Offshore Archieven - Utilities

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Al die partijen die de industrie aanwijzen als grote vervuiler die maar beter uit Nederland kan verdwijnen, krijgen een lange neus van de klimaat- en energieverkenning 2021. Want wie denk je dat van de grote CO2-uitstoters de grootste sprongen maakte het afgelopen jaar? Juist, trek de champagne maar open, liefst eentje met veel koolzuur. Natuurlijk worden de energiegrootverbruikers daarbij wel geholpen door de stok die CO2-heffing heet en de SDE++ wortel, maar dat is eigenlijk alleen maar een bewijs dat overheidssturing wel degelijk effect heeft.

De Klimaatwet schrijft voor dat onderzoekers van onder andere CBS, PBL en TNO jaarlijks de tussenstand opmaken van het klimaat- en energiebeleid. Zoals het er nu naar uitziet, is het kabinetsdoel om in 2030 49 procent minder uit te stoten dan in 1990 nog niet in zicht. Als het tegenzit komt men maar tot 38 procent en met alle wind in de rug zou 48 procent nog haalbaar zijn. Dat is niet erg hoopgevend, nu de Europese Unie zint op hogere besparingsdoelen met het ‘Fit for 55’-programma. Nederland mag zich dan zeker ook nog niet op de borst kloppen. Andere landen doen het echt beter.

Ook opvallend: het grootste deel van de industriële CO2-besparing komt op het conto van de afvang en opslag van CO2. Een optie die het Planbureau voor de Leefomgeving in alle publicaties als snelste en goedkoopste oplossing presenteert, maar die politiek nog niet veel bijval krijgt. Volgens de opstellers van het rapport is de reductiepotentie het grootst bij bedrijven die investeren in CCS, gevolgd door elektrificatie, energiebesparing en de reductie van de uitstoot van lachgas. Maar nu komt het addertje: het slagen van die ingrepen gaat gepaard met grote onzekerheden. Voor zowel CCS en elektrificatie zijn forse investeringen nodig in complexe infrastructuur met lange vergunningstrajecten. Daar zal de politiek bij moeten springen. U ziet de patstelling al opdoemen. En dan is het ook nog de vraag wie de CO2-rechten krijgt toebedeeld als CO2 wordt opgeslagen of als bijvoorbeeld warmte wordt uitgewisseld.

Dinsdag 7 en woensdag 8 december brengen we de industrie, energiesector, politiek en wetenschap samen voor de European Industry & Energy Summit. De industrie en energiesector heeft twee dagen lang de tijd om te laten zien hoe ze nog grotere sprongen kan maken. Misschien wel net zo belangrijk is om in de discussies tijdens de summit of in de pauzes de patstellingen om te zetten in een remise. Aan alle oplossingen kleven bezwaren, maar laten we samen kiezen waar we wél mee kunnen leven.

Het Duitse olie- en gasbedrijf Wintershall Dea onderzoekt hoe bestaande gaspijpleidingen in de Noordzee gebruikt kunnen worden voor het transporteren van vloeibaar CO2. Het bedrijf ziet groot potentieel voor CO2-opslag in het Nederlandse gedeelte van de Noordzee, waar 1200 kilometer aan leidingen ligt.

Er ligt meer dan 4800 kilometer pijpleiding in de zuidelijke Noordzee, waarvan 1200 kilometer wordt geëxploiteerd door Wintershall Noordzee in het Nederlandse gedeelte van het water. Delen van dit netwerk zouden voor CO2-transport kunnen worden gebruikt. Wintershall Noordzee exploiteert ook veel uitgeputte reservoirs. Deze zijn potentieel geschikt voor de opslag van CO2. Deskundigen schatten volgens Wintershall dat er ongeveer achthonderd miljoen ton CO2 kan worden opgeslagen in het Nederlands continentaal plat. Dat is genoeg om de volledige jaarlijkse uitstoot van de hele Nederlandse industrie dertig keer op te slaan.

