar een goed voorbeeld van.

‘De klimaatmodellen zijn inmiddels alarmerend genoeg om mensen in beweging te krijgen.’

Connie Paasse, directeur Green Chemistry Campus

Urgentiebesef

Paasse ziet dat de ‘sense of urgency’ de afgelopen jaren is gegroeid. ‘Zo’n ingrijpende transitie kan je niet forceren. Pas als we als maatschappij de keuze maken om geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken, kunnen we de gevolgen daarvan accepteren. De klimaatmodellen zijn inmiddels alarmerend genoeg om mensen in beweging te krijgen. Die stellen steeds meer vragen aan de politiek die uiteindelijk ook bij de industrie terechtkomen. De chemische industrie wordt meer en meer gedwongen zich te mengen in dit soort publieke discussies en positie te kiezen. Als consumenten aan bijvoorbeeld Unilever vragen of ze duurzamere verpakkingen willen gebruiken, sijpelt die vraag door naar de hele keten.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
paasse

Connie Paasse voor TNO’s faciliteiten voor Diels Alder chemie naar functionele aromaten binnen Shared Research Center Biorizon op de Green Chemistry Campus.

Dat een groene chemische campus kan bijdragen aan de maatschappelijke roep om vergroening, daar is Paasse van overtuigd. ‘De ervaring die we hier opdoen, kunnen we straks grootschaliger in de industrie toepassen. Ik vind het ook leuk dat ik mijn ervaring in de chemische industrie nu kan inzetten om de volgende generatie klaar te stomen voor hún toekomstige industrie. Dat niet alle initiatieven tot volle wasdom komen, hoort daar ook bij. Het verschil tussen het lukken en niet lukken van innovatieve techniek is maar zo klein. Vaak is het een kwestie van de juiste tijd en de juiste markt aanboren. Daarom kan het ook zijn dat ideeën die tien jaar geleden al een keer zijn mislukt, nu wel de juiste voedingsbodem kunnen krijgen. We ondersteunen de start-ups en scale-ups in ieder geval zoveel mogelijk door ze ook op het financiële vak bij te staan of hun kennis van de markt en technologie bij te spijkeren.’

Techniek is in de energie- en grondstoffentransitie maar een deel van de oplossing. ‘En misschien nog wel het meest eenvoudige deel. Willen we echt overgaan naar groene grondstoffen en hernieuwbare energie dan moeten bijvoorbeeld ook de financiële systemen daar op worden afgestemd. De terugverdientijden van groene, kleinschalige projecten zijn soms wat langer dan de financiële markt gewend is. We moeten tegelijkertijd antwoord geven op de vraag welke nieuwe grondstoffen de plaats innemen voor de fossiele varianten en waar we ze vandaan gaan halen.’

Parallelle paden

Met het Nederlandse Klimaatakkoord en de Europese Green Deal lijkt in ieder geval de weg vrijgemaakt voor een transitiepad naar emissieloze productie in 2050. Paasse: ‘Dertig jaar lijkt nog ver weg, maar in de chemie is dat eerlijk gezegd een kort tijdsbestek. Er staan meerdere chemische plants in Nederland die veel ouder zijn. De beslissingen die we nu nemen, kunnen dan ook nog lang na-ijlen. Dat geeft echter geen excuus om dan maar niets te doen. Sterker nog: ik denk dat we als sector het lef moeten hebben om te dromen over waar we over dertig jaar staan. Als we dat niet kunnen, kunnen we het ook niet realiseren. Misschien dat de droom niet helemaal uitkomt, maar je moet wel grote ambities hebben om een verandering in gang te zetten. We weten ook al van tevoren dat dat pad geen rechte lijn wordt. Er moeten vele parallelle paden tegelijkertijd moeten worden bewandeld. Zo kun je nu al uittellen dat we de hoeveelheden fossiele grondstoffen die we nu gebruiken niet één op één kunnen vervangen voor groene varianten. Daarvoor is eenvoudigweg te weinig land beschikbaar.’

