Chemelot Archieven - Utilities

Chemelot wil het watersysteem op de site klaarmaken voor de toekomst. Ze wil haar watergebruik verminderen, componenten beter uit water halen en waar mogelijk hergebruiken. Daarvoor start op 1 maart onder de vlag van Brightsite het programma ‘Circulair water voor Chemelot’. Een consortium ondertekende hier onlangs een intentieverklaring voor.

Water is op de Chemelot site noodzakelijk voor koeling, verwarming (stoom), als proceswater en als bluswater. Chemelot is zich ervan bewust dat zij een behoorlijke impact heeft op het oppervlaktewatersysteem van Limburg. Ze haalt water uit het Julianakanaal. Een derde van dat water gaat verloren tijdens gebruik, met name door verdamping. De rest wordt gezuiverd in de Integrale Afvalwater Zuiveringsinstallatie (IAZI) en geloosd op de Maas via een zijtak van de Ur.

Brightsite gaat het programma ‘Circulair water voor Chemelot’ vormgeven. Het consortium bestaat verder uit Sitech Services, Utility Support Group, Waterschapsbedrijf Limburg en Waterleiding Maatschappij Limburg. De verwachting is dat ook andere partijen, zoals kennisleveranciers en technologie-ontwikkelaars en de fabrieken op de site mee gaan doen.

Het sluiten van de waterketen vraagt om een integrale benadering en is verbonden met de duurzaamheidsontwikkelingen op Chemelot en in de omgeving. Het uiteindelijke doel is een nullozing, oftewel circulair water. Dat lukt niet alleen met het optimaliseren van processen, daarvoor zijn nieuwe technologieën nodig en moet er met een frisse blik worden gekeken naar het totale watersysteem op de site. Circulair water gaat volgens Chemelot over het sluiten van cirkels – van kleine cirkels rondom een fabriek tot grote, site-brede cirkels – en over zowel watergebruik als de stoffen in het afvalwater.

Energiebedrijf RWE heeft plannen om op Chemelot circulaire waterstof te maken uit organische reststromen,  zoals Limburgs afval. Het circulaire waterstof kan aardgas vervangen bij de productie van ammoniak, de belangrijkste bouwsteen van kunstmest. RWE en Chemelot denken met deze stap straks jaarlijks 200 miljoen kubieke meter aardgas te besparen.

Onder de naam Furec, wil het Duitse energiebedrijf  een installatie bouwen die het organische afval verwerkt tot grondstoffen-pellets, om die vervolgens om via vergassing om te zetten in circulaire waterstof. Naast een vermindering van het aardgasverbruik op Chemelot, levert het een CO2- reductie op van 380.000 ton per jaar. De CO2 die vrijkomt bij de waterstofproductie kan in de toekomst worden afgevangen en opgeslagen of eventueel worden gebruikt als grondstof.

Investeringsbesluit

Over toekomstige afname van deze waterstof is RWE in gesprek met OCI, het moederbedrijf van kunstmestproducent OCI Nitrogen. Momenteel gebruikt het chemiebedrijf jaarlijks enorme hoeveelheden aardgas (methaan) als grondstof en als energiebron. Van methaan wordt eerst waterstof en daarna ammoniak gemaakt.

De komende periode gaat RWE het project verder uitwerken en de benodigde vergunningsprocedures doorlopen. In 2022 wil het bedrijf een definitief investeringsbesluit nemen. Op dit moment onderzoekt RWE ook ook bedrijvenpark Zevenellen als mogelijke locatie om de reststromen in een gesloten systeem en overdekt om te zetten in pellets.

Integrale aanpak

RWE werkt momenteel met verschillende industriële partners aan meer dertig waterstofprojecten in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Daarbij lijkt het bedrijf zwaar in te zetten op een integrale aanpak, met onder andere afnemers in de chemie. In de industrie is al een enorme vraag naar waterstof en die zal de komende jaren alleen maar toenemen. Zo heeft RWE onlangs een overeenkomst getekend met een andere dochter van OCI, BioMCN. In de Eemsdelta wil RWE op termijn groen waterstof leveren, waar BioMCN methanol van kan produceren, door het te binden aan pure CO2.

