CCU Archieven - Utilities

We moeten niet raar opkijken als Covestro uiteindelijk naast chemieproducent ook een belangrijke recycler wordt. Afvalplastic, biomassa en CO zullen de nieuwe grondstoffen worden voor de chemische industrie. En ook “dead dog” CO2 wordt gereanimeerd.

Een paar jaar geleden baarde Covestro opzien met het gebruik van CO2 als grondstof. In het Duitse Dormagen slaagde het chemiebedrijf erin twintig procent van de grondstof op basis van aardolie te vervangen door kooldioxide voor de productie van grondstoffen voor polyurethaanschuim. Een ultieme vorm van recycling, zo lijkt het.

Verwachtingen

Toch temperde chief technology officer Klaus Schäfer het enthousiasme enigszins in een eerder interview. Zoals het een technicus betaamt. De situatie in Dormagen is uitzonderlijk. Er is veel zuivere CO2 beschikbaar en vooral een overvloed aan energie uit een exotherm proces in een naastgelegen fabriek. “CO2 is een dead dog“, zei Schäfer destijds. Er is een enorme hoeveelheid energie nodig om het weer tot leven te wekken, om er een chemische bouwsteen of brandstof van te maken. En dan moet dat ook nog met de juiste katalysator gebeuren. Volgens de CTO van Covestro moeten we geen overdreven verwachtingen hebben dat de recycling van CO2 op industriële schaal heel snel van de grond zal komen.

Eenvoudiger bouwsteen

Toch zijn er nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld als het gaat om het gebruik van rookgassen uit de staalindustrie. Samen met ArcelorMittal en diverse andere partners, waaronder kennisinstellingen, onderzoekt Covestro de mogelijkheden om koolmonoxide (CO) en kooldioxide om te zetten in chemische bouwstenen. Uit een tussentijds rapport bleek onlangs dat de mogelijkheden veelbelovend zijn. Vooral voor regio’s waar chemische industrie en staalindustrie dicht bij elkaar liggen.

Een andere opvallende conclusie is dat een mengsel van CO, CO2 en waterstof de beste resultaten oplevert. Schäfer, die CO in het eerdere interview had omschreven als een “levendige puppy”, ziet het als een mooi mengsel. ‘Koolmonoxide heeft een veel hoger energieniveau dan kooldioxide en is daarom een veel makkelijker te verwerken chemische bouwsteen. Ik weet dat chemici het anders zouden omschrijven, maar je zou kunnen zeggen dat CO2 energie leent van CO.’

CCS

Het lijkt erop dat Duitse chemiebedrijven zich meer richten op het hergebruik van CO2 dan op ondergrondse opslag, zoals in gasvelden voor de Nederlandse kust. Schäfer is zich ervan bewust dat de situatie grotendeels de oplossingen dicteert. Hij is dan ook minder kritisch over de CCS-plannen van bijvoorbeeld de havens van Rotterdam en Antwerpen. ‘In Duitsland zijn er gewoon minder mogelijkheden, dus moeten we op zoek naar andere oplossingen’, aldus Schäfer.

Levenscyclus

Hergebruik van CO2 is een van de paden die Covestro wil bewandelen om volledig circulair te worden. Die ambitie sprak topman Markus Steilemann vorig jaar al uit. Het chemieconcern wil zijn productiefaciliteiten wereldwijd ombouwen naar alternatieve grondstoffen, zoals biomassa, maar vooral ook kunststofafval en hernieuwbare energie. Uiteindelijk zal Covestro naast producent van chemicaliën ook een innovatieve recycler worden. De producten moeten ook steeds beter worden voorbereid op latere recycling.

Chemische recycling is daarbij een belangrijk speerpunt. Hierbij worden afvalplastics weer afgebroken tot kleinere chemische moleculen. Deze dienen als grondstof voor bestaande chemische processen. In tegenstelling tot mechanische recycling, waarbij de chemische structuur van de polymeren behouden blijft, staat chemische recycling nog in de kinderschoenen.

Maar het is een belangrijke stap in de richting van massale recycling van kunststoffen, stelt Schäfer. Bij mechanische recycling breekt de polymeerstructuur van kunststoffen na een aantal keren af. Bovendien zijn verschillende kunststoffen gewoon niet recycleerbaar. Het voordeel van chemische recycling is dat je kunststoffen terugbrengt tot het oorspronkelijke molecuul of tussenproduct, dat je vervolgens kunt gebruiken als drop-in oplossing in het productieproces. Op die manier kan de levenscyclus van deze producten steeds opnieuw beginnen.