Noodzakelijke tussenstap

Je moet dus tegelijkertijd nadenken over hoe je het grondstoffengebruik kunt terugdringen, hoe je plastics kunt hergebruiken en hoe je transportbrandstoffen kunt vervangen voor elektriciteit of bijvoorbeeld waterstof. ‘Met de groene grondstoffen die worden ingezet voor de productie van hoogwaardige chemische grondstoffen zie je dat soms wordt geconcurreerd met de voedselketen. Ook daar moet de maatschappij de komende jaren keuzes maken. Als je direct concurreert met de menselijke consumptie, trek je al snel aan het kortste eind. Veel van die voedingsstoffen gaan echter als veevoeder naar de vleesindustrie. Minder vlees eten zet dus ook wat betreft de beschikbaarheid van biogrondstoffen veel zoden aan de dijk. Tegelijkertijd moeten we ons niet blindstaren op de eigen productie. De Rotterdamse haven is nu al een hub voor groene grondstoffen. Ook de havens kijken inmiddels al welke goederen de industrie nu en in de toekomst nodig heeft.’

Bij al die ontwikkelingen moet je het einddoel niet uit het oog verliezen: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Paasse: ‘Je moet productieketens dan ook altijd tegen die meetlat leggen. In dat licht denk ik dat ook het afvangen en opslaan van CO2 een noodzakelijke tussenstap is om de doelen voor 2030 te kunnen halen. Eerlijk gezegd vind ik dat de inzet van die afgevangen kooldioxide in chemische producten niet direct de beste route is. Tot nog toe kunnen planten dit veel efficiënter converteren naar waardevolle koolstofketens. Maar toch zijn ook dit wellicht routes die we moeten onderzoeken.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

paasse

‘We gaan niet over op duurzame grondstoffen omdat de olie opraakt, maar omdat de alternatieven beter zijn.’

Connie Paasse, directeur Green Chemistry Campus

Toegevoegde waarde

De bijdrage van de Green Chemistry Campus is vooral gericht op het faciliteren van bio-circulaire start-ups en scale-ups om groene grondstoffen zo efficiënt mogelijk in te zetten. ‘We hebben in Nederland drie krakers die nafta als grondstof gebruiken. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om dezelfde processen te gebruiken, maar dan met een andere grondstof. Maar de vraag is of je niet beter de functionaliteit die al in de biogrondstoffen zit kunt behouden. In cellulose zit de zuurstof al in het molecuul. Het is dan zonde dit eerst uit elkaar te halen om er vervolgens bij synthese weer terug te plaatsen. Het zou slimmer zijn om die functionaliteit in groene grondstoffen te gebruiken om direct hoogwaardigere producten te maken. TNO werkt bijvoorbeeld op de Green Chemistry Campus binnen Shared Research Center Biorizon aan de opschaling van bio-aromaten uit die cellulose.’

Tegelijkertijd zijn er natuurlijk biologische reststromen die lastiger zijn te converteren. ‘Die zijn misschien nog wel interessanter omdat ze per definitie niet concurreren met de voedselvoorziening. Via vergassing of partiële pyrolyse is het mogelijk de biomassa terug te brengen tot bruikbare moleculen de basismoleculen.’

Binnen Biorizon onderzoekt TNO de productie van aromaten uit biomassa reststromen zoals dierlijke mest, gft en landbouwafval. Zowel C5-suikers als lignine en zelfs de houtachtige residuen kunnen via diverse technieken worden omgezet. Niet alleen in de bulkaromaten benzeen, tolueen en xyleen (BTX), maar ook in nieuwe functionele aromaten die bijvoorbeeld zorgen voor een betere UV-stabiliteit, meer glans of hogere weerbestendigheid. Er is dan ook veel interesse vanuit onder meer fabrikanten van coatings, lijmen, polyurethaanschuim en high-end smeermiddelen. Daarnaast worden de aromaten gebruikt voor diverse soorten plastic.

Nieuwe grenzen

Paasse is dan ook zeer positief over de voedingsbodem in Nederland voor groene chemie. ‘We merken dat steeds meer klanten willen betalen voor duurzamere oplossingen die vaak beter presteren en dat de overheid steeds meer durft te sturen. We gaan niet over op duurzame grondstoffen omdat de olie opraakt, maar omdat de alternatieven beter zijn. Veel hangt dan ook af van een eerlijke CO2-prijs, maar ook van de ruimte die ondernemers krijgen om de grenzen op te zoeken. Ik zou zelfs willen zeggen dat we met zijn allen nieuwe grenzen moeten definiëren. We moeten als samenleving durven bepalen wat logische oplossingen zijn en niet direct in de verdediging schieten als zaken net iets anders uitpakken. We gaan een onzekere toekomst tegemoet, maar als we dat goed aanpakken wel een veel mooiere en schonere.’

Fotocredit: Timo Reisiger Fotografie
Bron: Industrielinqs 4-2020