 

 

 

 

De Industrie draait doorrrr! Maar hoe? Tijdens de tweede Industrielinqs LIVE gaan we op 6 mei (09:00 – 10:30 uur)  in op de olie-industrie en de koppeling met de chemie.

Het gaat de komende maanden mogelijk spannend worden als verschillende raffinaderijen hun productie mogelijk terug moeten schroeven. Met name de vraag naar kerosine en benzine is enorm gekelderd. De vraag naar diesel minder omdat alle vitale sectoren diesel als brandstof gebruiken voor hun vrachtwagens, bestelwagens en ambulances. Kunnen raffinaderijen nog wat aan de knoppen draaien?

En hoe afhankelijk is de chemie van de olie-industrie? Immers de vraag naar chemische producten daalt veel minder hard. Is dit een tijd om over een versnelde ontkoppeling na te denken? Biomassa, aardgas en plastic-afval bieden alternatieven.

Kraker

Aan de digitale tafel ontvangen Wim Raaijen en Jan Peter Kruiger verschillende gasten uit de industrie en andere experts. Waaronder Frank Kuijpers, mondiaal Sabic’s hoogste man op het gebied van sustainability. Onder zijn hoede gaat de kraker in Geleen steeds meer afvalplastic als grondstof gebruiken. Ook prof. Earl Goetheer van TNO en de TU Delft zal aanschuiven. Lees hier een interview met hem.

Aan de digitale tafel zal verder Tom van Aken, CEO van Avantium aanschuiven. Dat Nederlandse bedrijf bouwt in Delfzijl een bioraffinaderij en gaat ook asfalt uit lignine, een restproduct van biomassa, produceren. En uiteraard is het ook interessant hoe de raffinagesector zelf tegen de extreme huidige omstandigheden aankijkt. Daarom zit ook Erik Klooster, directeur van VNPI aan tafel.

Schrijf je nu in. Deelname is kosteloos en we zenden deze keer uit vanuit Microsoft Teams!

 

 

 

Chemelot en DSM hebben het Masterplan Chemelot 2030 gepresenteerd. Dit Masterplan is een vervolg op de Visie 2025 uit 2016. Het is ontwikkeld als een strategische uitwerking op het gebied van ruimte en logistiek op de site en de haven Stein. De ambitie van Chemelot is om door te groeien tot de meest veilige, meest duurzame en meest concurrerende chemie- en materialensite van Europa.

Het chemiepark wil voorop lopen in kennis- en innovatie om zo de transitie naar een duurzame en circulaire economie te versnellen. Circulaire grondstoffen en verduurzaming van onze energiebehoefte staan hierbij centraal. In 2050 moet de site klimaatneutraal zijn. Chemelot wil ook dan de maatschappelijk verantwoorde groeimotor voor economie en werkgelegenheid in de regio zijn.

Positieve besluitvorming

Een van de bouwstenen om de ambitie waar te maken, is het Masterplan Chemelot 2030. Dit plan verwoordt de ambitie en beoogde ontwikkelingen op het gebied van ruimte en transport voor de periode tot 2030. Het betreft het bewust en efficiënt omgaan met de beschikbare ruimte op de site. Daarnaast ligt het accent op het efficiënt, duurzaam en veilig inrichten van het transport naar, van en op de site. Dit alles binnen de huidige site grenzen, inclusief de haven Stein. Projecten die daarbij spelen zijn het aanleggen van parkeerplaatsen. People movers moeten de medewerkers op de site-locaties gaan brengen. Daarnaast gaat een multi-modale terminal die het aantal vrachtwagens verminderen. Een weg naar de haven van Stein moet zorgen voor een veilige verkeersafwikkeling zonder het wegennet verder te belasten. Positieve besluitvorming over het plan heeft plaatsgevonden in de Chemelot Board in december 2019.

Daarnaast worden in het plan de infrastructurele consequenties van de ontwikkelingen op de site voor de omgeving aangeduid. Samen met provincie Limburg en de omliggende gemeenten werken wij eraan om de bereikbaarheid van de site ook in de toekomst te waarborgen.

