Onderhoud Archieven - Utilities

Digitalisering is niet meer weg te denken in de industrie. Er is steeds meer mogelijk. Wat zijn de innovaties op dit gebied met betrekking tot asset management? ‘Conditiemeting gebeurt in de industrie veel en vaak, maar tegelijkertijd voeren veel onderhoudsmonteurs ook nog manuele inspecties en preventief onderhoud uit. Toch zie je bedrijven werkzaam in de procesindustrie steeds vaker sensoren implementeren, er de meerwaarde van inzien en ze combineren met andere slimme technieken. Nieuwe communicatietechnologieën zoals NB-IoT en 5G, de cloud en AI-modellen met Machine Learning protocollen zorgen ervoor dat de industrie veel meer kan met digitalisering terwijl het ook goedkoper en betrouwbaarder wordt’, zegt Staf Seurinck, Country Managing Director bij ABB Nederland.

Evi Husson

De technologie is marktbreed beschikbaar en de acceptatie neemt toe. Staf Seurinck: ‘De coronacrisis is een enorme enabler geweest voor veel bedrijven om die digitaliseringsslag te maken. Er is meer vertrouwen in bijvoorbeeld de cloud en online meetings, maar ook meer aandacht voor cybersecurity en remote service.’ Collega Robin Huber, condition monitoring expert, geeft een voorbeeld uit de praktijk. ‘Je kunt tegenwoordig vaak kiezen voor een éénweg- dan wel tweewegcommunicatie. Wij hebben voor onze drives onze gateways zo ingericht dat we niet alleen data kunnen uitlezen, maar indien nodig ook kunnen ingrijpen. Een engineer hoeft niet langer ter plaatse te komen, maar kan door in te loggen met een veilige digitale sleutel op afstand wijzigingen doorvoeren. Hiermee kun je veel kosten en tijd besparen.’

‘Ik verwacht dat augmented reality in 2022 definitief doorbreekt.’

Staf Seurinck, Country Managing Director ABB Nederland

Een aantal van ABB’s klanten maken al gebruik van de tweewegcommunicatie, maar andere klanten geven vooralsnog de voorkeur aan eenrichtingsverkeer. ‘Het klopt dat er bij tweewegcommunicatie meer cyberrisico’s zijn in vergelijking met éénwegcommunicatie omdat er tijdelijk een deur wordt opengezet, maar door goede monitoring en de juiste veiligheidsmaatregelen kun je indringers buiten houden. Dit betekent wel dat er blijvende aandacht voor cybersecurity nodig is. De aandacht daarvoor wordt in de toekomst nog belangrijker aangezien steeds meer digitaal gebeurt. De overheid maakt gelukkig ook fondsen vrij om er extra aandacht aan te besteden.’

5G

Met 5G zijn bepaalde technologieën ook eenvoudiger te implementeren, stelt Seurinck. ‘Met 4G en binnenkort 5G is veel mogelijk, maar het is tegelijkertijd vooralsnog niet goedkoop. Wil je dit in asset management toepassen, dan is een goed businessmodel essentieel. Het moet waarde genereren zoals het voorkomen van stilstanden, het verhogen van de productiviteit, het verlagen van kosten, verbeteren van processen enzovoort. Voor conditiemeting an sich is geen 5G nodig, maar wil je bijvoorbeeld augmented reality (AR) toepassen, dan is het een heel ander verhaal. Een engineer loopt met een AR-bril door de fabriek en ziet op het netvlies waarschuwingen opduiken bij een onderdeel van een asset.

De tablet, die eveneens met 5G is gekoppeld, gebruikt de engineer om via een wireless verbinding meer info van de betreffende asset via de cloud op te vragen of remote ondersteuning van collega-engineers. Real-time ontvangt de monteur instructies. Dit beeld werd in het verleden al eens beschreven, maar dit zal binnenkort bij veel bedrijven realiteit worden. De nieuwste generatie brillen zijn namelijk in combinatie met 5G en softwareontwikkeling eenvoudiger te dragen en veel intuïtiever, waardoor ik verwacht dat AR in 2022 definitief doorbreekt.

Het fieldlab VIA APPIA dat bij World Class Maintenance is opgestart heeft twee miljoen subsidie gekregen van de overheid. De doelstelling van dit Smart Industry Fieldlab is om toepassingen van VR/AR in combinatie met AI binnen een maintenance en service context te industrialiseren door de gezamenlijke krachten, kennis en ervaringen van projectdeelnemers te bundelen, gezamenlijk te analyseren waar de beste kansen liggen en te bepalen hoe het beste kan worden gekomen tot waardevolle industriële toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van software om engineers automatisch van antwoorden te voorzien als zij vragen hebben. Hiermee komt de techniek in een stroomversnelling.’

Combinatie

Het combineren van meerdere technieken heeft de toekomst, stelt Seurinck. ‘Sensoren en communicatieprotocollen worden beter en nauwkeuriger, rekenkracht wordt sneller en beter, machine learning wordt betrouwbaarder, vision technologie maakt stappen voorwaarts en AR is de kinderschoenen ontgroeid.’ Dit leidt tot nieuwe mogelijkheden, ook in asset management.

Huber geeft een voorbeeld. ‘Een van onze klanten voerde in het verleden ééns in het kwartaal trillingsmetingen uit aan motoren. Dat gebeurt nu één keer per uur met behulp van slimme sensoren. Voor drives was de frequentie één keer per jaar, terwijl er nu een continue datastroom wordt verzameld in de cloud. Tegenwoordig analyseren we deze data aan de hand van machine learning, anomaliedetectie en statistische tools in combinatie met historische kennis en modellen, waardoor we steeds nauwkeurigere conclusies kunnen trekken. Voor een motor kunnen we nu al aan de hand van data concluderen dat bijvoorbeeld de lager aan de aandrijfzijde binnen afzienbare tijd moet worden vervangen. Koppel je deze informatie aan je longterm en short term KPI ’s, dan kun je hier acties en een onderhoudsstrategie aan koppelen.’

Seurinck vult aan: ‘Bedrijven kunnen besluiten veel beter gefundeerd nemen omdat er met meer factoren rekening kan worden gehouden. De algoritmes kunnen elkaar versterken en corrigeren zodat de diagnose die wordt gesteld veel betrouwbaarder wordt. De tijd van trial and error is definitief voorbij. Kortom, verbeterde technieken leiden tot een exponentieel beter resultaat.’

Systeem grijpt in

We gaan van voorspellend naar oplossend onderhoud. Seurinck geeft een praktijkvoorbeeld: ‘In melkfabrieken is het probleem dat veel pompen te maken hebben met cavitatie. Het proces zorgt voor trillingen waardoor waaiers stuk gaan. Dat proces kunnen we meten in het stroombeeld van onze frequentiesturingen. Voorafgaand bepalen we in samenwerking met de procestechnoloog hoe het systeem hiermee om dient te gaan. Als het systeem cavitatie opmerkt, brengt dit het toerental gedurende een vooraf ingestelde periode naar beneden conform de input van de procestechnoloog. Na die periode van afschaling geeft het systeem het setpunt terug aan het bovenliggende controlesysteem. Zo wordt het systeem ingeregeld om zelfstandig cavitatie op te merken en daar zelf op te acteren. Dit gebeurt automatisch zonder tussenkomst van de procestechnoloog. Er komen steeds meer van dit soort applicaties op de markt. Je bent niet langer met preventief onderhoud bezig, maar ook prescriptief onderhoud.’

