biomassa Archieven - Utilities

De rechtbank besliste dat Provincie Noord-Holland de vergunningen voor de bouw van een eventuele bio-warmte installatie terecht heeft verleend.

De rechter bevestigt daarmee dat er met de mogelijke komst van een bio-warmte installatie geen sprake zal zijn van een hogere uitstoot dan wettelijk toegestaan. Ook bevestigde de rechtbank dat dit project niet zal leiden tot negatieve effecten in de natuurgebieden.

Nog geen beslissing

Vattenfall vindt het goed dat er nu duidelijkheid is over de vergunningen. Het bedrijf weet echter nog niet of de centrale er ook daadwerkelijk komt. Het definitieve besluit valt pas in het voorjaar van 2022. Het draagvlak voor biomassa is de afgelopen jaren behoorlijk afgenomen. Ondertussen werkt het bedrijf aan alternatieven en zet het vol in op de versnelling en de ontwikkeling van andere duurzame warmtebronnen. Onlangs kondigde Vattenfall nog aan een 150 megawatt elektrische boiler te bouwen. Verder kijkt het Zweedse bedrijf naar geothermie, aquathermie en het gebruik van restwarmte uit datacentra.

Vattenfall wil nog wel benadrukken dat in het geval de biomassacentrale toch door zou gaan, de biomassa zal bestaan uit bijproducten van de bosbouw- en houtindustrie. Er zullen dus geen bossen worden gekapt voor deze centrale.

TKI Nieuw Gas analyseerde 68 groen gas-projecten en concludeerde dat meer dan de helft ervan een positieve bijdrage heeft aan de doelstelling van de regelingen. Wel ziet men de groei van het aantal projecten stagneren. Met name mestvergisting loopt nog behoorlijk achter, terwijl het meerdere problemen kan oplossen.

De rapportage van TKI Nieuw Gas begint positief. Meer dan de helft van de projecten die ondersteuning kregen, levert een positieve bijdrage aan de doelstellingen van de regelingen. Ze produceren meer energie of doen dat goedkoper of doen beide. Een kleiner deel (13%) is aantoonbaar vaker dan één keer toegepast. Door aandacht te besteden aan het wegnemen van technische barrières, is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Echter ook niet-technische aspecten als maatschappelijk draagvlak, financiering en samenwerking in de keten zijn belangrijk om de ambities te realiseren.

Men maakt zich dan ook zorgen of de 2030 doelstellingen wel kunnen worden gehaald. Het totaal aantal vergistings- of vergassingsprojecten in Nederland groeit sinds 2008 namelijk met iets minder dan acht projecten per jaar. Om twee miljard kuub te halen in 2030 moeten ieder jaar acht nieuwe projecten beginnen met het produceren van gemiddeld iets meer dan twintig miljoen kuub groen gas.

Mestvergisting

De opstellers van het rapport zagen vooral dat mestvergisting achterblijft. Minder dan vijf procent van de mest uit Nederland wordt gebruikt voor biogasproductie. Hoewel de opstellers van het rapport er vanuit gaan dat de mestvolumes in de toekomst zullen afnemen, kan mest een substantiële bijdrage leveren aan de 2 BCM ambitie. Op het gebied van conservering van mest valt nog veel winst te halen en vanwege het forse volume zal dat dan ook een flinke impact hebben. Door gebruik te maken van stikstofstrippers kan tegelijkertijd een bijdrage geleverd worden aan het terugdringen van het stikstofprobleem.

Bio-LNG

Men put hoop uit de nieuwe SDE++ regeling voor geavanceerde biobrandstoffen, die de financierbaarheid van bioLNG-projecten verbetert. Het projectenvolume kan verder groeien door duidelijke keuzes te maken over de rol van groen gas in de warmtetransitie. Bijkomend voordeel is dat dan lasten en baten in dezelfde regio kunnen vallen. De opzet van de SDE++ zorgt er helaas voor dat groen gas-projecten vaak achter het net vissen waardoor de volumeopbouw achter blijft bij de ambities.

Vergisting en vergassing

De techniek van vergisting is voldoende ver ontwikkeld, winst is vooral te halen uit voor-of nageschakelde technologieën die in staat zijn om meer waarde aan de biomassa te onttrekken. Bij vergassingstechnologie is het met name de stap naar groen gas die aandacht behoeft. Omdat groen gas de enige afzetroute voor biomassavergassing is binnen de SDE++, kunnen vergassingsprojecten pas opschalen als de opwaardering naar groen gas marktrijp is.

