arbeidsmarkt Archieven - Utilities

De spanning op de arbeidsmarkt is in het eerste kwartaal van 2022 verder toegenomen. Stonden er in het laatste kwartaal van 2021 nog 106 vacatures tegenover elke 100 werklozen, een kwartaal later is dat opgelopen tot 133 per 100. De toegenomen krapte is het resultaat van een aanhoudende groei van het aantal vacatures (met 59 duizend) en een verdere daling van het aantal werklozen (met 32 duizend). Het aantal banen nam toe met 127 duizend naar een recordhoogte van ruim 11 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Eind maart stonden er 451 duizend vacatures open, 59 duizend meer dan aan het einde van het vierde kwartaal. Hiermee is de toename sterker dan in de twee kwartalen ervoor, en wordt het record van het vorige kwartaal (392 duizend) overtroffen.

Net als in voorgaande kwartalen stonden de meeste vacatures open in de handel (90 duizend), de zakelijke dienstverlening (74 duizend) en de zorg (61 duizend). Gezamenlijk zijn deze drie bedrijfstakken goed voor de helft van alle openstaande vacatures.

In het eerste kwartaal ontstonden er 418 duizend nieuwe vacatures, 43 duizend meer dan het kwartaal ervoor en 41 duizend meer dan het vorige record in het derde kwartaal van 2021. Er werden 6 duizend vacatures meer vervuld (inclusief vervallen vacatures), waardoor het record van het vorige kwartaal (353 duizend) werd overtroffen. In het eerste kwartaal waren er 360 duizend vervulde en vervallen vacatures.

Aantal banen stijgt fors

Het totaal aantal banen van werknemers en zelfstandigen nam in het eerste kwartaal met 127 duizend toe naar een recordhoogte van 11 244 duizend (1,1 procent). In het vierde kwartaal van vorig jaar was de groei minder groot (+66 duizend). Het aantal banen lag daarmee 358 duizend hoger dan in het eerste kwartaal van 2020 (10 887 duizend).

Bij de uitzendbureaus kwamen er 57 duizend werknemersbanen bij in het eerste kwartaal, een stijging van liefst 7,6 procent. Dit is de grootste toename in de afgelopen 26 jaar. In de beschikbare tijdreeks is alleen de toename in het vierde kwartaal van 1995 groter (11,3 procent). Door dit herstel is de uitzendbranche weer terug op het niveau van voor corona.

Het aantal banen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (exclusief de uitzendbureaus) nam toe met 20 duizend. Andere stijgingen kwamen voor in de zorg (+15 duizend), in de handel, vervoer en horeca (+12 duizend) en het onderwijs (+10 duizend). Alleen in de bedrijfstak landbouw, bosbouw en visserij was er een daling (-3 duizend).

Meer flexibele en vaste werknemers

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 25 duizend meer dan een kwartaal eerder. Ondanks een stijging in de afgelopen drie kwartalen zijn dit er nog altijd iets minder dan bij het begin van de coronacrisis. Ook het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg verder met 37 duizend en bedroeg 5,3 miljoen. Het aantal zelfstandigen kwam in het eerste kwartaal van dit jaar uit op 1,5 miljoen, een toename met 21 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze toename betreft alleen zzp’ers.

Werkloosheid gedaald

In het eerste kwartaal van 2022 waren er 338 duizend mensen werkloos, 3,5 procent van de beroepsbevolking. De werkloosheid bereikte hiermee een laagterecord in de reeks met kwartaalcijfers vanaf 2003. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021 daalde het aantal werklozen met 32 duizend. Bij 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal naar respectievelijk 2,8 en 2,4 procent en bij jongeren naar 7,3 procent.

De ontwikkeling van de werkloosheid (-32 duizend personen) in het eerste kwartaal van 2022 is het resultaat van een aantal stromen op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor daalde de werkloosheid in het afgelopen kwartaal met 63 duizend.

Onbenut arbeidspotentieel afgenomen

In het eerste kwartaal van 2022 bestond het onbenut arbeidspotentieel uit 1,1 miljoen mensen, 75 duizend minder dan een kwartaal eerder. Daarmee is het onbenut potentieel voor het zevende achtereenvolgende kwartaal gedaald. In het tweede kwartaal van 2020, bij het uitbreken van de coronacrisis, nam het potentieel met ruim een kwart miljoen nog uitzonderlijk sterk toe. Vervolgens zette echter een daling in. Hierdoor was afgelopen kwartaal het onbenut potentieel 169 duizend lager dan in het eerste kwartaal van 2020, vlak voor de coronacrisis.

Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vier deelgroepen. Het ging in het eerste kwartaal naast 338 duizend werklozen om 182 duizend mensen die direct beschikbaar waren voor werk, maar niet recent hebben gezocht, en om 119 duizend mensen die niet beschikbaar waren, maar wel hebben gezocht. Deze twee groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. De vierde groep bestaat uit 491 duizend onderbenutte deeltijdwerkers. In tegenstelling tot de andere groepen hebben zij wél betaald werk. Zij geven aan in deeltijd te werken, meer uren te willen werken en hier ook direct beschikbaar voor te zijn.

Industrielinqs pers en platform levert als kennispartner voor de industrie een bijdrage aan een duurzame industrie. Dat doen we het hele jaar door met journalistieke producties en bijeenkomsten, zoals onze magazines Industrielinqs en Petrochem, verschillende nieuwssites, online talkshows, congressen, films en natuurlijk via social media.

Eén maal per jaar maken we de Industrielinqs Catalogus. Dit naslagwerk biedt al jaren een compleet overzicht van honderden leveranciers, opleiders, kennispartners en dienstverleners. Ook voor 2022 is dit complete naslagwerk uw gids voor de industriële delta.

We geven u bovendien een journalistieke blik op de toekomst dankzij een aantal artikelen over in het oog springende industriële trends. U leest onder meer:

  • Op de valreep van 2021 werd duidelijk dat de industrie een nog prominentere rol krijgt in de transitie naar een CO2-emissieloos energiesysteem. Daarmee lijken veel projecten die al in de steigers stonden, nu definitief op hun plaats te vallen. Tel daarbij absurd hoge gas- en CO2-prijzen op en het mag duidelijk zijn dat 2022 een scharnierpunt wordt voor de energietransitie.
  • Het is haast cynisch. De sectoren die tijdens corona-lockdowns als cruciaal worden gezien, kampen het meest met personeelstekorten. Denk aan de zorg, het onderwijs, maar niet te vergeten ook de industrie. Al decennialang klaagt de industrie over een dreigende krapte op de technische arbeidsmarkt. Vaak boden automatisering en efficiëntieslagen de nodige verlichting. Zal dat nu ook voldoende zijn?
  • Voor velen is het niet de vraag of er autonome fabrieken komen, maar meer wanneer. De technische vooruitgang gaat zo snel, dat steeds meer werk uit handen wordt genomen door digitale systemen. Zes trends maken de autonome fabriek mogelijk en het grootste deel is al begonnen.

Dit en meer vindt u in de Industrielinqs Catalogus 2022. Lees nu alvast digitaal!

Het jaar 2022 kan zo maar eens bepalend worden voor waterstof. Waarbij meerdere wegen naar Rome leiden. Bedrijven als Shell, RWE, Air Liquide en Uniper gaan de transitie van binnenuit aan. Andere zoeken het in nieuwe constructies. Denk aan chemiebedrijf Nobian dat onlangs met een partner HyCC oprichtte, speciaal voor waterstof. Er zijn ook new kids on the block. Spelers als Lhyfe, die de oude garde uitdagen in snelheid en het aantrekken van talent. 

Wim Raaijen

Het was een cruciale vraag tijdens European Industry and Energy Summit 2021 afgelopen december. ‘Waar halen jullie de mensen vandaan’, vroeg Yolande Verbeek van energiebedrijf Uniper aan Luc Graré van het nieuwe waterstofbedrijf Lhyfe. In een jaar tijd groeide het nieuwe Franse bedrijf van vijftien naar tachtig medewerkers en momenteel worden vijf tot zeven nieuwe mensen per week aangenomen. Graré beantwoordde de vraag gretig: ‘Er is geen headhunter aan te pas gekomen’, stelde hij met enige trots. ‘Het gaat eigenlijk alleen maar via social media. Veel jonge hoogopgeleide mensen met een paar jaar werkervaring komen zoeken ons zelf op. Ze zeggen dat ze niet langer voor het oude systeem willen werken. Er zijn veel interessante vacatures in de olie- en gassector, maar veel jonge mensen, anders dan mijn generatie, zetten een hoog salaris en een auto van de zaak niet meer op één.’