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden.’

Johan Enters, directeur Digital Transformation Emerson Automations Solutions

Johan Enters, directeur Digital Transformation bij Emerson Automations Solutions, ziet ook behoorlijk wat kansen voor digitalisering in de industrie. ‘In het verleden werd de staat of gezondheid van de asset bepaald tijdens periodieke inspecties, maar wil je asset management naar een hoger plan brengen, dan moet je tussen twee inspectieperiodes ook iets over de gezondheid van de assets kunnen zeggen zodat je de juiste onderhoudsbeslissingen kunt nemen. Dit kan onder meer door (real-time) monitoring. Veel bedrijven maken stappen en zijn volop aan het innoveren.’

Open standaard

Steeds meer systemen genereren data. Deze worden – tegenwoordig vaak wireless – overgebracht naar een centraal systeem dat hier hiërarchie en context in aanbrengt en van data informatie maakt. Dit leidt tot het stroomlijnen van processen, het besparen van energie of het slimmer uitvoeren van onderhoud. Om dit mogelijk te maken moet informatie van diverse systemen van verschillende leveranciers aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Enters: ‘Wat je merkt is dat een open standaard, zoals Namur Open architecture, nodig is om koppelingen probleemloos te kunnen maken. Er zijn diverse wireless communicatieprotocollen op de markt, maar ik verwacht dat er uiteindelijk één of twee de standaard worden.’

Platform

Wil een bedrijf voorspellende beslissingen kunnen nemen op het gebied van asset management, dan moet de beschikbare data verworden tot informatie. ‘Er zijn hiervoor diverse platforms op de markt, zoals bijvoorbeeld het Emerson Plantweb Optics-platform. Dit verbindt en verzamelt operationele gegevens van productie-, procesbesturings- en IT-systemen. Deze worden in een context geplaatst en met behulp van algoritmes en machine learning omgezet naar bruikbare informatie die volledig beschikbaar is voor de besluitvormer.’

(c) Emerson

Ook augmented reality kan hieraan worden gekoppeld. ‘AR kun je zien als de Google Maps van een fabriek. Op het moment dat je met een AR-bril rondloopt zie je de assets en de procesvariabelen boven de assets, zodat je meteen kunt zien of actie nodig is. Daarnaast leidt een AR-bril je, als je een specifiek onderdeel zoekt, snel naar dit onderdeel. Deze technologie is essentieel om jongere werknemers snel wegwijs te maken in de fabriek.’

Ontzorgen

Het doel is dat digitalisering bijdraagt aan het ontzorgen van de asset owner en werknemers met het bieden van meerwaarde. Enters: ‘Wanneer een apparaat op dit moment afwijkend gedrag vertoont, ontvangt de procesoperator een melding. Waar je heen wil, is dat het apparaat ook meteen de melding en onderliggende informatie naar de maintenance manager stuurt met de daarbij behorende prioriteit. Zodra de maintenance engineer klaar is met het onderhoud, zal de informatie over die specifieke asset automatisch worden bijgewerkt in onder andere het CMMS en ontvangen alle betrokkenen een melding van de status. Wanneer iedereen op diens niveau over de juiste actuele informatie kan beschikken, kun je misverstanden, miscommunicatie en tijdverlies voorkomen. Dit is het summum van digitale innovatie .’

Actie ondernemen

Beslissingsmomenten kun je eveneens ondersteunen met digitale middelen. ‘Op bepaalde assets kun je een AI-gebaseerde tool toepassen die vertelt of je optimaal produceert, of onderdelen slijtage vertonen, of de output klopt met de verwachtingen, of er een mismatch is. Dit kun je niet alleen op procescontroleniveau doen, maar ook op assetmanagementniveau. Een voorbeeld: In realiteit kun je niet in een destillatiekolom kijken, maar met behulp van metingen en analysetools kun je zien of de gegevens die een kolomschotel genereren afwijkingen vertonen. Tegenwoordig kun je met het softwarepakket Automated Root Cause Analysis (eRCA) geautomatiseerd bepalen wat er aan de hand is (symptoom) en wat de afwijking veroorzaakt (root cause). Je kunt meteen actie ondernemen op datgene waarvan het systeem aangeeft dat waarschijnlijk de oorzaak is.’

Operators van de toekomst

‘Data science is een belangrijke additionele competentie geworden’, stelt Enters. ‘Data scientists moeten zorgen dat betrouwbare informatiemodellen worden gebouwd. Ze bepalen echter niet wat er moet gebeuren in de fabriek omdat ze deze kennis niet hebben. Je hebt nog steeds operators en maintenance managers nodig die in de fabriek de juiste handelingen uitvoeren om de beschikbaarheid van de fabriek te garanderen. Dat zal niet zo snel veranderen.’

Wel moet de operator meer kennis hebben over digitale aspecten. ‘Om te laten zien wat mogelijk is, levert ons bedrijf daarom onder meer een bijdrage aan STC Brielle voor hun ‘Plant of the Future’. Deze opleidingsplant wordt volledig uitgerust met smart transmitters. Ze bieden informatie over de toestand van de apparaten zelf. Daarnaast geven ze inzicht in de manier waarop ze invloed hebben op het gehele systeem en de fabriek. De operators en monteurs van de toekomst zien hier wat nu mogelijk is op digitaal gebied en worden hierop opgeleid.’

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

‘Binnen de procesveiligheid zitten we al jaren tegen een plafond aan. We maken nog steeds voortgang op het gebied van veiligheidsverbetering, maar een grote stap blijft uit. Incidenten die zich voordoen, worden geanalyseerd waaruit lering wordt getrokken. In de praktijk herhalen incidenten zich zelden exact op dezelfde wijze terwijl de complexiteit van de processen vaak toeneemt. Hierdoor kan de opgedane kennis uit eerdere incidenten niet altijd worden ingezet. Een gamechanger is nodig om een grote stap in procesveiligheid te kunnen zetten en de veiligste chemische industrie in West-Europa te worden’, stelt Johan van Middelaar, partner in Brightsite en senior onderzoeker en adviseur Veiligheid bij TNO.

Chemelot streeft ernaar in 2025 de veiligste, meest concurrerende en meest duurzame site van West-Europa te zijn. Programmamanager Esta de Goede van Sitech: ‘Brightsite helpt Chemelot om dit te realiseren. Het is een publiek-private samenwerking tussen Sitech Services, TNO, Maastricht University en Brightlands Chemelot Campus. Onze doelstelling is om te laten zien dat de transitie van de chemische industrie naar klimaatneutraal mogelijk is, waarbij de randvoorwaarden veiligheid en maatschappelijke acceptatie niet mogen ontbreken. In de programmalijn ‘Veiligheid en maatschappelijke acceptatie’ kijken we onder meer naar de inzet van artificial intelligence (AI) om te komen tot een lager aantal incidenten in de procesindustrie. Met AI bedoelen we hier het analyseren van gegevens met behulp van een reeks slimme algoritmen om patronen te vinden.’