Blockchain

De circulaire ambities van Covestro vergen nog veel innovaties, en niet alleen op het gebied van chemische procestechnologie en bijvoorbeeld katalysatoren. Ook nieuwe ICT-oplossingen kunnen een bijdrage leveren. Zo is Covestro nauw betrokken bij het Nederlandse bedrijf Circularise. Dit bedrijf heeft op basis van blockchain een methode ontwikkeld om de herkomst van materialen te traceren. Tegelijkertijd worden de privacy en vertrouwelijkheid van gegevens gewaarborgd. Op die manier kan elke producent en consument de herkomst van de materialen nagaan.

Site Antwerpen

Naast alternatieve grondstoffen zoals afgedankte materialen, CO2 en biomassa is ook hernieuwbare energie noodzakelijk om tot een echt circulaire economie te komen. Covestro zal zijn productie daar dan ook geleidelijk op overschakelen. In een eerste stap betrekt het bedrijf 45 procent van zijn elektriciteitsbehoefte voor de Antwerpse site uit windenergie, geleverd door het Belgische onderdeel van energiebedrijf Engie. Vanaf 2025 zal het bedrijf ook een aanzienlijk deel van zijn elektriciteit voor zijn fabrieken in Duitsland betrekken van een windmolenpark in de Noordzee dat wordt gebouwd door de Deense energieleverancier Ørsted.

Drie partners bundelen hun krachten voor het afvangen en hergebruiken van CO2 in Wallonië. Zij gaan CO2 uit een nieuw type kalkoven combineren met groene waterstof om er methaan van te maken. Daarbij maken ze gebruik van micro-organismen.

De drie partners – Carmeuse, Engie en John Cockerill – integreren reeds beschikbare maar ook nieuwe technologieën. Carmeuse is verantwoordelijk voor de bouw, de ingebruikname en de exploitatie van de innovatieve kalkoven. Het nieuwe eraan is dat deze een geconcentreerde CO₂-stroom mogelijk maakt. De stroom omvat zowel de CO2 uit de stookovens als de CO₂ die vrijkomt bij de omzetting van kalksteen in kalk, uit het proces dus.

John Cockerill is verantwoordelijk voor het ontwerp, de engineering en het in bedrijf nemen van de elektrolyse-installatie. Deze krijgt een capaciteit van 75 megawatt en wordt gebouwd op een site van Engie in de regio van Charleroi. Engie op haar beurt is verantwoordelijk voor de bouw en exploitatie van de elektrolyse-eenheid. En via dochter Storengy ook voor de bouw en de exploitatie van het methanatie-proces.

Archaea

De technologie voor dit laatste proces is van Electrochaea. Dit bedrijf gebruikt micro-organismen, archaea, om kooldioxide samen met waterstof om te zetten in methaan. Electrochaea heeft al meerdere pilots gedaan en er draaien al demofabrieken op industriële schaal, in de Verenigde Staten, Zwitserland en Denemarken.

Volgens de initiatiefnemers kan het project resulteren in een reductie van meer dan 900.000 ton CO₂-uitstoot gedurende de eerste tien jaar. De totale investeringskosten voor het project schatten ze in op meer dan 150 miljoen euro. Als de uitvoering van het project in 2022 van start kan gaan, kunnen de installaties in 2025 operationeel zijn.

Veel technologie voor afvang en hergebruik van CO2 staat nog in de kinderschoenen. Toch zijn een paar toepassingen al dagelijkse praktijk. Denk bijvoorbeeld aan de bemesting van gewassen in tuinbouwkassen en van algen. En een ding was ook duidelijk tijdens het eerste CO2 Smart Use Congres in Rotterdam: de aandacht voor de recycling van CO2 groeit momenteel enorm.

Jarenlang ging het in discussie vooral voor de inzet van CCS, ofwel de afvang en opslag van CO2. En nog steeds is de opslag van grote hoeveelheden CO2 in bijvoorbeeld lege gasvelden onder de Noordzee een serieuze optie. Met name het Rotterdamse Porthos-initiatief is zeer ambitieus op dit terrein. Toch kan het lineair opslaan van CO2 niet op alle bijval rekenen. Het is onder meer niet bepaald circulair. Er wordt waardevolle koolstof zonder enig nut onder de grond gestopt. Volgens verschillende experts komen we echter niet onder CCS uit als we op korte, maar ook langere termijn de CO2-uitstoot drastisch willen reduceren.