Ze willen deel uitmaken van de transitie en verwachten dat ze meer impact hebben binnen nieuwe, ambitieuze bedrijven.Verbeek herkent het uit haar gesprekken met jonge mensen en zelfs haar eigen kinderen. Tegelijk stelt ze dat bedrijven als Uniper ook in transitie willen en moeten gaan. En daar zijn ook voldoende mensen voor nodig. Nog steeds is het bestaande systeem doorslaggevend voor bijvoorbeeld de betrouwbaarheid en de leveringszekerheid van energie. Volgens haar zijn beide partijen nodig, de oude partijen die moeten veranderen en de nieuwe bedrijven die zonder erfenis en verantwoordelijkheid om nu te leveren kunnen ondernemen.

Elke hoek

En ja, de ambities van Lhyfe zijn gewoon aantrekkelijk. Net als de daadkracht. Het bedrijf, een paar jaar geleden opgericht in Frankrijk, wil sneller dan anderen investeren in de productie van groene waterstof. Te beginnen in Frankrijk, Duitsland, maar ook Nederland, België, Denemarken en vervolgens steeds meer Europese landen. Inmiddels heeft Lhyfe al een mandaat gekregen van verschillende investeerders om 0,5 miljard euro te steken in het bouwen van installaties. Waar de meeste partijen nog bezig zijn met vergunningsprocedures en investeringsbeslissingen, heeft Lhyfe sinds afgelopen zomer al een installatie in productie in het Franse Saint-Nazaire. Daar is een elektrolyzer direct verbonden aan vier windturbines en wordt zeewater gebruikt voor de productie van waterstof.

‘Veel jonge mensen zetten een hoog salaris en een auto van de zaak niet meer op één.’

Luc Graré, international business Lhyfe

Het vermogen is misschien nog niet heel groot, twee megawatt, ‘maar we hebben hiermee wel de eerste stap gezet’, stelt Graré. De vervolgstappen volgen snel. Het plan is om de komende jaren overal in Europa grotere installaties neer te zetten. ‘In Duitsland ontwikkelen we momenteel elf productielocaties met vermogens tussen vijf en iets meer dan honderd megawatt. Die moeten in 2025 allemaal in gebruik zijn. We denken dat we dan elke hoek van dat land van groene waterstof kunnen voorzien. Datzelfde zijn we van plan in Nederland, waar we mogelijk voldoende hebben aan drie of vier fabrieken. België en Denemarken en ook andere Europese landen zullen volgen.’

Elan

Het gaat eerst om fabrieken op land. Maar om straks de levering van groen waterstof aan verschillende klanten in Europa verder op te voeren, kijkt Lhyfe vooral richting de zee. ‘De grote hoeveelheden gaan we straks offshore produceren.’

Ook op dat vlak is het bedrijf bezig met de eerste stap. Rond september dit jaar wil Lhyfe als eerste in de wereld waterstof op zee produceren. Op een drijvend platform, zo’n 26 tot 30 kilometer van Saint-Nazaire in de Atlantische Oceaan, direct verbonden met een drijvende windturbine. ‘We weten dat verschillende partijen, zoals Poseidon in Nederland, hier ook mee bezig zijn. Maar die richten zich op 2025 en later. We vragen ons oprecht af waarom het zoveel tijd moet kosten. Doordat we drie jaar voor lopen op de rest hebben we meer tijd om te experimenteren en kunnen we ook onze snelheid houden in de toekomst.’ Het is met een elan dat veel jonge mensen sowieso zal aanspreken.

lhyfe

Lhyfe heeft sinds afgelopen zomer een installatie in productie in het Franse Saint-Nazaire, waar een elektrolyzer direct verbonden is aan vier windturbines en zeewater wordt gebruikt voor de productie van waterstof.