Van Middelaar: ‘Incidenten doen zich vaak eenmalig voor, elk incident is uniek. Uit analyses blijkt vrijwel altijd dat – achteraf – patronen te herkennen zijn die hebben geleid tot dat incident. Denk bijvoorbeeld aan eerdere storingen, reparaties, eerdere incidentmeldingen, fouten in de communicatie, niet goed volgen van procedures, herhaaldelijk moeten bijsturen van bepaalde processen, enzovoorts. We willen in ons onderzoek deze patronen niet langer achteraf, maar voorafgaand aan een incident identificeren met behulp van AI en machine learning (ML). Ons doel is om deze patronen – ook wel afwijkingen genoemd – real-time te identificeren om medewerkers zodoende een handelingsperspectief te geven om storingen te herstellen voordat het fout gaat. Zodoende kun je dus incidenten voorkomen.’

‘Toepassing van NLP in process safety in de procesindustrie zijn we vrijwel niet tegengekomen.’

Johan van Middelaar, adviseur Veiligheid bij TNO

Waardevolle informatie

Het Brightsite team kiest hiervoor een voor de procesindustrie vrij onconventionele aanpak. Van Middelaar: ‘We beginnen met toepassing van Natural Language Processing (NLP). Deze techniek is in staat om uit teksten de kernwoorden te herkennen en onderlinge relaties te bepalen. Dit gebeurt door een combinatie van syntactische informatie (zinsconstructie), keyword extractie, webbronnen en semantische embedding methoden. Toepassing van NLP in het domein van process safety in de procesindustrie zijn we nationaal en internationaal vrijwel niet tegengekomen.’

Toch kan het heel waardevol zijn. John van den Hurk van Sitech/AnQore is deel van het team van de programmalijn. Van den Hurk: ‘Na iedere dienst vullen operators een shift report in om de volgende ploeg op de hoogte te stellen van de recente gebeurtenissen en aan te geven waar ze rekening mee moeten houden. Een verzameling van deze verslagen biedt een grote hoeveelheid aan tekstuele data die het computersysteem kan analyseren. Dit leidt tot waardevolle informatie.’

Apps

Om een voorspellend model te kunnen ontwikkelen, is data uit de praktijk nodig. De Goede: ‘Hiervoor zijn we een samenwerking aangegaan met chemiebedrijf AnQore, dat op Chemelot diverse productiefabrieken heeft. AnQore is geïnteresseerd in de toepassing van kunstmatige intelligentie en neemt daarom graag deel aan het project.’

Van den Hurk: ‘Tekstuele data is heel waardevol. Om tekstdata te analyseren zijn we begonnen met het ontwikkelen van een app, de zogenaamde ‘sentimentanalyse’. Woorden hebben daarin een bepaalde positieve waarde (foutloos, voorspoedig, goed) dan wel een negatieve (verstoring, ingewikkeld, lekkage, moeilijk, etc.) connotatie. We hebben een lexicon opgesteld van termen die veel worden gebruikt in de procesindustrie, zoals in de shift reports van AnQore, en hebben aan die woorden een waarde van +5 (positief sentiment) tot -5 (negatief sentiment) toegekend. Het systeem loopt vervolgens de shift reports na en kan op basis daarvan de verslagen als geheel een positieve dan wel negatieve waarde toekennen. Waarom we dit doen? We vroegen ons af of het sentiment en het optreden van incidenten een verband hebben. Onze eerste inzichten leren ons dat dat verband er is. Er zijn diverse gevallen waarbij we voor het incident een lager sentiment waarnemen. Ook kunnen we kijken hoe vaak bepaalde woorden in combinatie worden genoemd. Zo zagen we in een test dat een bepaald nummer van een pomp voor een incident veel vaker werd genoemd. Koppelden we dit aan de sentimentanalyse, dan bleek dat we ook een afnemend sentiment konden constateren voor datzelfde incident. De medewerkers zelf zijn echter vaak niet in staat dergelijke patronen op te merken aangezien ze slechts het verslag van de vorige dienst(en) doornemen en niet alle historie van de voorgaande diensten kunnen onthouden. Met de door ons ontwikkelde apps kunnen we dit wel.’

Toetsen

De theorie klinkt eenvoudig, de realiteit is complexer. De Goede: ‘In het onderzoek zijn we op zoek naar alle vereisten die nodig zijn om tot de voorspellende modellen te komen, van de manier van aanleveren van data, IT-vereisten, hoeveel data nodig is om betrouwbare conclusies te kunnen trekken tot het vertalen van plaatjes. In realiteit zijn er veel variabelen en datasets die een rol spelen waardoor het risico op een incident toeneemt. Dat maakt het geheel complex. Inmiddels hebben we een beter beeld wat we nog verder moeten ontwikkelen en welke stappen we nog moeten zetten. Tegelijkertijd zien we wel steeds duidelijker dat ons einddoel echt mogelijk is.’

Dit einddoel is morgen nog geen realiteit. Van Middelaar: ‘De eerste fase, de descriptieve (beschrijvende) fase, waarbij we aan de hand van historische data terugkijken naar incidenten en patronen zoeken hebben we inmiddels redelijk ingevuld Nu gaan we geleidelijk richting de voorspellende fase waarbij we onze modellen koppelen aan real-time data. Hoe is de situatie vandaag? We willen real-time afwijkingen boven water halen, zodat we veel sneller kunnen ingrijpen als het mis dreigt te gaan en zodoende (grote) incidenten voorkomen. In 2022 richten we ons op het toetsen van het theoretisch model dat we tot nu toe hebben gebouwd, in de praktijk. We willen bewijzen dat het werkt en hoe goed het werkt. Hoeveel incidenten kunnen we vooraf waarnemen en voorkomen? Is dat vijf, tien of vijftig procent? The proof of the pudding is eating it. Daar gaan we komend jaar in samenwerking met AnQore mee aan de slag.’

Jargon

Van den Hurk: ‘We hebben inmiddels twee jaar gewerkt aan het model en steeds meer mensen die we sectorbreed spreken zijn enthousiast en zien het potentieel. Het draagvlak is op managementniveau de afgelopen jaren flink gegroeid. Tegelijkertijd blijft het spannend hoe de medewerkers hierop reageren. Ook hier moeten we een traject in gaan van introductie tot acceptatie en het zien van een meerwaarde in het systeem. Je moet er daarbij ook rekening mee houden dat men mogelijk in het begin andere woorden gaat gebruiken in verslagen om een en ander te manipuleren. De praktijk toont niet alleen de effectiviteit aan, maar geeft ook meer inzicht in hoe het wordt omarmd.’

procesveiligheid

(c) Brightsite

De ultieme stap is te komen tot een voorschrijvend model, waarbij het model niet alleen voorspelt, maar ook advies geeft wat je zou kunnen doen om een afwijking te herstellen of processen (‘gedrag’) weer in goede banen te leiden. Van Middelaar: ‘Zover zijn we nog niet. Heb je het over AI, dan heb je altijd te maken met verwachtingen. Sommigen denken dat er op een bepaald moment een plug-and-play product op de markt te koop is, maar zo eenvoudig is het niet. We schatten bijvoorbeeld in dat een deel van het opgestelde lexicon met betrekking tot procesveiligheid generiek is. Woorden als lekkage, defect, repareren zijn algemeen. Daarnaast is er een typisch jargon dat per fabriek, locatie, proces of per sector kan verschillen. Blijkt het model goed te werken, dan moet je voor iedere nieuwe toepassing vooraf het lexicon voor procesveiligheid op maat maken.’