Dead dog

De afgelopen jaren is echter steeds meer aandacht gekomen voor circulaire ketens, ook op het gebied van CO2. Bijvoorbeeld als circulaire grondstof voor de chemie, ofwel Carbon Capture and Utilisation (CCU) . Zo zet chemiebedrijf Covestro al enige tijd CO2 om in polyurethaan, waaronder andere matrassen van worden gemaakt. Twintig procent van de in het Duitse Dormagen geproduceerde polyurethaan komt uit kooldioxide. De site in Dormagen heeft echter een belangrijk voordeel: er staat tevens een fabriek waarbij enorm veel CO2 bij vrijkomt. Die energie is nodig om van CO2 ook weer daadwerkelijk tot leven te wekken. Immers CO2 wordt algemeen gezien als een dead dog, ofwel het afvoerputje van de chemie. Er moet enorm veel energie bij om er chemisch wat mee aan te vangen.

Ras tempo

Dat was ook de teneur van bij veel van de sprekers van het CO2 Smart Use Congres. Een belangrijke voorwaarde voor het succes van chemische recycling van CO2 is dat groene energie grootschalig en betaalbaar beschikbaar komt. Volgens sommige experts is de betaalbaarheid slechts een kwestie van tijd. De kostprijs van duurzaam opgewekte stroom daalt wereldwijd enorm. In zonovergoten gebieden duikt de kilowattuurprijs van zonnestroom inmiddels onder de twee cent. En ook windstroom uit de Noordzee wordt in ras tempo goedkoper.

Een groter probleem lijkt de beschikbaarheid van groene stroom. Er moeten bijvoorbeeld nog veel meer windparken op zee worden gebouwd om aan de sterk toenemende vraag naar duurzame stroom te voldoen. Want we willen ook massaal overstappen naar elektrisch rijden, groen waterstof produceren en ook huishoudens verder elektrificeren, stelde prof. Earl Goetheer (TNO) tijdens het congres. Hij verwacht niet dat de groei aan duurzaam opgewekte stroom de komende decennia de sterk toenemende vraag op alle terreinen zal aankunnen.

Koolmonoxide

Het is daarom ook zaak om slim met de mogelijkheden om te gaan. Dat begint natuurlijk bij de ontwikkeling om de CO2-uitstoot bij de bron te reduceren. Ook kan een toenemende inzet van koolmonoxide (CO) als chemische bouwsteen een belangrijke stap zijn. CO is een veel flexibelere bouwsteen dan CO2, eerder een levendige puppy. Nu wordt bijvoorbeeld in de staalindustrie de afgas CO nog grootschalig omgezet in elektriciteit, met een enorme CO2 uitstoot als gevolg. Tata en ArcelorMittal onderzoeken momenteel de mogelijkheden om het CO aan de chemie te leveren. Interessant in dat licht was ook de presentatie van het Deense Haldor Mistoe, dat een technologie ontwikkelt om van CO2 koolmonoxide toemaken.

Dat op andere terreinen de inzet van CO2 al dagelijkse praktijk is, laten Omega Green en Ocap zien. Deze partijen zetten CO2 al daadwerkelijk in voor respectievelijk de bemesting van algen en van gewassen in tuinbouwkassen in de nabijheid van de Rotterdamse industrie. Ook de mineralisatie van CO2, het binden van kooldioxide aan mineralen, is al goed mogelijk. Uitdaging op dat vlak is om daar ook echt geld mee te verdienen. Dat kan als de gemineraliseerde stoffen ook daadwerkelijke bruikbare producten of chemische bouwstenen opleveren.

Summit

Bloc, organisator van het congres, wil de mogelijkheden van CCU nog veel meer op de kaart zetten. Zo organiseert het ook een side-event op 11 december tijdens de European Industry & Energy Summit 2019 in Amsterdam. Lees ook het recente artikel over CCU in Petrochem.

