BP Archieven - Utilities

Bp en Microsoft kondigen aan samen te werken als strategische partners om de digitale transformatie in energiesystemen te bevorderen. De bedrijven koppelen de gezamenlijke ambities om de CO2-emissies tegen 2050 volledig uit te bannen.  

Eerder dit jaar kondigde bp aan dat het de ambitie heeft om tegen 2050 of eerder een netto nul-emissiebedrijf te worden en de wereld te helpen om de netto nul emissie te bereiken. Tegen het einde van het decennium wil het bedrijf ongeveer vijftig gigawatt netto hernieuwbare productiecapaciteit hebben ontwikkeld. Dit betekent een twintigvoudige toename van de huidige capaciteit  en een vertienvoudiging van de huidige duurzame investeringen tot ongeveer vijf miljard dollar. Tegelijkertijd wil bp zijn  olie- en gasproductie met veertig procent verminderen.

In januari 2020 kondigde Microsoft zijn doel aan om tegen 2030 koolstofnegatief te zijn. En meer koolstof uit het milieu te verwijderen dan het sinds zijn oprichting tegen 2050 heeft uitgestoten.

Nul emissie

William Lin, bp executive vice van bp: ‘Bp is vastbesloten om tot netto nul emissie te komen en de wereld te helpen hetzelfde te doen. Niemand kan het alleen doen. Partnerships met bedrijven zoals Microsoft, met gelijkgerichte ambities, zullen de sleutel zijn om dit te bereiken. Door onze complementaire vaardigheden en ervaring samen te brengen, helpen we elkaar bij het realiseren van onze decarbonisatie-ambities. Bovendien creëren we mogelijkheden om anderen te ondersteunen op hun weg naar het verminderen van hun CO2-uitstoot.’

Co-innovatie

Een memorandum of understanding (MOU) onderschrijft de mogelijkheden die beide bedrijven kunnen bieden om de vooruitgang naar hun duurzaamheidsdoelstellingen te versnellen. Hun gezamenlijke inspanningen zullen in eerste instantie gericht zijn op vier gebieden die Microsoft’s digitale expertise combineren met bp’s inzicht in de energiemarkten.

  1. Slimme en schone steden – het identificeren van synergieën tussen het ‘Smart Cities’-initiatief van Microsoft en de ‘Clean Cities’-visie van bp.
  2. Schone energieparken – co-ontwikkeling van innovatieve, schone energieparken met een ecosysteem van koolstofarme technologieën zoals het gebruik en de opslag van koolstofdioxide (CCUS) om emissies te voorkomen of te verminderen.
  3. Consumentenenergie – het verkennen van innovatieve manieren om de kracht van datagestuurde, gepersonaliseerde, bruikbare inzichten te benutten om energieconsumenten in staat te stellen hun energieverbruik in huis te beheren en de uitstoot van koolstof te verminderen.
  4. Industrial Internet of Things (IoT) oplossingen – het leveren van een ‘intelligent randje’ aan mogelijkheden voor bp productie en operationele faciliteiten.

BP Raffinaderij Rotterdam heeft het afgelopen jaar een haalbaarheidsonderzoek laten doen naar een fabriek voor groene waterstof in de Europoort.  CEO Ruben Beens van BP Netherlands, stelt op de site van de VNPI dat de techniek hiervoor aanwezig is, maar dat het verdienmodel nog wankel is en om actie van de overheid vraagt.

Vanaf januari 2017 onderzocht BP wat de technische, economische en juridische haalbaarheid is van een power-to-gas-plant op het raffinaderijterrein  in Rotterdam. Dat deed het oliebedrijf samen met het Havenbedrijf Rotterdam, TNO, Smartport, Uniper en Joulz. Daarbij ging het om  een installatie die duurzaam opgewekte elektriciteit omzet in waterstof.

Draagvlak

De komende decennia komt door de realisatie van nieuwe windparken op de Noordzee veel groene stroom beschikbaar.  Deze stroom komt via het netwerk van TenneT onder andere op de Maasvlakte aan land. In een power-to-gas-fabriek kunnen met deze groene stroom via elektrolyse watermoleculen gesplitst worden in zuurstof en waterstof. En met name om die ‘groene’ waterstof is het BP te doen.  Beens: ‘We weten dat we niet van de ene op de andere dag met olie kunnen stoppen, de vraag naar olie zal de komende jaren alleen maar stijgen. Daarom is het goed om naar je productieproces te kijken en te onderzoeken hoe je ervoor kunt zorgen dat er meer duurzame elementen gebruikt kunnen worden, waardoor je de CO2-uitstoot en de kosten die daarmee gemoeid zijn verminderd.’