Syngas en waterstof

De opname van de levering van syngas of waterstof uit een vergasser als verbredingsoptie kan voor een groei van het aantal projecten zorgen en zo de ontwikkeling in deze sector versnellen. Daarnaast is het goed om voor vergassingtechnologie nog eens heel goed naar de stimuleringsinstrumenten te kijken omdat vanuit de markt wordt aangegeven dat ze met de huidige mix niet goed uit de voeten kunnen. Vooral de fase vlak voor commercialisatie levert problemen op.

Combinatie

Het creëren van experimenteerruimte bij de transitie van (voormalige) aardgaswinningslocaties naar groen gas productielocaties kan helpen om groen gas een stevige duw in de rug te geven. De CO2 in biogas kan stikstof in aardgas vervangen waardoor een opwaardeerinstallatie en stikstofproductie vermeden kunnen worden. Ook qua vergunning (SODM) valt tijdwinst te halen.

Een papierloze samenleving? Die voorspelling van een paar decennia geleden is alvast niet uitgekomen. Wel verandert de functie van papier. Zo lijkt een revival aanstaande van papier als verpakkingsmateriaal, nu plastics onder druk staan. Ook is de papierindustrie druk in de weer haar voetafdruk te verkleinen. Zo is CEO Miklas Dronkers van Crown Van Gelder bijzonder trots op de nieuwste innovatie van het bedrijf: papier van suikerbietenpulp. Resultaat: de milieu-afdruk is zestien procent lager.
Hij haalt een platte, nog ongevulde 25 kilogram suikerzak tevoorschijn. ‘Kijk daar zitten spikkeltjes in het papier. Dat zijn kleine kurkdeeltjes afkomstig uit de schil van de suikerbiet. Voor de klant zijn die spikkeltjes prima, want daarmee laat hij zien dat hij een verantwoorde keuze maakt.’ En het is in dit geval dubbelop. Een suikerproducent die zijn product verpakt in papier waar ook vezels van de suikerbiet in zijn verwerkt. Op zijn minst slimme marketing.Volgens algemeen directeur Miklas Dronkers liggen zeker in de voedingsmiddelenindustrie interessante kansen voor het suikerbietenpapier van papierproducent Crown Van Gelder. Dronkers: ‘Momenteel wordt druk gezocht naar alternatieven voor plastic verpakkingen. En dan kom je al gauw uit bij papier. Voor de verpakking van levensmiddelen heb je echter wel verse vezels nodig. Vanwege de voedselveiligheid kan daar geen gerecyclede vezel voor worden ingezet. De verse vezels halen wij nu uit bomen. Als we andere bruikbare vezels kunnen inzetten met minder druk op het milieu, dan is dat natuurlijk welkom.’

Zeven keer recyclen

Een interessant alternatief blijkt dus de suikerbiet te zijn. ‘In de zoektocht naar andere bruikbare vezels, waaronder bermgras, olifantsgras, aardappelen en stro, liepen we een paar jaar geleden haast toevallig tegen Suikerunie aan.’ The Cosun Beet Company, zoals de suikerproducent zich tegenwoordig noemt, zocht binnen zijn programma ‘Groene Cirkels’ hoogwaardige toepassingen voor de pulp, de grootste reststroom van de suikerproductie. Die suikerbietenpulp eindigt traditioneel als veevoeder. Her en der wordt het ook vergast om er groen gas van te maken.

papier‘Het was een schot in de roos,’ stelt Dronkers. ‘Suikerbietenpulp blijkt heel veel bruikbare cellulose-vezels te bevatten en relatief weinig onbruikbare lignine. Even een vergelijking: in aardappelen zit één procent bruikbare vezel, in suikerbieten maar liefst twintig procent. Bovendien is de vezel net als houtvezels van bomen zo’n zeven keer te recyclen in papier en karton. En vergeet niet dat we een reststroom gebruiken en dat er geen chemicaliën nodig zijn om de vezels aan het papier toe te voegen.’