Duurzaamheidsagenda

Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de doelstellingen uit de klimaatafspraken die gericht zijn op het reduceren van broeikasgassen. Chemelot staat voor een belangrijke transitie: het toewerken naar een klimaatneutrale site in 2050. De exacte plannen en ambities hiervoor staan beschreven in de  ‘Duurzaamheidsagenda’. De plannen uit deze agenda die te maken hebben met ruimte en transport, zijn in het Masterplan verder uitgewerkt. Het Masterplan is een flexibel plan dat zal aanhaken bij veranderingen in energietransitie en circulariteit.

Gemeenschappelijk plan

In het Masterplan Chemelot 2030 wordt ook rekening gehouden met de verschillende  overheidsplannen zowel op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In samenwerking met provincie Limburg, de omliggende gemeenten, Brightlands Chemelot Campus en DSM en omwonenden werkt de organisatie aan gemeenschappelijk plan voor de invulling van het gebied rond Chemelot.

Activiteiten en onderzoeken van start

De samenwerking met bedrijven op de site en betrokken overheden blijft bestaan. Chemelot en DSM onderzoeken sinds januari 2020 wat er kan en welke gevolgen dit heeft. Dit traject verloopt volgens de daarvoor geldende procedures, binnen bestaande vergunningen en wet- en regelgeving op het gebied van milieunormen en veiligheid.

De aanvraag voor een nieuwe lozingsvergunning van Sitech Services is volgens Waterschap Limburg te laat ingediend. Sitech spreekt van overmacht vanwege de veel gedetailleerdere uitvraag in het kader van een pilot rondom de Aanpak Opkomende Stoffen. Zo moet het bedrijf van alle deelstromen alle aanwezige stoffen inventariseren, wat neerkomt op zo’n 650 stoffen.

Sitech Services behandelt het afvalwater van de dertig organisaties en 54 service users op de Chemelot site in Geleen. Na behandeling van het afvalwater loost Sitech het schone water uiteindelijk op de Ur, een beek die bij Urmond in de Maas uitkomt. Stroomafwaarts haalt WML water uit de rivier om voor de zuivering naar drinkwater. Op Chemelot zijn de nodige verbeteringen gerealiseerd, en ook gaande, om de lozingen te verminderen.

Lozingsvergunning Chemelot

Eind van dit jaar vervalt de oude lozingsvergunning van Sitech en dus zou het bedrijf in maart een nieuwe vergunning moeten indienen. De Rijksoverheid wil echter meer grip krijgen op opkomende stoffen in afvalwater en besloot de vergunningsaanvraag als pilot te gebruiken. Hoewel het bedrijf hetzelfde loost als altijd, is het detailleringsniveau in de vergunning fors omhoog gegaan.

Om de details van de opkomende stoffen goed in de aanvraag te krijgen, moet Sitech alle stoffen in een product of productstroom apart behandelen. Door op dit detailniveau te kijken komt het bedrijf in totaal op zo’n 650 stoffen, die allen deel uitmaken  van de afvalstroom.

Uiteindelijk kon Sitech in juni zijn rapporten indienen, veel te laat volgens Waterschap Limburg. Die zegt tien maanden nodig te hebben om de aanvraag te kunnen beoordelen en af te handelen.

Opkomende stoffen

Vanwege de landelijke wens de kwaliteit van het water verder te verbeteren en de ontwikkeling van methodieken om stoffen te kunnen meten en analyseren, wordt deze nieuwe manier van vergunningaanvraag nu voor het eerst toegepast. Doordat Chemelot als een van de eersten dit proces  doorloopt, is deze nieuwe aanvraag een pilot voor heel Nederland.

Sitech liep tegen grenzen aan omdat niet alle informatie van alle afzonderlijke stoffen even goed bekend waren. Ook is er op dit moment niet voor iedere afzonderlijke stof een norm beschikbaar om de stof aan te kunnen toetsen. Daarnaast ontbreekt het soms aan methoden om iedere stof afzonderlijk te kunnen meten.

In 2015 kreeg Sitech nog een boete vanwege een pyrazool-overschrijding.