CCS

Voor Wintershall Dea maakt het onderzoek, dat ze samen met de OTH Regensburg Universiteit doet, deel uit van de maatregelen van het bedrijf om de energietransitie te bevorderen. In november 2020 heeft Wintershall Dea zich klimaatdoelstellingen gesteld. Deze omvatten de vermindering van de Scope 1- en Scope 2-emissies van broeikasgassen in alle eigen en niet-eigen geëxploiteerde exploratie- en productieactiviteiten tegen 2030. Na 2030 wil de onderneming haar netto koolstofintensiteit, met inbegrip van de Scope 3-emissies, op significante wijze verminderen. CCS en waterstof zijn daarbij belangrijke technologieën.

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de basisproducten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Al was het maar om een volgende generatie te inspireren voor techniek te kiezen.

De redactie van Industrielinqs Magazine zoekt daarom technici die enthousiast over hun beroep kunnen vertellen. Wat voor diegene misschien een heel normaal dagelijks beroep is, is voor anderen onbekend en bijzonder. Denk bijvoorbeeld aan een monteur op hoogte, onderwaterlasser, data-analist, drone-piloot, wachtchef, robotmonteur, een specialist in industriële reiniging. Maar uiteraard zijn ook onder de pijpfitters, installateurs en E&I experts helden zonder cape te vinden.

Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn of haar beroep. Laat het ons weten! Dan laten wij in ons magazine de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving zien. Mail naar redactie@industrielinqs.nl.

Roland Berger constateert na een studie naar de Europese offshore windsector dat de aanlanding van windenergie in de vorm van waterstof aanzienlijk goedkoper is. De uitrol van wind op zee kan nóg goedkoper en sneller als een bestaande aardgasleiding wordt hergebruikt.

In een nieuwe studie Innovate and industrialize – How Europe’s offshore wind sector can maintain market leadership and meet the continent’s energy goals toont Roland Berger hoe de Europese Wind op zee (WoZ) sector haar wereldwijde leiderschap kan verstevigen door verdere innovatie en industrialisatie.

Maarten de Vries van Roland Berger: ‘Het is aanzienlijk goedkoper om WoZ in waterstof om te zetten door middel van elektrolyse bij de bron op zee, dan op de kust. Het is namelijk veel goedkoper om grote hoeveelheden energie aan te landen via waterstofmoleculen door pijpleidingen dan elektronen door elektriciteitskabels. Verder kan dan bij harde wind de energie als waterstof worden opgeslagen in lege offshore gasvelden of zoutkoepels. Een enkele pijpleiding kan evenveel energie aanlanden als tien elektriciteitskabels of méér. Dit maakt tijdrovende consultaties voor extra aanlandingen door kwetsbare kuststreken overbodig. De uitrol van WoZ kan nóg goedkoper en sneller als een bestaande aardgasleiding wordt hergebruikt.’

Kostenverlaging

Waterstof zal op termijn een belangrijke energiedrager worden voor de energiebehoeftes van Nederland. Bram Albers van Roland Berger: ‘Voor onze energieonafhankelijkheid moet een groot deel van die waterstof in Nederland worden geproduceerd. Verder zal alleen dan de toegevoegde waarde van de productie van bijvoorbeeld chemicaliën en synthetische brandstof voor Nederland behouden blijven, en niet verplaatsen naar de landen waar de waterstof wordt gemaakt.’

Het is echter nu nog niet duidelijk of in Nederland met hernieuwbare energie geproduceerde waterstof op termijn zal kunnen concurreren met geïmporteerde waterstof uit landen zoals Chili en Saoedi Arabië met goedkope zon- en windenergie. Waterstof geproduceerd uit Nederlandse WoZ is nog steeds relatief duur en ongeveer tweederde van de kosten per kilogram zijn toe te schrijven aan WoZ zelf. Daarom moeten die WoZ-kosten nog verder omlaag dan nu al het geval  is.

Grotere turbines

Gelukkig zijn er duidelijke mogelijkheden om de kosten van WoZ verder te verlagen door innovatie en industrialisatie. Eén van de mogelijkheden is het gebruik van grotere turbines. De limiet daarvoor is nog niet bereikt en fabrikanten zijn al bezig met de ontwikkeling van modellen van 20 megawatt. Als de industrie eenmaal een maximum turbinegrootte heeft vastgesteld, kunnen onderdelen in de hele toeleveringsketen worden gestandaardiseerd. Digitaal onderhoud en zelfherstellende materialen voor bladen zullen ook de hoge kosten voor onderhoud en herstel tijdens de levensduur van een windmolenpark drastisch doen dalen.