Competenties

Wellicht heeft de aantrekkingskracht voor jonge mensen voor Nobian ook meegespeeld toen het chemiebedrijf samen met de Green Investment Group de Hydrogen Chemistry Company (HyCC) oprichtte. Sowieso denkt het bedrijf dat transitie, met name op het gebied van waterstof, om een andere aanpak vraagt dan veel bestaande bedrijven gewend zijn. ‘De projecten die we gaan doen, vragen om een andere snelheid, cultuur, financiering en competenties om ze tot een succes te maken’, stelde Marcel Galjee, managing director van HyCC, onlangs in De Volkskrant. ‘Nobian is al marktleider op het gebied van elektrolyse voor de productie van groene waterstof. We hebben veel groene elektriciteit nodig en daarvoor staat de Green Investment Group bekend. Wij leveren de technologie, onze competenties komen samen bij HyCC.’

Hydrogenering

Belangrijk zal ook geweest zijn dat de Green Investment Group fondsen binnenbrengt. Nobian lijkt te klein om de enorme investeringen die waterstof vraagt volledig uit eigen kas te betalen. Partijen als Shell en RWE hebben die omvang wel en kondigen ook investeringen aan. Zo heeft RWE op de valreep van 2021 de eerste milieuvergunning binnen van de Provincie Groningen voor de bouw van een groene waterstoffabriek met een vermogen van vijftig megawatt in de Eemshaven. Voor de levering van waterstof aan BioMCN en Evonik. Als chemische bouwsteen voor onder meer de productie van methanol.

‘Doordat we drie jaar voor lopen op de rest hebben we meer tijd om te experimenteren.’

Luc Graré, international business Lhyfe

Maar ook HyCC lijkt inmiddels zover. In januari ontvangt ook dit bedrijf een milieuvergunning voor de Djewels 1 op Chemie Park Delfzijl. Die fabriek gaat ook aan BioMCN leveren en krijgt een capaciteit van twintig megawatt. Het plan is echter om snel met veertig megawatt uit te breiden in Djewels 2. Deze waterstof is straks bedoeld voor SkyNRG dat op een synthetische manier vliegtuigbrandstof wil produceren in Delfzijl. En er staan nog grotere investeringsprojecten op de rol voor HyCC. Waarbij H2ermes in IJmuiden zo maar in een stroomversnelling kan raken door recente ontwikkelingen bij toekomstige afnemer Tata Steel. Daarbij gaat het om een elektrolyzer van honderd megawatt. Maar het kan nog groter. Bij het project H2-Fifty in de Rotterdamse haven gaat het om een waterstoffabriek met een vermogen van 250 megawatt. Die installatie moet straks groene waterstof leveren aan BP voor de hydrogenering van brandstoffen.

Slagveld

Met de oprichting van HyCC lijkt Nobian extra snelheid te maken door in zee te gaan met een kapitaalkrachtige partner. Wellicht is het bedrijf ook wendbaarder en kan het zodoende net als Lhyfe gemakkelijker extra kapitaal aantrekken.

Qua imago zal het ook helpen. Bij potentiële investeerders en zeker als het gaat om het aantrekken van jonge professionals. Want de transitie kan zo maar een slagveld worden voor talent. Er is al krapte en het zal steeds moeilijker worden om jonge mensen te binden. Elan en zichtbare impact lijken daarbij doorslaggevend. Dan lijken jonge ambitieuze bedrijven momenteel toch in het voordeel.

‘Na mijn studie ging ik op zoek naar een bedrijf waar ik wilde werken. Een bedrijf dat mijn visie en drive deelt en bewust en actief bezig is met verduurzaming. Daar wil ik bij horen, daar hoor ik thuis. Met een open sollicitatie koos ik voor Neste. Maar misschien koos Neste, met haar missie en visie, al wel eerder voor mensen zoals ik’, stelde young professional Tes Apeldoorn onlangs in haar talk bij ons jaarevenement Deltavisie 2021. Het klinkt haast mystiek, maar eigenlijk is het heel logisch…

De hele column van Wim Raaijen lees je in de digitale editie van Industrielinqs magazine!

De druk op de technische arbeidsmarkt groeide de afgelopen jaren. Het was moeilijk voor de industrie om aan gekwalificeerd personeel te komen. De coronacrisis lijkt daar verandering in te brengen. Maar hoe?

In de derde Industrielinqs LIVE op 27 mei staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger in de digitale talkshow welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. De gasten zijn inmiddels bekend: sitemanager Philippe Engels van Air Liquide Rozenburg, Cees Alderliesten van Deltalinqs, René Hartman van Stork, DGA Wies van ’t Slot van 365Werk en CEO John Schonewille van Stratt+.