 

Het opvangen en in de grond stoppen van CO2 is op het eerste oog misschien niet de mooiste oplossing. Het is echter wel een van de goedkoopste manieren om CO2-emissies in de lucht te vermijden. Vandaar ook dat Carbon Capture and Storage (CCS) in de subsidielijstjes staat. Weliswaar met een grensbedrag, maar in ieder geval genoeg om met CO2-afvang van start te kunnen gaan. Tijdens de beurs Industrial Heat & Power spraken Hans Wassenaar van AVR, Petrus Postma van Bloc en Arasta Pourkamal van Tebodin 

De betere manier is natuurlijk om het broeikasgas nuttig in te zetten. Dit zogenaamde Carbon Capture and Utilization  (CCU) wordt al een paar jaar toegepast in de glastuinbouw. De Ocap-leiding levert al jaren industriële kooldioxide aan de glastuinbouw in het Westland. De tuinders hoeven daardoor niet zelf hun gaskachels aan te doen om de planten sneller te laten groeien. Maar er staan ook steeds meer bedrijven op die kooldioxide als grondstof gebruiken voor bijvoorbeeld de productie van polyurethaan.

Negatieve emissies

Zeer recent nam ook afvalenergiecentrale AVR in Duiven zijn CO2-afvang installatie in gebruik. Bilfinger Tebodin bouwde de installatie en samen met Hans Wassenaar van AVR zullen zij de technische aspecten en de kansen toelichten van deze voor Nederland nieuwe vorm van CCU. ‘Op zich is de afvangtechnologie niet anders dan we gewend zijn’, zegt De Schutter. ‘Maar waar Ocap een bestaande leiding kon gebruiken, vervoert AVR zijn kooldioxide via vrachtwagens naar de glastuinders. Om dat efficiënt te doen, comprimeren we het gas, zodat het vloeibaar wordt. Het mooie is dat ook andere afvalverbranders met CCU experimenteren en zo eigenlijk negatieve emissies genereren.’

Volume

De Schutter ziet de cap op CCS wel degelijk als potentieel probleem ‘De industrie moet heel snel, heel veel CO2-uitstoot vermijden. Dat kan ze alleen doen als CCS-projecten als Porthos in Rotterdam en Athos in Amsterdam van start gaan en voldoende renderen. Daarvoor is wel volume nodig.’

Derde spreker Petrus Postma van Bloc weet daar alles van. Al wil Postma vooral ervoor zorgen dat niet alle CO2 in de grond verdwijnt. Zo ziet hij kansen voor CO2-mineralisatie en de omzet van CO2 in chemicaliën.

Met een consortium van 22 partijen onderzocht Bloc de haalbaarheid van een CO2 Smart Grid. Het CO2 Smart Grid is een intelligent netwerk van bronnen, infrastructuur en gebruikers die CO2 als grondstof gebruiken voor glastuinbouw, bouwmaterialen, chemicaliën en brandstoffen. Dat systeem is ingebed in een hoogwaardig ecosysteem van industriële clusters, kennisinstellingen, investeringsnetwerken en een stimulerende publieke context. Daarmee kunnen enorme emissiereducties worden gerealiseerd in combinatie met een nieuwe economie.

Het kan uit en er is een markt voor. Sinds 2019 werkt het consortium onder de naam CO2 Smart Use. Zij bouwen nu aan dat ecosysteem door bedrijven aan te trekken, congressen te organiseren en uitdagingen te agenderen.

North Sea Port onderzocht welke infrastructuur nodig is om de klimaatambities waar te maken. Het aanpassen van leidingen en aanleggen alleen al zou zo’n 110 miljoen euro kosten. De aansluiting op andere systemen kost nog eens 130 miljoen euro. Maar dan kunnen de bedrijven in het havengebied  wel hun jaarlijkse CO2-uitstoot van 22 miljoen ton behoorlijk verminderen.

Het Clean Underground Sustainable Transport (CUST)- project inventariseerde de behoefte aan infrastructuur in het havengebied van Gent en Terneuzen. Grote hoeveelheden groene waterstof, duurzame elektriciteit en het vervangen of nieuw aanleggen van een flink aantal pijpleidingen in North Sea Port zijn de voornaamste aanbevelingen van de onderzoekers.

Een aantal onderzoeksinstellingen onderzocht de uitrol van een grootschalige pijpleidingen infrastructuur in het grensoverschrijdende havengebied van North Sea Port. De leidingen zouden CO2, waterstof, synthetische nafta en warmte moeten transporteren. Die leidingen zijn van belang om in de komende vijf tot dertig jaar de jaarlijkse CO2-uitstoot in het havengebied van bijna 22 miljoen ton te verminderen.