Perceptie

Naast verwachtingen heb je ook te maken met perceptie. Van Middelaar: ’Veel mensen zijn bang dat AI de beslissingen voor hen gaat nemen en dat de mens buitenspel komt te staan. Zo zal het zeker niet gaan. Wij willen dat AI een hulpmiddel wordt en dat de mens de regie houdt. We willen mensen overtuigen door transparant te laten zien hoe alles werkt met het uitgangspunt dat het een meerwaarde heeft. Maar ook dat kost tijd. Iedere nieuwe technologie heeft tijd nodig om de weg tot de markt te vinden, terwijl brede acceptatie nog langer duurt. Dat geldt ook voor AI, zeker in combinatie met procesveiligheid.’

‘Het is de kunst om je niet te verliezen in de mogelijkheden van datatechnologie.’

Esta de Goede, programmamanager Sitech

Focus

Tegelijkertijd blijken de mogelijkheden eindeloos. De Goede: ‘Uiteindelijk willen we nieuwe chemische processen die er nog niet zijn, maar die bijvoorbeeld nodig zijn voor de klimaattransitie, vooraf al zodanig kunnen inrichten met behulp van deze modellen dat de leercurve zo steil en kort mogelijk is. Daarbij neemt het risico op incidenten af en verbetert de procesveiligheid. Tegelijkertijd zien we continu nieuwe mogelijkheden waar AI een meerwaarde kan hebben. Het was de afgelopen twee jaar dan ook de kunst bij dit project om je niet te verliezen in de mogelijkheden die datatechnologie ons biedt, maar gefocust te blijven op de inhoud en het doel dat wij voor ogen hebben, namelijk het voorspellen van incidenten. Natuurlijk kijken we naar potentiële zij-richtingen, maar we willen ons er niet door laten afleiden. Anders komen we nooit tot een tastbaar resultaat waarmee we kunnen bewijzen wat de waarde is, zeker met zo’n klein team.’

Van den Hurk: ‘Wat ons betreft is qua data the sky the limit. Er is zoveel technische data beschikbaar om te gebruiken, maar al doende moet je bepalen welke data echt relevant is.’

Van Middelaar: ‘Je kan bijvoorbeeld ook data met betrekking tot de opleiding, ervaring of training meenemen in de modellering, of data uit biosensing, zoals stress of werkdruk, wat risicofactoren zijn voor het ontstaan van incidenten. Echter, dit soort data gebruiken we bewust niet aangezien de privacywetgeving het geheel dan nog veel complexer zou maken. Kortom, we behouden onze focus en zetten steeds kleine stappen voorwaarts richting ons einddoel. En dat komt op die manier steeds dichterbij.’

John Kapteijn is service engineer bij Holland Water. Bij klanten installeert hij systemen waardoor bacteriën zoals legionella zich niet kunnen ontwikkelen, vermeerderen en verspreiden in watersystemen. Dat doet hij zowel in de industrie bij bijvoorbeeld koeltorens, maar ook bij drinkwaterleidingen van hotels en ziekenhuizen.

Hoe zorgt jullie installatie ervoor dat legionella niet kan ontstaan?

‘We plaatsen onze installatie waar het water binnenkomt. In ons systeem zitten koperen en zilveren elektroden. Die geven koper- en zilverionen af aan het water. Die materie gaat door het hele waterleidingnetwerk.’ Deze koper- en zilverionen zijn schadelijk voor bacteriën, waardoor ze zich niet kunnen ontwikkelen.

Wat doe jij bij Holland Water?

‘Ik werk zowel in onze werkplaats als bij klanten. In de werkplaats bouwen en testen we de systemen voordat ze naar een klant toe gaan. Bij klanten installeer, activeer en onderhoud ik de systemen. Daarnaast train ik onze klanten in wat ze zelf moeten doen om de werking van ons systeem te optimaliseren. De installatie is namelijk geen tovermachine. De klant moet zorgen dat het water in beweging blijft om de koper- en zilverionen op hun plek te krijgen. Als er bij ons nieuwe medewerkers komen, dan train ik ze. En ik geef ook training aan buitenlandse klanten. Ik leer ze hoe ze de installatie kunnen onderhouden.’

Wat voor onderhoud is er nodig?

‘Twee tot vier keer per jaar gaan we bij klanten langs voor onderhoud. Tijdens het onderhoud verwijderen we bijvoorbeeld eventuele aanslag, reinigen we het systeem en vervangen we elektrodes als dat nodig is. En als er nieuwe mensen bij de technische dienst van een klant zijn komen werken, geef ik die een kleine training.’

Hoe groot is de installatie waarmee je een watersysteem legionellavrij kunt maken?

‘We hebben verschillende soorten. Een klein systeem voor bijvoorbeeld een b&b met twee kamers past in de meterkast. Maar een systeem voor een hotel waar duizend kubieke meter per jaar doorheen gaat, is zo groot als een groot whiteboard. We kunnen dat vlak tegen de muur hangen, vaak in de kelder van een gebouw. Mensen zijn verbaasd hoe weinig ruimte het inneemt.’

Wat vind je leuk aan jouw werk?

‘Ik ben graag met mensen bezig en met techniek. Als ik een training geef, mag ik altijd graag alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Ze noemen ons soms service engineers plus. Ook leuk is dat we behoorlijk aan het groeien zijn en we een steeds breder portfolio krijgen. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met UV-installaties waarmee je ook kunt voorkomen dat er legionella in het water komt. Je krijgt nieuwe producten en nieuwe mensen en daar zit ook weer educatie bij. Zo blijf je aan de gang.’

Techniekhelden

De industrie wemelt van de techniekhelden. Want hoe kunnen we producten maken voor auto’s, smartphones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over hun beroep? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl. In ons magazine tonen we de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving.

Onderhoud in een omgeving waar voedingsmiddelen voor kwetsbare mensen worden gemaakt, vraagt om een zeer sterk hygiëne bewustzijn. Voor maintenance manager Joost van Boven ligt de prioriteit vooral bij het in stand houden van de steriele condities van de installaties. Toch lukt het hem ook om de betrouwbaarheid van de assets naar een hoger niveau te tillen. Onder andere door meer tijd te nemen voor analyses en ploegwisselingen.

Nutricia en Danone zullen voor velen geen onbekende zijn in de supermarkt. Toch krijgt niet iedereen te maken met de andere markt die het Franse merk bedient: die van speciale voeding voor kwetsbare mensen. Voor maintenance manager Joost van Boven bepaalt de unieke omgeving waarin hij opereert grotendeels zijn keuzes. Nutricia, binnen Danone onderdeel van de zogenaamde Specialized Nutrition divisie, kan het best worden gezien als een kruising tussen de farmaceutische en voedingsmiddelenomgeving. En dat is ook terug te zien in de keuzes op de werkvloer.

Van Boven: ‘Net als andere voedingsmiddelenproducenten produceren we consumentenproducten die vanuit marketing meebewegen met de consumentenbehoefte. Tegelijkertijd produceren we producten voor kwetsbare mensen. Deze combinatie vraagt veel van een maintenance-organisatie. Want hoewel je ook in de consumentenmarkt rekening moet houden met hygiënische codes zoals HACCP, komen daar in de farma-omgeving nog een paar gradaties bij. We maken producten voor mensen met bepaalde allergieën of die ziek zijn en sondevoeding krijgen. Normaal gesproken krijg je al waarschuwingen van je zintuigen als een voedingsmiddel niet goed is. Je ruikt een andere geur of ziet een vreemde kleur. Als je middelen direct in de maag of darmen voedt, valt die barrière weg. Alles in de fabriek is er dan ook op ingericht om steriel te werken.’

