CO2-uitstoot Archieven - Utilities

De broeikasgasuitstoot is weer bijna op hetzelfde niveau als voor de coronapandemie. In het tweede kwartaal van 2021 ligt de uitstoot elf procent hoger dan hetzelfde kwartaal vorig jaar. Dit komt door hoger aardgasverbruik in de industrie en gebouwde omgeving en dat er weer meer activiteit is in de transportsector. Dit melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het RIVM.

De industrie heeft in het tweede kwartaal van dit jaar ongeveer 14 procent meer geproduceerd dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Hiervoor was meer energie (voornamelijk aardgasverbruik) nodig en mede daardoor lagen de emissies door de industrie ongeveer 13 procent hoger dan een jaar eerder.

De transportsector (inclusief luchtvaart) heeft 23,5 procent meer CO2 uitgestoten dan een jaar eerder. Dit komt onder meer door het gedeeltelijke herstel van de luchtvaart. Vorig jaar lag de luchtvaart immers bijna plat door de lockdown. In vergelijking met twee jaar geleden was de uitstoot door de luchtvaart nog ongeveer de helft lager.

Elektriciteitssector

In het tweede kwartaal van 2021 heeft de elektriciteitssector nauwelijks meer uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder (2 procent). Deze ontwikkeling is vrijwel gelijk aan die van de elektriciteitsproductie. De aardgascentrales hebben wel minder geproduceerd vanwege de stijgende gasprijzen op de wereldmarkt, maar dit is deels gecompenseerd door de hogere elektriciteitsproductie door de kolencentrales.

Koud

Net als een kwartaal eerder hebben huishoudens in het tweede kwartaal meer gas verbruikt dan in hetzelfde kwartaal van 2020. Dit kwam voornamelijk door het koudere weer. Hierdoor is de uitstoot door de gebouwde omgeving (huishoudens en kantoren) zo’n 34 procent hoger dan in het tweede kwartaal van 2020.

Het was niet alleen kouder, maar ook minder zonnig dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Hierdoor had de landbouw meer elektriciteit nodig voor de belichting van kassen. De glastuinbouw haalt zijn elektriciteit voor een groot deel uit de inzet van aardgas voor eigen warmtekrachtinstallaties (wkk), waardoor ook de landbouw meer broeikasgassen uitstootte (7 procent).

Blauwe waterstof is niet altijd een milieuvriendelijker oplossing, concluderen onderzoekers van Cornell en Stanford University. De energie die nodig is voor koolstofafvang en -opslag verhoogt het gebruik van aardgas en dat verhoogt het risico op methaanemissies. Verrassend genoeg is de voetafdruk van blauwe waterstof meer dan twintig procent groter dan het verbranden van aardgas of steenkool voor warmte en zo’n zestig procent groter dan het verbranden van dieselolie voor warmte. Niet iedereen is het overigens eens met de uitgangspunten van de Amerikanen.

Waterstof wordt vaak gezien als een belangrijke energiedrager in een toekomstige koolstofarme wereld. Momenteel wordt de meeste waterstof geproduceerd door steamreforming van methaan (grijze waterstof) waarbij de kooldioxide de lucht in gaat. Door de koolstof ondergronds op te slaan voorkomt men dat het broeikasgas in de atmosfeer terecht komt. Veel partijen hebben dan ook plannen om deze zogenaamde blauwe waterstof in te zetten als vervanger voor aardgas of grijze waterstof.

Broeikasgas

Onderzoekers van de Cornell en Stanford University toetsten de broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus van blauwe waterstof en kwamen tot de conclusie dat het afvangen en ondergronds opslaan van CO2 negatief uitpakt voor blauwe waterstof. De onderzoekers hielden rekening met de uitstoot van zowel kooldioxide als onverbrande methaan.

Met name de methaanuitstoot doet volgens de onderzoekers blauwe waterstof de das om. Zij gingen er vanuit dat maar liefst 3,5 procent van het totale aardgasverbruik in de atmosfeer terecht komt. En methaan is een veel sterker broeikasgas dan CO2.  Met die aannames was de totale kooldioxide-equivalentemissie voor blauwe waterstof slechts 9 tot 12 procent lager dan voor grijze waterstof. Het verschil zit met name in het feit dat er ook energie nodig is om CO2 af te vangen en op te slaan.