De laatste editie van Utilities staat grotendeels in het teken van het Industry&Energy Congres: When electrons power molecules. Elektrochemie kan namelijk zowel de industrie als de energiewereld ondersteunen bij het verduurzamen van het energiesysteem. Vice president Europe Mark Williams van Sabic is keynote speaker op het congres en geeft in het hoofdinterview inzicht in de rol die hij ziet voor de chemiesector in de energietransitie. Opvallend is daarbij dat Sabic al een duit in het zakje doet met de grootste CCU plant ter wereld.

Ook Chemelot heeft duidelijke duurzame plannen uitgerold en zit inmiddels midden in de transitie naar een emissieloze site in 2030. Site directeur Robert Claasen ziet daarbij niet zozeer technische belemmeringen, maar wel uitdagingen rondom internationale samenwerking en politieke besluitvorming.

Gelukkig zijn er inmiddels wel al partijen bezit Power2heat mogelijk te maken binnen de huidige wettelijke kaders. Wat dat aangaat zijn de inspanningen van Westland Infra interessant om te volgen. Een aantal tuinders krijgt de mogelijkheid om tijdelijk meer stroom af te nemen als de prijzen laag zijn. Op die manier kunnen ze warmtebuffers opbouwen en zo optimaal gebruik maken van de netcapaciteit.

Chemelot maakte al eens een energietransitie mee van kolen naar aardolie en -gas. Nu staat de chemische site voor de nieuwe uitdaging om klimaatneutraal te opereren in 2050. Volgens Chemelot-directeur Robert Claasen is deze transitie zo complex dat internationale samenwerking en technische innovatie hand in hand moeten gaan.

Chemelot is niet voor niets gastheer van de tweede editie van het Industry & Energy Congres. De fabrieken op het voormalig DSM-terrein waren al geïntegreerd wat betreft energiestromen en de afgelopen dertig jaar zijn de processen continu geoptimaliseerd. Het Klimaatakkoord legt de lat nog een stuk hoger en in 2050 zal het bedrijventerrein dan ook klimaatneutraal produceren. De eerste stappen om dat te kunnen halen, zijn inmiddels al gezet, maar de gezamenlijke bedrijven zullen al hun kennis, kunde en financiële middelen moeten aanwenden om deze complexe puzzel te maken.

Tweede transitie

Chemelot-directeur Robert Claasen ziet zeker een uitdaging in de plannen die besproken worden in het Klimaatakoord. Tegelijkertijd ziet hij een enorme veerkracht bij de bedrijven op het Chemelot-terrein. ‘De energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energie en grondstoffen is weliswaar duur en ingewikkeld, maar het is niet de eerste transitie die we in Limburg doormaken. We zijn veertig jaar geleden ook succesvol van steenkool overgestapt op aardolie en -gas.’

Claasen wijst er nog maar eens op dat de bedrijven op Chemelot veel meer kooldioxide zouden uitstoten als ze niet samenwerkten. ‘Individueel zouden de bedrijven zo’n tien tot vijftien procent meer CO2 uitstoten. De meeste clusters hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in efficiencyverbetering. Dat maakt de uitdaging voor nog meer efficiencyverbetering een stuk lastiger omdat het laaghangende fruit allang is geplukt.

 

Groene grondstoffen

Op de eigen site wordt intussen wel degelijk nagedacht over alternatieve grondstofroutes, elektrificatie en het verder cascaderen van restwarmte. Claasen: ‘De fabrieken op de site gebruiken twee hoofdstromen: nafta en aardgas. OCI Nitrogen gebruikt het waterstof in het aardgas voor de productie van ammoniak, Sabic gebruikt met name nafta als grondstof voor zijn ionomeren en kunststoffen. Nu kun je waterstof ook op groene wijze maken via elektrolyse, net als je biomassa kan inzetten voor de productie van groene nafta of recyclestromen kunt gebruiken als basisgrondstof. Mechanisch recyclen doen we al op Chemelot bij QCP, de volgende stap wordt chemisch recyclen.’