Zestien procent

Een groot voordeel ten opzichte van bomen is dat suikerbieten veel sneller groeien. Een bietenveld van een hectare vangt jaarlijks ongeveer dertig ton CO2 af. Een bos neemt in dezelfde tijd drie ton CO2 op. Voordeel is verder dat de vezels niet van ver hoeven te komen, uit Scandinavië, Zuid-Europa, of zelfs Zuid-Amerika. Elke week komt nu 3.000 ton aan houtvezels via de haven van Vlissingen aan in Velsen-Noord, waar de papierfabriek staat van Crown Van Gelder. De suikerbietvezels komen echter van veel dichterbij. Uit de reststromen van de suikerfabrieken van Cosun in Groningen en Noord-Brabant.

Ook de geringe afstand heeft impact op de totale footprint. ‘We hebben de milieu-afdruk laten berekenen. Vervanging van hout- door suikerbietvezels levert een milieuwinst op van tachtig procent. Vanaf het nieuwe jaar kunnen we twintig procent van de houtvezels vervangen. In totaal levert dat dus een verbetering van de milieu-afdruk op van zestien procent. Door de kortere transportafstanden is er bijvoorbeeld ook minder uitstoot van fijnstof.’

‘Suikerbietenpulp blijkt heel veel bruikbare cellulose-vezels te bevatten en relatief weinig onbruikbare lignine.’

Miklas Dronkers, CEO Crown Van Gelder

Natuurlijk rijst de vraag of er niet een groter deel is te vervangen. Maar dat lijkt vooralsnog niet mogelijk. ‘We gaan al een stuk verder dan bij experimenten elders op kleine schaal. Uit het meeste onderzoek blijkt dat vijftien procent tot nu toe het maximum was. Dus twintig procent is echt veel en dat op industriële schaal. Willen we meer, dan lopen we bijvoorbeeld tegen de grenzen van onze machines aan. Maar we zijn leergierig. Zo blijven we ook andere alternatieve vezels onderzoeken.’

Minder snijverliezen

Crown Van Gelder richt zich de laatste vijftien jaar vooral op de markt van high speed inkjet-printing. ‘In de papierindustrie zijn er vooral grote sites die uitgaan van economy of scale. Vijfentwintig jaar geleden zijn we een andere weg in gegaan. We zijn op zoek gegaan naar niches waar wij sterk kunnen zijn. Vijftien jaar terug was de markt voor het printen met inkjet nog klein, maar die is sinds die tijd enorm gegroeid. Voordeel is dat je in kleine hoeveelheden kunt printen en ook gepersonaliseerd.’

Dronkers pakt er een paar boeken bij. ‘Deze zijn geprint met inkjet-printers. In kwaliteit niet te onderscheiden van gedrukte exemplaren.’ Onder andere in de markt voor wetenschappelijke publicaties heeft printing on demand een enorme vlucht genomen. Dronkers enthousiast: ‘Je bestelt een boek of een andere publicatie, dat overnacht wordt geprint en de volgende dag kun je hem in huis hebben. Voordeel is ook dat je niets op grote afstanden hoeft te verschepen, want de printcentra kunnen overal ter wereld staan. Bovendien is er veel minder papierverlies. Minder snijverliezen en er wordt geen boek te veel gedrukt.’

Picoliter

Inkjetprinten vraagt om specifieke kwaliteiten van papier. ‘De techniek is heel anders dan bij offsetdruk. Zo’n boek wordt in totaal in zes seconden geprint. Je moet je voorstellen dat de printers dus in zeer korte tijd enorm veel kleine druppeltjes op het papier spuiten. Druppeltjes van een paar picoliter. Het pigment moet op de juiste plaats blijven, maar het water waarin het is opgelost moet binnen een milliseconde in het papier worden afgevoerd. Voordat de volgende druppeltjes het papier raken. Anders gaat de inkt vermengen, met onscherpe beelden als gevolg.’
Het papier moet daarom meer doorlatend zijn dan bijvoorbeeld drukpapier. ‘Bij offsetdruk is de inkt veel viskeuzer en moet het gladde oppervlak van het papier juist waterafstotend zijn.’

tekst gaat verder onder de afbeelding

papier

‘Vanaf het nieuwe jaar kunnen we twintig procent van de houtvezels vervangen. Dat levert een verbetering van de milieu-afdruk op van zestien procent.’