Meer uitstoot dan bij steenkool of gas

Opvallende conclusie van de wetenschappers was dat de broeikasgasvoetafdruk van blauwe waterstof meer dan twintig procent groter is dan de verbranding van aardgas of steenkool voor warmte. En ongeveer zestig procent groter dan de verbranding van dieselolie voor warmte.

Ook bij lagere methaanemissies van 1,54 procent zijn volgens de auteurs van het onderzoek de broeikasgasemissies van blauwe waterstof nog steeds groter dan die van het gewoon verbranden van aardgas. en slechts 18 tot 25 procent kleiner dan die van grijze waterstof.

Reacties

Inmiddels hebben meerdere wetenschappers gereageerd op het onderzoek. Zo vindt men de aannames van 3,5 procent methaanemissies aan de hoge kant. Ook vraagt men zich af of de onderzoekers wel de laatste technieken hebben meegenomen voor pre combustion CO2-afvang. Men is het wel eens met de onderzoekers dat overheden scherp moeten blijven op het effect van blauwe waterstof voor de totale broeikasgasemissies.

De broeikasgasemissies daalden ten opzichte van 2019 met 8 procent naar 166 megaton CO2-equivalent in 2020. Dat is 24,5 procent lager dan in 1990 en benadert de Urgenda-doelstelling, een broeikasgasreductie van minimaal 25 procent (1990–2020). Dit blijkt uit een eerste raming van het CBS en de RIVM/Emissieregistratie over de broeikasgasuitstoot in 2020.

De grootste daling van de broeikasgasuitstoot in het afgelopen jaar was te zien in de elektriciteitssector, namelijk 21 procent ten opzichte van 2019. Deze daling hangt samen met het afgenomen steenkoolverbruik. Dit heeft diverse oorzaken. Ten eerste is de Hemwegcentrale in Amsterdam eind 2019 gesloten en lag de Riverstone-centrale op de Maasvlakte bijna heel 2020 stil vanwege storingen.

Ten tweede hadden de kolencentrales te maken met hogere kolen- en CO2-prijzen. Die leverden een concurrentienadeel op ten opzichte van aardgascentrales die juist profiteerden van lagere gasprijzen en die schoner kunnen produceren.

Ten derde werd de vraag naar elektriciteit in toenemende mate opgevangen door hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon. Ten slotte nam vanwege de coronacrisis de totale vraag naar elektriciteit af, in Nederland en de buurlanden.

Industrie

In de industrie bleven de emissies op ongeveer hetzelfde niveau als in 2019. De olieraffinaderijen produceerden minder dan in 2019, als gevolg van de verminderde vraag naar olieproducten in binnen- en buitenland. Bij andere CO2-intensieve bedrijfstakken binnen de industrie was de daling minder sterk of bleven de emissies gelijk. Dat hier geen emissiedaling ten opzichte van 2019 is te zien vanwege de lagere productie, komt onder meer doordat de petrochemie in 2019 al een relatief lagere uitstoot had vanwege veel groot onderhoud in dat jaar.

Overige sectoren

In de sectoren landbouw en gebouwde omgeving daalde de broeikasgasuitstoot licht. De winter van 2020 was zacht, maar ongeveer vergelijkbaar met die van 2019. De emissies in de gebouwde omgeving zijn daardoor maar iets gedaald. Bij de landbouw bestaat een groot deel van de CO2-emissies uit de inzet van aardgas in warmtekrachtinstallaties in de glastuinbouw voor de productie van warmte, elektriciteit en ook CO2-bemesting voor planten in de kas. Deze installaties verbruikten ongeveer evenveel aardgas als in 2019. Het overgrote deel van de uitstoot door de landbouw bestaat echter uit de overige broeikasgassen methaan en lachgas. Ook hier is niet veel veranderd ten opzichte van 2019.

Sterke daling CO2-emissies in vierde kwartaal 2020

De CO2-emissies conform IPCC-richtlijnen daalden in het vierde kwartaal van 2020 met 9 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019. Daarmee zet de daling in de eerste twee kwartalen van 2020 door, nadat de emissies in het derde kwartaal vrijwel gelijk waren gebleven.

De daling in het vierde kwartaal komt voor een belangrijk deel door het lagere steenkoolverbruik in de elektriciteitssector en het geringere aantal vervoersbewegingen vanwege de coronacrisis. De CO2-emissies door de industrie bleven ongeveer gelijk ten opzichte van het vierde kwartaal in 2019.