Leiderschap

De Europese WoZ sector verwierf en geschat aandeel van zestig procent in de investeringen in windparken die in 2020-2023 wereldwijd operationeel worden. Europese bedrijven zijn namelijk ook zeer actief in de ontwikkeling van nieuwe capaciteit in Azië en de VS. Nederland voert de Europese landen aan met de meeste leidende posities op de wereldmarkt. Wereldwijde concurrenten – met name uit China – vormen echter een ernstige bedreiging voor Europa’s WoZ-dominantie, omdat zij de eerste contracten in Europese wateren al hebben binnengehaald. Als Europese spelers nu stappen zetten om verdere kostenverlagingen en concurrerende waterstof-uit-zee te realiseren, kunnen zij de concurrentie het hoofd bieden.

In de komende jaren zullen miljarden euro’s moeten worden geïnvesteerd in innovatie en industrialisatie om WoZ naar een hoger niveau te tillen en de kosten verder te verlagen. De toeleveringsketen kan dergelijke investeringen alleen doen als overheden en projectontwikkelaars ervoor zorgen dat een gezond rendement op de uitrol van WoZ-capaciteit mogelijk is. Ook moeten overheden betrouwbare prognoses van toekomstige capaciteitsuitbreidingen faciliteren. Alleen dan kan Europa voorop blijven lopen in de wereldmarkt en tegelijkertijd bouwen aan een duurzame toekomst.

Het eerste Industrielinqs magazine in print (lees ook ons vorig e-magazine) is naar de drukker! In dit nummer: Het lijkt of het Afkenel Schipstra niet uitmaakt voor welk bedrijf ze de boodschap verkondigt. Ze blijft een ambassadeur voor waterstof als belangrijke pion in het schaakspel van de energietransitie. ‘En nee, het is geen ei van Columbus, maar hernieuwbare waterstof is wel een onmisbare schakel in de energietransitie.’ Sinds kort verkondigt ze de boodschap voor Engie. Haar titel maakt haar rol direct duidelijk: senior vice president Business Development Hydrogen Netherlands.

En verder:

Jan van Dinther van Siemens is onlangs uitgeroepen tot Jong Haventalent 2021. Een jaar lang is hij de ambassadeur en het rolmodel voor jong talent in de haven van Rotterdam. Hij wil concrete energietransitieprojecten in de haven zichtbaar maken en jongeren helpen de juiste studie te kiezen om daaraan bij te kunnen dragen in de toekomst.

BASF Antwerpen is al jaren bezig met duurzaamheid op het gebied van water. Ze wisselde ooit al van het gebruik van drinkwater naar oppervlaktewater, maar de toekomst vraagt om meer verandering. Vlaanderen ligt bijvoorbeeld in een waterstressgebied. Tijdens het congres Watervisie 2020 vertelde operations manager utilities Jürgen Moors op welke manieren er nog meer duurzaam met water wordt omgegaan.

Het klimaat en de energietransitie staan hoog op de politieke kalender. Dan mag je verwachten dat de kieslijsten voor de aanstaande parlementsverkiezingen daar enigszins op zijn ingericht. Maar zoals altijd rijst de vraag: Waar zijn de bèta’s?

Industrielinqs 2 verschijnt 2 maart. Lees het blad alvast tijdelijk online!

Het Duitse Siemens Gamesa en Siemens Energy investeren samen 120 miljoen euro om een elektrolyzer te ontwikkelen die volledig is geïntegreerd in een offshore windmolen. Op die manier kan op zee direct groene waterstof worden gemaakt.

Over een periode van vijf jaar investeert Siemens Gamesa en Siemens Energy 40 miljoen euro in de ontwikkelingen. Siemens Gamesa gaat de krachtigste turbine ter wereld, de SG14-222 DD offshore windturbine, aanpassen om een elektrolysesysteem naadloos te integreren. Siemens Energy gaat een nieuw elektrolyseproduct ontwikkelen om niet alleen tegemoet te komen aan de behoeften van de ruwe maritieme offshore-omgeving en om in perfecte harmonie te zijn met de windturbine, maar ook om een nieuwe competitieve benchmark voor groene waterstof te creëren.