Miklas Dronkers, CEO Crown Van Gelder

Hoge kwaliteit papier

Crown Van Gelder is daarom continu bezig met het verbeteren van het papier. En in verschillende variaties. ‘We maken hier maar liefst tachtig verschillende papiersoorten voor inkjet. Zo heeft elk printermerk eigen specificaties. Canon, Fuji en bijvoorbeeld HP werken net met een andere techniek of inkt die ook om een net andere samenstelling van het papier vraagt. Bovendien leveren we verschillende grammages en meerdere varianten van de kleur wit.’
Het vraagt ook om heel veel kennisopbouw en een goede samenwerking met verschillende partijen. Bijvoorbeeld met de printerfabrikanten, printcentra, maar vooral ook met de eindklanten.

De verkopers van de papierfabriek moeten daarom inhoudelijk zeer goed onderlegd zijn en het liefst met de eindklanten in contact komen. Grote merken van voedingsmiddelen bijvoorbeeld. Zij willen graag concurrerend zijn op het gebied van milieuvriendelijkheid. Omdat ze daar marktvoordeel uit kunnen halen. Dronkers: ‘Maar de milieuwinst moeten ze vaak wel bij partners uit de productieketen halen. Tegelijkertijd willen ze er niet meer voor betalen. De Ebita blijft op één staan.’

Dat vraagt om veel afstemming. Op het eerste oog kunnen duurzamere oplossingen bijvoorbeeld duurder lijken. ‘Als een papiersoort meer kost, maar er uiteindelijk minder verliezen zijn bij de verwerking en het printen, dan kunnen de totale kosten juist dalen. Het milieuvoordeel van inkjet is dat je bovendien minder papier gebruikt. Dat verhaal moeten we de klanten wel zelf gaan vertellen.’

Vibers maakt papier, karton, bioplastic en biobeton van olifantsgras. Een gewas dat al dertig jaar in Nederland groeit en van origine als stalstrooisel en brandstof werd gebruikt. Vibers haalt nu van elke hectare twintig ton grondstof per jaar af. In totaal heeft het bedrijf zo’n honderd hectare aan olifantsgras beschikbaar. Oprichter Jan-Govert van Gilst vertelt hoe ze van het olifantsgras producten maken. 

Hoe ben je op het idee gekomen om producten van olifantsgras te maken?

‘Tijdens een vakantie in Borneo in 2009 zag ik regenwoud worden gekapt voor palmolieplantages en zag ik voor het eerst plastic soep. Iedere morgen spoelde er een halve meter hoog plastic aan. Bizar om te zien. Ik wilde daar iets mee doen, nam ontslag en startte een eigen bedrijf. Ik ben begonnen met bamboe, maar dat bleek niet zo’n goed idee. Samen met de Universiteit van Wageningen kwam ik uiteindelijk bij olifantsgras uit. Dit groeit snel, bevat bouwstenen om producten van te maken en kan veel CO2 vastleggen (vier keer meer dan een Europees bos, red.).’

Waar groeit het olifantsgras waar jullie producten van maken?

‘Wij maken gebruik van marginale gronden. Veel bedrijven hebben bijvoorbeeld een stukje grond waar ze misschien nog een keer wat op gaan bouwen. Bij een spuitgietfabriek hebben wij bijvoorbeeld twee hectare olifantsgras staan. Daar maken zij weer lunchboxen van. Ook bij Sabic in Bergen op Zoom is olifantsgras gepland. Daar staat op een bord bij: hier groeit het dashboard van de toekomst. Zo inspireer je ook weer mensen die daar langs komen.’

‘Daarnaast hebben boeren een Europese doelstelling om vijf procent van hun areaal te beplanten met een gewas dat de biodiversiteit bevordert. Olifantsgras staat op die lijst. Vaak gebruiken de boeren een hoekje waar ze verder niks mee kunnen. Olifantsgras is heel arbeidsextensief. Je plant het één keer aan en dan kan je het twintig jaar oogsten. Je hoeft er na het planten vrijwel niks aan te doen. Het gewas laat in het najaar zijn bladeren vallen, waarna allerlei insecten en dieren daar hun plekje vinden.’

Hoe maak je producten van het olifantsgras?