 

Risico’s

Nu is de techniek niet eens de grootste belemmering voor duurzame projecten. ‘Technisch kunnen we al best veel bereiken’, zegt Claasen. ‘Waar projecten met name op vastlopen, is op juridische, politieke en financiële kwesties. Zo hebben we de plannen klaarliggen voor een grootschalige biogasinstallatie die zevenhonderd kiloton varkensmest kan omzetten in veertig miljoen kuub biogas. OCI Nitrogen kan dat gas direct gebruiken voor kunstmest en organische mestkorrels. Alleen is er wel subsidie nodig om de onrendabele top van het project te overbruggen.

Industry & Energy 2018: When electrons power molecules

Wanneer: 13 december 2018

Waar: Brightlands Chemelot Campus, sittard-geleen (nl)

Robert Claasen, site directeur van Chemelot, spreekt op het Congres Industry & Energy. Deze dag staat in het teken van elektrochemie, CCU en industriële technologie in de energietransitie. Zo zal Eric de Coninck van ArcelorMittal ingaan op de uitdagingen van carbon capture and usage (CCS) met behulp van duurzame elektriciteit. Sustainability Leader Leon Jacobs van Sabic Europe gaat nog eens dieper in op het CCU-project van Sabic waar vijfhonderdduizend ton CO2 als grondstof dient voor de productie van ureum en ammoniak.

Voltachem geeft deze dag een overzicht van de stand van zaken van alle vormen van power-to-x. FME geeft inzicht in de technieken die nu al voorhanden zijn om zes megaton CO2 te besparen. Inschrijven kan nog tot 12 december.

Duurzaamheid en innovatie is belangrijk op Chemelot. Een van de bedrijven op het terrein waarvoor dit ook geldt is Utility Support Group (USG). Het bedrijf gaat op korte termijn een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar een demonstratie power-to-heat installatie.

Power-to-heat (P2H) is een verzamelterm voor het omzetten van elektriciteit in stoom en warmte. Het is op korte termijn te realiseren en vormt een eerste stap in de transitie naar volledige elektrificatie van de industrie, die het gebruik van fossiele brandstoffen overbodig maakt. Voor USG betekent power-to-heat het produceren van warmte of stoom op basis van groene elektriciteit.

Verduurzaming

Sonny Schepers, senior sustainability engineer bij USG, vertelt: ‘Er komt steeds meer druk te liggen op de industrie om de emissie van broeikasgassen te reduceren en invulling te geven aan verduurzaming. We weten dat we in 2050 de emissie van broeikasgassen met 95 procent gereduceerd moeten hebben ten opzichte van 1990. Het gevaar bestaat dat verduurzaming teveel een ambitie blijft. We kunnen natuurlijk veel praten en bedenken, maar het is nog beter om te zien dat we nu concreet invulling gaan geven aan die ideeën.’

Drie externe partijen werken mee aan het onderzoek: Stork Thermeq met expertise op het gebied van elektrische stoomketels, Huikeshoven BV met expertise op het gebied van industriële gloeispiralen en Recoy met expertise op het gebied van de financiële optimalisatie van P2H.

Haalbaarheidsstudie

P2H wordt in recente studies (door onder andere VEMW en VNCI) als een kansrijke en concrete mogelijkheid voor vergroening van de industrie genoemd. Gezien deze potentie van P2H voor de verduurzaming van Chemelot, is het zaak om concrete stappen te zetten en te beginnen met het opbouwen van praktijkervaring. De haalbaarheidsstudie zal niet alleen antwoord geven op de vraag of een demo P2H-installatie mogelijk is, maar ook waar mogelijke beperkingen liggen.

Sonny: ‘Zonder concrete invulling van innovaties en verduurzaming lopen we een achterstand op, met als risico het ingrijpen van de overheid als duurzaamheidsplannen van Chemelot niet worden verwezenlijkt. Om duurzaamheid te stimuleren, denkt de overheid op dit moment na over in te zetten instrumenten en wij verwachten dat op korte termijn subsidiemogelijkheden ontstaan voor P2H. Daar wil je natuurlijk ook snel op kunnen inspringen. Verder biedt P2H in de toekomst financiële voordelen als elektriciteitsprijzen dalen terwijl CO2 en gasprijzen stijgen of als onbalansprijzen steeds grilliger worden.’