De elektrolyzer komt aan de basis van de windturbine te staan. De ontwikkelingen van de twee bedrijven dienen als proeftuin voor het realiseren van grootschalige kostenefficiënte waterstofproductie.

Voor het project krijgen de bedrijven waarschijnlijk subsidie van de Duitse overheid.

Nederland en Denemarken hebben een intentieovereenkomst getekend waarin zij afspreken nader onderzoek te laten doen door TenneT, Gasunie en Energinet naar een gezamenlijke energiehub op de Noordzee.

De ‘hubs’ zijn aanlandmogelijkheden in zee (via een kunstmatig zandeiland, een platform, of een andere fysieke vorm) voor offshore windparken. Vanaf deze ‘centrale’ hubs kan de energie in de vorm van elektronen of zelfs, na elektrolyse, in de vorm van (waterstof)moleculen naar verschillende landen kan worden getransporteerd.

Op de Noordzee zijn Nederland en Denemarken buurlanden via de Cobrakabel voor het transport van elektriciteit. Ook delen ze dezelfde ambities voor windenergie op zee. ‘Het is duidelijk dat er voor Nederland voordelen aan een nauwere samenwerking met Denemarken kunnen zitten’, zegt minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat). ‘Kansen liggen onder andere in het vergroten van de interconnectiecapaciteit ten behoeve van de leveringszekerheid, mogelijke synergie met onze nationale plannen voor offshore infrastructuur ten noorden van Nederland en eventuele kansen op het gebied van waterstof in de regio Groningen/Eemshaven.’

Afgesproken is dat TenneT , Energinet en Gasunie aanvullende analyses uitvoeren over de gezamenlijke ontwikkeling van een energiehub in de Noordzee voor het aansluiten van offshore windparken. Op basis van die analyses moet vóór 2022 moeten Nederland en Denemarken een beslissing nemen over het voortzetten van de samenwerking. Tennet, Energinet en Gasunie zijn ook al partners in het North Sea Wind Power Hub consortium. Dit consortium is jaren bezig met conceptontwikkeling en onderzoek naar kunstmatige eilanden op zee waarop meerdere grote transformatorstations kunnen komen om offshore windparken aan te sluiten.

 

We kijken terug op twee succesvolle European Industry & Energy Summit 2020 dagen met programma’s vanuit vier studio’s door het hele land. De livestreams van deze dagen zijn terug te kijken! 

Klik hier om ze te bekijken

De verwachtingen voor waterstof als toekomstige, schone energiedrager zijn hooggespannen. Zowel voor het zware vracht transport als voor chemische processen en industriële hogetemperatuurwarmte lijkt het lichtste element de beste kandidaat. Voordat de markt van blauwe en groene waterstof echter tot wasdom is gekomen, zijn er nog heel wat obstakels te overwinnen. De ombouw van een deel van het gasnet naar een waterstofbackbone zou een mooie eerste stap zijn.
Business development manager groene waterstof Lennart van der Burg van TNO ziet dat er nog heel wat werk te verzetten is om de doelstellingen voor 2024 te halen. Laat staan de enorme opschaling die daarna moet plaatsvinden. ‘In de Europese Green Deal en het innovatiefonds is geld vrijgemaakt voor groene waterstof’, zegt Van der Burg. ‘In de Green Deal worden de investeringskosten voor zo’n tweehonderd megawatt vermogen aan elektrolysecapaciteit deels gedekt. De Europese Unie streeft echter naar zes gigawatt aan waterstofproductie in 2024. Er zit dus nog een behoorlijk gat. Nu staan er in Europa meerdere tenders uit voor waterstofprojecten van enkele honderden megawatts, maar dat is lang niet voldoende om de doelstellingen te halen.’

Blauwe waterstof

Wat volumes betreft zet blauwe waterstof heel wat meer zoden aan de dijk. De anderhalve gigawatt die het Rotterdamse Hyvision-project kan leveren, helpt in ieder geval de kritische massa te verhogen. Het slagen van dit project staat of valt met de financiering van het Porthos-project, dat de afgevangen CO2 naar velden in de Noordzee moet krijgen. Het voornemen van de Europese Commissie om het project 102 miljoen euro subsidie te geven, maakt de realisatie in ieder geval een stuk reëler. De initiatiefnemers Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam en EBN schatten de totale investering op 450 tot 500 miljoen euro. Dus mocht de EU subsidie daadwerkelijk doorgaan, is één vijfde van het bedrag al binnen.