De CO2-uitstoot als gevolg van alle Nederlandse economische activiteiten, waarbij ook rekening wordt gehouden met de emissies van de zeevaart, luchtvaart en de emissies van biomassa, was in het vierde kwartaal zelfs 10 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2019. De emissies daalden veel sterker dan het bruto binnenlands product (bbp), dat afnam met 2,9 procent.

De impact van de coronacrisis op de CO2-uitstoot van alle Nederlandse activiteiten is met name zichtbaar in de transportsector. Deze sector heeft in het vierde kwartaal 25 procent minder CO2 uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De CO2-uitstoot van de luchtvaart was zelfs 45 procent lager. Het aantal luchtvaartpassagiers was dan ook fors lager dan een jaar eerder. De emissies van huishoudens lagen 9 procent lager dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder, met name door een sterke afname van het autogebruik.

 

Staalproducent ArcelorMittal Belgium is op zoek naar een partner voor de ontwikkeling van een warmtenet. Dat maakte het bedrijf vrijdag bekend via een webinar. Het warmtenet moet de warmte van de productiesite in Gent leveren aan interne gebruikers op de staalsite zelf en aan warmtevragers in de gemeente Zelzate.

In een eerste fase onderzoeken ArcelorMittal en partners hoe ze een warmtenet richting psychiatrisch centrum Sint-Jan-Baptist Zelzate op kunnen richten. In een tweede fase wordt een uitbreiding op de site van ArcelorMittal bekeken, een verdere uitbreiding naar Zelzate en andere mogelijkheden.

‘ArcelorMittal hoort bij de top op het gebied van energie-efficiency’, zegt Manfred Van Vlierberghe, CEO ArcelorMittal Belgium tijdens het webinar. ‘ We willen de volgende stappen zetten om klimaatneutraal te zijn in 2050.’ Het bedrijf is al bezig om stap voor stap toe te werken naar een ‘staalfabriek van de toekomst’. Daarvoor lopen verschillende projecten.

Scheiden CO en CO2

In het Carbon2value project scheidt ArcelorMittal CO en CO2 van elkaar. Beiden zijn restproducten van de productie van staal. Na scheiding kunnen de CO en CO2 dienen als grondstoffen. CO kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor bio-ethanol, synthetische nafta en proteïnen voor dieren. In een ander project, Steelanol genaamd, wordt CO-rijk hoogovengas omgevormd tot bio-ethanol via een fermentatieproces. Van Vlierberghe: ‘De opbouw van die installatie vindt momenteel plaats. We hopen tegen eind volgend jaar de eerste bio-ethanol te produceren. In totaal zal per jaar meer dan 60.000 ton aan bio-ethanol worden geproduceerd.’

De Torrero-installatie ten slotte gaat houtafval verwerken tot biocoal geschikt voor injectie in de hoogovens. ‘Hierdoor vermindert de injectie van fossiele poederkool en onze CO2-uitstoot met 250.000 ton per jaar en bieden we een oplossing voor moeilijke afvalstromen’, zegt Van Vlierberghe.

Warmtenet

Ook het restwarmteproject is een onderdeel om toe te werken naar de staalfabriek van de toekomst. Op het warmtenet kunnen ziekenhuizen, sportinfrastructuur, scholen en volledige wijken aansluiten voor verwarming en warm water. ArcelorMittal werkt samen met de Provincie Oost-Vlaanderen, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen (POM), Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist Zelzate, de gemeente Zelzate en North Sea Port.

Nieuwe investeerders aantrekken

North Sea Port neemt in het havengebied een regierol op rondom de energietransitie en wil die ervaring gebruiken bij de uitrol van het warmtenet van ArcelorMittal. Daan Schalck, CEO North Sea Port geeft tijdens het webinar aan dat hij nog meer mogelijkheden ziet voor het warmtenet. Zo wil North Sea Port onderzoeken of de warmte ook naar het bedrijventerrein Kluizendonk en Rieme-Noord kan worden gebracht. Ook kan de restwarmte belangrijk zijn om nieuwe investeerders aan te trekken. Schalck: ‘Wij gaan specifiek op zoek naar bedrijven die de warmte van ArcelorMittal kunnen gebruiken’

ArcelorMittal hoopt begin volgend jaar zijn keuze voor een projectpartner bekend te maken.