De studie start in november en wordt naar verwachting in januari 2019 afgerond. Bij een positieve uitkomst zal een investeringsvoorstel worden uitgewerkt voor de daadwerkelijke realisatie van een demo P2H-installatie.

Vandaag start de bouw van het grootste industriële zonnepark van Limburg op een voormalige stortplaats van DSM op het Chemelot terrein. Zonnepark Louisegroeve gaat hernieuwbare stroom leveren met een capaciteit voor circa duizend huishoudens.

Het park is een initiatief van zonnepark-uitbater NaGa Solar, DSM en Chemelot. NaGa Solar verzorgt de investering in het zonnepark en de infrastructuur, de bouw en het beheer van het park. DSM stelt de grond beschikbaar en daarnaast zijn de zonnepanelen uitgerust met de laatste technologische innovaties van DSM. Chemelot coördineert de verdere uitrol en draagt zorg voor het snel en efficiënt verlopen van de bouw op het industrieterrein. Het zonnepark zal naar verwachting eind november 2018 de eerste stroom leveren aan het elektriciteitsnet.

Zonnepark Louisegroeve is vooralsnog de grootste solar installatie van Limburg met een oppervlakte van 5,7 hectare en 10.573 zonnepanelen. De zonnepanelen wekken gezamenlijk jaarlijks 3200 MegaWattuur aan hernieuwbare energie op die wordt teruggeleverd aan het openbare net en circa duizend huishoudens van duurzame elektriciteit voorziet.

Het park wordt aangelegd op de voormalige stortplaats  (deponie) Louisegroeve op het Chemelot terrein waardoor de grond op deze manier duurzaam wordt benut. DSM heeft de grond beschikbaar gesteld aan NaGa Solar, een Limburgse internationaal actieve ontwikkelaar van en investeerder in  solar projecten. De financiering van het project vindt plaats middels een groep particuliere Nederlandse investeerders.

Coatings

De zonnepanelen zijn uitgerust met door DSM Advanced Solar ontwikkelde technologieën op het gebied van coatings en backsheets die het rendement van de modules verhogen. De modules die gebruikt zijn voor de Louisegroeve zijn afkomstig van Tata Power Solar, een Indiase partij die in nauwe samenwerking de innovaties van DSM heeft toegepast. De komende jaren wordt deze installatie gebruikt als proefinstallatie waarbij DSM de resultaten van toegepaste technische innovaties nauwkeurig volgt.

NaGa bevestigt de modules op een speciaal daarvoor ontwikkeld ballastsysteem zodat de ondergrond van het zonnepark, de voormalige deponie, ongewijzigd en afgesloten blijft.

Bruinkool

“Zonnepark Louisegroeve draagt bij aan de transitie naar hernieuwbare energie en de ambities van het Nederlandse klimaatakkoord. Onze inzet om de voormalige deponie waar ooit bruinkool werd gewonnen gereed te maken als locatie voor het opwekken van hernieuwbare energie en als locatie voor DSM’s nieuwe technieken is een mooie metafoor voor innovatieve manieren om klimaatverandering tegen te gaan’, zegt Atzo Nicolaï, President DSM Nederland.

De subsidie die OCI Nitrogen samen met Re-N Technology had aangevraagd voor de realisatie van een grootschalige biogasinstallatie is niet toegekend. De fabriek zou worden gebouwd in Geleen, met een capaciteit van 700.000 ton dierlijke meststoffen per jaar. De installatie zou daaruit ongeveer 40 miljoen kubieke meter biogas produceren voor de kunstmestproductie van OCI Nitrogen.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft de SDE+ regeling niet toegekend. Niet alleen OCI Nitrogen en Re-N Technology, maar ook Provincie Limburg, Chemelot en de betrokken veehouders vinden dit besluit jammer. Alle partijen zijn het erover eens dat de toezegging van subsidie noodzakelijk is om het project verder te kunnen ontwikkelen. OCI Nitrogen beraad zich nu op een mogelijk vervolg.

Lees hier meer over het project.