‘Vooralsnog helpt groene waterstof niet met het reduceren van de CO2-uitstoot.’

Lennart van der Burg, business development manager TNO

Backbone

Mochten alle plannen doorgaan, dan is er wel transportcapaciteit nodig om de gasmoleculen bij de gebruikers te krijgen. Onder de naam HyWay 27 onderzoekt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen met Gasunie en Tennet of ze een deel van het bestaande gasnet hiervoor kunnen inzetten. Van der Burg: ‘Ook dit project zal niet van de grond komen zonder overheidssteun. Het zou de partijen helpen als de backbone als Important Project of Common European Interest (IPCEI, red.) wordt aangemerkt. Als dit namelijk niet het geval is, ziet Europa dit soort investeringen als ongeoorloofde overheidssteun.’

Voor het zover is, willen de betrokken partijen natuurlijk eerst wel weten of er wel behoefte is aan waterstofgas, welke transportvolumes nodig zijn en welke kwaliteit men wenst zowel aan productie- als afnamekant. ‘Om maar bij die laatste vraag te beginnen: het maakt nogal uit of partijen 99,5 procent zuiver waterstof willen of dat 98 procent of nog lager ook goed is. Hoe hoger de kwaliteit namelijk, hoe hoger de waarde. Groene waterstof is van zichzelf al zuiver en het is zonde deze bij te mengen bij blauwe waterstof die onder andere ook koolstoffen bevatten. Voor industriële processen of bijvoorbeeld de opwekking van warmte zou dat geen probleem moeten zijn. In een brandstofcel is vervuiling destructief. Het is dus verstandiger om voor de automotive alleen groene waterstof te gebruiken of nog een extra zuiveringsstap te nemen.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
backbone

Gasunie publiceerde onlangs de route van de backbone. Het merendeel van zowel productie als gebruik van waterstof zal zich binnen de industriële clusters afspelen. (c) Gasunie

Compressorcapaciteit

Gasunie publiceerde onlangs al de route van de backbone. Aangezien het merendeel van zowel productie als gebruik van waterstof zich binnen de industriële clusters zal afspelen, is het traject redelijk eenvoudig uit te tekenen. In de basis gaat de ringleiding langs alle clusters, met enkele aftakkingen naar België en Duitsland. Gasunie kan met enige aanpassingen zijn bestaande netwerk gebruiken, al zal de Transport Service Operators (TSO) behoorlijk moeten investeren als de volumes serieuze proporties gaan aannemen. Van den Burg: ‘Gasunie berekende al dat ze momenteel capaciteit heeft voor vijftien gigawatt aan waterstof. Bij hogere volumes zal de netbeheerder de compressie omhoog moeten gooien van tien naar vijftig bar. Mocht dat nodig zijn, dan zal het netbedrijf moeten investeren in extra compressorstations. Daarmee kunnen de investeringen, die eerder werden geschat op 750 miljoen euro, wel eens oplopen tot anderhalf tot twee miljard euro.’

‘Het voordeel van gasleidingen is dat ze intrinsiek al kunnen bufferen, maar daar zitten wel grenzen aan.’

Lennart van der Burg, business development manager TNO

Bij dergelijke volumes moet ook rekening worden gehouden met de opslagcapaciteit. ‘Het voordeel van gasleidingen is dat ze intrinsiek al kunnen bufferen, maar daar zitten wel grenzen aan. In dat geval zullen de gascavernes in Zuidwending een belangrijkere rol gaan spelen. Gasunie’s dochter EnergyStock experimenteert al met het Hystock-project en berekende eerder dat het 240.000 megawattuur aan waterstof kan opslaan, ofwel 6.500 ton. Ook hier zijn natuurlijk kosten aan verbonden.’

Gasunie staat in Europa niet alleen in zijn uitdagingen. Onlangs verscheen nog een plan van elf Europese TSO’s dat de individuele backbones met elkaar verbindt. In dit plan zouden twee parallelle Europese backbones ontstaan: één voor (bio)methaan en één voor waterstof. De TSO’s schatten dat 75 procent van het traject kan bestaan uit bestaande aardgasleidingen, terwijl de overige 25 procent nieuw moet worden aangelegd. Ook in deze projecten zijn de kosten met name afhankelijk van de noodzakelijke uitbreiding van de compressorcapaciteit.