Steriel

Van Boven schetst zijn nachtmerriescenario: ‘Een bacterie kan zich bij kamertemperatuur razendsnel vermenigvuldigen. Die ene bacterie is in tien uur uitgegroeid tot één miljoen stuks. Nu zal je die miljoen bacteriën wel opsporen omdat je dan met een gistende tank te maken krijgt. Maar hoe spoor je honderd bacteriën op? Uiteraard hebben we allerhande barrières opgeworpen om besmetting te voorkomen en bewerken we de producten zodanig dat schimmels, gisten en bacteriën het niet overleven. Het afdoden van deze micro-organismes doen we via het kortstondig verhitten van onze producten via warmtewisselaars of zelfs via direct steam injection waarbij het product kortstondig via een stoominjectie wordt verhit.’

‘Dat iets goed gaat, wil niet zeggen dat het niet beter kan.’

Joost van Boven, maintenance manager Nutricia

Daarnaast krijgt iedereen een stevige training voordat ze aan de slag mogen in de fabriek. ‘Zeker in het steriele gedeelte, van het moment van afdoden tot en met het vullen en sealen van de verpakking, stellen we hoge eisen aan mensen en machines. Gelukkig hebben we ervaren en scherpe mensen die bij iedere ingreep blijven nadenken onder het motto: stop, denk, doe. Zo kan bijvoorbeeld de inhoud van een verpakt reserveonderdeel anders zijn dan wat er op de doos staat. Dat soort dingen worden door onze mensen gecontroleerd voordat iemand het reserveonderdeel gebruikt. Juist om dit te voorkomen hebben we werkinstructies en vier-ogen principes waarin staat wat je moet controleren voordat je een filter vervangt. Als gevolg daarvan sturen we geregeld ook spare parts terug naar de leverancier. Als een verpakking beschadigd is, kan je immers niet meer garanderen dat de inhoud nog integer is. We selecteren en beoordelen onze technici dan ook op heel andere competenties dan de meeste bedrijven. Iemand kan nog zo snel een storing verhelpen; als je niet de juiste procedures volgt, kan je een groter probleem veroorzaken. We willen geen rouwdouwers, maar mensen die zich continu bewust zijn van de gevolgen van hun handelen.’

Spare-beheer

Van Boven kan rekenen op een zeer volwassen technische dienst van zestig werknemers die in vijf ploegen nauw samenwerken met productie. Bij optredende storingen overleggen de breakdown monteurs intensief met operations over de aanpak. Wel is er meer aandacht in zijn team gekomen voor storingsanalyse en documentatie. ‘In het verleden kwam het nog wel voor dat een monteur een storing oploste en snel naar de volgende klus moest. Nu krijgt diegene meer tijd om te documenteren wat werd aangetroffen en wat is gedaan om het op te lossen. In de meeste gevallen voeren we een breakdown-analyse uit om de oorzaak van een storing te achterhalen. Afhankelijk van de impact van de storing starten we in sommige gevallen ook nog een breakdown-eliminatietraject. Kunnen we breakdowns voorspellen en wellicht voorkomen? Dat is overigens niet altijd mogelijk, maar je kunt natuurlijk wel het gevolg van een storing beperken door bijvoorbeeld extra reserveonderdelen op de plank te bewaren.’

Dat spare-beheer is in deze industrietak sowieso een uitdaging. ‘Hoewel we wellicht in negentig procent van de gevallen te maken hebben met standaard onderdelen, vraagt die laatste tien procent wel extra aandacht. Een aantal onderdelen is uniek voor onze machines en kunnen we dus niet zomaar bestellen. Ook dat soort beperkingen moet je meenemen in de keuzes die je maakt.’

Saaie fabriek

Dat ook een volwassen organisatie nog stappen kan zetten, ziet Van Boven als een natuurlijke ontwikkeling. ‘Dat iets goed gaat, wil niet zeggen dat het niet beter kan. Uiteindelijk is een saaie fabriek waar niets onverwachts gebeurt het hoogste doel dat maintenance kan halen. Om dat te halen, moet je net wat extra stappen maken. Dus niet alleen werkorders uitvoeren, maar machines weer op hun basisconditie opleveren. Wie zich eigenaar van een machine voelt, zal altijd meer doen dan alleen maar de vinkjes zetten. Oké is dan niet goed genoeg.’

Uiteindelijk is de conditie van een machine een samenspel tussen maintenance en productie, maar ook bijvoorbeeld samenwerking met toeleveranciers. Sommige machines zijn zo complex dat alleen de leverancier het onderhoud kan uitvoeren.

 

van boven

‘Data krijgt pas waarde als je die kunt koppelen aan de kennis enervaring van technici.’

Joost van Boven, maintenance manager Nutricia

Van Boven: ‘Gezien de eventuele impact van de handelingen, moeten we wel hun werk uitvoerig testen en valideren. Wij blijven tenslotte verantwoordelijk voor de veilige procesvoering. Ook dat is eigenaarschap. Daarbij moet je wel blijven beseffen dat waar mensen werken, fouten kunnen worden gemaakt. Het is vooral de kunst om de kans op foute beslissingen zoveel mogelijk te elimineren. Een pengatverbinding is bijvoorbeeld een redelijk standaard onderdeel, maar als je twee maatvoeringen gebruikt, is de kans aanwezig dat je de verkeerde gebruikt. De zogenaamde centerlining-methode helpt ons om continu te verbeteren. Je kunt ervoor kiezen voor automatische verstelling, controle via een benaderingsschakelaar of zelf het elimineren van de verstelmogelijkheid.’

Overdracht

Een ander verbeterpunt zag Van Boven in de overdracht tussen twee ploegen. ‘Juist in de tijd tussen shifts groeit de kans dat informatie verloren gaat. Als iemand acht uur heeft gewerkt, wil diegene het liefste naar huis, terwijl de nieuwe ploeg graag aan het werk gaat. Door zogenaamde short interval meetings in te plannen, voorkom je dat er gaten vallen in de informatievoorziening. Het is heel verleidelijk om kleinere, kortere storingen niet te rapporteren. Maar als die storingen vaker voorkomen, ontstaat wel een patroon dat je moet doorbreken. We vragen mensen dan ook om gedetailleerd verslag te doen van het aantal storingen, lopende werkorders, materiaalverbruik enzovoorts. Het mooie is dat uit zo’n meeting vaak ook dialogen ontstaan over de beste aanpak van storingen. Daarbij is het cruciaal dat mensen zich vrij voelen om ook fouten te kunnen bespreken. We komen tenslotte bij elkaar om van elkaar te leren en nog eens extra te controleren of alle stappen goed zijn doorlopen, niet om elkaar te veroordelen. Iedereen maakt fouten en we kunnen er alleen maar van leren als we ze delen.’