De inzet van meer aardgas in plaats van steenkool door energiebedrijven en minder transport door de coronacrisis hebben voor het grootste deel bijgedragen aan de afname van CO2-uitstoot in Nederland. Dat blijkt uit cijfers die het CBS vorige week heeft gepresenteerd.

In het eerste kwartaal was de CO2-uitstoot 8,7 procent lager dan in dezelfde periode in 2019. De winter van 2020 was zachter dan in 2019. Gecorrigeerd voor dit weereffect was de CO2-uitstoot in het eerste kwartaal 7,5 procent lager dan een jaar eerder.

Energiebedrijven

Energiebedrijven, waterbedrijven en afvalbeheer stootten afgelopen kwartaal 20 procent minder CO2-uit dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat kwam grotendeels doordat elektriciteitsbedrijven bij hun productie minder steenkool en meer aardgas hebben ingezet. Bij het verbranden van aardgas wordt minder CO2 uitgestoten dan bij steenkool.

Transportsector en huishoudens

De uitstoot van de luchtvaart en wegvervoer was fors lager, als gevolg van de coronacrisis. Voor de hele sector scheelt het 7 procent. De CO2-uitstoot van de luchtvaart daalde zelfs met 11 procent. Ook de uitstoot van huishoudens was lager door Covid-19. Doordat veel mensen thuis werkten, gingen er veel minder auto’s de weg op. Daarnaast verstookten huishoudens minder aardgas voor verwarming van woningen vanwege het zachte winterweer. De CO2-uistoot daalde hierdoor met 6 procent.

Landbouw en industrie

In het eerste kwartaal was de CO2-uitstoot door de landbouw, delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid 2,5 procent lager dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De emissies daalden onder andere in de landbouw, de chemische industrie en de basismetaalindustrie.

CO2-uitstoot

Klik op de foto om hem te vergroten. Credit: CBS

De Covid-19-pandemie heeft de wereldeconomie massaal ontwricht. Het mondiale energiesysteem kent de grootste schok sinds de Tweede Wereldoorlog, stelt het International Energy Agency (IEA) in een persbericht. De daling van de mondiale energievraag zal dit jaar zeven keer zo groot zal zijn als die na de financiële crisis van 2008. Dit leidt tot een recorddaling van de koolstofuitstoot met bijna acht procent, het laagste niveau in tien jaar.

Nu reizen, handel en mobiliteit worden beperkt door diverse lock-down-maatregelen, daalt de vraag naar fossiele brandstoffen voor kolen, olie en aardgas. Ook biomassa krijgt een forse tik.

Meer duurzaam

Tegelijkertijd is er een grote verschuiving naar koolstofarme energiebronnen zoals wind, zon, waterkracht en kernenergie. Ze breiden hun voorsprong als grootste bron van wereldwijde elektriciteitsopwekking uit tot veertig procent van de energiemix in 2020. Deels is dit een relatieve  verschuiving. Echter ook absoluut wordt er meer duurzaam opgewekt. Dat komt doordat verschillende grote duurzame energieprojecten in gebruik worden genomen.

Anders dan voorheen

‘Dit is een historische schok voor de hele energiewereld. Te midden van de ongeëvenaarde gezondheids- en economische crisis van vandaag, is de daling van de vraag naar bijna alle belangrijke brandstoffen duizelingwekkend groot, vooral naar kolen, olie en gas. Alleen hernieuwbare energiebronnen houden stand’, stelt Dr. Fatih Birol, directeur van het IEA. ‘Het is nog te vroeg om de gevolgen op langere termijn te bepalen, maar de energie-industrie die uit deze crisis tevoorschijn komt, zal aanzienlijk anders zijn dan voorheen.’

 

Houtige biomassa is zeventig tot ruim negentig procent klimaatvriendelijker dan aardgas, blijkt uit onderzoek van Royal HaskoningDHV in opdracht van de NVDE. Het onderzoek vergeleek de emissies van houtige biomassa en van aardgas. In beide gevallen werd de broeikasgasemissie van de hele keten bekeken: van bos of gaswinning tot en met de levering van warmte aan huizen en industrie.