Anticiperen

Hoe staat het met de druk op de arbeidsmarkt tijdens de crisis?  Hoe gaan fabriekseigenaren met de huidige omstandigheden om? Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen?

En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt dan. Hoe kan de industrie daar op anticiperen? Deze editie van Industrielinqs LIVE wordt mede mogelijk gemaakt door Stratt+, partner van het Petrochem Platform.

Schrijf hier in voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Industrielinqs LIVE is een digitale talkshow over actuele ontwikkelingen in de industrie.

 

De laatste jaren werd de druk op de technische arbeidsmarkt alsmaar groter. Wij zijn benieuwd wat voor impact corona heeft op de technische arbeidsmarkt. Is het drukker, of juist niet? Wat zijn uitdagingen en wat zijn redenen waardoor werk nu stil komt te liggen. Via een vragenlijst willen wij wat meer inzicht krijgen. Vult u hem ook in? Het duurt ongeveer 2 minuten. De resultaten worden gebruikt in de digitale talkshow Industrielinqs LIVE op 27 mei over ‘Werk!’.

Tijdens deze talkshow staat de industriële arbeidsmarkt centraal. Met tafelgasten onderzoeken Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger welke gevolgen de huidige crisis heeft op het werk in de industrie. Wat zijn de gevolgen voor contractors en detacheringsbureau’s die tot voor kort met veel moeite voldoende goed opgeleid en ervaren personeel op de been konden brengen? En wat gebeurt er als straks uitgestelde onderhoudsstops en ander uitgesteld werk in korte tijd moet worden uitgevoerd? Een dubbele druk op de arbeidsmarkt dreigt.

U kunt zich hier aanmelden voor de talkshow op 27 mei, 9.00-10.30.

Bedrijven hebben grote moeite om aan voldoende personeel te komen. Ruim één op de zes bedrijven heeft voor meer dan tien procent van het aantal werknemers vacatures openstaan en zestig procent van ondervraagde bestuurders verwacht dat dit aantal in de komende jaren gaat oplopen. Dit blijkt uit een rondvraag onder deelnemers aan de jaarlijkse Strategie Summit Energie & Utilities.

De omstandigheden op de arbeidsmarkt vormen een groot risico voor de realisatie van de energietransitie. Het structurele personeelstekort en het weglekken van kennis en ervaring door de vergrijzing wordt onderschat. Bedrijven ondervinden nu al problemen door de tekorten, zoals verhoogde werkdruk en vertraging bij de uitvoering van werkzaamheden. ‘Het oplopend tekort op de arbeidsmarkt blokkeert de energietransitie’, zegt een bestuurder in het onderzoeksrapport “Realisatie van de energietransitie”.

Ketenintegratie

De tekorten zijn zichtbaar in alle sectoren, terwijl voor de realisatie van de energietransitie de komende jaren juist extra denk- en mankracht nodig is. Het probleem van personeelstekort overstijgt individuele bedrijven. Als de markt de groeiende vraag niet kan beantwoorden, stagneert de transitie. Tweederde van ondervraagde bestuurders pleiten voor ketenintegratie, voor het verbeteren van efficiëntie en het verlagen van faalkosten. ‘Wil je grote dingen tot stand brengen, dan is het heel belangrijk dat we het organiseren vanuit de hele keten. Zodat partijen in die keten samen en parallel aan elkaar ontwikkelingen kunnen realiseren’, zegt Hans Coenen (Gasunie).

Aanbestedingsregels

Om het tekort op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden, zeggen bestuurders de personeelswerving te intensiveren. Daarnaast biedt optimalisatie van bedrijfsprocessen een kans, naast innovatie en digitalisering. Ook het verbeteren van aanbestedingsregels wordt genoemd, om samenwerking te bevorderen, maar ook innovatie mogelijk te maken. Voor een sector als de bouw is industrialisatie van het bouwproces een mogelijkheid.

Voor ondervraagde bestuurders en beslissers is de arbeidsmarktproblematiek niet de enige uitdaging. Driekwart van de bestuurders vraagt om een standvastig overheidsbeleid, met zekerheid voor de lange termijn. Ongeveer de helft wil meer ruimte en financiële steun voor innovatie. Tegelijk is voor ruim een derde een marktbrede CO2-heffing bespreekbaar, voor alle sectoren, mits geregeld in EU-verband. Het volledige rapport is in te zien via de website van 54events.