Documentalist

In de complexe omgeving waarin Nutricia opereert maakt de factor mens het grootste verschil. Maar dat is tevens een van de grootste uitdagingen die Van Boven de komende jaren het hoofd moet bieden. ‘Net als in veel andere takken van sport verwachten wij de komende jaren personeel te zien vertrekken. Zo’n derde van onze populatie gaat met pensioen, bijvoorbeeld. Daarmee dreigen we veel kennis te verliezen. Om dat tegen te gaan, moeten we echt meer kennis gaan vastleggen. Je kunt nog zoveel data verzamelen: het krijgt pas waarde als je die kunt koppelen aan de kennis en ervaring van onze technici.’

Hetzelfde geldt voor de documentatie. De fabriek heeft in dertig jaar heel wat veranderingen ondergaan, maar niet alle veranderingen zijn vastgelegd in de tekeningen. Van Boven: ‘Als we slimmer met onze data willen omgaan, moeten we ook die documentatie op orde krijgen. Sinds een jaar hebben we dan ook een technisch documentalist in het team die ons document- en tekeningbeheer een boost geeft. Maar de verantwoordelijkheid van het documentbeheer houden we wel in de lijn en stellen duidelijk naar elke projectleider dat het project pas klaar is als de tekening af is.’

Daan Stam is consultant veiligheid in de procestechniek bij Bilfinger Tebodin. Als onafhankelijke adviseur helpt hij teams in fabrieken om erachter te komen waar ze de veiligheid nog kunnen verbeteren.

Wie doen er mee aan zo’n veiligheidstraject?

‘Tijdens een veiligheidstraject komen medewerkers een paar keer een halve tot hele dag bij elkaar om te vergaderen. Daar zitten operators en technologen met verschillende disciplines bij. Hierdoor zitten er mensen in het team met praktijkervaring en met theoretische kennis. Die combinatie is cruciaal. Het zijn mensen die elkaar tot dan toe soms nog niet zo lang hebben gesproken. Die moet ik tot elkaar zien te brengen.’

Hoe gaat het traject verder in zijn werk?

‘Om de veiligheid te verbeteren, is het belangrijk dat je begrijpt waar de risico’s zitten. Om dat te achterhalen, pluizen we de hele fabriek uit. Wat gebeurt er als drukken hoger worden of juist lager? Wat als temperaturen stijgen of dalen? Wat kan dat veroorzaken? Je moet scenario’s schrijven over wat er zou kunnen gebeuren en wat je doet om het te voorkomen. Ook kijken we wat een overheid oplegt qua veiligheid.’

‘Het vergaderen met elkaar is heel intensief omdat je diep de techniek in gaat en heel ver doordenkt op manieren die niet iedereen gewend is. Het is onderhandelen, discussies voeren, uitzoeken wie er gelijk heeft en gezichtspunten naar elkaar toe brengen.’

Wat maakt dit werk leuk?

‘Het is leuk om verschillende bedrijven te leren kennen, om te achterhalen wat er goed gaat en wat ze kunnen verbeteren. Ik vind het voornamelijk heel erg leuk om een team te begeleiden in een denkproces, buiten hun reguliere denkproces om. En dat ze daardoor tot nieuwe inzichten komen, zien dat ze toch nog iets missen en mogelijkheden gaan zien om de veiligheid te verbeteren.’

Wat is een uitdaging voor jou?

‘Soms jeukt het om oplossingen aan te dragen, maar daar is een sessie niet voor bedoeld. In de sessie moeten we alle risico’s identificeren. Het is heel verleidelijk om gelijk te bedenken hoe je problemen kunt oplossen. Daar moeten we onszelf in afkappen. Dat is niet het doel van zo’n studie. Dan ben je alleen nog maar daar mee bezig, terwijl dat in een veel kleiner groepje kan worden gedaan.’

Wat gebeurt er als jij klaar bent bij een bedrijf?

‘Alles uit de vergaderingen wordt genotuleerd. In die notities staan situaties die nog niet veilig zijn en waarvan het team vindt dat er extra maatregelen op moeten worden toegepast. Het bedrijf moet dan onderzoeken hoe het dat gaat doen. Misschien is er extra apparatuur nodig of een wijziging van procedures of moet het onderhoud beter worden gedaan. Na mijn kunstje is de veiligheid niet direct verbeterd. Daar moeten ze zelf nog mee aan de slag, met hulp van de nieuwe inzichten die ze hebben gekregen.’

Foto: G.C. Postma

Techniekhelden

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de producten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn/haar beroep? Laat het ons weten via redactie@industrielinqs.nl.

Terwijl het spanningsveld tussen beschikbaarheid en betrouwbaarheid van elektriciteitslevering en economisch rendement van hun centrales oploopt, doen Engie, RWE en Uniper er alles aan om deze in topconditie te houden. Gelukkig ondersteunt vergaande automatisering ze in hun besluitvorming. Want het groeiende palet aan brandstoffen en duurzame energiebronnen maakt het asset management alleen maar complexer.
Het toenemende aandeel duurzaam vermogen in de energiemix zorgt voor steeds meer uitdagingen bij de traditionele kolen- en gascentrales. Want de centrales krijgen steeds meer een rol als leverancier van back up-vermogen. Die wisselende belasting heeft uiteraard ook zijn weerslag op de assets.Linus Wiersema is manager onderhoud bij Engie. Het Nederlandse portfolio van Engie strekt zich uit over het Friese Bergum, de Eemshaven en Lelystad. ‘Als je over asset management spreekt, speelt de leeftijd zeker een rol’, zegt Wiersema. ‘De vijf stoom- en gaseenheden in de Eemshaven dateren uit 1995 en 1998 terwijl de Maximacentrale (Lelystad, red.) in 2010 in bedrijf is genomen. Vaak zetten we zo’n nieuwere centrale eerder in omdat hij nu eenmaal efficiënter is, maar ook de units van de Eemscentrale draaien hun uren wel.’

Pieken en dalen

Engie draagt op twee manieren bij aan de transitie naar emissievrije elektriciteit. ‘Ten eerste beperken we onze eigen CO2-uitstoot zoveel mogelijk door het constant doorvoeren van efficiency-verbeteringen. Door vóór verbranding de CO2 van de waterstofmoleculen af te scheiden en op te slaan, voorkomen we emissies. En met redelijk eenvoudige aanpassingen is het al mogelijk om vijftien tot zeventien procent waterstof bij te mengen bij het H-gas. Dat wil overigens niet zeggen dat de productie van dat waterstof eenvoudig en goedkoop is.’

De tweede bijdrage aan de energietransitie is het leveren van zoveel mogelijk flexibiliteit. ‘Als er maar een wolk voor de zon schuift, heeft dat al gevolgen voor de stabiliteit van het net. Gascentrales lenen zich goed voor het snel opschakelen van vermogen zodat we die productieverstoringen snel kunnen opvangen. Toch moeten we wel rekening houden met de degradatiemodellen die daar het gevolg van zijn. Eenvoudig gezegd schrijft de leverancier van de gasturbines een revisie voor na een x-aantal draaiuren of zoveel keer starten en stoppen.’

Technisch streeft Engie naar zoveel mogelijk draaiuren omdat het daarmee de assets zo goed mogelijk benut. ‘De afgelopen jaren is de rol van grootschalige energieproductie echter verschoven van baseload-productie naar peakload of zelfs superpeak. Dit resulteert in veel minder draaiuren, en CO2-uitstoot, voor deze eenheden. Dat laatste is hartstikke goed en juist het doel, maar aan de andere kant produceren we dan wel in korte pieken. Soms starten we zelfs twee keer per dag. Deze trend zal alleen maar groeien als er meer zon en wind aan het systeem wordt toegevoegd. Dat vraagt ook om een andere onderhoudsfilosofie.’