Bij het gebruiken van biomassa voor warmteproductie komen gemiddeld meer verzurende en vermestende verbindingen en fijnstof vrij dan bij aardgas. Om de effecten door emissies van broeikasgassen en schadelijke stoffen onderling te vergelijken zijn beide omgerekend in milieukosten. Per saldo liggen de totale milieuschadekosten bij de biomassaketens ruimschoots lager dan bij de gasketens. Dit betekent dat de maatschappelijke winst van CO2-reductie beduidend groter is dan de schade van andere stoffen.

Biomassa klimaatvriendelijker

Royal HaskoningDHV onderzocht wat er gebeurt met de emissies door warmtelevering bij het aardgasvrij maken van woningen door gasgestookte CV-ketels te vervangen door een nieuw aan te leggen warmtenet, gevoed door een biomassaketel. Ook onderzocht ze datzelfde effect bij het vervangen van een aardgasketel voor stoomlevering voor industriële processen door een biomassaketel.

Het onderzoek beschouwde vier vormen van biomassa: houtsnippers uit onderhoud aan bos en plantsoenen in Nederland; houtpellets uit pulphout uit bos uit de VS; reststromen uit de VS; en houtpellets uit de Baltische Staten. Ze vergeleek dit met aardgas uit Rusland, Noorwegen en Qatar. De studie focust op de broeikasgasemissies in de ketens van houtige biomassa en aardgas.

Andere aspecten van deze vergelijking werden niet in detail beschouwd, zoals de effecten van biomassagebruik op bosbeheer en de leefomgeving in de regio van herkomst, de koolstofbalans en biodiversiteit, en de geopolitieke dimensie van import. Ook is ervan uitgegaan dat de gebruikte biomassa voldoet aan de geldende duurzaamheideisen.

Duurzaamheid aardgas-import

Volgens Royal HaskoningDHV is er grote onzekerheid over de methaan-emissies bij productie en transport in Rusland. De werkelijke emissies zijn mogelijk significant hoger dan waarmee nu is gerekend. Dat betekent dat de klimaatvoordelen van biomassa nog groter zouden zijn. De NVDE pleit ervoor dat er voor aardgas ook duurzaamheidscriteria gaan gelden, zoals die er al zijn voor biomassa. Van der Gaag: ‘Nederland is importeur van aardgas en heeft aardgas ook nog een tijd nodig. Daarom is het van belang dat ook deze keten transparant en zo duurzaam mogelijk is.’

In andere landen wordt de MID MIX-technologie al toegepast, maar de Waterschappen wilden graag zelf onderzoeken of het werkt voor hun slib. Dat onderzoek is inmiddels positief afgerond. VSGM kreeg financiering van het Innovatie en Energiefonds Gelderland om de technologie die slib omzet in een additief voor cement op de markt te brengen.

Nu wordt slib nog verwerkt in verbrandingsovens, gecomposteerd of gestort, met CO2-uitstoot of vervuiling tot gevolg. Door slib te verwerken met de technologie van VSGM, ontstaat een nieuw materiaal dat als grondstof te gebruiken is in de bouwindustrie. Naast zeer lage CO2-uitstoot heeft deze technologie als enige bijna geen stikstofuitstoot. Provincie Gelderland investeert via Topfonds Gelderland in het bedrijf om deze veelbelovende techniek sneller op de Nederlandse markt te brengen.

VSGM biedt met de zogenaamde MID MIX-technologie een alternatief voor slibeindverwerking. Na verwerking van ontwaterd zuiveringsslib in de MID MIX-installatie resteert een fijn wit poeder: Neutral. Neutral is te gebruiken in een breed scala van toepassingen in de bouw en kan in bepaalde producten cement geheel of gedeeltelijk vervangen. Ook is het geschikt voor bodemstabilisatie in de bouw en bij de wegenbouw.

Calciumoxide

MID MIX is een fysisch-chemisch stollingsproces waarbij diverse stoffen op moleculair niveau reageren met calciumoxide. Daardoor ontstaan nieuwe verbindingen waarmee wordt voorkomen dat de schadelijke stoffen uit de slibben uitlogen of op een andere manier het milieu aantasten. De technologie wordt al jaren toegepast in Frankrijk, Spanje, Servië en Kroatië, waar de technologie werd ontwikkeld en is gepatenteerd.