Het is echter nog geen eentweetje.  ‘Het zou het mooiste zijn als we zelf een waterstoffabriek zouden kunnen bouwen. Maar daar zijn wel een aantal dingen voor nodig. Enerzijds moet je een goede businesscase hebben. Het maken van waterstof door middel van elektrolyse blijkt namelijk nog erg kostbaar. Anderzijds moet wanneer je duurzame energie gaat gebruiken in het productieproces van fossiele energie, daar wel maatschappelijk draagvlak voor zijn. De komende tijd zullen wij gebruiken om met verschillende partijen te kijken hoe we hier concreet invulling aan gaan geven.”

Credits

Daarbij is volgens Beens hulp van de overheid nodig. ‘Zo zoeken we contact met de overheid om de wetgeving aan te passen. Wij praten direct met het ministerie van I&W, maar ook in Brussel, via ons Brusselse kantoor.’ Er ligt hier volgens hem ook een rol voor de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) om dit op de agenda te zetten. ‘Op dit moment is er namelijk nog geen voorziening in de wet om van groene stroom waterstof te maken. We krijgen er geen credits voor, terwijl je die wel krijgt bij het bijmengen van biobrandstoffen. Uiteindelijk is het doel om minder CO2 uit te stoten. Deze techniek kan daartoe bijdragen. Maar daar moet wel een juridisch kader voor zijn om dat ook te kunnen doen. Op dit moment ontbreekt dat, terwijl dat kader zou helpen om de businesscase aantrekkelijk te maken.’

Olieconcern BP neemt een aandeel van 43 procent in het bedrijf Lightsource, een ontwikkelaar en exploitant van zonne-energieprojecten in Europa. Hiermee is een investering van 200 miljoen dollar gemoeid. Het bedrijf zal voortaan Lightsource BP heten.

Volgens BP’s Energy Outlook-analyse zal zonne-energie tegen 2035 waarschijnlijk ongeveer een derde van het totale hernieuwbare vermogen van de wereld genereren en tot tien procent van het totale mondiale vermogen.

Voor BP betekent het partnership een aanvulling op haar bestaande activiteiten op het gebied van alternatieve energie. BP Wind Energy heeft belangen in onshore windenergie in de VS met een totale bruto productiecapaciteit van 2,3 gigawatt. BP Biofuels heeft fabrieken in Brazilië, die per jaar ongeveer 800 miljoen liter ethanolequivalent produceren en koolstofarme energie produceren voor het nationale net van Brazilië.

De Californische steden San Francisco en Oakland dagen vijf oliebedrijven, waaronder Shell, voor de rechter om de kosten te verhalen voor het verstevigen van de kustverdediging. De steden verwijten de bedrijven dat ze olie bleven oppompen terwijl ze wisten dat de emissies van fossiele brandstoffen de zeespiegel konden laten stijgen.

Chevron, ConocoPhilips, ExxonMobil, BP en Shell behoren tot de top tien grootste en rijkste oliebedrijven ter wereld. De bedrijven hebben volgens de aanklagers vijftig jaar lang geweten dat CO2-emissies de zeespiegel laten stijgen, maar vooral inspanningen verricht om dit te ontkennen. De rechtszaak wordt dan ook wel vergeleken met de zaak tegen de tabaksindustrie, die bleef ontkennen dat roken longkanker veroorzaakt.

Een aantal Californische steden zegt de komende vijftien jaar maatregelen te moeten nemen tegen overstromingen. Smeltende ijslagen in Groenland en Antarctica laten de zeespiegel de komende jaren stijgen en noodzaken de kuststeden om hun dijken op te hogen. Met name de armere steden zeggen dit niet te kunnen betalen en willen de kosten verhalen op de, volgens hen, veroorzakers van de zeespiegelstijging.

De bedrijven, als ze al reageren op de aantijgingen, menen dat niet de rechtbank, maar de politiek beslist hoe de energietransitie wordt vormgegeven.