Delicaat evenwicht

In de toekomst zal het aantal starten en stoppen de revisie-intervallen steeds meer gaan domineren. ‘We tornen niet aan de verplichte overhauls, al moeten we iedere keer weer overwegen of die investering is geoorloofd. We hebben een paar jaar geleden een aantal units in de mottenballen moeten leggen omdat de investering niet opwoog tegen de opbrengsten. Die tijden zijn veranderd, maar nog steeds blijft het een delicaat evenwicht tussen beschikbaarheid en betaalbaarheid van assets. De vraag wie betaalt voor het bieden van beschikbaarheid en stabiliteit wordt met de toename van het duurzaam vermogen steeds dringender. Als we alleen worden betaald per geleverde kilowattuur loopt de businesscase uit de pas met de marktvraag.’

RWE meet welke invloed de opgebouwde hitte bij snel opregelen heeft op de heaters en de drums, om dat vervolgens te vertalen naar de maintenance planning. (c) RWE

‘Nog steeds blijft het een delicaat evenwicht tussen beschikbaarheid en betaalbaarheid van de assets.’

Linus Wiersema, manager onderhoud Engie

Faalgedrag

Het onderhoud aan de turbine mag zijn voorgeschreven, de assets daaromheen zijn net zo belangrijk voor de betrouwbaarheid van de energielevering. Wiersema: ‘Als een unit moet bijspringen of opschakelen, moet je er wel zeker van zijn dat hij werkt. En dus besteden we meer tijd en geld aan het monitoren van met name de draaiende delen. Door meer inzicht in het faalgedrag lukt het ons steeds beter om uitval voor te zijn. Veel van onze pompen zijn redundant uitgevoerd, waardoor we ze preventief kunnen reviseren. Het voordeel van een groot internationaal bedrijf is dat we ondersteuning krijgen van een zeer kundig maintenance support centrum. Samen met onze collega’s hebben we al grote stappen gemaakt om data-analyses te maken van de pompen. We focussen ons met name op temperaturen en trillingen. Aan de hand van de pompcurves kunnen we al voorspellen wanneer de lagers moeten worden vervangen. Dat voorkomt niet alleen uitval, maar we hoeven daardoor ook minder reservedelen op voorraad te houden.’

IT en OT

RWE gebruikt al vrij lang kunstmatige intelligentie voor de besluitvorming rondom netbalancering. En ook de vertaling naar asset health monitoring wordt daarin meegenomen. Toch is verdergaande digitalisering wel een topic waar Marinus Tabak, hoofd centraal assetmanagement bij RWE, zich de komende jaren over zal buigen.

‘De toenemende complexiteit van het energiesysteem vraagt om verdergaande integratie van de operationele technologie en informatie en communicatietechnologie. RWE riep dan ook een aparte unit digital transformation in het leven die de operationele systemen koppelt aan de administratieve systemen in de kantooromgeving. Om competitief te blijven, moeten we de juiste assets kunnen inzetten tegen de laagste kosten. Het voordeel van een redelijk jonge kolencentrale zoals we die in de Eemshaven bedrijven, is dat hij is ontworpen om snel op te regelen. De keerzijde daarvan is dat je op zo’n moment meer stress krijgt in de materialen. We meten dan ook wat de sneller opgebouwde hitte voor invloed heeft op de heaters en de drums om dat vervolgens te vertalen naar de maintenance planning.’

RWE heeft een lighthouse project opgezet richting value based maintenance. ‘In de basis komt het erop neer alleen dát onderhoud uit te voeren dat waarde toevoegt voor het bedrijf. De volatiliteit van de duurzame energielevering zal de komende jaren alleen maar groter worden. Zo stond de Eemshavencentrale vorig jaar zomer nog uit, terwijl hij momenteel weer voluit staat te draaien. Je moet met je onderhoudsplanning kunnen meeveren en zoveel mogelijk uitstellen als de vraag hoog is terwijl je de noodzakelijke revisies uitvoert in stillere tijden.’

Coöperatieve systemen

Er zijn zoveel variabelen die de vraag- en het aanbod van stroom bepalen dat een mens dat niet meer kan overzien, meent Tabak. ‘Je moet dus gebruikmaken van kunstmatige intelligentie om de besluitvorming te ondersteunen. Nu zit in de moderne DCS-systemen al veel intelligentie die we steeds meer inzetten om bijvoorbeeld ook remote operations mogelijk te maken. Dit soort systemen zijn nog wel gebaseerd op vaste regels en niet zelflerend, maar je moet het ook meer zien als coöperatieve systemen die de operator bijstaan. Je hebt nog steeds een expert nodig om een root cause analyse uit te voeren, maar de machine levert de data.’

Bijkomend voordeel is dat deze systemen heel veel data verzamelen die kunnen worden gebruikt om best practices te lokaliseren en uit te wisselen. Tabak: ‘Op die manier wordt het ook mogelijk om het asset management te centraliseren. En wij kunnen met een upgrade waterstof gaan bijmengen in onze gascentrales. Dat betekent dat we straks de keuze hebben uit aardgas, kolen, biomassa én waterstof als brandstof. De inzet ervan moeten we afwegen tegen de emissies, netstabiliteit, belasting van de assets én de kosten en opbrengsten.’

Menselijke creativiteit

Voor Yolande Verbeek, plantmanager van de Uniper-centrale op de Maasvlakte, is het een grote uitdaging dat haar splinternieuwe kolencentrale vanwege politieke keuzes op den duur moet sluiten. ‘Tot die tijd willen en kunnen we een significante bijdrage leveren aan de energietransitie’, zegt Verbeek. ‘Zo plaatsten we in de MPP3-centrale een batterij om een snellere respons mogelijk te maken op de volatiele energiemarkt. Daarmee leveren we het nodige regel- en reservevermogen aan netbeheerder TenneT. Ook wat betreft netkwaliteit kunnen we onze assets inzetten. Zo bouwden we een van de oude generatoren in de MMP2-unit om naar een synchrone condensor die blindlast kan leveren. De invoeding van bijvoorbeeld de Brittnetkabel, maar ook van windenergie, beïnvloedt namelijk de kwaliteit van de stroom op het hoogspanningsnet.’

(c) Wim Raaijen

‘De creativiteit en inzichten van de mens zijn niet door algoritmes te vervangen.’

Yolande Verbeek, plantmanager Uniper

Bijkomende uitdaging voor de Uniper centrale op de Maasvlakte is het feit dat de centrale ook stoom levert aan industriële klanten. ‘De combinatie van stoom- en elektriciteitsproductie verhoogt het rendement van de centrale, maar zorgt er eveneens voor dat we hem niet zomaar stil kunnen zetten. Aan de andere kant investeerden we juist vanwege die stoomlevering in een gasturbine en stoomketels als backup. De asset mix waar we tussen kunnen schakelen, is dus zeer divers waardoor we in staat zijn de uitdagingen die gepaard gaan met de energietransitie het hoofd te bieden.’