‘We gebruiken de vezels uit de plant om daar materialen mee te verduurzamen. We hebben een wereldwijd gepatenteerd proces ontwikkeld waarmee we de vezel op maat kunnen maken voor de toepassing waarin hij wordt gebruikt. Beton heeft een andere vezel dan bioplastic en papier. Het mooie is dat onze materialen kunnen worden gebruikt op bestaande machinelijnen. Bedrijven hoeven daarin geen investeringen te doen en kunnen toch hun product verduurzamen.’

Industrielinqs nu 3 maanden gratis ontvangen?

Dit artikel komt uit de eerste editie van het Industrielinqs magazine, dat zich richt op de procesindustrie, energiesector en onderlinge infrastructuur. Met het magazine verbinden we industriële ketens zodat ze van elkaar kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: innovatie, energietransitie, onderhoud en veiligheid.

Gebruik kortingscode ILQS20GRATIS voor een gratis proefabonnement

Heb je daar voorbeelden van?

‘Ik ben eerst begonnen met het maken van papier. Daar wordt houtpulp voor gebruikt. Door onze vezels is twintig procent minder pulp nodig. Ook wordt plaatmateriaal van bijvoorbeeld de borden in supermarkten waar reclame op staat van Vibers bioplastic gemaakt. We kunnen ze ook weer recyclen. Zo verduurzaam je een heel productieproces.’

Hoe produceren jullie de vezels?

‘Wij produceren helemaal niets zelf. Dat is heel bewust gedaan. We doen dat op verschillende locaties met verschillende lokale bedrijven. Als je alles zelf doet, dan kan je maar een beperkt deel van de markt bedienen. Terwijl als je samenwerkt met veel productiebedrijven en je zorgt dat het past op bestaande processen, dan is het een lage drempel om mee te doen. Ik zoek de samenwerking met veel bedrijven, waardoor de impact wordt vergroot. Uiteindelijk is het het belangrijkste dat het gebeurt.’

‘Het mooie is dat onze materialen kunnen worden gebruikt op bestaande machinelijnen.’

Jan-Govert van Gilst, oprichter Vibers

Kunnen jullie concurreren met anderen?

‘Toen we net waren begonnen, was er al veel interesse. Maar ze vonden het wel duur. Als je groeit, wordt het product steeds goedkoper. Inmiddels zijn we best wel concurrerend, zeker tegenover andere biomaterialen. Er worden al heel wat producten gemaakt met onze vezels. Denk aan plaatmateriaal, meubels en de bloempotten voor de Jumbo en Nationale Postcodeloterij.’

Wat is jouw droom voor de toekomst?

‘Mijn droom is dat iedereen straks iets van Vibers in huis heeft. Dat ik in de supermarkt loop en dat groenteverpakkingen niet van plastic zijn, maar van Vibers bioplastic.’

RWE test in de Amercentrale een nieuwe duurzame biogrondstof. In Geertruidenberg onderzoekt het bedrijf of duurzame elektriciteit en warmte kunnen worden geproduceerd uit bagasse, een vezelachtig restproduct dat overblijft na duurzame rietsuikerteelt. De test duurt tien tot veertien dagen en is afgelopen dinsdag gestart.

Met de test wil RWE een volgende stap zetten en nagaan wat de technische potentie is van bagasse als duurzame biogrondstof. Het is een restproduct waarvan momenteel een enorm potentieel onbenut blijft volgens Taco Douma, directeur Continental Europe bij RWE. ‘Ook gaan we na op welke wijze we lokale suikerriettelers kunnen helpen bij het optimaliseren van hun productieprocessen.’ Het suikerriet komt uit Brazilië.

RWE onderzoekt met de test technische aspecten onderzocht, zoals logistiek, opslag, verbranding en emissies van bagasse-pellets. Ook kijkt ze naar de samenstelling van reststoffen (vlieg-, gips- en bodemas) die overblijven en geschikt zijn voor hoogwaardige toepassing in wegen- en woningbouw.

In de Amercentrale worden op het moment verschillende brandstoffen gebruikt. De belangrijkste zijn steenkool en biomassa. Biomassa komt binnen in de vorm van houtpellets.

Vattenfall stelt de definitieve beslissing over de omstreden biomassacentrale Diemen uit tot volgend jaar. Biomassa kwam onder vuur te staan na uitspraken van milieuorganisaties over het effect ervan op klimaatverandering. CEO Martijn Hagens wil eerst een duidelijk politiek kader rondom biomassa voor hij verder gaat met de beoordeling van het project.