Groene waterstof

Hoewel het afvangen en gebruiken van kooldioxide de voorkeur geniet, is dit niet altijd meteen haalbaar. Als overgangsmaatregel zal de opvang en de opslag van CO2 nodig zijn. De studie is daar heel duidelijk over.

Toch denken de onderzoekers dat CO2 in combinatie met groene waterstof veel oplevert. Om dat te bereiken, zullen de bedrijven in de regio sterk moeten inzetten op de productie van groene waterstof. Tot tweehonderd kiloton in 2030 en een exponentiële groei daarna. Deze groene waterstof zal de huidige waterstofconsumptie op basis van fossiele brandstoffen vervangen.

Maar groene waterstof biedt ook ruimte voor nieuwe, innovatie productieprocessen. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het Steel2Chemicals-project waarbij restgassen van de staalfabriek ArcelorMittal worden ingezet als grondstof bij het chemische bedrijf Dow Chemical.

Elektriciteit

Om deze groene waterstof te produceren zijn er eveneens grote hoeveelheden duurzame elektriciteit nodig. Hetzelfde geldt voor de vervanging van aardgas door elektriciteit voor de productie van warmte.

Deze toename is gelijk aan de productie van 2,7 gigawatt op zee in 2030. In vergelijking met de huidige elektriciteitsvraag van de industrie in North Sea Port betekent dit minimaal een verviervoudiging in 2030. Dit vraagt om versterking van het elektriciteitsnet, met name in de Kanaalzone Gent-Terneuzen.

Voor het aanlanden van groene stroom, zal het havengebied ook aansluiting moeten vinden met Nederlandse offshore windparken. Om te voldoen aan de toenemende vraag naar waterstof zullen de bedrijven in het havengebied op termijn ook waterstof moeten importeren.

infrastructuur North Sea Port

North Sea Ports heeft al een uitgebreid leidingensysteem. In de nieuwe configuratie kan het havenbedrijf enkele leidingen hergebruiken. In veel gevallen zijn nieuwe leidingen nodig. Daarbij kan het havenbedrijf wel gebruikmaken van bestaande tracés. De onderzoekers begroten de kosten voor het noodzakelijke netwerk voor het transport van CO2 en waterstof binnen North Sea Port op 110 miljoen euro. Aansluiting buiten het havengebied kost nog eens 95 tot 130 miljoen euro.

In de afgelopen weken hebben meerdere bedrijven interesse getoond om mee te doen aan het CO2-opslag project Porthos in Rotterdam.

Het project Porthos is een initiatief van EBN, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam. Doel van het project is om algemeen toegankelijke transport- en opslaginfrastructuur te realiseren waarop meerdere partijen CO2 kunnen aanleveren. Eerder heeft de projectorganisatie Porthos aangegeven te verwachten dat 2 tot 5 miljoen ton CO2 per jaar opgeslagen kan worden in lege gasvelden onder de Noordzee.

Om helder te krijgen welke bedrijven hierin geïnteresseerd zijn en wanneer zij hoeveel CO2 zouden willen en kunnen aanleveren heeft Porthos een zogeheten Expression of Interest proces gehouden. Meerdere bedrijven hebben zich gemeld en er is ruim voldoende interesse getoond om door te gaan met de vervolgstudies voor het project. Hoewel de interessepeiling niet juridisch bindend is, ziet Porthos dit als een belangrijk signaal dat er behoefte is aan de aan te leggen CO2-infrastructuur.

500 miljoen euro

In het afgelopen jaar is gewerkt aan het ontwerp van het systeem. De totale investeringskosten hiervoor worden geraamd op 400 tot 500 miljoen euro. Daarmee is het een project waarbij voor relatief lage kosten CO2-uitstoot kan worden vermeden in vergelijking met andere reductiemaatregelen. Een beslissing over realisatie van Porthos zal naar verwachting eind 2020 worden genomen  en hangt in belangrijke mate af van de plaats die CCS krijgt in het Klimaatakkoord.