Noord-Afrika

Een Europese backbone is sowieso goed voor de Nederlandse verduurzamingsagenda. Van der Burg: ‘Als we zowel de zware transportsector als de huishoudens en industrie willen laten overstappen naar duurzame bronnen, ontkomen we niet aan import. Volgens een studie van Voltachem naar e-fuels is de geschatte brandstofvraag van de transportsector in 2050 alleen al 1.200 petajoule per jaar. We hebben 70 gigawatt aan geïnstalleerd windvermogen nodig om alleen de transportvraag in te vullen. Met dat vermogen ligt de Noordzee voor 28 procent vol, dus veel ruimte voor uitbreiding is er ook niet.’

We zullen dus ook het brandstofverbruik moeten verlagen door minder, slimmer en anders te gaan reizen. Mogelijk dat corona voor een blijvende verandering in de vraag gaat zorgen. Echter dan nog zullen we een deel van de energie mogelijk via waterstof gaan importeren uit bijvoorbeeld Portugal. In het zuiden van Europa is nu eenmaal meer zonne-energie beschikbaar dan hier. Van der Burg: ‘Zelfs Noord-Afrika is geografisch een interessant gebied. Er zijn inmiddels gesprekken met Marokko, dat niet alleen vlak bij Europa ligt, maar wel potentie heeft voor zon en wind energie. Het ligt echter minder voor de hand om de daar geproduceerde waterstof via pijpleidingen naar Europa te brengen. Dan is het veel interessanter om schepen in te zetten.’

tekst gaat verder onder de afbeelding
backbone

Hystock-project (c) David van Baarle

De uitdaging daarbij is dat het comprimeren van waterstofgas veel energie kost. Gelukkig zijn er andere oplossingen om het gas vloeibaar te maken. Bijvoorbeeld door het te binden met stikstof en er ammoniak van te maken of met koolstof om er ethanol van te maken. Er zijn zelfs speciale liquid organic hydrogen carriers die waterstof opnemen en gemakkelijk weer afgeven.

Innovatie

Van der Burg waarschuwt ervoor dat waterstof voor sommige sectoren wellicht kansen biedt, maar niet dé oplossing is voor de energietransitie. ‘Vooralsnog helpt groene waterstof niet met het reduceren van de CO2-uitstoot. Daarvoor is het aandeel duurzame energie in het elektriciteitsnet met zo’n vijftien procent nog veel te laag.’

Het is wel nodig om nu al de voorwaarden te scheppen om groene waterstof tot wasdom te laten komen. ‘Dat zit in technische zaken als infrastructuur en elektrolyzers, maar ook in keuzes voor stimulering, het bepalen van doelstellingen en de certificering van groene waterstof. Zo zou de overheid bijmenging van duurzame brandstoffen in vliegtuigen kunnen afdwingen. Waarmee een solide investeringsbodem wordt gelegd voor waterstofprojecten.’

De technische innovatie zal voornamelijk gericht moeten zijn op het verlagen van de kostprijs van de elektrolyzer. ‘De capex van een alkaline elektrolyzer zit nu op 1.400 euro per kilowatt, voor PEM is dat zelfs 1.800. Dit zijn de kosten voor volledig operationele plant op gigawatt-schaal zoals berekend in het ISPT GW-project. Die kosten moeten met ongeveer tachtig procent dalen om concurrerend te worden met huidige grijze waterstof. Aan de andere kant heeft de systeemfunctie die waterstof speelt door onder andere de mogelijkheid tot opslag van waterstof ook een waarde. Die waarde zou tot uiting kunnen komen in combinatietenders voor offshore-windparken. Als biedende partijen ook moeten nadenken over het transport en opslag van de opgewekte stroom, kan waterstof weer interessanter worden als optie.’

Wat in ieder geval duidelijk is, dat zowel de TSO’s als de Rijksoverheid snel keuzes moeten maken. Gasunie verwacht medio december de capex-berekeningen rond te hebben voor de Nederlandse waterstofbackbone. Daarna is het aan de politiek om keuzes te maken.