Door de aanhoudende discussie vanuit politiek, gemeenten en maatschappelijke organisaties over de plannen voor de nog te bouwen biomassacentrale in Diemen is het voor Vattenfall essentieel dat de Nederlandse overheid na de zomer met een duidelijk duurzaamheidskader voor biomassa komt. Vattenfall heeft besloten om met de uitkomsten hiervan opnieuw in gesprek te gaan met betrokken partijen vóórdat een definitief besluit over de bouw zal worden genomen.

Duurzaam

Vanuit de ambitie van Vattenfall om het mogelijk te maken om binnen één generatie fossielvrij te leven, en vanuit de verplichtingen onder de warmtewet en de eisen die aan nieuwbouwwoningen worden gesteld om te verduurzamen, werkt het bedrijf aan een overstap van warmte uit de gascentrales in Diemen naar warmte uit duurzame bronnen.

Van deze duurzame opties is alleen biomassa op korte termijn op grote schaal beschikbaar. In Zweden heeft het bedrijf jarenlange ervaring met de inzet van deze brandstof. Vattenfall is ervan overtuigd biomassa op een verantwoorde, duurzame manier te kunnen toepassen in Diemen. Tegelijk werken de Zwedenhard door aan de ontwikkeling van de andere warmtebronnen. Deze kunnen op termijn de rol van de biomassacentrale.

Nuance

Martijn Hagens, CEO Vattenfall Nederland: ‘We zien de publieke discussie rond biomassa toenemen. We zijn niet doof voor dit geluid, maar we missen wél de nuance in het debat. Bovendien ontbreekt het op dit moment aan een duidelijke stem van de Nederlandse overheid en de ondertekenaars van het Klimaatakkoord vóór biomassa. We hebben daarom besloten dat we opnieuw met betrokkenen in gesprek gaan vóórdat we een definitief en onherroepelijk besluit nemen tot de bouw van de biomassacentrale in Diemen.

Voor ons is daarbij de eerste stap dat de Nederlandse overheid nu met duidelijkheid moet komen hoe verder te gaan met biomassa voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Naar verwachting publiceert de Nederlandse overheid binnenkort een duurzaamheidskader voor biomassa dat beschrijft onder welke voorwaarden biomassa een breed gedragen bijdrage aan onze klimaatdoelen kan leveren. Ondertussen blijven we doorwerken aan de voorbereidingen van dit project, zoals we hebben afgesproken in het Klimaatakkoord. We verwachten een definitief besluit te kunnen nemen na volgend jaar zomer.’

Houtige biomassa is zeventig tot ruim negentig procent klimaatvriendelijker dan aardgas, blijkt uit onderzoek van Royal HaskoningDHV in opdracht van de NVDE. Het onderzoek vergeleek de emissies van houtige biomassa en van aardgas. In beide gevallen werd de broeikasgasemissie van de hele keten bekeken: van bos of gaswinning tot en met de levering van warmte aan huizen en industrie.

Bij het gebruiken van biomassa voor warmteproductie komen gemiddeld meer verzurende en vermestende verbindingen en fijnstof vrij dan bij aardgas. Om de effecten door emissies van broeikasgassen en schadelijke stoffen onderling te vergelijken zijn beide omgerekend in milieukosten. Per saldo liggen de totale milieuschadekosten bij de biomassaketens ruimschoots lager dan bij de gasketens. Dit betekent dat de maatschappelijke winst van CO2-reductie beduidend groter is dan de schade van andere stoffen.

Biomassa klimaatvriendelijker

Royal HaskoningDHV onderzocht wat er gebeurt met de emissies door warmtelevering bij het aardgasvrij maken van woningen door gasgestookte CV-ketels te vervangen door een nieuw aan te leggen warmtenet, gevoed door een biomassaketel. Ook onderzocht ze datzelfde effect bij het vervangen van een aardgasketel voor stoomlevering voor industriële processen door een biomassaketel.

Het onderzoek beschouwde vier vormen van biomassa: houtsnippers uit onderhoud aan bos en plantsoenen in Nederland; houtpellets uit pulphout uit bos uit de VS; reststromen uit de VS; en houtpellets uit de Baltische Staten. Ze vergeleek dit met aardgas uit Rusland, Noorwegen en Qatar. De studie focust op de broeikasgasemissies in de ketens van houtige biomassa en aardgas.