Europese subsidie

Vanuit de Europese Unie is grote belangstelling voor het project omdat afvang, gebruik en opslag van CO2 (CCUS) gezien wordt als een belangrijke maatregel om klimaatverandering tegen te gaan. Porthos is een uniek project omdat het een gemeenschappelijke infrastructuur ontwikkelt waar verschillende bedrijven op kunnen aansluiten. Door de EU is het project erkend als een Project of Common Interest (PCI) en daarom heeft de Europese Commissie recentelijk 6,5 miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld voor vervolgstudies. Ook voor de komende projectfase is opnieuw de zogenoemde PCI-status aangevraagd.

Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN bereiden gezamenlijk een Carbon Capture Usage and Storage (CCUS) project voor waarbij CO2 van de industrie wordt getransporteerd naar en opgeslagen in lege gasvelden diep onder de Noordzeebodem. De drie bedrijven werken gezamenlijk aan de voorbereiding van dit project onder de naam Porthos: Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage. Partners die mee willen doen met het project, kunnen hun interesse kenbaar maken.

Het Porthos project wordt ontworpen als algemeen toegankelijke transport- en opslag infrastructuur waarop meerdere partijen CO2 kunnen aanleveren. Om helder te krijgen welke bedrijven hierin geïnteresseerd zijn en wanneer zij hoeveel CO2 zouden willen en kunnen aanleveren is een zogeheten Expression of Interest proces gestart. Bedrijven kunnen hun interesse voor 1 april 2019 kenbaar maken.

Het Expression of Interest proces is onderdeel van de voorbereidingen van het Porthos project. Een beslissing over realisatie van Porthos zal naar verwachting in de loop van 2020 worden genomen.

De drie partners rondden vorig jaar een haalbaarheidsstudie af waaruit bleek dat het afvangen en transporteren van CO2, en het opslaan ervan diep onder de Noordzee, technisch haalbaar is. Het bleek ook kosteneffectief in vergelijking met andere maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelen van het kabinet. De drie bedrijven hebben onderzocht of op basis van de onderdelen techniek, marktsituatie, milieu, kosten, beleid en maatschappelijke acceptatie een volgende stap in het project gemaakt kan worden. Dat is positief uitgevallen.

Bedrijven die werken aan innovatieve oplossingen voor afvang, gebruik, transport en opslag van CO2, komen in aanmerking voor ondersteuning. Het gaat om de subsidie Carbon Capture, Utilisation and Storage (CCUS Tender 2018). RVO roept bedrijven op zich vanaf 1 oktober in te schrijven.

CCUS kan een belangrijke rol gaan spelen bij de terugdringing van de CO2-uitstoot. Vandaar dat de overheid één miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om de technologie rondom de afvang, het gebruik of de opslag van kooldioxide vlot te trekken

Openstelling

Geïnteresseerden kunnen van 1 oktober tot en met 30 oktober hun aanvraag indienen via mijn.rvo.nl. Wie zeker wil weten of hij in aanmerking komt voor deze subsidie, kan zijn projectidee laten toetsen bij de adviseurs van RVO.nl. Mocht uw projectidee niet aan de voorwaarden voldoen, dan ontvangt u suggesties voor andere subsidiemogelijkheden voor zover van toepassing op uw project.

Projecten kunnen gaan over de hele keten van afvang, transport en hergebruik of opslag. Of over delen van de keten, inclusief transport van CO2 naar de glastuinbouw. Verder moet de CO2 afkomstig zijn uit energie-intensieve industrie, afvalverbranding, H2-productie, of biogene CO2 uit andere bronnen.

Subsidies energie-innovatie

De CCUS Tender 2018 maakt deel uit van de subsidieregelingen voor energie- en klimaatinnovaties binnen de Topsector Energie. Deze regelingen maken Nederland schoner en economisch sterker. Ook gaat het over energiebesparing en slimme inpassing.

 

Afvalverwerker AVR start in 2019 met de bouw van een grootschalige installatie die jaarlijks zestig kiloton CO2 kan afvangen. Air Liquide zal de kooldioxide transporteren naar glastuinbouwers. AVR streeft er naar uiteindelijk achthonderd kiloton CO2 af te vangen en te gebruiken (CCU).

De CO2 die vrijkomt bij AVR na verbranding van restafval dient als belangrijke grondstof voor de groei van gewassen als alternatief voor CO2 uit aardgas. Over een jaar moet deze installatie op de locatie van AVR in Duiven operationeel zijn. Het afvalenergiebedrijf draagt met deze stap direct bij aan de CO2 -reductie van Nederland en haar klimaatdoelstellingen.