Producenten in de industrie zetten in het tweede kwartaal van 2018 6,7 procent meer om. Hiermee steeg de omzet voor het zevende kwartaal op rij. Het producentenvertrouwen is opnieuw minder positief. Ondernemers zien het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen. Dat meldt het CBS in het kwartaalbeeld industrie.

De industriële omzet binnen Nederland nam toe met 9,3 procent, terwijl de groei van de buitenlandse omzet 5,2 procent bedroeg. De afzetprijzen in de industrie stegen voor het zevende kwartaal op rij; ditmaal met 3,2 procent.

Grote omzetgroei in petrochemie

In alle hoofdbranches nam de omzet in het tweede kwartaal van 2018 toe. De omzet groeide het meest in de aardolie-, chemische, farmaceutische en rubber- en kunststofproductenindustrie met 11,3 procent. Binnen deze hoofdbranche behaalden voornamelijk de aardolieproducenten zowel binnen als buiten Nederland een stevige jaar-op-jaargroei (27,5 procent). De afzetprijzen stegen in de aardolie-industrie ook het meest: 27,8 procent. In de andere deelbranches van de aardolie-, chemische, farmaceutische en rubber- en kunststofproductenindustrie nam de omzet toe, maar minder fors dan in de aardolie-industrie.

Voedingsmiddelen

Van alle hoofdbranches in de industrie groeide de voedings- en genotmiddelenindustrie met 1,1 procent het minst. Hoewel de omzetten van de voedingsmiddelenindustrie (-0,3 procent) en de tabaksindustrie (-5,3 procent) krompen, kwam de omzetontwikkeling in de gehele hoofdbranche wel positief uit door een stijging voor de producenten van dranken (18,5 procent).

Tekort aan personeel

Eerder berichtte het CBS al dat het producentenvertrouwen in de industrie positief is, maar daalt. Bedrijven zien, net als vorig kwartaal, het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen in de industrie. Aan het begin van het derde kwartaal gaf 21 procent van de producenten aan dat de bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Een jaar eerder was dit nog 14 procent.

Dat het aantrekken van personeel lastiger is geworden, is ook zichtbaar in het aantal openstaande vacatures. Aan het eind van het tweede kwartaal stonden meer dan 22 duizend vacatures open. Hiermee is het aantal openstaande vacatures met 6 duizend gestegen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Producenten in de industrie behaalden in het eerste kwartaal van 2018 een omzetgroei van 3,0 procent vergeleken met een jaar eerder. De omzet van de producenten steeg hiermee voor het zesde kwartaal op rij. Wel zeggen ondernemers in toenemende mate te kampen met een tekort aan personeel. Dat meldt het CBS op basis van het kwartaalbeeld industrie.

De omzetgroei binnen Nederland kwam hoger uit dan de omzetgroei in het buitenland. De industriële omzet die Nederlandse producenten binnen Nederland behaalden lag 3,5 procent hoger, de buitenlandse omzet nam met 2,8 procent toe. De afzetprijzen in de industrie stegen in het eerste kwartaal van 2018 voor het zesde kwartaal op rij, en wel met 0,8 procent.

Groei

De omzetgroei in het eerste kwartaal van 2018 was met 11,2 procent opnieuw het hoogst in de transportmiddelenindustrie. De producenten van auto’s zorgden in deze branche voor de grootste groei (12,8 procent). Producenten van transportmiddelen zoals schepen, treinen, vliegtuigen en (brom)fietsen boekten eveneens meer omzet dan een jaar eerder: 7,9 procent. Hoewel deze producenten in het binnenland minder omzetten dan een jaar eerder, groeide de omzet in het buitenland met 13,5 procent.

De producenten in de raffinaderijen en chemie realiseerden een omzetgroei van 5,0 procent door positieve omzetontwikkelingen binnen en buiten Nederland. De producenten in de aardolie-, de chemische, de farmaceutische, de rubber- en kunststofproductenindustrie genereerden meer omzet dan een jaar eerder. De omzetstijgingen waren het grootst in de farmaceutische industrie (10,8 procent) en de aardolie-industrie (8,9 procent).