Andere aspecten van deze vergelijking werden niet in detail beschouwd, zoals de effecten van biomassagebruik op bosbeheer en de leefomgeving in de regio van herkomst, de koolstofbalans en biodiversiteit, en de geopolitieke dimensie van import. Ook is ervan uitgegaan dat de gebruikte biomassa voldoet aan de geldende duurzaamheideisen.

Duurzaamheid aardgas-import

Volgens Royal HaskoningDHV is er grote onzekerheid over de methaan-emissies bij productie en transport in Rusland. De werkelijke emissies zijn mogelijk significant hoger dan waarmee nu is gerekend. Dat betekent dat de klimaatvoordelen van biomassa nog groter zouden zijn. De NVDE pleit ervoor dat er voor aardgas ook duurzaamheidscriteria gaan gelden, zoals die er al zijn voor biomassa. Van der Gaag: ‘Nederland is importeur van aardgas en heeft aardgas ook nog een tijd nodig. Daarom is het van belang dat ook deze keten transparant en zo duurzaam mogelijk is.’

Het afgelopen jaar hebben Europese onderzoeksinstituten tien kilo bio-ethanol en acht kilo bio-butanol uit zeewier geproduceerd. Daarop heeft een personenauto de eerste tachtig kilometer gereden. Daarmee is het Europese project MacroFuels is er in geslaagd om volwaardige brandstof uit zeewier te maken. 

Met het vorig jaar geopende zeewierlaboratorium leverde TNO een belangrijke bijdrage.  In het MacroFuels-project bewerkte TNO in het laboratorium de zeewier tot een grondstof voor de productie van deze brandstoffen. Deze grondstof is vervolgens door partner Universiteit Wageningen omgezet in biobutanol. Danish Technological Institute (DTI) heeft de bio-ethanol uit zeewier geproduceerd.

Filerijden

Door de biobrandstoffen te mengen met fossiele brandstoffen zijn E10- en B10-brandstof geproduceerd (10 procent biobrandstof bijgemengd) waar hedendaagse auto’s op kunnen rijden. In totaal is er circa honderd liter brandstof met bio-ethanol aangemaakt en werd ook honderd liter brandstof gemengd met bio-butanol. Vervolgens zijn er rijtesten met een personenauto op de weg in Denemarken uitgevoerd. Diverse soorten rijgedrag, van filerijden tot op de snelweg rijden, werden getest. Aangetoond werd dat de “zeewierbrandstoffen” hetzelfde werken als de reguliere brandstoffen, in termen van gebruik en emissies. Het doel is om aan te tonen dat het assortiment duurzame brandstoffen uitgebreid kan worden met de grondstof zeewier.

Bioraffinaderijen

Het TNO zeewier programma zal zich de komende jaren richten op optimalisering van het proces om biobrandstoffen te produceren zodat opschaling en kostenbesparing mogelijk wordt. Het doel van de Hernieuwbare energie EU richtlijn is om in 2030 in het transport (luchtvaart, zwaar wegverkeer en binnenvaart veertien procent hernieuwbare brandstoffen te gebruiken waarvan 3,5 procent geavanceerde biobrandstoffen zoals die uit zeewier. Dit betekent dat er dan 175-350 bioraffinaderijen in Europa moeten staan. TNO zal de komende jaren een bijdrage blijven leveren met het onderzoek in het zeewierlaboratorium.

Bioplastics

De combinatie van de productie van biobrandstoffen met andere hoogwaardige producten uit zeewier is een veelbelovend vooruitzicht. De kennis die TNO heeft ontwikkeld in het zeewierlaboratorium is toepaspaar voor een breed scala aan zeewiertoepassingen van voedingsmiddelen, bioplastics tot biobrandstoffen.

Eneco nam de BioWarmte Installatie op het industrieterrein Lage Weide officieel in gebruik. De installatie zet duurzame biomassa van snoeihout in voor de levering van stadswamte.

De BioWarmte Installatie staat naast de bestaande energiecentrale van Eneco op industrieterrein Lage Weide. Bij de bepaling van de locatie op het terrein koos Eneco ervoor om de afstand tot de stadkant zo groot mogelijk te maken. Daardoor ligt de BWI dichter bij de A2. Hierdoor is ook de aanvoerroute van de biomassa zo kort mogelijk. Eneco verkreeg een vergunning voor een installatie die zestig megawattuur aan brandstof omzet naar duurzame warmte.