Machine learning

Wat betreft de belasting van de centrale maakt Verbeek zich nog niet veel zorgen. ‘Niet alleen omdat de centrale zeer robuust is ontworpen en dus goed kan omgaan met de verschillen tussen de laagste en hoogste belasting. Maar vooral omdat we nu al weten dat de technische levensduur de economische levensduur fors zal overschrijden. Dat wil niet zeggen dat we niet het uiterste uit onze assets willen halen. Het voordeel van een gloednieuwe fabriek is dat we een zeer hoge automatisering- en informatiseringgraad hebben. Uniper ontwikkelde bovendien zelf een machine learning tool die voorspellingen kan doen op basis van de data die hij zelf uit het systeem haalt. Operators worden tijdig gewaarschuwd als het DCS-systeem ziet dat de prestaties teruglopen. Terwijl maintenance via pompmodellen de uptime ervan kan monitoren en het breakdownrisico berekenen. Ze krijgen daarvoor live data uit het plant integrity systeem.’

Ondanks dat Verbeek een groot vertrouwen in de OT en IT heeft, ziet ze de centrales nog niet zo snel autonoom draaien. ‘De creativiteit en inzichten van de mens zijn niet door algoritmes te vervangen. Juist nu we nieuwe markten betreden en onze assets moeten aanpassen aan steeds veranderende omstandigheden, hebben we die creativiteit keihard nodig. De operator van nu is al heel anders dan die van tien jaar geleden en het werk is vele malen uitdagender geworden. Samenwerking tussen operations en maintenance was altijd al belangrijk, maar zal alleen maar toenemen. En zeker wat betreft trouble shooting is niets zo waardevol als menselijke creativiteit.’

Openingsfoto: Engie

De eerste paal voor project Skyline van Shell Moerdijk is de grond in gedraaid. In totaal zijn er zo’n driehonderd heipalen nodig. Shell vervangt een groot aantal oude fornuizen van de stoomkraker. Acht nieuwe fornuizen komen in de plaats van de zestien oudste eenheden. De capaciteit blijft gelijk.

Het aantal schoorstenen van het complex zal door ‘project Skyline’ dalen van tien naar zes. De nieuwe fornuizen van de Moerdijk Lower Olefins-kraker (MLO) zijn een stuk efficiënter dan de oude waardoor het energieverbruik aanzienlijk daalt. Minder energieverbruik betekent ook een forse daling van de uitstoot van CO2 en andere gassen zoals zwavel, stikstof en fijnstof. Shell Moerdijk verlaagt de CO2-uitstoot met naar verwachting tien procent. Dit is vergelijkbaar met de uitstoot van ongeveer 50.000 personenauto’s.

De nieuwe fornuizen komen in modules met schepen naar Moerdijk. Daar worden zij fornuis voor fornuis in elkaar gezet. Door de gefaseerde aanpak kan de fabriek tijdens de verbouwing gewoon blijven draaien. Naar verwachting is de verbouwing in 2025 afgerond.

Een van de aanvoerleidingen naar chemiesite Chemelot in Geleen is door de recente wateroverlast beschadigd. Hierdoor is er tijdelijk minder aanvoer van grondstoffen naar Chemelot, waardoor niet alle fabrieken op volle sterkte kunnen opereren.

Bedrijven werken sinds de uitbedrijfname van de pijpleiding aan het herstel daarvan. De beschadiging heeft niet geleid tot bodem- of watervervuiling. De tijdelijk verminderde aanvoer van grondstoffen kan als gevolg hebben dat fabrieken of bepaalde fabrieksonderdelen vaker moeten stoppen en weer opstarten. Dit kan gepaard gaan met een bruine pluim of fakkel boven het Chemelot-terrein.

Tekort aan proces-/koelwater

De wateroverlast zorgde er ook voor dat voor het eerst het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) is ingezet. Limburg werd medio juli tot rampgebied verklaard. Chemiesite Chemelot in Geleen ligt net buiten het getroffen gebied en ondervond naast de beschadigde aanvoerleiding geen overlast van het wassende water. Tot op 16 juli de dijk van het Julianakanaal in Meerssen dreigde te bezwijken. Omringende dorpen en buurtschappen werden snel geëvacueerd. Chemelot zou bij een dijkdoorbraak niet onder water komen te staan, maar zou bij een te grote daling van het waterpeil in het Julianakanaal wel te maken krijgen met een tekort aan proces-/koelwater, want dit wordt betrokken uit het Julianakanaal. Met als gevolg tijdelijk afschakelen van fabrieken.

Water naar de site brengen

Vorig jaar is het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) opgericht, een samenwerkingsverband van de bedrijfsbrandweer van Dow Terneuzen, Shell Moerdijk, Gezamenlijke Brandweer Rotterdam en Sitech Geleen. Om toerbeurt staat bij elk lid een PII-coördinator paraat. De aanvrager signaleert een probleem, alarmeert via het PII-alarmnummer de dienstdoende PII-coördinator en overlegt hoe verder te handelen. In dit geval kwam het telefoontje van Sitech. Na overleg werd besloten alle leden van het PII te alarmeren. Het Actiecentrum Chemelot kwam met het idee om water naar de site brengen, en het PII bleek daarin een rol te kunnen spelen met het beschikbaar stellen van hun benodigde systemen.

Pompen

De bedrijfsbrandweer van Gezamenlijke Brandweer Rotterdam, Shell en Dow rukten met grootwater-transportsystemen en grootvermogen-bluswaterpompen op naar Chemelot. De Nationale Politie ondersteunde de verplaatsing van de eenheden. Het plan was om een slangenverbinding te leggen tussen de Maas bij de Urweg in Urmond en het waterinnamepunt van de Chemelot-site. Rond 20:30 uur waren alle eenheden aanwezig op de site. Ter plaatse voerden de liaisons samen met de Officier van Dienst Chemelot de verkenning uit betreffende opstelplaatsen voor pompen en slangenwegen.

Toen de slangen met een vrachtwagen op het traject werden uitgerold, kwam het signaal dat de noodreparatie aan de dijk in het Julianakanaal was gelukt en de geëvacueerde bewoners terug konden naar hun dorpen. Toen wist ook het actiecentrum van Chemelot dat het kanaal bruikbaar zou blijven voor de aanvoer van water.

De industrie wemelt van de techniekhelden die in de anonimiteit hun werk doen. Want hoe kunnen we de basisproducten maken voor auto’s, smart phones of medicijnen zonder technici die de machines en installaties in conditie houden? De techniekheld mag wat ons betreft best eens op het podium worden gehesen. Al was het maar om een volgende generatie te inspireren voor techniek te kiezen.

De redactie van Industrielinqs Magazine zoekt daarom technici die enthousiast over hun beroep kunnen vertellen. Wat voor diegene misschien een heel normaal dagelijks beroep is, is voor anderen onbekend en bijzonder. Denk bijvoorbeeld aan een monteur op hoogte, onderwaterlasser, data-analist, drone-piloot, wachtchef, robotmonteur, een specialist in industriële reiniging. Maar uiteraard zijn ook onder de pijpfitters, installateurs en E&I experts helden zonder cape te vinden.

Ben of ken jij iemand in de procesindustrie of energiesector die enthousiast kan vertellen over zijn of haar beroep. Laat het ons weten! Dan laten wij in ons magazine de grote verscheidenheid aan beroepen in de industriële omgeving zien. Mail naar redactie@industrielinqs.nl.