Mladen Filipan van VSGM: ‘De organische componenten in het slib reageren met het calciumoxide tot calciumcarbonaat en calciumhydroxide. Daarmee neutraliseer je eventuele verontreinigingen. Voordat de Nederlandse waterschappen de techniek echter wilden toepassen, wilden ze zeker weten dat de organische en schadelijke stoffen bijvoorbeeld niet uitlogen en alsnog in het milieu terechtkomen. Die proef heeft Neutral glansrijk doorstaan.’

Praktijktest

Ingenieursbureau Tauw deed in opdracht van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Stowa) een uitgebreid onderzoek naar de MID MIX techniek. De installatie is full scale uitgetest in Wilp met slib van vier verschillende Nederlandse waterschappen. Tauw acht de methode geschikt om slib met droogstofgehaltes van 18 tot 55 procent te verwerken.

Geen uitstoot

In het eindrapport van januari 2020 concludeert STOWA dat MID MIX een kansrijk en uniek alternatief is voor slibverwerking van Nederlandse waterschappen. Verder spreekt het rapport over een relatief beperkte investering en een competitief kostenplaatje. Hoewel calciumoxide niet goedkoop is, is het wel ruim voorradig. De lifecycle analysis (LCA) was volgens Filipan ook zeer voordelig: ‘De organische componenten binden zich chemisch met het calciumoxide tot calciumcarbonaat waardoor de CO2-uitsoot bijna nul is. En de uitstoot van stikstofoxides is zelfs onder de detectiegrens.’

Mobiele installatie

Volgens Tauw zijn de installaties flexibel opschaalbaar en is de benodigde oppervlakte klein. Filipan: ‘We kunnen per lijn vier tot acht ton slib per uur verwerken. Idealiter doen we dat zo dicht mogelijk bij de afvalwaterzuiveringsinstallatie omdat je dan het slib minder hoeft te verplaatsen. Slib bestaat namelijk voor soms meer dan vijftig procent uit water. De MID MIX installatie kan slib met een vochtpercentage van 18 tot 55 procent verwerken en houdt aan het einde zo’n vijftig tot zestig procent van de massa over. De overige veertig tot vijftig procent is water. De reactie die het calciumoxide aangaat met de organische stoffen is exotherm, waardoor een deel van het water verdampt na behandeling in de filters en gaswasser. Aan het eind van het proces blijft dan ook alleen een grijswit poeder over, dat zelfs drijft op water.’

Circulaire economie

Het patent van MID MIX is in handen van het Kroatische ASTRA Engineering International. VSGM heeft in Nederland de exclusieve licentie om het gepatenteerde systeem te vermarkten. Filipan: ‘Nu lopen er onderzoeken waarbij de bouwwereld langzaam maar zeker de overtuiging krijgt van de toepasbaarheid van de Neutral in combinatie met een vergroening van het bouwproces. Er is inmiddels veel meer vraag naar Neutral dan we kunnen leveren. We praten dan over tienduizenden tonnen. De cementindustrie gebruikt al calciumcarbonaat in het zogenaamde rauwe meel, dat met klinker wordt gemengd tot Portland cement. Ook daar lopen gesprekken over een groene toepassing. Wij leveren alleen de technologie die het slib duurzaam verwerkt, maar dit kan zeker bijdragen aan een volgende stap in de circulaire economie.’

 

Het rechterlijk bevel aan de Staat om de uitstoot van broeikasgassen door Nederland met 25 procent te verminderen voor het einde van 2020 blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag beslist.

Een belangrijke oorzaak van de snelle opwarming van de aarde is de uitstoot in de atmosfeer van CO2 en andere broeikasgassen. Dit brengt grote gevaren mee voor het leven op aarde. De Stichting Urgenda en de Staat vinden allebei dat de uitstoot van broeikasgassen snel moet worden verminderd. Maar ze verschillen van mening over het tempo.

De Staat heeft voor 2020 een doelstelling in EU-verband van vermindering met 20 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990. Urgenda daarentegen is van mening dat, gelet op de ernstige risico’s van klimaatverandering, de Staat niet met deze doelstelling mag volstaan. Urgenda eist beperking van de Nederlandse uitstoot in 2020 met ten minste 25 procent ten opzichte van die in 1990.

De rechtbank in Den Haag volgde het standpunt van Urgenda. Zij beval de Staat in 2015 om de uitstoot van broeikasgassen door Nederland met 25 procent te verminderen voor het einde van 2020. Het gerechtshof in Den Haag bevestigde dit bevel in 2018. De Hoge Raad verwierp vervolgens het cassatieberoep van de Staat tegen deze beslissing.