De bouw van de CO2 -afvanginstallatie in 2019 betekent dat naar verwachting zestig kiloton CO2 afgevangen én gerecycled wordt. Dit is vijftien procent van de totale CO2 -uitstoot in Duiven. De CO2 die straks wordt afgevangen bij AVR, transporteert Air Liquide naar glastuinbouwgebieden in Nederland. Daar is CO2 nodig om groente, zacht fruit, bloemen en planten te laten groeien. Met name in de zomer hebben tuinders veel CO2 nodig om hun gewassen te laten groeien. Wanneer AVR ook een afnemer in de winter vindt, kan de CO2 worden afgevangen met een maximale capaciteit van honderd kiloton.

Testcase

Michiel Timmerije, Director Energy & Residues bij AVR: ‘Deze eerste installatie is voor AVR na lang werken en ontwikkelen een testcase die afvanginstallaties in de toekomst nog efficiënter moeten maken en helpt restafval honderd procent te benutten. Zo doen we onderzoek naar de mogelijkheden van de bouw van een soortgelijke CO2 -afvanginstallatie op onze locatie in Rozenburg (Haven Rotterdam). We streven naar het afvangen én toepassen van jaarlijks acht kiloton CO2 . Daarvoor kijken we niet alleen naar de glastuinbouw, maar ook naar duurzame toepassingen van CO2 , bijvoorbeeld in bouwmaterialen zoals beton, basischemie voor plastics en biobrandstoffen. Daar kunnen we alle hulp vanuit zowel de overheid, politiek maar ook het bedrijfsleven en start ups goed bij gebruiken.’

Van een van onze experts kreeg ik een interessante infographic van Energie Beheer Nederland geappt. Met de mededeling: ‘Interesting stuff. Helpt richting geven bij Het Nieuwe Produceren en de energietransitie. Top Document van EBN’.

Toegegeven: interesting stuff. Het geeft aan hoeveel we nog afhankelijk zijn van aardgas en aardolie. En dat is een van de reacties die EBN klaarblijkelijk  wil oproepen. ‘De informatie geeft reden voor een goed gesprek , en dat is precies wat we willen.’ Met andere woorden: we staan nog aan het prille begin van de energietransitie.

Laaghangende fruit

Mij intrigeert de tabel links onderin van de poster me eigenlijk het meest. Het geeft aan welke maatregelen om CO2 te besparen in 2030 het goedkoopst zijn en welke duur. Ook kunnen we het potentieel per maatregel aflezen. Nu heb ik geen tijd en zin om alle cijfers nauwkeurig te checken. Ik neem voor het gemak aan dat het een realistische weergave is. En dan wordt een groot vermoeden bevestigd. De enige CO2-maatregel die geld oplevert, is energiebesparing in de industrie. Het potentieel valt me wat tegen. Maar daar zou ik dus wel meer berekeningen van willen zien. Gaat het bijvoorbeeld alleen om het laaghangend fruit dat inderdaad een korte terugverdientijd heeft of zijn ook de wat lastigere systeemveranderingen meegenomen.

schema-besparingspotentieel-071

Noorwegen

Opvallend is de positie van wind op zee en CCS (ondergrondse opslag van CO2). Het zijn blijkbaar niet de duurste maatregelen en ze hebben een groot potentieel. Daarom vind ik het jammer dat een belangrijke optie niet in het schema is meegenomen: het inzetten van CO2 als grondstof (CCU) in plaats van het onder de grond stoppen. En juist daarvoor is bijvoorbeeld veel groen opgewekte stroom nodig. Een enorme toename van offshore wind bijvoorbeeld.

En laten we nu niet elkaar gaan napraten dat CO2 als grondstof verre toekomstmuziek is. Nu al zijn er verschillende projecten gaande waarbij van zuivere CO2 methanol gemaakt (BioMCN in Delfzijl) en polyurethaan (Covestro in het Duitse Dormagen).  En de proefprojecten schieten als paddestoelen uit de grond. Dat terwijl CCS alleen in Noorwegen van de grond is gekomen. Bovendien gaat het schema over 2030. Op korte termijn kan veel worden bereikt met energiebesparing en tegen die tijd is nog veel meer betaalbare technologie beschikbaar en staan er enorm veel windmolens in de Nederlandse wateren.