De omzetgroei van producenten in de basismetaal- en metaalproductenindustrie was met 0,5 procent bescheiden. De buitenlandse omzet daalde in deze branche met 2,5 procent, na negen kwartalen van stijgingen. Doordat metaalproducenten in het binnenland 4,4 procent meer omzet behaalden, kwam de totale omzetontwikkeling toch positief uit.

Aantrekken personeel lastiger

Het vertrouwen van industriële ondernemers is na januari afgenomen tot 8,2 in april. Sinds begin 2014 overheerst het positieve sentiment onafgebroken. Per saldo verwacht 1 op de 5 ondernemers een hogere omzet te behalen in het tweede kwartaal. Ook denkt per saldo 15 procent van de ondernemers meer personeel aan te trekken in het tweede kwartaal. Nog niet eerder gaven zoveel ondernemers in de industrie aan meer personeel aan te willen nemen.

Bedrijven zien het tekort aan personeel als één van de grootste belemmeringen. Aan het begin van het tweede kwartaal gaf 17 procent van de producenten aan dat de bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Een jaar eerder was dit nog 10 procent. Dat het aantrekken van personeel lastiger is geworden, is ook zichtbaar in het aantal openstaande vacatures. Aan het eind van het eerste kwartaal stonden meer dan 20 duizend vacatures open, het hoogste aantal in bijna tien jaar.

Volgens ondernemers in de industrie loopt het tekort aan personeel op. Aan het begin van het vierde kwartaal van dit jaar meldde bijna zestien procent van de industriebedrijven dat personeelstekort de productie belemmert. Sinds de start van de conjunctuurmeting in 1985 lag dat aantal niet zo hoog. In de industrie werken bijna negen procent minder mensen dan in 2005, terwijl de sector steeds verder vergrijst. Dit meldt het CBS op basis van nadere analyse van cijfers.

Het opgelopen personeelstekort valt samen met een toegenomen vraag: het percentage bedrijven dat een tekort aan vraag als belemmering ervaart, ligt namelijk op het laagste punt sinds eind 2008. Met het gestegen personeelstekort en de hogere vraag naar hun producten stijgt het aantal vacatures in de industrie: sinds het derde kwartaal van 2008 stonden er niet zoveel vacatures open. Per duizend banen van werknemers waren er aan het eind van het derde kwartaal 23 vacatures. Bij de chemische, aardolie-, farmaceutische, dranken- en schoenenindustrie is het personeelstekort minder nijpend: 1,5 tot vijf procent van de bedrijven heeft te weinig personeel.

Grootste personeelstekort in machine-industrie

Binnen de industrie knelt het personeelstekort het meest bij bedrijven die werkzaam zijn in de machine-industrie en de reparatie en installatie van machines. Aan het begin van het vierde kwartaal zat bijna een kwart van de bedrijven in deze branches verlegen om personeel.

In de bouwgerelateerde industriebranches neemt het personeelstekort snel toe. Het aantal bedrijven dat een personeelstekort meldde steeg tussen het derde en het vierde kwartaal van twaalf naar negentien procent. In de meubelindustrie steeg het aantal bedrijven met personeelstekort ook fors: van dertien procent in het derde kwartaal naar twintig procent in het vierde kwartaal.

Personeel industrie meer vergrijsd

De werkgelegenheid in de industrie daalde tussen 2005 en 2016 met 8,9 procent: van 873 duizend naar 795 duizend banen. De afgelopen jaren vergrijsde de beroepsbevolking in de industrie relatief sterk: het aandeel 45-plussers groeide van 36,3 procent in 2005 naar 51,1 procent in 2016. Vooral de groep werkenden van 55 tot 65 jaar nam fors in aandeel toe, van 11,2 naar 19,9 procent.

Niet alleen in de industrie vergrijsde de beroepsbevolking: in dezelfde periode steeg het aandeel 45-plussers in de werkzame beroepsbevolking als geheel van 35,0 naar 43,7 procent.

De meest vergrijsde branche binnen de industrie is de chemische industrie: 60,4 procent van de werkenden was hier in 2016 45 jaar of ouder. De farmaceutische industrie is het minst vergrijsd: 57,9 procent van de werkenden was in 2016 nog geen 45 jaar. Voor de totale werkzame beroepsbevolking geldt dat 56,3 procent in 2016 jonger was dan 45 jaar.