Einddoel

De Hoge Raad baseerde zijn oordeel op het VN-Klimaatverdrag en op de rechtsplichten van de Staat tot bescherming van het leven en het welzijn van burgers in Nederland. Die verplichtingen zijn verankerd in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (het EVRM). Er is consensus over de noodzaak van een reductie van de uitstoot van broeikasgassen eind 2020 met minimaal 25 procent door ontwikkelde landen. De Staat lichtte niet toe waarom zij een lagere reductie verantwoord acht. Nog kan zij aantonen dat het huidige redactiedoel tijdig kan leiden tot het ook door de Staat aanvaarde einddoel.

Grondwet

De Staat vindt dat de besluitvorming over de reductie van broeikasgassen aan de politiek is. De Grondwet schrijft echter voor dat de Nederlandse rechter de bepalingen van het EVRM toepast, aldus de Hoge Raad. Deze opdracht aan de rechter tot het bieden van rechtsbescherming is een wezenlijk onderdeel van de democratische rechtsstaat. De rechter moet immers waken over de grenzen van het recht. Dat is wat het hof in dit geval heeft gedaan, volgens de Hoge Raad.

25 procent

De Hoge Raad oordeelt dan ook dat het hof heeft mogen beslissen dat de Staat verplicht is de reductie met 25 procent voor eind 2020 te behalen. Dit vanwege het risico van een gevaarlijke klimaatverandering die ook de ingezetenen van Nederland ernstig kan treffen in hun recht op leven en welzijn.

Het CBS meldt dat de broeikasgasuitstoot in 2018 vijftien procent lager was dan in 1990. En dat terwijl de Nederlandse economie sindsdien met tachtig procent is gegroeid. De industrie stootte vorig jaar dertig miljard CO2-equivalenten minder uit dan in het referentiejaar.

In 2018 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 189,3 miljard CO2-equivalenten. Dit is twee procent lager dan in 2017 en vijftien procent lager dan in 1990. In 2018 was de Nederlandse economie bijna tachtig procent groter dan in 1990. Sindsdien nam de bevolking met vijftien procent toe.

Om de afspraken in het Klimaatakkoord te halen, is in 2030 een reductie nodig van 49 procent ten opzichte van 1990. De grootste reductieopgave ligt bij de elektriciteitsbedrijven en de industrie. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe emissiecijfers van het RIVM/Emissieregistratie.

CO2-reductie

In 2018 stootte de industrie dertig miljard CO2-equivalenten minder uit dan in 1990. De sectoren gebouwde omgeving en landbouw realiseerden allebei een reductie van zes miljard CO2-equivalenten. Bij de elektriciteitsbedrijven en in de sector mobiliteit was er een toename van zes miljard en drie miljard CO2-equivalenten. Alle vijf sectoren zijn omvangrijker geworden.

Elektriciteitsbedrijven en industrie

Als de sectordoelen gehaald worden, dan zal in 2030 de uitstoot 78,7 miljard CO2-equivalenten lager zijn dan in 2018. Van deze reductie nemen de elektriciteitsbedrijven 42 procent voor hun rekening, de industrie 27 procent, verkeer en vervoer dertien procent, de gebouwde omgeving twaalf procent en de landbouw zes procent. De vervanging van fossiele brandstoffen verkleint de uitstoot in alle sectoren, maar zorgt ook voor een grotere vraag naar elektriciteit. Dit vergroot de opgave voor de elektriciteitsbedrijven om aan de klimaatdoelen te voldoen.

Broeikasgassen

In 2030 dient de broeikasgasuitstoot door de industrie 51 miljard CO2-equivalenten kleiner te zijn dan in 1990. In 2018 is al een reductie van dertig miljard CO2-equivalenten bereikt. Slechts zestien procent van deze reductie komt door een kleinere CO2-uitstoot. De andere 84 procent komt voor de helft door een steeds kleinere methaanuitstoot door afvalstortplaatsen, voor een kwart door het uitbannen van fluorhoudende gassen (eind jaren negentig), en voor een kwart door een kleinere lachgasuitstoot bij de salpeterzuurproductie (in 2008). Hierdoor is het aandeel van CO2 in de industriële broeikasgasuitstoot toegenomen van 63 procent in 1990 naar 87 procent in 2018.