De realisatie van de installatie vond plaats in twee fasen. De eerste fase levert al vanaf augustus duurzame warmte aan warmteklanten van Eneco in Utrecht en Nieuwegein. De bouw van de tweede fase is inmiddels gestart zodat er in 2020 aan maar liefst 45.000 klanten in Utrecht en Nieuwegein duurzame warmte kan worden geleverd.

Automatisch

Jaarlijks verwerkt de BioWarmte Installatie 180.000 ton tot maximaal 225.000 ton biomassa. De hoeveelheid hangt sterk af van het vochtgehalte van de biomassa. In de opslaghal hangen twee grote kranen met poliepgrijpers. Deze twee kranen maken  de vrachtwagen dumppits leeg nadat een vrachtwagen is geweest, mengen de biomassa in de opslaghal en voorzien de ketels van brandstof als ze dit nodig hebben. Dit proces gebeurt geheel automatisch. Het kraansysteem ‘ziet’ vrachtwagens, de biomassaopslag en of een ketel brandstof nodig heeft.

Roosterbed

De verbrandingsketel gebruikt een roosterbed. Bij deze techniek blaast men voorverwarmde lucht door een hydraulische beweegbaar rooster waarop de te verbranden biomassa ligt. De biomassa verbrandt doordat de temperatuur in de verbrandingsketel ongeveer negenhonderd graden Celsius is.

De warme rookgassen gaan naar het tweede deel van de ketel waar enkele warmtewisselaars de warme lucht afgegeven aan een watercircuit dat water van zo’n 170 graden Celsius maakt. Dit warme water wordt direct het stadswarmtenet ingepompt. Hiervoor wordt de temperatuur van het water teruggebracht naar 85 tot 140 graden Celsius, afhankelijk hoe koud het buiten is. In de winter transporteert Eneco warmer water naar Utrecht en Nieuwegein dan in de zomer.

Soms hebben we in het Noorden het idee dat ze ons vergeten’, stelt Hendrik van der Ploeg. Of dat de aandacht in Den Haag voor het Noorden vaak maar oppervlakkig is. ‘Zo is er in de Eemshaven wel een haven aangelegd, maar voor de ontsluiting zijn ze vergeten om een snelweg aan te leggen. Nu is deze moderne zeehaven alleen bereikbaar via een veredeld karrespoor’, stelt de directeur van Emmtec in de komende editie van het vakblad iMaintain. 

Dit staat volgens hem in schril contrast met de aanwezige energie-infrastructuur in Noord-Nederland. ‘Er ligt hier een geweldig energienet, met name voor gas. En zelfs ook voor elektriciteit is die omvangrijker dan elders. Misschien ligt hier wel het beste energienetwerk ter wereld.’

Industriepark

Met deze assets ziet Van der Ploeg ook een grote rol voor Noord-Nederland in de gewenste energietransitie. ‘Ik geloof niet zo in enkelvoudige oplossingen, maar ik denk dat waterstof wel een belangrijke rol gaat spelen bij de transitie. Vooral ook omdat waterstof ook andere ontwikkelingen kan versterken.’

Emmtec wil graag onderdeel zijn van deze ontwikkelingen. Zo is het industriepark in Emmen  onder meer betrokken bij het project Hydrogen Valley. Doel daarvan is de ontwikkeling van een groene waterstofketen in Noord-Nederland. Het gaat om een publiek-private samenwerking met een totale projectomvang van 90 miljoen euro, waarvan 20 miljoen uit een Europese subsidie komt.

Biomassa

Voor Emmtec zijn deze ontwikkelingen vooral belangrijk om haar klanten op het park zekerheid te geven, voor nu en in de toekomst. En dat ze ook vol kunnen participeren in de energietransitie die nodig is. De levering van alle vormen van energie en water is immers een van de belangrijkste taken van de beheerder van het industriepark.

En flexibiliteit wordt daarbij nog belangrijker. ‘In de toekomst willen we minder aardgas inzetten en dan moeten we nu al alternatieven ontwikkelen. Daarvoor zien we twee belangrijke routes. Naast waterstof zal ook biomassa steeds belangrijker worden.’